september 2015

Top Gun

De wind en de stroming is de aankomende paar dagen niet gunstig en de motor maakt ook vreemde geluiden. Iets met een V-snaar en ook iets met elektriciteit geloof ik. De batterijen laden teveel op wanneer de motor even aan is. En als de motor aan is, komt er vanuit het motorruim een gierend geluid. Het stalen beest heeft het ook best zwaar gehad daar voor dat Wind-mill-park. Vijf dagen voor anker liggen met het plan om op de volgende rivier ook voor anker te gaan liggen met een bijna lege watertank, geen vers voedsel meer aan boord en een motor die om aandacht vraagt, zorgen er voor dat we plannen aanpassen. River Orwell komt nog wel. Dit jaar in ieder geval niet meer. We vertrekken de volgende dag naar Dover. En die dag ligt de vraag op de ontbijttafel of we toch maar wel naar Orwell zullen gaan. We kunnen verder de Noordzee op. Wel een giga stuk omzeilen, maar ja.. Laten we dat maar niet doen. Met de einddatum van mijn vakantie in zicht, is het niet handig om tijds-risico’s te nemen. Bovendien hebben we daar natuurlijk ook de motor die niet in orde is. Op naar Dover dus. Ook leuk! Misschien kunnen we daar het mankement aan de motor nakijken en een was draaien. Drie weken wasgoed ligt er in de boodschappentas te wachten en te stinken. En dan nog de her-en-der verspreide T-shirts en handdoeken. Ach.. die machine komt wel vol 😀

Het is een prachtige zeildag! Goeie wind, stroming mee en stralende zon. Dat mag ook wel, want we hebben vandaag ruim 57 zeemijlen af te leggen. Onderweg zorg ik op tijd voor maagvulling. We beginnen met havermoutpap met stroop en rozijnen, koffie en thee. Onderweg thee, koffie en brood met pindakaas, brood met jam en pindakaas, brood met jam en een ontbijtkoekje, en water van de Aldi 😀 , omdat het restje uit de watertank echt niet meer te zuipen is 😉 . We hebben het niet slecht en denken aan het onszelf beloofde maal van Fish & Chips bij The Eight Bells Inn. Alleen jammer dat ze daar geen Londen Stout Guiness hebben 😛 😀
We kabbelen lekker voort en genieten. Dan opeens: “He kijk! Je vrienden!!” Ik kijk naar wat Hans bedoelt en zie een straaljager langs scheren. En nog een en nog een!! WOWWW!!!! “Het zijn de Red Arrows!!!” roep ik naar Hans. “Neem het stuur over, dan haal ik m’n iPad!!!” Ik wacht niet eens op antwoord, maar hoor ergens achter mij een ‘Ja das goed’. Ik wist dat ik op mijn lief kon rekenen. Snel kom ik weer naar het dek en zie werkelijk een fantastische show!! De straaljagers zijn korter dan een F-16, maar minstens zo snel en wendbaar.

Dan opeens gaan ze in formatie: het zijn er negen en vormen een ruit. Zo geweldig!! Oohh.. en dan opeens wordt de lucht gekleurd in blauw-wit-rood. Ze keren zich om en de kleuren keren mee: rood-wit-blauw. Woww!! Er is een fontein, ze vormen een ster!!

Twee maken zich los en verdwijnen om even snel weer tevoorschijn te komen: ieder van een andere kant! Ze vliegen pijlsnel naar elkaar toe en vlak boven het strand scheren ze rakelings langs elkaar heen om door te vliegen en met hun staart een gekleurde wave tegen de heldere lucht te plakken. De een met blauwe rookstaart en de andere met een rode. Ik gil het uit en voel mijn hart sneller kloppen. Wat is dit Fan-Tas-Tisch!!! Ik film en schiet foto’s, maar kan niet zien of ik wat op de plaat heb gelegd: felle lucht en zon tegen. Ik zie het straks wel.

De show houdt niet op en het lijkt alsof de formatie Isabella heeft gespot. Ze komen nog dichterbij en spelen met haar. Ze scheren langs ons heen en komen weer snel terug. Wat geweldig!! Wat een hoog ‘Top Gun’ gehalte!! Ik herinner mijn de keer dat ik samen met mijn vriendin naar buiten rende toen haar man in de Navy Orion lager dan geoorloofd over hun huis gleed: snel pakten we de Nederlandse vlag en stonden op de stoep wild naar hem te zwaaien. Zal ik nu…?? Dan komt het squadron nog eenmaal overvliegen, volgens mij nog lager dan laag. “Daar gaan ze..”, zeg ik met een brok in mijn keel. Wat een emotie!! “Kijk snel!!”, roept Hans. Ik draai me om en NEEE!! WERKELIJK!!! Een FLY BYE!!! OOOOHHHHH!!!! Ik ga uit m’n dak, uit m’n plaat, mijn haren staan recht over eind, ik roep en ik weet niet wat meer, maar dit is zoooo onwijs gaaf!!! Een Fly Bye op bijna aanraak hoogte pal over Isabella!!! YEAHH!! WOOWWWW!!! Ik tuur hem na en wil mee vliegen, buitelen, duiken, klimmen G5-tje draaien… In mijn volgende leven word ik straaljagerpiloot!!

“Hoe weet jij nou dat dit de Red Arrows zijn?” vraagt Hans. “Ik ben hier als kind geweest, samen met mijn ouders en we moesten wachten op de ferry. We wisten van niets, en opeens kregen we daar ook zo’n show!”
Zucht… wat was dit gaaf, wat was dit een enorme grote, zoete kers op de taart van deze dag. Wat was mijn lief toch lief en alle begrip voor mijn mogelijke afwijking, want zo zal het er wel hebben uitgezien. Jeetje… wat is het leven mooi!! Je moet het alleen wel willen zien.

 

We trekken verder

Na het nachtelijk avontuur van Eb en Vloed, worden we de volgende dag loom wakker. Vandaag staat er een dagje niets doen op het programma. Lekker voor anker liggen en om ons heen kijken naar het mooie landschap en de zeilbootjes die door de slingerende rivier voorbij tuffen. Dan komt er in de verte een groot wit gevaarte aan met prachtige donkerbruine zeilen op. “Kijk eens jeetje hee! Die loopt zometeen vast!”, roept Hans. Maar hij vergist zich. Hoewel het schip zich niets aantrekt van de krommingen van de rivier en ze juist afsnijdt, loopt het schip niet vast. Wanneer het gevaarte dichterbij komt blijkt het een platbodem te zijn met de Hollandse naam De Twee Gezusters en met wel geteld drie Engelse gezinnen aan boord. Op 20 meter afstand van Isabella gooien ze het niet klein uitgevallen anker uit. Kort daarna volgt een blauw-grijze tweede platbodem met ook heel wat English people on board. Ze schuift behoedzaam naast de witte en legt zich vast met wat landvasten. Hans aanschouwt het spektakel met een verrekijker. Hij geniet. “Wat een reuzen he?!” zegt hij glunderend en wacht niet eens mijn antwoord af, maar prikt zijn ogen weer aan de lenzen van de kijker. “Zullen we even met de dinghy varen?”, oppert hij hoopvol. Heel even springt mijn hartje op: Ja en dan een cappuccino bij The Ferry House Inn! Maar ik trap er niet in. Niet weer een hachelijk avontuurtje op de woelige baren van The River Swale. Ik moet mijn verliefde hart teleur stellen en een tweede bezoekje aan The Ferry House uit m’n hoofd zetten. “Wil je naar ze toe?”, vraag ik en Hans ziet dat wel zitten ja! “Nee schat, dat doen we maar niet. Niet weer die ellende van gisterenavond.” “We kunnen dan wel gelijk het motortje testen”, probeert hij nog. Ik glimlach maar eens en Hans duikt weer in zijn kijker.
Na het tweede dagje ankeren vertrekken we de volgende ochtend richting The Black River om van daaruit naar The River Orwell door te varen. Ik kijk nog eens om me heen en weet dat ik hier zal terugkomen. Wat is het hier mooi… We tuffen op de motor langs het slingerende waterpad. Het is weer eb. Een stukje verderop ligt op de oever een grote familie zeehonden te socializen. Enkele kleintjes gooien zich met hun stompe lijfjes vooruit. Wat lijkt het me toch lastig om geen armen en benen te hebben… Uiteindelijk varen we op open zee en de zeilen gaan uit en de motor af. Aahh.. wat een rust toch altijd als die motor uit is! We zetten koers naar het noorden. Na wat zeemijlen gevaren te hebben, betrekt het weer. Donkere wolken stapelen zich aan de hemel. “Het gaat regenen”, zegt Hans. “Hhhmm.. ik denk het niet..” en tuur de hemel af op zoek naar donkere verticale strepen. Ze zijn er nog niet, maar in de lucht ruik je al wel de regen. Het natte spul mag van mij nog een dagje weg blijven. Boven Isabella pakken de wolken zich verder samen en glijden langzaam met ons mee. Dat belooft niet veel goeds. We naderen een gigantisch windmolenpark. Voor de uitmonding van The Thames lijkt de hele Noordzee er mee bezaaid! Laten wij nu net die kant op moeten om nog een beetje gunstige wind te kunnen pakken! We stevenen recht op het park af. De molens hebben rondom hun huis een soort van platform en we zien dat er mannen uit de torens stappen en langs de reling van het platform naar ons kijken. We zwaaien. Er wordt terug gezwaaid en ze verdwijnen weer naar binnen. Het zal je werk maar zijn daar zo midden op zee. Bij een volgende windmolen speelt hetzelfde tafereel zich af en verschijnt er met een speed-gang een oranje windmill-control-boat. We varen verder onze koers, maar aan de windmolens lijkt geen einde te komen. De meters vertellen ons dat dat de stroming tegen zit en de wind toch wel. De motor staat al een poosje standby en we geven het ding nog een extra zetje tot 2200 toeren. Dan moet het met de 62 PK toch wel lukken. Maar niets is minder waar. De idiote, sterke, uit verschillende richtingen komende stroming samen met de wind tegen, zet ons letterlijk terug naar waar we vandaan komen. Die vervelende molens staan in de weg! Dan verschijnt er een tweede speedboat en we voelen al aankomen dat het niet lang zal duren voordat we op de marifoon een vraag gesteld krijgen. En ja hoor: sailingvessel, sailingvessel, bla-die-bla. Of we maar wel op 500mtr afstand willen gaan varen. Ja zeg! Daar is het ondiep! Weet je wat: de tijd tikt door en de overwonnen zeemijlen lopen terug… laten wij ook maar terug gaan. En zoals altijd is er absoluut geen discussie over dit zinvolle voorstel. We gaan terug naar The River Swale en keren Isabella om haar as, wat soepel verloopt. De terugweg is zo mogelijk nog onstuimiger.

Grote diepe golven en weerbarstige wind. En om het plaatje compleet te maken stort de regenwolk zijn langverwachte buien over ons uit. Met een toegift zelfs. Dicht bij de River Swale begint het te onweren. Diep donkere knallen, rollen over het water en er is geen grens meer te bekennen tussen de grijze zee en de grijze regenbuien. “Wat gebeurt er als je door het onweer wordt getroffen?” vraag ik aan Hans. “Oh, niets”, zegt hij luchtig. Te luchtig naar mijn zin en ik zeg dat hij het ook niet weet. Hij grinnikt, wat zoveel betekent als dat ik gelijk heb. In dit soort situaties houd ik mijn hoofd koel. Wat er ook gebeurt: dat zie ik dan wel en dan zal ik ook wel weten wat ik moet doen. We varen verder en zien uiteindelijk de grote witte en blauw-grijze reuzen liggen. We kruipen weer snel op ons oude plekkie en gooien ons anker uit. Hans is door-en-door nat en verkleumd. Ik zeg hem zijn kleding uit te trekken en maak ondertussen een bakje warm water voor hem klaar. Daarmee spoel ik z’n koude, natte lijf af en al snel knap hij op. Nu nog droge en warme kleding een en dan kan ie op de bank ploffen. Daar liggen we dan, niet wetende dat dit vanwege de ongunstige wind en het slechte weer nog voor twee dagen zal zijn. Nooit gedacht dat het weerzien met de Swale al zo snel zou zijn. Twee dagen verzinnen wat we zullen eten, terwijl de voorraad voedsel al aardig is geslonken. Eigenlijk gereduceerd tot nul stuks vers voedsel en een watervoorraad van nog maar maximaal 40 ltr. Dat wordt creatief omgaan met de mogelijkheden die er zijn. En een goede zeemansvrouw is op alles voorbereid. Hachee uit blik, groenten uit een pot, hollandse aardappelen en bergen rijst en pasta mee. De reserve voorraad bronwater van de Aldi wordt aangesproken en onze lijven worden elke dag met een stukje extra stof en vet bedekt. Scheelt toch in de kou 😉 We hebben het gezellig, lezen en babbelen wat, er staat ook nog een filmpje op de laptop. We komen er wel, wij saampjes.

 

Hieronder het avontuurlijke roeitochtje op weg naar The Ferry House

Eb & Vloed

Op naar Ramsgate, om van daaruit verder te trekken naar de River Orwell, met zijn brede oevers en glooiende, veelal beboste landschappen: een van de mooiste rivieren van Engeland. De rivier is bij zeilers vooral bekend om het plaatsje Pin Mill met de pub The Butt & Oyster. De Engelsen weten het zo mooi te omschrijven: “Pin Mill is a small, unspoilt hamlet that lies in a steep valley…”. Ik heb er reuze zin in om dat te ontdekken!

We komen aan in Ramsgate en raken al snel in gesprek met onze buren. Nederlanders 😀 De buurvrouw en ik hebben iets gemeen: zeeziek zijn. Ze vertelt over het geweldige effect van oorpleisters en geeft me er vijf. “Je ligt dan wel de hele dag te slapen”, zegt ze lachend. Hhmm… of ik daar nou zo zin in heb.. We wisselen nog wat aardigheidjes uit en wensen elkaar nog veel plezier hier in Ramsgate. Later op de avond lopen we in de stad een paar bekende hoofden tegemoet: de Nederlanders. “He hoi!! Huh?! Ha Hoi!!”, gaat het. We besluiten om met z’n viertjes ergens een biertje te gaan drinken. “Doe mij maar thee”, zeg ik, denkend aan mijn geslinger in Dover, “ Straks een biertje..”. Er worden wat algemeenheden uitgewisseld: dure haven, volgende haven, wat doe jij voor werk… Wanneer ik vertel dat mijn achtergrond de GGz is, volgt er een “Oh..”, en lijkt voor de Nederlanders een groen sein voor een boeiend, persoonlijk verhaal. Het biertje wordt een droge witte wijn: ook heerlijk 😉

Op weg naar de River Orwell waag ik het nog maar een keertje met een halfje Cinnarizine en wonderwel gaat dat goed! Is het dan toch waar dat je na een aantal dagen gewend raakt aan de deining? De pleisters hou ik binnen handbereik.
De wind valt weg en we komen langs The River Swale bij The Isle of Harty. Waar de kust van Dover zich kenmerkt door zijn witte krijtrotsen, kenmerkt deze kust zich door een smalle zandstrook waaruit een aantal kleine huisjes oprijzen. Te weinig om een dorpje te noemen, maar wat het hoogstwaarschijnlijk wel zal zijn. Ik waan mij in de 19e-eeuw: eens moet de kust van Nederland vanuit zee er ook zo hebben uitgezien.
We besluiten om de rivier op te gaan en daar een nachtje te ankeren, om de volgende dag verder te trekken. Wat is het hier schitterend!! Een stukje Engeland wat je je voorstelt wanneer je een novel van Charlotte Bronte leest. De East Coast Pilot laat de lezer weten dat het getij-verschil op de rivier groot is en vooral onstuimig te werk gaat. Dit betekent dat we ver genoeg van de oever moeten ankeren. Gebruikers van dinghy’s worden gewaarschuwd wanneer er bij hoog water veel wind is.

’s Avonds besluiten we om in de The Ferry House Inn eens lekker te gaan eten. We pakken de dinghy (bijbootje) “Nemen we de buitenboordmotor of gaan we roeien?” We gaan roeien, die motor is zo zwaar en zo’n gedoe om op de dinghy te plaatsen. Roeien gaat ook lukken. Hans roeit heen en verzekert mij dat ik op de terugweg mag roeien. Hieperdepiep.. hoera 😀 . De Inn is genaamd naar de veerboot die tot 1953 dagelijks tussen het eiland en het vasteland voerde, zodat de priester van de overkant in het oeroude kerkje dagelijks kon preken. De aanleg van een stalen brug strooide roet in het geestelijk voer. We roeien naar het avondmaal met ja alweer een biertje 😀 Haal-op-gelijk-haal-op-gelijk. We gaan snel en super goed! Aan land slepen we de dinghy naar een hogerop gelegen stukje land, daar waar gras groeit zal het ding niet wegspoelen. Het is een zware tocht waarbij Hans tot aan zijn kuiten in de modder zakt. Het zoute water stroomt over zijn laarzen naar zijn sokken. We hijgen en puffen, maar moeten door. We kunnen niet riskeren dat de dinghy afdrijft. Ons harde werken wordt beloond met een prachtig uitzicht over de rivier en een aller-aller-schattigste Inn!! Wat is het hier mooi en zo stil!! Hier woont de ware Engelsman/vrouw: herkenbaar aan de tuin met de vele bloemen en glooiende perkjes, hanging baskets en wooden furniture. Binnen krijg ik een waar ‘home-feeling’: oud-engelse stijl compleet met love-seat en open haard in de lounge. Hans bestelt biertjes. Voor mij een Guiness, Londen Stout. Ik besluit een vat van dit spul te kopen: heerlijk!! Het eten is goed de muziek nog beter (Tamla Motown, soul, Four Tops, Marvin Gaye etc) en samen met mijn lief hier zo te genieten, maakt mijn vakantie helemaal compleet!! Wat ben ik in mn sas!!

 

Na een heerlijk home-made ice-cream rekenen we af en lopen terug naar de dinghy. Inmiddels is het hoog water en de stroom staat tegen. Wie mocht er ook alweer terug roeien? Moedig pak ik mijn taak op en steek van wal. Het gaat best goed! Makkie! Totdat Hans roept dat we afdrijven en wijst de goeie richting aan. Ik doe mijn best en roei zo hard als ik kan. Ik puf en hijg en bedenk me dat ik best nog een tweede home-made-ice-cream naar binnen had kunnen werken 😉 Het water is onstuimig en het is vloed. “Dat gaat niet lukken”, roept Hans boven het lawaai van de wind en golven uit. “Laat mij maar!” En ik voel me enigszins schuldig over mijn muggenkracht. Hans roeit tegen de klippen op, maar we komen niet bij Isabella. “We drijven af!”, roept Hans, “We pakken die boot en blijven daar liggen tot het tij keert”. Zo gaan we het doen. In tijden van plotselinge veranderingen is er geen discussie. We scheren vlak langs de romp van het bootje en ternauwernood kan ik de ankerlijn pakken. Anderhalf uur dobberen we naast de boot. De eigenaar komt vanuit de kuip een paar keer polshoogte nemen en verdwijnt net zo snel weer terug in z’n warme kajuit in plaats van dat hij ons een kop warme koffie aanbiedt.. Een vaag lichtschijnsel smeert zich in de donkere nacht uit over het klotsende water. Het wordt almaar kouder en kouder en de stroming lijkt krachtiger te worden. Gelukkig regent het niet. Hans gaat eens lekker zitten en stelt voor dat ik naast hem kom zitten. Ik krijg visioenen van een jong stel dat in het riet is beland. Onze dinghy blijkt net iets te smal voor zulke romantiek. De wind wakkert aan en de golven worden hoger en hoger. Het begint behoorlijk creapy te worden, we lijken in een niet gekozen kermisatractie te zitten en zonder iets te zeggen besluiten we afzonderlijk van elkaar om niet aan elkaar te laten merken dat we met deze situatie niet echt blij zijn. We zijn de jongens van Sta-Vast, Hollandsche jongens, uuhh… dame en heer 😉 Hans komt op het idee om onze landvast (een touw waarmee je je boot aan iets kunt vastleggen) een extra slagje te geven rondom de scepter van de gastheer-boot. Dat lijkt de kans op het losraken van de dinghy wat te verminderen. “Wordt het al eb?”, vraagt Hans. Ikke nie weet…  “Uhh… ja… lijkt er op he?” Ik voel een propje Kleenex-tissue in m’n vest zitten en scheur er een stuk van af om het tot een propje te rollen en in het water te gooien: een soort van meetinstrument om te zien hoe de stroming staat en of we al naar Isabella kunnen roeien. In het donker kan ik het propje niet volgen en rol een tweede, grotere prop. Het is al over middernacht en volgens de eerdere berekeningen van Hans zou het nu dan toch weer eb moeten worden. Wat zegt de tisseuprop ons? We kunnen!! Het tij keert. Hans worstelt zich vanuit relax-stand weer in roei-stand en we keren in hoog roei-tempo terug naar Isabella. We hijsen de dinghy terug aan boord en leggen het snel op haar plek. Morgen maar iets beter vast maken. We duiken bij Isabella naar binnen en sluiten alle ramen. Bbrrr… wat een avontuur!! We poetsen onze tanden en geven elkaar een kus: we hebben het weer goed gedaan saampjes en vooral: wat hebben we het saampjes goed!!

It’s all about money

Tuurlijk blijft kwaliteit het belangrijkste. En gezelligheid natuurlijk 😀

Met een beetje creativiteit en de kringloopwinkel kom je een heel eind! Opeens wist ik het! Zo heb ik onlangs super gave oud Hollandsch Delftsblauwe bordjes gekocht! Expensive my dear? (We zijn inmiddels in England 🙂 ) Nee juist niet! Euro 2,95 voor een bordje met een leuke prent rondom het visserij en/of zeilleven. Ik heb alles wat de kringloper had van de schap gerukt en naar de kassa gesleept 😀

Met proviand inslaan gaat het niet anders. We zoeken het lekkerste en het beste voor de minste knaken. Immers: meer knaken in de beurs is weer een haventje verdiend, of een liter diesel 😉 . In Boulogne hebben we daarom de mini meloenen van 3.50 euro per stuk maar laten liggen en hebben we ons een ronde buik gegeten aan de vis. Verse vis, zo uit zee gehengeld en happa: in de o-zo-vieze visafslag voor een habbekrats te koop. Niet kniesoren over een vuiltje hier of daar, of een tandeloze visvrouw die haar glibberige handen nog maar eens door een sliert haar trekt! De vis is geweldig! Drie (3) grote tongen van samen ruim 1200gram voor 20 euro. Moet je in Nederland eens om komen! Verse mosselen: drie kilo voor 18 euro. “Oh!!”, roept Hans, “Zie je die kreeft? Kun je die koken??” Vol verwachting kijkt hij mij met een brede lach aan. Hij die altijd zo lovend is over mijn kookkunsten, moet ik nu dan toch wel teleurstellen. Nee, ik weet niet hoe je kreeft moet koken en ik weet niet zeker of ik dat wel wil weten. Levend onderdompelen in een pan met kokend water… Brr.. zo’n grote pan heb ik niet eens. Snel loop ik door en roep dat we nu toch echt naar de boot moeten, anders zijn de mosselen straks bedorven.. Er bleef er niet eentje in de pan achter: ze waren heeeerlijk!!

Dan zijn we opeens in Dover. Veel van de overtocht heb ik dit jaar niet gezien: zeeziek! Dit jaar lijkt het wel meer dan vorig jaar. Wat is er aan de hand? Waarom heb ik zo’n last van die vreselijke deining? Omdat ik van de Cetirizine compleet in coma val, heb ik bij de apotheek anti-zeeziek-polsbandjes gekocht. Gewoon breed haarelastiek met een plastic knopje er op. Dat geeft een soort van accu-presure… Nah.. helpt niet echt dus.
Eenmaal vast aan de steiger blijft mijn hoofd signaleren dat ik nog in een hevige storm verwikkelt zit. Toch gaan we even het stadje in voor een lekker biertje en de rest.. De stoeptegels deinen onder mijn voeten en ik moet me vasthouden aan dat wat ik tegenkom. Nog geen biertje op en toch al dronken?! Dat is pas voordelig!! 😀
In de stad trekt een tweedehands kledingwinkel met zijn reclame mijn aandacht: We give you 50p for 1kilo! “Oh!!”, zeg ik tegen Hans,” Dat had ik moeten weten! 50 pond voor een kilo kleding! Ik heb thuis wel 10 kilo liggen!!” Snel denk ik wanneer ik weer in Dover ben. Hans begint te lachen: “ 50 pond? Dat is 50 pence schat! 50 pence voor 1 kilo!” Hans heeft dikke pret. Ik loop dronken verder, op weg naar mn eerste Engelse pint 😀   (one pound.99 😉  )

De schoonheid van eenvoud

Het leven aan boord lijkt zo simpel, en in feite is dat ook zo. Niet moeilijk doen over een dag niet douchen, maar tevreden zijn met aan het wasbakje een kattenwasje. Ondergoed omdraaien gaat me toch wat te ver, dus dat wordt wel elke dag ververst 😉 . ’s Avonds lekker muziekje uit de iPhone, gratis via-via-via-(s)linkjes opgenomen door Hans 😉 en die muziek is heerlijk: Coldplay (denk ik altijd aan mijn lieve dochter Maartje met wie ik samen een concert van hen heb bezocht), Mr. Probs (moet ik altijd even aan Agnes denken), Marco Borsato (denk ik aan Jolanda, mn oude buurvrouw en super trouwe vriendin <3 ), Sandy Posey zit nog niet in het repertoire (zussie Sonja) en zo heeft bijna elk lied wel een speciale herinnering, maar het meeste denk ik aan mijn kinderen. Hoe het met ze gaat, zijn ze happy met wat ze doen? En zo mijmer ik wat af… De muziek is de muziek waar we beiden van houden. Ja klopt: ook een lekker drankje hoort er bij!

Zeilen is ook: niet weken van te voren plannen waar we op welke dag naar toe zeilen, maar dit een dag van te voren doen en: of we wel gaan zeilen of weer een lekker dagje een stadje of omgeving gaan verkennen.

Om niet elke dag de supermarkten te moeten afstruinen is het toch wel van belang dat ik voor een ruim aantal dagen proviand in huis haal, uuhh in de boot haal 😉 . Helaas is door de blessure van Hans mijn start-voorraadje groenten ‘uitgerekt’ van een week tot anderhalve week en ach… laat de witlof dit nu niet overleefd hebben! Het leek wel of er een uitheems knaagdiertje in de groentemand had huisgehouden. Afgevreten blad. Het spul dreef in het afvalvocht en rook zurig en voelde klef aan. Dapper als ik me voordeed, haalde ik de lelijke bladen er af in de volle overtuiging dat we er toch nog wel iets van zouden kunnen eten, maar helaas…

Een ander experiment heeft wel de proef doorstaan: hoe lang houdt een aardappel het uit wanneer het aan boord in een mandje blijft liggen? Ik kan je zeggen: meer dan een jaar! Lange uitschieters met kleine groene blaadjes, een toch enigszins verschrompeld velletje, maar niet eens sponzig aanvoelend 😀 Kijk maar eens goed naar de foto. Wat kan een mens hier van leren? Dat je niet alles direct in het vuilnisvat hoeft te kieperen, maar spaarzaam kunt omgaan met de energie die je tot je beschikking hebt. Ik heb het nog niet uitgeprobeerd met 40 Gamba’s… die hebben het in de koelkast niet langer dan een uur uitgehouden: ze zijn op de klanken van Zuid-Amerikaanse muziek samen met 8 tenen knoflook in onze magen verdwenen 😀

Morgen naar Boulogne!! Tjuuss!!!

Translate »