februari 2017

Atlantische Oceaan, het hele verhaal

 

 

 

 

1 januari 2017
Oversteek atlantische oceaan van Kaap Verdie naar St Lucia: 2112 nm in 18 dagen en 6 uur
“We vertrekken over een kwartiertje!”, roep ik naar de Gwelan. “Wij ook!! ‘Bon Voyage!!”, roept kapitein Pouwel terug en steekt zijn hand op. “Ja-Ja!! Jullie ook!!” Ik klim aan boord waar Hans de motor al heeft gestart.
“Ben je er klaar voor?”, vraagt Hans opgetogen. “Ja hoor”, zeg ik grinnikend. “Even huggen dan!”, zegt hij en staat met open armen naar mij gericht en daar kruip in graag in!
“Daar gaan we dan schat! Hierop hebben we ons al die jaren voorbereid! Gaan we het redden?”, vraagt hij met een groot vraagteken in zijn stem. “Tuurlijk!”, zeg ik en voel nu pas de spanning voor het moment dat de trossen echt los gaan. “Volgens mij maakt het jou allemaal niet veel uit hé? Jij bent zo’n koele kikker!” Ik lach maar wat. Vanaf het eerste moment dat duidelijk werd dat deze dag er aan zou komen, heb ik me afgevraagd of het wel verstandig is om te gaan; afgevraagd of ik niet onverantwoord bezig was: wat als we ons in een ongeluk storten en onze kinderen alleen achter laten? Wat doen we ze aan om ze zolang in onwetendheid te laten hoe het met ons gaat daar op die grote waterplas; hoe moet het verder nu ik geen baan meer heb? Hoe lukt het samen, nu we elkaar nog maar zo kort kennen en pas sinds ons vertrek uit Nederland bij elkaar wonen?
Samenwonen onder deze omstandigheden hier op Isabella, geeft al genoeg opwinding. Moet er dan ook nog eens de opwinding van de Atlantische oversteek bij? Zoals ik bij het afscheid nemen van mijn prachtige baan al zei: het is niet alleen de wereld ontdekken, maar zeker ook ‘mijn onbekende ik’. Iets in mij zegt dat ik dit moet doen, maar vraag me niet wat dat ‘iets’ dan is. Ik weet het zelf ook niet. Eenmaal de trossen los is daar het volle besef: we gaan door!! We zijn los van de wal. We gaan de Atlantische oceaan oversteken! Opeens ben ik me totaal bewust van mijn lijf, dat ik hier nu op Isabella sta en het schip los is van de veilige haven. Een nieuwsgierige opwinding maakt zich van mij meester. Dat ik dit mag meemaken! Het voelt alsof ik een barre tocht voor de boeg heb. Een tocht naar een vreselijke oord waar het guur en koud is, een soort van Zuidpool gebied met harde wind en sneeuw. We moeten er heen om het leven van duizenden mensen te redden. Als we dit niet doen, is alles verloren. En door deze emoties heen, is er de overtuiging dat we het gaan redden!! Zo’n soort gevoel is het. Vanaf dat moment sta ik aan de andere kant van de lijn. Besef ik dat ik een van de weinige ben die met een zeilschip de Atlantische oceaan oversteekt en het voelt aan als ‘uniek’.
We hebben nog internet verbinding en we versturen de voorlopig laatste appjes naar onze kinderen. Straks hebben we drie weken geen internet! Dat wordt afkicken! 🙂 De eerste avond valt en begint het wachtlopen. Drie uur op – en drie uur af. Dat is heavy!

Na een redelijk rustige eerste nacht roepen we de volgende ochtend per marifoon de Gwelan op en wisselen we wat feitjes uit over de wind en de zeilvoering. Hoewel we beide dezelfde bestemming hebben, koersen zij toch net even anders dan wij. Dat maakt ons nieuwsgierig; want welke overweging en conclusie gaat vooraf aan het veranderen van de zeilvoering? Heeft deze nieuwsgierigheid te maken met onze beperkte ervaring rondom het trimmen van de zeilen? Dat blijkt wanneer we van de Gwelan de tip krijgen om met deze noord-oosten wind waarbij de koers naar het westen ligt, het grootzeil naar bakboord te plaatsen en de genua uit te bomen naar stuurboord. Opeens zeilen we ruim een knoop meer!! Dit is leuk! We spreken een tijd af om elkaar de volgende ochtend weer te contacten en niet verder dan 5 mijl van elkaar verwijderd te blijven. Deze dag hebben we 145NM afgelegd! Wow!

 

De plotter (AIS) toont aan dat er in de verste verte geen andere schepen te bekennen zijn. De zon laat zich ook al niet zien. Dikke bewolking vaart met ons mee en dat is jammer, want dan blijft de productie van de zonnepanelen te laag.
We proberen het weerbericht van Zygrib op te halen, maar het bestand krijgen we niet goed open. Dat is balen met zo’n lange tocht voor de boeg! We raadplegen Gwelan en volgens hen voorspelt Zygrip een windstilte gebied. We besluiten meer naar het zuiden te koersen om de weinige wind die er is nog op te vangen en ruimen de uitgeboomde genua op. De boom heeft bij deze koers geen functie meer. We starten de motor en rollen de genua in. Hans gaat naar het voorschip, wat een hele toer is met de enorme swell die er staat. Ondertussen blijven mijn ogen op hem gericht en op de metertjes van de motor. Ik kijk met verbazing naar de temperatuurmeter… Dit kan niet waar zijn! Zeg dat het niet waar is!! En toch is het zo!
“Schat!! De temperatuur van de motor loopt op!! Hij is oververhit! Kom eens snel kijken!”
Hans snelt zo vlug hij kan van de punt naar de kuip en ziet het ook. “Zet de motor uit!” roept hij. Dat had ik natuurlijk direct moeten doen, nou ja.. het scheelt een paar seconden maar toch.. Hans tilt het motorluik op en er stijgen warme dieseldampen omhoog. Hij checkt het waterreservoir en er lijkt niets verbruikt te zijn. “Start de motor nog eens!”. Ik start de motor en hoor geen water uit de uitlaat komen. Nee hè!! Niet weer motorpech op zee!! Tja… waar anders ook eigenlijk… Het onheilspellende geluid van een droge motor belooft niet veel goeds. Hans checkt alles wat hij maar bedenken kan, maar vindt de oorzaak niet. De swell zorgt voor teveel onbalans om door te gaan met zoeken waar het probleem ligt. Morgen dan maar… Dit is echt goed waardeloos, want de bewolking houdt aan en de accu’s staan op 12.1 en 12.2! Kennen we dit scenario al niet van de Golf van Biskaje? Vreselijk! Wat doen we eigenlijk hier op die oceaan!! Is er niks leukers? En wie adviseerde ons ook alweer om een generator aan te schaffen of een Silent Wind? Waarom hebben we dat toen niet gedaan??
De verlichting in het binnenschip en de koelkast gaan uit. Nu energie sparen, want de plotter (AIS) en de marifoon moeten het vooral snachts wel blijven doen!
Wanneer de volgende dag blijkt dat de wind en de swell nog steeds niet bereid zijn om te minderen, wordt de reparatie voor de tweede keer met een dag uitgesteld. We roepen de Gwelan op en vertellen van ons probleem. Het kan niet zo zijn dat zij vaart moeten minderen, omdat wij een probleem hebben. De Gwelan denkt mee over wat de oorzaak zou kunnen zijn, maar verder dan waar Hans gekomen was lukt niet. Wierpot, impeller en alles wat maar na te kijken valt is in orde. Ondertussen daalt het energieniveau van de accu’s en wil de bewolking maar niet verdwijnen. Hans besluit om de inlaat van het koelwater te inspecteren. Mogelijk dat daar een plastic zak of iets dergelijks is ingezogen. Een riskante klus, want hiervoor moet hij de oceaan in. Ik bied aan om deze taak op me te nemen, maar daar wil hij niets van horen. Hij heeft mijn kinderen beloofd mij heelhuids thuis te brengen en dat zal hij doen, zegt hij. Bovendien heeft hij deze klus met zijn vorige schepen vaker geklaard en het water is kalm dus zal het nu ook wel gaan. Hij trekt het duikervest aan en we bevestigen er een lifeline aan die ik stevig vast houd: stel je voor dat hij afdrijft! Zonder motor is een reddingsactie bij voorbaat gedoemd te mislukken. Dan daalt hij het trapje af. Gespannen kijk ik hem na en na een paar minuten is hij terug: niets gezien wat op een verstopping duidt. Dat wordt verder zoeken…

Na vijf dagen zijn we de Gwelan uit ons digitale zicht verloren en ook via de marifoon lukt het niet om contact met ze te krijgen. We zetten de satelliettelefoon in om ze te mailen en er achter te komen waar ze zijn.
De accu’s laden nog steeds slecht door de weinige zonnestralen die ons bereiken. Alle elektriciteit vretende apparatuur staat nog steeds uit. Dus ook de koelkast en ja, zelfs de waterpomp gaat uit. Dat wordt met de voet op een pedaaltje trappen om een slokje water uit de kraan te krijgen! Ik ben bezorgd om de bederfelijke etenswaren, maar goed… we hebben genoeg blikvoer, dus we overleven het wel. ‘Nog 15 dagen te gaan…’, denk ik dan maar… In ieder geval hebben we gas en tover ik uit de oven een heerlijke appeltaart. Dit krikt het moraal weer een beetje op. De avonden vallen vroeg en van half zeven avonds tot morgens acht uur leven we met zaklampjes.
Het vermoeden blijft bestaan dat de aanvoerslang van het zeewater verstopt zit. Een duidelijke oorzaak voor het verstopte koelwatersysteem is nog steeds niet gevonden. Dan maar een duidelijke oplossing zoeken!
De dag breekt aan dat de oceaan rustig is en merk ik op dat ik geen anti-zeeziekte-pleister meer draag. Ik ben ‘ingeslingerd’!!! Dat is mooi! Hans duikt het motorruim in om de oplossing die hij vannacht voor het probleem heeft gevonden, uit te voeren. Het is werkelijk een subliem idee! Hij besluit om de afvoerslang van het kuipwater los te koppelen en deze te gebruiken als nieuwe aanvoerslang voor het externe koelsysteem. Afsluiters worden gedicht en de betreffende slangen worden losgekoppeld en met een stop afgesloten. Om de afvoerslang van het kuipwater passend te maken, plaatst Hans een rubber lapje tussen de wierpot en de slang. Het lijkt wel een by-pass operatie waarbij ik de OK-assistente ben. “Tangetje!” – ‘tangetje’- herhaal ik en geef hem de juiste tang aan. “Sleutel 14!!” – ‘sleutel 14’, zeg ik. En zo gaat het door tot de operatie bijna klaar is. Eerst eens kijken of de by-pass functioneert en het ook ‘houdt’!
“Motor starten!” Ik kruip de kuip in en start de motor. We zien dat er grote luchtbellen door de slang naar de motor pruttelen en wachten even of die luchtbellen kleiner worden. Helaas is dat niet het geval en langzaam stopt de motor weer met het opzuigen van het externe koelwater. “Verdikkie!!”, zegt Hans. “Die pijp is natuurlijk wel wat breder dat de originele, kan het niet zo zijn dat ie daardoor minder goed zuigt?”, vraag ik. “Hmm, dat zou best eens kunnen. Geef eens een kannetje water”. Hans kruipt het motorruim weer in en ik geef hem een paar kannen zeewater. De slang en de wierpot zijn nu vol. Snel sluit Hans de deksel van de wierpot en ik start opnieuw de motor. “Hij doet het!!”, roepen we allebei. Jee wat een opluchting en wat een slim idee!! We hebben weer energie!! De watermaker gaat aan en alles waar maar een batterij in zit wordt opgeladen! Pppffff!!! Dat was weer even zweten hier midden op de oceaan!! Nadat alle accu’s zijn opgeladen, zetten we de motor uit en genieten van de stilte!

De dagen sluipen voorbij en even zo snel raken we gewend aan het ritme van de golven. Het went dus nooit. Zeker dat vreselijke geschommel wanneer we ‘melkmeisje’ voeren bij een achterlijke wind. Isabella kraakt en zucht en klinkt alsof er een kudde adipeuze ratten over het dek van bakboord naar stuurboord racen. Zeilen worden getrimd en weer eens veranderd van bakboord naar stuurboord, om daarna opnieuw te worden getrimd enzovoorts. De wind is zo onstabiel als een strohalmpje in een storm. We worden er moe en sacherijnig van. Vooral Hans heeft ‘het’ gedaan natuurlijk en volgens Hans heb ik ‘het’ gedaan uiteraard. Wat we dan verkeerd hebben gedaan is aan het eind van de dag al lang niet meer duidelijk, maar het nare gevoel blijft wel hangen. Tegen zonsondergang schuiven we in de kuip weer dicht naar elkaar toe om van de prachtige wolken te genieten en vergeten de hinderlijke voorvallen. De enorm mooie pasteltinten die elke seconde van positie en veranderen, blijft ons boeien en verwonderen. Het is een schouwspel om nooit meer te vergeten en ja, enigszins verlegen zeggen we zelfs tegen elkaar dat het zo prachtig is, dat we dit zelfs zullen gaan missen! We zijn door elkaar verrast dat we hier hetzelfde over denken. Toch gelukkig weer een overeenkomst gevonden aan het einde van deze dag 😉

 

Inmiddels zijn we meer dan een week op de oceaan en het water is zo kalm en vlak! Het is heerlijk om weer energie te hebben en niet snachts met zaklampjes je thee in te hoeven schenken! Het zit weer allemaal mee en hebben zelfs een familie dolfijnen gezien en een kleine walvis, een griend. Als het mee zit, zijn we nu op de helft. Als er nog een windstilte valt, zijn we nog lang niet op de helft van de tijd dat de overtocht duurt.
De dagen worden eentonig en we vragen ons af wat zeilers bezielt om deze tocht voor een tweede keer te maken. Er is niets, maar dan ook niets te zien aan zeiltjes of logge strepen aan de horizon die het begin zijn van wat later zal blijken, olietankers of vrachtschepen. Maar dan toch op een late avond zien we op de plotter / AIS het vrachtschip Ocean Libre en om contact te maken met een medemens roept Hans het schip op en vraagt naar de weather forecast. Met een Indisch accent beantwoordt de schepeling ’Everything is good!!’ We kijken elkaar aan. Dat is een vreemd antwoord! En opnieuw stelt Hans de vraag hoe het weer voor de komende 24 uur er uit ziet. “Yezzz… everything is goooddd”, antwoordt de schepeling weer. “Where you from?”, vraagt hij dan. Enthousiast vertellen we dat we Nederlanders zijn, trots als we zijn dat we helemaal daarvandaan nu hier op deze grote plas dobberen. Kennelijk vindt de schepeling dit ook en vraagt wat wij hier op deze plas dan doen. We kijken elkaar aan en lezen onze blikken en weten dat we hetzelfde denken. Vanwege zijn trage manier van spreken en zijn opdringerige vragen vinden we het een verdacht persoon daar aan de andere kant van de lijn. “We zetten de AIS uit! En doe jij het toplicht uit!”, zegt Hans. Nadat we ons ‘onzichtbaar’ hebben gemaakt komt de stem weer via de marifoon de donkere kajuit van Isabella binnen: “Izzabellllaaa!!!! Arrree you there??”, vraagt de stem. “I want tot talk with yououou!!” We zwijgen en zijn gespannen. De piratenverhalen dringen zich aan ons op. Het blijft stil en voorzichtig kijken we naar buiten en zien we langzaam aan de lichten van de tanker dat hij zich van ons verwijderd. “Waarschijnlijk was het gewoon een matroos die de wacht heeft en een praatje wil maken”, zeg ik, denkend aan mijn werkzame tijd en ik snachts wacht had. “Ik heb niet het idee dat een tanker een zeilbootje zal kapen. We lachen om onze spookgedachten. Kennelijk slaat de kolder toe, zo na al die dagen alleen op de oceaan! We zetten de plotter weer aan en de eerste van ons twee gaat slapen.

 

Er is bijna geen wind en geen zon! Het is weer droevig gesteld zo zonder energie en zetten de motor aan om de accu’s op te laden. Dan zien we alweer een ongewoon beeld. Het is heerlijk om afleiding te hebben door iets ongewoons op het water te zien. Is het een drijvende schedel? We komen dichterbij en zien dat het een verloren ankerbal van een visser is. We hengelen het ding op, blij dat we toch iets aan de haak hebben geslagen, want aan de vishengel wil maar niets bijten.
Elke dag wordt het warmer en het water blauwer. De golven blijken te bestaan uit golfjes, die op zich weer zo rimpelig zijn als de huid van een vrouw van plus tachtig jaar oud. Het is prachtig om elk golfje te volgen en te zien dat het verdwijnt in de grote massa. Net mensen in een grote stad. Mijn gedachten nemen een vlucht…
Er zijn zeilers die tijdens deze oversteek in paniek raken: de grote watervlakte maakt ze angstig. Ze krijgen een omgekeerde claustrofobie, namelijk agorafobie. De enorm grote oppervlakte maakt ze angstig. Sommige raken psychotisch, stappen over boord en willen terug naar huis. Anderen, met enorme zeeziekte willen maar één ding en dat is zo snel mogelijk voet aan wal zetten, dan is die ziekte voorbij. Vreselijke aandoeningen die een groot beroep doen op de medezeilers. Met mij is er iets anders aan de hand. Ik ben het beu om elke dag en nacht te moeten nadenken over het trimmen van de zeilen, afwassen, onderbroeken wassen en koken. Het trimmen laat ik aan Hans over en voer opdrachten uit. Die opdrachten voer ik niet altijd goed uit en word dan kribbig. Ik denk aan mijn hersenen die nu niet meer geoefend blijven met vragen over medicatie, welk receptje er moet worden uitgeschreven, welke therapie en hoe zal ik mijn collega coachen in het omgaan met dat onbegrepen gedrag van die bewoner? Ik mis het. Ik voel me nutteloos en waardeloos. Afgeschreven. De kwaliteit van mijn brein holt achteruit. Ik voel me als een labiele kraamvrouw op haar derde dag na de bevalling. Om het minste of geringste raak ik in een dip met een traan. Hans is ook niet echt gezellig meer en we zitten elkaar behoorlijk in de weg. “Ik vind dit zó geestdodend”, zeg ik; “Niets ben ik meer. Ik ben alleen nog maar goed om koffie te zetten, af te wassen en brood bakken lukt ook al niet. Ik doe niets meer met mijn hersenen! Dat vind ik zo erg!!”, klaag ik. “Ik wil mijn oude baan terug. Daar betekende ik wat, daar was ik blij en vrij, daar kon ik lachen. Wat valt er hier te lachen? Er is alleen maar water!! Niet eens een grote familie dolfijnen!!” klaag ik maar door. Hans herkent de gevoelens van de periode na de verkoop van zijn zaak en de tijd erna leeg was. Hij troost en zegt dat ik me dan nog meer op mijn website moet storten, want dat vind ik wel leuk. Ja, dat vind ik inderdaad erg leuk en geeft voor dit moment wel wat afleiding en troost. Toch blijft het knagen… Om er maar wat pittigs tegenover te stellen maak ik een heerlijke nasi met satésaus. Dat smaakt gelukkig!

 

 

Op het midden van de Atlantische oceaan worden we verrast door een prachtige witte vogel met een pijlstaart. Wat doet die hier zo ver weg uit de kust? Ze vliegt om de mast en lijkt ons te observeren. De vogel lijkt wel van plastic! “Het is een drone!”, zeg ik tegen Hans om toch nog wat spanning in het geheel te brengen. Hij gelooft me niet en gelijk heeft ie. De vogel bekijkt Isabella van alle kanten en opeens is ze verdwenen om even later met een maatje terug te komen. Ze vliegen snel en scheren langs de verstagingen om daarna pijlsnel een andere kant op te vliegen. Het is een mooie afleiding om die twee te zien en nog mooier wordt het wanneer er nog twee anderen bijkomen. Vier van deze wonderlijke exemplaren! Ik moet toch eens opzoeken hoe deze vogelsoort heet!

We lopen alleen nog maar in ons ondergoed, want meer kleding is gewoonweg te warm. We grappen dat het maar goed is dat er geen opstapper aan boord is voor deze overtocht. Je kunt dan toch niet zo makkelijk in de blootje lopen. De gesprekken blijven gaan over zeilvoering en zeilvoering en over ‘jij en ik’. Ik ben een wroeter en wil weten hoe onze relatie in elkaar zit, welke toekomst we hebben en hoe die er nu uit ziet, omdat het soms zo veranderd. Het is een dom onderwerp zo midden op de oceaan en Hans zegt dit ook. Ik heb geen afleiding en mijn rem is kwijt. Ik ga door met vragen stellen die me al langer bezig houden. Verhalen over vroeger komen los, van hem en mij. Toekomstbeelden worden gebouwd en weer afgebroken, omdat de ander er zich niet in kan vinden. Ik word er ziek van en duik maar weer de keuken in. Dat is voor nu mijn domein. Het voelt niet echt alsof ik een topbaan heb, en dwing mezelf naar de mooie kant van dit bestaan te kijken. Dat lukt alweer wanneer we samen voor de hoeveelste keer naar de zonsondergang kijken. Deze keer met een enorm groot kleed van gekleurde schaapjeswolken. Wat een droom!! Wat is dit geweldig mooi!!

Alle oude NRC’s die er nog lagen zijn uitgelezen en over boord gekiept. We storten ons nu op de e-reader en halen met de iridium satelliettelefoon de emails op. De weerberichten die we van Leo krijgen zijn super!! Goede wind is voorspeld en het lijkt er op dat we nog maar een paar dagen hebben te gaan.

Al dertien dagen op de oceaan en nog steeds kan ik verse groente op tafel zetten. Nou ja, op tafel… het zijn weer de bekende hondenbakken waar we uit eten, maar dat mag de pret niet drukken. Vandaag eten we rode bieten salade met gebakken aardappelen en het smaakt heerlijk!! De wind trekt weer aan en we zeilen een mooie koers naar St. Lucia: recht op ons doel af! De motor staat al een poos in stilstand. Wat een rust!
Hans krijgt last van de schouder die hij in een grijs verleden eens heeft gebroken. Het is erg pijnlijk en hij kan er aan dek niets meer mee doen. Schoten binnenhalen lukt amper en met de lierhendel werken is ook teveel gevraagd. Zijn arm gaat in een mitella en ik neem de zware taken van hem over wat me zwaar valt. Midden in de nacht worden we plotseling overvallen door een squall en kruip ik van mijn slaapplekje op de bank in mn ondergoedje naar de kuip om Hans te helpen. Het is aarde donker, maar we zien nog net dat witte schuimende golven zich tegen de boeg aan willen plakken. Het lijkt of we op de filmset van ‘All Is Lost’ drijven. De wind giert om de mast en de verstagingen en het schip hangt schuin, botst tegen de harde golven in. We zien 7.9 knopen op de plotter en Isabella blijft wonderwel ongedeerd overeind liggen! Zelfs geen golf die kans ziet om de kuip in te duiken. Wat een geweldig schip hebben we! Geen enkel moment voel ik me onveilig en zeker niet omdat Hans precies weet wat we moeten doen.

 

 

De warmte neemt toe en zelfs snachts is het vaak ondragelijk warm! Mogelijk dat dit een goede invloed heeft op de schouder van Hans, want het gaat wat beter. Hij rust goed, hoewel dat tegen zijn natuur in druist. Hij leest als een waanzinnige zoveel en ik maak de vlag van St. Lucia, zorg voor het eten en poets af en toe de wc. De swell blijft en verandert van korte golven naar lange uitgestrekte brede banen. Het is een wellust voor het oog hoe verschillend de golven en de wolken hier op de oceaan zijn!! We krijgen er geen genoeg van en herhalen elke dag weer hoe bijzonder en mooi dit spektakel is!

 

 

 

Zelfs het onheilspellende avondrood is prachtig. En dat het onheilspellend is, blijkt de laatste paar dagen! Elke dag en nacht volgen squalls elkaar op. Regen en laaghangende bewolking met enorme windvlagen die je haren recht overeind zetten en we raken oververmoeid! Koken wordt steeds lastiger en dus ook gevaarlijker om achter het fornuis te staan. Hans neem genoegen met Nescafe. Dat scheelt enorm! Geen kannetje koffie met de hand meer zetten, maar water koken en het over de poeder schenken. Hij vindt het nog lekker ook! Ook komen de blikken van de Aldi tevoorschijn: Toscaanse bonenschotel, Mexicaanse bonenschotel, Chili con Carne! Allemaal heel gemakkelijk. Voor de vitaminen roer ik de laatste paprika’s er doorheen. Dat geeft me toch het ‘goed voor m’n volkje zorgen’-gevoel 🙂

Ik heb het idee dat we dichter bij de kust komen. Er landen twee prachtige vogels op de zonnepanelen. Daar rusten ze een volle nacht en een ochtend uit. Volgens Google zijn het Roodpootgenten. De naam van die prachtige witte vogels van een paar dagen geleden heb ik niet kunnen vinden.

Dan glijden we de laatste volle vierentwintig uur op de oceaan binnen. “Land in zicht!!”, roep ik met een brok in mijn keel!! Wil ik dit wel? wil ik wel dat er een einde komt aan dit machtige avontuur? De eindeloosheid, de verlatenheid, de eenzaamheid en de schoonheid van de natuur zo dichtbij! Wil ik wel dat dit morgen is beëindigd? Nee, ik wil dit niet, maar kan het niet stoppen. Er komt een einde aan… helaas..

Ik zeg tegen Hans dat hij het zo goed heeft gedaan en trots ben op hem. In zijn bijzijn ben ik nooit 1 moment bang geweest! Ik zeg hem hoeveel ik van hem hou. Hij kijkt verbaast en zegt hij dat hij bang was dat ik niet meer van hem zou houden en dat heel erg zou vinden! Gek toch dat we zo aan elkaar verknocht zijn en toch ook bang zijn elkaar te verliezen, maar mogelijk juist wel daarom. We hebben het gered! We zijn samen met Isabella de Atlantische oceaan overgevaren! Wat een reusachtig fantastische ervaring!!

 

 

Translate »