maart 2017

Cajun Hash Browns

Cajun Hash Browns
Recept Afdrukken
alweer geen fotootje, maar het gaat om het recept en dat is smullen geblazen!
Porties Prep Tijd
2 personen 20 minuten
Kook Tijd
30 minuten
Porties Prep Tijd
2 personen 20 minuten
Kook Tijd
30 minuten
Cajun Hash Browns
Recept Afdrukken
alweer geen fotootje, maar het gaat om het recept en dat is smullen geblazen!
Porties Prep Tijd
2 personen 20 minuten
Kook Tijd
30 minuten
Porties Prep Tijd
2 personen 20 minuten
Kook Tijd
30 minuten
Ingrediënten
Porties: personen
Instructies
  1. Bereiding Cajun Hash Browns Oven voorverwarmen op 180 °C. Bak de worstjes rondom bruin, leg deze daarna op een stukje keukenpapier. Rasp de aardappels met schil. Verhit een beetje olie en boter in de pan en bak de aardappelrasp. Pel en snipper de ui. Snijd de paprika en de bleekselderij in blokjes. Voeg de ui, paprika en bleekselderij toe. Snijd de worst in stukjes en voeg toe. Voeg de cajunkruiden toe en doe de inhoud van de pan in een ovenschaal. Breek de eieren in de ovenschaal op de hash brown en zet deze circa 20 minuten in de oven tot de eieren gestold zijn. Bereidingswijze Cajunsaus: Verhit een scheutje olie in een pan en voeg de bloem toe. Laat de bloem garen tot deze bruin is en naar nootjes ruikt. Pel en hak de knoflook fijn. Pel en snipper de ui. Voeg de knoflook, ui en de cajunkruiden toe aan de roux. Blus af met de azijn. Voeg de tomatenketchup en de stroop toe. Snijd de peterselie fijn en strooi over de cajun hash browns. Serveer de saus bij de cajun cash browns en lik je vingers na afloop af!

St Maarten & Mooi Saba, Saba….

Als St Maarten in zicht is, hangt Hans de tė grote vlaggen van Brabant en Boxtel op. Ze wapperen vrolijk heen en weer wanneer we Simpson bay binnenlopen en kijken uit naar de bemanning van Blue Spirit, de Boxtelse zeilers die in 2015 zijn vertrokken.

 

 

 

We gooien het anker uit en kijken eens om ons heen. Na een klein uurtje zien we over de knokige golven een dinghy dichterbij komen en zit Brigit uitbundig te zwaaien. “HOI!!”, klinkt het in koor. Het weerzien is warm en het besef dat we nu echt weer met elkaar aan tafel zitten, voelt een tikje ongeloofwaardig. Brigit had de bubbels al koud staan en we kletsen er op los.

 

 

Er worden plannen gemaakt en hebben reuze veel zin om de komende tijd elkaar weer vaker te zien. Een mooie toeval is dat René een bb-motor van 6pk te koop heeft. Precies goed genoeg voor onze kleine dinghy. Die nemen we van hem over! En dan eerst St. Maarten verkennen en dat begint al goed met de regatta! Temidden van talrijke zeilschepen, zeilen we vanaf Simpson bay richting Marigot bay.

 

We hebben een week ‘eiland verkennen’ voor de boeg, samen met de dochter van Hans en haar verloofde. Het belooft een echte ‘verwenweek van papa’ voor Barbara te worden. Als het jonge verliefde stel aan boord komt, is binnen een half uur duidelijk dat de een nog zieker van de deining wordt dan de andere. We besluiten Isabella te verplaatsen naar Marigot-Lagoon. Een bijna overvolle lagoon die (zeil)schepen aardig beschut tegen swell en andere vervelende deiningen. En wie ligt daar ook? Ja! De Gwelan! Dat is gezellig! De ‘agenda’, die we anders zo verfoeien, lijkt weer bijna volgeboekt met leuke afspraakjes!

Barbara is deze week onze reisleidster en heeft voor elke dag een autoroute uitgezet. We bezoeken het franse gedeelte en het Nederlandse gedeelte en we moeten eerlijke bekennen dat we het franse gedeelte toch leuker vinden. Authentiek, vriendelijke mensen, stukken goedkoper dan het Nederlandse gedeelte en: heerlijk brood!!

We kopen stokbroodjes met franse kaas en wat lekkere drankjes om dit tussen de middag op een van de witte strandjes te verschalken. De baaitjes van St. Maarten zijn naar mijn idee wel allemaal identiek en zorgt voor een algemeen beeld cq herinnering aan dit eiland. Of zou dat komen omdat we de baaitjes vanaf de wal hebben bekeken? Hans geniet in ieder geval van het weerzien met zijn dochter en ik kan me zo goed voorstellen dat dit heerlijk moet zijn!! Wat zou ik graag een van mijn kinderen in mijn armen sluiten!! Maar ik moet nog even wachten en dan eindelijk na 8 maanden mag ik ook!! Aftellen dus…

 

Het is een heerlijke week met op één na, elke avond een ander restaurantje. Verwennerij dus ook voor mij! We verwonderen ons over hoe het jonge stel zo intens gelukkig met elkaar optrekt en zijn heel blij voor ze. Dit tortelduivenkoppeltje gaat het zeker héél lang redden met elkaar.

En dan is deze week alweer bijna voorbij. We rijden nog even naar het smalle strookje strand waar vliegtuigen rakelings over de hoofden van badgasten scheren, om 25 meter verderop te landen. Het is een waar spektakel! Ik kan er als vliegtuigfreak geen genoeg van krijgen en ben al snel m’n drie reisgenoten van deze week kwijt. Of liever gezegd: ik heb geen oog meer voor ze. Dit is fantastisch! Het jagende geluid, de snelheid van de planes en de luchtverplaatsing waarvoor iedereen middels grote borden wordt gewaarschuwd vanwege het gevaar dat je omver wordt geblazen! Iets in mij zegt dat ik hier toch niet een uur kan blijven kwijlen en ga op zoek naar de anderen. En dan is het de volgende dag alweer tijd om afscheid te nemen en zwaaien we ze op het vliegveld uit. Tot over een poosje weer! Tot over twee en halve maand!

Hieronder een YouTube filmpje van het strand bij het vliegveld

https://www.youtube.com/watch?v=SVk0ZTIC1L4

 

We hebben nog een paar dagen tegoed op St. Maarten en bezoeken de Gwelan en Blue Spirit. Ondanks alle gezelligheid moeten we opnieuw afscheid van elkaar nemen. Zoals eerder gezegd: ieder scheepje vaart zijn eigen koers. Dit klinkt en voelt wat eenzaam en verlaten, maar zo is het zeilersleven: je bent en blijft op jezelf en daar kies je ook voor. Het past bij je. Het is ook daarom zo belangrijk dat je het samen aan boord goed met elkaar kunt vinden. Dat je naast passie voor elkaar ook passie voelt met elkaar voor het zeilen, het samen onderweg zijn.
Blue Spirit besluit om eerst de baaitjes van St. Maarten vanuit het water te verkennen alvorens door te zeilen naar andere prachtige eilanden. Gwelan wil liever geen hoogte verliezen en besluit richting Antiqua te koersen. Gelukkig zijn Hans en ik het met elkaar eens: Saba MOETEN we gezien hebben! Het voelt zoals het gezegde ons vertelt: eerst Rome zien en dan sterven.

 

SABA!

Ik neem contact op met mijn zeer gewaarde oud collega Roy. Hij en zijn vriendin wonen sinds een klein jaar op Saba om de functie van verpleegkundig specialist ggz te implementeren. Super leuk om hier in de Carieb een oud top collega te treffen! Na wat appjes heen en weer komt Roy op het goeie idee om naar St. Maarten te vliegen en samen naar Saba te zeilen. Zo gezegd zo gedaan en het is op een zondagochtend half acht dat ik met Dirk (onze dinghy) door het haventje scheur om Roy en Aleksandra op te halen. Wat een leuk weerzien! Wie had dit ooit gedacht toen hij jaren terug op de gesloten opname afdeling een casus kwam bespreken?
De zeiltocht naar Saba begint, en ook al zien we Saba al liggen, het zal nog zeker 6 uur zeilen zijn voordat we voet aan land kunnen zetten. En die zes uur is net even te lang voor Aleksandra. Ook zij is niet bestand tegen het deinen en zoekt de rust op het achterdek waar ze de hele tocht als een ziek vogeltje toch een beetje geniet van Roy die op een zeilschip helemaal in zijn element is.

Saba komt dichterbij en lijkt eerst nog op een grijze slagroomtoef die zo uit de oceaan rijst. Het is dus waar: veel oppervlakte vanwege de hoogte, maar qua omtrek niet zo groot. Wanneer we de kleuren van Saba kunnen herkennen word ik blij verrast door de groet van de Roodsnavel Keerkringsvogels. Een viertal vliegt op ons af en daar is het ijle kreetje weer dat ik van ze opving temidden van de Atlantische oceaan! Wat een prachtige vogels en wat een mooie ontmoeting weer! Hier nestelen ze dus! Wow! Ik geniet!

 

De zee rond Saba is onrustig en Hans heeft zijn huiswerk alweer goed gedaan: we gaan ankeren bij Ladderbay. Daar is het water het meest rustig. Maar eerst Roy en Aleksandra aan wal zetten en leggen aan in het kleine haventje. De zee is immers te ruw om met Dirk naar de wal te tuffen.
We varen door naar Ladderbay, een klein stukje van hooguit tien minuten, dat bij het haventje ‘om de hoek’ ligt. Het verschil in deining is direct merkbaar en voelt beter aan. Eten koken in een schommel heb ik namelijk voorlopig wel gehad. Ladderbay is mooi! Geen glooiende gele stranden, maar direct uit het water rijst de met diverse groene planten en bomen beklede klif van Saba op. We pakken een mooring en liggen zo vast als een huis.
Met de laatste minuten van provider Chippie brengen we onze kinderen op de hoogte waar we zijn en spreken met Roy af dat we morgen naar de wal komen. Maar daar steekt de wind een stokje voor. Het is niet langer rustig in Ladderbay en na een nacht als sjoelschijven in ons bed te hebben gegleden en bij controle op het dek in de maanloze nacht niets bijzonders te hebben gezien, ziet Hans bij de eerste zonnestralen dat Isabella toch is verplaatst. Hij kijkt nog eens en ziet dat het niet Isabella is, maar onze ‘buurman’. Een ongeveer even groot zeilschip als Isabella is van de mooring los en drijft af richting de rosten. “Elise kom eens kijken!”, roept Hans luid boven de wind uit. “Kijk daar eens! Dat schip is los en er is niemand aan boord!”
“Laten we de dinghy pakken en er naar toe gaan!”, roep ik naar Hans. “Dan trekken we haar terug naar de mooring!”
“Dat is een zinloze actie lief, wij met onze dinghy in deze golven met deze wind! Zie je het al voor je? Dat wordt een gevecht dat wil je niet weten! Dat gaan we verliezen!” stelt hij beslist. “Nee lief, we brengen onszelf niet in gevaar!”
Ik weet dat hij gelijk heeft, maar het is zó’n triest gezicht om het schip richting haar ‘dood’ te zien afdrijven. Snel nemen we via VHF16 met de marifoon contact op met de havenmeester, de marine patrol en alle ‘belangrijke figuren’ waarvan we vermoeden dat ze iets voor het schip kunnen betekenen. Maar aan de andere kant van de lijn blijft het stil. Niemand reageert. Hans blijft proberen en we horen dat een ander zeilschip dat ook aan een mooring ligt, ook contact probeert te krijgen met bepaalde instanties. En dan komt er eindelijk een stem vanaf Saba-site, maar het is te laat. De mast van het schip klingelt, het schip slaat heen en weer en de eerste krakende en zuchtende geluiden van de aanraking met de rotswand bereiken ons. Dit wil je als eigenaar niet meemaken! Waar is die eigenaar eigenlijk? Laat je zomaar in dit weer je schip voor een paar dagen alleen achter? Kennelijk wel en we kunnen het ons ook voorstellen, want twee dagen eerder was het nog rustig. Maar hoe kan het schip zijn losgeraakt? Het zijn nieuwe moorings! Hans pakt de verrekijker en ziet op de boeg twee losse landvasten bungelen. De eigenaar heeft het schip met landvasten aan de mooring bevestigd en door het schavielen zijn de landvasten doorgesleten. Kapot, los, weg.
En dan zijn er de Amerikanen van de catamaran verderop die kennelijk nu ook wakker zijn en het schip zien liggen. Ook zij nemen via VHF16 contact op met eventuele ‘redders’. We stellen ze op de hoogte dat dit al is gebeurd. Met hun veel stevigere dinghy varen ze richting het schip, maar komen onverrichte zaken terug: geen redden meer aan.

 

Na ruim een uur komen er hulptroepen in de vorm van twee vissersbootjes, maar kunnen niets doen. Hoge golven slaat het schip heen en weer, kantelt het schip en draait het schip als een tolletje om haar as. Dan ligt het schip met de boeg naar de zee gekeerd en lijkt ze zich met elke krachtige golf verder de rotswand in te boren.
De Marine patrol neemt ook een kijkje. Kennelijk smeden ze met elkaar een reddingsactie en na nog meer verstreken tijd worden er twee lijnen aan het schip vastgebonden. Een aan de boeg en een aan de mast. De twee bootjes gaan ieder een kant op. Op het dek van het schip zien we twee figuurtjes staan. Wat zijn die van plan? De bootjes beginnen te trekken en te trekken. Het schip ligt behoorlijk schuin en lijkt van de rotsen los te komen Een kleine ruk zal het van haar plaats trekken. Dan plots knapt met een harde knal het voorste touw kapot. Het schip slingert terug en de figuurtjes verliezen hun evenwicht en glijden van het schip de zee in. OOHH!!! Wat een ramp!!! Vreselijk om te zien! Twee koppies komen boven water. Ze zijn in orde zo te zien. De vissersbootjes ondernemen geen tweede poging.
Ondertussen maak ik foto’s en filmpjes van dit vreselijke schouwspel. Wie weet kunnen we daar later de eigenaar mee van dienst zijn. Hans vat het idee op om de foto’s en filmpjes op een USB te zetten om het later aan te bieden. Hij roept een van de redders en de Marine patrol met jonge dame in blauw poloshirt vaart op ons af. Hij vertelt ze van de USB en vraagt of ze voor ons internet kan regelen, omdat we onze kinderen op de hoogte willen brengen dat met ons alles oké is. Hans schrijft een kort briefje met daarin het aanbod, het verzoek, onze telefoonnummers van deze regio en de naam van onze website. Hans gooit het kokertje richting jonge dame die het kokertje met briefje uit de zee vist. De USB geven we nog niet mee, omdat we niet willen dat die in verkeerde handen valt, bijvoorbeeld van de pers. We hopen de eigenaar zelf te ontmoeten.
De dag is voorbij en het schip ligt onveranderd tegen de rotswand geplakt. De vallen klingelen tegen de mast en zorgt er voor dat we regelmatig herinnerd worden aan haar aanwezigheid. Wanneer de nacht invalt zien we een klein lichtje branden op de plaats waar het geklingel vandaan komt. Het is het ankerlicht. Hoe wrang…

Hieronder een filmpje van het schip:

https://www.youtube.com/watch?v=ELGjBhxP0EY

 

 

Hans durft het aan om Isabella te verlaten en twee dagen lang Saba te verkennen. De zee is rustiger en onze mooring houdt het goed. Gekleed in enkel bikini en zwembroek stappen we met onze waterdichte bagage in Dirk. Op naar de wal! Bij de ‘hoek’ van Saba, tussen Ladderbay en de haven lijkt het of we ons hebben vergist. Hoge golven klotsen over de punt van Dirk en vult dit kleine rubberen bootje. Al snel staat er meer dan 15 cm water in Dirk en ik durf niet meer vooruit te kijken om te zien hoe nog meer golven trachten ons tot zinken te brengen. Met ingehouden kermen zit ik voorover gebogen te bedenken hoe ik m’n vege lijf moet redden wanneer we met Dirk voor de tweede keer over de kop zullen slaan.
“We zijn er bijna lief, nog 100 meter!” roept Hans geruststellend en herhaalt dit zinnetje na 10 minuten nog eens. Ik ken hem. Altijd optimistisch!
Aan wal kom ik tot besef dat we het wel hebben gered. Wat een onderneming hier om aan wal van ‘The Unspoiled Queen’ te komen! Vandaar dat ze nog ‘Unspoiled’ is, Saba. Zeilers met minder suïcidale neigingen slaan Saba over.

 

Na een telefoontje komt Roy ons ophalen en rijden we over ‘The Road’. De weg die volgens Nederland ondenkbaar was om aan te leggen en waarvan Saba zei: dit gaan we toch doen! The Road verving ‘The Ladder’, de meer dan 800 treden tellende trap in Ladderbay waar vroeger de voorraden werden aangesleept. The Road slingert met vlijmscherpe haarspeldbochten door het gebergte en je moet van goeie huize komen wil je hier zonder deuken of krassen doorheen rijden. Het verhaal gaat dat locals The Road het beste berijden na een paar glazen rum…

 

Thuis heeft Aleksandra de koffie klaar staan en maken we kennis met hondje Boris. Een super huisgenootje!
Saba staat bekend om haar vijf verschillende klimaatzones: van droog tot nat, van altijd zon tot bewolkt. Deze dag staat Sandy Cruz Trail op ons programma. Een wandeltocht van drie uur door het regenwoud en dat het regende was wel zeker. De top van de berg hult zich in een dokere wolk en het water valt recht naar beneden op de verschillende tinten groen blad. Hans snijdt twee grote bladeren af die we gebruiken als de hier bekende ‘Poormans Umbrella”. Het is een fantastisch mooie tocht waarbij taal nog teken van enig fauna en eindigt in de achtertuin van een riante villa. Daar prijkt een bordje met de begrijpelijke vraag of we niet hun ‘property’ willen betreden. Te laat: we zijn er al.

 

We zien een weg en lopen er naar toe. Op een van de kleine huisjes prijkt een bordje met de namen Els en Gied Mommers. Brabantser kan het bijna niet en nieuwsgierig kijkt Hans of hij de bewoner ziet. Hij heeft succes! Natuurlijk knoopt hij een praatje aan en worden we door Gied uitgenodigd om verder te komen. Achter het kleine geveltje blijkt een gigantisch groot complex te liggen. Een huis dat tegen de rotswand is gebouwd en verschillende verdiepingen met terrassen heeft. Gied vertelt wat over zijn verleden en ondertussen genieten we van het uitzicht dat adembenemend is, maar waarvan we ook vermoeden dat, wetende dat je op zo’n klein eiland woont, dat mooie uitzicht vervaagt en doet verlangen naar andere vergezichten.

 

genieten van het uitzicht

De avond wordt bij Roy en Aleksandra met gezelligheid gevuld en smullen we van een heerlijke BBQ-maaltijd! Nadat door het enigszins rijkelijk innemen van geestrijk vocht de remmen wat losser komen, pakt Hans de gitaar van Roy en brengt wat zojuist bedachte klanken ten gehore.

 

 

De tweede dag verkennen we Mount Scenery, welke naam ik aan het einde van de trip ombuig in Mount Slippery. Ondanks de aangelegde traptreden, of waarschijnlijk juist wel daardoor, maken we beide een lelijke val. Hans loopt aan de onbeveiligde zijkant van het pad wanneer een stuk aarde afbrokkelt en hij een lelijke val maakt van enkele meters naar beneden. Hij weet nog net een aantal lianen te pakken en kruipt weer omhoog. Behalve een gekneusd gevoel aan zijn heup, gelukkig geen ernstig letsel. Zelf verlies ik mijn evenwicht wanneer ik met m’n voet van een gladde steen glijd, daarmee een knak maak en de rest van de dag met een pijnlijk groot ei op m’n wreef loop. Hangt hier rond Saba pech in de lucht??

 

 

Naar het schijnt moeten we nog één hindernis overwinnen: op The Road komen we zonder benzine te staan. Na een half uurtje kunnen we doorrijden naar de haven. Daar wacht ons een volgende teleurstelling. Een onverlaat heeft Dirk van zijn plaats gehaald en aan een andere steiger gelegd waardoor de BB-motor onder de steiger terecht is gekomen en de versnelling is verbogen. Starten is een probleem en als ie start, kun je er niets mee. Isabella ligt buiten aan een mooring en de zee is alweer ruw. Gelukkig is de havenmeester bereidt om ons toestemming te geven om even met Isabella naar binnen te varen. Nu nog een lift zien te krijgen, maar die is snel gevonden. Roy en Hans stappen op Isabella en komen het haventje in. Roy is in zijn element en duikt in het havenwater om Dirk van de steiger naar Isabella te verslepen. We worden er vrolijk van en lachen. Boris kijkt hoe zijn baasje in het water spartelt en lijkt en ook een duik te willen nemen. Dan is het zover. We nemen afscheid en kijken terug op een paar mooie dagen Saba en de gezelligheid van Roy en Aleksandra.

 

We verlaten de haven en op dezelfde ‘Hoek’ van Saba worden we ingehaald door een Marine patrol bootje met daarin een jongeman van de marechaussee. Hij sommeert ons vaart te minderen en beveelt ons per omgaande terug te varen naar de haven. Dit is een grap en we glimlachen vriendelijk terug. Maar als een rasechte tucht- en orde handhaver herhaalt hij rechtopstaand met opgezette borst alweer zijn bevel. Het is dus geen grap. Ik bespeur toch een lichte onzekerheid in zijn stem en zeker ook in zijn mimiek.
Hans weigert terug te varen naar een mooring bij de haven en vraagt wat er aan de hand is. “U heeft niet zo’n vriendelijk briefje geschreven’, antwoordt de ordehandhaver. Wij weten van niets. Hans nodigt de man uit om aan boord te komen i.p.v. terug te moeten varen naar de haven. Hij stelt zich keurig voor en start direct op dwingende toon zijn relaas af. Zijn autoritaire en dominante houding staat hem hierin bij, denkt hij vast. Ik benoem zijn gedrag en stel voor dat hij op kalme wijze verder met ons in gesprek gaat, dat zal waarschijnlijk meer vruchten afwerpen. Hij kijkt me aan en ziet volgens mij sterretjes. In ieder geval is er geen duidelijke reactie van begrip op wat ik zeg. Ik vermoed dat hij tijdens de les ‘conflicthantering’ heeft zitten snurken. Wel, laat ik dan het praktijkvoorbeeld zijn, besluit ik.
Hij vraagt aan Hans vraagt om de USB en onze paspoorten die hij uiteraard kan inzien. Hij beweert dat we niet volgens de regels zijn uitgeklaard en dit morgen alsnog moeten doen en besluit onze paspoorten in te houden. Hans is zo verbaast en upset. Het klopt namelijk niet: we zijn al uitgeklaard en goed ook! We leggen ons er bij neer en spreken af dat we de volgende ochtend om 08uur bij de havenmeester zijn. Daar zullen dan ook de paspoorten liggen, de USB blijft bezit van de marechaussee. Dan neemt de man afscheid en steekt zijn hand toe, maar Hans heeft er al geen zin meer in om beleefdheden uit te wisselen. Ik krijg ook een hand en zie hem trillen. Wanneer ik dit benoem kijkt hij er naar, draait zijn hand om en zegt “Ja, een beetje”. Dat is mooi, dat hij dat toegeeft.

De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar de haven. Hans plaatst ons oude 2.3pk motortje op Dirk. Gelukkig start het ding direct en is Hans los van Isabella. Al snel valt de 2.3pk uit en dobbert hans op de woelige baren van de oceaan. Daar is geen peddelen tegen bestand. “Roep via de marifoon om hulp!!”’ schreeuwt Hans, maar dat had ik zelf ook al bedacht. Echter is er een herhaling van zetten: er reageert alweer niemand op VHF16. Ik stop vier vingers in m’n mond en fluit zo hard als ik kan, maar niemand lijkt impressed. Of het is te ver weg om het te horen. Tegen dat kabaal van die golven is toch ook niet in te gaan!?! Ik pak de scheepshoorn en blaas tot de gasfles bijna leeg is. En dan hoor ik iemand via de marifoon. “Iieiezabelllaaa… can i help youou??” YES!!! Snel doe ik uit de doeken wat er aan de hand is en de man belooft hulp te sturen. Een klein vissersschuitje tuft op Hans af die al bijna niet meer te zien is in de hoge golven.
Eenmaal op de kant is het lang wachten op de terugkomst van Hans. Even roept hij me via de marifoon op om te vertellen dat de marechaussee verzuimd heeft om de paspoorten te brengen en die nu naar het havenkantoor gebracht worden. Daar kun je dus op bouwen! Als hij dit ook met zijn vriendin zo doet, komt het vast wel goed.

Na een uur is Hans nog niet te bekennen. Inmiddels heb ik als internist gespeeld en is Isabella van binnen zo clean als maar zijn kan. De tijd kruipt voorbij. Waar hangt hij uit?
Het is half twaalf wanneer ik hem weer zie, in Dirk die gesleept wordt door een man van immigratie en customs. Wanneer Hans eenmaal aan boord is barst hij los en doet zijn verhaal over het onrecht dat hem is overkomen. De commissaris van politie wilde een gesprek met Hans op het politiebureau. Wat bleek? Er was aangifte tegen hem gedaan van afpersing en bedreiging, omdat we om internet hadden gevraagd in ruil voor de USB. Hoe kun je het verzinnen! Na een goed gesprek met de commissaris is het Hans duidelijk dat op Saba regelmatig afpersing en bedreiging wordt ingezet om doelen te bereiken. Om dit tegen te gaan is de commissaris met zijn team hard aan de slag gegaan om het te bestrijden en pakken ze alles aan wat daar maar enigszins naar riekt. Gelukkig is de aanklag ingetrokken.

Er zat ook nog een leuke kant aan het verhaal. De man in het vissersschuitje die Hans uit de hoge golven redde, wist wel wat hij als dank van Hans wilde hebben. “Jij bent toch die man van dat filmpje van die boot? Dat filmpje wil ik”. Laat die visser nou pech hebben…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van St.Lucia naar St.Maarten (Dominica, Les Saints, Guadeloupe, Antigua, Barbuda)

 

 

 

 

Bij het horen van de bestemming ‘Caribisch gebied’ slaat bij menigeen de fantasie op hol. Witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons met passionele strelingen en ga zo maar door. Niets is minder waar, blijkt in de eerste weken na onze aankomst. De 18 dagen Atlantische Oceaan waarop er weinig geklust (behalve dan het tijdelijk repareren van de motor) en schoongemaakt is, moeten worden ingehaald binnen een week en het liefst binnen twee dagen! Het werktempo schiet van nul- tot boven 2000 toeren per minuut.

De hitte werkt niet mee en wanneer we avonds om zes uur een aantal taken van de to-do-list kunnen schrappen, duik ik de keuken in om onze lijven van brandstof te voorzien. Op dit tijdstip is de zin om deze klus nog te klaren ver te zoeken. Dat mag duidelijk zijn. Maar allez.. eten hoort bij het leven. En wat eten we dan? Eigenlijk heb ik in deze drukte geen zin om ook nog eens naar een supermarkt te zoeken en zware tassen te sjouwen, maar er ontbreekt verse groente. Ik ontkom er niet aan om de supermarkt te bezoeken. Ik pak de boodschappentas weer op en kiep de Kaapverdische Escudo’s uit m’n beurs om plaats te maken voor de vreemde EC-dollars, waarvan ik in het begin dacht dat het om ‘easy dollars’ ging. 1 EC$ is 33 eurocent. Ik vraag aan de bewaker van het marinapark waar de supermarkt is. Hij wijst me de weg en is ongeveer een kwartier lopen, dus dat valt mee.

Eenmaal op weg blijkt dat er geen voetpad langs de tweebaans ‘snelweg’ ligt en moet ik de berm in om mijn doel te bereiken. Met mijn lange witte benen onder m’n korte rokje en T-shirtje lijk ik voor een auto vol werklui een attractie te zijn en het volkje vermindert duidelijk vaart om die withuid eens te bekijken. Stoïcijns loop ik met mijn neus en kin omhoog door de hondendrollen en andere prut in de berm. Bah, ik heb geen zin in die hongerige ogen en pak m’n mobiel om een vriendin te bellen. Dit gebaar is blijkbaar niet aantrekkelijk en de auto speert er weer vandoor. Als de verse groente en fruit eenmaal zijn afgerekend loop ik terug naar de weg, steek mijn hand op naar een naderende bus en stap in. “To the marina please”, zeg ik tegen de chauffeur. Voor 60 euro-cent brengt hij me weer terug van weg geweest.

Later blijkt dat dagelijks de fruitboer in z’n gammele schuitje langszij komt. Dat is een gemak en bespaart gesjouw! De volle wasmand besteed ik uit aan een dame die met een soort van Golfkarretje over de steigers rijdt. Heerlijk om het een keer niet zelf aan boord in een emmertje te moeten soppen! Over twee uurtjes komt ze de was weer terugbrengen. Ik ben verbaasd hoe snel dat is! Later bij het opruimen van de was begrijp ik waarom: vlekken zijn niet verwijderd en fris ruiken doet het ook niet echt. Zonde van de zestien euro! De volgende poging gun ik ‘Sparkle’. Een vriendelijke man die met zijn bootje door de haven vaart en wasgoed verzamelt. Het is een goede beslissing: schoon met een lekker geurtje! Dat wordt eindelijk weer eens lekker slapen tussen frisse lakens!

 

Dagen verstrijken en inmiddels hebben we afscheid genomen van de Gwelan (zie slot film Atlantische oceaan deel 4), die op doortocht is naar St. Maarten. Dat is ook ons doel, maar we zullen deze afstand in een iets rustiger tempo varen.
De vermoeidheid van de overtocht, gespekt met het harde werken hier in Rodney’s Bay, Saint Lucia, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt, doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een streling. Het is ook niet niks om zonder ‘oefening’ vooraf, al meer dan een half jaar 24/7 in 12 kubieke meter boot op elkaars lip te zitten. En dat op onze leeftijd! Ieder met een duidelijk eigen karakter en rumoerig verleden. En toch is daar telkens weer die wens, dat gevoel van ‘door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit.

 

De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer een stukje verder zeilen en gaan ankeren. Het is de eerste plek waar ik na 30 jaar opnieuw kennis maak met de onderwaterwereld van het Caribisch gebied. Er zijn niet veel vissen en zeker niet groot of spectaculair van kleur, maar wat ik zie is prachtig genoeg om opnieuw mijn hart te verliezen. Wat is de natuur toch mooi! En wat zijn wij mensen, ik heb het al eerder gezegd, ten aanzien van de natuur veelal toch hebzuchtig en ja sommigen zelfs vernielzuchtig. Wat een ‘lost’ als je niet in staat bent om dit moois te herkennen en te respecteren. Maar genoeg gezegd/gepreekt: ik geniet, voel m’n lijf en ben eindelijk weer ontspannen en van plan om nog veel meer moois te ontdekken!
We lopen samen naar het dichtstbijzijnde stadje en zien in de berm van de weg een autootje staan met een kraampje. We gaan eens kijken wat daar te koop is en zien een ‘fris gewassen’ man verse vis schoonmaken. De schubben vliegen in het rond en dalen op zijn T-shirt neer. Aan het T-shirt te zien heeft de man hier gisteren en eergisteren ook vis staan schoonmaken. Hij spreekt in een onverstaanbaar taaltje met een lokale bewoonster. Ik zie haar wijzen naar een koelbox waarin een soort van slootwater zit. De man lijkt wat te mopperen, pakt de vis bij z’n staart en laat hem in de koelbox vallen. Met zijn handen wast de man de losse schubben van het vissenlijf en veegt daarna zijn handen aan zijn broek af. De vis wordt weer op de tafel gekwakt en met een grote klewang en een klos hout, hakt de man de vis in moten.
“Lekker!”, roept Hans. “Zullen we een paar moten kopen? Ik heb wel zin in een lekker stuk MahiMahi vanavond!” Alle vooroordelen van onhygiënische toestanden met het risico op een flinke darminfectie zet ik opzij. De vis is vers, dat is zeker. Of hij op hygiënische wijze wordt schoongemaakt is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Ik produceer een vreemd keelgeluidje en met opgetrokken wenkbrauwen hoor ik dat ik zomaar zeg “Dat is goed”.
De locale mevrouw lijkt de visboer nog eens te wijzen op de inhoud van de koelbox. De man is overtuigd dat er niks mis is met het spoelwater, maar kiept de box toch maar leeg en vult het met fris water uit een jerrycan. Ik kan de bodem van de box weer zien. We nemen vier moten en smullen ’s-avonds van de MahiMahi zonder een dag later last te hebben van vervelende darmproblemen.

 

Na een bruisende vrijdagavond tussen de plaatselijke bewoners, waar het ritme van zuid-Amerikaanse muziek de heupen van menigeen in beweging zet, zij hun etenswaren op straat verkopen en de zwerfhonden zich tegoed doen aan het vleesafval, vertrekken we de volgende ochtend naar Martinique.
Het overvolle Martinique vinden we maar matig aantrekkelijk. We doen er ‘ons ding’ en besluiten na de derde nacht het anker weer op te halen.

 

Op de ankerplaats bij Dominica lijkt er een competitie te bestaan tussen de bootjes-mannen. Mannen die met hun gammele vaartuigjes zo snel mogelijk naar je boot racen om je de beste ankerplaats aan te wijzen. Niet voor niets natuurlijk. 5 EC$ is eigelijk te weinig en de ontvanger staart dan ook teleurgesteld en verwonderd naar de inhoud van zijn handpalm. We vinden het genoeg, zeker omdat we zelf ook wel een geschikte plaats kunnen vinden en de sympathie bij de bootman ver te zoeken is. Deze kennismaking met Dominica zet zich voort wanneer we op straat lopen en opdringerige zwervers geen genoegen nemen met een enkele ‘No-thank-you’, het zinnetje dat we inzetten wanneer er om geld wordt gebedeld. Dominica is te mooi om ons lang te irriteren aan dit gedrag en vinden een taxi-driver die ons naar het tropisch regenwoud brengt. Een rit van ruim drie kwartier met hoe hoger we komen, hoe smaller de weg en nog steeds kans op tegenliggers!
De modderige steile paden van het ‘hiking-pad’ zijn ingelegd met oude boomstammen en geven enigszins houvast. Het uitzicht hier boven op de top van de berg is werkelijk adembenemend! Niets anders dan diverse gebergtes die bedekt zijn met groene wouden. Als ik een vogel zou zijn, dan zou ik hier willen wonen. Zwevend en turend over de toppen van het groen mijn weg vinden. Of nee, niet mijn weg vinden, maar waar ik de wind mijn richting laat bepalen. Misschien wel eindeloos lang met mijn vleugels gespreid over die zuurstofhuisjes met groene daken. Ongestoord door mensen of gedachten aan onopgeloste vraagstukken. Vrij, zo vrij als een vogel kan zijn.

 

Nieuwsgierig vragen we ons af welke inheemse diersoort we als eerste zullen tegenkomen. Maar na een tocht van anderhalf uur klimmen en dalen, zien we nog steeds niets! Zelfs geen mug! Maar wat schetst onze verbazing? We komen soortgenoten tegen! Twee Amerikanen die genietend van het uitzicht hun overlevingspakketje aan het verorberen zijn. We maken een praatje en schieten foto’s van elkaar. Altijd leuk om Amerikanen te ontmoeten. Het voelt als een soort van ‘bekende buren’.

 

Er is nog een stukje Dominica dat we niet willen overslaan: The Indian River. Ook hier ontstaat geharrewar over geld en even komt de nare smaak van ‘opdringerigheid’ en ‘profiteren’ in onze monden terug. Na wat afspraken over de betaling ploffen we in de schuit die ons naar de rivier zal brengen. De bestuurder vertelt de geschiedenis van de rivier en welke diersoorten er leven. We zien inderdaad twee krabben en een blauw-paarse vogel. Niet echt spectaculair. Wat wel indrukwekkend is, is de spiegeling in het water van de Mangrove bomen met hun grillig gevormde wortels. De gids wijst ons nog een klein houten hutje aan. Een overblijfsel uit de opnames van een van de films ‘Pirates of the Caribien’ met Johny Depp. Zou het echt zo zijn? We weten het niet en halen eenmaal aan boord het anker weer op om te koersen naar Les Saints.

Les Saints is volgens de Pilot een paradijs op aarde met nog veel historie. Dat spreekt ons aan en een halve dag en 15 mijl verder komen we aan in een plaatsje dat qua toeristenmassa veel weg heeft van Volendam. Ook al hebben we de nieuwste Pilot: hij moet toch eens herschreven worden! We aarzelen dan ook geen moment en vertrekken de volgende dag alweer.

In Guadeloupe zeilen we door naar naar een armzalige vissersplaatsje met een goede ankerplaats, maar ook hier kunnen we niet vinden wat we hoopten aan te treffen, namelijk gemoedelijkheid en vriendelijkheid. Zelfs de restaurant eigenaar is snauwerig en totaal niet bereid om ook maar één woord Engels te begrijpen. Onze Franstalige knobbel wordt gestart en in samenwerking met handen en voeten bestellen we een malse steak du Bifteck. Verkeerde keuze, gezien de structuur van het vlees dat verdacht veel op een oude stier lijkt. Wegwezen dus.

En dan is het eindelijk zo ver!! Het geratel begint zacht. Ttrrrrr….ttrrrr…. en dan opeens een heel lange ttrrrrr!!! Het houdt niet op. Hans vliegt op van de bank en is in no-time in de kuip! “Dat is een vis!!” roept hij opgetogen. Zijn ogen glinsteren! Al die maanden is de hengel regelmatig uitgegooid, maar zat er behalve wat wier, geen vis aan de gemene haak. Nu wel! En een forse zo te horen. Het geratel wordt door Hans geblokkeerd en zachtjes trekt hij aan de lijn. Het is een feit. We hebben vangst! In de verte springt de vis boven de golven uit en probeert zich los te rukken van de haak. Die gemene grote haak met weerhaken op de punten, zodat er geen ontkomen meer aan is. Arme, arme vis!! Z’n lijf kromt zich in allerlei bochten om aan de haak te ontsnappen. Schuimende koppen zeewater liggen als een kroon om het enorme glanzende beest dat woest aan de lijn trekt. Langzaam haalt Hans de lijn binnen, wacht even en trekt weer verder aan de lijn. De vis wordt moe en op het moment dat de vis een moment uitrust van zijn gevecht, trekt Hans weer aan de lijn.

“Het is een MahiMahi!”, roept Hans. Een schitterende blauw-groen gekeurde huid spat boven het water uit en zakt weer onder. Dan is de vis vlak bij de boot en moeten we hem aan dek zien te krijgen. Een hele klus, want de vis geeft nog steeds niet op en biedt weerstand. Ik neem de hengel van Hans over, zodat hij zijn handen vrij heeft om… ja schrik niet… om een grote haak te pakken. Een haak die speciaal bedoelt is om een vis aan de haak te slaan en aan boord te trekken. Ik durf niet te kijken en roep weer “AHHH!! Zielig!!!”. Ik bid voor de vis en dank hem voor zijn leven dat hij geeft om ons te voeden. Dan is de vis is aan boord. Hans haalt de haak uit zijn lijf en direct zie je de prachtige groene en blauwe metallic huid veranderen in dof-grijs. De vis is dood. Om later het visverhaal kracht bij te zetten pakken we de meetlat en meten 140cm MahiMahi!! Een joekel!! De bak waar anders de landvasten liggen is nu het tijdelijk mortuarium.

 

Antiqua is in zicht en we redden het nog net om voor zonsondergang te ankeren. Hans wil de keuken gebruiken om de vis te fileren, maar de herinnering aan de visboer in de berm zorgt er voor dat ik tegen dit idee in opstand kom. Ik wil in de keuken geen rondvliegende visschubben, bloed en ander visafval. Ik griezel van het idee. Hans geeft zich gewonnen en verplaatst de slacht naar het achterdek. Behendig fileert hij de vis en kiept het afval in een emmer. De vriezer is 14 ruime porties MahiMahi rijker. Het visafval gaat overboord en al snel komen daar kleine monsters op af. Baracuda’s en kleine haaien. Nou ja klein… anderhalve meter toch zeker wel. Mijn dagelijkse duik in de zee sla ik vandaag maar een keer over.

 

Ondertussen zijn we aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. En ook al weet ik dat het door mannen vaak als ‘gezeur’ wordt beschouwd en ze zich er liever niet, of botweg ‘niet’ aan overgeven, ik kan het als rasechte verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg (nurse practitioner mental healt care) niet nalaten om toch regelmatig een diepgaand gesprek te starten. Het is de nooit aflatende belangstelling naar het innerlijk leven, gedachtengang, gevoelens, beweegredenen van mijn medemens, die me telkens op dit spoor zetten. Het is nu eenmaal zoals ik ben. Hans lijkt dit steeds beter te accepteren en ik accepteer meer dat ik hem niet dagelijks aan mijn ‘hebberigheid’ op dit gebied moet blootstellen en stel mijn behoeftes bij.Ook de To-Do-List lijkt aardig geslonken te zijn en behalve het vervangen van de windmeter, komen geen nieuwe klusjes bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik mag weer de mast in en gewapend met camera, kniptang enzovoorts, hijst Hans mij omhoog. Geen probleem en in een dag is de klus geklaard! Toch fijn om te weten of het nu 6bf is of 4bf 😉

 

 

 

 

 

 

We verkennen kort het eilandje Antiqua waar het uitzicht over de oceaan werkelijk schitterend is! Prachtige turquoise gekleurd water. Het ligt er als een juweel onder halogeenlampen te schitteren. Het is de geboorte van mijn wens om mezelf ooit zo’n kleur oorbellen cadeau te doen, als mooie herinnering aan de Atlantische oceaan. Misschien blijven we hier te kort, maar we moeten eind februari op st. Maarten zijn en willen Barbuda ook nog verkennen. Alweer halen we het anker op.

 

De hernieuwde kennismaking met de onderwaterwereld wordt tussen de riffen van Barbuda voortgezet. Vissen van werkelijk de prachtigste kleuren schieten schichtig hun holletjes in als de twee grote monsters met zwemvliezen en snorkelsetje op ze af zien komen. Nog net kan Hans een pijlstaartrog (Stingray) met een staart van twee meter lang filmen en ik weet de kleinere visjes te ‘pakken’. De schildpadden blijken toch niet zo traag als we denken en zwemmen te snel verder om ze ook op de film te krijgen. Het is alweer een hele belevenis!

 

https://www.youtube.com/watch?v=Kv6r7FPqpXw

 

Om iets meer van Barbuda te zien besluiten we met de dinghy naar de wal te gaan. Een stil armoedig dorpje ligt achter een brede lagoon en we slepen de dinghy over het smalle stukje strand om de lagoon te kunnen oversteken. Erg ondernemend is de bevolking niet en na urenlang zoeken naar een busje of taxi om ons naar een bijzondere cove te rijden, geven we het op. Een bezoek aan een vogeleiland blijft over. Het is paringstijd voor de Fregatvogels en de mannetjes zetten hun keel op. Een enorm grote rode zak bolt onder hun snavel op tot een soort van luchtballon en trachten hiermee de vrouwtjes te imponeren. Stiekem grinnik ik om mijn gedachten waarom het bij de mens ook niet zo geregeld is. Je zou direct herkennen wat er zich in die mannelijke grijze massa afspeelt.

 

 

We gaan terug naar de dinghy. Het is altijd belangrijk om voor zes uur je boot bereikt te hebben. Een uur later is het donker en ben je daardoor lichtelijk visueel gehandicapt. We slepen de dinghy weer terug naar de oever van de oceaan. Het water lijkt onstuimiger. Grote brekers komen op het strand af rollen. Het is goed te zien dat het strand niet glooiend de zee in loopt, maar al vrij snel stijl naar beneden gaat. dat is lastig om de dinghy het water in de krijgen. We tellen de brekers. Na twee grote brekers zou het moeten lukken om het water in te gaan. De golven lijken nijdig en niet bereid tot medewerken. Ze produceren een donderend lawaai. Hans telt en bij “JA! NU!” spring ik in de dinghy. Nog net hoor ik “HO!!” Ik zie een golf boven de dinghy en mijn hoofd uit toornen, het bruisend lawaai vult mijn oren en als een willoos vod word ik met dinghy en al opgelift, door de dinghy gesmeten en met een klap kom ik met mijn gezicht tegen de motor aan. Ik hoor water-gebubbel en weet nog net te beseffen dat je ook op deze manier kunt sterven. Een volgende golf duwt me met dinghy en al richting de wal en plots kan ik weer met met hoofd boven water uitkomen. Ik voel aan m’n gebit en constateer dat ik al mijn tanden nog heb. Dat is een geluk! Ik hoor Hans roepen “Laat die dinghy! Laat die dinghy! Kom hier!!” Ik draai om en zie de ravage: de dinghy ligt met motor en al op z’n kop in de woeste zee en lijkt terug de golven in te gaan. Er drijft een tas en een eenzame schoen in het water en op de wal staat Hans. Ik kan de dinghy niet laten gaan, maar dat is een te groot gevecht voor mij alleen. Dan komt er weer een golf en pakt de dinghy op en kwakt hem richting strand. Hans pakt de dinghy en stelt me gerust dat de tas met iPhone, fotocamera, paspoorten, portemonnee door hem is gered. Wat een geluk! En dan proef ik bloed. De klap heeft een nare schaafwond op m’n bovenlip achtergelaten. er hangt een velletje te bungelen. Ik zal het er later wel afknippen. Dat stukje Elise is nu toch al verloren. We rapen de hele handel bij elkaar en proberen zonder succes de motor te starten. dat wordt roeien. De volgende poging om het water in de komen is meer succesvol. Bang om nat te worden heeft geen zin meer en vurig hoop ik dat de diepvrieszak waar ik mijn mobiel en camera in heb gestopt, werkelijk een waterdichte afsluiting is geweest. We roeien een paar meter en dan breekt er tot overmaat van ramp een roeispaan af. Dat wordt tegen de stroom in en nog trager dan traag bij Isabella zien te komen. We blijken een perfect teamtje te zijn met z’n tweetjes en na een half uur kan ik me eindelijk vastklampen aan het trapje van Isabella.

 

Snel ruimen we de dinghy op en check ik de inhoud van mijn rugtas. De iPhone en camera zijn droog gebleven! Hoera!! Ongelofelijk goed nieuws en nooit verwacht! Dan is er tijd voor mezelf en stap ik met heerlijke amandeldouchecrème en shampoo onder de douche, knip het velletje van m’n bovenlip en zet een pot thee.

De volgende dag haalt Hans het motortje uit elkaar en maakt het schoon: overal zit zand! Na een klein uurtje werken doet ie het weer!

“We hebben geluk gehad”, zegt Hans betekenisvol. Dat hebben we zeker. Na een uur ruimen we de kuip op, starten de motor van Isabella en zetten koers naar St. Barths. Het is voor de verandering weer eens een nachtje doorvaren, maar we willen hier weg.

StSt. Barths wordt ook wel het Saint Tropez van de Caribean genoemd en daar is direct alles mee gezegd. Dikke patserige motorjachten, mooie stijlvolle motorjachten, winkels van Cartier, Prada, Rolex enzovoorts. Het blijft dus vooral window shopping, maar op die windows heb ik wel wat DNA van mijn neus achter gelaten! Ik sta figuurlijk met mijn gezicht tegen het glas geplakt en kijk mijn ogen uit naar al dat moois, zie ook foei lelijke dingen, maar ach… heeft niet alles gewoon met persoonlijke smaak te maken? En dan zien we een klein winkeltje met daarachter Italiaans ijs! Daar gaan we natuurlijk wel naar binnen! En dan? Op naar St. Maarten. Daar zullen we na bijna twee jaar René & Brigit uit Boxtel weer zien. Zij zijn in 2015 met SY Blue Spirit vertrokken en genieten sindsdien al meer dan een jaar van het Caribisch gebied. Wat heerlijk om oude vrienden tegemoet te varen! Zin in! De Brabantse en Boxtelse vlaggen worden alvast gehesen!

 

 

Zalm met pasta en broccoli

Zalm met pasta en broccoli
Recept Afdrukken

Als collega's horen dat je voor lange tijd op reis gaat en je receptjes zoekt, is menigeen bereid om een aantal recepten mee te geven. Hier een heerlijk receptje met zalm!
Porties
4 personen
Porties
4 personen
Zalm met pasta en broccoli
Recept Afdrukken

Als collega's horen dat je voor lange tijd op reis gaat en je receptjes zoekt, is menigeen bereid om een aantal recepten mee te geven. Hier een heerlijk receptje met zalm!
Porties
4 personen
Porties
4 personen
Ingrediënten
Porties: personen
Instructies
  1. Verwarm de oven voor op 200 graden
Kook de penne en broccoli beetgaar
. Snijd de bosuitjes in dunne ringetjes en de tomaten in stukjes
Giet de zalm af en verwijder de velletjes en graatjes
Verdeel de zalm in stukjes. 
Giet de pasta met broccoli af en meng de zalm, bos-ui-ringetjes, tomaat, huttenkase en basilicum erdoor. 
Breng op smaak met zout en peper
 Doe dit mengsel over in een lage ovenschaal en strooi de kaas erover
   Oventijd: 15 min

Cacik

Cacik
Recept Afdrukken
Via FB kreeg ik van 'Wereldvrouwen', een pagina waar nederlandse vrouwen die in het buitenland verblijven met elkaar in contact komen. Van een Turkse mevrouw kreeg ik het receptje van 'Cacik'
Cacik
Recept Afdrukken
Via FB kreeg ik van 'Wereldvrouwen', een pagina waar nederlandse vrouwen die in het buitenland verblijven met elkaar in contact komen. Van een Turkse mevrouw kreeg ik het receptje van 'Cacik'
Ingrediënten
Porties:
Instructies
  1. Snij de komkommer in kleine stukjes/ of raspen is beter en voeg toe aan de yoghurt, twee teentjes knoflook fijnmaken scheutje olijfolie erbij doen en dan met je brood dippen en eten. Helaas geen foto! 😉
Translate »