april 2017

Op weg naar het zuiden: Martinique

 

Bij Guadeloupe ankeren we voor een nachtje in Anse de Bouillante en varen we zonder reden, voor de tweede keer dit mooie eiland voorbij richting Martinique. Daar gaan we voor anker in Le Marin.
Bij de gedachte aan de ankerplaats Le Marin komen er beelden voorbij van wel meer dan duizend zeilschepen en scheepjes die daar bemand en onbemand voor anker liggen.

 

 

We komen oude bekenden tegen: de Enjoyster met Peter en Mirjam. Tuurlijk gaan we even borrelen en luisteren naar elkaars verhalen. Peter spant de kroon met zijn gruwelijke ervaring in Baquai. De bestuurder van een dinghy was vanwege zijn koopwaar meer gefocust op de crew van schepen en kwam in botsing met Peter die op dat moment zijn anker controleerde. Met een open gereten kuit waarin het bot te zien was, heeft de waterpiraat Peter naar het plaatselijke ziekenhuis gebracht.
We knopen dit verhaal goed in onze oren en vanaf dat moment is Hans van plan om nog meer alert te zijn op waterpiraten. We kletsen wat over reisbestemmingen en krijgen het advies om St. Vincent voorbij te varen: daar is een zeiler overvallen. Dat klikt niet goed, maar gebeurd wel vaker. Maar St. Vincent is zo mooi! Wat gaan wij doen? We hebben nog even de tijd om hierover na te denken, maar eerst een auto huren en dit eiland verkennen! Dat is een gouden greep! We hadden niet verwacht dat Martinique zó mooi is! Waar je spreekt over ‘bananen-land’ en daar een bepaalde associatie bij hebt van onderontwikkelde landen waar wel banaan te koop zijn, is Martinique met recht een echt ‘bananenland’! Waar in Nederland buiten de bebouwde kom weilanden zijn te zien, is hier zo ver je blik kan reiken, het land bedekt met bananenplantages. Van de glooiende bananenvelden rijden we geleidelijk het dichtbegroeide bosgebied binnen. Hoge bomen met lianen. Een landschap dat enigszins doet denken aan een tropisch regenwoud. Ergens ontwaar ik een beekje en we stoppen om het eens van dichtbij te bekijken. Een jonge vrouw wast er haar haren en een oudere vrouw heeft haar ondergoed op een kei gelegd en plonst met haar hand het koude stromende water onder haar rokken omhoog. Ze lacht als ze ons opeens ziet aankomen en roept dat wat zij doet heel gezond is voor je ‘onderkantje’. Wij moeten het ook maar eens proberen. We lachen vriendelijk terug. Een stukje verderop staat een Rastaman met zijn kraampje en verbrassen we 8 euro aan een paar leuke oorbellen.

 

 

 

We rijden weer door en wanneer ik eens goed op de wegenkaart kijk, zie ik dat er ergens diep in het dal een psychiatrisch ziekenhuis moet staan. Mijn hart gaat sneller kloppen en herinneringen aan mijn mooie baan in de psychiatrie dringen zich weer aan mij op. Dat ziekenhuis moet ik zien!! Na een drie kwartier durende slingerende weg door de dichtbegroeide bergen komen we in het dal waar een klein bordje naast de weg vertelt dat er een ziekenhuis is. Het woord ‘psychiatrie’ wordt vermeden. is dit bewust? Heerst hier ook nog steeds een taboe op de psychiatrie? Waarschijnlijk wel. Waar niet…. We rijden voorbij een klein wachthuisje waar de slaperige portier naar ons staart en niets zegt. Verveloze lage barakken, kleine vertrekken met shutters waarachter je mensen met mutsen op ziet schuiven. ‘Overbezet’, denk ik. Geen vrijheid, niet naar buiten kunnen, gedrogeerd. Er is één paviljoen met een tuintje. Deze ‘gelukkige’ patiënten kunnen buiten zitten, achter het hek met prikkeldraad, maar wel buiten. Suf zit hij in zijn stoel waar het kwijl waarschijnlijk vanaf zijn mondhoeken op zijn broek valt. De medemens met de zieke geest.
“Weten die mensen nou dat ze hier opgesloten zitten?”, vraagt Hans zich af. Wie zal het zeggen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mooie weergave blog

voor een mooie weergave van de blog (verhaal) klik je op de titel van het blog, dan opent zich een breed scherm waar je de foto’s optimaal kunt bekijken

Montserrat, alsvliegenvliegenvliegenvliegenvliegenachterna

 

 

Hoewel de pilot toch heel wat moois beloofde, hebben we Nevis links laten liggen. Zeilend langs de mooie langgerekte kust met het goudgele strand waar veel mooie ankerplekjes zijn, kwamen we tot de ontdekking dat het anker hier nergens mag liggen. Dat is een behoorlijke domper en zijn we genoodzaakt om een stuk verderop, tussen dertig andere scheepjes aan een mooring te gaan. Dit gegeven en het feit dat we hier midden in de swell liggen doet ons besluiten om de volgende ochtend door te varen naar Monserrat.

 

Het is ver in de avond als we Montserrat naderen en varen we op het scherm van de plotter en de ogen van Hans die op het voordek staat de baai in. De meeste zeilschepen hebben het ankerlicht aan, maar een enkeling ook niet en dat toont ons direct hoe lastig en vervelend dit voor binnenkomende schepen is. Enkele meters van Isabella vandaan worden we een ander schip gewaar en kan ik nog net op tijd het roer omgooien. Maar niet te lang, want anders varen we tegen een ander schip aan. Het is een kleine baai gevuld met zeilschepen die daar voor de nacht hun onderkomen zoeken. Hans geeft zoals gewoonlijk de richting aan waar naartoe ik moet koersen en een lichte angst bekruipt mij wanneer hij nòg dichter naar de wal toe wil. De swell is niet kinderachtig deze avond. Forse golven rollen richting de kust die nog maar enkele tientallen meters van ons vandaan is. Ze maken een kabaal wanneer ze tegen de rotswand stukslaan. Zo’n geluid ken ik nog van de rotswanden van Saba. Wij zijn nu toch niet aan de beurt??
Hans is een kenner en laat op het juiste moment het anker naar de diepte afdalen: 5.4mtr diep. Dat is mooi.
De volgende dag zien we dat we in een lieflijk klein baaitje liggen en veel andere zeilschepen alweer vertrekken naar hun volgende bestemming. Wij blijven een paar dagen en hebben het plan om eens lekker de benen strekken en het eiland te verkennen! Daar houdt Hans wel van en ja… ik ook.. maar in mijn tempo en niet in de zesde versnelling als je er maar zeven hebt, maar in de vierde of vijfde.

“Wat een vliegen hier zeg!”, zeg ik vol afgrijzen. Als ik ergens een hekel aan heb is het vliegen. Vieze nare ziekteverspreiders zijn het. Een heel legertje zwart gevleugelde monsters met paringsdrift is aan boord geland en zien Hans en mij aan voor mogelijke kandidaten om hun eitjes op te plakken! Ze komen gewoon op ons zitten met hun kleefpoten!
“Ja schat, je moet eens schoonmaken, dan hebben we daar geen last van!”, is het antwoord van Hans waar ik het natuurlijk hélemáál niet mee eens ben!
“Schoonmaken??”, roep ik als door een wesp gestoken! “Hoezo schoonmaken?? Wanneer denk jij dat ik voor het laatst heb schoongemaakt? Gisteren toevallig nog! Het komt door dit eiland, hier zijn gewoon veel vliegen! Ik zal straks de buren eens vragen of zij er ook last van hebben..”, zeg ik beslist.
“Dat zou ik maar niet doen, want ik denk dat zij er geen last van hebben… en bovendien: denk jij dat een vlieg de zee oversteekt om aan boord te komen? Schat, er ligt gewoon ergens iets te rotten waar ze eitjes op hebben gelegd en die zijn nu uitgekomen!”
“Te rotten! Ja hoor! Nou echt niet! Die vliegen komen vanaf de wal met de wind mee!”
Ik laat het er niet bij zitten en de eerste gelegenheid dat ik een andere zeiler spreek, dezelfde dag nog, vraag ik of zij ook last van vliegen hebben.
“Hundreds of them! Terrible!!”, zegt de Canadees. “Oh, nou!! We hebben er wel driehonderd doodgeslagen!”, zegt de Hollander. Zo, ik ben tevreden en doe vergenoegd mijn verslag aan Hans, die het zijdelings ook al wel had opgevangen. “Goh, raar hé? Tja schat, daar doe je niks aan…”, zegt hij. Inderdaad, je doet er niets aan. Maar opeens komt de stem van mijn grootmoeder voorbij: ‘Boenwas verjaagt insecten, daar houden ze niet van’.
Ik pak de Lysol, de Andy en de donkerbruine bijenwas en ‘vermaak’ me deze ochtend door de 12 vierkante meter af te soppen en in te smeren met was en ja, zelfs de salonkussens gaan naar buiten om ze eens stevig met de mattenklopper er van langs te geven en neem in gedachten er ook een paar billen bij 😉 . Het geurt weer heerlijk aan boord, maar de vliegen blijven. Er is maar één oplossing: weg van boord en een lange wandeling maken.

 

Ik laat mijn camera op de boot achter om eens ontdekken hoe het bevalt zonder af en toe een foto te schieten. Het bevalt niet en heb al direct spijt dat het ding nog op Isabella ligt.
Op de wal zien we de openstaande vuilnisvaten en ook de vissers die hun vangst aan de kant van de zee schoonmaken en in mootjes hakken. Dan maar mijn iPhone gebruiken. Het zou jammer zijn als ik al het moois dat we zien niet op de plaat vastleg, want mooi is het zeker!
Hans onderhandelt over een Kingfish en voor nagerekend 15 euro hebben we 5 kilo verse vis. De visser maakt de vis aan de wal schoon, spoelt het kadaver in het zeewater en stopt het in een plastic zak. Hans brengt even snel de vis terug naar Isabella, want wandelen met verse vis aan je middel is geen goed plan! Op de boot scheurt de plastic zak en ziet Hans de mooie vis naar de bodem van de zee verdwijnen! “Shit!!”, roept hij, kijkt razendsnel om zich heen en ziet een paar duikers in een dinghy. Hij weet de mannen te bewegen om de duikflessen weer om te hangen en af te dalen naar 12 meter diepte en met succes! De vis is weer in bezit en wordt snel in de koelkast gestopt. De duikers blij met een fles Schotse single malt die we voor 25 euro vanuit Nederland hebben meegenomen 😀 . De vis wordt duur gegeten 😉 Maar het leven is mooi en we starten onze wandeltocht.
Wat een steile, dicht begroeide dalen die opbollen tot immense bergtoppen! Maar ook: wat een armoede en wat een viezigheid in de bermen! Afval dat al maanden ligt te rotten met plastic dat er verschrompeld tussendoor zwerft. Hier komen dus die vliegen vandaan, van het visafval, de open vuilnisvaten en het zwerfvuil. Waarom gooien mensen hun zooi in de berm? Waarom zorgt de overheid niet voor deze troep door bijvoorbeeld een soort van HALT-project in het leven te roepen. In Nederland klaart dat een hoop klusjes…

 

 

 

We ontdekken een klein museum en gaan eens kijken. Het vertelt veel over de geschiedenis van de vulkaan Soufrière en daar is zelfs een film over te zien. In 1992, na een lange tijd van ‘rommelen’ kwam de vulkaan tot uitbarsten en heeft het zuidelijk deel van Montserrat inclusief de hoofdstad Plymouth compleet verwoest. De uitbarsting is te vergelijken met die van de Vesuvius. Bewoners werden naar andere eilanden geëvacueerd of gingen naar hun familie in een veilig gebied. Een enkeling bleef op zijn land werken. Dit hele gebied is nu afgezet en verboden terrein. Ook volgens taxichauffeurs kunnen we er zelfs lopend niet komen. Op de film zien we dat alleen de kerktoren boven het puin en de as uitsteekt. Er is veel van het land verloren gegaan, vliegveld, landbouwgrond en noem maar op. Het is een zeer indrukwekkende film en bij het verlaten van Montserrat, varen we zo dicht mogelijk langs de kust en overschrijden we zelfs een tikje de waterlijn waarachter geen schepen mogen voeren. We zien restanten van huizen, opzichzelfstaande muren en ingestorte daken. Er hangt een grauwe wolk boven de vulkaan en nog altijd is de geur van zwavel van verre te herkennen. Langzaam varen we door en laten Montserrat gehuld in grauwe wolken achter ons om verder onze heenweg in omgekeerde richting te volgen. De eilanden waar we op de heenweg hebben geankerd, laten we nu voornamelijk links liggen en het lijkt wel of we zo alweer op de mooiste plekjes op aarde komen. Hoeveel ‘mooiste plekjes’ zullen er nog komen?

 

 

 

St. Kitts: “Broodje aap?”

 

 

 

St. Eustacius varen we voorbij. Saba heeft zo’n onuitwisbare indruk op ons gemaakt, dat een volgend eiland van de Nederlandse Antillen daar vast niet tegenop kan. Bovendien lijkt het ons daar qua natuur een stuk saaier, valt er lastig tot niet te ankeren en is bovendien op dit moment niet echt te bezeilen. Wel als het moet natuurlijk, maar niets moet toch tijdens deze reis? We koersen naar St. Kitts. Wie heeft deze naam bedacht, die zoveel herinneringen oproept aan de jaren zeventig, toen een populaire begroeting hetzelfde klonk: “Alles kits?” waarbij een enkeling de ondeugende gedachte toevoegde: ’Achter de rits?’ We gaan het ontdekken of het daar wel of niet ‘kits’ is.
In het donker varen we een grote baai in die in de pilot staat aangemerkt als een goede ankerplaats met weinig hinder van de swell. Er liggen geen andere schepen en dat laat ons wel even twijfelen of we hier zullen ankeren, maar we gokken het er op.
De ankerbaai verdient niet echt de schoonheidsprijs. Oude loodsen en containers en geen man of kip te bekennen. En geen kip, dat wil wat zeggen in deze regionen. Overal lopen kippen los. Soms met wel acht kleine kuikentjes, of drie wat grotere kuikens. De overigen zullen vast door de ratten of zwerfhonden zijn opgegeten.
We gaan de wal op, op zoek naar het immigratiebureau om in te klaren. Op elk nieuw eilandje moet je opnieuw inklaren. Soms voor niet meer dan twee euro (St. Maarten aan de Franse zijde) soms ook voor 10 of nog meer. Het is in ieder geval een verplicht onderdeel bij het aandoen van een nieuwe bestemming.

 


Wanneer we ingeklaard zijn, zoeken we een monteur om de versnelling van onze nieuwe 6pk motor te repareren. Saba laat op deze manier nog even van zich ‘horen’. Hoe Hans het toch altijd fikst weet ik niet, maar binnen vijf minuten heeft hij Marvin gevonden. Een ‘local’ met een auto en elke dag op zoek naar een inkomen. Wij en Marvin hebben dus geluk! Hans rijdt met hem mee naar de man met het juiste gereedschap. Niet de Yamaha dealer, maar dat zal de reparatie alleen maar voordeliger maken. Ondertussen onderhandelt Hans met Marvin over een toer rond het eiland en komt op een mooi prijsje uit dat de helft is waarmee het onderhandelen begon: EC$ 120 wat nu neerkomt op 40 euro voor een hele dag toeren.

 

 

Op weg naar de afspraak met Marvin lopen we langs opspattende schuimkoppen van de Caribische zee en zien we een volkje pelikanen. Het is een prachtig schouwspel om de vogels één voor één hoogte te zien maken om zich daarna met een vliegende vaart in de zee te storten, op zoek naar de vis die ze zojuist nog voorbij zagen zwemmen. De jonge pelikanen vliegen dan snel naar de ouder toe om het visje uit de bek te scheppen. Het gaat zo snel dat mijn camera het amper kan bijhouden. Volgens Hans ben ik gewoon te traag en moet ik vooral doorlopen. Met elke nieuwe ervaring, elk nieuw beeld denk ik “Wanneer ga ik dit weer zien? Krijg ik dit ergens anders nog te zien?” Ik ben gretig in het opzuigen van nieuwe indrukken en beelden die zich voor mij afspelen. Ik kan me er zo in verliezen en zo van genieten, dat al het andere naar de achtergrond verdwijnt. Hoe zorgeloos is dit bestaan en hoe uitverkoren mag ik me voelen dat ik dit mag meemaken? Oké, we hebben er ieder hard voor moeten werken en sparen, net als de meeste andere zeilers, maar je krijgt er zoveel voor terug! Wat is de wereld toch prachtig!

 

 

 

We stappen bij Marvin in de auto, een oude SUV waar de bekleding vermoedelijk ooit donkerblauw was en er in het begin nog functionerende zonneschermpjes voor de bestuurder en bijrijder zaten. Ik heb verzuimd om naar het profiel van de banden te kijken en ik probeer mezelf gerust te stellen met de gedachte dat dit misschien maar beter is ook. Nadenkend over deze conclusie, begin ik aan mijn verstand te twijfelen en zet m’n denken op dat gebied dan ook direct op ‘Stop’. Dat is voor nu even beter. Gelukkig doen de autogordels het wel en bedenk ik dat ook Marvin vanavond vast wel weer bij zijn vriendin op de bank wil hangen. Geen zorgen dus.
We genieten van de glooiende landschappen met in het midden daarvan de vulkanische bergtoppen en het uitzicht op zee waar ooit de magma van de vulkaan tot stilstand kwam.

 

 

Marvin blijkt een prima gids te zijn die heel wat over de oude engelse geschiedenis van St. Kitts kan vertellen. Veel behelst de komst van de slaven en de vele suikerrietplantages. Hij brengt ons naar een van de plantages waar we uitstappen en rondlopen door de voormalige stokerij. Het maakt een diepe indruk op me en kan maar moeilijk loskomen van de gedachte dat ik nu hier als toerist me zit te vergapen aan het materiaal en aan de gangen waarin de slaven werkten, aan het vele leed dat de slavernij met zich meebracht. Een foto van een slaaf die gestraft werd door middel van doorwerken met rond zijn nek een soort van driehoekige ijzeren klem die zo breed als zijn schouders was, maakt me nog kleiner dan ik me al voel. Vreemd dat een gebied waar zoveel onderdrukking van de mens was, door blanken zoveel pijn en verdriet werd toegebracht aan die mens (waarvan men toen overtuigd was dat donkere mensen niet tot het ras ‘mens’ behoorde), nu een toeristische attractie is. Ik weet niet of ik wel zo’n toerist wil zijn. Ik weet dat ik niet zo’n toerist wil zijn, en ik weet zeker ook Hans niet. We staan in ieder geval altijd stil bij dit leed en vergapen ons niet als leeghoofden aan enkel en alleen de gebouwen waar riet werd omgetoverd tot rum.

 

 

 

We hebben om een authentieke lunchgelegenheid gevraagd. “Good and cheap?” vraagt hij. JA-JA!! Zoiets bedoelen we. Geen Burger King, maar een lokaal tentje ergens langs de kant van de weg. Marvin grijnst! Hij weet de beste lunchplek van heel St. Kitts en zal ons daarmee kennis laten maken. We zullen vast nog nooit zo lekker hebben gegeten, belooft hij ons. Onze speekselklieren beginnen al te werken wanneer we aan de heerlijk gekruide gerechten denken die we zo gewend zijn van ‘aan-de-kant-van-de-weg-tentjes’. “You want monkey?” peilt Marvin nog eens. “Monkey?? NO!!” Monkey is delicious volgens Marvin en elke St.Kitteriaan (noem je ze zo?) eet wel een keer per week monkey. Verschrikkelijk! Nou, wij niet. Het deed me denken aan het verhaal dat decennia geleden rond ging over een Nederlands echtpaar dat in gezelschap van hun hondje een rondreis maakte door China. Met veel handgebaren maakten ze in een restaurant duidelijk dat ze ook eten voor hun hond wilde bestellen. De ober nam de hond mee naar achteren. Het echtpaar vond wel dat de maaltijd lang op zich liet wachten, maar uiteindelijk kwam daar dan het lekkers op een grote schaal. Toen de deksel van de schaal werd gehaald zagen ze hun gebraden viervoeter liggen. Nooit zal ik dit verhaal vergeten. Afgrijselijk! En zo is het ook met apen! Wie eet er in hemelsnaam aap? Op St. Kitts eten ze aap. Er schijnen meer apen dan mensen te leven en dus worden ze gevangen en gegeten. Op straat zie je jongeren lopen met een baby-aapje op hun schouder. Een pamper zorgt dat ze niet nat worden van de aapjes-urine. Waar is hun moeder? Wat is er gebeurd? Toeristen van de cruiseboot laten zich met het arme diertje fotograferen en betalen de ‘eigenaar’. Zo houden ze de verkopers van ‘plezier met een dier’ in stand. Bah! Volgens Marvin is dit juist goed. Het drijft de criminaliteit (inbraken, overvallen) tegen. Het zal wel, maar ik denk er het mijne van. Het gouvernement zou moeten ingrijpen.

 

 

 

Hans bestelt een lokale hap met kip en komt met een enigszins bezorgde blik terug van de bestelling. “Nou, ik ben benieuwd! Het ziet er niet uit hier!” “Is het smerig?”, vraag ik met enige bezorgdheid en prijs me gelukkig dat ik nog wat anti-wormenkuurtjes in de medicijnkast heb liggen. “Nou, dat weet ik niet Ik kan niet in de keuken kijken, maar veel moeten we er niet van verwachten!” We wachten een kleine twintig minuten en kijken rond over de plaats waar Marvin ons heeft gebracht. Een schamele vertoning. Een keet met een overdekt terras waar lange tafels staan met een plastic kleed erover en waar je gezamenlijk op een bank aanschuift. Niks mis mee op zich.

 

 

Dan ontdekken we een soort van kippenren. Klein en nog net niet vervallen. In een hoekje schuilt een klein aapje. Hij zit daar moederziel alleen en snuffelt aan een rotte bananenschil die hij waarschijnlijk de dag ervoor al heeft leeggegeten. Hij pakt het op en likt er nog eens aan om het daarna weer weg te gooien. Het stalen bakje waar vermoedelijk water in heeft gezeten ligt op z’n kop tussen wat grassprietjes. Niets te eten en niets te drinken. Hans vraagt Marvin wat de bedoeling is van het aapje en ik antwoord “For cooking!!” Marvin lacht en beweert dat het louter voor amusement voor de klanten is. Ik geloof er niks van en zeg hem dat het diertje een groepsdier is en het op deze manier vereenzaamt, niet socialiseert en daardoor angstig en ook agressief zal worden. Beter om hem vrij te laten, of wat speeltjes in de kooi te leggen en fatsoenlijk drinken. Marvin grijnst weer. Ik verdenk hem er van dat hij wel monkey op zijn bord krijgt zometeen. Ik pak een appeltje uit mijn tas en breng het naar het arme diertje en onderzoek of er niet ergens een gaatje in het rooster zit dat ik wat wijder kan open pulken. Het zit er niet. Met een triest gevoel kijk ik naar het arme dier en hoop voor hem dat het snel verlost wordt van zijn gevangenschap. Op welke manier dan ook….
De lokale hap was niet te vre….en!!
We hebben St. Kitts wel gezien. Behalve de super mooie ankerplaatsjes Whitehouse Bay en Ballast Bay, was er ‘achter die rits’ van St. Kitts niet veel soeps.

 

 

 

 

Translate »