Bequai

 

Wanneer we Admiralitybay in Port Elisabeth op het eiland Bequia naderen is het al vrij snel duidelijk dat we ook hier weer in een ansichtkaart van een tropisch eiland terecht zijn gekomen. Het eiland ligt er prachtig bij met zijn brede baai, omzoomd met gekleurde huisjes en palmbomen.
“Je raad nooit wie hier ook liggen!”, zegt Hans al turend op de AIS.
“Geen idee!”, zeg ik, en eigenlijk interesseert het me ook niet zo.
“Die fransen! Ze liggen hier 100 meter bij ons vandaan!”
“Dan gaan we ergens anders liggen”, zeg ik chagrijnig.
Ik heb vandaag geen zin om te ‘socializen’. Morgen weer. Het is al tegen vijven en ik wil genieten van de late warmte, het uitzicht, het water, mijn lief, van mijn boek en een kop koffie waarvan de inhoud niet over de rand klotst. Gewoon even relaxen na een dag zeilen om daarna weer in de keuken te zweten voor een pan toekomstig maaginhoud.
“Nee!! Dat meen je niet!! Zulke lieve mensen!!”
En dat is ook zo. We hebben nog niet eerder zulke aardige fransen ontmoet. Niet op de skipistes en niet in alle havens en baaitjes die we tot nu toe hebben aangedaan. Het was ergens in Vigo dat we hen voor het eerst ontmoetten en er een ‘klik’ was. Helemaal leuk was het toen bleek dat we beiden de Atlantische oceaan zouden oversteken en afspraken werden gemaakt om vooral het contact niet te verliezen. Na een paar maanden en wat omzwervingen troffen we elkaar weer, zaten weer uren te borrelen, grappen te vertellen en te genieten van heerlijke hapjes. Het zijn schatten. Ik moet niet zo zeuren en lelijk doen!
“Oké, laten we dan dáár gaan liggen”, zeg ik en wijs een mooi leeg plekje aan. Toch is Hans niet helemaal tevreden over de ankerplaats en halen we na tien minuten het anker alweer op.

 

 

“Teveel op de wind. Dan liggen we weer de hele nacht in ons bed te schudden!”, zegt hij.
Ik zucht en neem weer plaats achter het stuurwiel om zijn instructies op te volgen.
“Wel opletten!!”, roept Hans vanaf de voorplecht. Hhhm… dat doe ik toch? Het is anders best lastig sturen zo in die branding.
“Ik wil niet te dicht bij de kant!!”, roep ik. Grote golven rollen richting het strand en ik zie het al helemaal gebeuren dat ik de controle over Isabella verlies en we regelrecht op het strand af stevenen om daar met een smak om te slaan. Hans geeft op tijd een andere richting aan. Meer temidden van andere schepen die voor anker liggen. Oké, daar gaan we dan! En dan zie ik ze in de dinghy aan komen stormen. Een fontein aan opspattend water achter zich latend. Het ding hotst en botst over de golven richting Isabella.
“Allooo Isabella!! Allooo!! Auw aarrr you??” roept de fransman met een big smile. Zijn zoontje zit naast hem.
“Hello!! What een big surprise!”, roepen we in koor terug.
“I saw you on the AIS! Do you like lobster?”
Ik weet zo 1-2-3 niet wat ik zeggen moet. Lobster? Ik heb ooit in Miami een scharrelende lobster ter dood veroordeeld om hem na een kokend bad, smakelijk naar binnen te proppen. Bij elke hap werd de weerstand om dit dier te eten groter. Daarna heb ik gezworen dat ik nooit meer lobster zou eten. Tė zielig voor woorden! Maar ik wil de pret niet drukken en vind het weer zo onwijs vriendelijk dat we worden uitgenodigd voor een etentje!
“Yes of course! We love it!!” roep ik hem toe. Hij vraagt of ik een heel grote pan heb om het beest in te koken, maar nee, daar kan ik hem niet aan helpen. Stel je voor…. Na een tijdstip te hebben afgesproken keert hij om en laat zijn zoontje de dinghy besturen. Het knulletje doet het goed! ‘Jong geleerd – oud gedaan’, zeggen we tegen elkaar.

 

 

Het is alweer een geweldige avond zo samen met deze bijzonder lieve mensen. Bij gebrek aan een grote pan, wordt de ene na de andere lobster door de fransman met een machete door midden gehakt. Het is een gruwel om te zien en ik twijfel ernstig of ik me niet misselijk zal veinzen. Moet ik dit echt eten? De gastvrouw bestrooit de lobsters met heerlijke kruiden en legt ze op de barbecue om te garen. Dan gaan we aan tafel, ik ook…

De wijn smaakt goed en de gesprekken zijn weer als vanouds. Het zoontje geniet mee, ook al is hij de engelse taal nog niet machtig. Laat, maar veel te vroeg nemen we tot de volgende ochtend afscheid. We nodigen ze voor de volgende ochtend uit op Isabella.

 

 

Met verse koffie en huisgemaakte appeltaart op Delfts blauwe bordjes geserveerd, nemen we voor de laatste keer de vermoedelijke scheepsroute door tot het gesprek een wending krijgt naar het onderwerp ‘Waar gaan we later wonen’. De fransen zijn gek van Vigo, evenals Hans. Ik ben de enige tegenstander. Ik kies voor Nederland. In een baldadige bui pak ik drie lucifers en knak er eentje doormidden. De fransman houdt ze achter zijn rug vast en laat ze dan weer zien. Ik mag als eerste kiezen. Ik aarzel, overweeg en kies. Dan bulderen ze alledrie van het lachen: ik trek aan het kortste eind. Drie volwassenen die blij zijn dat de toekomstige residentie Vigo zal worden. Tja… voor nu dan even misschien.
Dan is het tijd om afscheid te nemen. Zien we elkaar ooit weer? Niemand weet dat zeker en al helemaal niet in de zeilerswereld. Daar is niets zeker. Zelfs niet in Vigo.

 

 

 

Wordt vervolgd!