juli 2017

Bequia, part II

 

 

De zee wordt almaar mooier en mooier. Zó prachtig Turkoois en kraak-kraak-helder dat ik een niet te weerstane hebberigheid voel opkomen om deze prachtige kleur in een mooi sierraad te vangen. Het is dan ook een missie die ik mezelf graag opleg: op jacht naar dat ene sierraad die mij de rest van mijn leven doet herinneren aan deze onvergetelijke reis. Wordt het een ring? Wordt het een kettinkje? Oorbellen misschien? Of toch een armband die dan gezellig rond mijn pols bungelt, naast al die andere armbanden die ik ooit ‘van ver als herinnering voor later’ heb meegenomen? Hoe romantisch zou het zijn als er op een goede morgen op mijn nachtkastje zo’n verrassing zou liggen? Voorlopig heb ik geen nachtkastje en haal ik de romantiek uit het onderweg zijn met Isabella, die toegestoken hand van Hans wanneer we naast elkaar wandelen, de omgeving, de zee, de golven en de dieren.

 

 

Tja, die dieren… Om te eten, maar ook om naar te kijken, uren lang! Vissen met onvergelijkbare scherpe- en heldere kleuren. Strak begrensde lijnen langs de kieuwen, de vinnen en de staart. Het mooiste geel, blauw en paars dat je je maar kunt voorstellen. Ze zwemmen met een domme blik in hun ogen langs je heen en lijken zich van geen gevaar bewust. Maar o-wee als je dicht in de buurt komt! Als een raket zo snel schieten ze dan onder een rots, onder een blad wier of een stuk koraal. Wist je dat alles onder water veel mooier van kleur is dan boven water? We genieten dan ook van het onderwaterleven en nemen elke dag een duik. Snorkelen dan wel een paar uur om al dat moois te filmen en te fotograferen. Dagen vliegen voorbij met genieten van dit voor ons nog onbekende stukje Aarde. Meer en meer realiseren we ons hoe uitverkoren we zijn dat we puur mogen genieten. Geen zorgen, vrij leven, doen wat we willen. Het is bijna niet te bevatten. Dagelijks zwemmen we om zeven uur ’s-morgens vier rondjes rond Isabella. De stilte van de ochtend met over de zee de zachte glans van zonnestralen die je later die dag zullen gaan verpletteren, bezorgt me een ongelofelijk gelukzalig gevoel. Lage zoute golfjes kabbelen plagend tegen m’n hals en kleine spatjes blijven op mijn oren kleven, wanneer ik naast Isabella in de zee lig. Onder me zie ik een grote donkere vlek traag van positie veranderen. Een schildpad? Een pijlstaartrog? Wie zal het zeggen. Zonder duikbril durf ik niet onder water te kijken. Dat is net even iets teveel geprikkel voor mijn bruine kijkers. Dit moment neemt ik zuigend in me op en zal ik nooit vergeten. “Ik ben zó gelukkig!!”, roep ik Hans toe. Hij kijkt me meewarig aan; ‘Natuurlijk weet ik dat dit een prachtige manier van leven is!’, lijkt hij te denken.

 

 

De Fransen zijn vertrokken en de Gwelan is in aantocht. Gezellig! Zullen ze een poosje met ons mee-varen? We gaan het ontdekken, je weet maar nooit in het zeilers bestaan. Niets is zeker en daar heb ik soms best moeite mee. Ik hou van afspraken maken en je daar aan houden. Dat maakt het geheel overzichtelijk en betrouwbaar. Zo heb ik het geleerd als psychiatrisch verpleegkundige en dat is nu toch wel lastig af te leren. Wil ik het überhaupt wel afleren? uuhhmm… nee.

’s-Morgens gaan we eerst even naar de wal voor wat kleine boodschapjes. Fruit, stokbrood enzovoorts. Wanneer we de dinghy aan wal leggen zien we vissers gehuld in lompen hun vangst op de pier leggen. Ze willen direct verkopen, maar daar wachten we nog even mee. Eerst het brood en het fruit bemachtigen.
Wanneer je achter de TV zit en je soms wordt getrakteerd op een aflevering van ‘Met Floortje op reis’, voel je niet de warmte, heb je niet die wijde blik en ruik je niet de geuren die om het fruit en de mensen hangen. Wij hebben dat hier wel. De lucht van verse vis is zo heel anders dan de lucht van vis bij een viskraam! Het ruikt naar de zee, het ruikt naar heerlijk voedsel! En wanneer je de vis zo op het droge ziet liggen ga je twijfelen: is de vis dood of levend? Je zou de vis bijna oppakken en teruggooien, die dan vast direct weer wegzwemt. Zo vers oogt de vis! En ook hier hindert het de vliegen niet om met hun vieze pootjes op de schubben te landen. Jakkes, wat vind ik vliegen, zeker die van het groene soort, toch vieze beesten!

Bij de bakker ruikt het ouderwets lekker, alleen ligt er niet het ouderwetse meergranenbrood waar we zo’n zin in hebben. Kleverige croissants en een paar lange dunne stokbroden liggen op de afbakplaat uit te dampen. We gaan voor een stokbrood. Je moet toch wat en met een dikke plak Brie of Camembert smaakt alles!
Bij het fruitkraampje staat een aardige knul met een krul om zijn mond dromend naar zijn iPhone te turen. Is ie verliefd? Staat er een leuk bericht op FB? iPhones lijken zelfs in de armste gebieden geen luxe. Het ziet ernaar uit dat hij door zijn moeder op pad is gestuurd om hier te staan, want veel interesse om te verkopen heeft hij niet. We kiezen wat lekkere vruchten uit en na het onderhandelen betalen we hem een prijs die in Nederland niet zou misstaan. Zo, zijn dag is weer goed!

 

 

De volgende ochtend verkennen we al lopend een stukje van het eiland en merken al snel dat het een tė groot oppervlakte is om alles lopend te ontdekken. Zonder water en de zon al hoog aan de hemel stuift Hans er weer als een kievit vandoor. Ik laat me niet gek maken en hou mijn tempo aan. Ik voel me een dieselmotor: eenmaal op gang, dan kan ik uuuuuren lopen. Maar zal dat ook in die hitte lukken?
Bequia (spreek je uit ‘Bekwee’) is een kleurrijk eiland met kleine winkeltjes en huisjes langs een smalle straatjes. Je kunt zien dat hier is geïnvesteerd in toerisme, maar de drukte die we als reizigers daarbij bedenken heeft het gelukkig nog net niet bereikt. Het maakt Bequia hierom een lieflijk eilandje zo met haar strandje en winkeltjes grenzend aan de Caribische zee.

Wanneer ik het dorpje verderop bereik, is Hans nog steeds niet te bekennen. Ik passeer een bijzonder tafereel. In de voortuin van het kleine huisje met de gesloten ramen krioelen negen kleine, schreeuwende kinderen. De smalle voordeur staat wagenwijd open en een jonge vrouw leunt met een baby in haar armen tegen de deurpost. Ze draagt een korte-korte broek en een ieniemini shirtje. Ze schreeuwt de kinderen iets toe. In de zanderige kale voortuin waarin alleen een grote boom staat, ligt tegen de stam een man onderuit gezakt. Hij heeft een blikje drank in zijn hand. Chagrijnig kijkt hij naar het bewegende spul om zich heen. Verderop staat in een vaal, versleten jurkje een kleine peuter een lapje tegen haar neusje te drukken. Ze heeft ook vast een duimpje in haar mond. Haar donkere krullenbos groeit al aardig. Het enige speelgoed dat ik zie, is een bal. Een wat oudere vrouw bemoeit zich met het getetter van het hele spul. Ik vraag me af wie de moeder van het kleine meisje is, en wie de oma en de overgrootmoeder. Ik zou het aan de man kunnen vragen, maar ik heb zo het vermoeden dat hij het ook niet weet. Het geheel straalt honger en armoede uit: kaal, leeg, lusteloos en chagrijn. Op dit soort momenten voel ik een soort van drang om de hele situatie verder te ontdekken door een praatje met de mensen te maken, maar de blikken die me worden toegeworpen zijn niet uitnodigend en eerder vijandig. Ik kan me die blikken zo goed voorstellen: alweer zo’n rijke toerist met een camera om d’r nek. Daarom laat ik mijn camera maar voor wat het is. Nu foto’s maken geeft geen pas.
En dan zie ik Hans zitten in een soort van bushok. Op de rug van de bank staat een tekst waar ik even bij stil sta: Respect all animals on four feet or two. Pas veel later besef ik me dat er met de animals on two feet, niet de mens, maar vogels wordt bedoeld…. Tenminste.. dat denk ik…

 

 

We wandelen stevig door en alweer stoppen auto’s om ons spontaan een lift te geven en alweer bedanken we hier vriendelijk voor. Die gekke buitenlanders toch 😉 Maar ja, als zeiler moet je wel aan je beweging zien te komen, anders groei je dicht. Veel inspanning leveren we niet op die korte afstanden hoppend van eilandje naar eilandje, dus hups: op de wal de benen strekken.
Bij ‘Mamma’s Kitchen’ strijken we neer om voor een spotprijsje een heerlijke local lunch te verorberen. Kip, een koek van witte rijst en een soort van Italiaans pasta koekje, een winterwortel en nog een andere ondefinieerbare groente die ik na een hap op Hans z’n bord schuif. Niet lekker dus. De rest is heerlijk en na een paar glazen gemberwater rekenen we af en keren terug naar Isabella. We willen op tijd zijn, want de Gwelan is immers in aantocht!

We lopen over een pad langs de zee wanneer Hans opeens een staaltje dierenleed ziet. Even verderop staat een hondje te balanceren op een stuk rots in de branding.

 

Daar waar juist geen pad is. Het diertje kijkt wanhopig om zich heen en zoekt een veilige uitweg, die er niet is. We zien een stuk touw om zijn nek zitten. Op het moment dat ik mijn rugzak neerleg en mijn schoenen wil uittrekken om het water in te stappen, komt er een man aanlopen die hetzelfde doet. We roepen het hondje: “Kom dan! Kom maar hier! Toe maar!! Kom! Kom!” Het water is wild en de golven bruisen. Het hondje wordt nerveus, angstig voor wat we haar mogelijk kunnen aandoen. Dan springt ze in het water en zwemt richting de andere man om daar een andere rots op te klimmen. Het kost haar moeite en glijdt er weer vanaf. Ze zwemt een stukje verder, maar kan niet meer. Is doodop om nog lang tegen de golven te vechten. Dan opeens ziet ze kans om tussen de kleine rotsen houvast te krijgen. De man stelt haar gerust. Moeizaam klimt ze uit het water. We zien een moederhondje, een zogend teefje die haar jongen heeft verloren. Het stuk touw om haar nek lijkt door haar zelf te zijn afgekouwd. “Ze is vast met haar jongen van de klif af gegooid, zo de zee in”, zeg ik tegen Hans, wetende dat bewoners van dit soort eilanden het niet nauw nemen met dierenliefde. Nee, het woord dierenliefde nog moeten uitvinden.

 

“Isabella, hier Gwelan, over?” horen we door de marifoon. Gezellig!! Daar zijn Pouwel en Marjolein weer! Al snel maken we een afspraak en praten bij de borrel weer het nodige bij. Over de te volgen route, wat safe is, waar je deze zomer het beste je zeilboot kunt achterlaten wanneer je even wil terugvliegen naar Nederland, waar je de beste chocolade kunt kopen, ach… eigenlijk kletsen we over van alles. We besluiten dat we de volgende dag met z’n viertjes Bequai gaan verkennen. Hans heeft al een taxi-driver gespot en zal met die man een mooi prijsje afspreken. Laat dat maar aan Hans over…

 

Wordt vervolgd…

 

Translate »