augustus 2017

Bequia part III, whaling in Bequia…

 

Bequia is een eilandje van 18 vierkante kilometer en behoort tot St. Vincent en de Grenadines. In Admiralty Bay is het een komen en gaan van scheepjes en de verkopers van wat fruit of vis scheuren met hun gekleurde schuitjes behendig tussen de kielen door. Nog altijd denk ik dan aan de kapitein van de Enjoyster bij wie een onoplettende watercoureur dwars over zijn kuit scheerde. Hevig bloedend en met een wond tot op het bot werd hij door de waterpiraat naar het hospitaal gebracht. Dat dan weer wel…

“Kom we gaan schat!”, roept Hans vanuit de kuip.
“Ja-ha! Wacht!”, roep ik terug. Altijd nog even checken of het gas uit is en of ik wel alles bij me heb. Alweer is mijn rugtas gewoonweg te zwaar. Maar wat er in zit heb ik nodig! Mijn flesje water, camera, lippenstift, oplader, spiegeltje, geld, tandenborstel, wc-papier. Je weet immers maar nooit in welke situatie je terecht komt! Belachelijk natuurlijk, maar ach… iedere gek heeft zijn gebrek 😀

We gaan een dagje op stap met de crew van de Gwelan, Marjolein en Pouwel. Super leuk en ik ben benieuwd wat we allemaal te zien krijgen. Het doel is een soort van nederzetting te bezoeken waar de beruchte walvisvaarders wonen. Tja… hier zijn ze natuurlijk niet berucht, maar beroemd! Een walvis vangen doe je immers niet zonder gevaar voor eigen leven en al helemaal niet op de manier waarop ze het hier doen: op traditionele wijze met een simpel open vissersbootje van 8 meter met een klein zeiltje. Sommige walvisvaarders hebben het luxe! Dan prijkt er een motortje op de spiegel van het schuitje. Met een harpoen gaan ze op pad.

 

 

Op weg naar onze gids en chauffeur van vandaag zien we op de tafeltjes van enige marktkooplui al wat walvistanden liggen. Ook walvisbeenderen van 15cm lang met een gravure van het gevecht dat de visser met de walvis heeft gestreden. Het doet me denken aan de olifantentanden die nog niet zo heel lang geleden voor veel toeristen een hebbedingetje waren. Gelukkig is dit inmiddels verboden. Heb je gewetensbezwaren om een walvistand aan te schaffen, dan moet je snel doorlopen. Het bespaart je dan ook nog eens 50 euro.

 

 

Onze chauffeur Steve is een aardige gast die alle tijd van de wereld heeft, als we maar per uur betalen. We spreken een bedrag af waar we ons allemaal happy bij voelen en vertrekken in een overkapte pick-up. Al slingerend rijden we over de smalle weg van gescheurde betonplaten, langs de kust van de Caraïbische zee. Het is een gehobbel vanjewelste en dit maakt ons vrolijk.
Wat in Nederland bij de bloemist als exclusieve tropische plant wordt verkocht, staat hier als onkruid in al zijn pracht te bloeien. Wat een weldaad voor je ogen!

 

 

 

 

Al snel zijn we in het dorpje aangekomen waar de walvisvaarders huizen. Een armoedige plaats waar de geur van de kadavers in de lucht hangt.
De meeste vissers hebben hun eigen bootje en een enkeling zonder eigen materiaal mag mee op vangst. Zo ook de man die met zijn dronken troebele ogen en wankele gang komt vragen wat ik daar tussen die bootjes uitspook. Ik neem gelijk mijn kans waar en vraag hem over de walvisvangst.
“Ja-ja! Ik ben twee weken geleden meegevaren!”, antwoord hij sloom en trots waarbij hij breeduit grijnst en zijn gebit mij aan een monumentaal kerkhof doet denken. De man kijkt gebiologeerd naar mijn bloes en ik besluit om maar snel afscheid te nemen. Ik zoek Hans en ontdek hem tussen de gekleurde houten vissersschuiten.
“Oh, ben je daar?” zegt hij bevestigend. “Kijk eens naar je bloes: je knoopjes staan open!”
“Shit! Nu weet ik waar hij zo naar keek!” Hans heeft geen verdere uitleg nodig en zegt alleen dat hij het wel snapt…

 

 

Een paar vissers houden zich bezig met het schoonmaken van een kleine vangst en hier en daar ligt er een vis als afval onder een bootje. Zonde van het dier om gevangen te worden en er daarna niets mee wordt gedaan.

 

 

 

 

De grote schedel van een walvis ligt tegen de kade op te drogen en de vreselijke lucht van vergane vis boort zich in mijn neus. Onder een afdakje liggen walvisbeenderen opgestapeld. Een man ligt er op de grond lui naar te staren. Vermoedelijk nog in de ban van de vangst twee weken terug.
De mannen zijn trots op hun vangst. Zes keer per jaar mogen ze op traditionele wijze walvissen vangen. In de periode van november tot maart gaan ze tekeer. Op een bergtop zit de spotter die de zee nauwkeurig in de gaten houdt en een sein geeft zodra hij een donkere glanzende rug door het water ziet schuiven. En er zijn veel glanzende ruggen, maar de vangst is beperkt. Er mogen per seizoen niet meer dan negen walvissen worden gedood.
Zodra het sein komt snellen de mannen naar de bootjes en vertrekken naar de zee. Het is een hachelijk karwei. Zodra de walvis naar boven komt om te ademen, jagen de mannen de walvis op naar een ondiepe plek in de zee, vlakbij een slachthuis. Is het gelukt om de walvis daar naar toe te leiden, dan werpt een man de speer of harpoen met ruim 250 meter touw daaraan vastgeknoopt naar het prachtige dier. De worsteling begint en de walvis snelt weg met het gevaar dat het bootje met de vissers wordt meegetrokken de diepte in.
Wanneer de walvis weer bovenkomt begint een volgende hachelijke klus. Een paar mannen springen op de walvis en naaien zo snel mogelijk zijn lippen aan elkaar. Hoe gruwelijk is dit?! En waarvoor? Op deze manier kan de walvis geen water meer tot zich nemen en kan hij niet afzinken naar de diepte. Zijn dood zal nog maar een paar minuten op zich laten wachten. Dan wordt de walvis naar de kant van het slachthuis gesleept en kan het fileren beginnen. En het feesten, want een walvis vangen betekent hier dat je een held bent.

Ook zonder het van nabij te hebben gezien, is het een indrukwekkend en gruwelijk verhaal.

 

 

 

 

Het vlees wordt verkocht, er wordt levertraan gemaakt en de tanden en beenderen worden voor het toerisme gebruikt. Ook de omringende eilanden komen naar Bequia wanneer er een walvis is gevangen. Het is handel. Het betekent eten op tafel. Het is ontstaan nadat de slavernij is opgeheven en de bevolking maar moest zien hoe ze aan de kost kwamen.

Onze chauffeur Steve beweert het niet eens te zijn met de walvisvangst en heeft zelfs nog nooit een stuk walvis gegeten. Hij stelt voor om naar een museum over de walvisvangst te rijden. Laten we dat maar doen. We hebben hier voldoende indrukken opgedaan.

 

 

 

Het museum is niets meer dan een klein overdekt lokaaltje en is ook nog eens gesloten. Door de tralies kunnen we de afbeeldingen zien en de oude vissersbootjes die voor de jacht werden gebruikt. Om een bootje te stutten is een wervel van een walvis gebruikt. Hoe bizar is dit?

We besluiten de terugreis aan te vangen en Steve weet een mooie route om dit te doen. Hij kiest een hoog punt uit vanwaar we over de walvisbaai kunnen kijken en vast wel een paar walvissen zullen spotten. Ik hoop dat we niets zien. Stel je voor…..

Eenmaal terug in het dorp lijken we in een andere wereld te zijn. Hier is handel met fruit en groenten. Het kraampje met de walvissouvenirs bekijken we nu toch met andere ogen. Er kleeft bloed aan van een prachtig zoogdier…

 

 

 

Translate »