oktober 2017

Tobago Cays

 

 

En dan glijden we de turquoise wateren van Tobago Cays binnen. Doorzichtig, aangenaam water waar je vanaf het schip tot meer dan 15 meter diep kunt kijken. Dit is de kleur van de ansichtkaarten die je er van verdenkt dat ze nep-foto’s gebruiken en ingekleurde plaatjes. Immers: zoiets prachtigs bestaat niet echt! Maar niets is minder waar! De twinkelende juwelen van tsarina’s, koninginnen en prinsessen, de best opgepoetste koperen scheepsbellen zijn niet zo prachtig als de wateren die de Tobago Cays omhelzen. Het blauw verandert in groen naar turquoise en dit spektakel wordt vergezeld met een enorme schittering. Wat je ziet is niet op polaroid te vangen, en nee: ook niet digitaal. Het resultaat van een foto is niet de helft van wat ik werkelijk waarneem. De ruimte om me heen, de afstanden van waar ik ben tot ver aan de horizon, het reliëf van de golven; een foto geeft dit niet naar werkelijkheid weer. Het is een plekje op aarde waar ik minstens een half jaar wil blijven. Misschien zelfs wel langer… Dit is het paradijs!

 

 

We zoeken een geschikte ankerplaats. Jammer genoeg is het druk met Catamarans, de luxe bungalows te water, kleine zeilbootjes, de grotere gemotoriseerde oceaankruisers. We zien aan de vlaggen dat de jachten uit alle hoeken van de wereld komen. Leuk, maar we willen er toch niet tussen liggen. Hoe langer we zeilen, hoe meer we geneigd zijn om te geloven dat de wateren om ons heen exclusief voor Isabella zijn en niet zomaar jan-en-alleman in de buurt van Isabella kan ankeren. Het is het soort van ‘recht van de oudste’, of zoiets van ‘bestaansrecht van de toerzeilers’. De dagjesmensen met hun brede Catamarans moeten maar een ander plekje zoeken. Onzin natuurlijk, want we hebben allemaal recht op een plekje op aarde en dus ook in dit fantastische zeegebied. Maar genieten doe je niet met 50 schepen om je heen, of is er een kansje dat we…?

 

 

Hans is inmiddels een kei in het zoeken van dat ene geschikte plekje en voor we het weten liggen we in een soort van ‘Vooraan-in-de-rij-positie’. Voor ons zien we geen drijvende huisjes, niemand, nada. In de verte aan de horizon, ligt een streepje wit met wuivende palmbomen, geen scheepje of catamaran te zien! Daar wil ik naar toe! Maar helaas, de kapitein stemt niet toe. Hans heeft zijn huiswerk alweer goed gedaan blijkt, en weet dat het richting dat prachtige Bounty eilandje te ondiep is voor Isabella. Jammer! Hoe heerlijk ziet het er daar uit! Het water zo blauw, zo intens blauw en helder! Dit hebben we niet eerder meegemaakt. Maar goed… vastlopen is ook niet waar we op zitten te wachten, dus we blijven.

 

 

 

Op tien meter diepte grijpt het anker zich op de bodem stevig vast in het witte zand, hetgeen door het kristal heldere water duidelijk te zien is. Hans besluit een duik te nemen en ik twijfel geen seconde (en dat is heel apart!) en ga hem achterna. Via het trapje, dat dan weer wel 😉
De zee is lauw. We meten 27 graden Celsius en het anker dat hier 10 meter onder Isabella ligt, is gemakkelijk te herkennen. En wat we dan zien kunnen we bijna niet geloven! Een schildpad graast over de zeebodem en trekt aan plantjes en gras. OOHHH!!! Hier MOET ik dus inderdaad heel lang blijven! En gelukkig vindt Hans dit ook!
Opgewonden klimmen we weer aan boord en spoelen ons af met het zoete water uit de traag, maar goed functionerende watermaker. Dan is het tijd voor een glaasje spiritueel wasser. Een rode en een witte. Boek er bij en dan nagenieten van deze fantastische dag!

 

 

 

 

Beweging zorgt voor minder snelle aftakeling, lees je in de meeste bladen en op internet. ’sMorgens volgen we dit advies op door voor het ontbijt een aantal cirkels rond Isabella te zwemmen en dat is in dit gebied geen straf. Waar Hans op het asfalt een soort van snelwandelt, vindt hij dat ik in het water een evenknie van Ada Kok ben, of misschien zit in jouw herinnering Inge de Bruin 😉 Als we na het ontbijt de klussen hebben gedaan (staal en koper poetsen, handwasje, opkomend schimmel te lijf gaan met een spuitbus), pakken we onze snorkelsets, de camera, fles water en leggen alles in Dirk, onze dinghy en varen richting The end of the World rif. Dit klinkt alsof we nog niet weten dat de aarde rond is en we moeten oppassen om niet van de rand in het oneindige van het heelal te vallen. We kijken achterom, naar de zeilschepen die voor anker liggen. Witte horizontale streepjes met een rechtopstaand stokje in het midden. Voor ons zien we een brede smalle strook van keien waar het water van de oceaan op botst. Niet hoog, niet bruisend, maar wel zo indrukwekkend dat we op veilige afstand blijven. We willen geen herhaling van het avontuur op Barbuda. Dirk schuift over wat puntige keien en nog voor we vast zitten, zetten we ons weer af. Zo verkennen we de strook en kijken uit over het oneindige van de atlantische oceaan. Daar, ergens daar op de golven die er nu niet meer zijn, omdat ze overvloeien in weer nieuwe golven, hebben we 18 dagen gezeild. 18 dagen de Atlantische oceaan overzeilen… wat een indruk en een ervaring! Ook al zullen we misschien al het andere wat ooit was en op dat moment om ons heen is, vergeten: deze ervaring vergeten we zeker nooit meer. We praten er over en ook hoe verschillend we over die overtocht denken. Boeiend – saai, gevaarlijk – niet echt gevaarlijk, te lang – mag nog langer… We vinden dan toch een overeenkomst: het was de moeite waard en niemand kan ons dit meer afnemen.
We varen verder en leggen Dirk aan op een onbewoond strandje en zetten onze snorkelsetjes op. Wanneer we onder water gaan, komen we terecht in een soort van kleine wereld van David Attenborough.

 

 

Zeeschildpadden en roggen zwemmen om ons heen en prachtig gekleurde vissen waar ik de naam niet van ken liggen op hun zij het koraal af te likken. We zwemmen met de schildpadden mee die een verrassende snelheid ontwikkelen wanneer je dicht in de buurt komt. Geen bijhouden meer aan, maar niet getreurd: een andere schildpad nadert alweer.

Dit is een dagelijkse bezigheid en we vermaken ons prima. Ondertussen is SY Gwelan ook gearriveerd en ligt een klein stukje verderop voor anker. Heerlijk om een stel zeilvrienden te hebben die je regelmatig op een ankerplaatsje tegenkomt. Gezellig bijkletsen, ervaringen en kennis delen! We kunnen het goed vinden met elkaar en spreken samen over de route en bestemmingen die we nog gaan delen. Natuurlijk worden deze ‘vergaderingen’ ook vergezeld door het spirituele wasser. Schuimend, rood of wit. Het is maar net waar we zin in hebben.

 

 

Dan is er die knal en een zucht. Een lichte ‘Merde’ bereikt mijn oor. Ik kijk om me heen en grom terug “Ja hoor!! Sukkel!” roep ik nijdig.
“Hans-Hans!! Kom eens gauw! Kijk daar eens! Er zit een kitesurfer in de mast!!” Niet te geloven! Hoe dom kun je zijn om zo dicht langs een zeilschip te surfen! Het lijkt wel een sport op zich: wie kan op 1 meter afstand een zeilschip passeren…
Een smalle jonge dame spartelt in het water, op zoek naar de lijnen die de kite besturen. Ze spreekt Frans. Wij spreken nauwelijks Frans. Zij spreekt geen Engels, geen Duits en geen Spaans. Dat wordt wat… Er komt zelfs geen “Pardon of excuse et moi” en alleen maar de vraag of we haar vrienden willen halen. Ja zeg uhhh?!?!?
We roepen via de marifoon de crew van de Gwelan op. Zij spreken de mooie Franse taal zo vloeiend als schenkstroop. In een paar seconden leggen ze de dinghy langszij en nemen de schade op. Tuurlijk helpen ze met de taalbarrière 🙂 In de zelfde tijd komen er uit alle hoeken en gaten nog meer Fransen aangetuft. Het volkje klimt zonder pardon aan boord en in rap tempo dirigeert de Gwelan onder leidende bezieling van Hans datgene wat er gedaan moet worden: man de mast in. Het groepje Fransen blijkt te bestaan uit artsen en vinden de hele situatie maar vervelend. Het liefst willen ze dat we de boel zelf inspecteren en repareren, maar Hans geeft geen millimeter toe. De aangewezen persoon klimt in de mast, toegerust met schroevendraaier, tang, mobiel en mijn camera. Er worden foto’s gemaakt en al snel blijkt dat de radio-antenne verbogen is. Na een paar keer naar boven gehesen te zijn is de klus geklaard. Met een tijdelijk reparatie moet het ding het wel houden. Nu maar hopen dat het niet gaat stormen…
Zonder een woord te zeggen zijn de daderes en haar kornuiten opeens verdwenen. Alleen de mastman is er nog en vergezeld van een koud biertje als dank, zwaaien we hem uit. De dag erna vertrekt het Franse flottielje. Rust in de Tobago wateren…

 

 

 

 

 

 

Bijna ongemerkt is er een volle week aan ons voorbij gegaan. Hans merkt op dat we verder moeten. We hebben immers alle mogelijke snorkelzones al bezocht. Ik heb er niet zo veel zin in. Ik vermaak me met het verzamelen van mooie lichtgroene stenen. Eindelijk heb ik dan mijn sieraad gevonden! Hier op het strand van Tobago Cays ligt het mooiste steentje ter aarde en ik maak daar mijn kettinkje van!

 

 

’s-Middags overleggen met de crew Gwelan en ook zij denken er ook over om weer eens verderop te kijken en besluiten we gezamenlijk de volgende dag het anker op te halen. Op naar Union Island!

 

Wennen

 

WENNEN

 

Het is niet de eerste nacht dat ik wakker word met de gedachte om het vliegtuig terug te nemen naar Nederland. De jubelstemming van de thuisblijvers over onze prachtige reis begrijp ik maar ten dele. Hier zijn we dan: aan de andere kant van de oceaan van huis en haard verstoken op een schip van 12 meter 24/7 boven op elkaars lip. Door het dekraam zie ik de sterren deinen en ik corrigeer mijn waarneming vrijwel direct: het is Isabella waarmee we voor anker liggen en ze deint zachtjes mee op de kalme golven. Welke andere sterveling op aarde ligt er nu vanuit zijn ommuurde bed naar de sterrenhemel te kijken?

Mijn gedachten dwalen af naar mijn huisje, mijn haard en mijn tuintje met de stille vijver waar ’s-avonds de kikkers door het riet scharrelden en af en toe iets van zich lieten horen. Ik denk aan het sleutelgat van mijn voordeur waar ik mìjn huissleutel in stak. Mijn coconnetje, mijn rotsvaste scheepje van steen, mijn veilige haventje. Gordijnen dicht en genieten van de voldoening van een dag hard werken met- en voor zieke mensen. Nu tuur ik naar de sterren en het lichte schijnsel van de maan in eerste kwartier en denk aan onze zeiltocht over de atlantische oceaan met zijn prachtige golven met daarin weer kleine golven en golfjes. Wat hebben ze ons te vertellen? Weten zij waar we naar toe gaan en wat de toekomst ons brengt? Weet ik zelf wel waar ik naar toe ga? Welke toekomst er voor me ligt? Wie ben ik? Wie is Hans eigenlijk?

 

 

Soms doemt er een vreselijk scenario op die me onrustig maakt en voel me als een haas in een open veld dat opgejaagd wordt door blaffende honden en paardenhoeven in galop. Af en toe wordt er een schot gelost en er lijkt geen einde te komen aan het onbeschutte veld. Ik struikel nog net niet over een greppel en weet op tijd een sprong te maken. Alweer hoor ik een schot! Oef! Net op tijd aan de overkant!
De associatie met onze pittige discussies en het jachtveld, laat me spontaan grinniken. Hans is nu ook wakker en vraagt wat er is. Ook al is het nacht; ik kan het niet nalaten om bij hem te exploreren hoe hij deze reis tot nu toe ervaart en met name hoe hij onze relatie ziet, maar hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd. De vraagtekens rondom de werking van de Iridium-Go houden hem uit zijn slaap. De spreekwoordelijke ‘boom’ op zetten kan ik op dit tijdstip vergeten. Het is een slechte timing van mij om onderwerpen als ‘verleden, heden en toekomst’ aan te snijden, laat staan die bepaalde karaktereigenschappen van ons. Niet alleen verschijnt er een wolk voor het eerste kwartier, ik kan bijna zien hoe bij Hans de ‘donkere wolken’ boven z’n hoofd zich samenpakken. Hij zucht. Die Iridium-Go is nog niet zo eenvoudig als het leek. Ik beantwoord zijn zucht. Is dit nu het romantische tochtje zoals we het ons hadden voorgesteld?

 

 

De vermoeidheid van de overtocht, gespekt door het harde werken op Isabella, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt en doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een zoen. Samen op Isabella is een ware relatietest. Ieder met een duidelijk eigen karakter en een rumoerig verleden. We wijzen elkaar op andere zeilende stellen, waarbij het leven aan boord zo ‘smooth’ lijkt te verlopen. Dat moet ons toch ook lukken?

De dagen vliegen voorbij. De To-Do-List lijkt aardig te slinken en er komen geen nieuwe To-Do’s bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik stel mijn dagelijks ‘hebberigheid’ aan ‘een-boom-opzetten-met-Hans’ bij en dat lijkt hij te waarderen. Het geeft rust en daar is weer die wens, dat gevoel van ‘Samen door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit. De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer naar een ander Caribisch eiland zeilen en voor anker gaan. Eindelijk komt die factor 100 uit de kast en voelen we het warme witte zand tussen onze tenen schuiven. Dit is waar we het allemaal voor doen!

 

We raken aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben en nog regelmatig aan mijn stenen coconnetje denk, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Niet meer haasten, geen lange To-Do-lijsten meer. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. De jubelstemming van de thuisblijvers begin ik te begrijpen.

 

 

 

 

 

Translate »