januari 2018

Curaçao

 

 

 

Curaçao, aug. 2017

We varen langs een exclusief uitziend resort met een smal wit strandje en keurig in een rij staande palmbomen. ‘Saai’ is het woord dat als eerste in me opkomt. Even iets verder is de ingang van het Spaanse water en om de hoek van het vaarwater ligt de haven. De havenmeester geeft geen gehoor aan onze oproep via de marifoon. We leggen Isabella aan op de eerste de beste vrije steiger. Straks maar even kijken waar we mogen liggen.

Het feest van in een haven liggen is de heerlijke douche! Net zolang totdat ik bijna opgelost als een suikerklontje in warme thee door het afvoerputje verdwijn, sta ik met m’n lange haren onder die lauwe harde straal. Ik beloof mezelf hierop minstens twee keer per dag te trakteren!

We leggen contact met familie in Nederland en op Curaçao met vrienden Bert en Bernadette. Er moet nogal wat geregeld worden om Isabella een paar maanden hier achter te laten. Ze moet in depot wat betekent dat we er vanaf die dag niet meer mee mogen varen. Het kan niet anders, want de duur van haar verblijf hier is langer dan drie maanden en zo voorkomen we dat we invoerrechten voor Isabella moeten betalen. Op pad dan maar.
We kunnen de auto van B&B lenen! Super blij hiermee rijden we naar Willemstad en zoeken de twee kantoren op die, hoe kan het ook anders, ver uit elkaar liggen. De papierwinkel begint opnieuw en staan we op verschillende plaatsen geduldig te wachten tot alle stempels, zegels en formulieren weer zijn geregeld.

De eilandbewoners zijn gek op gokken en op bijna elke hoek van de straat vind je wel een kiosk waar je loten kunt kopen. Merkwaardig… waar zou dit gebruik vandaan komen?

 

 

In Willemstad herken ik de straat waar ik een eeuw geleden met m’n kleine spruit Roeland van anderhalf aan het rondneuzen was. Snel een fotootje maken en weer verder lopen. Je hoort er Nederlands spreken, Engels, Papiamento, Spaans en dan horen we een verbaasde “Elise?? Hans??” Herkenbaar van de foto die hij me toestuurde zie ik de piloot van het Coastguard Aircraft team, Richard Kampert.  Richard had de website Isabella gegoogled en de foto’s bekeken. Zodoende herkende hij ons. Wat een toevallige en leuke ontmoeting! We babbelen wat en vervolgen ons pad richting het reisbureau. Er moeten tickets worden gekocht.

 

 

Als alle klussen geklaard zijn vertrekken we naar Nederland. In een maand tijd nemen we afscheid van Marion (zie blog ‘Fan’), kopen we ieder een auto, start ik met parttime werk als VSggz, sjokken we van zomerhuisje naar zomerhuisje omdat Hans’ en mijn huis zijn verhuurd, bezoeken we ieder onze kinderen en verwelkomen het eerste kleinkind van Hans. Een klein schattig meisje.
Het voelt vreemd om na acht maanden weer in Nederland te zijn. De drukte die het met zich meebrengt past niet meer bij mij. De laatste maanden heb ik zó genoten van het leven op Isabella. Opvallend is hoe vol de agenda’s van anderen zijn en opvallend is dat die van ons ook opeens weer vollopen. Het lijkt wel alsof we hier ‘nodig’ zijn.
Het is dan dat Hans voorstelt om Isabella in de verkoop te zetten en naar een huis te zoeken. Het plan voor de wereldomzeiling verdwijnt in een la en komt er niet meer uit.

Veranderde plannen vergen actie om ze te realiseren. We vliegen terug naar Curaçao om e.e.a. te regelen.

 

 

 

We huren een auto en met een biertje in ons hand, zoals een echte Curaçaoënaar betaamt, rijden we onder de heldere sterrenhemel en een halve maan omhuld door een prachtige halo-ring, richting Seru Boca Marina. Daar ligt ze. In het schemerlicht van de halve maan en het spaarzame lichtje van de steiger, glanst de boeg van Isabella. Ze ligt met de voorsteven naar ons gericht en er bekruipt me een gevoel, nee een besef, dat dit prachtige schip een merrie is. Ons betrouwbare, prachtige paard dat ons over de Atlantische Oceaan heeft gebracht. Veilig en stabiel, krachtig en voor geen kleintje vervaard, moedig en speels tussen de meters hoge golven, spelend met dolfijnen en rustig dobberend tussen de walvissen. Ze is een pracht en ik voel een zoute parel langs mijn wang rollen. Wie zegt dat Isabella dood materiaal is van polyester met RVS, die liegt. Isabella LEEFT!!

“Wat is ze mooi hè?”, hoor ik Hans zeggen. Ik krijg amper geluid uit mijn dikke emotievolle keel. “Hujah”, piep ik, “Zó prachtig!!”
Hans pakt mijn hand. “Ja meis… het leven gaat door…”
Ik weet wat hij wil zeggen, maar ik wil het niet horen. Ik wil de droom vasthouden en alle minder glorieuze en onromantische momenten van het afgelopen jaar voor het gemak maar even vergeten. Het was immers toch ook genieten?!!
Ook al is er te weinig licht; ik maak een foto van Isabella, wetend dat ik dit moment wil koesteren.

Isabella ligt onder een dikke, ja echt dikke, laag stof. Iemand heeft hier zijn stofzuigerzak uitgeklopt. Daar lijkt het op. In werkelijkheid is het stof van de berg waarachter de haven Suru Boca Marina ligt. Een klusje voor morgen. Nu eerst het bed opmaken, douchen en morgen verder zien.

Morgen bestaat uit het grondig afspoelen van het dek. Een klus voor Hans. Voor mij is er benedendeks heel wat te doen. Heerlijk in die hitte! Niet dus. Na een minuut druipt het zweet uit mijn poriën en plakt het weinige textiel dat ik aan heb als een vloeipapiertje op mijn lijf. Bah!!

Na een ochtend hard werken ploffen we neer in de kuip. We hebben besloten om ons aan te passen aan het ritme van dit stukje tropisch Nederland. Het werk zit er voor vandaag op en begeven ons alweer naar de douche.

De dagen rijgen zich aaneen. Dagen van geen wind of een klein zuchtje wind, als gevolg van de orkaan Irma die op komst is. Irma koerst op de bovenwindse eilanden af en laat zoals al haar voorgangers, de benedenwindse eilanden met rust. Dit heeft tot gevolg dat het ongekend heet wordt op Curaçao.

 

 

Elke ochtend staan we vroeg op, klussen we een beetje en rijden ’s-middags naar een rustig strandje. Behalve deze donderdag. Vandaag staat de wedstrijd Oranje v/s Frankrijk op het programma. Van B&B hebben we gehoord dat de Netto bar op Otrabanda een typisch lokaal kroegje is waar je voetbal kunt kijken. Wij dr op af!
De Netto bar is een piepklein kroegje met van allerlei leuk spul tegen de muur en op de bar. Hans vraagt aan de oude barkeeper of hij ook de TV aanzet om naar de wedstrijd te kijken. Met een blik van ‘Ikke-nie-begrijpen’ zegt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. Hans kijkt verbaast en stelt nog eens de vraag rondom de voetbalwedstrijd, maar alweer antwoordt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. We geven het op en steken de straat over naar het sportcafé. Daar hangen kingsize posters van vRobben, Cruijff en andere voetbalgrootheden en jazeker, zegt de eigenaar volmondig, zeker gaat de zender over naar Oranje v/s Frankrijk. Mooi zo. We bestellen twee ijskoude gingerale’s en tellen af: nog twee uur te gaan voordat de wedstrijd begint… Tja.. we willen wel een stoel natuurlijk 🙂

 

Dan begint de wedstrijd Oranje vs Frankrijk zonder geluid. We klagen niet. De wedstrijd zien alleen al is om te huilen en ontlokt mij te zeggen dat de spelers mogen verdienen naar prestatie: nul. Na een paar uur stappen we gedesillusioneerd op. Wat een flut wedstrijd!

 

 

 

We toeren richting West-punt wanneer ik een bordje zie met de tekst: original museum of the slavery. “Stop!!”, roep ik snel. “Stop dan!!”, zeg ik na een seconde alweer.
“Wat is er dan?”, vraagt Hans verbaast. “Daar is een museumpje met een echt Kunuku huisje. Dat wil ik zien van binnen! Ga je mee terug?”
“Schat, ik heb die huisjes al zo vaak gezien! Je ziet er niks aan”.
“Ja, maar dit is een museum! Wil je dat dan niet zien?”
“Ga jij maar alleen. Ik blijf wel in de auto”.
Ik stribbel niet meer tegen zoals een paar maanden geleden in de hoop Hans over te kunnen halen om mee te gaan. Als hij niet wil, dan ga ik alleen.

 

 

Ik stap het terreintje op en zie een donkere Curaçaose vrouw in traditionele kleding met een lange bezem as uit een oven vegen. De resten as en stof vliegen om haar hoofd. Ze vertelt aan een groep vrouwen hoe de slaven met deze oven brood bakten. Wanneer de groep doorloopt naar hun workshop ‘brood bakken’, loop ik naar de vrouw en begin een praatje. Een lang en geen onbekend verhaal over de slavernij volgt. Hoe de bazen de slaven martelden wanneer er iets niet naar hun zin was. Hoe ze op hete kolen een ijzeren bout verhitte om fraaie plooitjes in de dresses van de missies te strijken. En wee degene die de jurk daardoor weer smerig maakten of er per ongeluk een bruine schroeivlek op achterliet.
De ogen van de vrouw verraden het leed wat haar familie is aangedaan. Ze neemt me mee naar een beeltenis van hun geketende leider Tula en vertelt me dat zijn geest nog bij hen is en niet eerder rust heeft dan vanaf de dag dat al zijn afstammelingen ook geestelijk vrij zijn. Ze kijkt me aan en haar ogen lijken donkerder te worden. Ik zie dat ze het leed van haar voorouders nog bij zich draagt en ik ben ontroerd en schaam me voor wat de blanke mens hun donkere medemens ooit heeft aangedaan. Ik vraag of ik haar een hug mag geven en dat mag. Wat een bijzondere ontmoeting!

 

 

 

Isabella wordt grondig schoongemaakt, kussens geklopt, staal gepoetst, wassen gedraaid en de watertank opgetopt. De koelkast moet leeg en we hebben daar een gretige afnemer voor gevonden. P&D uit de USA zien de bodem van hun scheepskas naderen en zijn blij met alles wat er binnenkomt.

Dan komt de man met zijn fototoestel en graast met zijn ogen Isabella af. Klik-klik-klik, doet het apparaat. “Kan dit even opzij?” vraagt de man en met tegenzin doe ik wat me wordt gevraagd. Hans spreekt een prijs af en zegt er geen cent minder voor te willen hebben. Als ze niet wordt verkocht, varen we haar nog een stukje verder.
Ik zie wel.

Nog net zien we op de Curaçaose TV de eerste beelden van de ravage die orkaan Irma op de noordelijke Caribische eilanden heeft toegebracht. Een drang om te helpen voel ik zeker, maar het rationele gedeelte van mijn hersenen is op dit moment toch sterker dan het emotionele stukje. We moeten terug naar Nederland. Mijn huis is uit de verhuur en mijn spullen kunnen weer uit de opslag. Mijn eerste kleinkindje kondigt zich aan en zal ik beslist even van willen genieten!!

Dag Isabella! Tot in januari 2018! Dan zien we elkaar weer!

 

 

 

 

BONAIRE

 

Na drie nachten en dagen zeilen met ook de indrukwekkende reddingsactie op zee, waar we uiteindelijk tussen de hoge golven de vijf vissers in een klein schuitje vonden, pakken we de draad weer op en koersen verder naar Bonaire. Een beetje haast hebben we wel, want als er op Bonaire geen moorings vrij zijn heb je vette pech, omdat je er niet mag ankeren.

We worden verrast door een drietal voorbij vliegende flamingo’s en komt er alweer een familie dolfijnen langszij! Zó mooi om te zien en zo’n geweldig gevoel telkens om midden in de natuur te staan! Het is een gevoel van rust, van opgenomen zijn in je omgeving, van stilstaan in de tijd alsof er hierna nooit meer iets komt wat ‘moet’.

 

 

In het duister naderen we de kustlijn van Bonaire en zien nog net de gekleurde slavenhuisjes aan het strand staan. Hoe schattig en lief, zo kabouterachtig en mooi onderhouden! Als je niet beter weet, ga je dat inderdaad zo beschouwen. Met de wetenschap waarvoor ze ooit dienden, zijn ze allerminst schattig.
Maar wat ons op Bonaire te wachten staat, hadden we nooit verwacht! Een geweldig relaxed vakantie eiland met minimaal toerisme. Of zou dit komen door de tijd van het jaar waarin we ons bevinden? Een eiland van uitgestrekte kustlijnen, woeste noordkust en kabbelende zuidkust. Een soort van Ameland zeg maar 😉 , maar dan met veel meer zon en een prachtige helderblauwe zee waarvan je zou willen dat het water je blijvend kan omarmen.

Het is al aardig donker en ontwaren een paar kleine bolletjes in het water en overtuigen elkaar dat dit vast geen moorings zijn: véél te klein!! We varen een stukje verder en komen tot de conclusie dat we ons hebben vergist: de kleine balletjes zijn wel degelijk moorings! Na een aantal pogingen om de landvast door het nauwe gat van de mooring te halen, klimt een aardige Duitser in z’n dinghy en neemt het van mij over: we liggen eindelijk vast!

Vermoeid van de overtocht en deze enerverende dag, duik ik de kombuis in en tover weer wat voedsel op tafel. Glas wijn er bij en pfff!! Morgen weer een dag!

De volgende ochtend gaan we met onze Dirk naar de wal en klaren in. Overal maar in- en uitklaren. Je ontkomt er niet aan en ondertussen zijn onze paspoorten al aardig verrijkt met een verzameling stempels. Hebben we alles bij ons? We gaan.
Het instappen in Dirk blijft toch wel een kunstje op zich, zeker met wat golfslag. Het lijkt soms wel de cakewalk op de kermis. Ik heb wel bij andere zeilers gemerkt dat hoe steviger en hoger de dinghy is, je makkelijker in- en uitstapt. Onze Dirk is nog niet versleten, dus we doen het er mee. Tenslotte heb ik er toch ook het hachelijke avontuur op Barbuda en Saba mee overleefd (zie blog maart 2017).

 

We tuffen richting haventje en zien op een zeilschip een Nederlandse vlag wapperen.
“Hé kijk!! De Foxy Lady!!” roep ik enthousiast. Rick, de schipper van deze Lady, Remco de first mate en Jennifer de ‘allroundster’ hebben we in de Tobago Cays ontmoet. Ze kwamen even bij Isabella aan boord om de groeten over te brengen van SY Gwelan 😀 Altijd gezellig!! RR&J zijn sportieve enthousiaste jonge zeilers en duikers. Hoe geweldig is het niet om op deze leeftijd (+/- 30+) een wereldomzeiling te maken! We maken een kort praatje en spreken af om aan het eind van de middag even te borrelen. Ben je nieuwsgierig naar hun prachtige reis? Ga dan naar http://sailingthefoxylady.com

 

 

Na het inklaren huren we voor een middagje een auto en toeren we over dit schitterde kleine eilandje langs de smalle kuststrook die het Pekelmeer afscheidt van de zee. We bezichtigen de rond 1850 gebouwde kleine slavenhuisjes en zijn verwonderd over de paar vierkante meters die de slavenfamilies tot hun beschikking hadden.

 

In een van de huisjes kruip ik door een kleine opening naar binnen en kan er niet staan. Gehurkt kijk ik rond en besef dat hier met moeite maar drie ‘Elises’ inpassen en Elise kennende zijn dit er voor deze krappe ruimte twee teveel 😉 En dan te bedenken dat hier soms wel 6 slaven in sliepen!

 

De zoutpannen zijn roze gekleurd als gevolg van de concentratie algen die daar invloed op heeft. Hoe zouter hoe roder de kleur van het zout. De slaven liepen met hun blote voeten door het zout en hakten daar de massa los om het in zakken op hun hoofd naar de kleine bootjes te brengen die het weer naar de grote schepen verderop vervoerden. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken dat menig slaaf daar blind rondliep. Ogen die opgevreten werden door het zout.

 

Indrukken doe je overal op en de ene indruk vervliegt en de andere blijft hangen, maakt weer plaats voor een nog diepere indruk en ga zo maar door.

We borrelen met RR&J en brouwen het plan om de volgende dag met z’n vijfjes op drie scooters naar Rincon te toeren, de voormalige nederzetting van de slaven. Er wordt die dag een soort van vrijheidsfeest gevierd en het belooft een gezellige boel te worden. We zien geen reden om niet te gaan 😀

 

Ik voel me weer 16 als ik bij Hans achterop door de knoek over de bonkige weggetjes rijd. Voor ons tuffen RR&J en komt het regelmatig tot een wedstrijdje wie het hardst kan. Het is heerlijk om die breedlachende gezichten te zien! We slingeren langs Queens Highway richting het Gotomeer en spotten de roze Flamingo’s die met hun kopjes ondersteboven in het water naar voedsel zoeken. Voedsel die hun veren prachtig roze kleuren. En dan komen we aan in Rincon.

 

 

Rincon is een gehuchtje van niks, maar alles lijkt uit de kast te zijn gehaald om het feest optimaal te laten slagen. Er worden spelletjes gespeeld en ik heb zin om mee te doen met een spel touwtrekken. Nu eens even letterlijk hiermee aan de slag 😉 Even kijken de andere deelnemers verbaast op als ze zien dat die ‘witte-lange-vrouw’ meedoet, maar al snel vinden ze het leuk. Met alle macht trek ik mee en ‘onze’ groep wint. Hoe kan het anders 😉

 

Dan verschijnen er grote trucks met bouwwerken waarop de grootste speakers ‘ever shown’, staan opgestapeld en rijden langzaam door de straat. Een herrie van jewelste breekt uit en een kleurrijke optocht volgt. Elke groep heeft z’n eigen truck met een overkill aan decibel. Met m’n vingers in mijn oren loop ik richting uitgang van de straat. Dit geweld is teveel.

 

 

 

We rijden verder met R&J voorop en Rick rijdt achteraan. Na een blik op Boca Onima, de noordkust, en wat rotstekeningen die door de Indianen zijn achtergelaten kiezen we voor een bijna onbegaanbare zandweg. We hotsen en botsen en veroorzaken zoveel stof dat het Rick z’n zicht belemmert en er zelfs stof achter zijn lenzen komt. We moeten stoppen. Hij maakt de lenzen schoon met wat spuug. Dat lijkt me niet de beste methode, maar een andere hebben we niet. En dan laat hij een lens in het mulle zand vallen. Wat een ellende! Met een oogafwijking van bijna —4 valt er lastig nog wat te zien! Als door een wonder ziet Remco de lens liggen. Weer een klodder spuug en de lens wordt teruggeplaatst op de oogbol. Spuug is nog altijd beter dan zout. Karren maar weer! Het leed is geleden!

 

De bijzonder geslaagde dag eindigt in Kralendijk. We leveren de scooters in en genieten op een terras nog een poosje na. We hebben dikke pret en delen herinneringen over sketches van humoristische cabaretiers zoals Jiskefet en anderen. De toekomstige vaarplannen worden nog eens van alle kanten belicht, compleet met de voor- en nadelen. Het is goed om hierover met andere zeilers te communiceren. Je pakt er altijd wel iets van mee, al is het maar dat je bevestigd wordt in de juiste keuze van je eigen plan.

We nemen afscheid. Morgenvroeg vertrekken we bij zonsopkomst en de kans is maar al te groot dat RR&J dan nog maar net horizontaal in hun kooi liggen. Geen uitzwaaipartij, maar wat we vandaag hebben beleefd kan niet meer stuk!! Machtige mensen die RR&J. Wie gaan we op Curacao ontmoeten?

 

 

Onderstaande link is een filmpje over Isabella ontmoet dolfijnen

https://youtu.be/ibLwWjjv03s

Union Island

 

 

Nu mijn grote fan Marion, de zus van Hans, ernstig ziek is besluiten we terug te gaan naar Nederland. En wel veel eerder dan in eerste instantie gepland. Een zeilreis onderbreken doe je niet zomaar. De afweging is of het wel verstandig is om op dit moment tijdelijk te stoppen / of dat de één terug gaat en de ander aan boord blijft en natuurlijk ook: wanneer zeilen we weer verder? De verwachte weersomstandigheden spelen bij deze beslissingen een grote rol. Maar goed… we kunnen blijven wikken en wegen: we moeten vooral nu verder zeilen.

We zetten koers naar Curaçao, daar zal Isabella onder toeziend oog van Robbie, de havenmeester, een poosje logeren. Op weg hiernaartoe ankeren we bij Union Iland en verkennen de kuststrook.

 

Een schooltje gaat uit en wat nieuwsgierige kleine kinderen zwermen om ons heen. Een paar meisjes giechelen wat verlegen als ze mij een paar foto’s zien maken. Eén meisje lijkt de mogelijke ontdekking van haar talent niet te willen missen en vraagt of ze mag poseren. Als een volleerd fotomodel neemt ze met haar nog schriele beentjes allerlei posities in. Schattig om te zien.

 

 

We sloffen verder en na me vergaapt te hebben aan een paar azuurblauwe oorhangers gevolgd door mijn weinig betrouwbare overtuiging dat ze me toch niet zullen sieren, pakken we de Dirk en tuffen terug naar Isabella. Ik heb nu al spijt dat ik ze toch niet gekocht heb. Ach… je moet toch iets hebben om over te kunnen dromen? 😉

We hebben alweer een heel gezellige avond met Powel en Marjolein van SY Gwelan en er worden nieuwe plannen gesmeed: New York is het doel!! Dat zal wat zijn om de Hudson op de varen en het Vrijheidsbeeld langzaam groter te zien worden! Zal ons dit niet het ultieme gevoel van vrijheid bezorgen? Mij in ieder geval wel! Ik verheug me er nu al op!

 

 

De nacht valt en liggend in mn kooi bekruipt mij een ongelukkig gevoel door het besef van het tijdelijke van deze reis. Hoe geweldig zou het zijn om almaar te zeilen – te zeilen – te zeilen en nieuwe landen te verkennen, nieuwe grenzen. Grenzen van het water, de golven en voornamelijk die van mijzelf.

De volgende ochtend lichten we het anker en zwaaien (voorlopig?) voor een laatste keer naar SY Gwelan: “Dag lieverds!! Goeie vaart!!” Gevolgd door een opgewekt “Joehoeoe!!” van Marjolein.
Daar in de verte achter de horizon en drie dagen en nachten zeilen ligt Bonaire, onze volgende ankerplaats. We krijgen alweer een welkom bezoekje van Dolfijnen en dan opeens worden we opgeroepen door de Coast Guard. Dit verhaal staat in Zilt en heb je inmiddels al kunnen lezen. Wat zal Bonaire ons brengen?

 

 

Translate »