februari 2018

Curaçao en dan?

 

 

 

na een aantal maanden in Nederland te zijn geweest, vliegen we 20 januari 2018 weer terug naar Curaçao. Immers: Isabella gaat begin mei dit jaar op transport in St. Thomas, een van de US-Virgin Islands. Daar zal ze op een containerschip getakeld worden om naar Southampton (Eng) te worden verscheept. Het is dus wachten op een goed weather window om Isabella van Curaçao naar Sint Thomas te zeilen.
Het weather window neemt een loopje met ons, want het waait hard hier op Curaçao, squall’s rennen elkaar voorbij en zelfs de eilandbewoners zeggen dat het de laatste tijd erg veel regent. Dat hebben we gemerkt! ’s-Nachts worden we in bed bij herhaling gewekt door een plens regen die via het open dekluik op ons hoofd neerstort. Snel een buikspieroefening starten om de grepen van het raam te kunnen pakken en het luik dicht te trekken. Kwartiertje wachten en het dekraam kan weer open. Plof!! Daar zakt mijn hoofd weer in m’n kussen en probeer ik de slaap te hervatten, wat soms wel, maar vaak niet lukt.

De regen zorgt ook weer voor mooie plaatjes met een regenboog:

 

 

en op andere momenten zorgt de regen dat de vervuiling neerdaalt op de veroorzaker…

 

 

 

Het voelt vreemd en beslist niet leuk om Isabella naar de eindstreep te begeleiden. Wil ik dit dan wel? Ach… je bent ergens aan begonnen toch? Het is vooral ook genieten zo te leven op Isabella. Er is namelijk een zeker ‘ritme van de dag’:
7 uur gaat de wekker en kruipt Hans z’n kooi uit. Een tel later hoor ik een grote plons: Hans gaat zwemmen. Na tien minuten volg ik pas. Het is namelijk zo heerlijk om nog even in bed na te ‘sudderen’ en alle beenruimte te nemen die je lijf feitelijk nodig heeft.
Het havenwater is doorgaans niet echt lekker schoon om in te zwemmen, maar hier op Seru Boca Marina valt het erg mee. Bovendien is na een douche het lijf weer fris en geurig. Dan een ontbijtje en daarna de hele ochtend klussen. De kapitein vindt nu eenmaal dat er eerst gewerkt en pas daarna gerelaxt kan worden aan boord.

 

 

We hebben ieder ons ‘To-Do-Lijstje’ en gek genoeg komt daar tussendoor telkens een ‘to-do-tje’ bij. Om half tien ’s-morgens druipt bij het koperpoetsen het lichaamsvocht alweer via mijn neus naar mijn kin tot lager. De zin in koffie met beboterde ontbijtkoek neemt toe en ik beloof mezelf een pauze in de kuip. De kapitein ploegt voort en neemt tussendoor een slok van het hete zwart. Ik volg hem met mijn ogen en ik weet al wat zijn plannen verder zijn: shipmate (c’est moi) kan om 12 uur boterhammen maken, thee zetten, daarna ieder een uurtje siësta houden en dan samen naar het strand. Boek mee, zwemmen, lezen, babbelen met vreemde mensen die dan eigenlijk niet heel veel anders zijn dan alle andere mensen die we al kennen en dus ook niet zo vreemd meer.

 

 

 

 

 

Ook af en toe een keertje uit eten aan het strand en een tochtje naar andere bezienswaardigheden zoals carnavalsoptocht (die 6 uur te laat kwam en wij dus al vertrokken waren!).

We genieten van de vrijheid die we hebben gekregen van vrienden Bernadette en Bert, doordat zij aan ons hun auto hebben uitgeleend. Super tof! Zo kunnen we in Willemstad de noodzakelijk bootonderdelen en boodschappen halen en ons verbazen over de man bij de uitgang die je kassabon met je boodschappen checkt. Life is good!!

 

Curaçao heeft gelukkig nog een groot stuk van zijn authenticiteit behouden. Dit in tegenstelling tot Aruba, dat in de loop der jaren tot een groot en vooral Amerikaans toeristisch oord is uitgegroeid. Het unieke zit hem mogelijk in het tamelijke verval van huizen en gebouwen, de stoffige wegen en straten, het geschuifel van de locals, in hun rust en geen haast. In de taal Papiamento komt de uitdrukking ‘te-laat’ dan ook niet voor…
Er zijn dagen dat we toch ook ieder ons eigen plekje nodig hebben. Niet op elkaars lip willen zitten. Hans gaat dan alleen zwemmen en ik ga schrijven, lezen of de Christoffelberg beklimmen.

 

 

 

Het leven hier lijkt wel te vervliegen. Als een fles rum die de alcoholist aan zijn mond zet: je neemt de tijd tot je, maar je hebt het op een gegeven moment niet meer door. De tijd lost op in het ritueel van de dag en ik bemerk dat ik al aardig gewend ben aan de zon, de warmte, het tempo van de dag en de gesprekken die ik met mezelf voer. Ik klim nog eens een berg op en check de top van de mast van Isabella. Het lijkt allemaal maar heel gewoon…

 

 

 

Hans kijkt dagelijks naar het weather window en ziet na drie weken dat het window zich geleidelijk verschuift naar beter weer. En dan opeens is er zijn vreugdevolle kreet: “Er is een mooi weather window op komst!” Ik kijk met hem mee en het ziet er inderdaad goed uit! Nu nog iemand die met ons wil meezeilen, want het belooft een zware tocht te worden. Harde wind en hoge golven met de wind uit het Noord-oosten. Dat wordt minstens vijf dagen ‘aan de wind’ zeilen. Een extra handje kunnen we daarom wel gebruiken.
Wanneer Hans terugkomt van een van zijn zwemtochtjes heeft hij goed nieuws! Hij heeft twee zeilers ontmoet! Bart en Lisette. Leuke enthousiaste mensen die elkaar tijdens hun marineopleiding (KIM) hebben leren kennen en nu met hun partners op Curaçao wonen. En voor ons belangrijk: ze kunnen zeilen en willen graag met ons mee! Ze komen aan boord van Isabella om de kennismaking voort te zetten en dat is het begin van een nieuw avontuur! Voor Bart en Lisette, maar zeker ook voor ons! Zomaar twee opvarenden mee, zomaar dubbel proviand inslaan, zomaar voor vier man koken, zomaar niet meer in adam- en evakostuum kunnen rondlopen, zomaar met vier mensen op 12 meter schip wonen i.p.v. met elkaar. Dat zal wennen zijn! Maar we zien er niet tegenop. De herkenning in elkaar doordat we toch eenzelfde achtergrond delen (marine/defensie), schept direct een soort van band. Je kent het taalgebruik, je herkent het in ‘protocollen’ denken, je herkent het goedkeuren van de aanwezigheid van de kapitein met zijn orders. Het is goed zo en na een heerlijke lunch, het uitklaren bij customs en immigration, spreken we af voor morgenvroeg, vrijdag 23 februari bij Isabella. Dan volgt voor de tweede keer een ‘rondje schip’ en neemt ieder zijn/haar plekje in. Half twaalf trossen los en koersen we via klein Curaçao, een klein eilandje hier in de buurt waar je snorkelend kunt genieten van het zeeleven onder water, richting Sint Maarten. Daar schijnt de ellende die orkaan Irma heeft veroorzaakt nog volop aanwezig te zijn. We gaan het zien. Wie weet over vijf dagen, over zes dagen? Of heeft het weather window nog verrassingen voor ons??

 

 

 

 

 

Zwerversbestaan

zie ook de teksten onder de foto’s

 

 

er is vast weleens een moment in je leven geweest dat je droomde van een zwerversbestaan. Het ongebonden, vrije leven waarin je kunt gaan en staan waar je wilt. Geen wetgeving die op jou van toepassing is, geen adres waar de overheid zijn bekeuringen naar toe kan sturen, geen verplichtingen om je stoepje schoon te houden. Vrijheid – blijheid.
Zodra je plannen maakte in die richting stuitte je op praktische problemen, want ja… er moet toch money in the pocket zijn en blijven. Dan maar flink sparen, je baan opzeggen en voor een paar jaar de deur uit. Fuck-You-Money, las ik laatst in het NRC, maar dan bedoelt voor je mooie reisjes. Prachtig. Huisje verhuren of huur opzeggen en tra-la-la, het feest kan beginnen. Bij voorkeur met een zeilboot natuurlijk.

Waar gaan we naar toe?

Deze vraag geeft al aan dat het plan niets met het zwerversbestaan te maken heeft. Het is een georganiseerde vrijheid, een gepland zwerversleven met bestemmingen en toch ook wel al die ‘noodzakelijke’ zekerheden en luxe. We zijn rijk als we ons plan kunnen vormgeven, onafhankelijk hoeveel money er dan wel in die pocket zit. De een heeft genoeg aan 1000 euro in de maand en de ander kan nog niet van het dubbele rondkomen. Creativiteit moet wel een beetje in je zitten.
En als je dan eenmaal onderweg bent, de navigatie instrumenten opdracht hebt gegeven waar de koers naar toe is en nieuwe gebieden ontdekt, dan is het bijna onmogelijk om niet te zien en te beseffen hoe goed wij het in Nederland hebben.
Nederlanders, ‘waterlanders’, klagers over hoe slecht we het hebben en onze rijkdom zien vervliegen doordat ‘The Money’ wordt verdeeld over alle inwonenden. Kijken naar hen die het beter hebben dan wij. Dit leer je wel af als je reist naar oorden waar luxe betekent dat je een dak boven je hoofd hebt, waar er gratis medische zorg is, maar je het verder zelf allemaal moet uitzoeken.

 

 

 

Armoede is daar niet iets aparts. Armoede is gewoon en luxe is voor anderen, een ongrijpbaar leven voor de simpele ziel. Liefde voor je medemens opbrengen kun je je als arme zwerver niet veroorloven. Dat kost je mogelijk je leven en de mens heeft een overlevingsmodus in zich die mededogen op zo’n moment niet toelaat.

Liefde voor dieren is al helemaal uitgesloten. Je kunt een hond geen eten geven als je zelf niets hebt. Het is knokken voor je eigen bestaan. Wakker worden en niet weten of je die avond kunt gaan slapen met een gevulde maag.

 

 

 

Het leed van de zwerver vloeit door naar de straathonden. Arme scharminkels die bij eetkraampjes scharrelen en soms geluk hebben en een kruimel droog brood tussen het stof oplikken. Spoorzoekers op straatbarbecues. Traag en schuw naar de mens sluipen in de hoop dat hij een stukje vlees van zijn stokje schuift. De viervoeter is de grens gepasseerd en in de zone van de etende mens gekomen. Dan zien dat de mens het arme beest in z’n neus knijpt, hartelijk lacht om zijn misselijke grap en door de spleetjes van zijn ogen kijkt of zijn buurman wel meelacht. Piepend rent het ongelukkige beest weg. Een verontwaardigd “Hé jij!” roepen helpt niet. Klootzak.
De honden zoeken elkaar op: vind jij iets, dan heb ik ook kans op een stukje. Kom je te dichtbij? Dan verdedig ik met opgetrokken lip mijn territorium.

 

 

Maar het is voornamelijk de voortplantingsdrift en de leider van de groep willen zijn, dat honden bij elkaar scharen. Reuen die met een meter tong uit hun bek hijgend achter een loops teefje dribbelen in de hoop dat ze haar staart opzij legt. Even een momentje van genot en het teefje zit met een groot probleem: hoe krijgt ze haar jongen gevoed? Het zijn dan ook meestal de teefjes die er gehavend, schurftig, broodmager en suf bijlopen. Stuitend vind ik nog steeds de drie honden die ik in Cuba, Havana tegenkwam: een kruising tussen een varken en een hond. Wat is hier gebeurd? Was hier een ziekelijke menselijke geest aan vooraf gegaan, of heeft de reu zich vergist? Blind van de wormen en een aangetast reukorgaan? Het is me een raadsel. (zie tekst onder de foto’s)

 

 

En tussen al dit leed wordt er gewoon doorgefokt. Kleine wollige mormeltjes die meer weg hebben van een knuffelbeest met batterij, worden opgepropt in een kooi op de markt verkocht.

 

 

 

Kansloze honden waar de wereld vol van is. Honden die ook behoefte hebben aan een knuffel en een helpende hand. En moet jij eens kijken hoeveel liefde je daarvoor terug krijgt!

En?…. nog steeds zin in een zwerversbestaan? Of toch maar liever die relatief rijke Nederlander zijn?

 

 

Translate »