Elise Bakker

(her)ken je dat?

 

ken je dat? Opeens krijg je een boodschap dat je mooie leventje niet langer is dan wat je dacht dat het zou worden? Ken je het zelf? Ken je het van nabij? 

Misschien is onderstaande een metafoor voor al je (mijn?) heimelijke wensen en gedachten. Misschien is het gewoon precies zoals het er staat. Lees en herken het metafoor voor jezelf. Kies!

 

Ken je die momenten dat ondanks dat je alle zeilen hebt bijgezet, je naar je gevoel geen spetter vooruit komt? Dat de wind tegen je zin in, zich te ruste legt? Dat het wachten op een herstart te lang duurt naar je zin, maar je ook de diesel wil sparen om deze op cruciale momenten te kunnen inzetten? Die momenten van wachten op dat ene? Dat ene hele belangrijke? Voor NU dat ene hele belangrijke? Al het andere vergeet je. De lijst met To-Do is niet meer belangrijk, het gaat zo ook wel. De zoveelste koffie of gemberthee smaakt niet meer en de toch al zo gelijkmatige gesprekken met je partner verstommen. Je tuurt voor je uit in de hoop dat ene belangrijke te zien aankomen: de wind. Maar ze blijft uit. Je scharrelt nog wat heen en weer in de kuip en in de kajuit. Je pakt het boek waar je een paar dagen geleden aan bent begonnen maar niet verder kon lezen omdat je nog zo veel te doen had. Voordat je het weet heb je drie bladzijden omgeslagen zonder dat je je kunt herinneren wat je hebt gelezen. Je gedachten dwalen af naar die prachtige momenten die je hebt beleefd. Zeldzaam mooi. Je hebt er nog loepzuivere beelden bij ook! Je wil ze vasthouden en nog eens beleven. Nooit meer loslaten en wel vier maal de aarde omzeilen om het thuiskomen uit te stellen.

Ondertussen klotsen de zachte golfjes ritmisch en voorzichtig tegen de romp van het drie centimeter dikke polyester dat je beschermt tegen ten onder gaan naar die vierduizend meter diepe oceaan. En het is niet meer dan dat. Drie centimeter verwijderd van een onmetelijke ruimte waarvan je zomaar een aanval van agorafobie zou kunnen krijgen. Eén kleine venijnige tik van een obstakel die de polyester huid doorboort en het zoute nat kolkt naar binnen. Jij nietig mens, nietszeggend mens, nietsbetekenend mens, jij vergaat. Je huid lost op gelijk als een etiket van een glazenpot die in de gootsteen ligt te weken. Flarden huid maken dwarrelend een spoor en laten je geloven dat die ene mens je hierdoor nog zal kunnen vinden. Je wordt aangetikt door een schepsel van de oceaan en niemand weet dat jij daar stukje voor stukje geruisloos in je graf verdwijnt. Ook je partner aan boord niet, want die is hetzelfde overkomen.

Je schudt deze gedachten van je af. Het zeilen kent immers ook zoveel andere kanten.

Je dobbert, je schip dobbert, je partner dobbert, je gedachten en verlangens dobberen in afwachting van die begeerlijke wind. Die wind die danst, die het wand omtovert tot muziekinstrument, die de zee opzweept naar torenhoge golven. Golven die schuimbekkend, likkend en hijgend jou achterna jagen, je willen grijpen en je willen overweldigen met hun natte zoute moleculen. 

Je schudt je hoofd. Onbegrijpelijk vind je het dat je gedachten telkens maar één kant op gaan. De kant van het onbekende, het meest angstaanjagende scenario. En toch zoek je het op. Je zoekt die spanning. Je wil je grenzen aftasten en ze uitdagen. Je grenzen verleggen en niet alleen voelen, maar zeker weten dat je een winnaar bent. Onovertroffen jij. Jij de held, de machtige. Machtiger dan dat ongrijpbare zoute nat. Jij zeezeiler, de niet wetende dat je zelf het grootste gevaar voor jezelf bent.

De zon trekt langzaam richting de golven en de geluiden die uit de kombuis komen verraden dat zonder dat je het wist, de tijd aan je voorbij is getrokken. Je lijnt je aan en roept naar beneden dat je nog even het dek en de genua inspecteert. Een dagelijks ritueel en klusje van niks, maar eigenlijk ook deels een excuus om je nog meer met die geheimzinnige op z’n prooi wachtende oceaan verbonden te voelen. De wind zwelt aan en klinkt hier op het voordek anders dan in de kuip. Helder en doordringender. Dieper je oorschelp in, niets ontziend in opmars je trommelvlies passerend richting je hippocampus om daar van al deze zintuigelijke waarnemingen een voor eeuwig blijvende afdruk op te slaan. Je voelt je voor altijd verbonden met al deze natuurlijke krachten en wil nooit meer iets anders. Jij en je fantastische schip zijn immers overwinnaars. Samen heb je herinneringen opgebouwd. Niets kan jullie doen ondergaan en voor de tijd die jou nog is gegund, zul je voort varen.

 

 

Met veel mooie herinneringen aan fantastische en heftige tijden nemen we afscheid van SY Isabella. Ze ligt te koop. Klik op onderstaande link en beeld je in dat jij de volgende kapitein bent samen met je bemanning/partner ook zulke mooie avonturen zult beleven.

Elise

 

https://www.uwjachtmakelaar.nl/zeilboot/157616/najad-390/

 

 

 

 

Vertrouwen in je medemens

Klik op de foto om het geheel te zien

De oorsprong van het elkaar cadeautjes geven, ligt volgens de online geschiedenisbronnen ergens verborgen in een ver heidens verleden. Duidelijker wordt het in de tijd van de Romeinen, die op 21 December een feestdag aan Saturnus wijdden en daar hoorde etentjes bij. Bij zo’n etentje gaf je de gastheer een cadeautje. Dan heb je eind december ook de drie wijzen die uit het oosten kwamen en goud, wierook en mirre aan het kindeke Jezus gaven. Veel later kwam daar ook nog eens Sint Nicolaas om de hoek kijken die vooral begin december kinderen verwende en de Amerikanen Sinterklaas later omtoverde in Santa Claus.

Aan de vooravond van kerstmis 2018 dwalen mijn gedachten af naar het afgelopen jaar. Een jaar vol veranderingen met de bijbehorende emoties. Niet eerder heb ik zo’n roerig jaar achter de rug en vraag me dan ook af waarom de laatste maand van het jaar uitbundig gevierd moet worden, en nog wel met het geven en ontvangen van cadeautjes. 

Om vreugde in mijn hart te voelen geef ik liever cadeautjes, dan dat ik ze ontvang. De blijdschap die de ontvanger ervaart is voor mij goud waard. Daar kan niets tegen op. Maar wat is het mooiste cadeau? Een mooi boek, een gouden hanger, een lekker luchtje, een nieuwe sjaal? Of is het geven van vertrouwen het mooiste dat je kunt geven en ontvangen?

Mijn gedachten dwalen nog verder terug. Ik denk terug aan de tijd dat ik nog als psychiatrisch verpleegkundige op de gesloten crisis afdeling werkte. Ik denk aan mijn collega’s van toen en het prachtige werk dat we als team verrichtten. Ik besluit om een klein stukje met jullie te delen, omdat het zo mooi is wat er gebeurde. Ik heb het verhaal ingekort, de meeste dilemma’s en overwegingen achterwege gelaten, omdat het anders te technisch wordt en het mag niet herleidbaar zijn. Het verhaal geeft wel aan voor welke moeilijke en snelle overwegingen je als psychiatrisch verpleegkundige soms staat en hoe prachtig dit werk is, en hoe anders dan het werk dat ik nu doe als verpleegkundig specialist ggz (mental health nurse practitioner). 

Het is oudejaarsavond in de beginjaren 2000 en de meeste patiënten liggen al in bed. Of ze slapen zal ik straks controleren. De overdracht van de avonddienst is achter de rug en mijn twee collega’s gaan snel naar huis om de champagnefles te ontkurken. Vanaf dit moment ben ik op deze unit de enige verpleegkundige. 

Ik neem plaats achter de PC en log in op het EPD om nog even van alle 12 patiënten de afspraken en bijzonderheden te lezen.

Er wordt op de deur van de teampost geklopt. Ik kijk op, loop naar de deur en begroet hem. Ik besluit om even met hem naar de huiskamer te lopen. Onderweg vraagt hij of de avonddienst heeft doorgegeven dat hij om 24 uur naar de patio mag om naar het vuurwerk te kijken. Ik weet niets van die afspraak en zeg hem dat, maar vertel er bij dat ik nog even alle afspraken zal nakijken.

Ik ken hem. Het is een leuke, innemende knul. Hij is intelligent, welbespraakt en telkens weer vol goede voornemens om zijn verslaving aan te pakken. Als een flits gaat het door me heen dat ik hem moet behoeden voor weglopen. Dat zou echt funest zijn, want over een week vertrekt hij voor een drie maanden durende behandeling naar een speciale kliniek. Daar zal hij een strengere behandeling krijgen met als doel zijn verslaving te minimaliseren, te beheersen en het liefst helemaal af te leren. Hij moet daar wel naar toe! Ik wil dat hij daar naar toe gaat. Ik gun hem zo een gezond en ‘normaal’ leven. Dus vluchten over het hek van de patio kunnen we niet gebruiken. Ik loop terug naar het kantoor en kijk eerst maar even de afspraken na.

Er staat niets in het EPD over toestemming om op de patio naar het vuurwerk te kijken. In de overdracht is het ook niet naar voren gekomen. Liegt hij? Is dit een list van hem? Is hij van plan om over hek te klimmen en zijn vrijheid tegemoet te rennen? Een nep-vrijheid, want wie niet vrij is van een verslaving, is nergens vrij. Klimt hij over het hek? Zal hij dat doen? Wat doe ik met zijn wens? Zijn hoop om naar het vuurwerk te kunnen kijken? Vertrouw ik hem? Is het wel verstandig om een verslaafde te vertrouwen? Een rollercoaster aan gedachten flitsen door mijn hoofd.

Dilemma – situatie: Wie heeft rechten? Wie zijn de betrokkenen? Wie heeft belangen? En wie heeft welke wens in dit dilemma?

Mijn contact met hem is goed, of laat ik mij beïnvloeden? Op de een of andere manier speel ik altijd wel in op zijn gemoed en geef ik hem een stuk vrijheid. Maar wat zal ik nu doen? Durf ik tegen de regel, tegen de afspraak die de behandelaar met het verpleegkundig team gemaakt heeft, namelijk Geen Vrijheden, in te gaan? Ga ik voor de hermeneutische benadering? 

Samen vuurwerk kijken is natuurlijk wel een speciaal moment.

Zijn wens: om 24uur naar de patio.

De wens van mij: goede afweging maken, verantwoord besluit nemen. Uitgangspunt bij afweging: hem naar de patio laten gaan. En zo zijn er in een moreel dilemma nog meer personen / wensen die in de afweging tot een besluit meegenomen moeten worden. 

Ik denk na, heel diep na. Hoe pak ik dit aan? Over 15 minuten is het zover: vuurpijlen en ratelende donderslagen. Over tien minuten wil ik een antwoord hebben van mijzelf.

Mag ik hem meenemen naar de patio en het risico nemen dat hij vlucht? Ik kan natuurlijk aan zijn broekspijpen gaan hangen en op de bodyguard drukken. Maar wat gebeurt er dan? Wat schieten we daarmee op? Niets. Als ik besluit om met hem naar de patio te gaan, wil ik dat het goed en rustig verloopt. Zit deze mogelijkheid er in?

Moet ik mij houden aan de regel ‘geen vrijheden’? Klopt het wel wat ik denk? Ik moet van het goede uitgaan, niet veroordelen. Niet verlangen dat anderen net zo reageren als ik. 

Autonomie:  wat zou ik er van vinden als een collega tegen de regel omtrent de vrijheden in zou gaan? Ik zou het dan vanuit de kant van de collega en de patiënt bekijken. Ik ben iemand die vooral per situatie bekijkt of er afgeweken kan worden van een bestaande regel. Ik ben niet statisch. Een regel helpt mij om de lijn aan te houden, maar beperkt mij niet in het telkens opnieuw nagaan wat de situatie is en daarop mijn besluit te nemen. Ik doe dit snel. Dat moet ook wel op een gesloten crisis afdeling. 

Ik ben verantwoordelijk voor de patiënt, in dit geval dus ook voor hem. Ik moet inschatten of hij deze beperkte vrijheid aankan. Ik moet hem beschermen tegen weglopen. Kan hij op dit moment voor zichzelf deze verantwoordelijkheid nemen? Is hij daar überhaupt toe in staat? Ik moet hem beschermen tegen beslissingen zoals deze! Wat ga ik dan beslissen? Wie is hier nog meer bij betrokken? Natuurlijk de behandelaar. Deze zal ook zeker kritische vragen stellen als hij is gevlucht. Kan ik die beantwoorden? Wel als ik een goede overweging maak en die kan verklaren. Of daarmee mij hachje gered is weet ik niet. Maar is dit belangrijk? Ik schuif dat opzij. Het gaat mij nu om de patiënt.

Wat als hij vlucht en naar zijn vrienden gaat? Breng ik die vrienden in een moeilijke situatie? Dit kan ik maar beperkt inschatten, omdat ik de vrienden niet ken. Mogelijk zijn zij ook verslaafd, misschien ook niet. Hoever reikt mijn verantwoordelijkheid in deze? Ik volg mijn gedachte dat die vrienden goed voor zichzelf kunnen zorgen. 

De middenstanders: wat als hij op het dievenpad gaat? Tja, dat zou hij kunnen doen, maar misschien ook niet. Ik besluit om mij niet door dergelijke vragen te laten beïnvloeden. Dit zijn angsten, gebaseerd op vragen die onbeantwoord blijven. Ik wil mij niet laten leiden door angsten. 

Naast gedrag, respect, integriteit, autonomie, gezondheid, samenwerkingsbereidheid en gezondheid (allemaal items die afzonderlijk in een moreel dilemma moeten worden meegenomen) gaat het zeker ook om vertrouwen: op basis van vertrouwen kan tussen hulpverleners en patiënten een samenwerkingsverband volgen. Dat vergt een evenwicht tussen afstand en nabijheid. Samen zoeken naar een compromis. Onduidelijkheden bespreekbaar maken. 

De verpleging bouwt mee aan vertrouwen door duidelijke grenzen te hanteren en op die grens altijd bereid te zijn om in de onderhandeling te gaan, wat niet wil zeggen dat daarmee altijd afgeweken wordt van de grens.

Ik merk dat ik neig om met hem naar de patio te gaan. Maar waarom denk ik dat? Ik wil ook met hem naar de patio, dat gun ik hem. Maar hoe kan ik dat op een zo verantwoord mogelijke manier doen? Welke waarden en normen spelen hoofdzakelijk een rol?

Wat het beste is, is voor alle betrokkenen vanuit hun standpunt gezien, verschillend. Voor mij is het belangrijk dat ik op dit moment de best mogelijke zorg bied en zoveel mogelijk in de wens van de patiënt meega, hierin meenemend alle wensen en besluiten van de zorgverleners rondom deze casus. 

Als ik hem meeneem naar de patio, dan ben ik geheel verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Hij zou kunnen vluchten. Kan ik hem meenemen naar de patio?

Als de verpleegkundige die de beslissing moet nemen zal ik, wanneer hij vlucht, met al het voorgaande geconfronteerd worden. Hoe zal ik mij daarbij voelen? Wat zijn de consequenties? Wat gebeurt er met de samenwerkingsbereidheid, het vertrouwen en het respect tussen alle betrokkenen? Ben ik nog integer? Ook bij deze vragen geldt weer: het is afhankelijk vanuit welke positie/betrokkene je het bekijkt.

In het ergste geval krijg ik een berisping. Heb ik dat er voor over? Ik denk het wel.

Niet eenvoudig allemaal. Wat ga ik beslissen?

Alternatief zou zijn dat we binnen blijven en voor het raam gaan staan. Ook zou ik nog een collega van een andere afdeling kunnen vragen om even te komen voor assistentie, maar dan zijn de patiënten daar alleen en dat kan niet. Ik zou ook ‘gewoon’  nee  kunnen zeggen. Wat doe ik?

De tijd dringt en ik kan niet meer overleggen. Op alle voorgaande overwegingen neem ik een besluit. Ik besluit dat hij het moment van de jaarwisseling volgens zijn wens mag beleven. We gaan naar buiten, we gaan naar de patio. Het feit dat hij al lange tijd opgenomen is en verstoken van familie en vrienden, het graag direct willen zien / ervaren van het vuurwerk, geen glaswerk ertussen, en het horen knallen ervan, daarmee toch eventjes van een stukje vrijheid/autonomie genieten, het vertrouwen dat ik in hem heb, doet mij besluiten om in zijn wens mee te gaan. Ik kan mijn keuze verantwoorden. Ik loop naar zijn kamer om het hem zeggen.

Daar zie ik hem zijn schoenen en jas aantrekken. Iets in hem doet mij vermoeden dat hij over het hek zal vluchten. Wat is dan wat ik zie? Hij is verheugd, zijn bewegingen lijken op die van het voorbereiden van een vertrek. Hij checkt of hij ‘alles’  heeft door in zijn zakken te voelen en zijn kamer rond te kijken. Vreemd: hij kent nog niet mijn besluit!

Ik vraag het hem nog een keer: “Hey, ben je van plan om over het hek te vluchten?”. Hij lacht. Nee, natuurlijk niet. Ik ken hem toch? Zoiets zou hij nooit doen! Hij wil ook naar de afkickkliniek voor die behandeling. Vluchten zou hem alleen maar schaden.

We kijken elkaar een aantal stille seconden lang aan. “Weet je…. Ik sta in tweestrijd of ik je wel mee zal nemen naar de patio”, zeg ik (Openheid). “O, nee Elise, dat meen je niet? Echt joh? Je kunt me toch vertrouwen? Ik ga echt niet weg!!” (Samenwerkingsbereidheid). 

Ik kijk hem aan en benoem wat ik zie en zeg: “… weet je…. het zou mij echt aan het hart gaan als je er vandoor gaat. Ik gun je zo het herstel!”. (Empathie, aandacht)

Hij kijkt me aan, weer seconden lang en weer is het stil. Zijn gezicht is veranderd van licht opgewonden naar verbaasd. Hij lijkt te denken: “Neemt ze mij serieus?”  

“Ja, ik meen het! Kan ik op je vertrouwen? Dan steek ik nu mijn nek voor je uit”.

Ja, ik kan hem vertrouwen (Respect, vertrouwen, samenwerkingsbereidheid).

Om klokslag 24uur staan we samen in het aardedonker door de hoge kale bomen naar het gekleurde vuurwerk te kijken dat vanuit felle lichtpunten uit elkaar spat.

Slot:

Ik vergeet niet dat ik onrecht heb gedaan aan het feit dat afspraken opgevolgd moeten worden (collegialiteit, veiligheid). Mogelijk ben ik hiermee niet integer.

In de waarde ‘samenwerkingsbereidheid’ heb ik v.w.b. het contact met de overige betrokkenen, wat dit item betreft, gefaald. Ik heb de afspraak niet opgevolgd en ben zelfstandig gaan handelen.

Uit het feit dat ik meega in de wens van de patiënt (flexibiliteit), kan worden opgemaakt dat ik vertrouwen in hem heb. Dit is niet generaliseerbaar en elke andere collega zal dan ook opnieuw moeten bekijken of dat vertrouwen er is. Heeft daarmee de patiënt ook meer vertrouwen in de verpleging? Dat valt te bezien. De patiënt kan ook het idee krijgen dat de verpleging onvoldoende interesse heeft in hem en daardoor belangrijke zaken in de begeleiding mist. 

Ondanks dat ik een risico’s heb genomen en overige betrokkenen niet heb geraadpleegd (autonomie), is het voor mij moreel juist geweest dat ik samen met hem naar de patio ben gegaan. Hiermee heb ik recht gedaan aan zijn autonomie en gehoor gegeven aan de samenwerkingsbereidheid. Hieruit blijkt mijn respect voor zijn ‘zijn’ als medemens en heb ik eer gedaan aan zijn wens hem te vertrouwen. Hieruit blijkt ook zijn respect voor mijn besluit: hij heeft geen misbruik van de situatie gemaakt. Hij was bereid tot samenwerken en liet mij zien dat ik hem kon vertrouwen. Het deed recht aan zijn autonomie en aan die van mij. 

Na de mooie vuurpijlen en de knallen zijn we rustig naar binnen gegaan, ging de deur weer op slot en begon het nieuwe jaar. Hij bedankte me en gaf me een hand. Een mooier cadeau kon ik me niet indenken en zal ik ook nooit meer vergeten.

Deze casus heb ik de volgende dag ingebracht en werd als ‘goed gehandeld’ gearchiveerd.

Fijne kerstdagen en alvast een bijzonder goed 2019. Een nieuw jaar met hopelijk voor iedereen een beetje meer vertrouwen in je medemens. Voor mij kan het alleen maar beter gaan.

Liefs, Elise

Curaçao ->  Sint Maarten, feb. 2018

 

 

 

het wachten op een goed weather window is voor veel zeilers een regelrechte test op het geduldig vermogen. Elke ochtend, elke avond wordt op de site van Zygrib de weersvoorspelling gedownload om vervolgens een dag te bewaren, want morgen is immers hetzelfde ritueel. Maar misschien ook niet en lezen we vandaag dat we morgen kunnen vertrekken. 

St. Maarten ligt in een rechte lijn gemeten op ongeveer 495 zeemijlen ten Noord-Oosten van Curaçao en heb je tenminste oosten wind nodig om daar redelijk in de buurt uit te komen. De wind die Zygrib voorspelt komt uit het noord-oosten en dat maakt het lastig. Dat betekent dat we tegen de wind- en stroming in moeten zeilen. Wachten dus…. Om de tijd wat te doden blijven we het ritme van de dag volgen, klim ik nog eens in de mast, wandelen we vele kilometers en genieten van de mooiste vergezichten.

We nodigen de opstappers Bart en Lisette uit om ons en Isabella wat beter te leren kennen. We zijn er beide van overtuigd dat we enorm boffen met deze twee kundige enthousiastelingen die ook nog eens de taal van de krijgsmacht spreken: duidelijk zijn. Super dus, want de overtocht zal geen makkie worden en heldere taal voorkomt misverstanden. 

Hans heeft voor de overtocht afspraken geformuleerd die we tijdens een lunch in Willemstad met elkaar bespreken. Geen alcohol, reven voordat de nacht valt, ’s-nachts niet alleen overstag gaan maar hulp vragen en eigenlijk liever helemaal niet overstag gaan, ’s-nachts altijd aangelijnd. En zo zijn er nog wat afspraken die niet alleen handig zijn, maar opgesteld zijn om de veiligheid aan boord zoveel mogelijk te waarborgen. Zelf voeg ik er aan toe dat ik het prettig zou vinden dat je vrij bent om aan te geven wanneer je liever niet in gesprek wil gaan. Je kent dat wel… begint er iemand tegen je te kletsen net op het moment dat je van de maan en de sterren wil genieten of van de klotsende golven, de ribbels in de golven die weer kleine golfjes vormen. Dromen, mijlen achter elkaar, met mijn voeten in de zee, turend naar de horizon en denken aan wat de toekomst nog allemaal voor mij in petto heeft. Ik ben er benieuwd naar, terwijl ik ook weet dat de toekomst gewoonweg grotendeels in je eigen handen ligt. Je hoeft het alleen maar zelf in beweging te zetten. Net als zeilen: je zeilt niet als je de zeilen niet hijst. Tja…., maar wat gebeurt er dan als je de zeilen hijst en er is geen wind of wanneer er plotseling een squall verschijnt? Als je geen risico’s durft te nemen, moet je thuis op de bank blijven zitten. En ik zit op Isabella en voel me verbonden met dit prachtige schip, de zee en alles wat daarin leeft. Maar hoe zal het verder gaan? Dus ja opstapper: mag ik je vragen stil te zijn als ik wil dromen? En zeg jij het tegen mij als je wil dat ik jou niet stoor? Deal!

Dan is daar het verlossende woord van Hans: we varen vrijdag uit! Er zijn wel vier mooie zeildagen in het verschiet en daarna zelfs bijna windstilte! Nou… windstilte lijkt me ook niet echt geweldig, maar verhoogt wel weer de kans op dolfijnen en walvissen, houd ik mezelf voor. 

De opstappers komen vrijdag met een minimum aan bepakking aan boord en krijgen al direct een taak toebedeeld. Ze pakken het op als jonge zeeverkenners: enthousiast en leergierig. Bernadette en Bert staan ons op de steiger uit te zwaaien en maken nog een foto voor Facebook. Iedereen moet natuurlijk weten dat we een dag of vier uit de lucht zijn 😉 

 

 

 

We varen de haven van Seru Boca Marina uit, langs Santa Barbara richting klein Curacao voor een Bbq aan boord, en ik besef dat dit de laatste keer is dat ik naar mooi Curaçao zwaai. Er is altijd wel een laatste keer en die blijven zich opstapelen. Je weet alleen nooit of het werkelijk een ‘laatste keer’ zal zijn, daarom is het goed dat je elk moment van de dag geniet van dit prachtige leven, ook al zijn er shit momenten. Geen pieken zonder dalen…

Mijn pieken ervaar ik door te kijken naar de weidsheid van de zee, de eindeloze voortgang, de horizon die horizon blijft, geen land in zicht. Zweven op de golven, zweven in het betoverende licht dat elk moment van kleur verandert en me doet herinneren aan een schilderij dat ik ooit zo foeilelijk vond omdat het me onecht overkwam en ik me nu realiseer dat die kleuren hier op de Caribische zee wel degelijk bestaan en ik ze werkelijk schitterend vind. 

 

 

Mijn mijmeringen worden verstoord door een geronkt in de verte. Ik tuur de horizon af en ik spring een gat in de lucht als ik het verkenningsvliegtuig van de kustwacht ontdek: collega’s van Lisette. Het komt regelrecht op Isabella af en wiebelt wat heen en weer teneinde een groet uit te dragen. Ik jubel, sta te springen en roep “WOW!! -OOHHH!!”. Ik kan zo genieten van de snelheid, het geluid en de kracht van vliegtuigen! En ja: wat een contrast met het genieten van zeilen zou je zeggen. Maar dat is niet zo. Zeilen is ook krachtig, een spel met de natuur wat het super boeiend maakt.

 

 

We varen al drie dagen en zien dat we niet echt opschieten. De stroming en de wind werken niet mee. Als het zo doorgaat zijn we over vier dagen nog lang niet in St. Maarten.

De opstappers kunnen het goed met elkaar vinden en wisselen de praktijk af met zeiltheorieën die ze vinden in boeken uit de bibliotheek van Hans. De kennis groeit en daarmee de overtuiging dat ze het alleen wel aankunnen. Dit mogen ze dan ook in de praktijk brengen. Omdat we telkens langzaam van koers veranderen en we op de plotter zien dat we de verkeerde richting uitvaren, worden er verhitte discussies gevoerd over het wel of niet overstag gaan. Ik draag mijn steentje bij en met drie tegen een geeft Hans ons de ruimte om overstag te gaan, zeker als hij is dat we ongelijk hebben. 

Op de plotter zien we de afbeelding van Isabella van koers veranderen en zijn direct overtuigd dat we er goed aan hebben gedaan. Hans laat weten dat we over een half uurtje wel anders piepen. Hij krijgt gelijk… Isabella zeilt regelrecht terug naar Curacao! Hoe kan dit?? 

“Oké! Overstag!!”, roept Hans als een ouwe rot in het vak compleet met stoppelbaard. We trekken de schoten aan en de genua en het grootzeil hellen weer over stuurboord. Isabela ligt weer schuin in het sop en is het tijd om de kombuis in te duiken, mijn taak voor deze week. Het maakt me vrij van wachtlopen, wat super fijn is en me de gelegenheid geeft om van de sterren en het schijnsel van de volle maan in de golven te genieten op momenten dat ik dat wil.

 

 

 

Dagen volgen elkaar op en de dag van windstilte breekt aan. 

Het ziet er naar uit dat de overtocht toch zeker acht dagen zal duren in plaats van vier. Ik ben een beetje bezorgd om mijn voorraad proviand. Ik bekijk mijn lijstje aan etenswaren en struin mijn voorraadkastjes af. Wanneer ik het een met het ander combineer kunnen we nog 12 dagen op zee zijn, daarna is alles op. Moet genoeg zijn, maar met dat verhaal van die ene zeiler in mijn achterhoofd dat je over deze tocht ook 21 dagen kunt doen, ben ik nog niet helemaal gerust.

We dobberen in een spiegelgladde zee met een glans van blauw aquamarijn waarin zonnestralen worden gevangen om ze ver onder het wateroppervlak te bundelen als een prachtig boeket bloemen. “Zullen we gaan zwemmen?”, stelt Hans voor. “JAAA!!!”, roepen we in koor. Ik spring het water in dat me omsluit als liefdevolle armen, me verwarmen en masseren. De temperatuur is heerlijk en ik schat zo’n 25 graden. Isabella lijkt reusachtig wanneer ik langs haar boeg zwem. Ze wiebelt een beetje en ik voel de kracht van het polyester. Ik zwem op veilige afstand, maar heel ver van het schip vandaan ga ik ook niet. Stel je voor dat daar dan toch plotseling Moby Dick naar boven komt… 

Dan opeens verlies ik mijn zonnebril. Suffe ik! Het ding dwarrelt langzaam de diepte in, dwars door de gebundelde zonnestralen en ik jammer om de plastic vervuiling van de oceaan waar ik door dit ding te verliezen nu ook debet aan ben. 

 

 

Aan alles komt een eind, dus ook aan leuke verzetjes. Lisette start de motor en geeft het sein om de koers weer op te pakken. Onafgebroken tuur ik met mijn voeten in het water over de zee om als eerste de dolfijnen of walvissen te spotten, maar ze laten zich niet zien. Heeft het te maken met mijn stemming? Komen ze alleen als je vrolijk bent? Tja… mijn stemming is gedaald. Het onvermijdelijke afscheid van de reis en dus van Isabella komt er al snel aan. Ik zal het missen. Nooit geweten en twee jaar geleden nooit gedacht dat ik zo zeer van de zee zou gaan houden. Ik beloof mezelf een huisje bij het strand. Daar zal ik ook uren over de zee kunnen staren. “Dolfijnen!!” roept Bart enthousiast. Kreten als ‘WoW’ en ‘Gaaf!’ wisselen elkaar af. Het is de eerste keer voor Bart en Lisette dat ze op de Caribische zee zeilen en worden op allerlei nieuwe ervaringen getrakteerd. Nu zijn het de dolfijnen waar ze bijna wild van worden. Ze genieten volop en wij van hen. Camera’s raken oververhit van het snelle klikken om de spetterende dolfijnenshow vast te leggen. Het lijkt wel alsof ze een feestje voor ons bouwen, alsof ze voelen dat dit de laatste mooie lange overtocht van Isabella is. Even snel als ze gekomen zijn, duiken ze ook weer onder naar de onmetelijke diepte en zien we ze niet meer terug. 

 

 

 

 

De laatste zonsopkomst van deze tocht is werkelijk adembenemend. Het lijkt alsof de horizon in brand staat. De vlammende zon schuift langzaam achter de coulissen vandaan omhoog en het zal niet lang meer duren voordat ze ons verwarmd.

 

 

 

Op de achtste dag proeven we de lucht van Sint Maarten en staan versteld van het nog altijd aanwezige orkaan Irma puin, de schade aan huizen en het verlaten gebied nabij de kust. De brug van Marigot Bay gaat open en varen we het lagoon binnen. Als het bekende geluid van het vallen van het anker volgt, liggen we weer op hetzelfde plekje waar we vorig jaar lagen toen we hoorde dat Hans zijn zus niet lang meer onder ons zou zijn.

 

 

Bart en Lisette boeken hun vlucht terug naar Curaçao en nemen we aan de wal afscheid van deze twee enthousiastelingen. Opstappers aan boord vraagt om inleveren van je privacy en dat moet je willen, moet je nodig vinden, moet je wat voor over hebben en moet je om je heen kunnen verdragen. Ze waren aangename gasten en we hadden het qua opstappers niet beter kunnen treffen. Zeer zeker!

 

 

Na een lunch varen we met de dinghy terug naar Isabella, ik pak mijn rugtas in, mijn handbagage en kijk nog eens rond. Het was een heel mooie tijd. Leerzaam, ontspannend en heel in het begin soms vechtend tegen heimwee. Verbazingwekkend hoe ik me als een ingegroeide teennagel hechtte aan het zeilersleven, genietend van de natuur, van de eilanden die we hebben bezocht, de medezeilers die we hebben leren kennen, de vreemde gerechten die we hebben geproefd, maar bovenal van de enorme vrijheid en de rust die het zielersleven biedt, je moet het alleen wel willen/kunnen zien. 

 

Hieronder een YouTube filmpje

 

 

 

Kleine wasjes, grote wasjes

 

 

Is er WiFi, dan is er Facebook met de diverse zeilgroepen waarbij ik mij heb aangesloten. Altijd leuk om te lezen over de ervaringen van medezeilers. Maar dan opeens word ik opgeschrikt…
“En wat ga jij straks doen?” Het is Hans’ zijn steevaste after-breakfast-question.
Soms beantwoord ik de vraag met een langgerekt “uuuuhhmmm….”, getuite mond en opgetrokken wenkbrauwen, omdat me op dat moment geen taak te binnen schiet. Soms reageer ik met een “Ik heb geen idee, maar jij weet vast wel iets”, en soms noem ik een taak die al een paar dagen en soms weken als een zaagvis op m’n maag ligt. Koper poetsen is zo’n taak. Zeker dat koper waarop zeespetters zijn opgedroogd. Een cadeautje van de zee die altijd op zoute spetters trakteert wanneer ik vergeten ben om het dekraam van de kajuit te sluiten. Ingevreten roestplekken lijken het. Ruw met allerlei kleuren, behalve die van gepoetst koper. Uren sta ik met wijs- en middelvinger in een oude, van het stinkende koperpoetsgoedje doordrenkte onderbroek de gehate vlekken weg te wrijven. Wanneer de klus eenmaal is geklaard en de nodige poriën het geurende lichaamsvocht weer hebben afgedreven, kan ik me weer spiegelen in de scheepsklokken en olielamp. Op dat moment neem ik me voor om niet meer zo lang te wachten voordat ik het poetsgoedje weer uit de kombuiskast tevoorschijn haal. Goed voornemen!

 

 

“Dus ja? Wat ga jij doen?” vraagt Hans weer.

Tja, Hans wacht op een antwoord. Het koper poetsen is klaar, dus wat zal ik dan doen? Het liefst iets waar ik zin in heb en bovendien zijn na vijf weken Seru Boca Marina alle klussen wel geklaard.

“Welke dag is het vandaag?” vraag ik aan Hans, want in het ritme van alle dagen, met zon en regelmatig een hoosbui waarbij je in twee minuten zo doordrenkt bent alsof je aan een Wet-Tshirt-Contest mee doet, vloeien de dagen in elkaar over. Dan is er geen zondag, geen vrijdag visdag en geen woensdag gehaktdag.
“Maandag” antwoordt Hans.
“Ah-ja natuurlijk! Het is maandag wasdag vandaag! Ik ga de was doen!” roep ik enthousiast omdat ik een klusje heb gevonden.
Met een kromme rug sta ik voorovergebogen de lakens uit de kooi te trekken, pak de waszak en verzamel de handdoeken die in de natte cel hangen. Met de waszak over mijn schouder stap ik stoer over de steiger richting wasmachine. Het zonnetje is weer heerlijk en op de steiger kom ik altijd wel aardige medezeilers tegen waar ik dan een kort babbeltje mee maak. Niet te lang, want ja… drukke dag met die berg was!

 

 

Na een uurtje is de was gedaan en vanwege de onvoorspelbare hoosbuien besluit ik de grote lakens en badhanddoeken in de droger te doen. Wel vreemd om in de tropen een droger te gebruiken, maar het moet vandaag maar even op deze manier. De rest hang ik over de reling. Het lijkt wel vlaggenparade met al die gekleurde ondergoedjes. Het kleine spul zal vast wel snel droog zijn.
Je hebt van die dagen dat je opvolgend slechte keuzes maakt. Deze dag is er zo een en dat blijkt wanneer Hans ’s-avonds zijn mail opent en een rekening ziet van het havengeld en het aantal wasmuntjes.
“Ik ben 36 euro kwijt aan wasmuntjes!” zegt hij verontwaardigd.
“Hoezo ‘Ik‘, denk ik… en zeg: “Ja, klopt en?…” vraag ik en ben voorbereid op de discussie ‘Hoe doe je aan boord de was?’
36 euro betekent 9 muntjes en = evenzoveel wasmachines of minder en het overige is de domme droger.
“Thuis betaal je ook voor water en elektriciteit plus de afschrijving van de wasmachine, dus 4 euro per wasbeurt is niet zo gek”, voer ik aan. “Bovendien moeten we hier in de haven ook voor het water aan boord betalen, dus wat is het verschil uiteindelijk?” voeg ik er bedenkelijk aan toe.
Ik kijk naar Hans en wacht op antwoord dat al komt nog voordat ik de laatste woorden heb uitgesproken.
“Niks er van. Je wast maar in een emmertje! Je kunt het ook in een netje achter de boot hangen, dan spoelt het schoon in zee en bespaart waspoeder. Daarna een keer spoelen met zoet water en klaar. Zo doen echte zeilers dat!” brengt hij vastbesloten in.

‘…Huh… ben ik dan geen ‘echte zeiler’?’, vraag ik me af.

 

Ik voel me onzeker in mijn standpunt, maar vind dit toch ook een onterechte eis. Mijn buik begint te borrelen. Hoe kun je nu een dekbedhoes van 240 / 210 in een emmertje van 8 L. wassen? Hoe krijg ik die werkbroeken schoon? De badhanddoeken nemen een vermogen aan water op en zijn loodzwaar als ze eenmaal nat zijn en het duurt een eeuw voordat ik ze droog en hard van de reling kan plukken. En wasgoed in de zee achter je boot aansleuren? Ik kijk Hans aan en besef dat ik deze regelmatig terugkomende discussie moet loslaten. Ik ga het anders aanpakken.
Ik besluit medezeilers op Facebook in te schakelen en schrijf een oproep in de groepen waarbij ik mij heb aangesloten.

‘Beste medezeilers,
In een discussie over hoe zeilers hun was doen (kleding/linnengoed), kwam naar voren dat wassen een dure aangelegenheid is en dat je dit dan ook maar het beste in een netje achter de boot door de zee moet slepen en het daarna één keer in een emmertje met zoet water kunt uitspoelen. Lakens, badhanddoeken, alles dus.
        Mijn oproep/vraag is: hoe doen jullie de was?
Alvast hartelijk dank voor de reacties!!’

 

En de reacties zijn verrassend! De verhouding emmer / wasmachine ligt bijna gelijk. Er wordt zowel een emmertje gebruikt als een wasmachine, waarbij het gebruik van de wasmachine nipt wint. Sommige zeilschepen hebben zelfs een wasmachine aan boord! Ik krijg ook een paar handige / leuke tips. Om het prijsverschil met de wasbeurt thuis te vergelijken heb ik het NIBUD geraadpleegd. Conclusie NIBUD: nergens zo goedkoop dan thuis met de wasmachine wassen. Zie hier de link: https://www.nibud.nl/consumenten/wassen-douchen-en-bad/

Maar goed… we zijn niet thuis!

 

Enkele reacties van Facebook:

  1. Op een langere reis is af en toe een wasmachine echt nodig. Zout water in je kleren is echt geen pretje!
    Voor 5 euro in een jachthaven. Niet zo moeilijk doen.
  2. Wij doen warm water in een koelbox sluiten die af en de was is s’avonds proper geweekt, water blijft heel lang warm
  3. Dat wassen een dure aangelegenheid is zijn fabels! Evenals je was in zout water wassen is iets wat ik nooit gedaan heb of zal doen. Zijn live aboards sinds 2002! Alles hangt af waar je bent en wat de faciliteiten zijn. Zomer in Europa, handwas met weken in emmer/bak, flink spoelen. Lakens en handdoeken evt. in wasmachine als die beschikbaar is. Carieb, ten eerste draag je niet veel kleding, wassen en drogen op de hand en is zo droog. Echter als je alles naar de DIY-wasserette brengt is het iets duurder maar de echte wasserij, wassen/drogen/vouwen gaat per kg/lbs en is erg duur.
  4. Wij hebben de kosten van een wasmachine bijgehouden al die jaren en zitten op een gemiddelde uitgave voor wassen op €15,-/maand. Mijn advies geen zoutwater wassen doen, zout krijg je er bijna nooit helemaal uit en was blijft dan vocht aantrekken.
  5. Soms naar een wasserette. Wasserettes zijn vaak best duur en wassen op de hand maakt niet alles schoon. Dus op Bonaire een kleine wasmachine hebben gekocht. Wat vonden we dat luxe, maar wat een genot.
  6. Emmer zoet water en een flinke scheut ammonia … nachtje laten weken, uitwringen en ophangen… ruik je niets van en is brandje schoon … beddenlakens beetje groot, maar ging ook goed … dat was een tip van een andere zeilvriendin en heb er inmiddels veel andere zeilers blij mee gemaakt..
    Ammonia? Stinkt behoorlijk maar ontvet inderdaad goed! Hoe zit het met slijtage van de stoffen?
    Stinken valt mee als je je emmer buiten zet in het gangpad … maakt echt super schoon … hoeft niet eens te spoelen … Works like a charm. En nee geen extra slijtage… niet meer dan een wasmachine …heb het heel veel gedaan gedurende mijn 4 jarige wereld zeilreis …
  7. Ik heb deze tip van een kampeerder. Vuilnis zak of sterke plastic zak vullen met vuil wasgoed beetje groene zeep of ander wasmiddel flink schudden, herhalen met schoon water om te spoelen en klaar.
  8. Ik heb een Tupperware was emmer die altijd mee gaat. Heet water erin, wasgoed erbij (hoe meer hoe beter), beetje wasmiddel, even schudden en lucht er uit laten. Hij trekt een onderdruk, dus als je het laat staan trekt het vuil er vanzelf uit. Werkt echt geweldig! Echter geen lange afstanden. Ik heb wel altijd een zoet water kraan om te spoelen. Maar er gaat zeker een dekbedovertrek in. Er passen 2 of 3 jeans in… Hoe voller je hem stopt, hoe beter hij werkt.

Mijn conclusie:

Ga af op het weer, je wasgoed (kleine wasjes in je emmertje en grote stukken in de machine/marina), je budget en vermijd zinloze discussies: ieder z’n ding.

 

Elise Bakker

Curaçao en dan?

 

 

 

na een aantal maanden in Nederland te zijn geweest, vliegen we 20 januari 2018 weer terug naar Curaçao. Immers: Isabella gaat begin mei dit jaar op transport in St. Thomas, een van de US-Virgin Islands. Daar zal ze op een containerschip getakeld worden om naar Southampton (Eng) te worden verscheept. Het is dus wachten op een goed weather window om Isabella van Curaçao naar Sint Thomas te zeilen.
Het weather window neemt een loopje met ons, want het waait hard hier op Curaçao, squall’s rennen elkaar voorbij en zelfs de eilandbewoners zeggen dat het de laatste tijd erg veel regent. Dat hebben we gemerkt! ’s-Nachts worden we in bed bij herhaling gewekt door een plens regen die via het open dekluik op ons hoofd neerstort. Snel een buikspieroefening starten om de grepen van het raam te kunnen pakken en het luik dicht te trekken. Kwartiertje wachten en het dekraam kan weer open. Plof!! Daar zakt mijn hoofd weer in m’n kussen en probeer ik de slaap te hervatten, wat soms wel, maar vaak niet lukt.

De regen zorgt ook weer voor mooie plaatjes met een regenboog:

 

 

en op andere momenten zorgt de regen dat de vervuiling neerdaalt op de veroorzaker…

 

 

 

Het voelt vreemd en beslist niet leuk om Isabella naar de eindstreep te begeleiden. Wil ik dit dan wel? Ach… je bent ergens aan begonnen toch? Het is vooral ook genieten zo te leven op Isabella. Er is namelijk een zeker ‘ritme van de dag’:
7 uur gaat de wekker en kruipt Hans z’n kooi uit. Een tel later hoor ik een grote plons: Hans gaat zwemmen. Na tien minuten volg ik pas. Het is namelijk zo heerlijk om nog even in bed na te ‘sudderen’ en alle beenruimte te nemen die je lijf feitelijk nodig heeft.
Het havenwater is doorgaans niet echt lekker schoon om in te zwemmen, maar hier op Seru Boca Marina valt het erg mee. Bovendien is na een douche het lijf weer fris en geurig. Dan een ontbijtje en daarna de hele ochtend klussen. De kapitein vindt nu eenmaal dat er eerst gewerkt en pas daarna gerelaxt kan worden aan boord.

 

 

We hebben ieder ons ‘To-Do-Lijstje’ en gek genoeg komt daar tussendoor telkens een ‘to-do-tje’ bij. Om half tien ’s-morgens druipt bij het koperpoetsen het lichaamsvocht alweer via mijn neus naar mijn kin tot lager. De zin in koffie met beboterde ontbijtkoek neemt toe en ik beloof mezelf een pauze in de kuip. De kapitein ploegt voort en neemt tussendoor een slok van het hete zwart. Ik volg hem met mijn ogen en ik weet al wat zijn plannen verder zijn: shipmate (c’est moi) kan om 12 uur boterhammen maken, thee zetten, daarna ieder een uurtje siësta houden en dan samen naar het strand. Boek mee, zwemmen, lezen, babbelen met vreemde mensen die dan eigenlijk niet heel veel anders zijn dan alle andere mensen die we al kennen en dus ook niet zo vreemd meer.

 

 

 

 

 

Ook af en toe een keertje uit eten aan het strand en een tochtje naar andere bezienswaardigheden zoals carnavalsoptocht (die 6 uur te laat kwam en wij dus al vertrokken waren!).

We genieten van de vrijheid die we hebben gekregen van vrienden Bernadette en Bert, doordat zij aan ons hun auto hebben uitgeleend. Super tof! Zo kunnen we in Willemstad de noodzakelijk bootonderdelen en boodschappen halen en ons verbazen over de man bij de uitgang die je kassabon met je boodschappen checkt. Life is good!!

 

Curaçao heeft gelukkig nog een groot stuk van zijn authenticiteit behouden. Dit in tegenstelling tot Aruba, dat in de loop der jaren tot een groot en vooral Amerikaans toeristisch oord is uitgegroeid. Het unieke zit hem mogelijk in het tamelijke verval van huizen en gebouwen, de stoffige wegen en straten, het geschuifel van de locals, in hun rust en geen haast. In de taal Papiamento komt de uitdrukking ‘te-laat’ dan ook niet voor…
Er zijn dagen dat we toch ook ieder ons eigen plekje nodig hebben. Niet op elkaars lip willen zitten. Hans gaat dan alleen zwemmen en ik ga schrijven, lezen of de Christoffelberg beklimmen.

 

 

 

Het leven hier lijkt wel te vervliegen. Als een fles rum die de alcoholist aan zijn mond zet: je neemt de tijd tot je, maar je hebt het op een gegeven moment niet meer door. De tijd lost op in het ritueel van de dag en ik bemerk dat ik al aardig gewend ben aan de zon, de warmte, het tempo van de dag en de gesprekken die ik met mezelf voer. Ik klim nog eens een berg op en check de top van de mast van Isabella. Het lijkt allemaal maar heel gewoon…

 

 

 

Hans kijkt dagelijks naar het weather window en ziet na drie weken dat het window zich geleidelijk verschuift naar beter weer. En dan opeens is er zijn vreugdevolle kreet: “Er is een mooi weather window op komst!” Ik kijk met hem mee en het ziet er inderdaad goed uit! Nu nog iemand die met ons wil meezeilen, want het belooft een zware tocht te worden. Harde wind en hoge golven met de wind uit het Noord-oosten. Dat wordt minstens vijf dagen ‘aan de wind’ zeilen. Een extra handje kunnen we daarom wel gebruiken.
Wanneer Hans terugkomt van een van zijn zwemtochtjes heeft hij goed nieuws! Hij heeft twee zeilers ontmoet! Bart en Lisette. Leuke enthousiaste mensen die elkaar tijdens hun marineopleiding (KIM) hebben leren kennen en nu met hun partners op Curaçao wonen. En voor ons belangrijk: ze kunnen zeilen en willen graag met ons mee! Ze komen aan boord van Isabella om de kennismaking voort te zetten en dat is het begin van een nieuw avontuur! Voor Bart en Lisette, maar zeker ook voor ons! Zomaar twee opvarenden mee, zomaar dubbel proviand inslaan, zomaar voor vier man koken, zomaar niet meer in adam- en evakostuum kunnen rondlopen, zomaar met vier mensen op 12 meter schip wonen i.p.v. met elkaar. Dat zal wennen zijn! Maar we zien er niet tegenop. De herkenning in elkaar doordat we toch eenzelfde achtergrond delen (marine/defensie), schept direct een soort van band. Je kent het taalgebruik, je herkent het in ‘protocollen’ denken, je herkent het goedkeuren van de aanwezigheid van de kapitein met zijn orders. Het is goed zo en na een heerlijke lunch, het uitklaren bij customs en immigration, spreken we af voor morgenvroeg, vrijdag 23 februari bij Isabella. Dan volgt voor de tweede keer een ‘rondje schip’ en neemt ieder zijn/haar plekje in. Half twaalf trossen los en koersen we via klein Curaçao, een klein eilandje hier in de buurt waar je snorkelend kunt genieten van het zeeleven onder water, richting Sint Maarten. Daar schijnt de ellende die orkaan Irma heeft veroorzaakt nog volop aanwezig te zijn. We gaan het zien. Wie weet over vijf dagen, over zes dagen? Of heeft het weather window nog verrassingen voor ons??

 

 

 

 

 

Translate »