Blauwe en Roze Taken

Opgewekt steken we met z’n drieën de drukke rijbaan over. Behalve dat ik de supermarkt heb geplunderd, wil ik nog meer ‘producten’ scoren. Ik wil namelijk weten hoe aan boord van andere zeilschepen de taken zijn verdeeld. ’Kun je ook zeilen?’, vraag ik aan Tina. ‘Nee, ik kan niet zeilen en dat wil ik ook niet. Ik kan weer andere dingen!’, zegt ze lachend en ik bespeur zelfs een beetje trots. Ik geloof mijn oren niet en mijn mond valt open van verbazing. ‘Kun je echt niet zeilen??’, vraag ik nog eens.
‘Nee, je hebt roze taken en je hebt blauwe taken. Ik doe alleen de roze taken’, verklaart Tina stoer.
‘We hebben de taken gewoon verdeeld en we voelen ons daar goed bij. Ik regel alles wat met proviand en voorraad te maken heeft plus de andere huishoudelijke taken. Joep gaat natuurlijk wel mee om die zware boodschappentassen te dragen, want dat lukt mij niet alleen’. Niets in haar resolute houding doet mij twijfelen aan wat ze beweert. ‘O-ja, ik zet ook de routes uit op de plotter’, vertelt ze vrolijk door.

 

Joep loopt met de opgetopte boodschappentas naast me en ik kijk hem onderzoekend aan, op zoek naar bevestiging van wat Tina zojuist beweerde. ‘En jij?’, vraag ik aan Joep. ‘Ik kan wel zeilen’, grapt Joep met een brede smile op zijn gezicht. Ik schiet in de lach. Die droge humor van Joep vind ik zo leuk! Maar ik wil eigenlijk weten of hij het niet jammer vindt dat Tina niet kan zeilen. Je zeilt tenslotte toch samen op je schip en bovendien zijn ze van plan om de wereld te omzeilen. Dat houdt ook in dat je moet wacht lopen en dus alleen in de kuip zit en het schip moet besturen. ‘Hoe gaat dit dan als Tina niet kan zeilen en toch de wacht gaat lopen?’, vraag ik me af en stel de vraag aan Joep.
‘Ach, gewoon, we helpen elkaar en dat gaat heel goed hoor!’, antwoordt hij en pakt met zijn andere hand de de zware boodschappentas over.
‘Joep houdt zich bezig met de taken die met de boot te maken hebben. Dus zeilen en de technische dingen en zo’, verklaart Tina verder.
‘En wat als hij je hulp nodig heeft? Wat doe je dan op het moment dat jij met je handen in het gehakt staat te roeren?’, vraag ik door. ‘Dat hangt er natuurlijk van af of het dringend is, maar in principe help ik wel direct en moet het gehakt even wachten’.
Niets lijkt Tina vreemd in de samenwerking tussen man en vrouw aan boord. Ze zijn ook al zo lang samen en het loopt allemaal soepeltjes en gesmeerd, zolang de codes ‘blauw en roze’ maar worden gerespecteerd.
Ik kan me wel iets voorstellen bij deze uitdrukking. Hans is erg ‘blauw’ en laat de roze taken aan mij over, terwijl ik niet afwerend tegenover ‘blauwe taken’ sta en elke dag mijn roze taken zonder morren op me neem.

Ik vraag me af hoe Hans en ik het stadium van Joep en Tina gaan bereiken en wat we daar voor nodig hebben. Is dat ook minstens tien jaar? Want dan hebben we nog eventjes te gaan! Er zal flink gecommuniceerd moeten worden. Of is dit een tė roze houding van mij? Die blauwe Hans van mij houdt immers meer van ‘denken en doen’ en niet teveel kletsen. Het lijkt alsof Joep mijn gedachten leest en geeft me een bemoedigende klop op mijn schouder. ‘Komt allemaal goed. Maak je geen zorgen’, zegt hij.

 

 

“Schat, morgen ga je de mast in, oké? Denk je dat het lukt?”, zegt Hans. Bij deze typisch blauwe taak vraagt Hans altijd om mijn hulp. De windmeter heeft het begeven en er zal op het topje van de mast een nieuwe geplaatst moeten worden. Ik zeg niet direct ‘Ja, oké’. In plaats daarvan gaan mijn gedachten terug naar een ver verleden waar het onderwerp ‘Blauwe- en Roze taken’ nog niet ter discussie stond, omdat man en vrouw automatisch hun ‘eigen kleur’ oppakten. Het was de tijd waarin vrouwen, eenmaal getrouwd, hun BBB (betaalde-baan-buitenshuis) vaarwel moesten zeggen. Vanaf dat moment was je huisvrouw, hield je bij je echtgenoot je hand op om de boodschappen te kunnen betalen, kocht je het vlees wat hij lekker vond en vervulde je alleen nog roze taken. De tijd van de huiskamers met het eikenhouten bankstel wat een leven lang mee zou gaan met tegen de muur de bijpassende buffetkast. Langzaam is die tijd opgelost en zijn de (huishoudelijke) taken verdeeld. De ‘Purperen-tijd’ brak aan. Maar hoe was het in die tijd aan boord van schepen? Oké, we kennen de uitspraak ‘Een vrouw en een kip zijn de pest voor het schip’. Maar is dit werkelijk zo? Kunnen die stoere blauwe mannen wel alle roze taken goed uitvoeren? En met ‘goed’ bedoel ik: volgens de maatstaven van een vrouw? Hmmm… sommigen misschien. En de zeilende vrouwen? Liggen die met hun lijf onder het motorblok van een zeilschip? Vast ook wel een aantal. Voor het merendeel zullen aan boord van zeilschepen de blauwe en roze taken toch wel op het bordje van de ‘kleur-eigenaar’ terecht komen.
Hans herhaalt nog maar eens zijn vraag: ‘Morgen de mast in?’. Ja-ja, knik ik. Aan de ene kant voel ik me de stoere zeilersvrouw die zonder schromen naar 18 meter hoogte wordt gehesen. Het vrouwelijk wezen dat dit klusje met gemak zal klaren. Geen hoogtevrees, beetje handig met schroevendraaier en kroonsteentjes. Ik vertel Hans over het gesprek met Tina en Joep. ‘Ach schat, het gaat toch goed zoals wij het doen?’, zegt hij. ‘Maak je niet druk! Zal ik afwassen?’ ‘Nee dat doe ik liever zelf’, zeg ik snel, ‘Dat is echt een roze taak. Zet jij het vuil maar alvast in de dinghy!’, voeg ik er lachend achteraan.

 

 

De volgende dag werk ik aan mijn blauwe klus hoog in de mast en geniet vooral van het fabelachtige uitzicht!! Hans weet niet wat hij mist!