Fan

 

 

Ik zie ze nog voor me toen we elkaar voor het eerst ontmoetten op de verjaardag van Hans. Ze kwam naast me zitten en begon een gesprek. Al snel kwam ze tot de conclusie dat we in ieder geval één ding gemeen hadden en met een brede glimlach zei ze: “empathisch luisteren.” Maar wie van ons tweeën zou dan empathisch naar de ander luisteren? Een van ons zou dan toch iets moeten vertellen en ik wist zeker dat ik niet diegene zou willen zijn. Vanaf dat moment vond ik haar eigenlijk best een beetje eng. Ons contact bleef daardoor beperkt tot het glas heffen wanneer we elkaar op feestjes zagen. Om de een of andere reden begon ze me toch steeds meer op te vallen. Marion was een aparte verschijning en altijd vriendelijk en belangstellend. Een kunstenares, dat kon je zo wel zien aan de kleuren en sieraden die ze graag droeg en de combinaties die ze daarmee maakte. Simpel en toch boeiend. Nog maar kort geleden bespraken Hans en ik de mogelijkheid om haar naar Isabella te laten komen. Isabella lag op haar te wachten, zo voelde ik dat en wist dat Marion het prachtig zou vinden om een keer aan te monsteren. Er moest alleen nog een goed moment gevonden worden en die hadden zich nog niet voorgedaan. Niet tijdens de oversteek van de Atlantische oceaan, niet bij het ontdekken van de armoedige Caribische eilanden waar geen luchthaven is, niet tijdens de periodes waarin Hans en ik elkaar weer even van een andere kant leerde kennen… Was dit dan het goeie moment, hier op dit mooie ankerplekje?

 

“Oja zeg?”. Hans drukt zijn mobiel stevig tegen zijn oor, alsof hij daarmee het bericht nog beter tot zich door kan laten dringen. “Je meent het!?”, gaat hij verder met even later een “Ooohhh…”, waarin het ongeloof overduidelijk is. “En hoe lang weet ze dat al?”
Ik vermoed direct waar het om gaat en blijf dicht in zijn buurt wat aan het aanrecht rommelen en luister mee. De hitte in de kajuit is op dit tijdstip nog dragelijk en voordat de temperatuur stijgt tot het niveau ‘Lekker plakken met z’n allen’, wil ik de nodige sopklusjes gedaan hebben, maar nu leg ik alles neer.
Ik hoor door het kleine speakertje het snelle praten van Yvon. Mijn hand gaat naar Hans z’n knie. Wat anders kan ik op dit moment doen?
Vanuit je thuishaven vertrek je met je zeiljacht, je zwaait je gezonde familie en vrienden uit totdat ze als kleine figuurtjes op de kade achterblijven en je voelt de spanning in je buik van het aankomende avontuur als oceaanzeiler nog verder opborrelen. Ergens weet je dat je mogelijk weleens een ernstig bericht kunt krijgen en je terug moet naar Nederland, naar een van die kleine figuurtjes, maar die berichten zijn dan nog zo ver weg. Eigenlijk bestaan ze niet eens; wil je niet dat ze bestaan en je gaat op in het zeilersleven, de nieuwe bestemmingen, de natuur en de kluslijst die elke week verrijkt wordt met nieuwe aandachtspunten voor je zeiljacht.

 

Twee weken geen internet en dus niet kunnen bellen is heel gewoon. Niet kunnen appen met je dierbaren, geen mail of welk ander contact dan ook naar de andere kant van de oceaan. Wat een geluk dat we gisteren de wal zijn opgegaan om een zoektocht te houden naar een nieuwe simkaart en deze wisten te bemachtigen!
Ze is ziek. Ernstig ziek.
Veel heeft Hans er niet meer over te zeggen, dan alleen de vraag “Wat kunnen we doen?” Maar Yvon weet het ook niet. Ze zal vanaf nu elke week naar Marion gaan, nu het nog kan.
“Oké zusje, we spreken elkaar later. Dank je wel voor het bellen en hou me op de hoogte als je iets weet oké? Doen hoor!”
“Jeetje zeg! Ons Marion heeft longkanker! En jij wist het hè? Je zei het nog!”
Ja, ik weet het. Het bericht dat na de longontsteking, die na allerlei kuren maar niet wilde verdwijnen, op de longfoto nog een ontstekingsrestje was te zien, stelde mij niet gerust. En zeker dat kuchje en de pijn die ze bleef houden was niet pluis, maar je hoopt toch altijd dat het meevalt… Ze is mijn grootste fan, ze geniet van de blog, kijkt er naar uit en laat via de website weten dat ze dan telkens weer even bij ons is.
“Waarom ga je niet naar Nederland? Ik red het hier wel! Je moet gaan. Gewoon even kijken hoe het met haar gaat.” Hans denkt er over na en als hij dat zegt, weet ik dat hij voorlopig geen ticket boekt. We zetten koers naar de volgende bestemming en stiekem gaat het zeiltempo omhoog.

Dan is er het bericht dat Hans doet besluiten om terug naar Nederland te vliegen. Nu kan het nog. Nu kan hij Marion nog spreken.
Een korte periode van bezoekjes breekt aan en voordat we het echt in de gaten hebben is de dag aangebroken dat ze weet dat er voor haar geen ‘morgen’ meer zal zijn. We nemen afscheid van een sterke, boeiende vrouw, de oudste zus, de empathische luisteraarster met wat op het einde van haar leven bleek: liefde voor het zeilersleven.

Elise Bakker

 

 

 

 

Tobago Cays

 

 

En dan glijden we de turquoise wateren van Tobago Cays binnen. Doorzichtig, aangenaam water waar je vanaf het schip tot meer dan 15 meter diep kunt kijken. Dit is de kleur van de ansichtkaarten die je er van verdenkt dat ze nep-foto’s gebruiken en ingekleurde plaatjes. Immers: zoiets prachtigs bestaat niet echt! Maar niets is minder waar! De twinkelende juwelen van tsarina’s, koninginnen en prinsessen, de best opgepoetste koperen scheepsbellen zijn niet zo prachtig als de wateren die de Tobago Cays omhelzen. Het blauw verandert in groen naar turquoise en dit spektakel wordt vergezeld met een enorme schittering. Wat je ziet is niet op polaroid te vangen, en nee: ook niet digitaal. Het resultaat van een foto is niet de helft van wat ik werkelijk waarneem. De ruimte om me heen, de afstanden van waar ik ben tot ver aan de horizon, het reliëf van de golven; een foto geeft dit niet naar werkelijkheid weer. Het is een plekje op aarde waar ik minstens een half jaar wil blijven. Misschien zelfs wel langer… Dit is het paradijs!

 

 

We zoeken een geschikte ankerplaats. Jammer genoeg is het druk met Catamarans, de luxe bungalows te water, kleine zeilbootjes, de grotere gemotoriseerde oceaankruisers. We zien aan de vlaggen dat de jachten uit alle hoeken van de wereld komen. Leuk, maar we willen er toch niet tussen liggen. Hoe langer we zeilen, hoe meer we geneigd zijn om te geloven dat de wateren om ons heen exclusief voor Isabella zijn en niet zomaar jan-en-alleman in de buurt van Isabella kan ankeren. Het is het soort van ‘recht van de oudste’, of zoiets van ‘bestaansrecht van de toerzeilers’. De dagjesmensen met hun brede Catamarans moeten maar een ander plekje zoeken. Onzin natuurlijk, want we hebben allemaal recht op een plekje op aarde en dus ook in dit fantastische zeegebied. Maar genieten doe je niet met 50 schepen om je heen, of is er een kansje dat we…?

 

 

Hans is inmiddels een kei in het zoeken van dat ene geschikte plekje en voor we het weten liggen we in een soort van ‘Vooraan-in-de-rij-positie’. Voor ons zien we geen drijvende huisjes, niemand, nada. In de verte aan de horizon, ligt een streepje wit met wuivende palmbomen, geen scheepje of catamaran te zien! Daar wil ik naar toe! Maar helaas, de kapitein stemt niet toe. Hans heeft zijn huiswerk alweer goed gedaan blijkt, en weet dat het richting dat prachtige Bounty eilandje te ondiep is voor Isabella. Jammer! Hoe heerlijk ziet het er daar uit! Het water zo blauw, zo intens blauw en helder! Dit hebben we niet eerder meegemaakt. Maar goed… vastlopen is ook niet waar we op zitten te wachten, dus we blijven.

 

 

 

Op tien meter diepte grijpt het anker zich op de bodem stevig vast in het witte zand, hetgeen door het kristal heldere water duidelijk te zien is. Hans besluit een duik te nemen en ik twijfel geen seconde (en dat is heel apart!) en ga hem achterna. Via het trapje, dat dan weer wel 😉
De zee is lauw. We meten 27 graden Celsius en het anker dat hier 10 meter onder Isabella ligt, is gemakkelijk te herkennen. En wat we dan zien kunnen we bijna niet geloven! Een schildpad graast over de zeebodem en trekt aan plantjes en gras. OOHHH!!! Hier MOET ik dus inderdaad heel lang blijven! En gelukkig vindt Hans dit ook!
Opgewonden klimmen we weer aan boord en spoelen ons af met het zoete water uit de traag, maar goed functionerende watermaker. Dan is het tijd voor een glaasje spiritueel wasser. Een rode en een witte. Boek er bij en dan nagenieten van deze fantastische dag!

 

 

 

 

Beweging zorgt voor minder snelle aftakeling, lees je in de meeste bladen en op internet. ’sMorgens volgen we dit advies op door voor het ontbijt een aantal cirkels rond Isabella te zwemmen en dat is in dit gebied geen straf. Waar Hans op het asfalt een soort van snelwandelt, vindt hij dat ik in het water een evenknie van Ada Kok ben, of misschien zit in jouw herinnering Inge de Bruin 😉 Als we na het ontbijt de klussen hebben gedaan (staal en koper poetsen, handwasje, opkomend schimmel te lijf gaan met een spuitbus), pakken we onze snorkelsets, de camera, fles water en leggen alles in Dirk, onze dinghy en varen richting The end of the World rif. Dit klinkt alsof we nog niet weten dat de aarde rond is en we moeten oppassen om niet van de rand in het oneindige van het heelal te vallen. We kijken achterom, naar de zeilschepen die voor anker liggen. Witte horizontale streepjes met een rechtopstaand stokje in het midden. Voor ons zien we een brede smalle strook van keien waar het water van de oceaan op botst. Niet hoog, niet bruisend, maar wel zo indrukwekkend dat we op veilige afstand blijven. We willen geen herhaling van het avontuur op Barbuda. Dirk schuift over wat puntige keien en nog voor we vast zitten, zetten we ons weer af. Zo verkennen we de strook en kijken uit over het oneindige van de atlantische oceaan. Daar, ergens daar op de golven die er nu niet meer zijn, omdat ze overvloeien in weer nieuwe golven, hebben we 18 dagen gezeild. 18 dagen de Atlantische oceaan overzeilen… wat een indruk en een ervaring! Ook al zullen we misschien al het andere wat ooit was en op dat moment om ons heen is, vergeten: deze ervaring vergeten we zeker nooit meer. We praten er over en ook hoe verschillend we over die overtocht denken. Boeiend – saai, gevaarlijk – niet echt gevaarlijk, te lang – mag nog langer… We vinden dan toch een overeenkomst: het was de moeite waard en niemand kan ons dit meer afnemen.
We varen verder en leggen Dirk aan op een onbewoond strandje en zetten onze snorkelsetjes op. Wanneer we onder water gaan, komen we terecht in een soort van kleine wereld van David Attenborough.

 

 

Zeeschildpadden en roggen zwemmen om ons heen en prachtig gekleurde vissen waar ik de naam niet van ken liggen op hun zij het koraal af te likken. We zwemmen met de schildpadden mee die een verrassende snelheid ontwikkelen wanneer je dicht in de buurt komt. Geen bijhouden meer aan, maar niet getreurd: een andere schildpad nadert alweer.

Dit is een dagelijkse bezigheid en we vermaken ons prima. Ondertussen is SY Gwelan ook gearriveerd en ligt een klein stukje verderop voor anker. Heerlijk om een stel zeilvrienden te hebben die je regelmatig op een ankerplaatsje tegenkomt. Gezellig bijkletsen, ervaringen en kennis delen! We kunnen het goed vinden met elkaar en spreken samen over de route en bestemmingen die we nog gaan delen. Natuurlijk worden deze ‘vergaderingen’ ook vergezeld door het spirituele wasser. Schuimend, rood of wit. Het is maar net waar we zin in hebben.

 

 

Dan is er die knal en een zucht. Een lichte ‘Merde’ bereikt mijn oor. Ik kijk om me heen en grom terug “Ja hoor!! Sukkel!” roep ik nijdig.
“Hans-Hans!! Kom eens gauw! Kijk daar eens! Er zit een kitesurfer in de mast!!” Niet te geloven! Hoe dom kun je zijn om zo dicht langs een zeilschip te surfen! Het lijkt wel een sport op zich: wie kan op 1 meter afstand een zeilschip passeren…
Een smalle jonge dame spartelt in het water, op zoek naar de lijnen die de kite besturen. Ze spreekt Frans. Wij spreken nauwelijks Frans. Zij spreekt geen Engels, geen Duits en geen Spaans. Dat wordt wat… Er komt zelfs geen “Pardon of excuse et moi” en alleen maar de vraag of we haar vrienden willen halen. Ja zeg uhhh?!?!?
We roepen via de marifoon de crew van de Gwelan op. Zij spreken de mooie Franse taal zo vloeiend als schenkstroop. In een paar seconden leggen ze de dinghy langszij en nemen de schade op. Tuurlijk helpen ze met de taalbarrière 🙂 In de zelfde tijd komen er uit alle hoeken en gaten nog meer Fransen aangetuft. Het volkje klimt zonder pardon aan boord en in rap tempo dirigeert de Gwelan onder leidende bezieling van Hans datgene wat er gedaan moet worden: man de mast in. Het groepje Fransen blijkt te bestaan uit artsen en vinden de hele situatie maar vervelend. Het liefst willen ze dat we de boel zelf inspecteren en repareren, maar Hans geeft geen millimeter toe. De aangewezen persoon klimt in de mast, toegerust met schroevendraaier, tang, mobiel en mijn camera. Er worden foto’s gemaakt en al snel blijkt dat de radio-antenne verbogen is. Na een paar keer naar boven gehesen te zijn is de klus geklaard. Met een tijdelijk reparatie moet het ding het wel houden. Nu maar hopen dat het niet gaat stormen…
Zonder een woord te zeggen zijn de daderes en haar kornuiten opeens verdwenen. Alleen de mastman is er nog en vergezeld van een koud biertje als dank, zwaaien we hem uit. De dag erna vertrekt het Franse flottielje. Rust in de Tobago wateren…

 

 

 

 

 

 

Bijna ongemerkt is er een volle week aan ons voorbij gegaan. Hans merkt op dat we verder moeten. We hebben immers alle mogelijke snorkelzones al bezocht. Ik heb er niet zo veel zin in. Ik vermaak me met het verzamelen van mooie lichtgroene stenen. Eindelijk heb ik dan mijn sieraad gevonden! Hier op het strand van Tobago Cays ligt het mooiste steentje ter aarde en ik maak daar mijn kettinkje van!

 

 

’s-Middags overleggen met de crew Gwelan en ook zij denken er ook over om weer eens verderop te kijken en besluiten we gezamenlijk de volgende dag het anker op te halen. Op naar Union Island!

 

Wennen

 

WENNEN

 

Het is niet de eerste nacht dat ik wakker word met de gedachte om het vliegtuig terug te nemen naar Nederland. De jubelstemming van de thuisblijvers over onze prachtige reis begrijp ik maar ten dele. Hier zijn we dan: aan de andere kant van de oceaan van huis en haard verstoken op een schip van 12 meter 24/7 boven op elkaars lip. Door het dekraam zie ik de sterren deinen en ik corrigeer mijn waarneming vrijwel direct: het is Isabella waarmee we voor anker liggen en ze deint zachtjes mee op de kalme golven. Welke andere sterveling op aarde ligt er nu vanuit zijn ommuurde bed naar de sterrenhemel te kijken?

Mijn gedachten dwalen af naar mijn huisje, mijn haard en mijn tuintje met de stille vijver waar ’s-avonds de kikkers door het riet scharrelden en af en toe iets van zich lieten horen. Ik denk aan het sleutelgat van mijn voordeur waar ik mìjn huissleutel in stak. Mijn coconnetje, mijn rotsvaste scheepje van steen, mijn veilige haventje. Gordijnen dicht en genieten van de voldoening van een dag hard werken met- en voor zieke mensen. Nu tuur ik naar de sterren en het lichte schijnsel van de maan in eerste kwartier en denk aan onze zeiltocht over de atlantische oceaan met zijn prachtige golven met daarin weer kleine golven en golfjes. Wat hebben ze ons te vertellen? Weten zij waar we naar toe gaan en wat de toekomst ons brengt? Weet ik zelf wel waar ik naar toe ga? Welke toekomst er voor me ligt? Wie ben ik? Wie is Hans eigenlijk?

 

 

Soms doemt er een vreselijk scenario op die me onrustig maakt en voel me als een haas in een open veld dat opgejaagd wordt door blaffende honden en paardenhoeven in galop. Af en toe wordt er een schot gelost en er lijkt geen einde te komen aan het onbeschutte veld. Ik struikel nog net niet over een greppel en weet op tijd een sprong te maken. Alweer hoor ik een schot! Oef! Net op tijd aan de overkant!
De associatie met onze pittige discussies en het jachtveld, laat me spontaan grinniken. Hans is nu ook wakker en vraagt wat er is. Ook al is het nacht; ik kan het niet nalaten om bij hem te exploreren hoe hij deze reis tot nu toe ervaart en met name hoe hij onze relatie ziet, maar hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd. De vraagtekens rondom de werking van de Iridium-Go houden hem uit zijn slaap. De spreekwoordelijke ‘boom’ op zetten kan ik op dit tijdstip vergeten. Het is een slechte timing van mij om onderwerpen als ‘verleden, heden en toekomst’ aan te snijden, laat staan die bepaalde karaktereigenschappen van ons. Niet alleen verschijnt er een wolk voor het eerste kwartier, ik kan bijna zien hoe bij Hans de ‘donkere wolken’ boven z’n hoofd zich samenpakken. Hij zucht. Die Iridium-Go is nog niet zo eenvoudig als het leek. Ik beantwoord zijn zucht. Is dit nu het romantische tochtje zoals we het ons hadden voorgesteld?

 

 

De vermoeidheid van de overtocht, gespekt door het harde werken op Isabella, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt en doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een zoen. Samen op Isabella is een ware relatietest. Ieder met een duidelijk eigen karakter en een rumoerig verleden. We wijzen elkaar op andere zeilende stellen, waarbij het leven aan boord zo ‘smooth’ lijkt te verlopen. Dat moet ons toch ook lukken?

De dagen vliegen voorbij. De To-Do-List lijkt aardig te slinken en er komen geen nieuwe To-Do’s bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik stel mijn dagelijks ‘hebberigheid’ aan ‘een-boom-opzetten-met-Hans’ bij en dat lijkt hij te waarderen. Het geeft rust en daar is weer die wens, dat gevoel van ‘Samen door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit. De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer naar een ander Caribisch eiland zeilen en voor anker gaan. Eindelijk komt die factor 100 uit de kast en voelen we het warme witte zand tussen onze tenen schuiven. Dit is waar we het allemaal voor doen!

 

We raken aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben en nog regelmatig aan mijn stenen coconnetje denk, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Niet meer haasten, geen lange To-Do-lijsten meer. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. De jubelstemming van de thuisblijvers begin ik te begrijpen.

 

 

 

 

 

in progress again

Beste volger.

Mijn website was enige tijd out of order. Waarschijnlijk heb je vanaf juni geen berichten meer ontvangen. Gelukkig is het probleem weer opgelost en staan er drie verhalen op je te wachten. Het zou fijn zijn als je even reageert, zodat ik zeker weet dat je dit bericht hebt ontvangen 🙂

Veel lees plezier!!

Sailingyacht Isabella


Dear follower. 
My website was some time out of order. You probably have not received any messages from June. 
Fortunately, the problem has been solved and there are three stories waiting for you.
It would be nice if you respond so that I'm sure you received this message
Enjoy reading!! 
Sailing yacht Isabella

 

Bequia part III, whaling in Bequia…

 

Bequia is een eilandje van 18 vierkante kilometer en behoort tot St. Vincent en de Grenadines. In Admiralty Bay is het een komen en gaan van scheepjes en de verkopers van wat fruit of vis scheuren met hun gekleurde schuitjes behendig tussen de kielen door. Nog altijd denk ik dan aan de kapitein van de Enjoyster bij wie een onoplettende watercoureur dwars over zijn kuit scheerde. Hevig bloedend en met een wond tot op het bot werd hij door de waterpiraat naar het hospitaal gebracht. Dat dan weer wel…

“Kom we gaan schat!”, roept Hans vanuit de kuip.
“Ja-ha! Wacht!”, roep ik terug. Altijd nog even checken of het gas uit is en of ik wel alles bij me heb. Alweer is mijn rugtas gewoonweg te zwaar. Maar wat er in zit heb ik nodig! Mijn flesje water, camera, lippenstift, oplader, spiegeltje, geld, tandenborstel, wc-papier. Je weet immers maar nooit in welke situatie je terecht komt! Belachelijk natuurlijk, maar ach… iedere gek heeft zijn gebrek 😀

We gaan een dagje op stap met de crew van de Gwelan, Marjolein en Pouwel. Super leuk en ik ben benieuwd wat we allemaal te zien krijgen. Het doel is een soort van nederzetting te bezoeken waar de beruchte walvisvaarders wonen. Tja… hier zijn ze natuurlijk niet berucht, maar beroemd! Een walvis vangen doe je immers niet zonder gevaar voor eigen leven en al helemaal niet op de manier waarop ze het hier doen: op traditionele wijze met een simpel open vissersbootje van 8 meter met een klein zeiltje. Sommige walvisvaarders hebben het luxe! Dan prijkt er een motortje op de spiegel van het schuitje. Met een harpoen gaan ze op pad.

 

 

Op weg naar onze gids en chauffeur van vandaag zien we op de tafeltjes van enige marktkooplui al wat walvistanden liggen. Ook walvisbeenderen van 15cm lang met een gravure van het gevecht dat de visser met de walvis heeft gestreden. Het doet me denken aan de olifantentanden die nog niet zo heel lang geleden voor veel toeristen een hebbedingetje waren. Gelukkig is dit inmiddels verboden. Heb je gewetensbezwaren om een walvistand aan te schaffen, dan moet je snel doorlopen. Het bespaart je dan ook nog eens 50 euro.

 

 

Onze chauffeur Steve is een aardige gast die alle tijd van de wereld heeft, als we maar per uur betalen. We spreken een bedrag af waar we ons allemaal happy bij voelen en vertrekken in een overkapte pick-up. Al slingerend rijden we over de smalle weg van gescheurde betonplaten, langs de kust van de Caraïbische zee. Het is een gehobbel vanjewelste en dit maakt ons vrolijk.
Wat in Nederland bij de bloemist als exclusieve tropische plant wordt verkocht, staat hier als onkruid in al zijn pracht te bloeien. Wat een weldaad voor je ogen!

 

 

 

 

Al snel zijn we in het dorpje aangekomen waar de walvisvaarders huizen. Een armoedige plaats waar de geur van de kadavers in de lucht hangt.
De meeste vissers hebben hun eigen bootje en een enkeling zonder eigen materiaal mag mee op vangst. Zo ook de man die met zijn dronken troebele ogen en wankele gang komt vragen wat ik daar tussen die bootjes uitspook. Ik neem gelijk mijn kans waar en vraag hem over de walvisvangst.
“Ja-ja! Ik ben twee weken geleden meegevaren!”, antwoord hij sloom en trots waarbij hij breeduit grijnst en zijn gebit mij aan een monumentaal kerkhof doet denken. De man kijkt gebiologeerd naar mijn bloes en ik besluit om maar snel afscheid te nemen. Ik zoek Hans en ontdek hem tussen de gekleurde houten vissersschuiten.
“Oh, ben je daar?” zegt hij bevestigend. “Kijk eens naar je bloes: je knoopjes staan open!”
“Shit! Nu weet ik waar hij zo naar keek!” Hans heeft geen verdere uitleg nodig en zegt alleen dat hij het wel snapt…

 

 

Een paar vissers houden zich bezig met het schoonmaken van een kleine vangst en hier en daar ligt er een vis als afval onder een bootje. Zonde van het dier om gevangen te worden en er daarna niets mee wordt gedaan.

 

 

 

 

De grote schedel van een walvis ligt tegen de kade op te drogen en de vreselijke lucht van vergane vis boort zich in mijn neus. Onder een afdakje liggen walvisbeenderen opgestapeld. Een man ligt er op de grond lui naar te staren. Vermoedelijk nog in de ban van de vangst twee weken terug.
De mannen zijn trots op hun vangst. Zes keer per jaar mogen ze op traditionele wijze walvissen vangen. In de periode van november tot maart gaan ze tekeer. Op een bergtop zit de spotter die de zee nauwkeurig in de gaten houdt en een sein geeft zodra hij een donkere glanzende rug door het water ziet schuiven. En er zijn veel glanzende ruggen, maar de vangst is beperkt. Er mogen per seizoen niet meer dan negen walvissen worden gedood.
Zodra het sein komt snellen de mannen naar de bootjes en vertrekken naar de zee. Het is een hachelijk karwei. Zodra de walvis naar boven komt om te ademen, jagen de mannen de walvis op naar een ondiepe plek in de zee, vlakbij een slachthuis. Is het gelukt om de walvis daar naar toe te leiden, dan werpt een man de speer of harpoen met ruim 250 meter touw daaraan vastgeknoopt naar het prachtige dier. De worsteling begint en de walvis snelt weg met het gevaar dat het bootje met de vissers wordt meegetrokken de diepte in.
Wanneer de walvis weer bovenkomt begint een volgende hachelijke klus. Een paar mannen springen op de walvis en naaien zo snel mogelijk zijn lippen aan elkaar. Hoe gruwelijk is dit?! En waarvoor? Op deze manier kan de walvis geen water meer tot zich nemen en kan hij niet afzinken naar de diepte. Zijn dood zal nog maar een paar minuten op zich laten wachten. Dan wordt de walvis naar de kant van het slachthuis gesleept en kan het fileren beginnen. En het feesten, want een walvis vangen betekent hier dat je een held bent.

Ook zonder het van nabij te hebben gezien, is het een indrukwekkend en gruwelijk verhaal.

 

 

 

 

Het vlees wordt verkocht, er wordt levertraan gemaakt en de tanden en beenderen worden voor het toerisme gebruikt. Ook de omringende eilanden komen naar Bequia wanneer er een walvis is gevangen. Het is handel. Het betekent eten op tafel. Het is ontstaan nadat de slavernij is opgeheven en de bevolking maar moest zien hoe ze aan de kost kwamen.

Onze chauffeur Steve beweert het niet eens te zijn met de walvisvangst en heeft zelfs nog nooit een stuk walvis gegeten. Hij stelt voor om naar een museum over de walvisvangst te rijden. Laten we dat maar doen. We hebben hier voldoende indrukken opgedaan.

 

 

 

Het museum is niets meer dan een klein overdekt lokaaltje en is ook nog eens gesloten. Door de tralies kunnen we de afbeeldingen zien en de oude vissersbootjes die voor de jacht werden gebruikt. Om een bootje te stutten is een wervel van een walvis gebruikt. Hoe bizar is dit?

We besluiten de terugreis aan te vangen en Steve weet een mooie route om dit te doen. Hij kiest een hoog punt uit vanwaar we over de walvisbaai kunnen kijken en vast wel een paar walvissen zullen spotten. Ik hoop dat we niets zien. Stel je voor…..

Eenmaal terug in het dorp lijken we in een andere wereld te zijn. Hier is handel met fruit en groenten. Het kraampje met de walvissouvenirs bekijken we nu toch met andere ogen. Er kleeft bloed aan van een prachtig zoogdier…

 

 

 

Bequia, part II

 

 

De zee wordt almaar mooier en mooier. Zó prachtig Turkoois en kraak-kraak-helder dat ik een niet te weerstane hebberigheid voel opkomen om deze prachtige kleur in een mooi sierraad te vangen. Het is dan ook een missie die ik mezelf graag opleg: op jacht naar dat ene sierraad die mij de rest van mijn leven doet herinneren aan deze onvergetelijke reis. Wordt het een ring? Wordt het een kettinkje? Oorbellen misschien? Of toch een armband die dan gezellig rond mijn pols bungelt, naast al die andere armbanden die ik ooit ‘van ver als herinnering voor later’ heb meegenomen? Hoe romantisch zou het zijn als er op een goede morgen op mijn nachtkastje zo’n verrassing zou liggen? Voorlopig heb ik geen nachtkastje en haal ik de romantiek uit het onderweg zijn met Isabella, die toegestoken hand van Hans wanneer we naast elkaar wandelen, de omgeving, de zee, de golven en de dieren.

 

 

Tja, die dieren… Om te eten, maar ook om naar te kijken, uren lang! Vissen met onvergelijkbare scherpe- en heldere kleuren. Strak begrensde lijnen langs de kieuwen, de vinnen en de staart. Het mooiste geel, blauw en paars dat je je maar kunt voorstellen. Ze zwemmen met een domme blik in hun ogen langs je heen en lijken zich van geen gevaar bewust. Maar o-wee als je dicht in de buurt komt! Als een raket zo snel schieten ze dan onder een rots, onder een blad wier of een stuk koraal. Wist je dat alles onder water veel mooier van kleur is dan boven water? We genieten dan ook van het onderwaterleven en nemen elke dag een duik. Snorkelen dan wel een paar uur om al dat moois te filmen en te fotograferen. Dagen vliegen voorbij met genieten van dit voor ons nog onbekende stukje Aarde. Meer en meer realiseren we ons hoe uitverkoren we zijn dat we puur mogen genieten. Geen zorgen, vrij leven, doen wat we willen. Het is bijna niet te bevatten. Dagelijks zwemmen we om zeven uur ’s-morgens vier rondjes rond Isabella. De stilte van de ochtend met over de zee de zachte glans van zonnestralen die je later die dag zullen gaan verpletteren, bezorgt me een ongelofelijk gelukzalig gevoel. Lage zoute golfjes kabbelen plagend tegen m’n hals en kleine spatjes blijven op mijn oren kleven, wanneer ik naast Isabella in de zee lig. Onder me zie ik een grote donkere vlek traag van positie veranderen. Een schildpad? Een pijlstaartrog? Wie zal het zeggen. Zonder duikbril durf ik niet onder water te kijken. Dat is net even iets teveel geprikkel voor mijn bruine kijkers. Dit moment neemt ik zuigend in me op en zal ik nooit vergeten. “Ik ben zó gelukkig!!”, roep ik Hans toe. Hij kijkt me meewarig aan; ‘Natuurlijk weet ik dat dit een prachtige manier van leven is!’, lijkt hij te denken.

 

 

De Fransen zijn vertrokken en de Gwelan is in aantocht. Gezellig! Zullen ze een poosje met ons mee-varen? We gaan het ontdekken, je weet maar nooit in het zeilers bestaan. Niets is zeker en daar heb ik soms best moeite mee. Ik hou van afspraken maken en je daar aan houden. Dat maakt het geheel overzichtelijk en betrouwbaar. Zo heb ik het geleerd als psychiatrisch verpleegkundige en dat is nu toch wel lastig af te leren. Wil ik het überhaupt wel afleren? uuhhmm… nee.

’s-Morgens gaan we eerst even naar de wal voor wat kleine boodschapjes. Fruit, stokbrood enzovoorts. Wanneer we de dinghy aan wal leggen zien we vissers gehuld in lompen hun vangst op de pier leggen. Ze willen direct verkopen, maar daar wachten we nog even mee. Eerst het brood en het fruit bemachtigen.
Wanneer je achter de TV zit en je soms wordt getrakteerd op een aflevering van ‘Met Floortje op reis’, voel je niet de warmte, heb je niet die wijde blik en ruik je niet de geuren die om het fruit en de mensen hangen. Wij hebben dat hier wel. De lucht van verse vis is zo heel anders dan de lucht van vis bij een viskraam! Het ruikt naar de zee, het ruikt naar heerlijk voedsel! En wanneer je de vis zo op het droge ziet liggen ga je twijfelen: is de vis dood of levend? Je zou de vis bijna oppakken en teruggooien, die dan vast direct weer wegzwemt. Zo vers oogt de vis! En ook hier hindert het de vliegen niet om met hun vieze pootjes op de schubben te landen. Jakkes, wat vind ik vliegen, zeker die van het groene soort, toch vieze beesten!

Bij de bakker ruikt het ouderwets lekker, alleen ligt er niet het ouderwetse meergranenbrood waar we zo’n zin in hebben. Kleverige croissants en een paar lange dunne stokbroden liggen op de afbakplaat uit te dampen. We gaan voor een stokbrood. Je moet toch wat en met een dikke plak Brie of Camembert smaakt alles!
Bij het fruitkraampje staat een aardige knul met een krul om zijn mond dromend naar zijn iPhone te turen. Is ie verliefd? Staat er een leuk bericht op FB? iPhones lijken zelfs in de armste gebieden geen luxe. Het ziet ernaar uit dat hij door zijn moeder op pad is gestuurd om hier te staan, want veel interesse om te verkopen heeft hij niet. We kiezen wat lekkere vruchten uit en na het onderhandelen betalen we hem een prijs die in Nederland niet zou misstaan. Zo, zijn dag is weer goed!

 

 

De volgende ochtend verkennen we al lopend een stukje van het eiland en merken al snel dat het een tė groot oppervlakte is om alles lopend te ontdekken. Zonder water en de zon al hoog aan de hemel stuift Hans er weer als een kievit vandoor. Ik laat me niet gek maken en hou mijn tempo aan. Ik voel me een dieselmotor: eenmaal op gang, dan kan ik uuuuuren lopen. Maar zal dat ook in die hitte lukken?
Bequia (spreek je uit ‘Bekwee’) is een kleurrijk eiland met kleine winkeltjes en huisjes langs een smalle straatjes. Je kunt zien dat hier is geïnvesteerd in toerisme, maar de drukte die we als reizigers daarbij bedenken heeft het gelukkig nog net niet bereikt. Het maakt Bequia hierom een lieflijk eilandje zo met haar strandje en winkeltjes grenzend aan de Caribische zee.

Wanneer ik het dorpje verderop bereik, is Hans nog steeds niet te bekennen. Ik passeer een bijzonder tafereel. In de voortuin van het kleine huisje met de gesloten ramen krioelen negen kleine, schreeuwende kinderen. De smalle voordeur staat wagenwijd open en een jonge vrouw leunt met een baby in haar armen tegen de deurpost. Ze draagt een korte-korte broek en een ieniemini shirtje. Ze schreeuwt de kinderen iets toe. In de zanderige kale voortuin waarin alleen een grote boom staat, ligt tegen de stam een man onderuit gezakt. Hij heeft een blikje drank in zijn hand. Chagrijnig kijkt hij naar het bewegende spul om zich heen. Verderop staat in een vaal, versleten jurkje een kleine peuter een lapje tegen haar neusje te drukken. Ze heeft ook vast een duimpje in haar mond. Haar donkere krullenbos groeit al aardig. Het enige speelgoed dat ik zie, is een bal. Een wat oudere vrouw bemoeit zich met het getetter van het hele spul. Ik vraag me af wie de moeder van het kleine meisje is, en wie de oma en de overgrootmoeder. Ik zou het aan de man kunnen vragen, maar ik heb zo het vermoeden dat hij het ook niet weet. Het geheel straalt honger en armoede uit: kaal, leeg, lusteloos en chagrijn. Op dit soort momenten voel ik een soort van drang om de hele situatie verder te ontdekken door een praatje met de mensen te maken, maar de blikken die me worden toegeworpen zijn niet uitnodigend en eerder vijandig. Ik kan me die blikken zo goed voorstellen: alweer zo’n rijke toerist met een camera om d’r nek. Daarom laat ik mijn camera maar voor wat het is. Nu foto’s maken geeft geen pas.
En dan zie ik Hans zitten in een soort van bushok. Op de rug van de bank staat een tekst waar ik even bij stil sta: Respect all animals on four feet or two. Pas veel later besef ik me dat er met de animals on two feet, niet de mens, maar vogels wordt bedoeld…. Tenminste.. dat denk ik…

 

 

We wandelen stevig door en alweer stoppen auto’s om ons spontaan een lift te geven en alweer bedanken we hier vriendelijk voor. Die gekke buitenlanders toch 😉 Maar ja, als zeiler moet je wel aan je beweging zien te komen, anders groei je dicht. Veel inspanning leveren we niet op die korte afstanden hoppend van eilandje naar eilandje, dus hups: op de wal de benen strekken.
Bij ‘Mamma’s Kitchen’ strijken we neer om voor een spotprijsje een heerlijke local lunch te verorberen. Kip, een koek van witte rijst en een soort van Italiaans pasta koekje, een winterwortel en nog een andere ondefinieerbare groente die ik na een hap op Hans z’n bord schuif. Niet lekker dus. De rest is heerlijk en na een paar glazen gemberwater rekenen we af en keren terug naar Isabella. We willen op tijd zijn, want de Gwelan is immers in aantocht!

We lopen over een pad langs de zee wanneer Hans opeens een staaltje dierenleed ziet. Even verderop staat een hondje te balanceren op een stuk rots in de branding.

 

Daar waar juist geen pad is. Het diertje kijkt wanhopig om zich heen en zoekt een veilige uitweg, die er niet is. We zien een stuk touw om zijn nek zitten. Op het moment dat ik mijn rugzak neerleg en mijn schoenen wil uittrekken om het water in te stappen, komt er een man aanlopen die hetzelfde doet. We roepen het hondje: “Kom dan! Kom maar hier! Toe maar!! Kom! Kom!” Het water is wild en de golven bruisen. Het hondje wordt nerveus, angstig voor wat we haar mogelijk kunnen aandoen. Dan springt ze in het water en zwemt richting de andere man om daar een andere rots op te klimmen. Het kost haar moeite en glijdt er weer vanaf. Ze zwemt een stukje verder, maar kan niet meer. Is doodop om nog lang tegen de golven te vechten. Dan opeens ziet ze kans om tussen de kleine rotsen houvast te krijgen. De man stelt haar gerust. Moeizaam klimt ze uit het water. We zien een moederhondje, een zogend teefje die haar jongen heeft verloren. Het stuk touw om haar nek lijkt door haar zelf te zijn afgekouwd. “Ze is vast met haar jongen van de klif af gegooid, zo de zee in”, zeg ik tegen Hans, wetende dat bewoners van dit soort eilanden het niet nauw nemen met dierenliefde. Nee, het woord dierenliefde nog moeten uitvinden.

 

“Isabella, hier Gwelan, over?” horen we door de marifoon. Gezellig!! Daar zijn Pouwel en Marjolein weer! Al snel maken we een afspraak en praten bij de borrel weer het nodige bij. Over de te volgen route, wat safe is, waar je deze zomer het beste je zeilboot kunt achterlaten wanneer je even wil terugvliegen naar Nederland, waar je de beste chocolade kunt kopen, ach… eigenlijk kletsen we over van alles. We besluiten dat we de volgende dag met z’n viertjes Bequai gaan verkennen. Hans heeft al een taxi-driver gespot en zal met die man een mooi prijsje afspreken. Laat dat maar aan Hans over…

 

Wordt vervolgd…

 

Pagina 1 van 612345...Minst recente »