Curaçao ->  Sint Maarten, feb. 2018

 

 

 

het wachten op een goed weather window is voor veel zeilers een regelrechte test op het geduldig vermogen. Elke ochtend, elke avond wordt op de site van Zygrib de weersvoorspelling gedownload om vervolgens een dag te bewaren, want morgen is immers hetzelfde ritueel. Maar misschien ook niet en lezen we vandaag dat we morgen kunnen vertrekken. 

St. Maarten ligt in een rechte lijn gemeten op ongeveer 495 zeemijlen ten Noord-Oosten van Curaçao en heb je tenminste oosten wind nodig om daar redelijk in de buurt uit te komen. De wind die Zygrib voorspelt komt uit het noord-oosten en dat maakt het lastig. Dat betekent dat we tegen de wind- en stroming in moeten zeilen. Wachten dus…. Om de tijd wat te doden blijven we het ritme van de dag volgen, klim ik nog eens in de mast, wandelen we vele kilometers en genieten van de mooiste vergezichten.

We nodigen de opstappers Bart en Lisette uit om ons en Isabella wat beter te leren kennen. We zijn er beide van overtuigd dat we enorm boffen met deze twee kundige enthousiastelingen die ook nog eens de taal van de krijgsmacht spreken: duidelijk zijn. Super dus, want de overtocht zal geen makkie worden en heldere taal voorkomt misverstanden. 

Hans heeft voor de overtocht afspraken geformuleerd die we tijdens een lunch in Willemstad met elkaar bespreken. Geen alcohol, reven voordat de nacht valt, ’s-nachts niet alleen overstag gaan maar hulp vragen en eigenlijk liever helemaal niet overstag gaan, ’s-nachts altijd aangelijnd. En zo zijn er nog wat afspraken die niet alleen handig zijn, maar opgesteld zijn om de veiligheid aan boord zoveel mogelijk te waarborgen. Zelf voeg ik er aan toe dat ik het prettig zou vinden dat je vrij bent om aan te geven wanneer je liever niet in gesprek wil gaan. Je kent dat wel… begint er iemand tegen je te kletsen net op het moment dat je van de maan en de sterren wil genieten of van de klotsende golven, de ribbels in de golven die weer kleine golfjes vormen. Dromen, mijlen achter elkaar, met mijn voeten in de zee, turend naar de horizon en denken aan wat de toekomst nog allemaal voor mij in petto heeft. Ik ben er benieuwd naar, terwijl ik ook weet dat de toekomst gewoonweg grotendeels in je eigen handen ligt. Je hoeft het alleen maar zelf in beweging te zetten. Net als zeilen: je zeilt niet als je de zeilen niet hijst. Tja…., maar wat gebeurt er dan als je de zeilen hijst en er is geen wind of wanneer er plotseling een squall verschijnt? Als je geen risico’s durft te nemen, moet je thuis op de bank blijven zitten. En ik zit op Isabella en voel me verbonden met dit prachtige schip, de zee en alles wat daarin leeft. Maar hoe zal het verder gaan? Dus ja opstapper: mag ik je vragen stil te zijn als ik wil dromen? En zeg jij het tegen mij als je wil dat ik jou niet stoor? Deal!

Dan is daar het verlossende woord van Hans: we varen vrijdag uit! Er zijn wel vier mooie zeildagen in het verschiet en daarna zelfs bijna windstilte! Nou… windstilte lijkt me ook niet echt geweldig, maar verhoogt wel weer de kans op dolfijnen en walvissen, houd ik mezelf voor. 

De opstappers komen vrijdag met een minimum aan bepakking aan boord en krijgen al direct een taak toebedeeld. Ze pakken het op als jonge zeeverkenners: enthousiast en leergierig. Bernadette en Bert staan ons op de steiger uit te zwaaien en maken nog een foto voor Facebook. Iedereen moet natuurlijk weten dat we een dag of vier uit de lucht zijn 😉 

 

 

 

We varen de haven van Seru Boca Marina uit, langs Santa Barbara richting klein Curacao voor een Bbq aan boord, en ik besef dat dit de laatste keer is dat ik naar mooi Curaçao zwaai. Er is altijd wel een laatste keer en die blijven zich opstapelen. Je weet alleen nooit of het werkelijk een ‘laatste keer’ zal zijn, daarom is het goed dat je elk moment van de dag geniet van dit prachtige leven, ook al zijn er shit momenten. Geen pieken zonder dalen…

Mijn pieken ervaar ik door te kijken naar de weidsheid van de zee, de eindeloze voortgang, de horizon die horizon blijft, geen land in zicht. Zweven op de golven, zweven in het betoverende licht dat elk moment van kleur verandert en me doet herinneren aan een schilderij dat ik ooit zo foeilelijk vond omdat het me onecht overkwam en ik me nu realiseer dat die kleuren hier op de Caribische zee wel degelijk bestaan en ik ze werkelijk schitterend vind. 

 

 

Mijn mijmeringen worden verstoord door een geronkt in de verte. Ik tuur de horizon af en ik spring een gat in de lucht als ik het verkenningsvliegtuig van de kustwacht ontdek: collega’s van Lisette. Het komt regelrecht op Isabella af en wiebelt wat heen en weer teneinde een groet uit te dragen. Ik jubel, sta te springen en roep “WOW!! -OOHHH!!”. Ik kan zo genieten van de snelheid, het geluid en de kracht van vliegtuigen! En ja: wat een contrast met het genieten van zeilen zou je zeggen. Maar dat is niet zo. Zeilen is ook krachtig, een spel met de natuur wat het super boeiend maakt.

 

 

We varen al drie dagen en zien dat we niet echt opschieten. De stroming en de wind werken niet mee. Als het zo doorgaat zijn we over vier dagen nog lang niet in St. Maarten.

De opstappers kunnen het goed met elkaar vinden en wisselen de praktijk af met zeiltheorieën die ze vinden in boeken uit de bibliotheek van Hans. De kennis groeit en daarmee de overtuiging dat ze het alleen wel aankunnen. Dit mogen ze dan ook in de praktijk brengen. Omdat we telkens langzaam van koers veranderen en we op de plotter zien dat we de verkeerde richting uitvaren, worden er verhitte discussies gevoerd over het wel of niet overstag gaan. Ik draag mijn steentje bij en met drie tegen een geeft Hans ons de ruimte om overstag te gaan, zeker als hij is dat we ongelijk hebben. 

Op de plotter zien we de afbeelding van Isabella van koers veranderen en zijn direct overtuigd dat we er goed aan hebben gedaan. Hans laat weten dat we over een half uurtje wel anders piepen. Hij krijgt gelijk… Isabella zeilt regelrecht terug naar Curacao! Hoe kan dit?? 

“Oké! Overstag!!”, roept Hans als een ouwe rot in het vak compleet met stoppelbaard. We trekken de schoten aan en de genua en het grootzeil hellen weer over stuurboord. Isabela ligt weer schuin in het sop en is het tijd om de kombuis in te duiken, mijn taak voor deze week. Het maakt me vrij van wachtlopen, wat super fijn is en me de gelegenheid geeft om van de sterren en het schijnsel van de volle maan in de golven te genieten op momenten dat ik dat wil.

 

 

 

Dagen volgen elkaar op en de dag van windstilte breekt aan. 

Het ziet er naar uit dat de overtocht toch zeker acht dagen zal duren in plaats van vier. Ik ben een beetje bezorgd om mijn voorraad proviand. Ik bekijk mijn lijstje aan etenswaren en struin mijn voorraadkastjes af. Wanneer ik het een met het ander combineer kunnen we nog 12 dagen op zee zijn, daarna is alles op. Moet genoeg zijn, maar met dat verhaal van die ene zeiler in mijn achterhoofd dat je over deze tocht ook 21 dagen kunt doen, ben ik nog niet helemaal gerust.

We dobberen in een spiegelgladde zee met een glans van blauw aquamarijn waarin zonnestralen worden gevangen om ze ver onder het wateroppervlak te bundelen als een prachtig boeket bloemen. “Zullen we gaan zwemmen?”, stelt Hans voor. “JAAA!!!”, roepen we in koor. Ik spring het water in dat me omsluit als liefdevolle armen, me verwarmen en masseren. De temperatuur is heerlijk en ik schat zo’n 25 graden. Isabella lijkt reusachtig wanneer ik langs haar boeg zwem. Ze wiebelt een beetje en ik voel de kracht van het polyester. Ik zwem op veilige afstand, maar heel ver van het schip vandaan ga ik ook niet. Stel je voor dat daar dan toch plotseling Moby Dick naar boven komt… 

Dan opeens verlies ik mijn zonnebril. Suffe ik! Het ding dwarrelt langzaam de diepte in, dwars door de gebundelde zonnestralen en ik jammer om de plastic vervuiling van de oceaan waar ik door dit ding te verliezen nu ook debet aan ben. 

 

 

Aan alles komt een eind, dus ook aan leuke verzetjes. Lisette start de motor en geeft het sein om de koers weer op te pakken. Onafgebroken tuur ik met mijn voeten in het water over de zee om als eerste de dolfijnen of walvissen te spotten, maar ze laten zich niet zien. Heeft het te maken met mijn stemming? Komen ze alleen als je vrolijk bent? Tja… mijn stemming is gedaald. Het onvermijdelijke afscheid van de reis en dus van Isabella komt er al snel aan. Ik zal het missen. Nooit geweten en twee jaar geleden nooit gedacht dat ik zo zeer van de zee zou gaan houden. Ik beloof mezelf een huisje bij het strand. Daar zal ik ook uren over de zee kunnen staren. “Dolfijnen!!” roept Bart enthousiast. Kreten als ‘WoW’ en ‘Gaaf!’ wisselen elkaar af. Het is de eerste keer voor Bart en Lisette dat ze op de Caribische zee zeilen en worden op allerlei nieuwe ervaringen getrakteerd. Nu zijn het de dolfijnen waar ze bijna wild van worden. Ze genieten volop en wij van hen. Camera’s raken oververhit van het snelle klikken om de spetterende dolfijnenshow vast te leggen. Het lijkt wel alsof ze een feestje voor ons bouwen, alsof ze voelen dat dit de laatste mooie lange overtocht van Isabella is. Even snel als ze gekomen zijn, duiken ze ook weer onder naar de onmetelijke diepte en zien we ze niet meer terug. 

 

 

 

 

De laatste zonsopkomst van deze tocht is werkelijk adembenemend. Het lijkt alsof de horizon in brand staat. De vlammende zon schuift langzaam achter de coulissen vandaan omhoog en het zal niet lang meer duren voordat ze ons verwarmd.

 

 

 

Op de achtste dag proeven we de lucht van Sint Maarten en staan versteld van het nog altijd aanwezige orkaan Irma puin, de schade aan huizen en het verlaten gebied nabij de kust. De brug van Marigot Bay gaat open en varen we het lagoon binnen. Als het bekende geluid van het vallen van het anker volgt, liggen we weer op hetzelfde plekje waar we vorig jaar lagen toen we hoorde dat Hans zijn zus niet lang meer onder ons zou zijn.

 

 

Bart en Lisette boeken hun vlucht terug naar Curaçao en nemen we aan de wal afscheid van deze twee enthousiastelingen. Opstappers aan boord vraagt om inleveren van je privacy en dat moet je willen, moet je nodig vinden, moet je wat voor over hebben en moet je om je heen kunnen verdragen. Ze waren aangename gasten en we hadden het qua opstappers niet beter kunnen treffen. Zeer zeker!

 

 

Na een lunch varen we met de dinghy terug naar Isabella, ik pak mijn rugtas in, mijn handbagage en kijk nog eens rond. Het was een heel mooie tijd. Leerzaam, ontspannend en heel in het begin soms vechtend tegen heimwee. Verbazingwekkend hoe ik me als een ingegroeide teennagel hechtte aan het zeilersleven, genietend van de natuur, van de eilanden die we hebben bezocht, de medezeilers die we hebben leren kennen, de vreemde gerechten die we hebben geproefd, maar bovenal van de enorme vrijheid en de rust die het zielersleven biedt, je moet het alleen wel willen/kunnen zien. 

 

Hieronder een YouTube filmpje

 

 

 

Kleine wasjes, grote wasjes

 

 

Is er WiFi, dan is er Facebook met de diverse zeilgroepen waarbij ik mij heb aangesloten. Altijd leuk om te lezen over de ervaringen van medezeilers. Maar dan opeens word ik opgeschrikt…
“En wat ga jij straks doen?” Het is Hans’ zijn steevaste after-breakfast-question.
Soms beantwoord ik de vraag met een langgerekt “uuuuhhmmm….”, getuite mond en opgetrokken wenkbrauwen, omdat me op dat moment geen taak te binnen schiet. Soms reageer ik met een “Ik heb geen idee, maar jij weet vast wel iets”, en soms noem ik een taak die al een paar dagen en soms weken als een zaagvis op m’n maag ligt. Koper poetsen is zo’n taak. Zeker dat koper waarop zeespetters zijn opgedroogd. Een cadeautje van de zee die altijd op zoute spetters trakteert wanneer ik vergeten ben om het dekraam van de kajuit te sluiten. Ingevreten roestplekken lijken het. Ruw met allerlei kleuren, behalve die van gepoetst koper. Uren sta ik met wijs- en middelvinger in een oude, van het stinkende koperpoetsgoedje doordrenkte onderbroek de gehate vlekken weg te wrijven. Wanneer de klus eenmaal is geklaard en de nodige poriën het geurende lichaamsvocht weer hebben afgedreven, kan ik me weer spiegelen in de scheepsklokken en olielamp. Op dat moment neem ik me voor om niet meer zo lang te wachten voordat ik het poetsgoedje weer uit de kombuiskast tevoorschijn haal. Goed voornemen!

 

 

“Dus ja? Wat ga jij doen?” vraagt Hans weer.

Tja, Hans wacht op een antwoord. Het koper poetsen is klaar, dus wat zal ik dan doen? Het liefst iets waar ik zin in heb en bovendien zijn na vijf weken Seru Boca Marina alle klussen wel geklaard.

“Welke dag is het vandaag?” vraag ik aan Hans, want in het ritme van alle dagen, met zon en regelmatig een hoosbui waarbij je in twee minuten zo doordrenkt bent alsof je aan een Wet-Tshirt-Contest mee doet, vloeien de dagen in elkaar over. Dan is er geen zondag, geen vrijdag visdag en geen woensdag gehaktdag.
“Maandag” antwoordt Hans.
“Ah-ja natuurlijk! Het is maandag wasdag vandaag! Ik ga de was doen!” roep ik enthousiast omdat ik een klusje heb gevonden.
Met een kromme rug sta ik voorovergebogen de lakens uit de kooi te trekken, pak de waszak en verzamel de handdoeken die in de natte cel hangen. Met de waszak over mijn schouder stap ik stoer over de steiger richting wasmachine. Het zonnetje is weer heerlijk en op de steiger kom ik altijd wel aardige medezeilers tegen waar ik dan een kort babbeltje mee maak. Niet te lang, want ja… drukke dag met die berg was!

 

 

Na een uurtje is de was gedaan en vanwege de onvoorspelbare hoosbuien besluit ik de grote lakens en badhanddoeken in de droger te doen. Wel vreemd om in de tropen een droger te gebruiken, maar het moet vandaag maar even op deze manier. De rest hang ik over de reling. Het lijkt wel vlaggenparade met al die gekleurde ondergoedjes. Het kleine spul zal vast wel snel droog zijn.
Je hebt van die dagen dat je opvolgend slechte keuzes maakt. Deze dag is er zo een en dat blijkt wanneer Hans ’s-avonds zijn mail opent en een rekening ziet van het havengeld en het aantal wasmuntjes.
“Ik ben 36 euro kwijt aan wasmuntjes!” zegt hij verontwaardigd.
“Hoezo ‘Ik‘, denk ik… en zeg: “Ja, klopt en?…” vraag ik en ben voorbereid op de discussie ‘Hoe doe je aan boord de was?’
36 euro betekent 9 muntjes en = evenzoveel wasmachines of minder en het overige is de domme droger.
“Thuis betaal je ook voor water en elektriciteit plus de afschrijving van de wasmachine, dus 4 euro per wasbeurt is niet zo gek”, voer ik aan. “Bovendien moeten we hier in de haven ook voor het water aan boord betalen, dus wat is het verschil uiteindelijk?” voeg ik er bedenkelijk aan toe.
Ik kijk naar Hans en wacht op antwoord dat al komt nog voordat ik de laatste woorden heb uitgesproken.
“Niks er van. Je wast maar in een emmertje! Je kunt het ook in een netje achter de boot hangen, dan spoelt het schoon in zee en bespaart waspoeder. Daarna een keer spoelen met zoet water en klaar. Zo doen echte zeilers dat!” brengt hij vastbesloten in.

‘…Huh… ben ik dan geen ‘echte zeiler’?’, vraag ik me af.

 

Ik voel me onzeker in mijn standpunt, maar vind dit toch ook een onterechte eis. Mijn buik begint te borrelen. Hoe kun je nu een dekbedhoes van 240 / 210 in een emmertje van 8 L. wassen? Hoe krijg ik die werkbroeken schoon? De badhanddoeken nemen een vermogen aan water op en zijn loodzwaar als ze eenmaal nat zijn en het duurt een eeuw voordat ik ze droog en hard van de reling kan plukken. En wasgoed in de zee achter je boot aansleuren? Ik kijk Hans aan en besef dat ik deze regelmatig terugkomende discussie moet loslaten. Ik ga het anders aanpakken.
Ik besluit medezeilers op Facebook in te schakelen en schrijf een oproep in de groepen waarbij ik mij heb aangesloten.

‘Beste medezeilers,
In een discussie over hoe zeilers hun was doen (kleding/linnengoed), kwam naar voren dat wassen een dure aangelegenheid is en dat je dit dan ook maar het beste in een netje achter de boot door de zee moet slepen en het daarna één keer in een emmertje met zoet water kunt uitspoelen. Lakens, badhanddoeken, alles dus.
        Mijn oproep/vraag is: hoe doen jullie de was?
Alvast hartelijk dank voor de reacties!!’

 

En de reacties zijn verrassend! De verhouding emmer / wasmachine ligt bijna gelijk. Er wordt zowel een emmertje gebruikt als een wasmachine, waarbij het gebruik van de wasmachine nipt wint. Sommige zeilschepen hebben zelfs een wasmachine aan boord! Ik krijg ook een paar handige / leuke tips. Om het prijsverschil met de wasbeurt thuis te vergelijken heb ik het NIBUD geraadpleegd. Conclusie NIBUD: nergens zo goedkoop dan thuis met de wasmachine wassen. Zie hier de link: https://www.nibud.nl/consumenten/wassen-douchen-en-bad/

Maar goed… we zijn niet thuis!

 

Enkele reacties van Facebook:

  1. Op een langere reis is af en toe een wasmachine echt nodig. Zout water in je kleren is echt geen pretje!
    Voor 5 euro in een jachthaven. Niet zo moeilijk doen.
  2. Wij doen warm water in een koelbox sluiten die af en de was is s’avonds proper geweekt, water blijft heel lang warm
  3. Dat wassen een dure aangelegenheid is zijn fabels! Evenals je was in zout water wassen is iets wat ik nooit gedaan heb of zal doen. Zijn live aboards sinds 2002! Alles hangt af waar je bent en wat de faciliteiten zijn. Zomer in Europa, handwas met weken in emmer/bak, flink spoelen. Lakens en handdoeken evt. in wasmachine als die beschikbaar is. Carieb, ten eerste draag je niet veel kleding, wassen en drogen op de hand en is zo droog. Echter als je alles naar de DIY-wasserette brengt is het iets duurder maar de echte wasserij, wassen/drogen/vouwen gaat per kg/lbs en is erg duur.
  4. Wij hebben de kosten van een wasmachine bijgehouden al die jaren en zitten op een gemiddelde uitgave voor wassen op €15,-/maand. Mijn advies geen zoutwater wassen doen, zout krijg je er bijna nooit helemaal uit en was blijft dan vocht aantrekken.
  5. Soms naar een wasserette. Wasserettes zijn vaak best duur en wassen op de hand maakt niet alles schoon. Dus op Bonaire een kleine wasmachine hebben gekocht. Wat vonden we dat luxe, maar wat een genot.
  6. Emmer zoet water en een flinke scheut ammonia … nachtje laten weken, uitwringen en ophangen… ruik je niets van en is brandje schoon … beddenlakens beetje groot, maar ging ook goed … dat was een tip van een andere zeilvriendin en heb er inmiddels veel andere zeilers blij mee gemaakt..
    Ammonia? Stinkt behoorlijk maar ontvet inderdaad goed! Hoe zit het met slijtage van de stoffen?
    Stinken valt mee als je je emmer buiten zet in het gangpad … maakt echt super schoon … hoeft niet eens te spoelen … Works like a charm. En nee geen extra slijtage… niet meer dan een wasmachine …heb het heel veel gedaan gedurende mijn 4 jarige wereld zeilreis …
  7. Ik heb deze tip van een kampeerder. Vuilnis zak of sterke plastic zak vullen met vuil wasgoed beetje groene zeep of ander wasmiddel flink schudden, herhalen met schoon water om te spoelen en klaar.
  8. Ik heb een Tupperware was emmer die altijd mee gaat. Heet water erin, wasgoed erbij (hoe meer hoe beter), beetje wasmiddel, even schudden en lucht er uit laten. Hij trekt een onderdruk, dus als je het laat staan trekt het vuil er vanzelf uit. Werkt echt geweldig! Echter geen lange afstanden. Ik heb wel altijd een zoet water kraan om te spoelen. Maar er gaat zeker een dekbedovertrek in. Er passen 2 of 3 jeans in… Hoe voller je hem stopt, hoe beter hij werkt.

Mijn conclusie:

Ga af op het weer, je wasgoed (kleine wasjes in je emmertje en grote stukken in de machine/marina), je budget en vermijd zinloze discussies: ieder z’n ding.

 

Elise Bakker

Curaçao en dan?

 

 

 

na een aantal maanden in Nederland te zijn geweest, vliegen we 20 januari 2018 weer terug naar Curaçao. Immers: Isabella gaat begin mei dit jaar op transport in St. Thomas, een van de US-Virgin Islands. Daar zal ze op een containerschip getakeld worden om naar Southampton (Eng) te worden verscheept. Het is dus wachten op een goed weather window om Isabella van Curaçao naar Sint Thomas te zeilen.
Het weather window neemt een loopje met ons, want het waait hard hier op Curaçao, squall’s rennen elkaar voorbij en zelfs de eilandbewoners zeggen dat het de laatste tijd erg veel regent. Dat hebben we gemerkt! ’s-Nachts worden we in bed bij herhaling gewekt door een plens regen die via het open dekluik op ons hoofd neerstort. Snel een buikspieroefening starten om de grepen van het raam te kunnen pakken en het luik dicht te trekken. Kwartiertje wachten en het dekraam kan weer open. Plof!! Daar zakt mijn hoofd weer in m’n kussen en probeer ik de slaap te hervatten, wat soms wel, maar vaak niet lukt.

De regen zorgt ook weer voor mooie plaatjes met een regenboog:

 

 

en op andere momenten zorgt de regen dat de vervuiling neerdaalt op de veroorzaker…

 

 

 

Het voelt vreemd en beslist niet leuk om Isabella naar de eindstreep te begeleiden. Wil ik dit dan wel? Ach… je bent ergens aan begonnen toch? Het is vooral ook genieten zo te leven op Isabella. Er is namelijk een zeker ‘ritme van de dag’:
7 uur gaat de wekker en kruipt Hans z’n kooi uit. Een tel later hoor ik een grote plons: Hans gaat zwemmen. Na tien minuten volg ik pas. Het is namelijk zo heerlijk om nog even in bed na te ‘sudderen’ en alle beenruimte te nemen die je lijf feitelijk nodig heeft.
Het havenwater is doorgaans niet echt lekker schoon om in te zwemmen, maar hier op Seru Boca Marina valt het erg mee. Bovendien is na een douche het lijf weer fris en geurig. Dan een ontbijtje en daarna de hele ochtend klussen. De kapitein vindt nu eenmaal dat er eerst gewerkt en pas daarna gerelaxt kan worden aan boord.

 

 

We hebben ieder ons ‘To-Do-Lijstje’ en gek genoeg komt daar tussendoor telkens een ‘to-do-tje’ bij. Om half tien ’s-morgens druipt bij het koperpoetsen het lichaamsvocht alweer via mijn neus naar mijn kin tot lager. De zin in koffie met beboterde ontbijtkoek neemt toe en ik beloof mezelf een pauze in de kuip. De kapitein ploegt voort en neemt tussendoor een slok van het hete zwart. Ik volg hem met mijn ogen en ik weet al wat zijn plannen verder zijn: shipmate (c’est moi) kan om 12 uur boterhammen maken, thee zetten, daarna ieder een uurtje siësta houden en dan samen naar het strand. Boek mee, zwemmen, lezen, babbelen met vreemde mensen die dan eigenlijk niet heel veel anders zijn dan alle andere mensen die we al kennen en dus ook niet zo vreemd meer.

 

 

 

 

 

Ook af en toe een keertje uit eten aan het strand en een tochtje naar andere bezienswaardigheden zoals carnavalsoptocht (die 6 uur te laat kwam en wij dus al vertrokken waren!).

We genieten van de vrijheid die we hebben gekregen van vrienden Bernadette en Bert, doordat zij aan ons hun auto hebben uitgeleend. Super tof! Zo kunnen we in Willemstad de noodzakelijk bootonderdelen en boodschappen halen en ons verbazen over de man bij de uitgang die je kassabon met je boodschappen checkt. Life is good!!

 

Curaçao heeft gelukkig nog een groot stuk van zijn authenticiteit behouden. Dit in tegenstelling tot Aruba, dat in de loop der jaren tot een groot en vooral Amerikaans toeristisch oord is uitgegroeid. Het unieke zit hem mogelijk in het tamelijke verval van huizen en gebouwen, de stoffige wegen en straten, het geschuifel van de locals, in hun rust en geen haast. In de taal Papiamento komt de uitdrukking ‘te-laat’ dan ook niet voor…
Er zijn dagen dat we toch ook ieder ons eigen plekje nodig hebben. Niet op elkaars lip willen zitten. Hans gaat dan alleen zwemmen en ik ga schrijven, lezen of de Christoffelberg beklimmen.

 

 

 

Het leven hier lijkt wel te vervliegen. Als een fles rum die de alcoholist aan zijn mond zet: je neemt de tijd tot je, maar je hebt het op een gegeven moment niet meer door. De tijd lost op in het ritueel van de dag en ik bemerk dat ik al aardig gewend ben aan de zon, de warmte, het tempo van de dag en de gesprekken die ik met mezelf voer. Ik klim nog eens een berg op en check de top van de mast van Isabella. Het lijkt allemaal maar heel gewoon…

 

 

 

Hans kijkt dagelijks naar het weather window en ziet na drie weken dat het window zich geleidelijk verschuift naar beter weer. En dan opeens is er zijn vreugdevolle kreet: “Er is een mooi weather window op komst!” Ik kijk met hem mee en het ziet er inderdaad goed uit! Nu nog iemand die met ons wil meezeilen, want het belooft een zware tocht te worden. Harde wind en hoge golven met de wind uit het Noord-oosten. Dat wordt minstens vijf dagen ‘aan de wind’ zeilen. Een extra handje kunnen we daarom wel gebruiken.
Wanneer Hans terugkomt van een van zijn zwemtochtjes heeft hij goed nieuws! Hij heeft twee zeilers ontmoet! Bart en Lisette. Leuke enthousiaste mensen die elkaar tijdens hun marineopleiding (KIM) hebben leren kennen en nu met hun partners op Curaçao wonen. En voor ons belangrijk: ze kunnen zeilen en willen graag met ons mee! Ze komen aan boord van Isabella om de kennismaking voort te zetten en dat is het begin van een nieuw avontuur! Voor Bart en Lisette, maar zeker ook voor ons! Zomaar twee opvarenden mee, zomaar dubbel proviand inslaan, zomaar voor vier man koken, zomaar niet meer in adam- en evakostuum kunnen rondlopen, zomaar met vier mensen op 12 meter schip wonen i.p.v. met elkaar. Dat zal wennen zijn! Maar we zien er niet tegenop. De herkenning in elkaar doordat we toch eenzelfde achtergrond delen (marine/defensie), schept direct een soort van band. Je kent het taalgebruik, je herkent het in ‘protocollen’ denken, je herkent het goedkeuren van de aanwezigheid van de kapitein met zijn orders. Het is goed zo en na een heerlijke lunch, het uitklaren bij customs en immigration, spreken we af voor morgenvroeg, vrijdag 23 februari bij Isabella. Dan volgt voor de tweede keer een ‘rondje schip’ en neemt ieder zijn/haar plekje in. Half twaalf trossen los en koersen we via klein Curaçao, een klein eilandje hier in de buurt waar je snorkelend kunt genieten van het zeeleven onder water, richting Sint Maarten. Daar schijnt de ellende die orkaan Irma heeft veroorzaakt nog volop aanwezig te zijn. We gaan het zien. Wie weet over vijf dagen, over zes dagen? Of heeft het weather window nog verrassingen voor ons??

 

 

 

 

 

Zwerversbestaan

zie ook de teksten onder de foto’s

 

 

er is vast weleens een moment in je leven geweest dat je droomde van een zwerversbestaan. Het ongebonden, vrije leven waarin je kunt gaan en staan waar je wilt. Geen wetgeving die op jou van toepassing is, geen adres waar de overheid zijn bekeuringen naar toe kan sturen, geen verplichtingen om je stoepje schoon te houden. Vrijheid – blijheid.
Zodra je plannen maakte in die richting stuitte je op praktische problemen, want ja… er moet toch money in the pocket zijn en blijven. Dan maar flink sparen, je baan opzeggen en voor een paar jaar de deur uit. Fuck-You-Money, las ik laatst in het NRC, maar dan bedoelt voor je mooie reisjes. Prachtig. Huisje verhuren of huur opzeggen en tra-la-la, het feest kan beginnen. Bij voorkeur met een zeilboot natuurlijk.

Waar gaan we naar toe?

Deze vraag geeft al aan dat het plan niets met het zwerversbestaan te maken heeft. Het is een georganiseerde vrijheid, een gepland zwerversleven met bestemmingen en toch ook wel al die ‘noodzakelijke’ zekerheden en luxe. We zijn rijk als we ons plan kunnen vormgeven, onafhankelijk hoeveel money er dan wel in die pocket zit. De een heeft genoeg aan 1000 euro in de maand en de ander kan nog niet van het dubbele rondkomen. Creativiteit moet wel een beetje in je zitten.
En als je dan eenmaal onderweg bent, de navigatie instrumenten opdracht hebt gegeven waar de koers naar toe is en nieuwe gebieden ontdekt, dan is het bijna onmogelijk om niet te zien en te beseffen hoe goed wij het in Nederland hebben.
Nederlanders, ‘waterlanders’, klagers over hoe slecht we het hebben en onze rijkdom zien vervliegen doordat ‘The Money’ wordt verdeeld over alle inwonenden. Kijken naar hen die het beter hebben dan wij. Dit leer je wel af als je reist naar oorden waar luxe betekent dat je een dak boven je hoofd hebt, waar er gratis medische zorg is, maar je het verder zelf allemaal moet uitzoeken.

 

 

 

Armoede is daar niet iets aparts. Armoede is gewoon en luxe is voor anderen, een ongrijpbaar leven voor de simpele ziel. Liefde voor je medemens opbrengen kun je je als arme zwerver niet veroorloven. Dat kost je mogelijk je leven en de mens heeft een overlevingsmodus in zich die mededogen op zo’n moment niet toelaat.

Liefde voor dieren is al helemaal uitgesloten. Je kunt een hond geen eten geven als je zelf niets hebt. Het is knokken voor je eigen bestaan. Wakker worden en niet weten of je die avond kunt gaan slapen met een gevulde maag.

 

 

 

Het leed van de zwerver vloeit door naar de straathonden. Arme scharminkels die bij eetkraampjes scharrelen en soms geluk hebben en een kruimel droog brood tussen het stof oplikken. Spoorzoekers op straatbarbecues. Traag en schuw naar de mens sluipen in de hoop dat hij een stukje vlees van zijn stokje schuift. De viervoeter is de grens gepasseerd en in de zone van de etende mens gekomen. Dan zien dat de mens het arme beest in z’n neus knijpt, hartelijk lacht om zijn misselijke grap en door de spleetjes van zijn ogen kijkt of zijn buurman wel meelacht. Piepend rent het ongelukkige beest weg. Een verontwaardigd “Hé jij!” roepen helpt niet. Klootzak.
De honden zoeken elkaar op: vind jij iets, dan heb ik ook kans op een stukje. Kom je te dichtbij? Dan verdedig ik met opgetrokken lip mijn territorium.

 

 

Maar het is voornamelijk de voortplantingsdrift en de leider van de groep willen zijn, dat honden bij elkaar scharen. Reuen die met een meter tong uit hun bek hijgend achter een loops teefje dribbelen in de hoop dat ze haar staart opzij legt. Even een momentje van genot en het teefje zit met een groot probleem: hoe krijgt ze haar jongen gevoed? Het zijn dan ook meestal de teefjes die er gehavend, schurftig, broodmager en suf bijlopen. Stuitend vind ik nog steeds de drie honden die ik in Cuba, Havana tegenkwam: een kruising tussen een varken en een hond. Wat is hier gebeurd? Was hier een ziekelijke menselijke geest aan vooraf gegaan, of heeft de reu zich vergist? Blind van de wormen en een aangetast reukorgaan? Het is me een raadsel. (zie tekst onder de foto’s)

 

 

En tussen al dit leed wordt er gewoon doorgefokt. Kleine wollige mormeltjes die meer weg hebben van een knuffelbeest met batterij, worden opgepropt in een kooi op de markt verkocht.

 

 

 

Kansloze honden waar de wereld vol van is. Honden die ook behoefte hebben aan een knuffel en een helpende hand. En moet jij eens kijken hoeveel liefde je daarvoor terug krijgt!

En?…. nog steeds zin in een zwerversbestaan? Of toch maar liever die relatief rijke Nederlander zijn?

 

 

Curaçao

 

 

 

Curaçao, aug. 2017

We varen langs een exclusief uitziend resort met een smal wit strandje en keurig in een rij staande palmbomen. ‘Saai’ is het woord dat als eerste in me opkomt. Even iets verder is de ingang van het Spaanse water en om de hoek van het vaarwater ligt de haven. De havenmeester geeft geen gehoor aan onze oproep via de marifoon. We leggen Isabella aan op de eerste de beste vrije steiger. Straks maar even kijken waar we mogen liggen.

Het feest van in een haven liggen is de heerlijke douche! Net zolang totdat ik bijna opgelost als een suikerklontje in warme thee door het afvoerputje verdwijn, sta ik met m’n lange haren onder die lauwe harde straal. Ik beloof mezelf hierop minstens twee keer per dag te trakteren!

We leggen contact met familie in Nederland en op Curaçao met vrienden Bert en Bernadette. Er moet nogal wat geregeld worden om Isabella een paar maanden hier achter te laten. Ze moet in depot wat betekent dat we er vanaf die dag niet meer mee mogen varen. Het kan niet anders, want de duur van haar verblijf hier is langer dan drie maanden en zo voorkomen we dat we invoerrechten voor Isabella moeten betalen. Op pad dan maar.
We kunnen de auto van B&B lenen! Super blij hiermee rijden we naar Willemstad en zoeken de twee kantoren op die, hoe kan het ook anders, ver uit elkaar liggen. De papierwinkel begint opnieuw en staan we op verschillende plaatsen geduldig te wachten tot alle stempels, zegels en formulieren weer zijn geregeld.

De eilandbewoners zijn gek op gokken en op bijna elke hoek van de straat vind je wel een kiosk waar je loten kunt kopen. Merkwaardig… waar zou dit gebruik vandaan komen?

 

 

In Willemstad herken ik de straat waar ik een eeuw geleden met m’n kleine spruit Roeland van anderhalf aan het rondneuzen was. Snel een fotootje maken en weer verder lopen. Je hoort er Nederlands spreken, Engels, Papiamento, Spaans en dan horen we een verbaasde “Elise?? Hans??” Herkenbaar van de foto die hij me toestuurde zie ik de piloot van het Coastguard Aircraft team, Richard Kampert.  Richard had de website Isabella gegoogled en de foto’s bekeken. Zodoende herkende hij ons. Wat een toevallige en leuke ontmoeting! We babbelen wat en vervolgen ons pad richting het reisbureau. Er moeten tickets worden gekocht.

 

 

Als alle klussen geklaard zijn vertrekken we naar Nederland. In een maand tijd nemen we afscheid van Marion (zie blog ‘Fan’), kopen we ieder een auto, start ik met parttime werk als VSggz, sjokken we van zomerhuisje naar zomerhuisje omdat Hans’ en mijn huis zijn verhuurd, bezoeken we ieder onze kinderen en verwelkomen het eerste kleinkind van Hans. Een klein schattig meisje.
Het voelt vreemd om na acht maanden weer in Nederland te zijn. De drukte die het met zich meebrengt past niet meer bij mij. De laatste maanden heb ik zó genoten van het leven op Isabella. Opvallend is hoe vol de agenda’s van anderen zijn en opvallend is dat die van ons ook opeens weer vollopen. Het lijkt wel alsof we hier ‘nodig’ zijn.
Het is dan dat Hans voorstelt om Isabella in de verkoop te zetten en naar een huis te zoeken. Het plan voor de wereldomzeiling verdwijnt in een la en komt er niet meer uit.

Veranderde plannen vergen actie om ze te realiseren. We vliegen terug naar Curaçao om e.e.a. te regelen.

 

 

 

We huren een auto en met een biertje in ons hand, zoals een echte Curaçaoënaar betaamt, rijden we onder de heldere sterrenhemel en een halve maan omhuld door een prachtige halo-ring, richting Seru Boca Marina. Daar ligt ze. In het schemerlicht van de halve maan en het spaarzame lichtje van de steiger, glanst de boeg van Isabella. Ze ligt met de voorsteven naar ons gericht en er bekruipt me een gevoel, nee een besef, dat dit prachtige schip een merrie is. Ons betrouwbare, prachtige paard dat ons over de Atlantische Oceaan heeft gebracht. Veilig en stabiel, krachtig en voor geen kleintje vervaard, moedig en speels tussen de meters hoge golven, spelend met dolfijnen en rustig dobberend tussen de walvissen. Ze is een pracht en ik voel een zoute parel langs mijn wang rollen. Wie zegt dat Isabella dood materiaal is van polyester met RVS, die liegt. Isabella LEEFT!!

“Wat is ze mooi hè?”, hoor ik Hans zeggen. Ik krijg amper geluid uit mijn dikke emotievolle keel. “Hujah”, piep ik, “Zó prachtig!!”
Hans pakt mijn hand. “Ja meis… het leven gaat door…”
Ik weet wat hij wil zeggen, maar ik wil het niet horen. Ik wil de droom vasthouden en alle minder glorieuze en onromantische momenten van het afgelopen jaar voor het gemak maar even vergeten. Het was immers toch ook genieten?!!
Ook al is er te weinig licht; ik maak een foto van Isabella, wetend dat ik dit moment wil koesteren.

Isabella ligt onder een dikke, ja echt dikke, laag stof. Iemand heeft hier zijn stofzuigerzak uitgeklopt. Daar lijkt het op. In werkelijkheid is het stof van de berg waarachter de haven Suru Boca Marina ligt. Een klusje voor morgen. Nu eerst het bed opmaken, douchen en morgen verder zien.

Morgen bestaat uit het grondig afspoelen van het dek. Een klus voor Hans. Voor mij is er benedendeks heel wat te doen. Heerlijk in die hitte! Niet dus. Na een minuut druipt het zweet uit mijn poriën en plakt het weinige textiel dat ik aan heb als een vloeipapiertje op mijn lijf. Bah!!

Na een ochtend hard werken ploffen we neer in de kuip. We hebben besloten om ons aan te passen aan het ritme van dit stukje tropisch Nederland. Het werk zit er voor vandaag op en begeven ons alweer naar de douche.

De dagen rijgen zich aaneen. Dagen van geen wind of een klein zuchtje wind, als gevolg van de orkaan Irma die op komst is. Irma koerst op de bovenwindse eilanden af en laat zoals al haar voorgangers, de benedenwindse eilanden met rust. Dit heeft tot gevolg dat het ongekend heet wordt op Curaçao.

 

 

Elke ochtend staan we vroeg op, klussen we een beetje en rijden ’s-middags naar een rustig strandje. Behalve deze donderdag. Vandaag staat de wedstrijd Oranje v/s Frankrijk op het programma. Van B&B hebben we gehoord dat de Netto bar op Otrabanda een typisch lokaal kroegje is waar je voetbal kunt kijken. Wij dr op af!
De Netto bar is een piepklein kroegje met van allerlei leuk spul tegen de muur en op de bar. Hans vraagt aan de oude barkeeper of hij ook de TV aanzet om naar de wedstrijd te kijken. Met een blik van ‘Ikke-nie-begrijpen’ zegt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. Hans kijkt verbaast en stelt nog eens de vraag rondom de voetbalwedstrijd, maar alweer antwoordt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. We geven het op en steken de straat over naar het sportcafé. Daar hangen kingsize posters van vRobben, Cruijff en andere voetbalgrootheden en jazeker, zegt de eigenaar volmondig, zeker gaat de zender over naar Oranje v/s Frankrijk. Mooi zo. We bestellen twee ijskoude gingerale’s en tellen af: nog twee uur te gaan voordat de wedstrijd begint… Tja.. we willen wel een stoel natuurlijk 🙂

 

Dan begint de wedstrijd Oranje vs Frankrijk zonder geluid. We klagen niet. De wedstrijd zien alleen al is om te huilen en ontlokt mij te zeggen dat de spelers mogen verdienen naar prestatie: nul. Na een paar uur stappen we gedesillusioneerd op. Wat een flut wedstrijd!

 

 

 

We toeren richting West-punt wanneer ik een bordje zie met de tekst: original museum of the slavery. “Stop!!”, roep ik snel. “Stop dan!!”, zeg ik na een seconde alweer.
“Wat is er dan?”, vraagt Hans verbaast. “Daar is een museumpje met een echt Kunuku huisje. Dat wil ik zien van binnen! Ga je mee terug?”
“Schat, ik heb die huisjes al zo vaak gezien! Je ziet er niks aan”.
“Ja, maar dit is een museum! Wil je dat dan niet zien?”
“Ga jij maar alleen. Ik blijf wel in de auto”.
Ik stribbel niet meer tegen zoals een paar maanden geleden in de hoop Hans over te kunnen halen om mee te gaan. Als hij niet wil, dan ga ik alleen.

 

 

Ik stap het terreintje op en zie een donkere Curaçaose vrouw in traditionele kleding met een lange bezem as uit een oven vegen. De resten as en stof vliegen om haar hoofd. Ze vertelt aan een groep vrouwen hoe de slaven met deze oven brood bakten. Wanneer de groep doorloopt naar hun workshop ‘brood bakken’, loop ik naar de vrouw en begin een praatje. Een lang en geen onbekend verhaal over de slavernij volgt. Hoe de bazen de slaven martelden wanneer er iets niet naar hun zin was. Hoe ze op hete kolen een ijzeren bout verhitte om fraaie plooitjes in de dresses van de missies te strijken. En wee degene die de jurk daardoor weer smerig maakten of er per ongeluk een bruine schroeivlek op achterliet.
De ogen van de vrouw verraden het leed wat haar familie is aangedaan. Ze neemt me mee naar een beeltenis van hun geketende leider Tula en vertelt me dat zijn geest nog bij hen is en niet eerder rust heeft dan vanaf de dag dat al zijn afstammelingen ook geestelijk vrij zijn. Ze kijkt me aan en haar ogen lijken donkerder te worden. Ik zie dat ze het leed van haar voorouders nog bij zich draagt en ik ben ontroerd en schaam me voor wat de blanke mens hun donkere medemens ooit heeft aangedaan. Ik vraag of ik haar een hug mag geven en dat mag. Wat een bijzondere ontmoeting!

 

 

 

Isabella wordt grondig schoongemaakt, kussens geklopt, staal gepoetst, wassen gedraaid en de watertank opgetopt. De koelkast moet leeg en we hebben daar een gretige afnemer voor gevonden. P&D uit de USA zien de bodem van hun scheepskas naderen en zijn blij met alles wat er binnenkomt.

Dan komt de man met zijn fototoestel en graast met zijn ogen Isabella af. Klik-klik-klik, doet het apparaat. “Kan dit even opzij?” vraagt de man en met tegenzin doe ik wat me wordt gevraagd. Hans spreekt een prijs af en zegt er geen cent minder voor te willen hebben. Als ze niet wordt verkocht, varen we haar nog een stukje verder.
Ik zie wel.

Nog net zien we op de Curaçaose TV de eerste beelden van de ravage die orkaan Irma op de noordelijke Caribische eilanden heeft toegebracht. Een drang om te helpen voel ik zeker, maar het rationele gedeelte van mijn hersenen is op dit moment toch sterker dan het emotionele stukje. We moeten terug naar Nederland. Mijn huis is uit de verhuur en mijn spullen kunnen weer uit de opslag. Mijn eerste kleinkindje kondigt zich aan en zal ik beslist even van willen genieten!!

Dag Isabella! Tot in januari 2018! Dan zien we elkaar weer!

 

 

 

 

BONAIRE

 

Na drie nachten en dagen zeilen met ook de indrukwekkende reddingsactie op zee, waar we uiteindelijk tussen de hoge golven de vijf vissers in een klein schuitje vonden, pakken we de draad weer op en koersen verder naar Bonaire. Een beetje haast hebben we wel, want als er op Bonaire geen moorings vrij zijn heb je vette pech, omdat je er niet mag ankeren.

We worden verrast door een drietal voorbij vliegende flamingo’s en komt er alweer een familie dolfijnen langszij! Zó mooi om te zien en zo’n geweldig gevoel telkens om midden in de natuur te staan! Het is een gevoel van rust, van opgenomen zijn in je omgeving, van stilstaan in de tijd alsof er hierna nooit meer iets komt wat ‘moet’.

 

 

In het duister naderen we de kustlijn van Bonaire en zien nog net de gekleurde slavenhuisjes aan het strand staan. Hoe schattig en lief, zo kabouterachtig en mooi onderhouden! Als je niet beter weet, ga je dat inderdaad zo beschouwen. Met de wetenschap waarvoor ze ooit dienden, zijn ze allerminst schattig.
Maar wat ons op Bonaire te wachten staat, hadden we nooit verwacht! Een geweldig relaxed vakantie eiland met minimaal toerisme. Of zou dit komen door de tijd van het jaar waarin we ons bevinden? Een eiland van uitgestrekte kustlijnen, woeste noordkust en kabbelende zuidkust. Een soort van Ameland zeg maar 😉 , maar dan met veel meer zon en een prachtige helderblauwe zee waarvan je zou willen dat het water je blijvend kan omarmen.

Het is al aardig donker en ontwaren een paar kleine bolletjes in het water en overtuigen elkaar dat dit vast geen moorings zijn: véél te klein!! We varen een stukje verder en komen tot de conclusie dat we ons hebben vergist: de kleine balletjes zijn wel degelijk moorings! Na een aantal pogingen om de landvast door het nauwe gat van de mooring te halen, klimt een aardige Duitser in z’n dinghy en neemt het van mij over: we liggen eindelijk vast!

Vermoeid van de overtocht en deze enerverende dag, duik ik de kombuis in en tover weer wat voedsel op tafel. Glas wijn er bij en pfff!! Morgen weer een dag!

De volgende ochtend gaan we met onze Dirk naar de wal en klaren in. Overal maar in- en uitklaren. Je ontkomt er niet aan en ondertussen zijn onze paspoorten al aardig verrijkt met een verzameling stempels. Hebben we alles bij ons? We gaan.
Het instappen in Dirk blijft toch wel een kunstje op zich, zeker met wat golfslag. Het lijkt soms wel de cakewalk op de kermis. Ik heb wel bij andere zeilers gemerkt dat hoe steviger en hoger de dinghy is, je makkelijker in- en uitstapt. Onze Dirk is nog niet versleten, dus we doen het er mee. Tenslotte heb ik er toch ook het hachelijke avontuur op Barbuda en Saba mee overleefd (zie blog maart 2017).

 

We tuffen richting haventje en zien op een zeilschip een Nederlandse vlag wapperen.
“Hé kijk!! De Foxy Lady!!” roep ik enthousiast. Rick, de schipper van deze Lady, Remco de first mate en Jennifer de ‘allroundster’ hebben we in de Tobago Cays ontmoet. Ze kwamen even bij Isabella aan boord om de groeten over te brengen van SY Gwelan 😀 Altijd gezellig!! RR&J zijn sportieve enthousiaste jonge zeilers en duikers. Hoe geweldig is het niet om op deze leeftijd (+/- 30+) een wereldomzeiling te maken! We maken een kort praatje en spreken af om aan het eind van de middag even te borrelen. Ben je nieuwsgierig naar hun prachtige reis? Ga dan naar http://sailingthefoxylady.com

 

 

Na het inklaren huren we voor een middagje een auto en toeren we over dit schitterde kleine eilandje langs de smalle kuststrook die het Pekelmeer afscheidt van de zee. We bezichtigen de rond 1850 gebouwde kleine slavenhuisjes en zijn verwonderd over de paar vierkante meters die de slavenfamilies tot hun beschikking hadden.

 

In een van de huisjes kruip ik door een kleine opening naar binnen en kan er niet staan. Gehurkt kijk ik rond en besef dat hier met moeite maar drie ‘Elises’ inpassen en Elise kennende zijn dit er voor deze krappe ruimte twee teveel 😉 En dan te bedenken dat hier soms wel 6 slaven in sliepen!

 

De zoutpannen zijn roze gekleurd als gevolg van de concentratie algen die daar invloed op heeft. Hoe zouter hoe roder de kleur van het zout. De slaven liepen met hun blote voeten door het zout en hakten daar de massa los om het in zakken op hun hoofd naar de kleine bootjes te brengen die het weer naar de grote schepen verderop vervoerden. Je hoeft geen genie te zijn om te bedenken dat menig slaaf daar blind rondliep. Ogen die opgevreten werden door het zout.

 

Indrukken doe je overal op en de ene indruk vervliegt en de andere blijft hangen, maakt weer plaats voor een nog diepere indruk en ga zo maar door.

We borrelen met RR&J en brouwen het plan om de volgende dag met z’n vijfjes op drie scooters naar Rincon te toeren, de voormalige nederzetting van de slaven. Er wordt die dag een soort van vrijheidsfeest gevierd en het belooft een gezellige boel te worden. We zien geen reden om niet te gaan 😀

 

Ik voel me weer 16 als ik bij Hans achterop door de knoek over de bonkige weggetjes rijd. Voor ons tuffen RR&J en komt het regelmatig tot een wedstrijdje wie het hardst kan. Het is heerlijk om die breedlachende gezichten te zien! We slingeren langs Queens Highway richting het Gotomeer en spotten de roze Flamingo’s die met hun kopjes ondersteboven in het water naar voedsel zoeken. Voedsel die hun veren prachtig roze kleuren. En dan komen we aan in Rincon.

 

 

Rincon is een gehuchtje van niks, maar alles lijkt uit de kast te zijn gehaald om het feest optimaal te laten slagen. Er worden spelletjes gespeeld en ik heb zin om mee te doen met een spel touwtrekken. Nu eens even letterlijk hiermee aan de slag 😉 Even kijken de andere deelnemers verbaast op als ze zien dat die ‘witte-lange-vrouw’ meedoet, maar al snel vinden ze het leuk. Met alle macht trek ik mee en ‘onze’ groep wint. Hoe kan het anders 😉

 

Dan verschijnen er grote trucks met bouwwerken waarop de grootste speakers ‘ever shown’, staan opgestapeld en rijden langzaam door de straat. Een herrie van jewelste breekt uit en een kleurrijke optocht volgt. Elke groep heeft z’n eigen truck met een overkill aan decibel. Met m’n vingers in mijn oren loop ik richting uitgang van de straat. Dit geweld is teveel.

 

 

 

We rijden verder met R&J voorop en Rick rijdt achteraan. Na een blik op Boca Onima, de noordkust, en wat rotstekeningen die door de Indianen zijn achtergelaten kiezen we voor een bijna onbegaanbare zandweg. We hotsen en botsen en veroorzaken zoveel stof dat het Rick z’n zicht belemmert en er zelfs stof achter zijn lenzen komt. We moeten stoppen. Hij maakt de lenzen schoon met wat spuug. Dat lijkt me niet de beste methode, maar een andere hebben we niet. En dan laat hij een lens in het mulle zand vallen. Wat een ellende! Met een oogafwijking van bijna —4 valt er lastig nog wat te zien! Als door een wonder ziet Remco de lens liggen. Weer een klodder spuug en de lens wordt teruggeplaatst op de oogbol. Spuug is nog altijd beter dan zout. Karren maar weer! Het leed is geleden!

 

De bijzonder geslaagde dag eindigt in Kralendijk. We leveren de scooters in en genieten op een terras nog een poosje na. We hebben dikke pret en delen herinneringen over sketches van humoristische cabaretiers zoals Jiskefet en anderen. De toekomstige vaarplannen worden nog eens van alle kanten belicht, compleet met de voor- en nadelen. Het is goed om hierover met andere zeilers te communiceren. Je pakt er altijd wel iets van mee, al is het maar dat je bevestigd wordt in de juiste keuze van je eigen plan.

We nemen afscheid. Morgenvroeg vertrekken we bij zonsopkomst en de kans is maar al te groot dat RR&J dan nog maar net horizontaal in hun kooi liggen. Geen uitzwaaipartij, maar wat we vandaag hebben beleefd kan niet meer stuk!! Machtige mensen die RR&J. Wie gaan we op Curacao ontmoeten?

 

 

Onderstaande link is een filmpje over Isabella ontmoet dolfijnen

https://youtu.be/ibLwWjjv03s

Union Island

 

 

Nu mijn grote fan Marion, de zus van Hans, ernstig ziek is besluiten we terug te gaan naar Nederland. En wel veel eerder dan in eerste instantie gepland. Een zeilreis onderbreken doe je niet zomaar. De afweging is of het wel verstandig is om op dit moment tijdelijk te stoppen / of dat de één terug gaat en de ander aan boord blijft en natuurlijk ook: wanneer zeilen we weer verder? De verwachte weersomstandigheden spelen bij deze beslissingen een grote rol. Maar goed… we kunnen blijven wikken en wegen: we moeten vooral nu verder zeilen.

We zetten koers naar Curaçao, daar zal Isabella onder toeziend oog van Robbie, de havenmeester, een poosje logeren. Op weg hiernaartoe ankeren we bij Union Iland en verkennen de kuststrook.

 

Een schooltje gaat uit en wat nieuwsgierige kleine kinderen zwermen om ons heen. Een paar meisjes giechelen wat verlegen als ze mij een paar foto’s zien maken. Eén meisje lijkt de mogelijke ontdekking van haar talent niet te willen missen en vraagt of ze mag poseren. Als een volleerd fotomodel neemt ze met haar nog schriele beentjes allerlei posities in. Schattig om te zien.

 

 

We sloffen verder en na me vergaapt te hebben aan een paar azuurblauwe oorhangers gevolgd door mijn weinig betrouwbare overtuiging dat ze me toch niet zullen sieren, pakken we de Dirk en tuffen terug naar Isabella. Ik heb nu al spijt dat ik ze toch niet gekocht heb. Ach… je moet toch iets hebben om over te kunnen dromen? 😉

We hebben alweer een heel gezellige avond met Powel en Marjolein van SY Gwelan en er worden nieuwe plannen gesmeed: New York is het doel!! Dat zal wat zijn om de Hudson op de varen en het Vrijheidsbeeld langzaam groter te zien worden! Zal ons dit niet het ultieme gevoel van vrijheid bezorgen? Mij in ieder geval wel! Ik verheug me er nu al op!

 

 

De nacht valt en liggend in mn kooi bekruipt mij een ongelukkig gevoel door het besef van het tijdelijke van deze reis. Hoe geweldig zou het zijn om almaar te zeilen – te zeilen – te zeilen en nieuwe landen te verkennen, nieuwe grenzen. Grenzen van het water, de golven en voornamelijk die van mijzelf.

De volgende ochtend lichten we het anker en zwaaien (voorlopig?) voor een laatste keer naar SY Gwelan: “Dag lieverds!! Goeie vaart!!” Gevolgd door een opgewekt “Joehoeoe!!” van Marjolein.
Daar in de verte achter de horizon en drie dagen en nachten zeilen ligt Bonaire, onze volgende ankerplaats. We krijgen alweer een welkom bezoekje van Dolfijnen en dan opeens worden we opgeroepen door de Coast Guard. Dit verhaal staat in Zilt en heb je inmiddels al kunnen lezen. Wat zal Bonaire ons brengen?

 

 

Fan

 

 

Ik zie ze nog voor me toen we elkaar voor het eerst ontmoetten op de verjaardag van Hans. Ze kwam naast me zitten en begon een gesprek. Al snel kwam ze tot de conclusie dat we in ieder geval één ding gemeen hadden en met een brede glimlach zei ze: “empathisch luisteren.” Maar wie van ons tweeën zou dan empathisch naar de ander luisteren? Een van ons zou dan toch iets moeten vertellen en ik wist zeker dat ik niet diegene zou willen zijn. Vanaf dat moment vond ik haar eigenlijk best een beetje eng. Ons contact bleef daardoor beperkt tot het glas heffen wanneer we elkaar op feestjes zagen. Om de een of andere reden begon ze me toch steeds meer op te vallen. Marion was een aparte verschijning en altijd vriendelijk en belangstellend. Een kunstenares, dat kon je zo wel zien aan de kleuren en sieraden die ze graag droeg en de combinaties die ze daarmee maakte. Simpel en toch boeiend. Nog maar kort geleden bespraken Hans en ik de mogelijkheid om haar naar Isabella te laten komen. Isabella lag op haar te wachten, zo voelde ik dat en wist dat Marion het prachtig zou vinden om een keer aan te monsteren. Er moest alleen nog een goed moment gevonden worden en die hadden zich nog niet voorgedaan. Niet tijdens de oversteek van de Atlantische oceaan, niet bij het ontdekken van de armoedige Caribische eilanden waar geen luchthaven is, niet tijdens de periodes waarin Hans en ik elkaar weer even van een andere kant leerde kennen… Was dit dan het goeie moment, hier op dit mooie ankerplekje?

 

“Oja zeg?”. Hans drukt zijn mobiel stevig tegen zijn oor, alsof hij daarmee het bericht nog beter tot zich door kan laten dringen. “Je meent het!?”, gaat hij verder met even later een “Ooohhh…”, waarin het ongeloof overduidelijk is. “En hoe lang weet ze dat al?”
Ik vermoed direct waar het om gaat en blijf dicht in zijn buurt wat aan het aanrecht rommelen en luister mee. De hitte in de kajuit is op dit tijdstip nog dragelijk en voordat de temperatuur stijgt tot het niveau ‘Lekker plakken met z’n allen’, wil ik de nodige sopklusjes gedaan hebben, maar nu leg ik alles neer.
Ik hoor door het kleine speakertje het snelle praten van Yvon. Mijn hand gaat naar Hans z’n knie. Wat anders kan ik op dit moment doen?
Vanuit je thuishaven vertrek je met je zeiljacht, je zwaait je gezonde familie en vrienden uit totdat ze als kleine figuurtjes op de kade achterblijven en je voelt de spanning in je buik van het aankomende avontuur als oceaanzeiler nog verder opborrelen. Ergens weet je dat je mogelijk weleens een ernstig bericht kunt krijgen en je terug moet naar Nederland, naar een van die kleine figuurtjes, maar die berichten zijn dan nog zo ver weg. Eigenlijk bestaan ze niet eens; wil je niet dat ze bestaan en je gaat op in het zeilersleven, de nieuwe bestemmingen, de natuur en de kluslijst die elke week verrijkt wordt met nieuwe aandachtspunten voor je zeiljacht.

 

Twee weken geen internet en dus niet kunnen bellen is heel gewoon. Niet kunnen appen met je dierbaren, geen mail of welk ander contact dan ook naar de andere kant van de oceaan. Wat een geluk dat we gisteren de wal zijn opgegaan om een zoektocht te houden naar een nieuwe simkaart en deze wisten te bemachtigen!
Ze is ziek. Ernstig ziek.
Veel heeft Hans er niet meer over te zeggen, dan alleen de vraag “Wat kunnen we doen?” Maar Yvon weet het ook niet. Ze zal vanaf nu elke week naar Marion gaan, nu het nog kan.
“Oké zusje, we spreken elkaar later. Dank je wel voor het bellen en hou me op de hoogte als je iets weet oké? Doen hoor!”
“Jeetje zeg! Ons Marion heeft longkanker! En jij wist het hè? Je zei het nog!”
Ja, ik weet het. Het bericht dat na de longontsteking, die na allerlei kuren maar niet wilde verdwijnen, op de longfoto nog een ontstekingsrestje was te zien, stelde mij niet gerust. En zeker dat kuchje en de pijn die ze bleef houden was niet pluis, maar je hoopt toch altijd dat het meevalt… Ze is mijn grootste fan, ze geniet van de blog, kijkt er naar uit en laat via de website weten dat ze dan telkens weer even bij ons is.
“Waarom ga je niet naar Nederland? Ik red het hier wel! Je moet gaan. Gewoon even kijken hoe het met haar gaat.” Hans denkt er over na en als hij dat zegt, weet ik dat hij voorlopig geen ticket boekt. We zetten koers naar de volgende bestemming en stiekem gaat het zeiltempo omhoog.

Dan is er het bericht dat Hans doet besluiten om terug naar Nederland te vliegen. Nu kan het nog. Nu kan hij Marion nog spreken.
Een korte periode van bezoekjes breekt aan en voordat we het echt in de gaten hebben is de dag aangebroken dat ze weet dat er voor haar geen ‘morgen’ meer zal zijn. We nemen afscheid van een sterke, boeiende vrouw, de oudste zus, de empathische luisteraarster met wat op het einde van haar leven bleek: liefde voor het zeilersleven.

Elise Bakker

 

 

 

 

Pagina 1 van 712345...Minst recente »
Translate »