Atlantische Oceaan, het hele verhaal

 

 

 

 

1 januari 2017
Oversteek atlantische oceaan van Kaap Verdie naar St Lucia: 2112 nm in 18 dagen en 6 uur
“We vertrekken over een kwartiertje!”, roep ik naar de Gwelan. “Wij ook!! ‘Bon Voyage!!”, roept kapitein Pouwel terug en steekt zijn hand op. “Ja-Ja!! Jullie ook!!” Ik klim aan boord waar Hans de motor al heeft gestart.
“Ben je er klaar voor?”, vraagt Hans opgetogen. “Ja hoor”, zeg ik grinnikend. “Even huggen dan!”, zegt hij en staat met open armen naar mij gericht en daar kruip in graag in!
“Daar gaan we dan schat! Hierop hebben we ons al die jaren voorbereid! Gaan we het redden?”, vraagt hij met een groot vraagteken in zijn stem. “Tuurlijk!”, zeg ik en voel nu pas de spanning voor het moment dat de trossen echt los gaan. “Volgens mij maakt het jou allemaal niet veel uit hé? Jij bent zo’n koele kikker!” Ik lach maar wat. Vanaf het eerste moment dat duidelijk werd dat deze dag er aan zou komen, heb ik me afgevraagd of het wel verstandig is om te gaan; afgevraagd of ik niet onverantwoord bezig was: wat als we ons in een ongeluk storten en onze kinderen alleen achter laten? Wat doen we ze aan om ze zolang in onwetendheid te laten hoe het met ons gaat daar op die grote waterplas; hoe moet het verder nu ik geen baan meer heb? Hoe lukt het samen, nu we elkaar nog maar zo kort kennen en pas sinds ons vertrek uit Nederland bij elkaar wonen?
Samenwonen onder deze omstandigheden hier op Isabella, geeft al genoeg opwinding. Moet er dan ook nog eens de opwinding van de Atlantische oversteek bij? Zoals ik bij het afscheid nemen van mijn prachtige baan al zei: het is niet alleen de wereld ontdekken, maar zeker ook ‘mijn onbekende ik’. Iets in mij zegt dat ik dit moet doen, maar vraag me niet wat dat ‘iets’ dan is. Ik weet het zelf ook niet. Eenmaal de trossen los is daar het volle besef: we gaan door!! We zijn los van de wal. We gaan de Atlantische oceaan oversteken! Opeens ben ik me totaal bewust van mijn lijf, dat ik hier nu op Isabella sta en het schip los is van de veilige haven. Een nieuwsgierige opwinding maakt zich van mij meester. Dat ik dit mag meemaken! Het voelt alsof ik een barre tocht voor de boeg heb. Een tocht naar een vreselijke oord waar het guur en koud is, een soort van Zuidpool gebied met harde wind en sneeuw. We moeten er heen om het leven van duizenden mensen te redden. Als we dit niet doen, is alles verloren. En door deze emoties heen, is er de overtuiging dat we het gaan redden!! Zo’n soort gevoel is het. Vanaf dat moment sta ik aan de andere kant van de lijn. Besef ik dat ik een van de weinige ben die met een zeilschip de Atlantische oceaan oversteekt en het voelt aan als ‘uniek’.
We hebben nog internet verbinding en we versturen de voorlopig laatste appjes naar onze kinderen. Straks hebben we drie weken geen internet! Dat wordt afkicken! 🙂 De eerste avond valt en begint het wachtlopen. Drie uur op – en drie uur af. Dat is heavy!

Na een redelijk rustige eerste nacht roepen we de volgende ochtend per marifoon de Gwelan op en wisselen we wat feitjes uit over de wind en de zeilvoering. Hoewel we beide dezelfde bestemming hebben, koersen zij toch net even anders dan wij. Dat maakt ons nieuwsgierig; want welke overweging en conclusie gaat vooraf aan het veranderen van de zeilvoering? Heeft deze nieuwsgierigheid te maken met onze beperkte ervaring rondom het trimmen van de zeilen? Dat blijkt wanneer we van de Gwelan de tip krijgen om met deze noord-oosten wind waarbij de koers naar het westen ligt, het grootzeil naar bakboord te plaatsen en de genua uit te bomen naar stuurboord. Opeens zeilen we ruim een knoop meer!! Dit is leuk! We spreken een tijd af om elkaar de volgende ochtend weer te contacten en niet verder dan 5 mijl van elkaar verwijderd te blijven. Deze dag hebben we 145NM afgelegd! Wow!

 

De plotter (AIS) toont aan dat er in de verste verte geen andere schepen te bekennen zijn. De zon laat zich ook al niet zien. Dikke bewolking vaart met ons mee en dat is jammer, want dan blijft de productie van de zonnepanelen te laag.
We proberen het weerbericht van Zygrib op te halen, maar het bestand krijgen we niet goed open. Dat is balen met zo’n lange tocht voor de boeg! We raadplegen Gwelan en volgens hen voorspelt Zygrip een windstilte gebied. We besluiten meer naar het zuiden te koersen om de weinige wind die er is nog op te vangen en ruimen de uitgeboomde genua op. De boom heeft bij deze koers geen functie meer. We starten de motor en rollen de genua in. Hans gaat naar het voorschip, wat een hele toer is met de enorme swell die er staat. Ondertussen blijven mijn ogen op hem gericht en op de metertjes van de motor. Ik kijk met verbazing naar de temperatuurmeter… Dit kan niet waar zijn! Zeg dat het niet waar is!! En toch is het zo!
“Schat!! De temperatuur van de motor loopt op!! Hij is oververhit! Kom eens snel kijken!”
Hans snelt zo vlug hij kan van de punt naar de kuip en ziet het ook. “Zet de motor uit!” roept hij. Dat had ik natuurlijk direct moeten doen, nou ja.. het scheelt een paar seconden maar toch.. Hans tilt het motorluik op en er stijgen warme dieseldampen omhoog. Hij checkt het waterreservoir en er lijkt niets verbruikt te zijn. “Start de motor nog eens!”. Ik start de motor en hoor geen water uit de uitlaat komen. Nee hè!! Niet weer motorpech op zee!! Tja… waar anders ook eigenlijk… Het onheilspellende geluid van een droge motor belooft niet veel goeds. Hans checkt alles wat hij maar bedenken kan, maar vindt de oorzaak niet. De swell zorgt voor teveel onbalans om door te gaan met zoeken waar het probleem ligt. Morgen dan maar… Dit is echt goed waardeloos, want de bewolking houdt aan en de accu’s staan op 12.1 en 12.2! Kennen we dit scenario al niet van de Golf van Biskaje? Vreselijk! Wat doen we eigenlijk hier op die oceaan!! Is er niks leukers? En wie adviseerde ons ook alweer om een generator aan te schaffen of een Silent Wind? Waarom hebben we dat toen niet gedaan??
De verlichting in het binnenschip en de koelkast gaan uit. Nu energie sparen, want de plotter (AIS) en de marifoon moeten het vooral snachts wel blijven doen!
Wanneer de volgende dag blijkt dat de wind en de swell nog steeds niet bereid zijn om te minderen, wordt de reparatie voor de tweede keer met een dag uitgesteld. We roepen de Gwelan op en vertellen van ons probleem. Het kan niet zo zijn dat zij vaart moeten minderen, omdat wij een probleem hebben. De Gwelan denkt mee over wat de oorzaak zou kunnen zijn, maar verder dan waar Hans gekomen was lukt niet. Wierpot, impeller en alles wat maar na te kijken valt is in orde. Ondertussen daalt het energieniveau van de accu’s en wil de bewolking maar niet verdwijnen. Hans besluit om de inlaat van het koelwater te inspecteren. Mogelijk dat daar een plastic zak of iets dergelijks is ingezogen. Een riskante klus, want hiervoor moet hij de oceaan in. Ik bied aan om deze taak op me te nemen, maar daar wil hij niets van horen. Hij heeft mijn kinderen beloofd mij heelhuids thuis te brengen en dat zal hij doen, zegt hij. Bovendien heeft hij deze klus met zijn vorige schepen vaker geklaard en het water is kalm dus zal het nu ook wel gaan. Hij trekt het duikervest aan en we bevestigen er een lifeline aan die ik stevig vast houd: stel je voor dat hij afdrijft! Zonder motor is een reddingsactie bij voorbaat gedoemd te mislukken. Dan daalt hij het trapje af. Gespannen kijk ik hem na en na een paar minuten is hij terug: niets gezien wat op een verstopping duidt. Dat wordt verder zoeken…

Na vijf dagen zijn we de Gwelan uit ons digitale zicht verloren en ook via de marifoon lukt het niet om contact met ze te krijgen. We zetten de satelliettelefoon in om ze te mailen en er achter te komen waar ze zijn.
De accu’s laden nog steeds slecht door de weinige zonnestralen die ons bereiken. Alle elektriciteit vretende apparatuur staat nog steeds uit. Dus ook de koelkast en ja, zelfs de waterpomp gaat uit. Dat wordt met de voet op een pedaaltje trappen om een slokje water uit de kraan te krijgen! Ik ben bezorgd om de bederfelijke etenswaren, maar goed… we hebben genoeg blikvoer, dus we overleven het wel. ‘Nog 15 dagen te gaan…’, denk ik dan maar… In ieder geval hebben we gas en tover ik uit de oven een heerlijke appeltaart. Dit krikt het moraal weer een beetje op. De avonden vallen vroeg en van half zeven avonds tot morgens acht uur leven we met zaklampjes.
Het vermoeden blijft bestaan dat de aanvoerslang van het zeewater verstopt zit. Een duidelijke oorzaak voor het verstopte koelwatersysteem is nog steeds niet gevonden. Dan maar een duidelijke oplossing zoeken!
De dag breekt aan dat de oceaan rustig is en merk ik op dat ik geen anti-zeeziekte-pleister meer draag. Ik ben ‘ingeslingerd’!!! Dat is mooi! Hans duikt het motorruim in om de oplossing die hij vannacht voor het probleem heeft gevonden, uit te voeren. Het is werkelijk een subliem idee! Hij besluit om de afvoerslang van het kuipwater los te koppelen en deze te gebruiken als nieuwe aanvoerslang voor het externe koelsysteem. Afsluiters worden gedicht en de betreffende slangen worden losgekoppeld en met een stop afgesloten. Om de afvoerslang van het kuipwater passend te maken, plaatst Hans een rubber lapje tussen de wierpot en de slang. Het lijkt wel een by-pass operatie waarbij ik de OK-assistente ben. “Tangetje!” – ‘tangetje’- herhaal ik en geef hem de juiste tang aan. “Sleutel 14!!” – ‘sleutel 14’, zeg ik. En zo gaat het door tot de operatie bijna klaar is. Eerst eens kijken of de by-pass functioneert en het ook ‘houdt’!
“Motor starten!” Ik kruip de kuip in en start de motor. We zien dat er grote luchtbellen door de slang naar de motor pruttelen en wachten even of die luchtbellen kleiner worden. Helaas is dat niet het geval en langzaam stopt de motor weer met het opzuigen van het externe koelwater. “Verdikkie!!”, zegt Hans. “Die pijp is natuurlijk wel wat breder dat de originele, kan het niet zo zijn dat ie daardoor minder goed zuigt?”, vraag ik. “Hmm, dat zou best eens kunnen. Geef eens een kannetje water”. Hans kruipt het motorruim weer in en ik geef hem een paar kannen zeewater. De slang en de wierpot zijn nu vol. Snel sluit Hans de deksel van de wierpot en ik start opnieuw de motor. “Hij doet het!!”, roepen we allebei. Jee wat een opluchting en wat een slim idee!! We hebben weer energie!! De watermaker gaat aan en alles waar maar een batterij in zit wordt opgeladen! Pppffff!!! Dat was weer even zweten hier midden op de oceaan!! Nadat alle accu’s zijn opgeladen, zetten we de motor uit en genieten van de stilte!

De dagen sluipen voorbij en even zo snel raken we gewend aan het ritme van de golven. Het went dus nooit. Zeker dat vreselijke geschommel wanneer we ‘melkmeisje’ voeren bij een achterlijke wind. Isabella kraakt en zucht en klinkt alsof er een kudde adipeuze ratten over het dek van bakboord naar stuurboord racen. Zeilen worden getrimd en weer eens veranderd van bakboord naar stuurboord, om daarna opnieuw te worden getrimd enzovoorts. De wind is zo onstabiel als een strohalmpje in een storm. We worden er moe en sacherijnig van. Vooral Hans heeft ‘het’ gedaan natuurlijk en volgens Hans heb ik ‘het’ gedaan uiteraard. Wat we dan verkeerd hebben gedaan is aan het eind van de dag al lang niet meer duidelijk, maar het nare gevoel blijft wel hangen. Tegen zonsondergang schuiven we in de kuip weer dicht naar elkaar toe om van de prachtige wolken te genieten en vergeten de hinderlijke voorvallen. De enorm mooie pasteltinten die elke seconde van positie en veranderen, blijft ons boeien en verwonderen. Het is een schouwspel om nooit meer te vergeten en ja, enigszins verlegen zeggen we zelfs tegen elkaar dat het zo prachtig is, dat we dit zelfs zullen gaan missen! We zijn door elkaar verrast dat we hier hetzelfde over denken. Toch gelukkig weer een overeenkomst gevonden aan het einde van deze dag 😉

 

Inmiddels zijn we meer dan een week op de oceaan en het water is zo kalm en vlak! Het is heerlijk om weer energie te hebben en niet snachts met zaklampjes je thee in te hoeven schenken! Het zit weer allemaal mee en hebben zelfs een familie dolfijnen gezien en een kleine walvis, een griend. Als het mee zit, zijn we nu op de helft. Als er nog een windstilte valt, zijn we nog lang niet op de helft van de tijd dat de overtocht duurt.
De dagen worden eentonig en we vragen ons af wat zeilers bezielt om deze tocht voor een tweede keer te maken. Er is niets, maar dan ook niets te zien aan zeiltjes of logge strepen aan de horizon die het begin zijn van wat later zal blijken, olietankers of vrachtschepen. Maar dan toch op een late avond zien we op de plotter / AIS het vrachtschip Ocean Libre en om contact te maken met een medemens roept Hans het schip op en vraagt naar de weather forecast. Met een Indisch accent beantwoordt de schepeling ’Everything is good!!’ We kijken elkaar aan. Dat is een vreemd antwoord! En opnieuw stelt Hans de vraag hoe het weer voor de komende 24 uur er uit ziet. “Yezzz… everything is goooddd”, antwoordt de schepeling weer. “Where you from?”, vraagt hij dan. Enthousiast vertellen we dat we Nederlanders zijn, trots als we zijn dat we helemaal daarvandaan nu hier op deze grote plas dobberen. Kennelijk vindt de schepeling dit ook en vraagt wat wij hier op deze plas dan doen. We kijken elkaar aan en lezen onze blikken en weten dat we hetzelfde denken. Vanwege zijn trage manier van spreken en zijn opdringerige vragen vinden we het een verdacht persoon daar aan de andere kant van de lijn. “We zetten de AIS uit! En doe jij het toplicht uit!”, zegt Hans. Nadat we ons ‘onzichtbaar’ hebben gemaakt komt de stem weer via de marifoon de donkere kajuit van Isabella binnen: “Izzabellllaaa!!!! Arrree you there??”, vraagt de stem. “I want tot talk with yououou!!” We zwijgen en zijn gespannen. De piratenverhalen dringen zich aan ons op. Het blijft stil en voorzichtig kijken we naar buiten en zien we langzaam aan de lichten van de tanker dat hij zich van ons verwijderd. “Waarschijnlijk was het gewoon een matroos die de wacht heeft en een praatje wil maken”, zeg ik, denkend aan mijn werkzame tijd en ik snachts wacht had. “Ik heb niet het idee dat een tanker een zeilbootje zal kapen. We lachen om onze spookgedachten. Kennelijk slaat de kolder toe, zo na al die dagen alleen op de oceaan! We zetten de plotter weer aan en de eerste van ons twee gaat slapen.

 

Er is bijna geen wind en geen zon! Het is weer droevig gesteld zo zonder energie en zetten de motor aan om de accu’s op te laden. Dan zien we alweer een ongewoon beeld. Het is heerlijk om afleiding te hebben door iets ongewoons op het water te zien. Is het een drijvende schedel? We komen dichterbij en zien dat het een verloren ankerbal van een visser is. We hengelen het ding op, blij dat we toch iets aan de haak hebben geslagen, want aan de vishengel wil maar niets bijten.
Elke dag wordt het warmer en het water blauwer. De golven blijken te bestaan uit golfjes, die op zich weer zo rimpelig zijn als de huid van een vrouw van plus tachtig jaar oud. Het is prachtig om elk golfje te volgen en te zien dat het verdwijnt in de grote massa. Net mensen in een grote stad. Mijn gedachten nemen een vlucht…
Er zijn zeilers die tijdens deze oversteek in paniek raken: de grote watervlakte maakt ze angstig. Ze krijgen een omgekeerde claustrofobie, namelijk agorafobie. De enorm grote oppervlakte maakt ze angstig. Sommige raken psychotisch, stappen over boord en willen terug naar huis. Anderen, met enorme zeeziekte willen maar één ding en dat is zo snel mogelijk voet aan wal zetten, dan is die ziekte voorbij. Vreselijke aandoeningen die een groot beroep doen op de medezeilers. Met mij is er iets anders aan de hand. Ik ben het beu om elke dag en nacht te moeten nadenken over het trimmen van de zeilen, afwassen, onderbroeken wassen en koken. Het trimmen laat ik aan Hans over en voer opdrachten uit. Die opdrachten voer ik niet altijd goed uit en word dan kribbig. Ik denk aan mijn hersenen die nu niet meer geoefend blijven met vragen over medicatie, welk receptje er moet worden uitgeschreven, welke therapie en hoe zal ik mijn collega coachen in het omgaan met dat onbegrepen gedrag van die bewoner? Ik mis het. Ik voel me nutteloos en waardeloos. Afgeschreven. De kwaliteit van mijn brein holt achteruit. Ik voel me als een labiele kraamvrouw op haar derde dag na de bevalling. Om het minste of geringste raak ik in een dip met een traan. Hans is ook niet echt gezellig meer en we zitten elkaar behoorlijk in de weg. “Ik vind dit zó geestdodend”, zeg ik; “Niets ben ik meer. Ik ben alleen nog maar goed om koffie te zetten, af te wassen en brood bakken lukt ook al niet. Ik doe niets meer met mijn hersenen! Dat vind ik zo erg!!”, klaag ik. “Ik wil mijn oude baan terug. Daar betekende ik wat, daar was ik blij en vrij, daar kon ik lachen. Wat valt er hier te lachen? Er is alleen maar water!! Niet eens een grote familie dolfijnen!!” klaag ik maar door. Hans herkent de gevoelens van de periode na de verkoop van zijn zaak en de tijd erna leeg was. Hij troost en zegt dat ik me dan nog meer op mijn website moet storten, want dat vind ik wel leuk. Ja, dat vind ik inderdaad erg leuk en geeft voor dit moment wel wat afleiding en troost. Toch blijft het knagen… Om er maar wat pittigs tegenover te stellen maak ik een heerlijke nasi met satésaus. Dat smaakt gelukkig!

 

 

Op het midden van de Atlantische oceaan worden we verrast door een prachtige witte vogel met een pijlstaart. Wat doet die hier zo ver weg uit de kust? Ze vliegt om de mast en lijkt ons te observeren. De vogel lijkt wel van plastic! “Het is een drone!”, zeg ik tegen Hans om toch nog wat spanning in het geheel te brengen. Hij gelooft me niet en gelijk heeft ie. De vogel bekijkt Isabella van alle kanten en opeens is ze verdwenen om even later met een maatje terug te komen. Ze vliegen snel en scheren langs de verstagingen om daarna pijlsnel een andere kant op te vliegen. Het is een mooie afleiding om die twee te zien en nog mooier wordt het wanneer er nog twee anderen bijkomen. Vier van deze wonderlijke exemplaren! Ik moet toch eens opzoeken hoe deze vogelsoort heet!

We lopen alleen nog maar in ons ondergoed, want meer kleding is gewoonweg te warm. We grappen dat het maar goed is dat er geen opstapper aan boord is voor deze overtocht. Je kunt dan toch niet zo makkelijk in de blootje lopen. De gesprekken blijven gaan over zeilvoering en zeilvoering en over ‘jij en ik’. Ik ben een wroeter en wil weten hoe onze relatie in elkaar zit, welke toekomst we hebben en hoe die er nu uit ziet, omdat het soms zo veranderd. Het is een dom onderwerp zo midden op de oceaan en Hans zegt dit ook. Ik heb geen afleiding en mijn rem is kwijt. Ik ga door met vragen stellen die me al langer bezig houden. Verhalen over vroeger komen los, van hem en mij. Toekomstbeelden worden gebouwd en weer afgebroken, omdat de ander er zich niet in kan vinden. Ik word er ziek van en duik maar weer de keuken in. Dat is voor nu mijn domein. Het voelt niet echt alsof ik een topbaan heb, en dwing mezelf naar de mooie kant van dit bestaan te kijken. Dat lukt alweer wanneer we samen voor de hoeveelste keer naar de zonsondergang kijken. Deze keer met een enorm groot kleed van gekleurde schaapjeswolken. Wat een droom!! Wat is dit geweldig mooi!!

Alle oude NRC’s die er nog lagen zijn uitgelezen en over boord gekiept. We storten ons nu op de e-reader en halen met de iridium satelliettelefoon de emails op. De weerberichten die we van Leo krijgen zijn super!! Goede wind is voorspeld en het lijkt er op dat we nog maar een paar dagen hebben te gaan.

Al dertien dagen op de oceaan en nog steeds kan ik verse groente op tafel zetten. Nou ja, op tafel… het zijn weer de bekende hondenbakken waar we uit eten, maar dat mag de pret niet drukken. Vandaag eten we rode bieten salade met gebakken aardappelen en het smaakt heerlijk!! De wind trekt weer aan en we zeilen een mooie koers naar St. Lucia: recht op ons doel af! De motor staat al een poos in stilstand. Wat een rust!
Hans krijgt last van de schouder die hij in een grijs verleden eens heeft gebroken. Het is erg pijnlijk en hij kan er aan dek niets meer mee doen. Schoten binnenhalen lukt amper en met de lierhendel werken is ook teveel gevraagd. Zijn arm gaat in een mitella en ik neem de zware taken van hem over wat me zwaar valt. Midden in de nacht worden we plotseling overvallen door een squall en kruip ik van mijn slaapplekje op de bank in mn ondergoedje naar de kuip om Hans te helpen. Het is aarde donker, maar we zien nog net dat witte schuimende golven zich tegen de boeg aan willen plakken. Het lijkt of we op de filmset van ‘All Is Lost’ drijven. De wind giert om de mast en de verstagingen en het schip hangt schuin, botst tegen de harde golven in. We zien 7.9 knopen op de plotter en Isabella blijft wonderwel ongedeerd overeind liggen! Zelfs geen golf die kans ziet om de kuip in te duiken. Wat een geweldig schip hebben we! Geen enkel moment voel ik me onveilig en zeker niet omdat Hans precies weet wat we moeten doen.

 

 

De warmte neemt toe en zelfs snachts is het vaak ondragelijk warm! Mogelijk dat dit een goede invloed heeft op de schouder van Hans, want het gaat wat beter. Hij rust goed, hoewel dat tegen zijn natuur in druist. Hij leest als een waanzinnige zoveel en ik maak de vlag van St. Lucia, zorg voor het eten en poets af en toe de wc. De swell blijft en verandert van korte golven naar lange uitgestrekte brede banen. Het is een wellust voor het oog hoe verschillend de golven en de wolken hier op de oceaan zijn!! We krijgen er geen genoeg van en herhalen elke dag weer hoe bijzonder en mooi dit spektakel is!

 

 

 

Zelfs het onheilspellende avondrood is prachtig. En dat het onheilspellend is, blijkt de laatste paar dagen! Elke dag en nacht volgen squalls elkaar op. Regen en laaghangende bewolking met enorme windvlagen die je haren recht overeind zetten en we raken oververmoeid! Koken wordt steeds lastiger en dus ook gevaarlijker om achter het fornuis te staan. Hans neem genoegen met Nescafe. Dat scheelt enorm! Geen kannetje koffie met de hand meer zetten, maar water koken en het over de poeder schenken. Hij vindt het nog lekker ook! Ook komen de blikken van de Aldi tevoorschijn: Toscaanse bonenschotel, Mexicaanse bonenschotel, Chili con Carne! Allemaal heel gemakkelijk. Voor de vitaminen roer ik de laatste paprika’s er doorheen. Dat geeft me toch het ‘goed voor m’n volkje zorgen’-gevoel 🙂

Ik heb het idee dat we dichter bij de kust komen. Er landen twee prachtige vogels op de zonnepanelen. Daar rusten ze een volle nacht en een ochtend uit. Volgens Google zijn het Roodpootgenten. De naam van die prachtige witte vogels van een paar dagen geleden heb ik niet kunnen vinden.

Dan glijden we de laatste volle vierentwintig uur op de oceaan binnen. “Land in zicht!!”, roep ik met een brok in mijn keel!! Wil ik dit wel? wil ik wel dat er een einde komt aan dit machtige avontuur? De eindeloosheid, de verlatenheid, de eenzaamheid en de schoonheid van de natuur zo dichtbij! Wil ik wel dat dit morgen is beëindigd? Nee, ik wil dit niet, maar kan het niet stoppen. Er komt een einde aan… helaas..

Ik zeg tegen Hans dat hij het zo goed heeft gedaan en trots ben op hem. In zijn bijzijn ben ik nooit 1 moment bang geweest! Ik zeg hem hoeveel ik van hem hou. Hij kijkt verbaast en zegt hij dat hij bang was dat ik niet meer van hem zou houden en dat heel erg zou vinden! Gek toch dat we zo aan elkaar verknocht zijn en toch ook bang zijn elkaar te verliezen, maar mogelijk juist wel daarom. We hebben het gered! We zijn samen met Isabella de Atlantische oceaan overgevaren! Wat een reusachtig fantastische ervaring!!

 

 

Oceaan nieuws!

Na 9 dagen zeilen met goede wind, gem. 120 mijl p.d., zijn we op de helft van de oceaan, die groter is dan je je kunt voorstellen!
Wie wel eens naar Engeland is gevaren, of Vlieland, is daar binnen een paar uurtjes en ziet korte golven. De golven van de oceaan zijn naar verhouding: breed en uitgestrekt! En hoe meer we naar het westen zeilen, hoe blauwer het water wordt.
Ook de lucht is zo heel anders dan in Nederland of op de Noordzee. Er zijn verschillende soorten wolken tegelijkertijd te zien. Van die grote witte, zoals een kind ze tekent, kleine schapenwolkjes, uitgerekte strepen of donkere regenwolken. Je ziet ze allemaal op één groot vlak.

De eerste nachten was het aardedonker en sloot de, met miljarden sterren bestrooide hemel zich als een stolp over de donkere golven.
En daar zit ik dan in de kuip uren naar te kijken, naar een soort van Efteling decor. Nu neemt de maan een aanloop naar volwassenheid en het maanlicht tovert het water om in een laken van glanzend satijn. Nacht of dag, de oceaan is een wereld op zich en ademt een zelfstandige verlatenheid uit waar je sprakeloos van wordt.
Een kleine groep dolfijnen en een kleine walvis hebben zich al laten zien, maar de schildpad laat nog op zich wachten!
Behalve twee vrachtschepen zijn er op de plotter in de verste verte geen andere (zeil)schepen te bekennen. Ook niet per marifoon. Daarom is het super fijn dat we satelliet telefoon hebben. Mocht er iets zijn, dan kunnen we direct hulp inroepen. En niet minder belangrijk: we hebben regelmatig mailcontact met onze kinderen!
In de volgende blog lezen jullie uiteraard meer over deze geweldige ervaring.Onze koers is veranderd van Barbados naar St Lucia en onze positie op 10/1 om 08:00 uur UTC is: 13.53.5 N  en 42.37.4 W       Zoek maar eens op!

Love & Peace!

Mindelo, Kaapverdië

 

 

 

Mindelo,

Waar men in Palmeira het motto ‘No-stress’ hanteert, lijkt dit in Mindelo absoluut niet zo te zijn. De armoede is zo mogelijk nog zichtbaarder en de armen scharrelen hun muntstukken met verkoop van kleine visjes bij elkaar, of ze zitten tegen een geveltje en houden hun hand op. Zelfs kinderen hangen bijna aan je broek, strijken met hun hand over hun maag en houden hun andere hand op voor een gift. Ze kijken met smekende gezichten. Het is afschuwelijk! Een bejaarde man in lompen strompelt al mompelend traag over het smalle stoepje, steun zoekend op zijn zelfgemaakte wandelstok. Ook hij houdt zijn hand op. Wat een ellende zie je hier. De werkloosheid is groot en ik heb me laten vertellen dat 44% van de bevolking arm is waarvan 22% zeer arm (bron Zanzibar).

 

 

Door andere Nederlanders die ook de grote oversteek gaan maken, zijn we uitgenodigd om te participeren met een bustripje. Gezellig! Met 8 kwebbelende Dutchies gaan we het gebied rondom Mindelo verkennen. Wanneer niemand voorin gaat zitten, neem ik met goedkeuring van de overigen plaats naast de chauffeur. Ik vind het heerlijk om met plaatselijke bevolking in contact te komen en zo wat meer van het wel en wee te horen.
We rijden door het heuvellandschap en bezoeken Salamansa, het meest armoedige dorpje dat ik nu ben tegen gekomen. Geen watervoorziening in de huizen, maar in de dorpskern een soort van opslag waar men de jerrycans kan vullen. Bij de huizen grote plastic vaten vol met water en weer gesjouw met bakken om de privé watertank te vullen. “Is it drinkingwater?”, vraag ik aan het lokale meisje. Ze lacht. Nee, het is om kleding te wassen en te koken. Vrouwen die rond het huis werken en mannen die of vissen of zich vermaken met staren in de verte. Meer is er niet.

 

 

 

 

Er wordt gezegd dat het binnen enkele dagen kerstmis is. Geen idee. Ik mis de gure wind en de kou, de houtkachel en de rode kool met stoofvlees. Uit een kastje haal ik wat zilverslingers en een wollen elandje met wat kerstgroen. Met een temperatuur van 24 graden, toch een beetje kerst aan boord. Het stoofvlees komt op tafel in de vorm van een Indonesisch gerecht (zie pagina Kombuis). We smullen.

 

In Mindelo vind je geen luxe toeristische winkelcentra, maar oude markten waar gedragen kleding (uit Europa???) op de straat uitgestald ligt. Vrouwen die wat groente en weinig variatie aan fruit verkopen, mannen die spelletjes spelen zoals kaart, een eigenaardig knikkerspel of tafelvoetbal. Straathonden scharrelen er overal tussendoor. Lawaai van auto’s, stemmen die elkaar overschreeuwen, tussendoor zuid-Amerikaanse muziek, veel gebaren en een hoop viezigheid op straat. Ik vind het prachtig om te zien, kan er geen genoeg van krijgen en ga elke dag even kijken. Dit is zoveel mooier dan de overdekte groentehal, waar we natuurlijk ook naar toe gaan, al is het alleen maar omdat we de grote oversteek gaan maken en het een en ander nodig hebben.

 

 

Tussen de altijd maar terugkerende klussen aan boord door, besluiten we een ‘vrije dag’ te nemen en met de ferry naar het tegenoverliggende eilandje Sao Antao te gaan. Tot onze verbazing zien we dat de ferry een oude schuit van Rederij Doeksen is. Nog staat de naam op de zijkant van het schip: OOST VLIELAND. Wat een toeval! Hoe vaak zal ik niet samen met mijn gezinnetje op deze schuit van Harlingen naar Vlie hebben gevaren? Heerlijke vakanties met de tent op de camping van staatsbosbeheer Lange Paal. Sweet memories!!

 

Door de wind die het zand uit de Sahara naar west blaast, ligt Kaapverdië onder een steenrode stoffige deken en zijn de prachtige vergezichten waarvan je anders zo kunt genieten, nu bedekt met de mistige stof. We verkennen een klein, maar prachtig gedeelte van dit eiland en zijn alweer getroffen door de armoede die nog meer dan in Mindelo lijkt te zijn. Niet te geloven! Amper een auto te bekennen, maar wel ezeltjes met vracht op hun rug. Of vrouwen met op hu hoofd een bij elkaar gesprokkeld bosje takken. Zoveel armoede! Het schijnt, hebben we ons later laten vertellen, dat armoede in de genen ligt: geen interesse om het wat beter te krijgen. Het leven is goed zo, dus waarom veranderen? It’s a way of life, net als zeilen…

 

 

Onder weg zien we een kind dat het haar van moeder wast, rijden we regelrecht de mist in en lijkt de omgeving meer op het decor van een scene uit de Game of Thrones. Ook zien we betonnen hokjes waar een varken blijkt te wonen.

 

 

 

 

We gaan onze laatste boodschappen halen. Later zien we het bejaarde mannetje zitten met z’n stok zitten. Hij eet een banaan. Hans geeft hem wat geld. Het is tenslotte oudejaarsdag…

 

 

 

Het is 31 december 2016. Het jaar is bijna ten einde… Als eerste missen we natuurlijk onze kinderen, de telefoontjes om 00.00uur, het uit het zolderraam hangen om naar het prachtige vuurwerk te kijken. Van oliebollen zijn we voorzien. Een toeval is dat hier ergens een Belgische kok werkt en voor een aantal Nederlanders oliebollen bakt. Die zal ik strakjes gaan halen. Heerlijk!!!
De spanning hier in de haven stijgt. Morgen vertrekken er ongeveer 8 zeilschepen, waaronder ook Nederlanders. Een plukje zet koers richting Suriname en een plukje vertrekt richting Barbados.

Ondertussen hebben we onze bestemming weer teruggedraaid naar het eerste plan: het wordt niet Suriname maar Barbados. Suriname is prachtig en willen we graag zien, maar nu nog niet. We zullen koers zetten naar Barbados om van daaruit al hoppend van eilandje naar eilandje naar St. Maarten te zeilen. Tegen de tijd dat het hurricane season begint willen we terug zijn op de benedenwindse eilanden (ABC). Daar zullen we drie maanden liggen en dat is een mooie tijd om Nederland weer eens te bezoeken en om tijd te maken voor die prachtige trip naar Suriname. Beide per vliegtuig 😀

Morgen, 1 januari 2017, vertrekken we om 12 uur uit Mindelo naar Barbados of een nabij gelegen eilandje. Vanaf die tijd is het ongeveer 20 dagen radiostilte 😉 Op marinetraffic.com , vesselfinder.com of andere sites waar je schepen kunt volgen, zullen we in die weken niet te volgen zijn: we zijn nl. te ver uit de kust.

Deze keer extra veel foto’s, die vanwege de hoeveelheid wat minder van kwaliteit zijn, maar zoveel moois wilde ik jullie niet onthouden.

Wij wensen jullie een knallend uiteinde en een spetterend 2017!!! Maak er wat van, waar je ook bent en wat je ook doet!!
Dat doen wij namelijk ook!!!

 

Hieronder leuke filmpjes

 

https://youtu.be/GZiQZaUy3mE

 

 

isla Sal, Cabo Verde

 

Kaapverdië, eilandje Sal, dorpje Palmeiro
Wanneer we met Dirk, de dinghy, naar het kleine haventje tuffen, spettert het zeewater over het kleine boegje. We manoeuvreren ons tussen de oude en bijna vergane vissersbootjes door naar de wal. Daar staan al enkele kleine jochies te wachten en roepen ieder het hardste om de gunst van het mogen ‘bewaken’ van de dinghy. Van de gezagvoerder van het zeilschip ‘Enjoyster’ hebben we de tip gekregen om gebruik te maken van dit ‘bewaken’. “Je hebt er voor een euro een vriend bij”, had hij gezegd en sprak hiermee onze gedachten uit. Precies zo denken Hans en ik er ook over.

 

Ik werp de landvast van Dirk naar een jongetje met een rood T-shirt. We kijken elkaar aan en daarmee is de afspraak bezegeld: bij terugkomst ontvangt hij een euro! Eenmaal voet aan wal dringen de andere jongetjes om ons heen en beweren dat zij ook hebben geholpen en zij dus de euro hebben verdiend. Ik lach wat en zeg kalm “No-no! He is the man”. Het jochie in rode T-shirt glundert. Je ziet zijn borstkastje zwellen en trots loopt hij terug naar de landvast van Dirk en gaat zitten. Hij houdt de wacht.

In het versleten dorpje zoeken we naar de autoriteit waar we moeten inklaren. Een verkoopster in traditionele kleding biedt ons een kijkje in haar mandje waarin sieraden en handgemaakte popjes liggen. Vriendelijk wijzen we haar aanbieding af en ze vraagt wat we zoeken. “Policia?”, zegt Hans. Ze wijst ons een blauw huisje aan, niet groter dan de andere geveltjes, en lacht ons ‘gedag’. Wonderlijk dat deze verkoopster niet verder aandrong. Wat aardig!
Bij het politiebureau belanden we in de ‘slow-motion-mood’ van de zuiderling. Veel gepraat en weinig actie, hebben we de indruk. Er zijn nog drie wachtenden voor ons. Na even zoveel kwartieren zijn we aan de beurt om zelf een formuliertje in te vullen en het paspoort van Isabella te overhandigen. Het geplastificeerde document verdwijnt in een la en krijgen we terug bij vertrek. Prima, het is immers een kopie.

 

Dan gaan we op zoek naar een ‘bel-company’, want er moet internet komen en snel ook! We willen onze kinderen laten weten dat de overtocht van 8 dagen goed is verlopen en waar we nu zijn. Een oud VW-busje stopt en een donker getinte man roept iets naar ons waarop Hans “JA!!” terug roept. “Kom! Zegt Hans, “Stap in!” Mijn zucht naar avontuur juicht en voor dat ik het weet zit ik in een VW-busje dat misschien nog van vóór mijn geboortejaar dateert… Waar in Nederland m.n. in de decembermaand men niet uitgesproken raakt over discriminatie tussen black & white, lijkt dit hier niet te bestaan. Gemoedelijk worden we opgenomen tussen het kleurrijke en geur-rijke geheel. Een vrouw draait zich om en vraagt in vloeiend engels waar we vandaan komen. Zo raken we aan de praat en eenmaal in Salamanca aangekomen, geeft ze haar dochtertje van 2 mee aan haar tante en loopt met ons de halve stad door naar de bel-company. Ook daar blijft ze wachten en regelt dat de minstens tien wachtenden voor ons, nog even geduld hebben en zo gebeurt het dat we de eerst volgende klant zijn. We voelen ons bezwaard, willen deze voorrang niet. Maar de dame, waarvan uit de gesprekjes blijkt dat ze ook souvenirs verkoopt, legt uit dat het ‘no problem’ is, dat de bevolking van de toeristen leeft en zij graag tot hen in dienst staan. Dat is toch wel apart. We willen absoluut niet het soort blanken zijn van ruim honderd jaar geleden, waarover zoveel is geschreven. We bieden aan om te wachten, maar daar is geen sprake van. Na een klein kwartiertje hebben we ieder onze sim-kaart en staan we weer buiten. We lopen gedrieën terug naar het busje en kopen onderweg op de stoep nog een heerlijk stuk tonijn die voor de verandering per kruiwagen en op een stuk karton wordt vervoerd. Verderop staat een jongeman met een grote zak doppinda’s. Dat lusten we ook wel en kopen een kilo.

Dan zijn we weer bij het busje en ik beloof de dame om de volgende dag bij haar een souvenir kopen. Zoveel moeite voor zo’n klein souvenir…. Zij heeft ons met haar gedrag het mooiste en een onbetaalbaar souvenir gegeven. Om een voorbeeld aan te nemen! Aan Hans vraag ik: “Zie jij trouwens ergens bushaltes?” Hans grinnikt. “Nee schat, die hebben ze hier niet”.

 

 

We zijn weer terug in Palmeiro en lopen naar Dirk. We zien kinderen verstoppertje spelen en door een foto te maken, verraad ik per ongeluk het verstop-plekje van een klein jongetje.

Het rode T-shirtje ziet ons aankomen en wijst naar de landvast van Dirk. Met gebaren maakt hij duidelijk dat hij goed op Dirk heeft gepast. Het is zo aandoenlijk en tegelijkertijd zo schrijnend om te zien hoe hard het jochie voor zijn centen strijdt. Ook zijn daar de andere jochies weer die proberen een afspraak te maken om de volgende keer op Dirk te mogen passen. Daar gaan we niet op in. Het rode T-shirtje wijst naar zijn borst: hij heeft vandaag een goeie job gedaan! Blij kijkt hij naar de euro die Hans uit zijn broekzak pulkt. Hans vraagt aan het jochie of hij iemand kent die kan duiken. Een andere knul, ongeveer 15 jaar ouder dan het rode T-shirtje, hoort de vraag en roept “I can dive!!”. Binnen no time staat Hans met twee knullen van rond de 20jaar te onderhandelen over het schoonmaken van ons onderwaterschip. Ze hebben een deal: morgen haalt Hans ze op in de haven en cleanen ze de onderkant van Isabella. Zo afgesproken, zo gedaan en met deze kennismaking gaat er een tipje van de wonderlijke sluier van Sal voor ons op.

Wanneer Hans de vrienden heeft opgehaald, tuf ik met met Dirk terug naar de wal. Ik word al opgewacht door Mammien, de dame die ons naar de bel-company begeleidde. De begroeting is van beide kanten hartelijk en ik bied haar aan om samen iets te gaan drinken. Ze neemt me mee naar een klein barretje waar ik de lekkerste koffie sinds tijden heb gedronken. Ik lust er nog wel een. Mammie neemt een flesje water en laat mij haar mand met de aan te kopen kadootjes zien. Ik kies een paar kettinkjes uit, waaronder eentje voor Hans. Het zal hem goed staan, zo met zijn grijze manen en stoppelbaardje. Dan komt de tante van Mammien en vraagt of ze mij ook iets mag verkopen. Ik ben een slechte onderhandelaar en laat me verleiden om bij haar een mooie doek en wat armbandjes te kopen. Met schaamrood om de wetenschap dat deze mensen arm zijn, weet ik toch nog wat af te dingen. Dat schijnt bij het aankoop-spel te horen. Ik ben er echt niet goed in en denk aan de rijkdom waarin de Europeaan in vergelijking tot deze mensen leeft.
We zijn alledrie tevreden en laten ons door een andere toerist op de kiek verenigen.
Met teveel souvenirs en wat brood vaar ik terug naar Isabella.

 

 

De knullen hebben hard gewerkt en de onderkant van Isabella is nu vrij van algen. We eten samen met Delfi-John en Kevin-John een broodje en vertellen over onze plannen. Delfi-John, die goed engels spreekt, adviseert ons over welke eilanden van Kaapverdië veilig zijn. De meest zuidelijke eilanden schijnen niet zo veilig te zijn. Hij noemt het ‘different culture’ en dat verbaast ons: het is toch Kaapverdië? Dat klopt, en met enige aarzeling legt Delfi-John uit wat het verschil is tussen de Noord-Kaapverdianen en de Zuid-Kaapverdianen. Ik zie dat Delfi-John zo’n zelfde kettinkje draagt als dat er in mijn tas op Hans ligt te wachten. Het is gezellig en dan zit Delfi-John aan zijn kettinkje te frummelen. Hij doet het af en geeft het aan Hans. Hans is zo verbaasd! Het ontroerd hem en ziet dit als een bijzonder gebaar, wat het ook is. Kevin-John lacht en knikt. Het is oké. Woorden als ‘ Your my friend’ en ‘Special contact’ gaan over de tafel. Het is een mooi moment. Het kettinkje voor Hans laat ik nog even in de tas zitten. Dit geschenk van Delfi-John is immers zoveel meer waard.

We brengen de twee vrienden weer terug naar de wal en lopen nog eens door het armoedige dorpje. Het leven speelt zich op straat af en wanneer je een blik in een huisje is gegund, zie je een kale betonvloer, een koelkast en een houten tafeltje. Alles op niet meer meer dan op max 15m2. Een beetje schaamtevol voor mijn nieuwsgierige blik, loop ik maar snel door en laat mijn camera in m’n tasje zitten. Mijn netvlies zal het gegeven in mijn brein opslaan.

 

 

We lopen verder en een van de vele zwerfhonden volgt ons. Ik wil even naar het supermarktje, dat niet meer is dan een soort van opslagruimte is waar wat planken aan de muur zijn bevestigd met daarop het koopwaar. Het hondje wacht bij de deur en ik stel Hans voor om voor het beestje een blikje smac van een ander merk dan Unox te kopen. Hans lacht en vindt het best. Ik koop het blikje met de nog prehistorische sleutelsluiting die we in Nederland al decennia niet meer kennen, omdat we onze handen er aan open haalden. Hans waarschuwt mij daarom voorzichtig te zijn met het openen. Wanneer ik het blikje tevoorschijn haal likt het hondje zijn snuit al af. Pavlov effect. Hoe mooi is de geest!! Ik open het blikje en schud er voor de pootjes van de hond de aan de bodem vastgeplakte brij uit. Hij ruikt en gaat eten. Tevreden kijkt hij eens op. vanaf die dag zijn we vrienden geworden en komt het hondje mij begroeten, loopt mee en ligt op een terrasje aan mijn voeten nadat hij eerst met zijn kopje een aai langs mijn kuit geeft.

 

We liggen alweer veel te lang op Sal en willen door, maar de wind is ongunstig en blaast ook nog eens het sahara zand onze richting op. Vies poederachtig spel dat alles rood verkleurt. We horen dat het vliegveld is gesloten. Zelfs tot in Curaçao komt het stof. We zitten wel drie keer per dag naar de files van Zygrib te turen, maar zien bij het opnieuw ophalen van weer gegevens, geen verbetering. We besluiten de sprong naar Mindelo te wagen. Maandag, want zondag willen we eerst hier een kerkdienst meemaken. De kerk zit stampvol en het is pas over drie weken kerstmis! Er zijn veel vrouwen en kinderen. Geen jeugd van tussen de 20-30 jaar. Een enkele man. ‘sAvonds is er een DJ in het dorp en wordt er plaatselijke muziek gedraaid. Beetje Zuid-Amerikaanse klanken. Best leuk! We zien Delfi-John en Kevin-John, nemen samen een biertje en nemen afscheid.
De volgende dag halen we het anker op en kijken voor een laatste keer naar het versleten dorpje. Het dorpje waar het motto ‘No Stress’ wordt aangeprezen en gebezigd. No stress…. tja… zo zou het altijd en overal moeten zijn.

 

 

 

 

Onderweg naar Kaapverdië

 


Onderweg naar Kaapverdië

Met enorm veel zin vertrekken we rond 12 uur vanuit Las Palmas richting Sal. Veelbelovende reclameborden van Sal laten een prachtig onderwatergebied zien. Daar hebben we beide reuze veel in in! De zwemvliezen en duikbrillen zijn ingekocht en liggen voor het grijpen! Van andere zeilers hebben we gehoord dat er onderweg veel dolfijnen en walvissen te spotten zijn! Nou, daar verheugen we ons op!! Het feest kan beginnen, de Grabbag staat voor de zekerheid paraat en de voorraad levensmiddelen voor de echte grote overtocht is ingekocht. Voorlopig geen gesjouw meer en alleen nog maar in Mindelo vers voedsel zien te vergaren op leuke groentemarkten.

In het internetcafé hebben we ieder nog even ons ding gedaan. Hans is nu helemaal pro Satelliettelefoon minded, dus nu als de gesmeerde wind naar Sal. Zin in!!

 

 

“De zee is rustig en de zon schijnt. Als dit zo acht dagen blijft, dan boffen we schat!!”, zegt Hans opgewekt. “Voel je je goed?”, vraagt hij, doelend op de immer terugkerende zeeziekte. “Ja, prima! Ik heb m’n pleister geplakt!” Hans is blij en vol vertrouwen zien we meer en meer water voor de boeg verschijnen en vloeit Las Palmas meer en meer over van een herkenbare kuststrook tot een grijze wolk die zich versmelt met de zee. “Ik ga koken!”, zeg ik en duik de kombuis in. Ik heb voor acht dagen verse groente, fruit en vlees ingekocht. De meest kwetsbare groenten en fruit gaat natuurlijk als eerste op en uiteindelijk zal ik na acht dagen naar de rode bietjes grijpen, of naar de courgettes met wortelen. Ik zie wel. Belangrijk is dat er geen verspilling is. Aan boord is het koken anders dan thuis achter het fornuis. Ten eerste heb je minder gaspitten en moet je zuinig zijn met energie. Ook is het niet eenvoudig om op een slingerend schip je staande te houden, laat staan dat de pannen zich schrap kunnen zetten. Ik vind het maar toveren met de middelen die tot mijn beschikking staan. Een sterrenkok ben ik nooit geweest, maar voor zover ik weet is er ook nog nooit iemand ziek geworden 😉 Als ik aan andere zeilersvrouwen vraag wat tijdens een zeiltocht van meerdere dagen op hun menu staat is het steevast: pasta, couscous, rijst, zoete aardappelen en “niet te moeilijk”. Het stelt me gerust. Ik heb zin in iets pittigs. Voor vanavond maak ik nasi met zelfgemaakte pindasaus, of zoals de Indiërs zegen: katjangsaus. Nu eerst even een salade met brood.

 

 

De dag vloeit over in de nacht en de zee wordt ruwer. Ook is er die vervelende swell weer. Die misselijkmakende deining. Dankzij de pleister heb ik er nu geen moeite mee. Isabella kreunt als een vrouw in barensnood. De vloerdelen kraken en de kastdeurtjes lijken zich open te willen wrikken. Gelukkig is alles goed vastgesjord en kunnen het serviesgoed en de levensmiddelen niet uitbreken. We lopen wacht en lossen elkaar om de drie uur af. Hans stelt voor dat ik kan blijven slapen, maar daar wil ik niets van weten. Hij heeft een nimmer aflatende energie, maar ook zijn rust nodig, al lijkt hij het laatste wel eens te vergeten. We hebben ieder ons eigen bankje en zo kruipt hij dan moe en blij dat ik niet toegeef aan zijn voorstel, onder zijn fleece.

 

 

De dagen kruipen voorbij en weer stellen we elkaar de vraag: “Wat zijn we hier aan het doen??”
“Wanneer je dertig bent en nog een heel leven voor je, is zo’n zeiltrip fantastisch! Maar moeten wij dit nu ook nog doen?”, stelt Hans mij de vraag. “We hebben niet meer zoveel tijd en ik wil nog zoveel andere leuke dingen doen!”
Het is een wederkerend onderwerp zo na een dag of drie op een grote plas water te hebben geploeterd. Het is waar: er zijn nog zoveel andere mooie dingen in het leven! “En kijk eens wat we nu in al die dagen allemaal missen! We zien niets anders dan water! En wat is het vermoeiend!!”, vervolgt Hans.
“Tja schat…” antwoord ik en weet dat mijn volgende opmerking een vreselijke dooddoener is, maar kan het niet meer inhouden: “Had je dit dan van te voren niet bedacht?”
“Ja, maar wist jij dat het zó zou zijn? Ik bedoel… had jij dit kunnen bedenken?”
Eerlijk gezegd heb ik er aan gedacht, wist het wel, maar schoof het onder het spreekwoordelijke ‘kleed’. Meer zo van: ‘het is niet anders en we zien wel’. Maar met deze wijsheid schieten we nu niets meer op. Dan vervolgt Hans zijn redevoering: “Maar ach ja, kijk ook eens wat we er voor terugkrijgen hè schat? Dit is toch fantastisch allemaal dat we straks weer in Kaapverdië zijn! Moet je eens kijken wat een afstand we al hebben afgelegd en wat we allemaal al hebben gezien en meegemaakt! We maken nu onze herinneringen voor later, als we kippen hebben en een hond!”
Ik glimlach maar. Blij om zijn positivisme en zijn plannen voor de toekomst. Energieke Hans, wat een ervaring en ontdekking op zich is hij voor mij!

 

 

De zonsopkomst op zee is alle keren verschillend en verveelt nooit. Sowieso verveelt de zee nooit. Ik geniet van de kalme zee en van de ruwe zee. Waarschijnlijk van de ruwe zee nog het meest, omdat de veranderingen van de golven ontelbaar van elkaar verschillen. Zo prachtig! Kolkende zee, opstuwend water, schuimkoppen, het is allemaal even indrukwekkend en mooi dit natuurgeweld! Dit zie je het beste door het wc-raampje. Het betekent wel dat we geen zoogdieren zien. Geen dolfijnen en geen walvissen. Dat voelt wel als een gemis. Het contact met deze prachtige schepsels op de Golf van Biskaje, heeft voor altijd diepe indruk op mij gemaakt. (zie blog Golf van Biskaje)

 

filmpje kolkende zee door wc-raampje:

 

’s-Avonds is het tijd om de SSB-radio te testen en via een sms vragen we de crew van de Zanzibar om een tijdstip en frequentie met ons af te spreken. Op het afgesproken tijdstip horen we een hoop fluittonen en ruis. Het lijkt wel op het geluid van de radioverbinding die de man in een oorlogsfilm met de bevrijders wil maken. Na een aantal keren geprobeerd te hebben, geven we het op. Gelukkig hebben we onze Satelliettelefoon, dus als de nood aan de man is, is de redding waarschijnlijk wel nabij.

Het gekke is dat je na dagenlang op zee te zitten, toch uitkijkt naar een teken van leven van iets of iemand. Een vliegende vis voor mij part, maar ook die laten nog op zich wachten. Dan plots als uit het niets fladdert er weer iets voorbij en ik denk aan het kleine musje daar ergens tussen Portimao en Las Palmas. Dit keer lijkt het een Kolibrie, maar dat is hier onmogelijk midden op de oceaan. Dus wat is het dat mijn hersenen voor de gek houdt? Ik kan maar één iets bedenken en dat is een sprinkhaan. Een woestijnsprinkhaan, Bidsprinkhaan, geef het een naam, in ieder geval iets met ‘spring’, zegt mijn brein. Ik loop naar het voordek om de kijken waar het is geland, maar kan het ‘spring-ding’ niet ontdekken. We vergeten het en er is alweer een dag voorbij. Wat een hoogtepunt vandaag: we zagen een Kolibrie dat geen Kolibrie was en ook alweer weg is… en die ergelijke swell tergt ons weer.

Hans checkt de volgende dag maar eens zijn vislijn. Na vijf dagen op zee moet er toch wel iets aan hebben geknabbeld. En waarom hebben we dat ‘iets’ dan niet gevangen? Bij inspectie blijkt dat er inderdaad een heel aas is verloren. Visserman Hans ziet dat aan het aas is gebeten. Helaas weer geen Dorade of Tonijn. Jammer. Morgen beter 🙂 Hij zet weer een nieuwe hengel uit en stelt ook gelijk de zonnepanelen goed af. “Kijk uit!!”, roep ik geschrokken. “Blijf staan en verroer je niet!! IEIEIEI!!!!”
“Wat is er??”, vraagt Hans verschrikt. “Zit het op mij??” en kijkt mij aan met een blik dat zeggen wil: ‘Zeg dat het niet zo is!’
“Nee het zit niet op jou, maar wel vlak bij je hoofd! Ga voorzichtig opzij en kijk dan omhoog!”
Het is een ongenode gast uit het midden-oosten. Ik griezel van het beest dat ik zie en herken gelijk ook de sprinkhaan waarvan ik gisteren vermoedde dat hij zich als Kolibrie aan ons voorstelde. “Is dat het?”, vraagt Hans verwonderd. Ja dat is het, maar ik vind het geen lieverdje. Snel geef ik Hans mijn camera voor een paar shoots voordat het besluit een sprong naar de kajuit te nemen. Als hij dat maar laat!/….

 


Het beestje is de hand van Hans met de camera gewaar en ruikt onraad. Het kruipt weg onder de lijn, zodra Hans de camera op hem richt. Wonderlijk mooi toch weer. De volgende dag besluiten we dat het beest maar terug moet naar de Sahara. kkssttt!!! Weg jij!!! Geen idee of hij het heeft gehaald…
En dan is het eindelijk zo ver! Voor ons zien we isla Sal liggen. Een dor en grauw vlak landschap, bedekt met hier en daar wat afgestorven vulkanen. Het is prima, als we maar een ankerplaatsje kunnen vinden, dan zijn we al dik tevreden!

 


Dat ankerplaatjes vinden we bij Palmeira. Een vrij open baai waar ongeveer om de dag enkele vrachtschepen hun lading komen lossen en waar de plaatselijke bevolking hun kleine gekleurde vissersbootjes aan een ankertje hebben liggen.
Al snel komt de havenman naar ons toe in zijn bootje ‘Denis’. De man heet Jay en wijst ons waar we moeten liggen en hoeveel ketting we moeten geven. We trekken wat de lengte van de ketting betreft ons eigen plan. Wanneer de man naar Isabella komt, blijkt dat hij deze dienst niet voor niets heeft geboden en ontvangt graag de 5 euro. Hij verkoopt ook diesel en water. Hans zegt dat we dat niet nodig hebben en ik zie in de ogen van de man dat hij hiermee niet in zijn sas is. Licht verontwaardigd vergezeld met een handgebaar, maakt hij deze dienst nog eens duidelijk en voegt toe dat hij ook geitenkaas verkoopt. “Ja-ja”, maybe tomorrow!”, stelt Hans hem gerust. Het is al donker wanneer de man in zijn bootje ‘Denis’ langzij komt liggen en zijn geitenspul toont. Ronde platte kaasjes. “Mozzarella?”, vraag ik. “Yezz-Yezz”, antwoord de man Jay.
“Wil je wat?”, vraagt Hans met een blik in zijn ogen van ‘dan zijn we van hem af’.
“Ja, ik wil wel wat. Twee kaasjes is voldoende”, geef ik aan. Voor de kaasjes van 5 cm doorsnede en 2 cm hoog, moet ik 7,50 euro neertellen. Jay is content. We hebben hem de volgende 7 dagen niet meer gezien.

Aan wal gekomen, raken we onmiddellijk betovert door de eenvoud en rust van het armoedige dorpje. Ik vraag me af of dit komt omdat wij ons op dat moment dan zo bevoorrecht mogen voelen en wij niet in deze belabberde situatie verkeren, of dat dit het kennismaken is met een totaal nieuwe cultuur. Het maakt allemaal niet uit. We genieten en zijn van plan om de komende dagen meer te ontdekken van dit dorpje met zijn bewoners…

 

 

(voor de inhoud van de Grabbag:download deze hier op page Tips)

 

FIJNE KERSTDAGEN! WE DENKEN AAN JULLIE! LIEFS, HANS&ELISE

Las Palmas 2

 

 

Las Palmas (deel 2)
“Een zeiler met tijd heeft altijd goeie wind”, hoor je vaak door het zeilersvolkje gekscherend tegen elkaar zeggen. Maar ondertussen… de zeiler wil wel erg graag verder. Wil door naar een volgende bestemming en daar weer mensen van het land ontmoeten, de lokale gerechtjes proeven, even tot rust komen, klussen klaren en ga zo maar door. Hebben wij tijd? Uhhh… nee niet echt. Kaapverdië met z’n prachtige eilanden ligt op ons te wachten en ik ben er reuze nieuwsgierig naar! Maar de wind is niet gunstig. We liggen in Las Palmas en de tijd glipt tussen onze vingers door. We worden er een beetje chagrijnig van. Deze reis kenmerkt zich door talloze reparaties en het cancelen van bestemmingen, omdat de wind niet gunstig is. Bah, niet leuk!

 


Dan is het vrijdagavond en gaan we na een lange wandeling gezellig uit eten. We belanden op een van de kleine boulevards van Las Palmas en genieten van een prachtig uitzicht op een baai met ondergaande zon. We bestellen een heerlijk biertje en kletsen wat, kijken naar de badgasten en fantaseren nog wat over onze reis en de toekomst… Kerst is in aantocht, maar we zullen niet in Nederland zijn. Het lijkt wel of het gemis van al het bekende rond deze dagen groter is dan andere keren. Hans lijkt het er maar moeilijk mee te hebben en is voor zijn doen nogal stil. Als ik vraag wat er is, zegt hij zogenaamd luchtig: “Niets hoorrr, hoezo??” Ik zou Elise niet zijn als ik niet zou doorvragen. Het gesprek komt op onze reis en de prachtige dingen die we meemaken en vooral ook zien. Ook de temperatuur komt aan bod en we kunnen ons niet voorstellen dat het in Nederland guur en koud is en dat de laarzen alweer een paar keer zijn ingevet en de nep bontkraag omhoog staat. Wat een verschil! En wat zijn we alweer lange tijd van huis! 5 Maanden geleden is het nu dat we in Dintelmond afscheid namen. Het lijkt wel een eeuw geleden! En dan komen de details aan bod. Het samenwerken en de klussen die wel of niet worden gedaan en door wie, wie ze zou moeten doen en waarom. Het levert altijd wel discussie op en het lijkt of we beide ons eigen terreintje verdedigen. We zijn daarvoor teveel overtuigd van ons eigen gelijk. Zoals Hans in het begin van onze relatie ook al zei: “Wat lijken we veel op elkaar!” In sommige gevallen is dat zeker zo, in ander gevallen juist weer niet. Is dat niet bij elk stel zo?

 


Inmiddels is de zon onder, zijn de tapas gegeten en het glas is leeg. We rekenen af: elf euro. Alweer iets om vrolijk van te worden! We slenteren wat verder en zien dat er op het strand zandsculpturen staan. We gaan eens kijken. Het straalt door de grove lijnen een zekere eenvoud uit, die vast ook zo bedoelt is, gezien het onderwerp: ’Geboorte van het kindje Christus’. Nou ja… noem het maar eenvoudig…

En soms is daar dan zomaar die ene speciale ontmoeting, zonder dat je achteraf kunt zeggen waar het precies startte. Het is een Zweeds echtpaar waarmee we in gesprek raken. Hij spreekt vloeiend Engels en zij begrijpt wat hij zegt, vermoed ik gezien het knikken dat ze doet bij elke zin die hij uitspreekt. Ze wonen nu een jaar in een appartement in Las Palmas. Hij denkt er niet aan om terug te gaan naar Zweden. Daar is hij op uitgekeken. Zij twijfelt vast. Ze knikt niet meer, maar kijkt hem met een glimlach aan alsof ze wil zeggen: ‘Ja-ja, daar zijn we het nog niet over eens’. We vertellen van onze reis met Isabella. Beide echtelieden reageren zeer enthousiast. Wel minstens tien keer zegt de man dat we zeker deze reis moeten maken en zoveel mogelijk van moeten genieten. Dat onze kinderen trots op ons zullen zijn als we dit hebben gedaan. ‘Geniet!!’, is de opdracht van de man. We nemen afscheid, ontroerd door deze korte intense ontmoeting. Hij knijpt me nog eens licht in m’n wang, alsof hij zeggen wil: “Zet je zorgen aan de kant en leef vandaag!”
We lopen terug naar de haven. Terug naar Isabella en zien een icecream zaakje. Heerlijk vers schepijs in allerlei smaken. Tuurlijk stoppen we daar even en bestellen ieder een cone met twee bollen. We smullen en likken de druppende caloriebolletjes al slenterend van de cone af. Een stukje verderop horen we muziek. Dat maakt ons nieuwsgierig en wanneer we de hoek van de straat passeren, zien we een muziektent met daarvoor een dansgroep. Het is volksdans en gaat er vrolijk aan toe. Rokken zwieren en sterke mannenarmen sturen de vrouwen aan die zich op hun beurt weer lachend laten leiden. Het is een fraai gezicht en een onverwachte traktatie. Blij met alweer zoiets moois wat we mogen meemaken op deze reis, lopen we terug naar Isabella. Nog een half uur en dan zijn we weer op ons stukje Nederlands grondgebied. Wat is de wereld klein…

 

De volgende dag staat er een oude Ford Fiësta op ons te wachten. We hebben het karretje voor 20 euro van een bedenkelijk typje gehuurd. Strakke witte jeans die de contouren van het lijf overduidelijk laten zien. Strak bloesje, ook wit. Hoedje op. Was ooit wit. Donkere zonnebril en een forse rokersstem die ons gerust stelt dat hij het geen probleem vindt dat we gebrekkig Duits spreken. Hij is in alle talen thuis, ook van alle markten volgens ons… Het interieur van de auto verraadt zijn rokerslust en zo te zien zijn er ook al heel wat honden in vervoerd. De achterbank ligt vol met haren. Hans is toe aan een dagje relaxen zo na het klussen aan de windvaan, dus ik kruip achter het stuur. Ford is voor mij een bekende vriend en ik hoef dan ook maar even het gaspedaal in te drukken en de vierwieler vliegt voorruit. geweldig om weer eens achter een autostuur te zitten! We nemen niet de A-wegen en ook niet de B-route, maar zoeken de meest enge (lees nauwe/smalle) weggetjes op. Ze leiden ons naar een van de mooiste plekjes van het eiland Gran Canaria en turen over het betoverende landschap van het vulkanische berglandschap. Al slingerend rijden we door een klein dorpje. Aan de kraampjes met plaatselijke handwerken maken we op dat hier vaker toeristen komen. De bussen met toeristen laten zich nu niet zien. We parkeren het Fordje en lopen naar een klein restaurantje voor een kop koffie. Eenmaal binnen heb ik al spijt van dit besluit. Het ranzige vet van jarenlang bakken en niet luchten, hangt als een zware deken in de lucht. We gaan toch maar zitten en bestellen twee koppen van het zwarte goud. Voor de lekkere trek doe ik er een plak cake bij. We slurpen het warme vocht snel op en de droge cake weten we ook nog wel weg te proppen. Dan reken ik af. De eigenaresse blijkt een Chinese te zijn en kruipt achter een soort van schotje waar haar kassa staat. Of ik 17,50 wil overhandigen. Ik vraag of ik het goed heb begrepen. Ze laat me het bonnetje zien. Ma Ping leeft dus nog. Wat een bedrag! Dit zijn Nederlandse prijzen en zijn we niet meer gewend! Snel wegwezen!

 

 

We slingeren weer door het berglandschap en zien gevels van woningen tegen de rotswand liggen. Bewoners van dit gebied bouwen al jaar en dag zo hun huizen; in de rots gebeitelde huisjes. In de verte zit een aangelijnde hond op een golfplaten dakje het grote gebied te overstemmen. Op de tegenoverliggende berg wordt zijn geblaf door een andere hond beantwoordt. Waar praten zij over? Eten? Hmm… we hebben ook best trek en rijden weer door. Plotseling zien we aan een oude gevel een minuscuul uithangbordje van CocaCola. Ik rem, rij naar de overkant en zet de motor uit. Hier gaan we kijken of er iets te eten valt. En dat is er: soep! De waard brengt de soep en bij de eerste hap komt hij alweer aan met een schaal vol vleesballetjes. En zo brengt hij telkens wat anders. je moet weten dat elke hap in rekening wordt gebracht en je gerechten moet weigeren als je ze niet wil hebben. Doe je dit niet, dan krijg je een aardige rekening gepresenteerd.

 

 

Dan breekt de dag aan dat we vertrekken. Eindelijk naar een stukje Aarde waar de herinnering aan Europa naar de achtergrond verdwijnt en we kennis maken met een geheel nieuwe cultuur. We vertrekken naar Kaapverdië, eilandje Sal. De oversteek zal 8 dagen en evenzoveel nachten duren. Zien we er tegenop? Nee. We gaan het zeker redden met z’n tweetjes!.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zilt

Lees nu ook in Zilt magazine op de laatste 2 pagina’s hoe het met ons gaat. Wie weet, binnenkort meer…

 

Las Palmas

4 tot 24 nov

 

 

De tocht begint zonder problemen. Het grootzeil staat uit met een bullentalie en de genua met de boom. Er is nauwelijks wind dus gaan we melkmeisje zeilen. Na een uurtje blijkt dit ook geen oplossing. De zeilen blijven af en toe toch nog klapperen en dat willen we niet. De mannen ruimen het melkmeisje-idee op en zetten de zeilen aan stuurboord. Dan maar grote slagen maken en gijpen. We komen er toch wel, over vijf dagen zijn we er.

https://www.youtube.com/watch?v=0y_CXj6CV50&feature=youtu.be

 

Tegen de avond slaat het weer om. De lucht wordt grauwer en de wind zwelt aan en jaagt ons samen met donkere wolken op. Ook de swell neemt toe, en niet te zuinig. Dat ziet er niet florissant uit. De mannen besluiten om te reven en niet van koers veranderen. Die is goed, immers ruime wind. ik duik maar weer eens de keuken in en prijs mijn geheugen om het feit dat ik deze keer niet ben vergeten om een pleister achter mijn oor te plakken.

Voor dat de nacht goed en wel begint, besluiten de mannen dat ik niet met de nachtwacht hoef mee te draaien. “Ze doet al zo haar best in de keuken!”, had Hans tegen Louis gezegd en die beaamde het grif. Had het net zelf ook willen opperen. De mannen zagen wel dat de keukenvloer meer voldeed aan het begrip glijbaan dan aan ‘vlakke vloer’. De swell slingerde mij van het aanrecht naar de navigatietafel en weer terug. Ondertussen probeerde ik de pannen op het vuur te houden, wat dank zij het semi-cardanische fornuis best goed lukte. Louis, een zeiler vanaf het moment dat hij het daglicht zag, herinnerde mij aan de stalen pannensteunen. Twee haken die je aan de rand van het fornuis vastzet en om de pan klemt. Het geheel deint dan op z’n plaats lekker met de swell mee. Nou ja, lekker… Was er voor mij ook maar zo’n soort haak. Bij een volgende klap van de swell glij ik alweer naar de navigatietafel, knal terug en kom met mijn dijbeen tegen de rand van het fornuis. Nu na twee weken is daar nog een vergeelde blauwe plek te zien en een deuk te voelen. Maar goed, er moet eten op tafel komen en dat komt er: een heerlijke pasta bolognaise met verse paprika. Jee… juist op dit soort momenten mis ik een soort van varkenstrog. Zal ik voorstellen om met z’n drieën uit de pan te lepelen? Uhhhh… nou nee, toch maar niet. Daarvoor ken ik Louis nou net weer eventjes niet goed genoeg. Dan de blauwe borden maar uit de kast. “Mannen! Eten is klaar!” De onafscheidelijke vrienden komen uit de kuip naar binnen en ploffen neer op de bank. Weer een golf! De borden glijden over het aanrecht. Ik kan ze nog net vasthouden. Snel schep ik de pasta op, hou me aan de rand van het aanrecht vast en glij met de volgende golf naar Louis. Hij heeft het! Pfff.. Daar komt het tweede bord voor Hans. Dit gaat ook goed. Dan geef ik mijn bord aan Hans en hij zet zich schrap voor alweer een stevige golf. Hij redt het! De twee borden blijven staan. “Kijk uit”, zegt Louis met een rustige stem. Direct aansluitend komt er een enorme toegift op de golf. Met een klap vallen er allerlei spullen van stuurboord naar bakboord en met ontzetting zie ik de rode pasta bolognaise een duikvlucht maken van het bord naar mijn azuurblauwe zeiljack. “OOHHH!!! Hoo!!”, roepen we alledrie tegelijk. Niks aan te doen. Eten opscheppen en beginnen voordat de rest straks op de vloer ligt. Opruimen komt straks wel. Morgen toch maar die trog voorstellen…

 

 

Na de tweede nacht vraag ik me af wat ik hier op het midden van die enorme grote plas doe. “Er is heel veel niets”, zegt Louis die eens wil ervaren hoe het oceaanzeilen is. Vijf dagen en nachten niets. Zo is het, en mijn gedachten gaan richting wat ik anders met deze tijd had kunnen doen. Ik denk aan mijn kids, familie, mijn vriendinnen, herinneringen aan mijn mooie werk en fijne collega’s. Ik mis de patiënten, de drukte, de verantwoordelijkheid en de waardering. Toch is dit leven ook zo mooi en de kans om dit te ervaren samen met mijn lief wint van al het andere.

De dagen rijgen zich aaneen, zonder dat er verandering in het weer, de golfslag en het ‘niets’ komt. Lezen lukt maar matig en achter mijn laptop waag ik me maar niet. Bang dat het ding ook door de lucht zal zwiepen.

Dat mannen over ‘Mars’ onderwerpen praten wist ik, en dat ze net zo veel praten als vrouwen dacht ik al en krijg daar nu de bevestiging van. De mannen hebben elkaar gevonden in het uitwisselen van zeilervaring, zeiltechnieken, zeilverhalen, kennis van apparatuur aan boord en ga zo maar door. Technisch allemaal, dat wel. Echt ‘Mars’ dus 🙂 Ik luister en pak er van mee wat ik snap, wetende dat ik het de volgende dag vast niet meer kan reproduceren. Echt ‘Venus’ dus 🙂 . Het is mooi om te zien hoe de twee vrienden deze overtocht maken en ik zie dat de vriendschap almaar hechter wordt. Louis spreekt het ook uit: “Goh Hans, wat is het goed om jou als vriend te mogen hebben!”. Hoe mooi is dit om te horen en ik zie dat Hans een meter groeit 😉

(hieronder de link naar onze YouTube film)

https://www.youtube.com/watch?v=JBpg6DNz3lM&feature=youtu.be

 

Dan is het 8 november en pak ik na de afwas het zelfrijzend bakmeel, de appels en alle andere ingrediënten die nodig zijn voor de appeltaart. Hans is morgen jarig en ik wil hem verrassen, maar hoe verras je iemand met een zelfgebakken taart aan boord van een 39ft-er? Ik zeg gewoon niets en ga m’n gangetje, maar Hans merkt toch iets ongewoons en vraagt wat ik aan het doen ben. Gouden munten voor zijn gezicht! Zo verrast is hij! Heerlijk om te zien! Na een uurtje kijk ik eens in de oven hoe het er voor staat met de taart. Ik zie niets anders dan de weerspiegeling van mijn gezicht in het raam van de oven. Daarachter is alles donker: lege gastank! Ik vraag aan Hans of hij de gasfles wil omwisselen. “Morgen schat, het is nu donker”, zegt hij vrolijk. Dit wordt dus een afbaktaart. Het brengt ons wel op het idee om voor lange overtochten te zorgen dat er een volle gasfles is aangesloten. Goed plan! De volgende ochtend is de taart klaar, zingen Louis en ik “Lang zal je leven”, pakt Hans zijn verjaardagskanootje uit (potje Rabarber) en blaast de kaarsjes uit.

 

 

“Lief, kom eens kijken! Land in zicht!”. Ik klim naar de kuip en zie in de verte grijze heuvels, die als je niet beter zou weten, ook regenwolken hadden kunnen zijn. Het doet me denken aan toen we na vijf dagen en nachten dobberen op de Golf van Biskaje, voor de kust van Viveiro uitkwamen. Heerlijk! Daar ligt Isla Graciosa, volgens insiders een prachtig eilandje. Wanneer we dichterbij komen zie ik resten van vulkanen en grijze massa’s. Geen streepje groen te ontdekken. In de verte liggen wat hutjes tegen een berg aangekleefd. Is hier wel een dorpje? We gooien het anker uit, de mannen nemen een biertje en ik duik de keuken in. Daarna: rust!

 

De volgende morgen wordt er aan de romp geklopt. Het is een Nederlands stel, Peter en Miriam van SY Enjoyster. Of we weten dat het roerblad van de windvaan is gebroken? Nee toch? Jawel! Zucht!! Alweer een klus! We babbelen nog even en dan vragen ze of we ook van Dorade houden. En of we daar van houden. Diezelfde middag brengen ze drie prachtige moten vis aan boord en smullen we daarvan dat het een lieve lust is.
Hans kijkt naar het roerblad. Het ziet er niet goed uit. Het ding heeft een knik van 90gr. Hij zaagt het blad af op de breuklijn en vertelt Louis hoe hij dit gaat oplossen. De mannen zijn het er over eens dat het een oude breuk betreft die niet goed is gerepareerd. De breuk houdt de mannen aan het denken en wat we nu nog niet weten is dat de klus veel dagen, kracht en energie in beslag zal nemen en na twee weken klussen gerepareerd zal zijn.

Dan wordt er weer aan de romp geklopt. Dit keer is het een jong stel uit de USA. Ze komen ons de groeten brengen van Henk&Tineke van SY Zanzibar. Wat leuk!!! Het stel maakt een wereldreis en hebben de filosofie dat ‘werken altijd nog kan‘. Tja… als alles zo makkelijk zou zijn…

 

De volgende dag verkennen we Isla Graciosa en vinden een paar aaneengeschakelde witte huisjes met hier en daar een palmboom voor de deur. Het doet me denken aan vakantiebrochures van arabische landen. Op een aantal restaurantjes na en een supermarkje zo groot als een doorsnee woonkamer, is er niets. Een telefoonchip voor internet is niet te koop. Hans ontdekt wel een icecream kraampje en we vallen weer eens aan op dit koele zoet.
Wanneer we terug lopen naar Isabella die tussen andere schepen weer mooi ligt te zijn, zie ik op een berg prachtige lijnen van een oude lavastroom. Eb zorgt er voor dat het onderwaterleven zich laat zien en gretig maak ik van al dit moois een aantal foto’s.

 

 

 

 

We halen het anker weer op: Las Palmas is het doel. Daar vertrekt op 20 november de ARC, een georganiseerde zeiltocht naar St. Lucia, het Caribisch gebied. Meer dan 200 schepen nemen deel aan dit spektakel en dat willen we niet missen. Het is een volle dag en nacht zeilen. Wanneer om zes uur ‘smorgens de mannen liggen te ronken, geniet ik van de zonsopgang.

 

Even later zie ik gefladder naast het schip. Het lijkt het gefladder van een vleermuis en nadert het achterdek om te landen op de grootschoot. Ik kijk en zie twee donkere kraaloogjes van een piepklein musje. Hoe is het mogelijk dat dit kleine diertje zo ver uit de kust is? Geen land te bekennen! Het beestje kijkt en zie ik het nu hijgen of niet? Nee, ze gaapt. Het lieve diertje hipt de kuip in. Wat jammer dat ik mijn fototoestel nu niet hier heb! Ze komt op mijn mouw zitten, kijkt me aan en negeert de snippers cracker die ik zojuist voor haar had verkruimeld. Dan hipt ze naar het raam van de buiskap, maar niet voordat ze een poepje op m’n mouw heeft achter gelaten. Ze fladdert weer terug naar het achterdek en even zo vlug als ze is gekomen, verdwijnt ze weer. Wat jammer! Hoe leuk zou een huisdiertje zijn! De mannen zijn er van overtuigd dat ik heb gedroomd en kijken wantrouwend naar de vlek op m’n mouw. Even later ziet Louis het diertje ook, maar ze komt niet meer terug aan boord. Waar zou ze nu zijn?Wanneer we naar de ankerplaats bij Las Palmas varen, hoor ik achter Isabella een zacht geronk. Ik kijk om en kijk in de lachende gezichten van de bemanning van SY Zanzibar. “HEEE!!!”, roep ik verrast. Wat is het ontzettend leuk om deze lieve mensen weer te zien. Twee keer hebben we elkaar ontmoet op de vertrekkersdagen vorig jaar november en dit jaar april. Al die tijd hebben we contact gehouden, hebben ze ons gebeld toen ze zagen dat we na vijf dagen dobberen op de Golf eindelijk aan wal lagen. Dat deed ons erg goed!

We gooien het anker uit en dan komen ze eindelijk aan boord. Het is een warm weerzien en we kletsen een paar uur over van alles tot nu toe.
De volgende dag gaan we als vrouwen van de yachts naar de stad, op zoek naar praktische zaken voor aan boord, zoals borden met een opstaande rand. Het worden twee plastic kommen met deksels, een anti-slipmatje voor op tafel en drie afwasborstels, want die zijn in heel Spanje en Portugal nergens te koop. Ook pindakaas, Indische producten en drop zijn artikelen die je echt vanuit Nederland moet meenemen. We wisselen onze ervaringen als vrouw aan boord uit en hebben het over ‘blauwe’ en ‘roze’ taken, oftewel typisch mannenkarweitjes en vrouwenkarweitjes. Onze meningen komen overeen en het stelt me gerust dat ik niet de enige vrouw ben die bar weinig van technische zaken weet.

 

Dagen vliegen voorbij, Louis is weer terug naar Nederland (en heeft beloofd een stukje over zijn ervaring aan boord voor deze website te schrijven!), de ARC vertrekt en de dag daarna vertrekt ook de Zanzibar alweer. Wij blijven nog even hier in Las Palmas, waar elke dag wel een aantal jonge mensen komt vragen of ze mee mogen varen naar ‘de overkant’. We hebben nog wat tijd nodig, zodat Hans de enorme klus rondom het roer van de windvaan kan afronden. Als bij het zetten van een heupprothese heeft hij ‘de huid’ van het roer opengelegd en een RVS buis door de bestaande RVS buis geschoven en deze nog eens extra met twee RVS platen vastgezet. Daarna ‘de wond’ met epoxy afgedicht. Zoals het hier staat, klinkt het snel en eenvoudig, maar hij heeft er vijf dagen hard aan gewerkt. Topprestatie! Helaas is hierbij zijn lievelingsschroevendraaier, die hij al meer dan 40 jaar heeft, in het water geplonsd. Echt heel zuur!
Morgen het roer weer terugzetten aan de windvaan, inkopen doen voor 65 dagen, ergens koffie drinken om te kunnen internetten en ons voorbereiden op een 8-daagse overtocht naar Kaapverdië. Wanneer we vertrekken? Vermoedelijk as maandag en zijn dan 8 dagen en nachten op zee. Hoe dat verloop?

 

Hou ons in de gaten op de site van Zilttewereld.nl of: vesselfinder.com (Gebruiksvriendelijk! en zoeken op isabella of met ons MMSI) of: marinetraffic.com (eigenlijk best wel gebruiksonvriendelijk)

Wil je het recept van de appeltaart? Kijk even verder in ‘De Kombuis’.

Tot snel!

 

Rabat??

 

 

Hier in de Algarve kun je aan de bevolking zien dat destijds een groot deel van de Moren het niet zag zitten om terug te keren naar hun land van herkomst. Het maakt ons nieuwsgierig en de zin om naar Marokko te vertrekken groeit met de dag. Een prachtig onderdeel van deze reis, we gaan immers een totaal andere cultuur beleven dan de cultuur van Europa! Na een week klussen en schoonmaken is het dan zo ver: om half elf vertrekken we! Dag Portimão!!

 

 


De dag begint mooi: zonnetje schijnt, kalme zee en niet zoveel wind. Dat is mooi: het kan immers dan altijd nog wat harder gaan waaien. Het punt is alleen dat de wind niet echt uit de meest gewenste hoek komt en we moeten oppassen dat we niet worden ‘weggezet’ richting Madeira. Opeens besef ik me dat ik de scopodermpleister tegen zeeziekte ben vergeten achter mijn oor te plakken. Shit… nog maar snel even doen. Nu is het toch nog rustig, dus het zal wel goed gaan. Waar ligt dat spul ook al weer…
Na een uurtje met de pleister achter mijn oor op zee te zijn, voel ik dat de koffie toch niet zo lekker ‘gevallen’ is. Niet op letten!.. Doorgaan! Het is koud op zee ondanks dat de zon nog volop schijnt en de golven worden nog hoger dan ze al waren.
“Jee, wat schommelt ze weer!”, zeg ik tegen Hans. “Voel je je niet lekker?” vraagt hij. “Hmmm… gaat wel..”
Crackers… even crackers pakken. Jakkes, moet ik naar de voorpunt. Als een dronkenlap loop ik naar de punt. De golven lijken vooral ook harder tegen het schip aan te slaan.

“Scheelt het als we een stukje van koers veranderen? Dan gaan we misschien niet zo tekeer”, vraag ik aan Hans.
“Wil je dat? Dan wordt het wel lastiger om in Rabat te komen!”, zegt hij. En dat is ook zo. We hebben de koers al zo vaak bekeken en telkens kwamen we tot de conclusie dat er feitelijk geen goeie wind voor Rabat staat. Maar we willen zo graag!!! We gaan weer in overleg en de waarheid dringt zich aan ons op: het is niet te doen om naar Rabat te zeilen: wind en stroming tegen. Het zal dagen duren voordat we aankomen en dan is het nog maar de vraag of we wel binnen kunnen lopen, omdat bij golven hoger dan 2 meter, de haven sluit en je voor de kust kunt blijven dobberen. Oké, dan maar richting de Canarische en als het zo mocht zijn, komen we misschien wel in Madeira uit, ook leuk! grappen we. Laten we even afwachten..
Ik heb dit moment uitgesteld, maar kan er niet langer omheen: tegen half drie is het toch echt wel tijd voor een boterham. Ik klem mij tussen het aanrechtblad en de wand en sta om mijn evenwicht te bewaren wijdbeens het brood te snijden. Het spul glijdt onder mijn handen vandaan en de pot met pindakaas kan ik nog maar net opvangen wanneer ik het kastje open.
Ik voel me niet goed. Mijn hersenen kolken en mijn maag doet mee. Eerst eens naar de wc en dan maar weer verder smeren. Dat helpt ook niet echt en bij het zien van de pindakaas keert mijn maag zich om. Wat daar in de gootsteen ligt, kan ik een pot sandwichspread mee vullen. Iieuwww!! Snel de zeewaterkraan aan om de derrie weg te spoelen. “Schat het lukt me niet om brood te maken, ik voel me zo beroerd!”, zeg ik schuldbewust tegen Hans. “Ach lieverd toch! Ga jij maar liggen, ik doe het wel!”

De golven hebben een tegenstander gekregen: de swell. Deze misselijkmakende deining komt uit de tegenovergestelde richting van de golven. Het is niet te doen en dan die wind uit de verkeerde richting: het geheel lijkt wel een draaikolk. We vinden het niet meer zo aangenaam en vragen ons af wat we hier in vredesnaam doen en niet gewoon bij de open haard zitten.
Ik denk aan de barre toch van Falmouth naar Frankrijk en vind het zo vreselijk rot voor Hans dat ik weer regelmatig uitgeteld hier op de bank lig! Dit is toch geen doen voor hem zo! Ik dwing mezelf om weer op te staan en vraag of hij nog iets wil drinken. Zo gaan er uren voorbij waarbij elk uur mijn maag zich verder leegt, totdat het allerlaatste sesamzaadje van het vroege ontbijt zich ook weer laat zien.
Inmiddels is het 19uur en al een uur donker. De golfslag is er niet minder op geworden. We overleggen of we zullen terugkeren en ik voel er veel voor. “Schat, we gaan terug. Dit is geen doen. Akkoord?”, zegt Hans en we hakken de knoop door. We zetten koers richting Portimão en bij het ochtendgloren leggen we Isabella weer vast op ons oude stekkie. Terug van weggeweest.

Na een dag heerlijk te hebben geslapen duiken we in Zygrib om te evalueren wat er nu op zee gebeurde. De wind blijkt bij of tijdens ons vertrek toch weer te zijn veranderd en voor komende dagen zien we dat de wind dagelijks veranderd en er op zee 8bf wordt verwacht. Dit willen we vermijden en besluiten om dan nog maar een week verwaaid te liggen. Die week besteden we aan klusjes, wandelen en de voorraad optoppen. We huren een auto en gaan een dagje het achterland van Portimão verkennen.
We vertrekken van Portimao naar Silves, vermijden de tolwegen en kiezen voor de N124-1. Silves heeft het grootste rode zandstenen kasteel van de Algarve. Mooi om te zien, maar behalve de muren is er niet veel meer van over. In de 13e eeuwse kathedraal wordt een mis opgevoerd, waar we maar geen aandacht aan schenken en op het grote plein Praça do Municipio koffie bestellen. Wanneer we teruglopen naar de auto, worden we getrakteerd op een prachtig schouwspel van een stel verliefde ooievaars.

klik hier voor het filmpje

 

Na een bezoekje aan het cultuur historisch museum, zet de tocht zich voort door een schitterend, rustig en groen berglandschap richting Monchique. Ergens ligt het Caldas de Monchique verscholen, een kuuroord. Hmmm… daar zou ik ook wel eens een dagje willen vertoeven… We rijden het voorbij… We zien veel sinaasappel en olijfbomen en zonder dat we het beseffen, rijden we Monique al weer uit, zo klein is het.
De weg slingert zich omhoog naar de bergtop en we verdwijnen in een grijze, koude mistige wolk. Geen uitzicht over het dal met de huisjes voor ons… We rijden met een zicht van max 25m stapvoets verder tot we weer dalen en de mist achter ons laten.

 

 

 

Onderweg zien we de kurkeiken. Kurk is hier in Portugal een geliefd artikel. De winkels hangen vol met tassen van kurk, schoenen van kurk, rokjes van kurk, kleedjes van kurk. Creatief met kurk, kun je dus wel zeggen. Ik geloof niet dat we de producten mooi vinden, maar wel hoe de boom wordt geschild. De bast wordt er af geschild en groeit langzaam weer aan. We zien bomen met verschillende kerklagen. Heel bijzonder. En dan is daar plotseling ook een steengroeven en komen we er achter dat hier de steentjes die we op de straten en trottoirs zien liggen, worden uitgehakt en geslepen.
De tocht zet zich voort richting Lagos dat een historisch centrum heeft, maar we niet ontdekken. We zoeken niet verder, het is mooi geweest voor vandaag. Het was een mooie tocht en rijden terug richting Isabella.

We slijten nog een paar dagen en worden onverwacht uitgenodigd door SY Bonnefooi: de vrouw van de kapitein ziet Sarah! Dat is gezellig! Er is een heel clubje Nederlandse zeilers bij elkaar gekomen om Anne te feliciteren. De gasten wisselen allerlei informatie met elkaar uit en iedereen weet wel iets wat de ander nog niet weet of wel weet, maar er anders over denkt. Zo gaat het. Na drie uur borrelen nemen we afscheid en duiken we samen een steakhouse in. We bespreken de dag van morgen, dan komt Louis, een oude vriend van Hans. Louis wil graag een keer een tochtje met ons meezeilen. Dat kan. Naar Rabat? Nee, die kans is verkeken. Maar wel een tochtje van Portimão naar Las Palmas. Wanneer we dat gaan doen? Morgen!! Maar eerst: boodschappen doen en een pleister plakken!

nieuwtje: er is een RSS- en een Facebook feed. Dus: Like ons op Facebook! (rechts bovenaan het Blog)

 

(even op de foto klikken en je krijgt het hele plaatje)

Translate »