St Maarten & Mooi Saba, Saba….

Als St Maarten in zicht is, hangt Hans de tė grote vlaggen van Brabant en Boxtel op. Ze wapperen vrolijk heen en weer wanneer we Simpson bay binnenlopen en kijken uit naar de bemanning van Blue Spirit, de Boxtelse zeilers die in 2015 zijn vertrokken.

 

 

 

We gooien het anker uit en kijken eens om ons heen. Na een klein uurtje zien we over de knokige golven een dinghy dichterbij komen en zit Brigit uitbundig te zwaaien. “HOI!!”, klinkt het in koor. Het weerzien is warm en het besef dat we nu echt weer met elkaar aan tafel zitten, voelt een tikje ongeloofwaardig. Brigit had de bubbels al koud staan en we kletsen er op los.

 

 

Er worden plannen gemaakt en hebben reuze veel zin om de komende tijd elkaar weer vaker te zien. Een mooie toeval is dat René een bb-motor van 6pk te koop heeft. Precies goed genoeg voor onze kleine dinghy. Die nemen we van hem over! En dan eerst St. Maarten verkennen en dat begint al goed met de regatta! Temidden van talrijke zeilschepen, zeilen we vanaf Simpson bay richting Marigot bay.

 

We hebben een week ‘eiland verkennen’ voor de boeg, samen met de dochter van Hans en haar verloofde. Het belooft een echte ‘verwenweek van papa’ voor Barbara te worden. Als het jonge verliefde stel aan boord komt, is binnen een half uur duidelijk dat de een nog zieker van de deining wordt dan de andere. We besluiten Isabella te verplaatsen naar Marigot-Lagoon. Een bijna overvolle lagoon die (zeil)schepen aardig beschut tegen swell en andere vervelende deiningen. En wie ligt daar ook? Ja! De Gwelan! Dat is gezellig! De ‘agenda’, die we anders zo verfoeien, lijkt weer bijna volgeboekt met leuke afspraakjes!

Barbara is deze week onze reisleidster en heeft voor elke dag een autoroute uitgezet. We bezoeken het franse gedeelte en het Nederlandse gedeelte en we moeten eerlijke bekennen dat we het franse gedeelte toch leuker vinden. Authentiek, vriendelijke mensen, stukken goedkoper dan het Nederlandse gedeelte en: heerlijk brood!!

We kopen stokbroodjes met franse kaas en wat lekkere drankjes om dit tussen de middag op een van de witte strandjes te verschalken. De baaitjes van St. Maarten zijn naar mijn idee wel allemaal identiek en zorgt voor een algemeen beeld cq herinnering aan dit eiland. Of zou dat komen omdat we de baaitjes vanaf de wal hebben bekeken? Hans geniet in ieder geval van het weerzien met zijn dochter en ik kan me zo goed voorstellen dat dit heerlijk moet zijn!! Wat zou ik graag een van mijn kinderen in mijn armen sluiten!! Maar ik moet nog even wachten en dan eindelijk na 8 maanden mag ik ook!! Aftellen dus…

 

Het is een heerlijke week met op één na, elke avond een ander restaurantje. Verwennerij dus ook voor mij! We verwonderen ons over hoe het jonge stel zo intens gelukkig met elkaar optrekt en zijn heel blij voor ze. Dit tortelduivenkoppeltje gaat het zeker héél lang redden met elkaar.

En dan is deze week alweer bijna voorbij. We rijden nog even naar het smalle strookje strand waar vliegtuigen rakelings over de hoofden van badgasten scheren, om 25 meter verderop te landen. Het is een waar spektakel! Ik kan er als vliegtuigfreak geen genoeg van krijgen en ben al snel m’n drie reisgenoten van deze week kwijt. Of liever gezegd: ik heb geen oog meer voor ze. Dit is fantastisch! Het jagende geluid, de snelheid van de planes en de luchtverplaatsing waarvoor iedereen middels grote borden wordt gewaarschuwd vanwege het gevaar dat je omver wordt geblazen! Iets in mij zegt dat ik hier toch niet een uur kan blijven kwijlen en ga op zoek naar de anderen. En dan is het de volgende dag alweer tijd om afscheid te nemen en zwaaien we ze op het vliegveld uit. Tot over een poosje weer! Tot over twee en halve maand!

Hieronder een YouTube filmpje van het strand bij het vliegveld

https://www.youtube.com/watch?v=SVk0ZTIC1L4

 

We hebben nog een paar dagen tegoed op St. Maarten en bezoeken de Gwelan en Blue Spirit. Ondanks alle gezelligheid moeten we opnieuw afscheid van elkaar nemen. Zoals eerder gezegd: ieder scheepje vaart zijn eigen koers. Dit klinkt en voelt wat eenzaam en verlaten, maar zo is het zeilersleven: je bent en blijft op jezelf en daar kies je ook voor. Het past bij je. Het is ook daarom zo belangrijk dat je het samen aan boord goed met elkaar kunt vinden. Dat je naast passie voor elkaar ook passie voelt met elkaar voor het zeilen, het samen onderweg zijn.
Blue Spirit besluit om eerst de baaitjes van St. Maarten vanuit het water te verkennen alvorens door te zeilen naar andere prachtige eilanden. Gwelan wil liever geen hoogte verliezen en besluit richting Antiqua te koersen. Gelukkig zijn Hans en ik het met elkaar eens: Saba MOETEN we gezien hebben! Het voelt zoals het gezegde ons vertelt: eerst Rome zien en dan sterven.

 

SABA!

Ik neem contact op met mijn zeer gewaarde oud collega Roy. Hij en zijn vriendin wonen sinds een klein jaar op Saba om de functie van verpleegkundig specialist ggz te implementeren. Super leuk om hier in de Carieb een oud top collega te treffen! Na wat appjes heen en weer komt Roy op het goeie idee om naar St. Maarten te vliegen en samen naar Saba te zeilen. Zo gezegd zo gedaan en het is op een zondagochtend half acht dat ik met Dirk (onze dinghy) door het haventje scheur om Roy en Aleksandra op te halen. Wat een leuk weerzien! Wie had dit ooit gedacht toen hij jaren terug op de gesloten opname afdeling een casus kwam bespreken?
De zeiltocht naar Saba begint, en ook al zien we Saba al liggen, het zal nog zeker 6 uur zeilen zijn voordat we voet aan land kunnen zetten. En die zes uur is net even te lang voor Aleksandra. Ook zij is niet bestand tegen het deinen en zoekt de rust op het achterdek waar ze de hele tocht als een ziek vogeltje toch een beetje geniet van Roy die op een zeilschip helemaal in zijn element is.

Saba komt dichterbij en lijkt eerst nog op een grijze slagroomtoef die zo uit de oceaan rijst. Het is dus waar: veel oppervlakte vanwege de hoogte, maar qua omtrek niet zo groot. Wanneer we de kleuren van Saba kunnen herkennen word ik blij verrast door de groet van de Roodsnavel Keerkringsvogels. Een viertal vliegt op ons af en daar is het ijle kreetje weer dat ik van ze opving temidden van de Atlantische oceaan! Wat een prachtige vogels en wat een mooie ontmoeting weer! Hier nestelen ze dus! Wow! Ik geniet!

 

De zee rond Saba is onrustig en Hans heeft zijn huiswerk alweer goed gedaan: we gaan ankeren bij Ladderbay. Daar is het water het meest rustig. Maar eerst Roy en Aleksandra aan wal zetten en leggen aan in het kleine haventje. De zee is immers te ruw om met Dirk naar de wal te tuffen.
We varen door naar Ladderbay, een klein stukje van hooguit tien minuten, dat bij het haventje ‘om de hoek’ ligt. Het verschil in deining is direct merkbaar en voelt beter aan. Eten koken in een schommel heb ik namelijk voorlopig wel gehad. Ladderbay is mooi! Geen glooiende gele stranden, maar direct uit het water rijst de met diverse groene planten en bomen beklede klif van Saba op. We pakken een mooring en liggen zo vast als een huis.
Met de laatste minuten van provider Chippie brengen we onze kinderen op de hoogte waar we zijn en spreken met Roy af dat we morgen naar de wal komen. Maar daar steekt de wind een stokje voor. Het is niet langer rustig in Ladderbay en na een nacht als sjoelschijven in ons bed te hebben gegleden en bij controle op het dek in de maanloze nacht niets bijzonders te hebben gezien, ziet Hans bij de eerste zonnestralen dat Isabella toch is verplaatst. Hij kijkt nog eens en ziet dat het niet Isabella is, maar onze ‘buurman’. Een ongeveer even groot zeilschip als Isabella is van de mooring los en drijft af richting de rosten. “Elise kom eens kijken!”, roept Hans luid boven de wind uit. “Kijk daar eens! Dat schip is los en er is niemand aan boord!”
“Laten we de dinghy pakken en er naar toe gaan!”, roep ik naar Hans. “Dan trekken we haar terug naar de mooring!”
“Dat is een zinloze actie lief, wij met onze dinghy in deze golven met deze wind! Zie je het al voor je? Dat wordt een gevecht dat wil je niet weten! Dat gaan we verliezen!” stelt hij beslist. “Nee lief, we brengen onszelf niet in gevaar!”
Ik weet dat hij gelijk heeft, maar het is zó’n triest gezicht om het schip richting haar ‘dood’ te zien afdrijven. Snel nemen we via VHF16 met de marifoon contact op met de havenmeester, de marine patrol en alle ‘belangrijke figuren’ waarvan we vermoeden dat ze iets voor het schip kunnen betekenen. Maar aan de andere kant van de lijn blijft het stil. Niemand reageert. Hans blijft proberen en we horen dat een ander zeilschip dat ook aan een mooring ligt, ook contact probeert te krijgen met bepaalde instanties. En dan komt er eindelijk een stem vanaf Saba-site, maar het is te laat. De mast van het schip klingelt, het schip slaat heen en weer en de eerste krakende en zuchtende geluiden van de aanraking met de rotswand bereiken ons. Dit wil je als eigenaar niet meemaken! Waar is die eigenaar eigenlijk? Laat je zomaar in dit weer je schip voor een paar dagen alleen achter? Kennelijk wel en we kunnen het ons ook voorstellen, want twee dagen eerder was het nog rustig. Maar hoe kan het schip zijn losgeraakt? Het zijn nieuwe moorings! Hans pakt de verrekijker en ziet op de boeg twee losse landvasten bungelen. De eigenaar heeft het schip met landvasten aan de mooring bevestigd en door het schavielen zijn de landvasten doorgesleten. Kapot, los, weg.
En dan zijn er de Amerikanen van de catamaran verderop die kennelijk nu ook wakker zijn en het schip zien liggen. Ook zij nemen via VHF16 contact op met eventuele ‘redders’. We stellen ze op de hoogte dat dit al is gebeurd. Met hun veel stevigere dinghy varen ze richting het schip, maar komen onverrichte zaken terug: geen redden meer aan.

 

Na ruim een uur komen er hulptroepen in de vorm van twee vissersbootjes, maar kunnen niets doen. Hoge golven slaat het schip heen en weer, kantelt het schip en draait het schip als een tolletje om haar as. Dan ligt het schip met de boeg naar de zee gekeerd en lijkt ze zich met elke krachtige golf verder de rotswand in te boren.
De Marine patrol neemt ook een kijkje. Kennelijk smeden ze met elkaar een reddingsactie en na nog meer verstreken tijd worden er twee lijnen aan het schip vastgebonden. Een aan de boeg en een aan de mast. De twee bootjes gaan ieder een kant op. Op het dek van het schip zien we twee figuurtjes staan. Wat zijn die van plan? De bootjes beginnen te trekken en te trekken. Het schip ligt behoorlijk schuin en lijkt van de rotsen los te komen Een kleine ruk zal het van haar plaats trekken. Dan plots knapt met een harde knal het voorste touw kapot. Het schip slingert terug en de figuurtjes verliezen hun evenwicht en glijden van het schip de zee in. OOHH!!! Wat een ramp!!! Vreselijk om te zien! Twee koppies komen boven water. Ze zijn in orde zo te zien. De vissersbootjes ondernemen geen tweede poging.
Ondertussen maak ik foto’s en filmpjes van dit vreselijke schouwspel. Wie weet kunnen we daar later de eigenaar mee van dienst zijn. Hans vat het idee op om de foto’s en filmpjes op een USB te zetten om het later aan te bieden. Hij roept een van de redders en de Marine patrol met jonge dame in blauw poloshirt vaart op ons af. Hij vertelt ze van de USB en vraagt of ze voor ons internet kan regelen, omdat we onze kinderen op de hoogte willen brengen dat met ons alles oké is. Hans schrijft een kort briefje met daarin het aanbod, het verzoek, onze telefoonnummers van deze regio en de naam van onze website. Hans gooit het kokertje richting jonge dame die het kokertje met briefje uit de zee vist. De USB geven we nog niet mee, omdat we niet willen dat die in verkeerde handen valt, bijvoorbeeld van de pers. We hopen de eigenaar zelf te ontmoeten.
De dag is voorbij en het schip ligt onveranderd tegen de rotswand geplakt. De vallen klingelen tegen de mast en zorgt er voor dat we regelmatig herinnerd worden aan haar aanwezigheid. Wanneer de nacht invalt zien we een klein lichtje branden op de plaats waar het geklingel vandaan komt. Het is het ankerlicht. Hoe wrang…

Hieronder een filmpje van het schip:

https://www.youtube.com/watch?v=ELGjBhxP0EY

 

 

Hans durft het aan om Isabella te verlaten en twee dagen lang Saba te verkennen. De zee is rustiger en onze mooring houdt het goed. Gekleed in enkel bikini en zwembroek stappen we met onze waterdichte bagage in Dirk. Op naar de wal! Bij de ‘hoek’ van Saba, tussen Ladderbay en de haven lijkt het of we ons hebben vergist. Hoge golven klotsen over de punt van Dirk en vult dit kleine rubberen bootje. Al snel staat er meer dan 15 cm water in Dirk en ik durf niet meer vooruit te kijken om te zien hoe nog meer golven trachten ons tot zinken te brengen. Met ingehouden kermen zit ik voorover gebogen te bedenken hoe ik m’n vege lijf moet redden wanneer we met Dirk voor de tweede keer over de kop zullen slaan.
“We zijn er bijna lief, nog 100 meter!” roept Hans geruststellend en herhaalt dit zinnetje na 10 minuten nog eens. Ik ken hem. Altijd optimistisch!
Aan wal kom ik tot besef dat we het wel hebben gered. Wat een onderneming hier om aan wal van ‘The Unspoiled Queen’ te komen! Vandaar dat ze nog ‘Unspoiled’ is, Saba. Zeilers met minder suïcidale neigingen slaan Saba over.

 

Na een telefoontje komt Roy ons ophalen en rijden we over ‘The Road’. De weg die volgens Nederland ondenkbaar was om aan te leggen en waarvan Saba zei: dit gaan we toch doen! The Road verving ‘The Ladder’, de meer dan 800 treden tellende trap in Ladderbay waar vroeger de voorraden werden aangesleept. The Road slingert met vlijmscherpe haarspeldbochten door het gebergte en je moet van goeie huize komen wil je hier zonder deuken of krassen doorheen rijden. Het verhaal gaat dat locals The Road het beste berijden na een paar glazen rum…

 

Thuis heeft Aleksandra de koffie klaar staan en maken we kennis met hondje Boris. Een super huisgenootje!
Saba staat bekend om haar vijf verschillende klimaatzones: van droog tot nat, van altijd zon tot bewolkt. Deze dag staat Sandy Cruz Trail op ons programma. Een wandeltocht van drie uur door het regenwoud en dat het regende was wel zeker. De top van de berg hult zich in een dokere wolk en het water valt recht naar beneden op de verschillende tinten groen blad. Hans snijdt twee grote bladeren af die we gebruiken als de hier bekende ‘Poormans Umbrella”. Het is een fantastisch mooie tocht waarbij taal nog teken van enig fauna en eindigt in de achtertuin van een riante villa. Daar prijkt een bordje met de begrijpelijke vraag of we niet hun ‘property’ willen betreden. Te laat: we zijn er al.

 

We zien een weg en lopen er naar toe. Op een van de kleine huisjes prijkt een bordje met de namen Els en Gied Mommers. Brabantser kan het bijna niet en nieuwsgierig kijkt Hans of hij de bewoner ziet. Hij heeft succes! Natuurlijk knoopt hij een praatje aan en worden we door Gied uitgenodigd om verder te komen. Achter het kleine geveltje blijkt een gigantisch groot complex te liggen. Een huis dat tegen de rotswand is gebouwd en verschillende verdiepingen met terrassen heeft. Gied vertelt wat over zijn verleden en ondertussen genieten we van het uitzicht dat adembenemend is, maar waarvan we ook vermoeden dat, wetende dat je op zo’n klein eiland woont, dat mooie uitzicht vervaagt en doet verlangen naar andere vergezichten.

 

genieten van het uitzicht

De avond wordt bij Roy en Aleksandra met gezelligheid gevuld en smullen we van een heerlijke BBQ-maaltijd! Nadat door het enigszins rijkelijk innemen van geestrijk vocht de remmen wat losser komen, pakt Hans de gitaar van Roy en brengt wat zojuist bedachte klanken ten gehore.

 

 

De tweede dag verkennen we Mount Scenery, welke naam ik aan het einde van de trip ombuig in Mount Slippery. Ondanks de aangelegde traptreden, of waarschijnlijk juist wel daardoor, maken we beide een lelijke val. Hans loopt aan de onbeveiligde zijkant van het pad wanneer een stuk aarde afbrokkelt en hij een lelijke val maakt van enkele meters naar beneden. Hij weet nog net een aantal lianen te pakken en kruipt weer omhoog. Behalve een gekneusd gevoel aan zijn heup, gelukkig geen ernstig letsel. Zelf verlies ik mijn evenwicht wanneer ik met m’n voet van een gladde steen glijd, daarmee een knak maak en de rest van de dag met een pijnlijk groot ei op m’n wreef loop. Hangt hier rond Saba pech in de lucht??

 

 

Naar het schijnt moeten we nog één hindernis overwinnen: op The Road komen we zonder benzine te staan. Na een half uurtje kunnen we doorrijden naar de haven. Daar wacht ons een volgende teleurstelling. Een onverlaat heeft Dirk van zijn plaats gehaald en aan een andere steiger gelegd waardoor de BB-motor onder de steiger terecht is gekomen en de versnelling is verbogen. Starten is een probleem en als ie start, kun je er niets mee. Isabella ligt buiten aan een mooring en de zee is alweer ruw. Gelukkig is de havenmeester bereidt om ons toestemming te geven om even met Isabella naar binnen te varen. Nu nog een lift zien te krijgen, maar die is snel gevonden. Roy en Hans stappen op Isabella en komen het haventje in. Roy is in zijn element en duikt in het havenwater om Dirk van de steiger naar Isabella te verslepen. We worden er vrolijk van en lachen. Boris kijkt hoe zijn baasje in het water spartelt en lijkt en ook een duik te willen nemen. Dan is het zover. We nemen afscheid en kijken terug op een paar mooie dagen Saba en de gezelligheid van Roy en Aleksandra.

 

We verlaten de haven en op dezelfde ‘Hoek’ van Saba worden we ingehaald door een Marine patrol bootje met daarin een jongeman van de marechaussee. Hij sommeert ons vaart te minderen en beveelt ons per omgaande terug te varen naar de haven. Dit is een grap en we glimlachen vriendelijk terug. Maar als een rasechte tucht- en orde handhaver herhaalt hij rechtopstaand met opgezette borst alweer zijn bevel. Het is dus geen grap. Ik bespeur toch een lichte onzekerheid in zijn stem en zeker ook in zijn mimiek.
Hans weigert terug te varen naar een mooring bij de haven en vraagt wat er aan de hand is. “U heeft niet zo’n vriendelijk briefje geschreven’, antwoordt de ordehandhaver. Wij weten van niets. Hans nodigt de man uit om aan boord te komen i.p.v. terug te moeten varen naar de haven. Hij stelt zich keurig voor en start direct op dwingende toon zijn relaas af. Zijn autoritaire en dominante houding staat hem hierin bij, denkt hij vast. Ik benoem zijn gedrag en stel voor dat hij op kalme wijze verder met ons in gesprek gaat, dat zal waarschijnlijk meer vruchten afwerpen. Hij kijkt me aan en ziet volgens mij sterretjes. In ieder geval is er geen duidelijke reactie van begrip op wat ik zeg. Ik vermoed dat hij tijdens de les ‘conflicthantering’ heeft zitten snurken. Wel, laat ik dan het praktijkvoorbeeld zijn, besluit ik.
Hij vraagt aan Hans vraagt om de USB en onze paspoorten die hij uiteraard kan inzien. Hij beweert dat we niet volgens de regels zijn uitgeklaard en dit morgen alsnog moeten doen en besluit onze paspoorten in te houden. Hans is zo verbaast en upset. Het klopt namelijk niet: we zijn al uitgeklaard en goed ook! We leggen ons er bij neer en spreken af dat we de volgende ochtend om 08uur bij de havenmeester zijn. Daar zullen dan ook de paspoorten liggen, de USB blijft bezit van de marechaussee. Dan neemt de man afscheid en steekt zijn hand toe, maar Hans heeft er al geen zin meer in om beleefdheden uit te wisselen. Ik krijg ook een hand en zie hem trillen. Wanneer ik dit benoem kijkt hij er naar, draait zijn hand om en zegt “Ja, een beetje”. Dat is mooi, dat hij dat toegeeft.

De volgende ochtend vertrekken we vroeg naar de haven. Hans plaatst ons oude 2.3pk motortje op Dirk. Gelukkig start het ding direct en is Hans los van Isabella. Al snel valt de 2.3pk uit en dobbert hans op de woelige baren van de oceaan. Daar is geen peddelen tegen bestand. “Roep via de marifoon om hulp!!”’ schreeuwt Hans, maar dat had ik zelf ook al bedacht. Echter is er een herhaling van zetten: er reageert alweer niemand op VHF16. Ik stop vier vingers in m’n mond en fluit zo hard als ik kan, maar niemand lijkt impressed. Of het is te ver weg om het te horen. Tegen dat kabaal van die golven is toch ook niet in te gaan!?! Ik pak de scheepshoorn en blaas tot de gasfles bijna leeg is. En dan hoor ik iemand via de marifoon. “Iieiezabelllaaa… can i help youou??” YES!!! Snel doe ik uit de doeken wat er aan de hand is en de man belooft hulp te sturen. Een klein vissersschuitje tuft op Hans af die al bijna niet meer te zien is in de hoge golven.
Eenmaal op de kant is het lang wachten op de terugkomst van Hans. Even roept hij me via de marifoon op om te vertellen dat de marechaussee verzuimd heeft om de paspoorten te brengen en die nu naar het havenkantoor gebracht worden. Daar kun je dus op bouwen! Als hij dit ook met zijn vriendin zo doet, komt het vast wel goed.

Na een uur is Hans nog niet te bekennen. Inmiddels heb ik als internist gespeeld en is Isabella van binnen zo clean als maar zijn kan. De tijd kruipt voorbij. Waar hangt hij uit?
Het is half twaalf wanneer ik hem weer zie, in Dirk die gesleept wordt door een man van immigratie en customs. Wanneer Hans eenmaal aan boord is barst hij los en doet zijn verhaal over het onrecht dat hem is overkomen. De commissaris van politie wilde een gesprek met Hans op het politiebureau. Wat bleek? Er was aangifte tegen hem gedaan van afpersing en bedreiging, omdat we om internet hadden gevraagd in ruil voor de USB. Hoe kun je het verzinnen! Na een goed gesprek met de commissaris is het Hans duidelijk dat op Saba regelmatig afpersing en bedreiging wordt ingezet om doelen te bereiken. Om dit tegen te gaan is de commissaris met zijn team hard aan de slag gegaan om het te bestrijden en pakken ze alles aan wat daar maar enigszins naar riekt. Gelukkig is de aanklag ingetrokken.

Er zat ook nog een leuke kant aan het verhaal. De man in het vissersschuitje die Hans uit de hoge golven redde, wist wel wat hij als dank van Hans wilde hebben. “Jij bent toch die man van dat filmpje van die boot? Dat filmpje wil ik”. Laat die visser nou pech hebben…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van St.Lucia naar St.Maarten (Dominica, Les Saints, Guadeloupe, Antigua, Barbuda)

 

 

 

 

Bij het horen van de bestemming ‘Caribisch gebied’ slaat bij menigeen de fantasie op hol. Witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons met passionele strelingen en ga zo maar door. Niets is minder waar, blijkt in de eerste weken na onze aankomst. De 18 dagen Atlantische Oceaan waarop er weinig geklust (behalve dan het tijdelijk repareren van de motor) en schoongemaakt is, moeten worden ingehaald binnen een week en het liefst binnen twee dagen! Het werktempo schiet van nul- tot boven 2000 toeren per minuut.

De hitte werkt niet mee en wanneer we avonds om zes uur een aantal taken van de to-do-list kunnen schrappen, duik ik de keuken in om onze lijven van brandstof te voorzien. Op dit tijdstip is de zin om deze klus nog te klaren ver te zoeken. Dat mag duidelijk zijn. Maar allez.. eten hoort bij het leven. En wat eten we dan? Eigenlijk heb ik in deze drukte geen zin om ook nog eens naar een supermarkt te zoeken en zware tassen te sjouwen, maar er ontbreekt verse groente. Ik ontkom er niet aan om de supermarkt te bezoeken. Ik pak de boodschappentas weer op en kiep de Kaapverdische Escudo’s uit m’n beurs om plaats te maken voor de vreemde EC-dollars, waarvan ik in het begin dacht dat het om ‘easy dollars’ ging. 1 EC$ is 33 eurocent. Ik vraag aan de bewaker van het marinapark waar de supermarkt is. Hij wijst me de weg en is ongeveer een kwartier lopen, dus dat valt mee.

Eenmaal op weg blijkt dat er geen voetpad langs de tweebaans ‘snelweg’ ligt en moet ik de berm in om mijn doel te bereiken. Met mijn lange witte benen onder m’n korte rokje en T-shirtje lijk ik voor een auto vol werklui een attractie te zijn en het volkje vermindert duidelijk vaart om die withuid eens te bekijken. Stoïcijns loop ik met mijn neus en kin omhoog door de hondendrollen en andere prut in de berm. Bah, ik heb geen zin in die hongerige ogen en pak m’n mobiel om een vriendin te bellen. Dit gebaar is blijkbaar niet aantrekkelijk en de auto speert er weer vandoor. Als de verse groente en fruit eenmaal zijn afgerekend loop ik terug naar de weg, steek mijn hand op naar een naderende bus en stap in. “To the marina please”, zeg ik tegen de chauffeur. Voor 60 euro-cent brengt hij me weer terug van weg geweest.

Later blijkt dat dagelijks de fruitboer in z’n gammele schuitje langszij komt. Dat is een gemak en bespaart gesjouw! De volle wasmand besteed ik uit aan een dame die met een soort van Golfkarretje over de steigers rijdt. Heerlijk om het een keer niet zelf aan boord in een emmertje te moeten soppen! Over twee uurtjes komt ze de was weer terugbrengen. Ik ben verbaasd hoe snel dat is! Later bij het opruimen van de was begrijp ik waarom: vlekken zijn niet verwijderd en fris ruiken doet het ook niet echt. Zonde van de zestien euro! De volgende poging gun ik ‘Sparkle’. Een vriendelijke man die met zijn bootje door de haven vaart en wasgoed verzamelt. Het is een goede beslissing: schoon met een lekker geurtje! Dat wordt eindelijk weer eens lekker slapen tussen frisse lakens!

 

Dagen verstrijken en inmiddels hebben we afscheid genomen van de Gwelan (zie slot film Atlantische oceaan deel 4), die op doortocht is naar St. Maarten. Dat is ook ons doel, maar we zullen deze afstand in een iets rustiger tempo varen.
De vermoeidheid van de overtocht, gespekt met het harde werken hier in Rodney’s Bay, Saint Lucia, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt, doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een streling. Het is ook niet niks om zonder ‘oefening’ vooraf, al meer dan een half jaar 24/7 in 12 kubieke meter boot op elkaars lip te zitten. En dat op onze leeftijd! Ieder met een duidelijk eigen karakter en rumoerig verleden. En toch is daar telkens weer die wens, dat gevoel van ‘door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit.

 

De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer een stukje verder zeilen en gaan ankeren. Het is de eerste plek waar ik na 30 jaar opnieuw kennis maak met de onderwaterwereld van het Caribisch gebied. Er zijn niet veel vissen en zeker niet groot of spectaculair van kleur, maar wat ik zie is prachtig genoeg om opnieuw mijn hart te verliezen. Wat is de natuur toch mooi! En wat zijn wij mensen, ik heb het al eerder gezegd, ten aanzien van de natuur veelal toch hebzuchtig en ja sommigen zelfs vernielzuchtig. Wat een ‘lost’ als je niet in staat bent om dit moois te herkennen en te respecteren. Maar genoeg gezegd/gepreekt: ik geniet, voel m’n lijf en ben eindelijk weer ontspannen en van plan om nog veel meer moois te ontdekken!
We lopen samen naar het dichtstbijzijnde stadje en zien in de berm van de weg een autootje staan met een kraampje. We gaan eens kijken wat daar te koop is en zien een ‘fris gewassen’ man verse vis schoonmaken. De schubben vliegen in het rond en dalen op zijn T-shirt neer. Aan het T-shirt te zien heeft de man hier gisteren en eergisteren ook vis staan schoonmaken. Hij spreekt in een onverstaanbaar taaltje met een lokale bewoonster. Ik zie haar wijzen naar een koelbox waarin een soort van slootwater zit. De man lijkt wat te mopperen, pakt de vis bij z’n staart en laat hem in de koelbox vallen. Met zijn handen wast de man de losse schubben van het vissenlijf en veegt daarna zijn handen aan zijn broek af. De vis wordt weer op de tafel gekwakt en met een grote klewang en een klos hout, hakt de man de vis in moten.
“Lekker!”, roept Hans. “Zullen we een paar moten kopen? Ik heb wel zin in een lekker stuk MahiMahi vanavond!” Alle vooroordelen van onhygiënische toestanden met het risico op een flinke darminfectie zet ik opzij. De vis is vers, dat is zeker. Of hij op hygiënische wijze wordt schoongemaakt is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Ik produceer een vreemd keelgeluidje en met opgetrokken wenkbrauwen hoor ik dat ik zomaar zeg “Dat is goed”.
De locale mevrouw lijkt de visboer nog eens te wijzen op de inhoud van de koelbox. De man is overtuigd dat er niks mis is met het spoelwater, maar kiept de box toch maar leeg en vult het met fris water uit een jerrycan. Ik kan de bodem van de box weer zien. We nemen vier moten en smullen ’s-avonds van de MahiMahi zonder een dag later last te hebben van vervelende darmproblemen.

 

Na een bruisende vrijdagavond tussen de plaatselijke bewoners, waar het ritme van zuid-Amerikaanse muziek de heupen van menigeen in beweging zet, zij hun etenswaren op straat verkopen en de zwerfhonden zich tegoed doen aan het vleesafval, vertrekken we de volgende ochtend naar Martinique.
Het overvolle Martinique vinden we maar matig aantrekkelijk. We doen er ‘ons ding’ en besluiten na de derde nacht het anker weer op te halen.

 

Op de ankerplaats bij Dominica lijkt er een competitie te bestaan tussen de bootjes-mannen. Mannen die met hun gammele vaartuigjes zo snel mogelijk naar je boot racen om je de beste ankerplaats aan te wijzen. Niet voor niets natuurlijk. 5 EC$ is eigelijk te weinig en de ontvanger staart dan ook teleurgesteld en verwonderd naar de inhoud van zijn handpalm. We vinden het genoeg, zeker omdat we zelf ook wel een geschikte plaats kunnen vinden en de sympathie bij de bootman ver te zoeken is. Deze kennismaking met Dominica zet zich voort wanneer we op straat lopen en opdringerige zwervers geen genoegen nemen met een enkele ‘No-thank-you’, het zinnetje dat we inzetten wanneer er om geld wordt gebedeld. Dominica is te mooi om ons lang te irriteren aan dit gedrag en vinden een taxi-driver die ons naar het tropisch regenwoud brengt. Een rit van ruim drie kwartier met hoe hoger we komen, hoe smaller de weg en nog steeds kans op tegenliggers!
De modderige steile paden van het ‘hiking-pad’ zijn ingelegd met oude boomstammen en geven enigszins houvast. Het uitzicht hier boven op de top van de berg is werkelijk adembenemend! Niets anders dan diverse gebergtes die bedekt zijn met groene wouden. Als ik een vogel zou zijn, dan zou ik hier willen wonen. Zwevend en turend over de toppen van het groen mijn weg vinden. Of nee, niet mijn weg vinden, maar waar ik de wind mijn richting laat bepalen. Misschien wel eindeloos lang met mijn vleugels gespreid over die zuurstofhuisjes met groene daken. Ongestoord door mensen of gedachten aan onopgeloste vraagstukken. Vrij, zo vrij als een vogel kan zijn.

 

Nieuwsgierig vragen we ons af welke inheemse diersoort we als eerste zullen tegenkomen. Maar na een tocht van anderhalf uur klimmen en dalen, zien we nog steeds niets! Zelfs geen mug! Maar wat schetst onze verbazing? We komen soortgenoten tegen! Twee Amerikanen die genietend van het uitzicht hun overlevingspakketje aan het verorberen zijn. We maken een praatje en schieten foto’s van elkaar. Altijd leuk om Amerikanen te ontmoeten. Het voelt als een soort van ‘bekende buren’.

 

Er is nog een stukje Dominica dat we niet willen overslaan: The Indian River. Ook hier ontstaat geharrewar over geld en even komt de nare smaak van ‘opdringerigheid’ en ‘profiteren’ in onze monden terug. Na wat afspraken over de betaling ploffen we in de schuit die ons naar de rivier zal brengen. De bestuurder vertelt de geschiedenis van de rivier en welke diersoorten er leven. We zien inderdaad twee krabben en een blauw-paarse vogel. Niet echt spectaculair. Wat wel indrukwekkend is, is de spiegeling in het water van de Mangrove bomen met hun grillig gevormde wortels. De gids wijst ons nog een klein houten hutje aan. Een overblijfsel uit de opnames van een van de films ‘Pirates of the Caribien’ met Johny Depp. Zou het echt zo zijn? We weten het niet en halen eenmaal aan boord het anker weer op om te koersen naar Les Saints.

Les Saints is volgens de Pilot een paradijs op aarde met nog veel historie. Dat spreekt ons aan en een halve dag en 15 mijl verder komen we aan in een plaatsje dat qua toeristenmassa veel weg heeft van Volendam. Ook al hebben we de nieuwste Pilot: hij moet toch eens herschreven worden! We aarzelen dan ook geen moment en vertrekken de volgende dag alweer.

In Guadeloupe zeilen we door naar naar een armzalige vissersplaatsje met een goede ankerplaats, maar ook hier kunnen we niet vinden wat we hoopten aan te treffen, namelijk gemoedelijkheid en vriendelijkheid. Zelfs de restaurant eigenaar is snauwerig en totaal niet bereid om ook maar één woord Engels te begrijpen. Onze Franstalige knobbel wordt gestart en in samenwerking met handen en voeten bestellen we een malse steak du Bifteck. Verkeerde keuze, gezien de structuur van het vlees dat verdacht veel op een oude stier lijkt. Wegwezen dus.

En dan is het eindelijk zo ver!! Het geratel begint zacht. Ttrrrrr….ttrrrr…. en dan opeens een heel lange ttrrrrr!!! Het houdt niet op. Hans vliegt op van de bank en is in no-time in de kuip! “Dat is een vis!!” roept hij opgetogen. Zijn ogen glinsteren! Al die maanden is de hengel regelmatig uitgegooid, maar zat er behalve wat wier, geen vis aan de gemene haak. Nu wel! En een forse zo te horen. Het geratel wordt door Hans geblokkeerd en zachtjes trekt hij aan de lijn. Het is een feit. We hebben vangst! In de verte springt de vis boven de golven uit en probeert zich los te rukken van de haak. Die gemene grote haak met weerhaken op de punten, zodat er geen ontkomen meer aan is. Arme, arme vis!! Z’n lijf kromt zich in allerlei bochten om aan de haak te ontsnappen. Schuimende koppen zeewater liggen als een kroon om het enorme glanzende beest dat woest aan de lijn trekt. Langzaam haalt Hans de lijn binnen, wacht even en trekt weer verder aan de lijn. De vis wordt moe en op het moment dat de vis een moment uitrust van zijn gevecht, trekt Hans weer aan de lijn.

“Het is een MahiMahi!”, roept Hans. Een schitterende blauw-groen gekeurde huid spat boven het water uit en zakt weer onder. Dan is de vis vlak bij de boot en moeten we hem aan dek zien te krijgen. Een hele klus, want de vis geeft nog steeds niet op en biedt weerstand. Ik neem de hengel van Hans over, zodat hij zijn handen vrij heeft om… ja schrik niet… om een grote haak te pakken. Een haak die speciaal bedoelt is om een vis aan de haak te slaan en aan boord te trekken. Ik durf niet te kijken en roep weer “AHHH!! Zielig!!!”. Ik bid voor de vis en dank hem voor zijn leven dat hij geeft om ons te voeden. Dan is de vis is aan boord. Hans haalt de haak uit zijn lijf en direct zie je de prachtige groene en blauwe metallic huid veranderen in dof-grijs. De vis is dood. Om later het visverhaal kracht bij te zetten pakken we de meetlat en meten 140cm MahiMahi!! Een joekel!! De bak waar anders de landvasten liggen is nu het tijdelijk mortuarium.

 

Antiqua is in zicht en we redden het nog net om voor zonsondergang te ankeren. Hans wil de keuken gebruiken om de vis te fileren, maar de herinnering aan de visboer in de berm zorgt er voor dat ik tegen dit idee in opstand kom. Ik wil in de keuken geen rondvliegende visschubben, bloed en ander visafval. Ik griezel van het idee. Hans geeft zich gewonnen en verplaatst de slacht naar het achterdek. Behendig fileert hij de vis en kiept het afval in een emmer. De vriezer is 14 ruime porties MahiMahi rijker. Het visafval gaat overboord en al snel komen daar kleine monsters op af. Baracuda’s en kleine haaien. Nou ja klein… anderhalve meter toch zeker wel. Mijn dagelijkse duik in de zee sla ik vandaag maar een keer over.

 

Ondertussen zijn we aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. En ook al weet ik dat het door mannen vaak als ‘gezeur’ wordt beschouwd en ze zich er liever niet, of botweg ‘niet’ aan overgeven, ik kan het als rasechte verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg (nurse practitioner mental healt care) niet nalaten om toch regelmatig een diepgaand gesprek te starten. Het is de nooit aflatende belangstelling naar het innerlijk leven, gedachtengang, gevoelens, beweegredenen van mijn medemens, die me telkens op dit spoor zetten. Het is nu eenmaal zoals ik ben. Hans lijkt dit steeds beter te accepteren en ik accepteer meer dat ik hem niet dagelijks aan mijn ‘hebberigheid’ op dit gebied moet blootstellen en stel mijn behoeftes bij.Ook de To-Do-List lijkt aardig geslonken te zijn en behalve het vervangen van de windmeter, komen geen nieuwe klusjes bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik mag weer de mast in en gewapend met camera, kniptang enzovoorts, hijst Hans mij omhoog. Geen probleem en in een dag is de klus geklaard! Toch fijn om te weten of het nu 6bf is of 4bf 😉

 

 

 

 

 

 

We verkennen kort het eilandje Antiqua waar het uitzicht over de oceaan werkelijk schitterend is! Prachtige turquoise gekleurd water. Het ligt er als een juweel onder halogeenlampen te schitteren. Het is de geboorte van mijn wens om mezelf ooit zo’n kleur oorbellen cadeau te doen, als mooie herinnering aan de Atlantische oceaan. Misschien blijven we hier te kort, maar we moeten eind februari op st. Maarten zijn en willen Barbuda ook nog verkennen. Alweer halen we het anker op.

 

De hernieuwde kennismaking met de onderwaterwereld wordt tussen de riffen van Barbuda voortgezet. Vissen van werkelijk de prachtigste kleuren schieten schichtig hun holletjes in als de twee grote monsters met zwemvliezen en snorkelsetje op ze af zien komen. Nog net kan Hans een pijlstaartrog (Stingray) met een staart van twee meter lang filmen en ik weet de kleinere visjes te ‘pakken’. De schildpadden blijken toch niet zo traag als we denken en zwemmen te snel verder om ze ook op de film te krijgen. Het is alweer een hele belevenis!

 

https://www.youtube.com/watch?v=Kv6r7FPqpXw

 

Om iets meer van Barbuda te zien besluiten we met de dinghy naar de wal te gaan. Een stil armoedig dorpje ligt achter een brede lagoon en we slepen de dinghy over het smalle stukje strand om de lagoon te kunnen oversteken. Erg ondernemend is de bevolking niet en na urenlang zoeken naar een busje of taxi om ons naar een bijzondere cove te rijden, geven we het op. Een bezoek aan een vogeleiland blijft over. Het is paringstijd voor de Fregatvogels en de mannetjes zetten hun keel op. Een enorm grote rode zak bolt onder hun snavel op tot een soort van luchtballon en trachten hiermee de vrouwtjes te imponeren. Stiekem grinnik ik om mijn gedachten waarom het bij de mens ook niet zo geregeld is. Je zou direct herkennen wat er zich in die mannelijke grijze massa afspeelt.

 

 

We gaan terug naar de dinghy. Het is altijd belangrijk om voor zes uur je boot bereikt te hebben. Een uur later is het donker en ben je daardoor lichtelijk visueel gehandicapt. We slepen de dinghy weer terug naar de oever van de oceaan. Het water lijkt onstuimiger. Grote brekers komen op het strand af rollen. Het is goed te zien dat het strand niet glooiend de zee in loopt, maar al vrij snel stijl naar beneden gaat. dat is lastig om de dinghy het water in de krijgen. We tellen de brekers. Na twee grote brekers zou het moeten lukken om het water in te gaan. De golven lijken nijdig en niet bereid tot medewerken. Ze produceren een donderend lawaai. Hans telt en bij “JA! NU!” spring ik in de dinghy. Nog net hoor ik “HO!!” Ik zie een golf boven de dinghy en mijn hoofd uit toornen, het bruisend lawaai vult mijn oren en als een willoos vod word ik met dinghy en al opgelift, door de dinghy gesmeten en met een klap kom ik met mijn gezicht tegen de motor aan. Ik hoor water-gebubbel en weet nog net te beseffen dat je ook op deze manier kunt sterven. Een volgende golf duwt me met dinghy en al richting de wal en plots kan ik weer met met hoofd boven water uitkomen. Ik voel aan m’n gebit en constateer dat ik al mijn tanden nog heb. Dat is een geluk! Ik hoor Hans roepen “Laat die dinghy! Laat die dinghy! Kom hier!!” Ik draai om en zie de ravage: de dinghy ligt met motor en al op z’n kop in de woeste zee en lijkt terug de golven in te gaan. Er drijft een tas en een eenzame schoen in het water en op de wal staat Hans. Ik kan de dinghy niet laten gaan, maar dat is een te groot gevecht voor mij alleen. Dan komt er weer een golf en pakt de dinghy op en kwakt hem richting strand. Hans pakt de dinghy en stelt me gerust dat de tas met iPhone, fotocamera, paspoorten, portemonnee door hem is gered. Wat een geluk! En dan proef ik bloed. De klap heeft een nare schaafwond op m’n bovenlip achtergelaten. er hangt een velletje te bungelen. Ik zal het er later wel afknippen. Dat stukje Elise is nu toch al verloren. We rapen de hele handel bij elkaar en proberen zonder succes de motor te starten. dat wordt roeien. De volgende poging om het water in de komen is meer succesvol. Bang om nat te worden heeft geen zin meer en vurig hoop ik dat de diepvrieszak waar ik mijn mobiel en camera in heb gestopt, werkelijk een waterdichte afsluiting is geweest. We roeien een paar meter en dan breekt er tot overmaat van ramp een roeispaan af. Dat wordt tegen de stroom in en nog trager dan traag bij Isabella zien te komen. We blijken een perfect teamtje te zijn met z’n tweetjes en na een half uur kan ik me eindelijk vastklampen aan het trapje van Isabella.

 

Snel ruimen we de dinghy op en check ik de inhoud van mijn rugtas. De iPhone en camera zijn droog gebleven! Hoera!! Ongelofelijk goed nieuws en nooit verwacht! Dan is er tijd voor mezelf en stap ik met heerlijke amandeldouchecrème en shampoo onder de douche, knip het velletje van m’n bovenlip en zet een pot thee.

De volgende dag haalt Hans het motortje uit elkaar en maakt het schoon: overal zit zand! Na een klein uurtje werken doet ie het weer!

“We hebben geluk gehad”, zegt Hans betekenisvol. Dat hebben we zeker. Na een uur ruimen we de kuip op, starten de motor van Isabella en zetten koers naar St. Barths. Het is voor de verandering weer eens een nachtje doorvaren, maar we willen hier weg.

StSt. Barths wordt ook wel het Saint Tropez van de Caribean genoemd en daar is direct alles mee gezegd. Dikke patserige motorjachten, mooie stijlvolle motorjachten, winkels van Cartier, Prada, Rolex enzovoorts. Het blijft dus vooral window shopping, maar op die windows heb ik wel wat DNA van mijn neus achter gelaten! Ik sta figuurlijk met mijn gezicht tegen het glas geplakt en kijk mijn ogen uit naar al dat moois, zie ook foei lelijke dingen, maar ach… heeft niet alles gewoon met persoonlijke smaak te maken? En dan zien we een klein winkeltje met daarachter Italiaans ijs! Daar gaan we natuurlijk wel naar binnen! En dan? Op naar St. Maarten. Daar zullen we na bijna twee jaar René & Brigit uit Boxtel weer zien. Zij zijn in 2015 met SY Blue Spirit vertrokken en genieten sindsdien al meer dan een jaar van het Caribisch gebied. Wat heerlijk om oude vrienden tegemoet te varen! Zin in! De Brabantse en Boxtelse vlaggen worden alvast gehesen!

 

 

Atlantische Oceaan, het hele verhaal

 

 

 

 

1 januari 2017
Oversteek atlantische oceaan van Kaap Verdie naar St Lucia: 2112 nm in 18 dagen en 6 uur
“We vertrekken over een kwartiertje!”, roep ik naar de Gwelan. “Wij ook!! ‘Bon Voyage!!”, roept kapitein Pouwel terug en steekt zijn hand op. “Ja-Ja!! Jullie ook!!” Ik klim aan boord waar Hans de motor al heeft gestart.
“Ben je er klaar voor?”, vraagt Hans opgetogen. “Ja hoor”, zeg ik grinnikend. “Even huggen dan!”, zegt hij en staat met open armen naar mij gericht en daar kruip in graag in!
“Daar gaan we dan schat! Hierop hebben we ons al die jaren voorbereid! Gaan we het redden?”, vraagt hij met een groot vraagteken in zijn stem. “Tuurlijk!”, zeg ik en voel nu pas de spanning voor het moment dat de trossen echt los gaan. “Volgens mij maakt het jou allemaal niet veel uit hé? Jij bent zo’n koele kikker!” Ik lach maar wat. Vanaf het eerste moment dat duidelijk werd dat deze dag er aan zou komen, heb ik me afgevraagd of het wel verstandig is om te gaan; afgevraagd of ik niet onverantwoord bezig was: wat als we ons in een ongeluk storten en onze kinderen alleen achter laten? Wat doen we ze aan om ze zolang in onwetendheid te laten hoe het met ons gaat daar op die grote waterplas; hoe moet het verder nu ik geen baan meer heb? Hoe lukt het samen, nu we elkaar nog maar zo kort kennen en pas sinds ons vertrek uit Nederland bij elkaar wonen?
Samenwonen onder deze omstandigheden hier op Isabella, geeft al genoeg opwinding. Moet er dan ook nog eens de opwinding van de Atlantische oversteek bij? Zoals ik bij het afscheid nemen van mijn prachtige baan al zei: het is niet alleen de wereld ontdekken, maar zeker ook ‘mijn onbekende ik’. Iets in mij zegt dat ik dit moet doen, maar vraag me niet wat dat ‘iets’ dan is. Ik weet het zelf ook niet. Eenmaal de trossen los is daar het volle besef: we gaan door!! We zijn los van de wal. We gaan de Atlantische oceaan oversteken! Opeens ben ik me totaal bewust van mijn lijf, dat ik hier nu op Isabella sta en het schip los is van de veilige haven. Een nieuwsgierige opwinding maakt zich van mij meester. Dat ik dit mag meemaken! Het voelt alsof ik een barre tocht voor de boeg heb. Een tocht naar een vreselijke oord waar het guur en koud is, een soort van Zuidpool gebied met harde wind en sneeuw. We moeten er heen om het leven van duizenden mensen te redden. Als we dit niet doen, is alles verloren. En door deze emoties heen, is er de overtuiging dat we het gaan redden!! Zo’n soort gevoel is het. Vanaf dat moment sta ik aan de andere kant van de lijn. Besef ik dat ik een van de weinige ben die met een zeilschip de Atlantische oceaan oversteekt en het voelt aan als ‘uniek’.
We hebben nog internet verbinding en we versturen de voorlopig laatste appjes naar onze kinderen. Straks hebben we drie weken geen internet! Dat wordt afkicken! 🙂 De eerste avond valt en begint het wachtlopen. Drie uur op – en drie uur af. Dat is heavy!

Na een redelijk rustige eerste nacht roepen we de volgende ochtend per marifoon de Gwelan op en wisselen we wat feitjes uit over de wind en de zeilvoering. Hoewel we beide dezelfde bestemming hebben, koersen zij toch net even anders dan wij. Dat maakt ons nieuwsgierig; want welke overweging en conclusie gaat vooraf aan het veranderen van de zeilvoering? Heeft deze nieuwsgierigheid te maken met onze beperkte ervaring rondom het trimmen van de zeilen? Dat blijkt wanneer we van de Gwelan de tip krijgen om met deze noord-oosten wind waarbij de koers naar het westen ligt, het grootzeil naar bakboord te plaatsen en de genua uit te bomen naar stuurboord. Opeens zeilen we ruim een knoop meer!! Dit is leuk! We spreken een tijd af om elkaar de volgende ochtend weer te contacten en niet verder dan 5 mijl van elkaar verwijderd te blijven. Deze dag hebben we 145NM afgelegd! Wow!

 

De plotter (AIS) toont aan dat er in de verste verte geen andere schepen te bekennen zijn. De zon laat zich ook al niet zien. Dikke bewolking vaart met ons mee en dat is jammer, want dan blijft de productie van de zonnepanelen te laag.
We proberen het weerbericht van Zygrib op te halen, maar het bestand krijgen we niet goed open. Dat is balen met zo’n lange tocht voor de boeg! We raadplegen Gwelan en volgens hen voorspelt Zygrip een windstilte gebied. We besluiten meer naar het zuiden te koersen om de weinige wind die er is nog op te vangen en ruimen de uitgeboomde genua op. De boom heeft bij deze koers geen functie meer. We starten de motor en rollen de genua in. Hans gaat naar het voorschip, wat een hele toer is met de enorme swell die er staat. Ondertussen blijven mijn ogen op hem gericht en op de metertjes van de motor. Ik kijk met verbazing naar de temperatuurmeter… Dit kan niet waar zijn! Zeg dat het niet waar is!! En toch is het zo!
“Schat!! De temperatuur van de motor loopt op!! Hij is oververhit! Kom eens snel kijken!”
Hans snelt zo vlug hij kan van de punt naar de kuip en ziet het ook. “Zet de motor uit!” roept hij. Dat had ik natuurlijk direct moeten doen, nou ja.. het scheelt een paar seconden maar toch.. Hans tilt het motorluik op en er stijgen warme dieseldampen omhoog. Hij checkt het waterreservoir en er lijkt niets verbruikt te zijn. “Start de motor nog eens!”. Ik start de motor en hoor geen water uit de uitlaat komen. Nee hè!! Niet weer motorpech op zee!! Tja… waar anders ook eigenlijk… Het onheilspellende geluid van een droge motor belooft niet veel goeds. Hans checkt alles wat hij maar bedenken kan, maar vindt de oorzaak niet. De swell zorgt voor teveel onbalans om door te gaan met zoeken waar het probleem ligt. Morgen dan maar… Dit is echt goed waardeloos, want de bewolking houdt aan en de accu’s staan op 12.1 en 12.2! Kennen we dit scenario al niet van de Golf van Biskaje? Vreselijk! Wat doen we eigenlijk hier op die oceaan!! Is er niks leukers? En wie adviseerde ons ook alweer om een generator aan te schaffen of een Silent Wind? Waarom hebben we dat toen niet gedaan??
De verlichting in het binnenschip en de koelkast gaan uit. Nu energie sparen, want de plotter (AIS) en de marifoon moeten het vooral snachts wel blijven doen!
Wanneer de volgende dag blijkt dat de wind en de swell nog steeds niet bereid zijn om te minderen, wordt de reparatie voor de tweede keer met een dag uitgesteld. We roepen de Gwelan op en vertellen van ons probleem. Het kan niet zo zijn dat zij vaart moeten minderen, omdat wij een probleem hebben. De Gwelan denkt mee over wat de oorzaak zou kunnen zijn, maar verder dan waar Hans gekomen was lukt niet. Wierpot, impeller en alles wat maar na te kijken valt is in orde. Ondertussen daalt het energieniveau van de accu’s en wil de bewolking maar niet verdwijnen. Hans besluit om de inlaat van het koelwater te inspecteren. Mogelijk dat daar een plastic zak of iets dergelijks is ingezogen. Een riskante klus, want hiervoor moet hij de oceaan in. Ik bied aan om deze taak op me te nemen, maar daar wil hij niets van horen. Hij heeft mijn kinderen beloofd mij heelhuids thuis te brengen en dat zal hij doen, zegt hij. Bovendien heeft hij deze klus met zijn vorige schepen vaker geklaard en het water is kalm dus zal het nu ook wel gaan. Hij trekt het duikervest aan en we bevestigen er een lifeline aan die ik stevig vast houd: stel je voor dat hij afdrijft! Zonder motor is een reddingsactie bij voorbaat gedoemd te mislukken. Dan daalt hij het trapje af. Gespannen kijk ik hem na en na een paar minuten is hij terug: niets gezien wat op een verstopping duidt. Dat wordt verder zoeken…

Na vijf dagen zijn we de Gwelan uit ons digitale zicht verloren en ook via de marifoon lukt het niet om contact met ze te krijgen. We zetten de satelliettelefoon in om ze te mailen en er achter te komen waar ze zijn.
De accu’s laden nog steeds slecht door de weinige zonnestralen die ons bereiken. Alle elektriciteit vretende apparatuur staat nog steeds uit. Dus ook de koelkast en ja, zelfs de waterpomp gaat uit. Dat wordt met de voet op een pedaaltje trappen om een slokje water uit de kraan te krijgen! Ik ben bezorgd om de bederfelijke etenswaren, maar goed… we hebben genoeg blikvoer, dus we overleven het wel. ‘Nog 15 dagen te gaan…’, denk ik dan maar… In ieder geval hebben we gas en tover ik uit de oven een heerlijke appeltaart. Dit krikt het moraal weer een beetje op. De avonden vallen vroeg en van half zeven avonds tot morgens acht uur leven we met zaklampjes.
Het vermoeden blijft bestaan dat de aanvoerslang van het zeewater verstopt zit. Een duidelijke oorzaak voor het verstopte koelwatersysteem is nog steeds niet gevonden. Dan maar een duidelijke oplossing zoeken!
De dag breekt aan dat de oceaan rustig is en merk ik op dat ik geen anti-zeeziekte-pleister meer draag. Ik ben ‘ingeslingerd’!!! Dat is mooi! Hans duikt het motorruim in om de oplossing die hij vannacht voor het probleem heeft gevonden, uit te voeren. Het is werkelijk een subliem idee! Hij besluit om de afvoerslang van het kuipwater los te koppelen en deze te gebruiken als nieuwe aanvoerslang voor het externe koelsysteem. Afsluiters worden gedicht en de betreffende slangen worden losgekoppeld en met een stop afgesloten. Om de afvoerslang van het kuipwater passend te maken, plaatst Hans een rubber lapje tussen de wierpot en de slang. Het lijkt wel een by-pass operatie waarbij ik de OK-assistente ben. “Tangetje!” – ‘tangetje’- herhaal ik en geef hem de juiste tang aan. “Sleutel 14!!” – ‘sleutel 14’, zeg ik. En zo gaat het door tot de operatie bijna klaar is. Eerst eens kijken of de by-pass functioneert en het ook ‘houdt’!
“Motor starten!” Ik kruip de kuip in en start de motor. We zien dat er grote luchtbellen door de slang naar de motor pruttelen en wachten even of die luchtbellen kleiner worden. Helaas is dat niet het geval en langzaam stopt de motor weer met het opzuigen van het externe koelwater. “Verdikkie!!”, zegt Hans. “Die pijp is natuurlijk wel wat breder dat de originele, kan het niet zo zijn dat ie daardoor minder goed zuigt?”, vraag ik. “Hmm, dat zou best eens kunnen. Geef eens een kannetje water”. Hans kruipt het motorruim weer in en ik geef hem een paar kannen zeewater. De slang en de wierpot zijn nu vol. Snel sluit Hans de deksel van de wierpot en ik start opnieuw de motor. “Hij doet het!!”, roepen we allebei. Jee wat een opluchting en wat een slim idee!! We hebben weer energie!! De watermaker gaat aan en alles waar maar een batterij in zit wordt opgeladen! Pppffff!!! Dat was weer even zweten hier midden op de oceaan!! Nadat alle accu’s zijn opgeladen, zetten we de motor uit en genieten van de stilte!

De dagen sluipen voorbij en even zo snel raken we gewend aan het ritme van de golven. Het went dus nooit. Zeker dat vreselijke geschommel wanneer we ‘melkmeisje’ voeren bij een achterlijke wind. Isabella kraakt en zucht en klinkt alsof er een kudde adipeuze ratten over het dek van bakboord naar stuurboord racen. Zeilen worden getrimd en weer eens veranderd van bakboord naar stuurboord, om daarna opnieuw te worden getrimd enzovoorts. De wind is zo onstabiel als een strohalmpje in een storm. We worden er moe en sacherijnig van. Vooral Hans heeft ‘het’ gedaan natuurlijk en volgens Hans heb ik ‘het’ gedaan uiteraard. Wat we dan verkeerd hebben gedaan is aan het eind van de dag al lang niet meer duidelijk, maar het nare gevoel blijft wel hangen. Tegen zonsondergang schuiven we in de kuip weer dicht naar elkaar toe om van de prachtige wolken te genieten en vergeten de hinderlijke voorvallen. De enorm mooie pasteltinten die elke seconde van positie en veranderen, blijft ons boeien en verwonderen. Het is een schouwspel om nooit meer te vergeten en ja, enigszins verlegen zeggen we zelfs tegen elkaar dat het zo prachtig is, dat we dit zelfs zullen gaan missen! We zijn door elkaar verrast dat we hier hetzelfde over denken. Toch gelukkig weer een overeenkomst gevonden aan het einde van deze dag 😉

 

Inmiddels zijn we meer dan een week op de oceaan en het water is zo kalm en vlak! Het is heerlijk om weer energie te hebben en niet snachts met zaklampjes je thee in te hoeven schenken! Het zit weer allemaal mee en hebben zelfs een familie dolfijnen gezien en een kleine walvis, een griend. Als het mee zit, zijn we nu op de helft. Als er nog een windstilte valt, zijn we nog lang niet op de helft van de tijd dat de overtocht duurt.
De dagen worden eentonig en we vragen ons af wat zeilers bezielt om deze tocht voor een tweede keer te maken. Er is niets, maar dan ook niets te zien aan zeiltjes of logge strepen aan de horizon die het begin zijn van wat later zal blijken, olietankers of vrachtschepen. Maar dan toch op een late avond zien we op de plotter / AIS het vrachtschip Ocean Libre en om contact te maken met een medemens roept Hans het schip op en vraagt naar de weather forecast. Met een Indisch accent beantwoordt de schepeling ’Everything is good!!’ We kijken elkaar aan. Dat is een vreemd antwoord! En opnieuw stelt Hans de vraag hoe het weer voor de komende 24 uur er uit ziet. “Yezzz… everything is goooddd”, antwoordt de schepeling weer. “Where you from?”, vraagt hij dan. Enthousiast vertellen we dat we Nederlanders zijn, trots als we zijn dat we helemaal daarvandaan nu hier op deze grote plas dobberen. Kennelijk vindt de schepeling dit ook en vraagt wat wij hier op deze plas dan doen. We kijken elkaar aan en lezen onze blikken en weten dat we hetzelfde denken. Vanwege zijn trage manier van spreken en zijn opdringerige vragen vinden we het een verdacht persoon daar aan de andere kant van de lijn. “We zetten de AIS uit! En doe jij het toplicht uit!”, zegt Hans. Nadat we ons ‘onzichtbaar’ hebben gemaakt komt de stem weer via de marifoon de donkere kajuit van Isabella binnen: “Izzabellllaaa!!!! Arrree you there??”, vraagt de stem. “I want tot talk with yououou!!” We zwijgen en zijn gespannen. De piratenverhalen dringen zich aan ons op. Het blijft stil en voorzichtig kijken we naar buiten en zien we langzaam aan de lichten van de tanker dat hij zich van ons verwijderd. “Waarschijnlijk was het gewoon een matroos die de wacht heeft en een praatje wil maken”, zeg ik, denkend aan mijn werkzame tijd en ik snachts wacht had. “Ik heb niet het idee dat een tanker een zeilbootje zal kapen. We lachen om onze spookgedachten. Kennelijk slaat de kolder toe, zo na al die dagen alleen op de oceaan! We zetten de plotter weer aan en de eerste van ons twee gaat slapen.

 

Er is bijna geen wind en geen zon! Het is weer droevig gesteld zo zonder energie en zetten de motor aan om de accu’s op te laden. Dan zien we alweer een ongewoon beeld. Het is heerlijk om afleiding te hebben door iets ongewoons op het water te zien. Is het een drijvende schedel? We komen dichterbij en zien dat het een verloren ankerbal van een visser is. We hengelen het ding op, blij dat we toch iets aan de haak hebben geslagen, want aan de vishengel wil maar niets bijten.
Elke dag wordt het warmer en het water blauwer. De golven blijken te bestaan uit golfjes, die op zich weer zo rimpelig zijn als de huid van een vrouw van plus tachtig jaar oud. Het is prachtig om elk golfje te volgen en te zien dat het verdwijnt in de grote massa. Net mensen in een grote stad. Mijn gedachten nemen een vlucht…
Er zijn zeilers die tijdens deze oversteek in paniek raken: de grote watervlakte maakt ze angstig. Ze krijgen een omgekeerde claustrofobie, namelijk agorafobie. De enorm grote oppervlakte maakt ze angstig. Sommige raken psychotisch, stappen over boord en willen terug naar huis. Anderen, met enorme zeeziekte willen maar één ding en dat is zo snel mogelijk voet aan wal zetten, dan is die ziekte voorbij. Vreselijke aandoeningen die een groot beroep doen op de medezeilers. Met mij is er iets anders aan de hand. Ik ben het beu om elke dag en nacht te moeten nadenken over het trimmen van de zeilen, afwassen, onderbroeken wassen en koken. Het trimmen laat ik aan Hans over en voer opdrachten uit. Die opdrachten voer ik niet altijd goed uit en word dan kribbig. Ik denk aan mijn hersenen die nu niet meer geoefend blijven met vragen over medicatie, welk receptje er moet worden uitgeschreven, welke therapie en hoe zal ik mijn collega coachen in het omgaan met dat onbegrepen gedrag van die bewoner? Ik mis het. Ik voel me nutteloos en waardeloos. Afgeschreven. De kwaliteit van mijn brein holt achteruit. Ik voel me als een labiele kraamvrouw op haar derde dag na de bevalling. Om het minste of geringste raak ik in een dip met een traan. Hans is ook niet echt gezellig meer en we zitten elkaar behoorlijk in de weg. “Ik vind dit zó geestdodend”, zeg ik; “Niets ben ik meer. Ik ben alleen nog maar goed om koffie te zetten, af te wassen en brood bakken lukt ook al niet. Ik doe niets meer met mijn hersenen! Dat vind ik zo erg!!”, klaag ik. “Ik wil mijn oude baan terug. Daar betekende ik wat, daar was ik blij en vrij, daar kon ik lachen. Wat valt er hier te lachen? Er is alleen maar water!! Niet eens een grote familie dolfijnen!!” klaag ik maar door. Hans herkent de gevoelens van de periode na de verkoop van zijn zaak en de tijd erna leeg was. Hij troost en zegt dat ik me dan nog meer op mijn website moet storten, want dat vind ik wel leuk. Ja, dat vind ik inderdaad erg leuk en geeft voor dit moment wel wat afleiding en troost. Toch blijft het knagen… Om er maar wat pittigs tegenover te stellen maak ik een heerlijke nasi met satésaus. Dat smaakt gelukkig!

 

 

Op het midden van de Atlantische oceaan worden we verrast door een prachtige witte vogel met een pijlstaart. Wat doet die hier zo ver weg uit de kust? Ze vliegt om de mast en lijkt ons te observeren. De vogel lijkt wel van plastic! “Het is een drone!”, zeg ik tegen Hans om toch nog wat spanning in het geheel te brengen. Hij gelooft me niet en gelijk heeft ie. De vogel bekijkt Isabella van alle kanten en opeens is ze verdwenen om even later met een maatje terug te komen. Ze vliegen snel en scheren langs de verstagingen om daarna pijlsnel een andere kant op te vliegen. Het is een mooie afleiding om die twee te zien en nog mooier wordt het wanneer er nog twee anderen bijkomen. Vier van deze wonderlijke exemplaren! Ik moet toch eens opzoeken hoe deze vogelsoort heet!

We lopen alleen nog maar in ons ondergoed, want meer kleding is gewoonweg te warm. We grappen dat het maar goed is dat er geen opstapper aan boord is voor deze overtocht. Je kunt dan toch niet zo makkelijk in de blootje lopen. De gesprekken blijven gaan over zeilvoering en zeilvoering en over ‘jij en ik’. Ik ben een wroeter en wil weten hoe onze relatie in elkaar zit, welke toekomst we hebben en hoe die er nu uit ziet, omdat het soms zo veranderd. Het is een dom onderwerp zo midden op de oceaan en Hans zegt dit ook. Ik heb geen afleiding en mijn rem is kwijt. Ik ga door met vragen stellen die me al langer bezig houden. Verhalen over vroeger komen los, van hem en mij. Toekomstbeelden worden gebouwd en weer afgebroken, omdat de ander er zich niet in kan vinden. Ik word er ziek van en duik maar weer de keuken in. Dat is voor nu mijn domein. Het voelt niet echt alsof ik een topbaan heb, en dwing mezelf naar de mooie kant van dit bestaan te kijken. Dat lukt alweer wanneer we samen voor de hoeveelste keer naar de zonsondergang kijken. Deze keer met een enorm groot kleed van gekleurde schaapjeswolken. Wat een droom!! Wat is dit geweldig mooi!!

Alle oude NRC’s die er nog lagen zijn uitgelezen en over boord gekiept. We storten ons nu op de e-reader en halen met de iridium satelliettelefoon de emails op. De weerberichten die we van Leo krijgen zijn super!! Goede wind is voorspeld en het lijkt er op dat we nog maar een paar dagen hebben te gaan.

Al dertien dagen op de oceaan en nog steeds kan ik verse groente op tafel zetten. Nou ja, op tafel… het zijn weer de bekende hondenbakken waar we uit eten, maar dat mag de pret niet drukken. Vandaag eten we rode bieten salade met gebakken aardappelen en het smaakt heerlijk!! De wind trekt weer aan en we zeilen een mooie koers naar St. Lucia: recht op ons doel af! De motor staat al een poos in stilstand. Wat een rust!
Hans krijgt last van de schouder die hij in een grijs verleden eens heeft gebroken. Het is erg pijnlijk en hij kan er aan dek niets meer mee doen. Schoten binnenhalen lukt amper en met de lierhendel werken is ook teveel gevraagd. Zijn arm gaat in een mitella en ik neem de zware taken van hem over wat me zwaar valt. Midden in de nacht worden we plotseling overvallen door een squall en kruip ik van mijn slaapplekje op de bank in mn ondergoedje naar de kuip om Hans te helpen. Het is aarde donker, maar we zien nog net dat witte schuimende golven zich tegen de boeg aan willen plakken. Het lijkt of we op de filmset van ‘All Is Lost’ drijven. De wind giert om de mast en de verstagingen en het schip hangt schuin, botst tegen de harde golven in. We zien 7.9 knopen op de plotter en Isabella blijft wonderwel ongedeerd overeind liggen! Zelfs geen golf die kans ziet om de kuip in te duiken. Wat een geweldig schip hebben we! Geen enkel moment voel ik me onveilig en zeker niet omdat Hans precies weet wat we moeten doen.

 

 

De warmte neemt toe en zelfs snachts is het vaak ondragelijk warm! Mogelijk dat dit een goede invloed heeft op de schouder van Hans, want het gaat wat beter. Hij rust goed, hoewel dat tegen zijn natuur in druist. Hij leest als een waanzinnige zoveel en ik maak de vlag van St. Lucia, zorg voor het eten en poets af en toe de wc. De swell blijft en verandert van korte golven naar lange uitgestrekte brede banen. Het is een wellust voor het oog hoe verschillend de golven en de wolken hier op de oceaan zijn!! We krijgen er geen genoeg van en herhalen elke dag weer hoe bijzonder en mooi dit spektakel is!

 

 

 

Zelfs het onheilspellende avondrood is prachtig. En dat het onheilspellend is, blijkt de laatste paar dagen! Elke dag en nacht volgen squalls elkaar op. Regen en laaghangende bewolking met enorme windvlagen die je haren recht overeind zetten en we raken oververmoeid! Koken wordt steeds lastiger en dus ook gevaarlijker om achter het fornuis te staan. Hans neem genoegen met Nescafe. Dat scheelt enorm! Geen kannetje koffie met de hand meer zetten, maar water koken en het over de poeder schenken. Hij vindt het nog lekker ook! Ook komen de blikken van de Aldi tevoorschijn: Toscaanse bonenschotel, Mexicaanse bonenschotel, Chili con Carne! Allemaal heel gemakkelijk. Voor de vitaminen roer ik de laatste paprika’s er doorheen. Dat geeft me toch het ‘goed voor m’n volkje zorgen’-gevoel 🙂

Ik heb het idee dat we dichter bij de kust komen. Er landen twee prachtige vogels op de zonnepanelen. Daar rusten ze een volle nacht en een ochtend uit. Volgens Google zijn het Roodpootgenten. De naam van die prachtige witte vogels van een paar dagen geleden heb ik niet kunnen vinden.

Dan glijden we de laatste volle vierentwintig uur op de oceaan binnen. “Land in zicht!!”, roep ik met een brok in mijn keel!! Wil ik dit wel? wil ik wel dat er een einde komt aan dit machtige avontuur? De eindeloosheid, de verlatenheid, de eenzaamheid en de schoonheid van de natuur zo dichtbij! Wil ik wel dat dit morgen is beëindigd? Nee, ik wil dit niet, maar kan het niet stoppen. Er komt een einde aan… helaas..

Ik zeg tegen Hans dat hij het zo goed heeft gedaan en trots ben op hem. In zijn bijzijn ben ik nooit 1 moment bang geweest! Ik zeg hem hoeveel ik van hem hou. Hij kijkt verbaast en zegt hij dat hij bang was dat ik niet meer van hem zou houden en dat heel erg zou vinden! Gek toch dat we zo aan elkaar verknocht zijn en toch ook bang zijn elkaar te verliezen, maar mogelijk juist wel daarom. We hebben het gered! We zijn samen met Isabella de Atlantische oceaan overgevaren! Wat een reusachtig fantastische ervaring!!

 

 

Oceaan nieuws!

Na 9 dagen zeilen met goede wind, gem. 120 mijl p.d., zijn we op de helft van de oceaan, die groter is dan je je kunt voorstellen!
Wie wel eens naar Engeland is gevaren, of Vlieland, is daar binnen een paar uurtjes en ziet korte golven. De golven van de oceaan zijn naar verhouding: breed en uitgestrekt! En hoe meer we naar het westen zeilen, hoe blauwer het water wordt.
Ook de lucht is zo heel anders dan in Nederland of op de Noordzee. Er zijn verschillende soorten wolken tegelijkertijd te zien. Van die grote witte, zoals een kind ze tekent, kleine schapenwolkjes, uitgerekte strepen of donkere regenwolken. Je ziet ze allemaal op één groot vlak.

De eerste nachten was het aardedonker en sloot de, met miljarden sterren bestrooide hemel zich als een stolp over de donkere golven.
En daar zit ik dan in de kuip uren naar te kijken, naar een soort van Efteling decor. Nu neemt de maan een aanloop naar volwassenheid en het maanlicht tovert het water om in een laken van glanzend satijn. Nacht of dag, de oceaan is een wereld op zich en ademt een zelfstandige verlatenheid uit waar je sprakeloos van wordt.
Een kleine groep dolfijnen en een kleine walvis hebben zich al laten zien, maar de schildpad laat nog op zich wachten!
Behalve twee vrachtschepen zijn er op de plotter in de verste verte geen andere (zeil)schepen te bekennen. Ook niet per marifoon. Daarom is het super fijn dat we satelliet telefoon hebben. Mocht er iets zijn, dan kunnen we direct hulp inroepen. En niet minder belangrijk: we hebben regelmatig mailcontact met onze kinderen!
In de volgende blog lezen jullie uiteraard meer over deze geweldige ervaring.Onze koers is veranderd van Barbados naar St Lucia en onze positie op 10/1 om 08:00 uur UTC is: 13.53.5 N  en 42.37.4 W       Zoek maar eens op!

Love & Peace!

Mindelo, Kaapverdië

 

 

 

Mindelo,

Waar men in Palmeira het motto ‘No-stress’ hanteert, lijkt dit in Mindelo absoluut niet zo te zijn. De armoede is zo mogelijk nog zichtbaarder en de armen scharrelen hun muntstukken met verkoop van kleine visjes bij elkaar, of ze zitten tegen een geveltje en houden hun hand op. Zelfs kinderen hangen bijna aan je broek, strijken met hun hand over hun maag en houden hun andere hand op voor een gift. Ze kijken met smekende gezichten. Het is afschuwelijk! Een bejaarde man in lompen strompelt al mompelend traag over het smalle stoepje, steun zoekend op zijn zelfgemaakte wandelstok. Ook hij houdt zijn hand op. Wat een ellende zie je hier. De werkloosheid is groot en ik heb me laten vertellen dat 44% van de bevolking arm is waarvan 22% zeer arm (bron Zanzibar).

 

 

Door andere Nederlanders die ook de grote oversteek gaan maken, zijn we uitgenodigd om te participeren met een bustripje. Gezellig! Met 8 kwebbelende Dutchies gaan we het gebied rondom Mindelo verkennen. Wanneer niemand voorin gaat zitten, neem ik met goedkeuring van de overigen plaats naast de chauffeur. Ik vind het heerlijk om met plaatselijke bevolking in contact te komen en zo wat meer van het wel en wee te horen.
We rijden door het heuvellandschap en bezoeken Salamansa, het meest armoedige dorpje dat ik nu ben tegen gekomen. Geen watervoorziening in de huizen, maar in de dorpskern een soort van opslag waar men de jerrycans kan vullen. Bij de huizen grote plastic vaten vol met water en weer gesjouw met bakken om de privé watertank te vullen. “Is it drinkingwater?”, vraag ik aan het lokale meisje. Ze lacht. Nee, het is om kleding te wassen en te koken. Vrouwen die rond het huis werken en mannen die of vissen of zich vermaken met staren in de verte. Meer is er niet.

 

 

 

 

Er wordt gezegd dat het binnen enkele dagen kerstmis is. Geen idee. Ik mis de gure wind en de kou, de houtkachel en de rode kool met stoofvlees. Uit een kastje haal ik wat zilverslingers en een wollen elandje met wat kerstgroen. Met een temperatuur van 24 graden, toch een beetje kerst aan boord. Het stoofvlees komt op tafel in de vorm van een Indonesisch gerecht (zie pagina Kombuis). We smullen.

 

In Mindelo vind je geen luxe toeristische winkelcentra, maar oude markten waar gedragen kleding (uit Europa???) op de straat uitgestald ligt. Vrouwen die wat groente en weinig variatie aan fruit verkopen, mannen die spelletjes spelen zoals kaart, een eigenaardig knikkerspel of tafelvoetbal. Straathonden scharrelen er overal tussendoor. Lawaai van auto’s, stemmen die elkaar overschreeuwen, tussendoor zuid-Amerikaanse muziek, veel gebaren en een hoop viezigheid op straat. Ik vind het prachtig om te zien, kan er geen genoeg van krijgen en ga elke dag even kijken. Dit is zoveel mooier dan de overdekte groentehal, waar we natuurlijk ook naar toe gaan, al is het alleen maar omdat we de grote oversteek gaan maken en het een en ander nodig hebben.

 

 

Tussen de altijd maar terugkerende klussen aan boord door, besluiten we een ‘vrije dag’ te nemen en met de ferry naar het tegenoverliggende eilandje Sao Antao te gaan. Tot onze verbazing zien we dat de ferry een oude schuit van Rederij Doeksen is. Nog staat de naam op de zijkant van het schip: OOST VLIELAND. Wat een toeval! Hoe vaak zal ik niet samen met mijn gezinnetje op deze schuit van Harlingen naar Vlie hebben gevaren? Heerlijke vakanties met de tent op de camping van staatsbosbeheer Lange Paal. Sweet memories!!

 

Door de wind die het zand uit de Sahara naar west blaast, ligt Kaapverdië onder een steenrode stoffige deken en zijn de prachtige vergezichten waarvan je anders zo kunt genieten, nu bedekt met de mistige stof. We verkennen een klein, maar prachtig gedeelte van dit eiland en zijn alweer getroffen door de armoede die nog meer dan in Mindelo lijkt te zijn. Niet te geloven! Amper een auto te bekennen, maar wel ezeltjes met vracht op hun rug. Of vrouwen met op hu hoofd een bij elkaar gesprokkeld bosje takken. Zoveel armoede! Het schijnt, hebben we ons later laten vertellen, dat armoede in de genen ligt: geen interesse om het wat beter te krijgen. Het leven is goed zo, dus waarom veranderen? It’s a way of life, net als zeilen…

 

 

Onder weg zien we een kind dat het haar van moeder wast, rijden we regelrecht de mist in en lijkt de omgeving meer op het decor van een scene uit de Game of Thrones. Ook zien we betonnen hokjes waar een varken blijkt te wonen.

 

 

 

 

We gaan onze laatste boodschappen halen. Later zien we het bejaarde mannetje zitten met z’n stok zitten. Hij eet een banaan. Hans geeft hem wat geld. Het is tenslotte oudejaarsdag…

 

 

 

Het is 31 december 2016. Het jaar is bijna ten einde… Als eerste missen we natuurlijk onze kinderen, de telefoontjes om 00.00uur, het uit het zolderraam hangen om naar het prachtige vuurwerk te kijken. Van oliebollen zijn we voorzien. Een toeval is dat hier ergens een Belgische kok werkt en voor een aantal Nederlanders oliebollen bakt. Die zal ik strakjes gaan halen. Heerlijk!!!
De spanning hier in de haven stijgt. Morgen vertrekken er ongeveer 8 zeilschepen, waaronder ook Nederlanders. Een plukje zet koers richting Suriname en een plukje vertrekt richting Barbados.

Ondertussen hebben we onze bestemming weer teruggedraaid naar het eerste plan: het wordt niet Suriname maar Barbados. Suriname is prachtig en willen we graag zien, maar nu nog niet. We zullen koers zetten naar Barbados om van daaruit al hoppend van eilandje naar eilandje naar St. Maarten te zeilen. Tegen de tijd dat het hurricane season begint willen we terug zijn op de benedenwindse eilanden (ABC). Daar zullen we drie maanden liggen en dat is een mooie tijd om Nederland weer eens te bezoeken en om tijd te maken voor die prachtige trip naar Suriname. Beide per vliegtuig 😀

Morgen, 1 januari 2017, vertrekken we om 12 uur uit Mindelo naar Barbados of een nabij gelegen eilandje. Vanaf die tijd is het ongeveer 20 dagen radiostilte 😉 Op marinetraffic.com , vesselfinder.com of andere sites waar je schepen kunt volgen, zullen we in die weken niet te volgen zijn: we zijn nl. te ver uit de kust.

Deze keer extra veel foto’s, die vanwege de hoeveelheid wat minder van kwaliteit zijn, maar zoveel moois wilde ik jullie niet onthouden.

Wij wensen jullie een knallend uiteinde en een spetterend 2017!!! Maak er wat van, waar je ook bent en wat je ook doet!!
Dat doen wij namelijk ook!!!

 

Hieronder leuke filmpjes

 

https://youtu.be/GZiQZaUy3mE

 

 

isla Sal, Cabo Verde

 

Kaapverdië, eilandje Sal, dorpje Palmeiro
Wanneer we met Dirk, de dinghy, naar het kleine haventje tuffen, spettert het zeewater over het kleine boegje. We manoeuvreren ons tussen de oude en bijna vergane vissersbootjes door naar de wal. Daar staan al enkele kleine jochies te wachten en roepen ieder het hardste om de gunst van het mogen ‘bewaken’ van de dinghy. Van de gezagvoerder van het zeilschip ‘Enjoyster’ hebben we de tip gekregen om gebruik te maken van dit ‘bewaken’. “Je hebt er voor een euro een vriend bij”, had hij gezegd en sprak hiermee onze gedachten uit. Precies zo denken Hans en ik er ook over.

 

Ik werp de landvast van Dirk naar een jongetje met een rood T-shirt. We kijken elkaar aan en daarmee is de afspraak bezegeld: bij terugkomst ontvangt hij een euro! Eenmaal voet aan wal dringen de andere jongetjes om ons heen en beweren dat zij ook hebben geholpen en zij dus de euro hebben verdiend. Ik lach wat en zeg kalm “No-no! He is the man”. Het jochie in rode T-shirt glundert. Je ziet zijn borstkastje zwellen en trots loopt hij terug naar de landvast van Dirk en gaat zitten. Hij houdt de wacht.

In het versleten dorpje zoeken we naar de autoriteit waar we moeten inklaren. Een verkoopster in traditionele kleding biedt ons een kijkje in haar mandje waarin sieraden en handgemaakte popjes liggen. Vriendelijk wijzen we haar aanbieding af en ze vraagt wat we zoeken. “Policia?”, zegt Hans. Ze wijst ons een blauw huisje aan, niet groter dan de andere geveltjes, en lacht ons ‘gedag’. Wonderlijk dat deze verkoopster niet verder aandrong. Wat aardig!
Bij het politiebureau belanden we in de ‘slow-motion-mood’ van de zuiderling. Veel gepraat en weinig actie, hebben we de indruk. Er zijn nog drie wachtenden voor ons. Na even zoveel kwartieren zijn we aan de beurt om zelf een formuliertje in te vullen en het paspoort van Isabella te overhandigen. Het geplastificeerde document verdwijnt in een la en krijgen we terug bij vertrek. Prima, het is immers een kopie.

 

Dan gaan we op zoek naar een ‘bel-company’, want er moet internet komen en snel ook! We willen onze kinderen laten weten dat de overtocht van 8 dagen goed is verlopen en waar we nu zijn. Een oud VW-busje stopt en een donker getinte man roept iets naar ons waarop Hans “JA!!” terug roept. “Kom! Zegt Hans, “Stap in!” Mijn zucht naar avontuur juicht en voor dat ik het weet zit ik in een VW-busje dat misschien nog van vóór mijn geboortejaar dateert… Waar in Nederland m.n. in de decembermaand men niet uitgesproken raakt over discriminatie tussen black & white, lijkt dit hier niet te bestaan. Gemoedelijk worden we opgenomen tussen het kleurrijke en geur-rijke geheel. Een vrouw draait zich om en vraagt in vloeiend engels waar we vandaan komen. Zo raken we aan de praat en eenmaal in Salamanca aangekomen, geeft ze haar dochtertje van 2 mee aan haar tante en loopt met ons de halve stad door naar de bel-company. Ook daar blijft ze wachten en regelt dat de minstens tien wachtenden voor ons, nog even geduld hebben en zo gebeurt het dat we de eerst volgende klant zijn. We voelen ons bezwaard, willen deze voorrang niet. Maar de dame, waarvan uit de gesprekjes blijkt dat ze ook souvenirs verkoopt, legt uit dat het ‘no problem’ is, dat de bevolking van de toeristen leeft en zij graag tot hen in dienst staan. Dat is toch wel apart. We willen absoluut niet het soort blanken zijn van ruim honderd jaar geleden, waarover zoveel is geschreven. We bieden aan om te wachten, maar daar is geen sprake van. Na een klein kwartiertje hebben we ieder onze sim-kaart en staan we weer buiten. We lopen gedrieën terug naar het busje en kopen onderweg op de stoep nog een heerlijk stuk tonijn die voor de verandering per kruiwagen en op een stuk karton wordt vervoerd. Verderop staat een jongeman met een grote zak doppinda’s. Dat lusten we ook wel en kopen een kilo.

Dan zijn we weer bij het busje en ik beloof de dame om de volgende dag bij haar een souvenir kopen. Zoveel moeite voor zo’n klein souvenir…. Zij heeft ons met haar gedrag het mooiste en een onbetaalbaar souvenir gegeven. Om een voorbeeld aan te nemen! Aan Hans vraag ik: “Zie jij trouwens ergens bushaltes?” Hans grinnikt. “Nee schat, die hebben ze hier niet”.

 

 

We zijn weer terug in Palmeiro en lopen naar Dirk. We zien kinderen verstoppertje spelen en door een foto te maken, verraad ik per ongeluk het verstop-plekje van een klein jongetje.

Het rode T-shirtje ziet ons aankomen en wijst naar de landvast van Dirk. Met gebaren maakt hij duidelijk dat hij goed op Dirk heeft gepast. Het is zo aandoenlijk en tegelijkertijd zo schrijnend om te zien hoe hard het jochie voor zijn centen strijdt. Ook zijn daar de andere jochies weer die proberen een afspraak te maken om de volgende keer op Dirk te mogen passen. Daar gaan we niet op in. Het rode T-shirtje wijst naar zijn borst: hij heeft vandaag een goeie job gedaan! Blij kijkt hij naar de euro die Hans uit zijn broekzak pulkt. Hans vraagt aan het jochie of hij iemand kent die kan duiken. Een andere knul, ongeveer 15 jaar ouder dan het rode T-shirtje, hoort de vraag en roept “I can dive!!”. Binnen no time staat Hans met twee knullen van rond de 20jaar te onderhandelen over het schoonmaken van ons onderwaterschip. Ze hebben een deal: morgen haalt Hans ze op in de haven en cleanen ze de onderkant van Isabella. Zo afgesproken, zo gedaan en met deze kennismaking gaat er een tipje van de wonderlijke sluier van Sal voor ons op.

Wanneer Hans de vrienden heeft opgehaald, tuf ik met met Dirk terug naar de wal. Ik word al opgewacht door Mammien, de dame die ons naar de bel-company begeleidde. De begroeting is van beide kanten hartelijk en ik bied haar aan om samen iets te gaan drinken. Ze neemt me mee naar een klein barretje waar ik de lekkerste koffie sinds tijden heb gedronken. Ik lust er nog wel een. Mammie neemt een flesje water en laat mij haar mand met de aan te kopen kadootjes zien. Ik kies een paar kettinkjes uit, waaronder eentje voor Hans. Het zal hem goed staan, zo met zijn grijze manen en stoppelbaardje. Dan komt de tante van Mammien en vraagt of ze mij ook iets mag verkopen. Ik ben een slechte onderhandelaar en laat me verleiden om bij haar een mooie doek en wat armbandjes te kopen. Met schaamrood om de wetenschap dat deze mensen arm zijn, weet ik toch nog wat af te dingen. Dat schijnt bij het aankoop-spel te horen. Ik ben er echt niet goed in en denk aan de rijkdom waarin de Europeaan in vergelijking tot deze mensen leeft.
We zijn alledrie tevreden en laten ons door een andere toerist op de kiek verenigen.
Met teveel souvenirs en wat brood vaar ik terug naar Isabella.

 

 

De knullen hebben hard gewerkt en de onderkant van Isabella is nu vrij van algen. We eten samen met Delfi-John en Kevin-John een broodje en vertellen over onze plannen. Delfi-John, die goed engels spreekt, adviseert ons over welke eilanden van Kaapverdië veilig zijn. De meest zuidelijke eilanden schijnen niet zo veilig te zijn. Hij noemt het ‘different culture’ en dat verbaast ons: het is toch Kaapverdië? Dat klopt, en met enige aarzeling legt Delfi-John uit wat het verschil is tussen de Noord-Kaapverdianen en de Zuid-Kaapverdianen. Ik zie dat Delfi-John zo’n zelfde kettinkje draagt als dat er in mijn tas op Hans ligt te wachten. Het is gezellig en dan zit Delfi-John aan zijn kettinkje te frummelen. Hij doet het af en geeft het aan Hans. Hans is zo verbaasd! Het ontroerd hem en ziet dit als een bijzonder gebaar, wat het ook is. Kevin-John lacht en knikt. Het is oké. Woorden als ‘ Your my friend’ en ‘Special contact’ gaan over de tafel. Het is een mooi moment. Het kettinkje voor Hans laat ik nog even in de tas zitten. Dit geschenk van Delfi-John is immers zoveel meer waard.

We brengen de twee vrienden weer terug naar de wal en lopen nog eens door het armoedige dorpje. Het leven speelt zich op straat af en wanneer je een blik in een huisje is gegund, zie je een kale betonvloer, een koelkast en een houten tafeltje. Alles op niet meer meer dan op max 15m2. Een beetje schaamtevol voor mijn nieuwsgierige blik, loop ik maar snel door en laat mijn camera in m’n tasje zitten. Mijn netvlies zal het gegeven in mijn brein opslaan.

 

 

We lopen verder en een van de vele zwerfhonden volgt ons. Ik wil even naar het supermarktje, dat niet meer is dan een soort van opslagruimte is waar wat planken aan de muur zijn bevestigd met daarop het koopwaar. Het hondje wacht bij de deur en ik stel Hans voor om voor het beestje een blikje smac van een ander merk dan Unox te kopen. Hans lacht en vindt het best. Ik koop het blikje met de nog prehistorische sleutelsluiting die we in Nederland al decennia niet meer kennen, omdat we onze handen er aan open haalden. Hans waarschuwt mij daarom voorzichtig te zijn met het openen. Wanneer ik het blikje tevoorschijn haal likt het hondje zijn snuit al af. Pavlov effect. Hoe mooi is de geest!! Ik open het blikje en schud er voor de pootjes van de hond de aan de bodem vastgeplakte brij uit. Hij ruikt en gaat eten. Tevreden kijkt hij eens op. vanaf die dag zijn we vrienden geworden en komt het hondje mij begroeten, loopt mee en ligt op een terrasje aan mijn voeten nadat hij eerst met zijn kopje een aai langs mijn kuit geeft.

 

We liggen alweer veel te lang op Sal en willen door, maar de wind is ongunstig en blaast ook nog eens het sahara zand onze richting op. Vies poederachtig spel dat alles rood verkleurt. We horen dat het vliegveld is gesloten. Zelfs tot in Curaçao komt het stof. We zitten wel drie keer per dag naar de files van Zygrib te turen, maar zien bij het opnieuw ophalen van weer gegevens, geen verbetering. We besluiten de sprong naar Mindelo te wagen. Maandag, want zondag willen we eerst hier een kerkdienst meemaken. De kerk zit stampvol en het is pas over drie weken kerstmis! Er zijn veel vrouwen en kinderen. Geen jeugd van tussen de 20-30 jaar. Een enkele man. ‘sAvonds is er een DJ in het dorp en wordt er plaatselijke muziek gedraaid. Beetje Zuid-Amerikaanse klanken. Best leuk! We zien Delfi-John en Kevin-John, nemen samen een biertje en nemen afscheid.
De volgende dag halen we het anker op en kijken voor een laatste keer naar het versleten dorpje. Het dorpje waar het motto ‘No Stress’ wordt aangeprezen en gebezigd. No stress…. tja… zo zou het altijd en overal moeten zijn.

 

 

 

 

Onderweg naar Kaapverdië

 


Onderweg naar Kaapverdië

Met enorm veel zin vertrekken we rond 12 uur vanuit Las Palmas richting Sal. Veelbelovende reclameborden van Sal laten een prachtig onderwatergebied zien. Daar hebben we beide reuze veel in in! De zwemvliezen en duikbrillen zijn ingekocht en liggen voor het grijpen! Van andere zeilers hebben we gehoord dat er onderweg veel dolfijnen en walvissen te spotten zijn! Nou, daar verheugen we ons op!! Het feest kan beginnen, de Grabbag staat voor de zekerheid paraat en de voorraad levensmiddelen voor de echte grote overtocht is ingekocht. Voorlopig geen gesjouw meer en alleen nog maar in Mindelo vers voedsel zien te vergaren op leuke groentemarkten.

In het internetcafé hebben we ieder nog even ons ding gedaan. Hans is nu helemaal pro Satelliettelefoon minded, dus nu als de gesmeerde wind naar Sal. Zin in!!

 

 

“De zee is rustig en de zon schijnt. Als dit zo acht dagen blijft, dan boffen we schat!!”, zegt Hans opgewekt. “Voel je je goed?”, vraagt hij, doelend op de immer terugkerende zeeziekte. “Ja, prima! Ik heb m’n pleister geplakt!” Hans is blij en vol vertrouwen zien we meer en meer water voor de boeg verschijnen en vloeit Las Palmas meer en meer over van een herkenbare kuststrook tot een grijze wolk die zich versmelt met de zee. “Ik ga koken!”, zeg ik en duik de kombuis in. Ik heb voor acht dagen verse groente, fruit en vlees ingekocht. De meest kwetsbare groenten en fruit gaat natuurlijk als eerste op en uiteindelijk zal ik na acht dagen naar de rode bietjes grijpen, of naar de courgettes met wortelen. Ik zie wel. Belangrijk is dat er geen verspilling is. Aan boord is het koken anders dan thuis achter het fornuis. Ten eerste heb je minder gaspitten en moet je zuinig zijn met energie. Ook is het niet eenvoudig om op een slingerend schip je staande te houden, laat staan dat de pannen zich schrap kunnen zetten. Ik vind het maar toveren met de middelen die tot mijn beschikking staan. Een sterrenkok ben ik nooit geweest, maar voor zover ik weet is er ook nog nooit iemand ziek geworden 😉 Als ik aan andere zeilersvrouwen vraag wat tijdens een zeiltocht van meerdere dagen op hun menu staat is het steevast: pasta, couscous, rijst, zoete aardappelen en “niet te moeilijk”. Het stelt me gerust. Ik heb zin in iets pittigs. Voor vanavond maak ik nasi met zelfgemaakte pindasaus, of zoals de Indiërs zegen: katjangsaus. Nu eerst even een salade met brood.

 

 

De dag vloeit over in de nacht en de zee wordt ruwer. Ook is er die vervelende swell weer. Die misselijkmakende deining. Dankzij de pleister heb ik er nu geen moeite mee. Isabella kreunt als een vrouw in barensnood. De vloerdelen kraken en de kastdeurtjes lijken zich open te willen wrikken. Gelukkig is alles goed vastgesjord en kunnen het serviesgoed en de levensmiddelen niet uitbreken. We lopen wacht en lossen elkaar om de drie uur af. Hans stelt voor dat ik kan blijven slapen, maar daar wil ik niets van weten. Hij heeft een nimmer aflatende energie, maar ook zijn rust nodig, al lijkt hij het laatste wel eens te vergeten. We hebben ieder ons eigen bankje en zo kruipt hij dan moe en blij dat ik niet toegeef aan zijn voorstel, onder zijn fleece.

 

 

De dagen kruipen voorbij en weer stellen we elkaar de vraag: “Wat zijn we hier aan het doen??”
“Wanneer je dertig bent en nog een heel leven voor je, is zo’n zeiltrip fantastisch! Maar moeten wij dit nu ook nog doen?”, stelt Hans mij de vraag. “We hebben niet meer zoveel tijd en ik wil nog zoveel andere leuke dingen doen!”
Het is een wederkerend onderwerp zo na een dag of drie op een grote plas water te hebben geploeterd. Het is waar: er zijn nog zoveel andere mooie dingen in het leven! “En kijk eens wat we nu in al die dagen allemaal missen! We zien niets anders dan water! En wat is het vermoeiend!!”, vervolgt Hans.
“Tja schat…” antwoord ik en weet dat mijn volgende opmerking een vreselijke dooddoener is, maar kan het niet meer inhouden: “Had je dit dan van te voren niet bedacht?”
“Ja, maar wist jij dat het zó zou zijn? Ik bedoel… had jij dit kunnen bedenken?”
Eerlijk gezegd heb ik er aan gedacht, wist het wel, maar schoof het onder het spreekwoordelijke ‘kleed’. Meer zo van: ‘het is niet anders en we zien wel’. Maar met deze wijsheid schieten we nu niets meer op. Dan vervolgt Hans zijn redevoering: “Maar ach ja, kijk ook eens wat we er voor terugkrijgen hè schat? Dit is toch fantastisch allemaal dat we straks weer in Kaapverdië zijn! Moet je eens kijken wat een afstand we al hebben afgelegd en wat we allemaal al hebben gezien en meegemaakt! We maken nu onze herinneringen voor later, als we kippen hebben en een hond!”
Ik glimlach maar. Blij om zijn positivisme en zijn plannen voor de toekomst. Energieke Hans, wat een ervaring en ontdekking op zich is hij voor mij!

 

 

De zonsopkomst op zee is alle keren verschillend en verveelt nooit. Sowieso verveelt de zee nooit. Ik geniet van de kalme zee en van de ruwe zee. Waarschijnlijk van de ruwe zee nog het meest, omdat de veranderingen van de golven ontelbaar van elkaar verschillen. Zo prachtig! Kolkende zee, opstuwend water, schuimkoppen, het is allemaal even indrukwekkend en mooi dit natuurgeweld! Dit zie je het beste door het wc-raampje. Het betekent wel dat we geen zoogdieren zien. Geen dolfijnen en geen walvissen. Dat voelt wel als een gemis. Het contact met deze prachtige schepsels op de Golf van Biskaje, heeft voor altijd diepe indruk op mij gemaakt. (zie blog Golf van Biskaje)

 

filmpje kolkende zee door wc-raampje:

 

’s-Avonds is het tijd om de SSB-radio te testen en via een sms vragen we de crew van de Zanzibar om een tijdstip en frequentie met ons af te spreken. Op het afgesproken tijdstip horen we een hoop fluittonen en ruis. Het lijkt wel op het geluid van de radioverbinding die de man in een oorlogsfilm met de bevrijders wil maken. Na een aantal keren geprobeerd te hebben, geven we het op. Gelukkig hebben we onze Satelliettelefoon, dus als de nood aan de man is, is de redding waarschijnlijk wel nabij.

Het gekke is dat je na dagenlang op zee te zitten, toch uitkijkt naar een teken van leven van iets of iemand. Een vliegende vis voor mij part, maar ook die laten nog op zich wachten. Dan plots als uit het niets fladdert er weer iets voorbij en ik denk aan het kleine musje daar ergens tussen Portimao en Las Palmas. Dit keer lijkt het een Kolibrie, maar dat is hier onmogelijk midden op de oceaan. Dus wat is het dat mijn hersenen voor de gek houdt? Ik kan maar één iets bedenken en dat is een sprinkhaan. Een woestijnsprinkhaan, Bidsprinkhaan, geef het een naam, in ieder geval iets met ‘spring’, zegt mijn brein. Ik loop naar het voordek om de kijken waar het is geland, maar kan het ‘spring-ding’ niet ontdekken. We vergeten het en er is alweer een dag voorbij. Wat een hoogtepunt vandaag: we zagen een Kolibrie dat geen Kolibrie was en ook alweer weg is… en die ergelijke swell tergt ons weer.

Hans checkt de volgende dag maar eens zijn vislijn. Na vijf dagen op zee moet er toch wel iets aan hebben geknabbeld. En waarom hebben we dat ‘iets’ dan niet gevangen? Bij inspectie blijkt dat er inderdaad een heel aas is verloren. Visserman Hans ziet dat aan het aas is gebeten. Helaas weer geen Dorade of Tonijn. Jammer. Morgen beter 🙂 Hij zet weer een nieuwe hengel uit en stelt ook gelijk de zonnepanelen goed af. “Kijk uit!!”, roep ik geschrokken. “Blijf staan en verroer je niet!! IEIEIEI!!!!”
“Wat is er??”, vraagt Hans verschrikt. “Zit het op mij??” en kijkt mij aan met een blik dat zeggen wil: ‘Zeg dat het niet zo is!’
“Nee het zit niet op jou, maar wel vlak bij je hoofd! Ga voorzichtig opzij en kijk dan omhoog!”
Het is een ongenode gast uit het midden-oosten. Ik griezel van het beest dat ik zie en herken gelijk ook de sprinkhaan waarvan ik gisteren vermoedde dat hij zich als Kolibrie aan ons voorstelde. “Is dat het?”, vraagt Hans verwonderd. Ja dat is het, maar ik vind het geen lieverdje. Snel geef ik Hans mijn camera voor een paar shoots voordat het besluit een sprong naar de kajuit te nemen. Als hij dat maar laat!/….

 


Het beestje is de hand van Hans met de camera gewaar en ruikt onraad. Het kruipt weg onder de lijn, zodra Hans de camera op hem richt. Wonderlijk mooi toch weer. De volgende dag besluiten we dat het beest maar terug moet naar de Sahara. kkssttt!!! Weg jij!!! Geen idee of hij het heeft gehaald…
En dan is het eindelijk zo ver! Voor ons zien we isla Sal liggen. Een dor en grauw vlak landschap, bedekt met hier en daar wat afgestorven vulkanen. Het is prima, als we maar een ankerplaatsje kunnen vinden, dan zijn we al dik tevreden!

 


Dat ankerplaatjes vinden we bij Palmeira. Een vrij open baai waar ongeveer om de dag enkele vrachtschepen hun lading komen lossen en waar de plaatselijke bevolking hun kleine gekleurde vissersbootjes aan een ankertje hebben liggen.
Al snel komt de havenman naar ons toe in zijn bootje ‘Denis’. De man heet Jay en wijst ons waar we moeten liggen en hoeveel ketting we moeten geven. We trekken wat de lengte van de ketting betreft ons eigen plan. Wanneer de man naar Isabella komt, blijkt dat hij deze dienst niet voor niets heeft geboden en ontvangt graag de 5 euro. Hij verkoopt ook diesel en water. Hans zegt dat we dat niet nodig hebben en ik zie in de ogen van de man dat hij hiermee niet in zijn sas is. Licht verontwaardigd vergezeld met een handgebaar, maakt hij deze dienst nog eens duidelijk en voegt toe dat hij ook geitenkaas verkoopt. “Ja-ja”, maybe tomorrow!”, stelt Hans hem gerust. Het is al donker wanneer de man in zijn bootje ‘Denis’ langzij komt liggen en zijn geitenspul toont. Ronde platte kaasjes. “Mozzarella?”, vraag ik. “Yezz-Yezz”, antwoord de man Jay.
“Wil je wat?”, vraagt Hans met een blik in zijn ogen van ‘dan zijn we van hem af’.
“Ja, ik wil wel wat. Twee kaasjes is voldoende”, geef ik aan. Voor de kaasjes van 5 cm doorsnede en 2 cm hoog, moet ik 7,50 euro neertellen. Jay is content. We hebben hem de volgende 7 dagen niet meer gezien.

Aan wal gekomen, raken we onmiddellijk betovert door de eenvoud en rust van het armoedige dorpje. Ik vraag me af of dit komt omdat wij ons op dat moment dan zo bevoorrecht mogen voelen en wij niet in deze belabberde situatie verkeren, of dat dit het kennismaken is met een totaal nieuwe cultuur. Het maakt allemaal niet uit. We genieten en zijn van plan om de komende dagen meer te ontdekken van dit dorpje met zijn bewoners…

 

 

(voor de inhoud van de Grabbag:download deze hier op page Tips)

 

FIJNE KERSTDAGEN! WE DENKEN AAN JULLIE! LIEFS, HANS&ELISE

Las Palmas 2

 

 

Las Palmas (deel 2)
“Een zeiler met tijd heeft altijd goeie wind”, hoor je vaak door het zeilersvolkje gekscherend tegen elkaar zeggen. Maar ondertussen… de zeiler wil wel erg graag verder. Wil door naar een volgende bestemming en daar weer mensen van het land ontmoeten, de lokale gerechtjes proeven, even tot rust komen, klussen klaren en ga zo maar door. Hebben wij tijd? Uhhh… nee niet echt. Kaapverdië met z’n prachtige eilanden ligt op ons te wachten en ik ben er reuze nieuwsgierig naar! Maar de wind is niet gunstig. We liggen in Las Palmas en de tijd glipt tussen onze vingers door. We worden er een beetje chagrijnig van. Deze reis kenmerkt zich door talloze reparaties en het cancelen van bestemmingen, omdat de wind niet gunstig is. Bah, niet leuk!

 


Dan is het vrijdagavond en gaan we na een lange wandeling gezellig uit eten. We belanden op een van de kleine boulevards van Las Palmas en genieten van een prachtig uitzicht op een baai met ondergaande zon. We bestellen een heerlijk biertje en kletsen wat, kijken naar de badgasten en fantaseren nog wat over onze reis en de toekomst… Kerst is in aantocht, maar we zullen niet in Nederland zijn. Het lijkt wel of het gemis van al het bekende rond deze dagen groter is dan andere keren. Hans lijkt het er maar moeilijk mee te hebben en is voor zijn doen nogal stil. Als ik vraag wat er is, zegt hij zogenaamd luchtig: “Niets hoorrr, hoezo??” Ik zou Elise niet zijn als ik niet zou doorvragen. Het gesprek komt op onze reis en de prachtige dingen die we meemaken en vooral ook zien. Ook de temperatuur komt aan bod en we kunnen ons niet voorstellen dat het in Nederland guur en koud is en dat de laarzen alweer een paar keer zijn ingevet en de nep bontkraag omhoog staat. Wat een verschil! En wat zijn we alweer lange tijd van huis! 5 Maanden geleden is het nu dat we in Dintelmond afscheid namen. Het lijkt wel een eeuw geleden! En dan komen de details aan bod. Het samenwerken en de klussen die wel of niet worden gedaan en door wie, wie ze zou moeten doen en waarom. Het levert altijd wel discussie op en het lijkt of we beide ons eigen terreintje verdedigen. We zijn daarvoor teveel overtuigd van ons eigen gelijk. Zoals Hans in het begin van onze relatie ook al zei: “Wat lijken we veel op elkaar!” In sommige gevallen is dat zeker zo, in ander gevallen juist weer niet. Is dat niet bij elk stel zo?

 


Inmiddels is de zon onder, zijn de tapas gegeten en het glas is leeg. We rekenen af: elf euro. Alweer iets om vrolijk van te worden! We slenteren wat verder en zien dat er op het strand zandsculpturen staan. We gaan eens kijken. Het straalt door de grove lijnen een zekere eenvoud uit, die vast ook zo bedoelt is, gezien het onderwerp: ’Geboorte van het kindje Christus’. Nou ja… noem het maar eenvoudig…

En soms is daar dan zomaar die ene speciale ontmoeting, zonder dat je achteraf kunt zeggen waar het precies startte. Het is een Zweeds echtpaar waarmee we in gesprek raken. Hij spreekt vloeiend Engels en zij begrijpt wat hij zegt, vermoed ik gezien het knikken dat ze doet bij elke zin die hij uitspreekt. Ze wonen nu een jaar in een appartement in Las Palmas. Hij denkt er niet aan om terug te gaan naar Zweden. Daar is hij op uitgekeken. Zij twijfelt vast. Ze knikt niet meer, maar kijkt hem met een glimlach aan alsof ze wil zeggen: ‘Ja-ja, daar zijn we het nog niet over eens’. We vertellen van onze reis met Isabella. Beide echtelieden reageren zeer enthousiast. Wel minstens tien keer zegt de man dat we zeker deze reis moeten maken en zoveel mogelijk van moeten genieten. Dat onze kinderen trots op ons zullen zijn als we dit hebben gedaan. ‘Geniet!!’, is de opdracht van de man. We nemen afscheid, ontroerd door deze korte intense ontmoeting. Hij knijpt me nog eens licht in m’n wang, alsof hij zeggen wil: “Zet je zorgen aan de kant en leef vandaag!”
We lopen terug naar de haven. Terug naar Isabella en zien een icecream zaakje. Heerlijk vers schepijs in allerlei smaken. Tuurlijk stoppen we daar even en bestellen ieder een cone met twee bollen. We smullen en likken de druppende caloriebolletjes al slenterend van de cone af. Een stukje verderop horen we muziek. Dat maakt ons nieuwsgierig en wanneer we de hoek van de straat passeren, zien we een muziektent met daarvoor een dansgroep. Het is volksdans en gaat er vrolijk aan toe. Rokken zwieren en sterke mannenarmen sturen de vrouwen aan die zich op hun beurt weer lachend laten leiden. Het is een fraai gezicht en een onverwachte traktatie. Blij met alweer zoiets moois wat we mogen meemaken op deze reis, lopen we terug naar Isabella. Nog een half uur en dan zijn we weer op ons stukje Nederlands grondgebied. Wat is de wereld klein…

 

De volgende dag staat er een oude Ford Fiësta op ons te wachten. We hebben het karretje voor 20 euro van een bedenkelijk typje gehuurd. Strakke witte jeans die de contouren van het lijf overduidelijk laten zien. Strak bloesje, ook wit. Hoedje op. Was ooit wit. Donkere zonnebril en een forse rokersstem die ons gerust stelt dat hij het geen probleem vindt dat we gebrekkig Duits spreken. Hij is in alle talen thuis, ook van alle markten volgens ons… Het interieur van de auto verraadt zijn rokerslust en zo te zien zijn er ook al heel wat honden in vervoerd. De achterbank ligt vol met haren. Hans is toe aan een dagje relaxen zo na het klussen aan de windvaan, dus ik kruip achter het stuur. Ford is voor mij een bekende vriend en ik hoef dan ook maar even het gaspedaal in te drukken en de vierwieler vliegt voorruit. geweldig om weer eens achter een autostuur te zitten! We nemen niet de A-wegen en ook niet de B-route, maar zoeken de meest enge (lees nauwe/smalle) weggetjes op. Ze leiden ons naar een van de mooiste plekjes van het eiland Gran Canaria en turen over het betoverende landschap van het vulkanische berglandschap. Al slingerend rijden we door een klein dorpje. Aan de kraampjes met plaatselijke handwerken maken we op dat hier vaker toeristen komen. De bussen met toeristen laten zich nu niet zien. We parkeren het Fordje en lopen naar een klein restaurantje voor een kop koffie. Eenmaal binnen heb ik al spijt van dit besluit. Het ranzige vet van jarenlang bakken en niet luchten, hangt als een zware deken in de lucht. We gaan toch maar zitten en bestellen twee koppen van het zwarte goud. Voor de lekkere trek doe ik er een plak cake bij. We slurpen het warme vocht snel op en de droge cake weten we ook nog wel weg te proppen. Dan reken ik af. De eigenaresse blijkt een Chinese te zijn en kruipt achter een soort van schotje waar haar kassa staat. Of ik 17,50 wil overhandigen. Ik vraag of ik het goed heb begrepen. Ze laat me het bonnetje zien. Ma Ping leeft dus nog. Wat een bedrag! Dit zijn Nederlandse prijzen en zijn we niet meer gewend! Snel wegwezen!

 

 

We slingeren weer door het berglandschap en zien gevels van woningen tegen de rotswand liggen. Bewoners van dit gebied bouwen al jaar en dag zo hun huizen; in de rots gebeitelde huisjes. In de verte zit een aangelijnde hond op een golfplaten dakje het grote gebied te overstemmen. Op de tegenoverliggende berg wordt zijn geblaf door een andere hond beantwoordt. Waar praten zij over? Eten? Hmm… we hebben ook best trek en rijden weer door. Plotseling zien we aan een oude gevel een minuscuul uithangbordje van CocaCola. Ik rem, rij naar de overkant en zet de motor uit. Hier gaan we kijken of er iets te eten valt. En dat is er: soep! De waard brengt de soep en bij de eerste hap komt hij alweer aan met een schaal vol vleesballetjes. En zo brengt hij telkens wat anders. je moet weten dat elke hap in rekening wordt gebracht en je gerechten moet weigeren als je ze niet wil hebben. Doe je dit niet, dan krijg je een aardige rekening gepresenteerd.

 

 

Dan breekt de dag aan dat we vertrekken. Eindelijk naar een stukje Aarde waar de herinnering aan Europa naar de achtergrond verdwijnt en we kennis maken met een geheel nieuwe cultuur. We vertrekken naar Kaapverdië, eilandje Sal. De oversteek zal 8 dagen en evenzoveel nachten duren. Zien we er tegenop? Nee. We gaan het zeker redden met z’n tweetjes!.

 

 

 

 

 

 

 

 

Zilt

Lees nu ook in Zilt magazine op de laatste 2 pagina’s hoe het met ons gaat. Wie weet, binnenkort meer…

 

Translate »