Bezoek in de Algarve

 

In de dagen voorafgaand, bezoeken we Faro alvast om ons te oriënteren waar we precies moeten zijn wanneer ze komen. We hebben al snel uitgezocht hoe de verbindingen tussen het openbaar vervoer in elkaar zit en storten ons maar weer eens op alle prachtige bezienswaardigheden die de Algarve ons biedt en vandaag is dat Faro. “Voor je dagelijkse portie kerk”, voegt Hans toe aan mijn voorstel om de kathedraal te bezoeken. Eenmaal binnen is zelfs Hans sprakeloos van de prachtige houtsnijwerken die we te zien krijgen. De werken zijn met bladgoud afgewerkt en alles straalt rijkdom uit. Ik vind het een beetje dubbel: zoveel armoede op de wereld en wat hebben al die arme mensen niet geïnvesteerd in dit soort taferelen. Maar goed, het bracht en brengt wel troost en bezinning en voordat we weer naar ons ankerplekje bij Isla Culatra teruggaan, halen we eerst ons hart op aan deze kunstwerken…

 

 

Isla Culatra is een smalle zandstrook tussen de Atlantische Oceaan en het plaatsje Olhão en Faro en is alleen per ferry bereikbaar. Het is een authentiek vissersdorpje waar de huisjes op zand zijn gebouwd en er geen verkeer is dan alleen de plaatselijke oude tractoren. Voordat we met Dirk naar Isabella tuffen, maken we eerst een rondje door het omringende nationaal natuurgebied. Hier zien we ooievaars lopen en witte reigers. Ze houden onze Dirk met het licht knallende motortje nauwlettend in de gaten. In een met riet omzoomde inham zien we een zeilschip liggen die meer een verlaten opslagplaats voor afval lijkt, dan dat ze nog in gebruik is.

 

 

“Daar zijn ze!” roep ik als eerste. We staan al meer dan een uur bij de arrivals wanneer we Elysia als eerste uit de aankomsthal van Faro zien komen. Vlak achter haar volgt Ayleen. Het is een mooi weerzien tussen vader en dochters, zo na ruim vier maanden vertrek uit Nederland. Alhoewel.. ze hebben elkaar onlangs nog in Nederland gezien. Toch is het anders zo’n ontmoeting in het buitenland. Je hebt dan nog meer het gevoel dat je ver van huis bent.
We nemen de bagage van de jonge vouwen over en lopen babbelend naar de uitgang richting station. Hier in Portugal is het openbaar vervoer niet op elkaar ingespeeld en dat betekent dat er lange wachttijden zijn tussen bus, trein en ferry. “Ferry?” vraagt Elysia? “Jazeker! We liggen met Isabella bij Isla Culatra voor anker en zijn met ons bijbootje Dirk naar de wal gevaren om daar de ferry te pakken. Het is daar vandaan naar Faro een hele trip die wel drie uur tijd in beslag neemt”, antwoordt Hans. Ik loop achter de drieluik aan en besluit om het stel deze paar dagen vooral van elkaar te laten genieten en zelf wat op de achtergrond te blijven. Dat heb je zo met nieuwe relaties: je blijft toch een beetje een buitenstaander, vooral in het begin. Dus laat ze maar fijn genieten van elkaar nu het nog kan, want over een paar dagen moeten ze weer afscheid nemen van elkaar.

 

 

Er zitten vooral veel bikini’s en luchtige shirtjes met bijpassende slippertjes in de bagage van de twee jonge vrouwen, maar de weersvoorspelling zegt toch een andere richting uit te gaan. We gaan het zien. Gelukkig hebben ze ook nog iets van warme kleding bij zich.
Ik leg uit hoe het toiletpompje werkt en waar ze hun wc-papiertje kunnen laten, want ja… een verstopte afvoerbuis van de wc willen we nooit meer! Ook maar even vertellen dat ze aan boord niet kunnen douchen, tenzij ze naakt op het dek gaan staan en genoegen nemen met koud water uit onze watertank. De reacties zijn niet erg enthousiast, dus aan boord zal er niet gedoucht worden schat ik zo in. Het is al laat en we gaan slapen. De dames op de bank in de salon en wij in onze keukenla.
De volgende dag halen we het anker op en verlaten Isla Culatra voor een mooie zeiltocht langs de Algarve en of het mooi blijft is niet lang de vraag. De in- en uitgang bij Isla Culatra is erg onstuimig! De uitgang naar de zee is smal en de zee kolkt fors. Meters hoge golven lijken op een onderwater zijnde golfbreker te ketsen. De zee heeft een schuimkraag van een vers getapt biertje maar dan in het groot. Toch moeten we er doorheen. De dames settelen zich op het achterdek en houden zich goed vast en daar gaan we! Isabella lijkt te steigeren tussen al dat geweld op zee. Het schip maakt diepe duiken in de zee, soms wel tot net voor de mast. Ik sta achter het roer en zie niet dat de dames natte voeten krijgen van al het water dat ook van achteren ons schip belaagt. Het lijkt wel een kermisattractie zo gaan we tekeer en de dames gillen. In de salon hoor ik gerinkel van borden of glas. Er is nu geen mogelijkheid om te kijken, dat komt straks dan wel. En dan opeens zijn we uit het geweld en varen op een redelijk kalme zee. Pas dan beseffen we dat we de GoPro hadden moeten aanzetten. Jammer en er is geen volgende keer. Hoe is het mogelijk dat het hier zo tekeer kan gaan en 100 meter verderop is het rustig. Ik zet het roer op de stuurautomaat en daal even af naar de salon om te kijken wat het gerinkel veroorzaakte. Wat ik tegenkom is een waterballet. O shit!! Ik ben vergeten om de dakramen te sluiten!! Ze stonden nog op een kier en er zijn liters zeewater naar binnen gespoeld! Hoe zit het met onze keukenla?? Ik loop naar onze slaaphut en tref daar een zeiknatte boel aan: ook dat dakraampje stond op een kier. Nee toch?? De matrassen en het dekbed zijn doorweekt!! Ik schraap alle lakens van het bed en neem de volledige schade in mij op. Het water is door de matrassen gesijpeld en er staat zelfs een plasje water onder in de matrashoes. Domme ik!! Afijn, opruimen dus. Water koken en een sopje maken om alles wat nat is af te nemen. Zout water verdwijnt niet zomaar. Je moet het grondig schoonmaken met zuiver water en een sopje. Ik word er moedeloos van. Wat een ellende iedere keer! Afijn, nu niet mokken, dat is niet gezellig. “Wie wil er iets drinken??” roep ik richting de kajuit. Water is het antwoord. Ja…water genoeg hier…. 😉

 


Bij de jachthaven van Albufeira kan ik mijn wasgoed inleveren en overmorgen weer ophalen. Dat is mooi en past precies in ons programma. Wat ben ik blij dat ik nu niet tien keer op een dag naar een wasserij hoef te lopen om wasmuntjes te vergaren en er achter te komen dat 1 muntje net niet genoeg is voor 1 was, maar ik net 10 minuten tekort kom. Of dat de droger maar half werkt, ook zo leuk…. Nee, vandaag de luxe om het uit handen te geven! Jippie! Toch iets positief op de agenda van vandaag!

 

 

De wind zakt in en de zeilen flapperen. Hans trimt de zeilen om te proberen zo nog een vlaagje wind op te kunnen pakken, maar het helpt niet veel. Daar liggen we dan midden op zee. “Waarom zet je niet de motor aan”, vraag ik en duidend op de vele andere keren dat de motor bij geen wind werd gestart. “Ja Pa! Doen!”, zegt Elysia “Dan gaan we de dolfijnen opzoeken!!” roept ze hoopvol.

Tussen Albufeira en Portimão in, met windje nul en de motor aan, varen we langs de prachtige kust op zoek naar een cove, een soort grot in de rotskust waar je kunt invaren. Vader en dochters willen graag even met Dirk door zo’n cove tuffen. Hans zou Hans niet zijn als hij niet consequent op alle metertjes let en ziet tijdens het overleg “Hier of elders naar een cove”, dat de motor oververhit raakt. “HO!!!”, roept hij en zet snel de motor uit en tilt de deksel (of vloer) in de kuip op. Alles blauwe walm wat daar naar buiten komt!!!  Hans draait snel de schroefdop van het waterreservoir wat losser. Sissend ontsnapt het stoom tussen de schroefdop en reservoir vandaan. Link klusje!! “Wat nu weer??”, zeggen we in koor…

 

De beugel van de alternator is gebroken en daardoor zit de V-snaar los die er voor zorgt dat het koelwater wordt rondgepompt. Geen ritje naar de cove dus, maar een klus op een gelukkig rustige zee (immers… geen wind). De twee dochters vallen in slaap (ze weten niet beter dan dat papa het wel weer zal oplossen), en ik schuifel wat onhandig heen en weer om, zodra Hans het nodig heeft, mijn hulp te kunnen bieden. Een klus voor Hans die om veel spierkracht en creativiteit vraagt. Hij richt en mept daar waar hij kan om de gebroken beugel los te krijgen en het lukt! Ik neem een foto van zijn ‘gouden handen’ 🙂 Na anderhalf uur knutselen start Hans de motor weer en jawel hoor: hij doet het! Wanneer we koers zetten naar Portimão worden we op een heus dolfijnenshowtje getrakteerd! Niets is zo mooi dan dieren in hun eigen habitat te zien i.p.v. in een dierentuin of dolfinarium. We genieten!

 

 

En dan zijn de vijf dagen logeren op Isabella alweer bijna voorbij. Nog een laatste tripje met de Dinghy en samen uit eten en dan wachten we op de taxi die de dames naar vliegveld Faro brengt.

 

Na ruim 2 maanden zeilen in droog weer, is er nu 3 dagen regen en forse wind hier in Portimão. Dat is ook wel weer eens lekker: weer even m’n jeans en m’n fleece aan. M’n Sendra laarzen ontbreken nog net, die liggen in de opslag in Nederland. Het is nu chillen in de kajuit i.p.v. puffen in de kuip. Ik mag dat wel. Moet ook weer niet te lang duren natuurlijk 😉 (wat zijn we toch verwend!!). En Hans? Hij klust gewoon door en checkt of de reparatie op zee heeft stand gehouden. Hij verwisselt dan ook nog maar even een versleten V-snaar.
Het leven en wennen plus het creëren van een nieuw ‘thuisgevoel’ hier aan boord heeft meer tijd nodig dan na een normale verhuizing. Er is behalve een volle vuilniszak met kleding en wat boeken, niets dat mij aan mijn thuis herinnert. Zelfs Hans z’n aanwezigheid herinnert mij daar niet aan, omdat we nog niet samenwoonde voordat we dit avontuur aangingen. Er is dus heel wat om te ontwikkelen. Ik denk dat dit soort veranderingen in een mensenleven goed zijn om flexibel en creatief van geest te blijven. De vraag of dit inderdaad zo is, kan ik over een aantal jaren pas goed beantwoorden. Punt blijft natuurlijk wel: wat kan een mens verdragen/aan. En dan zou je zeggen: laat nooit je roots/fundament los. We zullen zien.
Het is stil aan boord zo met z’n tweetjes en we bedenken wanneer we koers zullen zetten naar Rabat. Zygrib voorspelt voor de komende 6 dagen geen goeie wind. We liggen vanaf nu verwaaid Portimão.

 

 

 

 

 

 

Ontmoeting in Lissabon

 

 

 

Wanneer ik vanuit het vliegtuig de Hollandse bodem voorbij zie schuiven, krijg ik een brok in mijn keel: dit is toch wel een heel erg mooi landje; ons Nederland! Wat kunnen we zeuren en hoe graag willen we anderen onze mening opleggen, omdat we zo overtuigd zijn van hoe goed we het bij het rechte eind hebben. Nederlanders met regeltjes en wetjes, teveel soms, maar jee… wat voel ik me Nederlander! Ik ben Nederlander en ben weer thuis! En Hans? Hij heeft een andere kijk op Nederland, zoekt meer de warmte, de zon en minder regeltjes. Deze week gaan we genieten, bezoeken we onze kinderen, familie en sommige vrienden.
De zes dagen vliegen voorbij en de vliegticket is wat mij betreft net twee dagen te kort. Helaas heb ik Nelleke niet gezien, dat doet best zeer en is het weer even slikken dat een zeilers-leven ook zijn minpunten kent.

Ryanair roept de passagiers op om aan boord te komen. We sluiten aan in de lange rij Nederlanders waaronder ook een vrolijke bierclub van ongeveer 45 mannen. Hans lijkt er plezier aan te beleven en vraagt of de club ook vrouwen toelaat. Nee, geen vrouwen! En een grote bulderlach volgt van de dikbuikige in rode polo gehulde Bosschenaar. Hans vermoedde het al wel: een echte mannenclub dus. Een collega bierclublid komt langs en pakt iets wat rond de nek van de dikbuik hangt. Het blijkt een minibierpul te zijn en wordt volgegoten met jenever. “Heeeyy-jooo!!”, klinkt het voldaan door de dikbuik en giet in één teug het bereisterungswasser naar binnen. As-ge-moar-lol-het… Dat zal wat worden in het vliegtuig. Ik heb weleens gehoord dat KLM dronken passagiers niet toelaat. Hoe zal het hier gaan?
We zoeken onze stoelen en laten we nu net van de 192 stoelen precies midden tussen de 45 bierdrinkers zitten! Dat wordt feest! Nog voor we onze seatbelts moeten vastsjorren, komt de jeneverman de minibierpullen nog eens vullen. We vertrekken en de bierclub gaat mee. Ik pak m’n oordopjes en duik in een boek.

 

Eenmaal in Portugal terug zetten we volop de vaart in ons programma. Wat zijn we door alle pech achter op het schema geraakt! We hebben weer zin om te zeilen en de grenzen van steden en dorpen te bezoeken, en die van elkaar. Wat leer je elkaar toch goed kennen op die 41m2!! We zetten koers naar Cascais en gaan voor anker in dit aardige baaitje. Cascais is een toeristisch stadje, maar heeft wel zijn charmes bewaard. We ontdekken een India’s restaurant en bestellen het heerlijkste voedsel sinds tijden! Wat een zalig gekruide gerechten met kip en rund. Morgen willen we weer en meer!

Vanuit Cascais is Lissabon met de trein gemakkelijk te bereiken: het is een traject van A naar B met wat tussenliggende stadjes. Na een kleine 3 kwartier zijn we in deze bruisende hoofdstad van Portugal. Het reisgidsje vertelt dat we absoluut de wijk Alfama moeten bezoeken en we tram 23 moeten nemen. Dat lijkt ons wel wat in zo’n oude tram, maar als we de schuifelende rij toeristen bij de tramhalte zien staan die de staanplaatsen in de overvolle tram nog willen benutten, haken we af en nemen een tuk-tuk. De tuk-tuk-man rijdt ons natuurlijk maar al te graag naar Alfama, wat achteraf gezien maar 4 straten verderop blijkt… Weg 10 euro! Maar goed, het levert wel weer een nieuwe ervaring op 🙂 De tuk-tuk dropt ons bij het Panteão National en zegt dat we hier beslist eens een kijkje moeten nemen. We laten ons verleiden en beklimmen de trappen naar de ingang van deze voormalige kerk waarmee in 1682 de bouw werd begonnen en in 1967 is afgerond. We lopen eens rond en ontdekken de sarcofaag van de legendarische voetballer Eusebio da Silva. Toch wel apart om hem hier zomaar te zien staan tussen nog andere grootheden van Portugal. We bestijgen nog meer smalle trapjes en komen uit in de koepel die ons een mooi overzicht biedt van het volledig wit marmeren gebouw. Buiten is het uitzicht werkelijk adembenemend!

(even op de foto klikken en je ziet het hele plaatje)

 


Het is tijd om verder te lopen en bezoeken natuurlijk ook het Maritiem museum, waar de Portugese zeehelden van weleer en van nu te bewonderen zijn, maar waar ook vele Dows uit India liggen. De Navy: het blijft boeien!
Lissabon is een veelzijdige stad die ook veel armoede laat zien. Mannen die toeristen vermaken met bellenblaas acts, mannen die van stenen wonderlijke torentjes bouwen en daarvoor wat eurocenten krijgen toegegooid, maar ook trieste zwervers die ineengedoken in een hoekje van een trap zitten. Je zou bijna je dagrantsoen inleveren om deze mensen te helpen. Waarom doen we dat eigenlijk niet?

Het is half zes en komen na een 2,5 km lange klimpartij door de straten van hartje Lissabon, aan bij het hotel waar tante Rita en ome Wim een weekje vertoeven. Twee schatten, heel dierbaar en met zoveel energie! Zij zijn het waar we een voorbeeld aan willen nemen: beschouwend en ook adrem, ondernemend, geïnteresseerd in mens en omgeving, de wereld en ja: waarin eigenlijk niet? We zien elkaar en mijn keel schiet vol! Een heerlijk weerzien waarbij het gesprek serieuze kanten kent en waar we ook regelmatig bulderen van het lachen om de zo typische familie Bakker grappen! Te snel gaat deze avond voorbij en zitten we weer in de trein naar Cascais, waar morgen Dirk (waar onze dinghy naar is vernoemd) en Chris, onze Belgische zeilvrienden, aankomen om een paar dagen met ons mee te varen.

 

 

Alsof een korte scene uit een andere film onverwachts tussen de scènes is geplakt van de film waar je nu naar zit te kijken. Zo was het weerzien met Dirk en Chris: ze zijn ons zo bekend, maar de scene (zeilen op de Zeeuwse wateren) klopt niet met de film waar we nu naar kijken (zeilen op de Portugese wateren). Heel apart en super leuk om ze aan boord te verwelkomen. We maken direct afspraken hoe we deze paar dagen gaan invullen. Slim idee, want niemand komt zo voor verrassingen te staan.
Het plan is om zoveel mogelijk zeemijlen te maken. We hebben immers heel wat in te halen! We ronden Cabo Vincente dan ook in de nacht. De trossen gaan los, maar niet voordat Hans als redder in nood een op drift geslagen Nederlands zeilschip redt van het op de rotsen slaan van de ankerbaai. Een hachelijk avontuur, want de eigenaren zijn niet aan boord en nergens is de sleutel van de motor te vinden. Het grootzeil blijft ingerold, want de wind staat verkeerd en het schip dreigt tegen de kant op te slaan! Al snel hebben meer zeilers in de gaten wat er gaande is en komen helpen. Drie mannen zijn nu aan boord en de waterpolitie is gebeld. Reddingmaatschappij en de waterpolitie werken driftig mee aan het redden van het zeilschip. Uiteindelijk komen de eigenaren terug van boodschappen doen en zeggen het niet te snappen, want ze liggen immers aan 15 meter ankerketting (diepte 9 meter…). Tja.. zulke grappenmakers heb je ook… Ze starten de motor en varen terug naar de oude ankerplek. Maar daar zijn ze nog niet mee klaar! De waterpolitie sommeert het stel in de haven een plaats te zoeken en daar te wachten op verder instructies. Ze mogen niet meer ankeren. Hans wordt geïnterviewd voor het opstellen van een politierapport en pas daarna kunnen we gaan, de nacht op de Atlantische oceaan tegemoet.

 

 

 

 

Tot groot plezier is er een mooie wind N-W wind en zeilen we kalm richting het zuiden. Dirk en Chris genieten volop en daar doen we het voor! We kletsen wat en een maaltje pasta Bolognese gaat er ook goed in. Het is een heldere nacht en de sterren laten zich in volle glorie zien. Geen hinder van stadslichten, maar alom donkerte. De melkweg, de Grote Beer en alle andere boeiende stelsels kijken op ons neer. Op zo’n moment zou je willen dat je kon vliegen, kon zweven om al het moois van dichtbij te bewonderen. Isabella lijkt te genieten en vindt rustig haar weg door het kalme donkere water, aangestuurd door de windvaan. Rust!

Dirk wil graag alle aspecten van het oceaanzeilen meekrijgen en daar hoort ook ankeren bij. Bij Alvor willen we voor anker. Het is een ondiepe en lange geul voordat je het haventje bereikt, maar het moet kunnen. Traag varen we langs de betonning en BAM!!! daar lopen we vast. Onvoorzien en niet op de kaart van de plotter en de Pilot, ligt daar op 1.4m diepte een zandbank te pronken. Het was net nog 2.3m! Zo snel kan het gaan dus. We zetten de motor in z’n achteruit, maar dat wil al niet meer baten. We onderzoeken wanneer het hoog water wordt en besluiten de komende twee uur hier maar te blijven liggen. Geen bezwaar. Uiteindelijk worden we gelukkig door een gunstige wind niet verder in de zandbank gedrukt, maar komen we los en varen door naar het dorpje waar we de laatste avond samen door Dirk en Chris op een etentje worden getrakteerd.

Van de ankerplaats zetten we koers naar Vilamoura, een mondaine jachthaven waar tijdens de bouw toch ook weer restanten van een Romeinse haven werden opgegraven. Altijd leuk om te weten! Onderweg heeft Hans dan eindelijk geluk met zijn visserij!! Hij heeft beet en goed ook!! Het beest trekt behoorlijk aan de hengel en Hans verwacht wel een vis van een halve meter! Hoe dichterbij de vangst bij isabella komt, hoe meer we gaan twijfelen of de vis wel zal smaken. Eenmaal binnen weten we het zeker: geen lekker maal vanavond! We hebben een meeuw gevangen!
Onze zeilvrienden blijven nog een weekje in een huisje aan de Algarve en we spreken af om elkaar in deze week nog eens te ontmoeten. Een nieuwe klus dient zich echter aan en strooit roet in het eten: de ankerlier is kapot….

Portugal

 

 

Dan wordt het toch echt tijd om de bemanning van Zanzibar op te zoeken en de volgende dag vertrekken we vroeg richting Portugal, waar Henk en Tineke al geruime tijd bij Cascais voor anker liggen.

We besluiten om de dagen niet onnodig lang op zee te blijven en maken korte tripjes van ergens tussen de 30 en 35 mijl per dag. We voelen ons er prima bij en zien op deze manier ook meer van het land. De volgende haven is dan ook een uurtje of zeven zeilen en zullen we overgeleverd zijn aan de vreemde Portugese taal. Vanaf de grens worden we door de Pilot gewaarschuwd voor vispotten.

Spanje en Portugal worden vanuit zee gezien gescheiden door een brede rivier met aan elke oever op het hoogste puntje van de rots, kleine oude burchten. Het is alsof je een kijkje mag nemen in de tijd van de middeleeuwen, zo hier op zee. Telkens genieten we van de mooie landschappen die er natuurlijk voor zorgen dat ik mijn fototoestel weer startklaar heb. Wat we tot nu toe in onze reis allemaal hebben gezien is ongelofelijk mooi. Verbazingwekkend ook hoe dichtbij het feitelijk toch ook van Nederland is. We realiseren ons vaak dat we met een heel bijzondere reis bezig zijn. Toch zijn er ook momenten dat het allemaal zo gewoon lijkt. Dit komt vermoedelijk omdat we er gewend aan raken om op Isabella te wonen. Het zijn dan de kleine dingen die ons weer even doen stilstaan bij onze reis, zoals de geheimzinnige swell, de vispotten die vlak voor Isabella opdoemen en waarvan we niet willen dat het touw in de schroef komt, de armoede die we zien in de kleine oude volksbuurtjes dicht bij de vissershaventjes, het kopje koffie dat maar 45 eurocent kost. Het is allemaal heel bijzonder.

Helaas zijn er voorlopig geen ankerplaatsen langs de kust van Portugal en lopen we de haven van Viana do Castello binnen. Daar maken we kennis met de druk pratende en tot zijn enkels rijk getatoeëerde en vriendelijke havenmeester. Hij heet ons een ‘special welcome’, omdat het ons eerste bezoek aan Portugal is en vraagt hoe lang Isabella is (39ft), legt Isabella vast aan de steiger en nodigt ons uit om mee te komen naar het havenkantoor. Hij praat honderduit in goed engels, kruipt achter zijn bureau en opent de PC. Met zijn rechtervoet trilt hij met een hoog tempo zijn been op en neer. Ik krijg de neiging om te zeggen “ZIT STIL!!”, maar weet me in te houden. We wisselen complimentjes uit over goeie taalbeheersing en “Hollanders zijn aardige mensen, en Portugezen ook” en ondertussen maakt deze meester de rekening op voor één nacht: 38 euro. Hans zou Hans niet zijn als hij de rekening niet zou controleren en verbaast vraagt hij waarom het zo duur is. De wenkbrauwen van de havenmeester gaan omhoog en hij zegt dat het een ‘normal price’ is. “You call this normal?!”, vraagt Hans nog eens met de nadruk op ‘normal’. De havenmeester checkt de rekening en zegt; “Oh sorry! I made a mistake! I thought your boat is 30 meters!” ….. Ja-ja… Dan zou 38 euro dus een koopje zijn… De rekening wordt aangepast en we betalen 10 euro minder.

We willen douchen en het verbaast ons niets dat ook deze haven een eigen manier van douchegebruik hanteert. Bij de ene haven kun je zo een hokje binnenlopen (zwervers dus ook) en bij de andere haven moet je eerst door een poort en dan door een met een chip te openen deur. Safety for all!! Bij de laatste zou je verwachten dat je een super de luxe doucheruimte aantreft, maar dan kun je je lelijk vergissen. De een heeft een plastic gordijn voor de sproeier hangen en de ander een deurtje met een schuifje. Een rekje of plankje om je douchetas op te zetten en een haakje voor een handdoek kun je vergeten. Die spullen mag je in de gemeenschappelijke ruimte achterlaten. Je kunt dan na het douchen in je blote kont je handdoek uit je tas plukken. Dat gaat zuster Elise natuurlijk niet doen en ik verzin een trucje, zoals bijvoorbeeld het hengsel van mijn douchetas tussen de douchedeur klemmen en dan het schuifje dichtdoen 🙂 Mijn evakostuum is for Hans’ eyes only 😛 . Hoe het bij de heren is? Geen idee: das verboden terrein voor mij 😉
Douchen zoals thuis kun je dus vergeten en het is daarom ook niet handig om dit na te streven. Hier hadden wij ons voor ons vertrek al bij neergelegd.

 

 

Opgefrist en uitgerust zeilen we door naar Leixoes en vinden ook daar een ankerplekje. Er wordt op kleurrijke schepen actief visserij gevoerd. Netten boeten behoort nog steeds tot een dagelijkse klus. Enkele Nederlandse zeilschepen lijken we weer uit het oog te verliezen, maar er komen weer andere voor in de plaats. Hier maken we kennis met de crew van de Maaike-Maria en wisselen weer het een en ander uit. Kennelijk gaat het zo in het zeilersleven en daar is niets mis mee.

We plannen een dagje Porto, de oudste stad van Portugal en zoals de naam al verraadt: De stad van de port! En laat dat nou precies mijn favoriete teugje zijn!! Wel de Tawny Port! Jammie! We kijken onze ogen uit naar de schitterende gevels van de vele oude woningen. Het lijkt alsof hier het Nederlandse Delfts Blauw is uitgevonden. Prachtige taferelen spelen zich af op de als een puzzel gelegde plateaus die al jaar en dag door mensenogen worden bewonderd. Zo ook in het oude klooster waar ik Hans vertelde dat ik als kind de wens had om non te worden. Het leek me prachtig om m’n haren te verbergen onder een witte kap en dan in een lange jurk rond te lopen. Een soort van moeder overste Maria uit de Sound of Music. Hans lacht en zegt zich er niets bij te kunnen voorstellen.

 

We lopen verder en hoe enger/nauwer het steegje is, hoe boeiender we het vinden! Het lijkt alsof we de sporen van de Romeinen die hier ooit hun voornaamste vesting hadden, nog steeds kunnen volgen. Oude stadsmuren en straatkeien: het is er nog allemaal. We kijken uit over in elkaar grijpende rode pannendaken en zien een oud zeemanshuisje, nog compleet met anker boven de voordeur. Porto is werkelijk een bezoek waard. We genieten volop en nemen de behoorlijke klimpartijen die we moeten leveren om de straatjes door te worstelen, op de koop toe.
Voor anker liggen is super heerlijk, maar ergens stijgt er een geur van spek en rook aan mijn neus voorbij en is de tijd om weer eens te douchen weer gekomen. We varen een klein stukje door en besluiten om in de prachtige stad Porto de haven te bezoeken. Beddengoed, handdoeken en alles waar maar een geurtje aan hangt, wordt in de waszak gepropt: klaar om weer 15 euro te verbrassen aan die geweldige wasmachines!
In Marina Porto aangekomen blijkt het een sjiek boel met supervriendelijk personeel. Ze houden nog net niet de poort van het hek voor je open, maar het scheelt niet veel. We gaan betalen. Deze keer maar voor 1 nacht: 44 euro. Ach.. we raken er aan gewend…
Bij het verkennen van het kleine stadje, ontdekken we een openbaar waslokaal. Vrouwen staan er driftig hun wasgoed te schrobben, anderen weer hun deurmatten. Buiten het waslokaal hangt alles te drogen aan lijnen die door houten staken worden gesteund. verbazingwekkend hoe de tijd hier lijkt te hebben stilgestaan!
“Hier kun je ook je was doen!”, oppert Hans vrolijk. Ik wijs hem op de deurmatten en het grijze waswater en hij zegt dat het misschien toch niet zo’n goed idee van hem was. Lachend lopen we verder en zoeken beschutting tegen de brandende zon.
“Schat, als jij nu een brood gaat halen en eens gaat kijken waar we vanavond kunnen gaan eten, dan kijk ik nog even naar de motor, ik wil weten of het nu goed gaat”, stelt Hans voor, doelend op een nieuwe lekkage. Sinds enkele dagen verliest de motor koelwater en we zijn er nog niet achter waar de lekkage zit. Hans klust weer aan de boot en ik hou me bezig met de enorme berg wasgoed. Het is een drukke dag en wanneer iemand ooit dacht: ‘die twee gaan een leuk relaxed reisje maken’, die heeft zich gruwelijk vergist! De reis is prachtig, dat zeker, maar het vele werk dat nooit ophoudt, maar zichzelf weer aanvult met nieuwe klussen, dat werk stopt nooit! We belonen onszelf dan ook met een etentje buiten Isabella en volgen het advies van vriend Leo op: “Ga eens zo’n klein straatje in en neem een restaurantje waar maar drie tafeltjes staan! Daar eet je het lekkerst!”
Laten we nou net zo’n eethuisje tegenkomen! En het klopt helemaal: nog nooit zo lekker gegeten!! Moeder de vrouw staat zelf achter het fornuis en zoonlief serveert. Vader houdt op het bankje een oogje in het zeil. Fantastisch! We genieten van een heerlijke vis, van de aardappelen in olijfolie en van de eenvoudige maar oh zo lekkere sla! We maken het plan voor de volgende dag, bestellen een tweede fles wijn en gaan rondom gelukkig weer terug naar Isabella. Wat is het leven toch mooi!! Bedankt voor de tip Leo!

 

De volgende dag zetten we koers naar Aveilo, een oud haventje dat tegen Aveiro ligt. We moeten diep de rivier opvaren willen we daar kunnen komen. De rivier wordt smaller en het water grauwer. Op de oevers ligt oud schroot, resten nylondraad en bergen slik. Bij aankomst blijkt het een vervallen vissershaventje te zijn met een oud gebouw waar ooit een maritiem museum in gehuisvest was. Het ziet er verlaten uit. De ruiten van de gebouwen zijn gebroken en hier en daar is op de betonnen muren nog wat oude verf te ontwaren. Ergens onder een dakgootje zijn nog wat oude tegeltjes te ontdekken waarop beschilderde visserstafereeltjes te zien zijn. Zonde dat dit moois hier staat te vervallen! De ponton die op drie meter afstand van de kade ligt, lijkt echter nog niet zo oud en biedt +/- 50 vaste ligplaatsen en plaats voor ongeveer 10 gastboten. Wanneer het drukker wordt, moet je aanleggen bij een nieuw te kiezen buurman. Gelukkig hebben we bij aankomst nog alle ruimte! Na wat zoeken blijkt dat de havenmeester alleen maar tussen 15- en 20 uur aanwezig is. Dat treft, het is net 19-uur.
Na ons dagelijkse avondritueel, eten, lezen, serie op DVD kijken (Breaking Bad (we love it!!), wassen/tanden poetsen, gaan we slapen. Maar dan hoor ik wat! Ik hoor mannenstemmen!! Vlak bij de boot!! Ik gluur in het donker uit het wc-raampje en zie op de kade een donkere VW-golf staan. De koplampen zijn uit, maar door de paar straatlantarens is te zien dat het vehikel ook in redelijk vervallen staat verkeert. De chauffeur kijkt naar ons schip en mompelt wat tegen zijn passagier. Wat voeren zij in hun schild? Ik vertrouw het niet en schuifel naar Hans die al ligt te slapen. Dan maar weer terug naar de duistere wc. Ik besluit om met mijn iPhone een foto te nemen. Dan heb ik in ieder geval bewijs van de schurken in spé. Ik druk op de button en ojee!! De flitser gaat af!! Domme ik, nu heb ik mezelf verraden! “Schat wat ben je aan het doen?”, hoor ik uit de slaaphut komen. “Uuhhh… nou moet je eens komen kijken! Wat doen die daar??” Hans kruipt uit z’n warme holletje en komt eens kijken. lacht mijn bezorgdheid weg en zegt dat er niets kan gebeuren. Het zal wel bij de gewoontes van deze bevolking horen. Mannen die tot laat hebben gewerkt en nog even naar de haven rijden om zomaar te kijken wat er te doen is. Nah… ik neem het aan en besluit om ook te gaan slapen. Later in die week blijkt dat Hans gelijk had: vier meter van Isabella verwijderd om 23 uur, komen er locals hun hengeltje uitgooien en kletsen wat.
De eerste nacht in Aveilo hebben we achter de rug en scharrelen na het ontbijt wat over het dek van Isabella. Hans wil de motor nader inspecteren, hij vertrouwt het forse verbruik aan koelwater niet. “Elise!!” en nog eens: “Elise!!” het lijkt alsof iemand anders dan Hans mijn naam roept, maar dat kan toch helemaal niet?? Ik kijk om en zie op de rivier de Maaike-Maria met Reina en Willem aankomen. Leuk!!
“Wat is de doorvaarhoogte hier?” roept Willem. Doorvaarhoogte?? Ik kijk eens omhoog en zie daar de hoogspanningskabels. Waren die er gisteren ook al?? Snel roep ik Hans en hij geeft de juiste hoogte aan. De Maaike-Maria komt naast ons liggen. We raken weer aan de praat en de mannen duiken samen onder het motorluik. Na een klein half uurtje blijken ze het euvel gevonden te hebben: de motor verliest de koelvloeistof via een injector. Dat ziet er lelijk uit! Doorvaren is geen optie meer. Willem sleutelt de injector er uit. Het ding moet worden vervangen, maar waar vind je hier in the middle of nowhere een Volvo dealer? Hans belt met Leo en hij mailt ons het adres van een dealer. Binnen een paar uur krijgen we reactie van de Volvo-man uit Nederland die de diagnose heeft gesteld dat bij de demontage van de verstuiver de koperen ‘sleeve’ is meegekomen. Dat wijst op een slecht functionerende verstuiver en is vermoedelijk de oorzaak van de lekkage. De sleeve zal met speciaal gereedschap moeten worden vervangen. De Volvo-man stuurt ons een adres van de dichtstbijzijnde Volvodealer. Geluk bij een ongeluk: de dealer is 5km van Aveiro verwijderd! Soms zit het tegen en soms zit het mee. Deze dag sluiten we af met een door Reina heerlijk bereidde maaltijd met lamsvlees vergezeld door een goed glas wijn.

 

 

De volgende ochtend lopen we met de injector in de rugzak naar de dealer. Ja-ja, repareren is mogelijk. Alleen de monteur is met vakantie. Er moet naar een vervanger worden gezocht. We laten de verstuiver met koperen sleeve achter. De volgende dag komt de vervangende monteur. De man sleutel wat. Hans vindt hem nerveus overkomen: zijn handen beven. Als dat maar goed gaat…
Dan komt het hoge woord er uit. Bij het demonteren van de koperen sleeve heeft hij de verstuiver op de kop laten vallen. De verstuiver kan dus niet worden gemonteerd. Er moet een nieuwe worden besteld. Hans blaast wat en gromt wat woorden met veel g’s in de spelling. De monteur vertrekt.
Ons vertrouwen in de motor is gedaald en heeft invloed op onze energie en humeur. Nog nooit samengewoond en dan sinds drie maanden onder deze omstandigheden op een paar vierkante meter 24/7 bij elkaar zijn, vraagt om een topconditie van lichaam en geest. We doen beide ons best en laten natuurlijk hier en daar wel eens een steekje vallen en roeien met de riemen die we hebben en beseffen: achter de horizon schijnt altijd de zon!
Middags komt de Volvo-dealer naar het haventje om persoonlijk zijn excuus aan te bieden en vertelt ons het volgende droevige nieuws: de kop moet worden vervangen, maar uhhhh… “die hebben we niet in stock. Maybe tomorrow or next week…” Het ding moet uit België komen!!
Ggrrr…. er zit niets anders op dan het onszelf maar weer eens gezellig te maken. Toch niet echt vervelend 😉 We huren de volgende dag een autootje en rijden naar Coimbra. Het voelt apart om na drie maanden weer achter een autostuur te zitten. We genieten van het landschap en de dorpjes waar we doorheen rijden. En alweer bezoeken we een prachtige stad. Studenten studeren af en lopen in Harry Potter-achtige kostuums door de smalle straten. We bezoeken een grote kerk waar het wijwaterbakje een reuzenschelp is. Het wijwater is verdampt. In de oergezellige straatjes zien we winkeltjes die in Nederland al sinds 1970 niet meer te vinden zijn: fournituren, schoenlappers, prachtige stoffen, kleine kruideniertjes. Kleine etalages met hoeden en petten of ondergoed uit het jaar nul. Het is een lust voor het oog! We sjouwen rond en merken niet dat we vermoeid raken.

 

 

 

We rijden weer verder en een bord langs de weg kondigt een kasteel aan. Das leuk! Weer eens iets anders dan een kerk 🙂 . De toegang met de auto is 12 euro, dus gaan we lopen. Het kasteel ligt op de top van een berg en blijkt hiermee de 3km toch een flinke afstand te zijn. Eenmaal boven worden we verrast door een sprookjesachtig klein kasteeltje. Secuur gebeeldhouwde figuren sieren de gevel. Op een plaquette bij een oude boom lezen we dat de Engelse Lord Wellington hier graag op bezoek kwam. We besluiten naar binnen te gaan. Voor ons loopt een echtpaar met hetzelfde plan. Deftige mensen, dat kun je zien aan hun kleding. Wij vallen hierbij toch aardig uit de toon met onze korte broeken, T-shirts en rugzak. Maakt niet uit: we zijn zeilers!
Binnen is het een chique boel waar in de foyer het personeel op gedempte toon converseert. Het deftige echtpaar loopt door. Kennelijk hebben ze het hier in de grote hal al snel gezien. Ik maak wat foto’s van de indrukwekkende muurversieringen en een afbeelding van de Lord die vaak op bezoek kwam. Van de sprookjesachtige trap krijg ik een soort van waandenkbeeld dat ik daar in baljurk naar beneden schrijd. Nog nooit zoiets moois gezien! Dan opeens is daar de man die ons vriendelijk vraagt of we gasten van het hotel zijn. “Hotel? Dit is toch een kasteel?”, vraagt Hans? Ondertussen doe ik alsof ik geen engels versta en neem nog wat foto’s. “Ja klopt”, hoor ik de man zeggen, “maar nu in gebruik als hotel en niet toegankelijk voor mensen die geen kamer hebben.” Of we maar weer snel even willen vertrekken. Ik glimlach vriendelijk en Hans is de onschuldige zelf. We staan weer buiten.
Het is een prachtige dag. Tevreden rijden we terug en parkeren onderweg de auto bij een grote supermarkt: even proviand inslaan. Wel zo makkelijk nu we een grote laadbak hebben!

 

De dagen kruipen voorbij. De Maaike-Maria is een aantal dagen geleden weer vertrokken. We pakken Dirk en tuffen door een minisluisje richting Aveiro om daar in de kanaaltjes te doen wat de vele toeristen ook doen: geveltjes bekijken. Het verschil tussen de andere toeristen en ons, is dat zij in een gondel zitten met een vaste route en daar toch aardig wat euro’s voor moeten wegleggen en wij ons eigen tempo en route kunnen bepalen. Het is een leuke tocht en zoals ook met zeilen het geval is: alles ziet er zoveel anders uit vanaf het water dan vanaf de wal. Zo komen we ook tot de ontdekking dat we gratis fietsen kunnen gebruiken. Dit is een service van Aveiro aan de toeristen. Goed plan!

 

De volgende dag klimmen we op de gammele vehikels. Remmen zullen we met onze schoenzolen moeten doen en bellen wordt vervangen door een zelfgeproduceerd luid klinkend “Klingeling!!”. We fietsen langs de rivier en zien grote oesterbanken. Restanten oesterschelpen liggen op het strand, een enkeling schraapt venusschelpen uit de drassige oevers en legt ze in het karretje van zijn Zundap. Verderop zien we vissers aan het werk en we gaan een praatje maken. Eens kijken hoe ze dat doen! Een van de mannen waad in een grote waterdichte overall door het water naar de bank en komt met een zak vol oesters terug. Het zijn een stel leuke mannen die ons graag over hun werk vertellen. Er wordt zo’n 2000kg per dag gevist. De kleine schelpen gaan terug naar de bank en de grote worden in bakken verzameld. Het is grotendeels voor de export naar Frankrijk. Op mijn vraag of ze ook zelf oesters eten wordt lachend geantwoord. De een lust ze maar al te graag en de ander griezelt er van. Dan wordt me uitgelegd hoe je een oester moet openen en eten: eerst wel in citroensap drie minuten laten weken en dan naar binnen slurpen. Ik denk aan de keren dat ik oesters at, maar ze niet drie minuten in citroen had laten weken. We krijgen een vol maal mee naar huis. Wel 18 stuks!! Dat wordt smullen!! En inderdaad: besprenkelen met verse citroensap en drie minuten laten intrekken. Werkelijk heerlijk!!

 

Het lange wachten wordt dan eindelijk beloond en de nieuwe verstuiver wordt door de zeer vakkundige monteur Paul geplaatst. We starten de motor en ohhhh!!! Hij zoemt als een bijtje op een zomers bloemetje!! Geweldig! Dankbaar zwaaien we Paul uit en ploffen even in de kajuit neer. “We gaan naar Nederland”, zegt Hans. Het broeden op dit ei heeft ongeveer een week geduurd, maar nu heeft hij het ei gelegd. We gaan onze tassen pakken voor het vertrek naar Nederland, want daar wordt feest gevierd: Hans zijn zus Yvon bereikt een prachtige leeftijd en dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan! En een feestje na al deze ellende kunnen we wel gebruiken. “Zoek jij een hotel dicht bij het vliegveld van Porto, dan ga ik nog even een klusje doen”, zegt Hans.

Ik zoek en zoek, en alle dichtstbijzijnde hotels blijken volgeboekt. Dan maar een hotel iets verderop. Het wordt Motel Habana ergens in een buitenwijkje van Porto. Het is al donker wanneer we door de taxichauffeur voor een luxueus aandoend complex worden afgezet. We zoeken de receptie, maar zien niets meer dan een geblindeerd raam met een soort van brievenbus eronder. We zijn toch wel goed? “Heb jij dit gereserveerd??”, vraagt Hans met enige ironie in zijn stem. Nou ja, op de website zag het er goed uit! ik tast met mijn handen de soort van vensterbank af waar de brievenbus in ligt en vind een knop.
“Goodeveningggkk..”, komt er uit de brievenbus. “Wat is dit??”, vraag ik aan Hans die zijn leven lang al over de aardbol zwerft en talloze hotels heeft bezocht. “Geen idee!”, zegt hij. “Yeszz pleasszzee??”’ komt er weer uit de brievenbus. We krijgen het door: er is geen receptie zoals we bij een hotel gewend zijn. Hier is het gewoon een pratende brievenbus. We melden dat we voor 1 nacht hebben geboekt en laten onze paspoorten zien. De brievenbus slurpt ze op en ik vraag me af of we ze ooit nog wel terugzien. Dan vraagt de stem om 65 euro. Ik geef het in contanten en de paspoorten komen terug. De stem zegt waar we moeten zijn: hier door de slagbomen en dan de garage in. We zien dan vanzelf onze kamer. We lopen een taluud af en zien een soort van smal straatje met links en rechts garagedeuren. een daarvan staat open en is nr 131, onze kamer. We gaan naar binnen en de deur sluit zich. In de hoek van de garage zien we een trap. “Dit is geen gewoon hotel schat!”, zegt Hans en wanneer we boven zijn heb ik het vermoeden dat hij gelijk heeft. Een poster met een gladde blote damesrug versierd de voordeur van onze kamer. Eenmaal binnen wordt het duidelijk: hier komen spannende afspraakjes tot leven. We hebben dikke pret en inspecteren de kamer op properheid en kunnen geen vuiltje ontdekken. Prima hut en veel luxe. Wat zullen we knorren! Nederland: here we come!!

 

 

En dan de volgende oproep!!

We zoeken een geïnteresseerde ervaren zeiler die vanaf de eerste week januari 2017 met ons de Atlantische oceaan wil oversteken. We varen vanaf de Kaapverdische eilanden naar Suriname. Heb je belangstelling en wil je meer informatie? Stuur dan een e-mail naar hanssomers@live.com

 

Viva la España

Het weer is goed, de temperatuur begint langzaam op te lopen, hoe zuidelijker we komen, hoe behaaglijker het wordt. Zo behaaglijk zelfs dat ik besluit om ook eens een duik in het zeewater te nemen. Langzaam glij ik van het trapje richting blauwe zee en voel met mijn voeten hoe warm het water is: KOUD!!! Hans roept dat het water heerlijk is en ik me er gewoon moet in laten vallen. Dat lukt niet, al vanaf mijn kindsjaren niet. Herinneringen aan het betonnen zwembad in Grave dat gevuld was met Maaswater, spelen weer op. Koud-koud-koud!!! Het lukt niet om ‘door-te-komen’ en van het prachtige helderblauwe water te genieten. Ik klim maar weer aan boord en benijd Hans die wat blaast en proest, maar toch een rondje Isabella zwemt. Dan kom ik op een idee: “Laten we met Dirk naar het strand varen, dan kan ik langzaam het water inlopen! Dat is waarschijnlijk aan de oever minder koud dan hier vanaf Isabella!.” Hans vindt het een goed idee en zo gezegd-zo gedaan: eindelijk duik ik de zee in!!

Het is weer tijd om door te varen. We zetten koers richting de ria bij Cangas. Het is daar waar we voor het eerst in al die weken weer Nederlanders tegenkomen: de bemanning van Rhapsody!! En wat blijkt: ze hebben ons op de AIS gezien en hun vertrek uitgesteld om ons te ontmoeten! Zeilersfriendship!! Gezelligheid kent geen tijd en natuurlijk kwamen ze een borrel drinken op Isabella. We kletsen uren over wederzijdse ervaringen en de berichten die we horen stellen ons gerust! We doen het zo slecht nog niet! Na een boel gezelligheid namen ze tegen donker weer afscheid en tuften ze terug naar hun prachtige schip!
Medezeilers uit Nederland ontmoeten is super leuk! Ervaringen delen en merken dat je niet alleen staat in je avontuur is wat je toch ook nodig hebt wanneer je samen op een grondgebied van 12 X 3.5 m vertoeft. Handige tips uitwisselen (bemanning Rhapsody) en er achter komen dat je elkaar ooit ergens in Engeland ook al bent tegengekomen (bemanning van Bonnefooi), of zomaar eens bellen hoe het met je gaat (bemanning Zanzibar) en motorhulp krijgen en ook nog eens een heerlijke maaltijd toe (bemanning Maaike Marie). Het is allemaal dierbaar en doet ons zo goed en wat we terughoren: het doet de anderen ook goed. Je streeft hetzelfde doel na en bent en blijft landgenoot.

 

We gaan vanuit Cangas met de ferry op ontdekkingstocht naar Vigo, die enorme wereldstad hier in Spain. En niets viel zo tegen dan deze enorme blokkendoos met marmeren en betonnen straten. Het is druk en weinig historie. De oude binnenstad is klein en niet veelzeggend (of hebben we dan toch iets gemist?). De historische bezienswaardigheid is een park dat boven op de hoogste berg van Vigo ligt. Het zijn drie enorme grote ankers, overgebleven van een zeeslag tussen de Spanjaarden, Engelsen en Nederlanders. De Spanjaarden hebben de zeeslag gewonnen en het Hollandsche zilver en de ankers als bewijs meegenomen. Het park biedt een enorm mooi uitzicht en daar genieten we dan weer van. We gaan eerder terug naar Isabella dan gepland. Prima!

De volgende ochtend staat een zeiltochtje naar Vigo gepland: daar is de diesel goed en kunnen we weer eens een wasje draaien. Fijn om zo eens in de 10 dagen een schone handdoek te hebben 😉 . We maken alles klaar voor vertrek naar de overkant van deze brede ria. Hans gaat het anker ophalen en start alvast de motor.… start alvast de motor…. Het is weer zover! De motor laat het alweer afweten!! Het enige geluid dat we horen is een vreselijk snerpend geluid dat lijkt alsof 2 metalen over elkaar schuren. We kijken elkaar vol ongeloof aan en er volgt een grote zucht met in koor een verbazend “WAT NOU WEER??!!” Direct volgt Hans met zijn conclusie: “Ik weet het al, het is de startmotor!” Hans vertelt dat hij nog zó aan de cursusleider van ‘EHBO bij motorpech’ had gevraagd of het wijs was om de 25 jaar oude startmotor te vervangen. De technicus had verzekerd dat dit absoluut onnodig was. Vol vertrouwen zijn we dus op pad gegaan en tja: alles heeft zo’n zijn levensduur. Ook een startmotor. Hans pakt een hamer en slaat een paar keer op de startmotor, start nog een keer de motor, maar het geronk blijft uit. Nog maar eens een paar tikken met de hamer op de startmotor…. Nee, het is zondag, dus rustdag, lijkt de Volvo te denken. Sh… 🙁
We blijven voor anker liggen en bedenken een plan. Hans pakt Dirk en tuft naar het kleine vissershaventje om eens te informeren of ze daar een monteur kennen. Jaa…. die kennen ze wel maar die is er niet. Morgen? Nee, das maandag en dan is het hier net een feestdag. Er wordt een prachtig vuurwerk beloofd. Het zal wel. Wij hebben liever vuurwerk in de motor!
De zonovergoten zondag gaat traag voorbij. We lezen wat, praten wat en eten wat. Om vijf uur start Hans uit frustratie nog maar eens de motor. BINGO!! hij doet het!! Snel halen we het anker op en varen regelrecht naar Vigo. Daar zit een Volvo dealer, goeie monteurs etc etc. Bij aankomst deelt Hans onze pech direct met de havenmeester en ook deze havenmeester beweert dat alles goed komt: morgen zijn we de eerste. Prima. Hans gaat ‘morgen’ zelf op zoek naar de Volvo dealer en bespreekt het probleem. Een dag later is de nieuwe startmotor gemonteerd en de dag daarna kunnen we weer verder trekken. Ppfff… Drie maal is scheepsrecht. Dit was de derde keer motorpech. Gek genoeg vinden we dat de motor ook ‘mooier loopt’, een tevreden geluid, zeg maar. Hans ziet dat het metertje van de oliedruk ook niet meer heen en weer springt. Gelukkig: we hebben het dus allemaal achter de rug! Op naar Islas Cies: het paradijs op aarde!

 

 

En zeker lijkt Islas Cies een stukje paradijs op aarde. De baai, het mooie strand, de prachtige wandelpaden. Geen auto’s of andere herrie makende technieken. Nee:rust!

“Ik heb nog nooit zoiets moois gezien”, zegt Hans. En ik geloof het direct! Hij kijkt, en kijkt en zuigt alle indrukken in zich op. We lopen naar de oude vuurtoren, genieten van het enorme mooie uitzicht en beseffen ons dat we hier op een eeuwenoud met varens bedekt, grondgebied lopen. Zelfs de oude verveloze deuren van een vervallen schuurtje zijn prachtig om te zien. Stil lopen we terug naar de baai, weten dat ook hier weer een afscheid in zicht is. Afscheid van dit prachtige eilandje.

 

 

 

 

 

Op naar Baiona, het laatste oude stadje aan de kust van Spanje, voordat we de wateren van Portugal bereiken. Baiona is de havenstad waar Columbus na zijn ontdekkingsreis met een van zijn drie schepen De Pinta, binnenliep.
De zee heeft een behoorlijke deining wanneer de muur van het kasteel dat op de punt van het schiereiland staat, zich aan ons toont. In het midden van de toegang tot de haven staat in de branding een lichthuisje. De golven kruipen schuimend tegen de muur omhoog. We kijken elkaar aan en onze bewondering voor de bemanning van de schepen van welleer groeit met de seconde! Om hier binnen te varen tussen al die rotspartijen die zich onder de schuimkoppen schuil houden, is pas echt zeemanschap!! Komen wij aan met onze plotter, radar, AIS, marifoon en noem maar op aan apparatuur!

 

 

 

 

We verkennen de omgeving op gehuurde fietsen en genieten van alle vergezichten die de hele kuststrook van Baiona ons biedt. Het wordt pas echt genieten wanneer we het moderne Mariabeeld beklimmen. Een adembenemend en dynamisch uitzicht. De zee golft en schuimt, de rotspartijen van de tegenoverliggende kuststrook met z’n rotsen, kleine figuurtjes die aan de voet van het Mariabeeld schuifelen. Mooi!
Tevreden en moe brengen we de fietsen terug en lopen door de oude straten. We zoeken een restaurantje uit en smullen van een waanzinnige heerlijke Pulpo. Een mengeling van inktvisjes, garnalen met nooit teveel knoflook 😀 !! Jammie!!

 

 

Heimwee

 

“Het bed is te kort”, zeg ik wanneer we net wakker zijn. “Te kort?”, vraagt Hans met opgetrokken wenkbrauwen.

“Ja, ik lig iedere keer met m’n voeten tegen de achterwand te drukken”, antwoord ik.
“Dan kun je toch meer naar het midden gaan liggen?”
“Nee, dat ligt niet lekker. Dan lig ik in de sleuf tussen de matrassen”
“En schuin?”, poogt Hans nog eens.
“Nee, ook niet. Dan lig ik met mijn hoofd klem. Ik wil mijn eigen bed.” Vrijwel direct nadat ik dit zeg, besef ik dat ik mijn bed naar de kringloper heb gebracht en nu waarschijnlijk door een vreemde wordt bewoond. Hij of zij heeft er een goed bed aan: 180cm breed en 210cm lang: heerlijk!
“Je eigen bed?” Er klinkt iets meer door in Hans zijn stem dan alleen ongeloof. Hij vermoedt vast iets. “We gaan eruit schat! We gaan er een mooie dag van maken!”
Ik betwijfel of het een mooie dag zal worden. Honderd keer op een dag stoot ik mijn hoofd aan de ingang van de slaaphut of bij het pompen van de WC. En die noordkust van Spanje is overal hetzelfde: rotspartijen in grijze vochtige wolken omhuld.
Hans is al uit bed en zet zoals elke ochtend de radio aan. De Spaanse radio met Spaans geratel waar ik niets van snap. Geen idee waarover ze discussiëren, maar het gaat er nogal verhit aan toe daar op die Spaanse zender. Traag kruip ik uit bed en blijf op de rand zitten. Wat zal ik in vredesnaam gaan doen? Ik kijk om me heen en zie de kleine afscheidsgeschenkjes, zoals een gelukspoppetje en de klavertjes vier, aan het netje boven m’n kastje bungelen. Opeens slaat het toe: heimwee!!
Ik heb heimwee naar mijn kinderen, eigen bed, m’n trap, m’n schuifpui, m’n werk, m’n oude gedoetje, ja zelfs naar de Plus waar ze kaneelijs verkopen. Ik sleep me van de rand van het bed en loop gebukt naar de keuken om een andere radiozender te zoeken. Dit klinkt beter: Eros Ramazzotti met Tina Turner!
Bij het ontbijt kijkt Hans me aan. “Gaat het wel goed met mijn schatje?”, informeert hij voorzichtig. “Volgens mij heb je een beetje last van heimwee of niet?” Mijn keel schiet vol en slik. “Uhjj-aa”, komt er met een piepstemmetje uit.
Er volgt een lang gesprek over onze eerdere ervaringen met heimwee. Gelukkig begrijpt Hans mij. Al verandert het gevoel daar niet door, het helpt wel om er samen over te praten.

Hans bestudeert nog eens de route en komt met een aantal mooie voorstellen. De eerst komende 10 dagen liggen we her en der op schitterende ankerplekjes, belooft hij. 10 dagen! En hoe zit het dan met haren wassen en douchen? “Ach…. dat komt wel weer of je doet het hier in een bakje”, zegt hij laconiek. In een bakje? Ik ga toch echt m’n haren niet in een bakje wassen, bedenk ik me. Ik voel de jeuk al die daarna door het onvoldoende kunnen uitspoelen ontstaat! Ik zeg echter niets en knik begripvol. We zien wel. Het is nu niet bepaald het meest geschikte moment voor een onbenullige discussie.

We zetten koers naar mooie onbewoonde eilandjes van Noord Spanje: Islas Sisargas. Het zijn drie kleine, rotsachtige eilandjes bij elkaar waar alleen maar meeuwen wonen. De pilot  Atlantic Spain and Portugal waarschuwt de toerist om vooral niet in juni / juli te komen, omdat de meeuwen dan jongen hebben en erg agressief zijn: ze vallen je aan! Het is inmiddels augustus, dus zullen we daar geen hinder van ondervinden. Wel hebben we hinder van de swell. En hoe!!

https://youtu.be/yZxm95ckDaY

 

Wanneer we aankomen zien we een lege baai: geen schip te bekennen. Het ‘alleen-op-de-Wereld-gevoel’ maakt zich van ons meester: wat is het hier prachtig! Kraakhelder blauw water waar je tot op de bodem kunt kijken. En die is bodem is twaalf meter van de kiel verwijderd, zegt de dieptemeter. We varen langzaam dichter naar de kust en laten het anker vallen. Hier blijven we een nachtje! Het is zo apart en vredig om zonder andere schepen in de buurt, op je schip tussen twee eilandjes in voor anker te liggen! We voelen ons gezegend dat we dit mogen meemaken, al duurt het maar voor een uurtje, want dan blijkt dat ook andere zeilschepen dit idyllische plekje hebben gevonden. Bij het vallen van de avond liggen er vijf zeilschepen in dit prachtige ‘kommetje’.

 

 

De volgende dag kijken we naar buiten en zien dat de andere zeilschepen in een dikke mist zijn verpakt. Het koude, vochtige weer helpt niet mee aan het naar de achtergrond willen proppen van mijn heimwee. Liever zat ik nu bij mijn kinderen en houtkacheltje. Hans is een schat en blijft opgewekt en onvermoeid door met plannen maken. We pakken Dirk, onze dinghy, en varen naar de kant voor een lange wandeling en kijken uit op een van de mooiste plekjes op aarde. De mist blijft hangen en we zijn ‘veroordeeld’ tot een tweede nachtje Islas Sisargas. We liggen dus niet verwaaid, maar ‘vermist’ 😀 . Wanneer de dag daarna de mist nog steeds niet is opgetrokken besluiten we toch het anker op te halen. We zetten behalve de AIS ook de navigatielichten en de radar aan. We willen graag zien en gezien worden. Het is als met een bril op in een pan stomend water kijken: de glazen beslaan direct en je ziet niets! Geen referentiepunt te ontdekken! We volgen de rode lijn die op de plotter is uitgezet. Zo omzeilen we in ieder geval de vele rotsen die hier rondom de eilanden onder het water verborgen liggen. De tijd verstrijkt en de mist houdt aan. Wel een hele dag!

Dan is de ria van Camarinas in zicht! Vage contouren van de rotsachtige ingang laten zich zien. En opeens is daar ook de zon die de koude, vochtige mist verhit en doet verdwijnen. We gaan voor anker en de avond valt. Moe maar tevreden gaan we slapen en ik denk aan mijn bed bij de kringloper.
’s Nachts worden we wakker van de aanzwellende wind en checken nog eens extra het anker. We hebben 25 meter uit staan, dus dat moet voldoende zijn bij de diepte van 5 meter ankeren. Toch houdt het Hans almaar bezig en hij gaat een paar keer uit bed om te kijken. Dan worden we opeens wakker van een akelig geluid! Het lijkt wel gehuil! Gehuil van een zeehondje!
“Aahhh!!! Een huiler!!”, zeg ik tegen Hans die na 30 jaar Arubaan te zijn geweest niet weet waar ik het over heb. “Een huiler! Dat is een jong zeehondje die z’n moeder kwijt is!!”, zeg ik snel en sta in no-time naast het bed. Hans volgt en we gaan naar buiten.
De wind is heftig met hoge golfslag. De huiler horen we niet meer. Achjee… zou het zijn aangespoeld?
Dan horen we iemand roepen. Het is de Fransman die een stukje verderop ligt. Het lijkt alsof hij ons iets wil duidelijk maken. Maar wat??
“We krabben toch niet?”, vraagt Hans.
“Nee, kijk maar naar dat gebouw. Vanmiddag lagen we net zo ver als nu”, zeg ik en kijk nog eens om me heen.
“Klopt. Niks aan de hand”, zegt Hans.
De Fransman roept nog iets en Hans roept terug: “Yes!! Wi!! Merci!!”
“Wat zei hij dan?”, vraag ik.
“Geen idee, maar alles is in orde. Kom, we gaan slapen”.
De volgende ochtend is Hans als eerste op dek en roept: “Elise kom eens snel kijken!”
Ik verwacht een school dolfijnen te zien, maar mijn blik stuit tegen een muur van groen aan!! Op nog geen dertien meter afstand toont de wal zich in volle glorie en is het niet moeilijk om elk blaadje van de bomen te onderscheiden van de andere. “Zou die Fransman dan gezien hebben dat we aan het krabben waren?”, vraagt Hans.
“Ik denk het. Oh!! Nu weet ik het! Het was geen zeehondje dat we hoorden, maar het was natuurlijk zijn scheepstoeter om ons wakker te maken! Dat is net zo’n geluid!”
“Krijg nou wat”, zegt Hans met een zucht.
We vertrekken snel voordat we nog verder vastlopen en halen het anker op. Dat gaat zwaar en wanneer het eindelijk boven water is, zien we dat er een rubberen duikpak vol met modder aan bungelt. Dit heeft er voor gezorgd dat we niet echt vast lagen in de grond en we met de stevige wind zijn afgedreven! Nog net op het nippertje van een akelige aanvaring met de wal gered!! Ppff…

 

Er volgen nog andere ankerplaatsen zoals in Myros, Aquino en Combarro. In Myros leggen we voor 1 nacht aan in de haven en kienen dit zo uit dat we eerst vlak voor de haven ankeren en de volgende ochtend binnenlopen. De dag erna vertrekken we om een uur of vijf en gaan 100 meter verder weer voor anker. Tja… sailerslife 🙂 Je moet natuurlijk zuinig met je contanten omgaan! Zeker in de haventjes waar we eindelijk ons beddengoed en de rest van de was door een sopje kunnen halen. Wat dit kost? 15 euro!! havengeld? Vanaf 29 euro begint het er op te lijken.. Nee, niet alleen daarom vinden we ankeren heerlijk hoor! We vinden het vooral heerlijk omdat we dan echt ‘los’ van andere schepen en drukte zijn. Het is zo rustig en zo knus!! In Myros kan Hans ook weer eens goed aan Isabella klussen. Te goed! De haak waarmee we onze ankerketting iets omhoog ‘hijsen’, zodat de ankerketting niet langs Isabella schuurt, valt in het water! Weg haak! Maar niet getreurd! Hans weet uiteraard weer raad en haalt de havenmeester erbij die kan duiken. In een zucht en een sch…t haalt de beste kerel de haak met touw weer naar boven! Niet voor niets natuurlijk! 😉

 

 

Het is in ria de Aldan waar we onze harten verliezen aan dit mooie stukje van Spanje. Hier is de natuur nog natuur gebleven en kun je nog spreken van een oud vissersplaatsje. Het is ook hier dat ik voor het eerst de zee in duik en het voelt fantastisch! Hans ligt op het strand naar mij te kijken, zwaait en steekt zijn duim op. Wat is het hier fantastisch mooi! Ja, hier wil ik / willen wij meer van proeven!

 

 

De Golf van Biskaje deel II

De wind nam halverwege de nacht aan en we zeilen weer. “Koers naar Viveiro!”, zegt Hans. “Daar is een haven met een lift. Ik wil Isabella uit het water hebben”, vervolgt hij.
De wind is gunstig en we zien aan de horizon al wat land opbollen: de rotskust van Spanje. Hij lijkt dichtbij, maar zal nog een dag zeilen zijn. Alles is oké, als we maar aankomen! En hoe we de haven binnenlopen zonder motor? Dat zien we dan wel.
Hans maakt ondertussen alvast landvasten in orde, zodat we gesleept kunnen worden.
Dichtbij de kust zien we op de AIS dat er een Nederlander in de haven ligt en we roepen hem via de marifoon op. Hij is bereid om de havenmeester alvast van onze komt in te lichten. Een sleepje geven wordt wat lastig. We turen de kustlijn af naar andere schepen en zien weer een schip. Na een korte uitleg wat er met ons aan de hand is twijfelt deze aardige Duitse meneer geen moment. Hij rolt zijn zeilen in, start zijn motor en komt naar ons toe terwijl we nog op zee zijn. Wat een zegen! Wat zijn we blij dat we hulp krijgen!! We binden de zeilboten aan elkaar vast en de Duitse meneer tuft richting de haven. Dat is in zo’n ria toch nog best een aardig eindje! De ria wordt smaller en we kijken uit naar de beloofde havenmeester. Hans roept hem nog eens op. Met een sneltreinvaart komt in zijn rubber speedboot Fernando aankrossen. “Ola!!”, roept hij en lacht ons vrolijk toe. Hans vertelt wat de problemen zijn en Fernando roept dat hij Alles repareert. Jee… wat een handige havenmeester?!
We liggen aan de steiger, veilig en wel. Er is maar één ding waar we aan denken en dat is slapen. We snurken de klok rond en de volgende dag regelt Hans direct een monteur en gaat Isabella de kant op. Het worden dagen van hard en snel werken, want de kosten zullen vast niet mals zijn.
Hans legt aan de monteur uit wat er is gebeurd: vuile diesel? en vertelt wat hij al heeft gerepareerd. In de manual van Volvo staat echter dat bepaalde sluitingen alleen door een erkend Volvo monteur mogen worden geopend. “Dus ja amigo: do your best!” De monteur kijkt, pakt een tang en schroeft bovenop de motor een van de vier aansluitingen van de verstuivers open. Er gebeurt niets. Dan de andere. Er komt een golfje diesel uit en daarna een spetter lucht. Zo ook bij de derde en bij de vierde weer niets. “Start de motor eens”, vraagt Hans. Ik start het gevaarte en WOW!! Hij doet het!! Jippie!! Wat was nu het probleem? Lucht! En tja, de manual geraadpleegd en opgevolgd… Oké, de volgende keer niet meer zo strikt de lettertjes nemen en gewoon zelf doen!

 

De volgende dag gaat Isabella op de kant en zien we een flinke beschadiging. De soort van spoiler die Hans in de winterstalling op de opening bij de boegschroef heeft gemonteerd blijkt half te zijn afgebroken. Het ziet er slecht uit. Ook dat moet gerepareerd worden. Ik verlang naar internet om de website bij te werken. Dat lukt maar half, want de WIFI is reeeeeete traag!! Er wordt weer eens gedoucht en kleding gewassen, Isabella wordt gepoetst met super spul van Renskib! Ze blinkt weer als een dame op zondag. Hans werkt de hele dag in de hitte door en hoe hij het doet, ik weet het niet, maar de spoiler is na twee dagen weer als nieuw.

Eigenlijk zijn we dus weer klaar voor vertrek, want in een haven liggen kost alleen maar geld. Op naar de Spaanse ria’s!

We leggen koers naar Sada en kiezen niet voor het overvolle en drukke A Caruña, een beslissing waar we eenmaal daar, spijt van hebben, want hier zijn de faciliteiten gewoon niet geweldig. Sada ligt niet ver van Santiago de Compostela. “Zullen we daar naar toe lopen? Als echt pelgrims?”, stel ik Hans voor. Die vindt het een prima plan en duikt in de kaarten. Blijkt dat het 60km van Sada verwijderd is. We hoeven niet lang na te denken om te besluiten dat we de bus pakken: zien we ook best veel van de omgeving toch? Zo gezegd zo gedaa. Ik pak mijn rugzak in. Hans heeft eigenlijk niets in te pakken, zegt hij en mikt zijn tandenborstel en schone zakdoek bij mij in de rugzak. Oempa, das toch wel zwaar zo’n rugzak. Oké dan…. de helft van mijn badkamerartikelen gaan weer terug in de kast en ook maar die spijkerbroek voor als het koud wordt en dat shirt is ook niet echt nodig. Zo, dat voelt beter. We gaan!

Het reizen met de bus werkt hier nog als in Nederland 40 jaar geleden. Gewoon betalen en wisselgeld terugkrijgen. Ook staat er om elke 300-400m een bushalte. Het gaat dus traag wat ook wel een voordeel is: we leren te onthaasten!!

Het is warm en leeg wanneer we bij het busstation aankomen. Nergens pelgrims te zien. Waar is die stoet van mensen? We oriënteren ons waar het centrum zal zijn. Ongemerkt komen we het oude stadsgedeelte in en daar willen we meer van zien en weten! Wat is het hier mooi! Wat oud!! De Romeinen hebben ook hier zo hun sporen achter gelaten. Wat een mooi volkje was dat ook. Nou ja.. ze konden mooi bouwen. We gaan op zoek naar een B&B, maar vinden niets. Alles is vol. Dan zie ik een groot gebouw en iets doet mij vermoeden dat we daar wel terecht kunnen. Het is een oud klooster geweest dat is omgebouwd tot (pelgrim)hotel. Super voordelig en prachtige kamer met super douche en uitzicht! We treffen het dus voor een keertje: nu eens geen pech! 🙂


We maken een mooie wandeling door deze stad en genieten van de vergezichten en de oudheden. De kathedraal is een bezienswaardigheid op zich! Het goud spat van de muren en beelden af! Wat een rijkdom! Het graf van St James wordt druk bezocht en laten we maar voor wat het is. Vrede en rust zit vooral in jezelf.

 


De volgende dag slenteren we nog wat door deze prachtige stad en gaan naar een gedeeltelijk overdekte markt. Hoeden en petten en dameskorsetten, alles is te koop op de markt. De tijd lijkt hier 40 jaar stil te staan en alleen de vele iPhones op steeltjes doen je beseffen dat het anno 2016 is.

We gaan terug naar Isabela en bestuderen de volgende ankerplaatsen. En dan slaat het toe….

 

 

 

De Golf van Biskaje

 

 

 

Na de mooie trip langs de Engelse zuidkust vertrekken we vanuit Falmouth richting A Coruña.

De weergoden voorspellen een gunstige noord-oosten wind. Alleen de stroming zou beter kunnen, maar daar in het kanaal is het sowieso vaak worstelen met de stroming. Je moet ook goed het getij in de gaten houden. Tja.. en wanneer je een lange tocht voor de boeg hebt, zul je altijd een keer de stroming tegen hebben.
Eenmaal op zee valt het toch tegen. De zee is ruw met windkracht 5 tot 6 en op een gegeven moment hebben we inderdaad de stroming tegen. Dan draait ook nog eens de wind naar zuid-oost en lijken we compleet te worden weggeblazen. We strijken de zeilen en starten de motor. Isabella bonkt tegen de hoge golven in en lijkt moeite te hebben met de weerstand. Of zijn wij het die er moeite mee hebben? Ik in ieder geval wel. Alweer speelt die zeeziekte op en lig ik bij het vallen van de avond gammel en voor pampus op de bank. “Doe eens zo’n pleister achter je oor”, adviseert Hans. De cinnarizine tabletjes helpen immers niet. Van de huisarts hebben we een aantal anti-zeeziekte pleisters gekregen. Ik beloof er morgen eentje achter m’n oor te plakken en zet me schrap tegen de tafel, zodat ik niet van de bank afrol.
Het geworstel met de wisselende windrichtingen en de stroming die tegen zit, zijn we meer dan beu. “We gaan richting Frankrijk”, zegt Hans ergens midden in de nacht en verandert van koers. ‘sMorgens vroeg komen we aan in Aber Wrac’h. Een gehuchtje in Bretagne dat door flinke rotspartijen boven- en onder water voor de zee wordt beschermd. Het is dus uitkijken geblazen om de haven te kunnen bereiken

 

 

‘Zo snel mogelijk die lastige Golf van Biskaje over en dan zien we wel verder’, zegt Hans wanneer we de volgende dag in de kuip van Isabella de zeilroute nog eens doornemen. De Golf van Biskaje schijnt een missie op zich te zijn. Een gevaarlijke missie waarbij onverwachte stormen de kop opsteken. ‘Het spookt er’, hoor ik nog mijn 87-jarige moeder zeggen. Ze had het vroeger al op school geleerd. Ik zie in gedachten Isabella in de hoge golven verdwijnen en vraag me af of ze ook weer boven water komt. Hans oriënteert zich op eventuele problemen en bereidt Isabella zoveel mogelijk voor op averij, maar vraagt zich af of hij niet iets over het hoofd ziet. Zygrib voorspelt een N-NO wind van 15 knopen. Ook de stroming hebben we mee. Dat is gunstig en we verwachten na drie nachten A Coruña binnen te zullen lopen. “Oké, we gaan”, zegt Hans en geven elkaar een zoen. Ik weet dat hij dit stukje van de reis zou willen overslaan.

De Golf is spiegelglad wanneer het langzaam begint. Als deeg in een mixer worden we van 12 uur naar 9 uur geslingerd en daarvandaan weer terug naar 1 uur, 3 uur, 7 uur, terug naar het centrum, weer naar 5 uur, 10 uur en ga zo maar door. De vallen kletteren tegen de mast, hoewel ze toch stevig vastgebonden zijn. De vloer van de kajuit kraakt, serviesgoed rinkelt en we horen de blikken soep en chili con carne tegen de de deur van de kast bonken. We zitten aangelijnd in de kuip en houden ons scherp vast door onze voeten ergens tegenaan te klemmen. We stellen dorst en honger uit: er is geen beginnen aan om onder deze omstandigheden in de kombuis iets lekkers te versieren. Te gevaarlijk. Naar de wc gaan is al erg genoeg! Het is uitkijken geblazen wil je voorkomen dat je bruine wc-papiertje niet door de lucht vliegt. “Dit is nu die deining waar ze het altijd over hebben”, zegt Hans. “Dat is op de hele golf zo en ook op de oceaan, zeggen ze”, voegt hij er overtuigend aan toe. Waar komt die deining dan toch vandaan? We bedenken van alles, maar weten het niet.

 

 

De deining verdwijnt even snel als hij komt en de zee blijft rustig. De weinige wind zorgt er voor dat we de zeilen strijken en de motor moeten starten. De rest van de dag worden we gevolgd door een meeuw die gek genoeg geen brood lust.

Om 23uur zien we de lichten van andere schepen die ver weg lijken of toch dichtbij zijn. Gelukkig hebben we AIS (automatic identification system) die ons de juiste afstand van die lichten geeft en andere schepen ook ons kunnen spotten. We hebben alles onder controle en spreken af wie als eerste gaat slapen. Ik ben nog lekker fit! Komt vast van die pleister achter m’n oor! Niet zeeziek! Super goed spul! Hans kiest voor de bank en pakt de rode fleecedeken.

‘De geschiedenis herhaalt zich’, is een bekend gezegde, maar dat het zich zó snel herhaalt! Hans ligt nog geen vijf minuten op de bank en de motor kakt weer in en lijkt te zeggen: ‘Doe het zelf maar’. In no-time staat Hans naast me. ‘Wat is er gebeurd?’, roept hij. Ik vertel wat hij al weet. Zijn zorg stijgt. ‘Oké, grootzeil uitrollen!’, brult Hans. Ik volg zijn instructies op. Hans checkt alle mogelijke oorzaken en verwisselt het dieselfilter. De motor blijft dienst weigeren. 30NM uit de kust van Frankrijk en nog 320NM te gaan. Varen we door op de zeilen of gaan we terug? We besluiten om door te zeilen. ‘Een zeilschip is tenslotte om te zeilen en we gaan het ‘gewoon’ redden’, zeggen we tegen elkaar en kijken de donkere nacht in.

Het is een vreemde nacht en de wind valt weg. Gedachten dwalen soms af en toch blijven de oren gespitst op het AIS signaal. Zodra er een schip in de buurt komt melden we ons, zodat ze weten dat we op korte afstand varen en lastig of niet kunnen manoeuvreren en zij moeten uitwijken voor ons. Of we plaatsen een soort van spot op de AIS waar het andere schip zich bevindt. De AIS trekt dan een lijn naar Isabella en zo kunnen we beoordelen of we op ramkoers liggen. Het is niet anders.

In het aardedonker flitst er opeens iets wits voorbij. Ga ik spoken zien? De spoken van de Golf van Biskaje? En weer is daar die flits en nu heel dichtbij! Er komen meer flitsen. Het zijn witte vogels. Vliegen meeuwen ook snachts? Geen idee of het meeuwen zijn. Ik hoor ze niet. Ze fladderen voor de boeg en lijken met de Genua te spelen. Wat denken ze daar te vangen? Om zeker te weten dat ik niet hallucineer, pak ik mijn camera en maak foto’s. Dit zal me kunnen helpen om een diagnose te stellen. Zo snel als ze gekomen zijn, verdwijnen ze ook weer. Nog net op tijd heb ik een foto kunnen maken: ze waren er echt!

 

Het AIS signaal gaat af. Ik kijk op het navigatiesysteem en zie dat het een mega vrachtschip is van 295 ft lang: de Arklow Racer. Mijn hemel… als dat gevaarte maar uit de buurt blijft!! Hans kruipt van de bank en komt ook in de kuip zitten. Hij vindt geen rust daar op die bank, voelt zich voor 200% verantwoordelijk en kent mijn beperkingen wat zeilen betreft… Hans ziet het vrachtschip als een kans om uit deze benarde positie verlost te worden en roept de Arklow Racer op met de vraag of zij een monteur aan boord hebben. Dit is het geval en zijn bereid om ons te helpen. Het schip verlegt zijn koers. Maar eenmaal wat dichterbij, wat feitelijk voor ons pas een klein lichtje aan de horizon is, ziet de Arklow Racer dat we te klein zijn om hulp te bieden. Op zich wel vreemd, want dit had hij ook op zijn AIS kunnen zien. Hij is bang dat hij ons zal overvaren, omdat eenmaal dichtbij wij uit zijn zicht zullen verdwijnen. Te gevaarlijk dus en hij keert weer om. Onmiddellijk moet ik denken aan het liedje van ja-zuster-nee-zuster: Zwaaien met je onderbroek; zwaaien met je hemd; ojee hij-s-al-weer-weg; pech-pech-pech… We zullen het er mee moeten doen.
We checken de batterijen, waterpeil en proviand. Er is nog genoeg vers voer voor een dag of vier. Daarna zal de voorraad worden aangesproken. Water is geen probleem: indien nodig laten we de watermaker draaien. De batterijen is een ander verhaal. Ze staan laag. Door het grauwe weer en het feit dat we zeilen, krijgen de zonnepanelen onvoldoende zonlicht en produceren te weinig energie. De watermaker gebruiken is dus geen optie en om stroom te besparen besluiten we de waterpomp uit te zetten en de voetpomp te gebruiken als we water willen tappen. De vriezer en koelkast gaan uit. Ook zullen we spaarzaam met de verlichting moeten omgaan, zodat we voldoende energie overhouden voor de essentiële apparatuur: de navigatielichten en de communicatiemiddelen. Het wordt er niet leuker op en de spanning stijgt. We houden ook vooral elkaar goed in de gaten. Wie zei ook alweer dat er van alles kan gebeuren op zee? Tja…

 

 

44º39’.051N 007º38’.505W. De dag heeft de nacht achter de horizon geschoven. Vier dagen en nachten dobberen we nu over de Golf met zijn enorme deining die telkens wordt afgewisseld door een spiegelgladde zee. We drijven af naar een afgelegen gebied. Schepen in welke vorm dan ook, komen we al een tijd niet meer tegen. We zijn alleen. Stuurloos door geen wind en geen motor. Het is heiig en inderdaad ‘spookachtig’, maar er dreigt geen gevaar. Het lijkt alsof we in een andere wereld terechtgekomen zijn. Een wereld los van de aarde.
“Hé, ik zie wat!” zegt Hans opeens en ik denk direct aan een schip dat ons nadert. Maar nee, het blijkt een enorme school dolfijnen te zijn! Wel vijftig! Misschien we tachtig! Isabella begeeft zich midden tussen de spelende dolfijnen die rondjes om haar zwemmen en we duiken beide over de reling om vooral maar niets te missen van dit spektakel! Scheerlings langs stuurboord komen ze zij-aan-zij voorbij, springen boven het water uit en plonzen weer terug. “Zie je dat? Hij laat zijn buik zien!!”, roept Hans verrukt. En ik zie het. Wat een ervaring! Wat intens om zo dicht bij de natuur te kunnen zijn en dit contact met de dierenwereld te mogen hebben! En even snel als dat ze kwamen, zwemt de school verder. Ik fluit een paar keer in de hoop dat ze terug komen, maar nee. Ze hebben wel iets anders te doen. Ze lijken kleiner te worden en uiteindelijk zijn het nog kleine donkergrijze bultjes die beurtelings boven water komen en geleidelijk uit het zicht verdwijnen.

 

 

Plotseling horen we gesnuif en kijken naar de brede golf waar het geluid vandaan komt. Een grote zwarte vlek van minstens 15m lang met een vin bolt op uit de kalme deining en zakt traag weer weg. “Een walvis!!”, roep ik. Snel pak ik mijn camera. Dit moet worden vastgelegd!! De walvis komt opnieuw naar boven en snuift, bolt zijn rug, toont zijn vin en verdwijnt weer onder water. Even is hij uit het zicht. Wanneer hij weer bovenkomt is hij opeens een stuk dichterbij. We zien dat het er twee zijn. Ze zijn van een adembenemende schoonheid en we zijn ons bewust van dit zeldzaam mooie moment. De kalmte waarmee ze zich voortbewegen brengt zo’n enorme rust over, dat je je niet kunt voorstellen dat er nog iets belangrijkers op aarde is, dan alleen nog maar hier te zijn en hiervan te genieten. Voor altijd en altijd en altijd….
Op 20m afstand duiken ze in alle rust onder Isabella door om aan de andere kant weer naar boven te komen en gaan hun weg. Wat een traktatie van die Golf! Wat een geluk bij een ongeluk!
We zijn er stil van. Ik tuur over het water in de hoop nog een glimp van ze op te vangen. Ze zijn weg.
Het is weer etenstijd en ik ga naar beneden om eens te zien wat er nog in de voorraad ligt. Het wordt nasi. Iets pittigs kunnen we wel gebruiken. Bij het snijden van de groeten hoor ik een geluid wat niet bij Isabella hoort. De diesel- of watertank lijkt wel een vangnet van signalen. Het doet me denken aan een natuurfilm met geluidsopnames van de onderwaterwereld waar je walvissen hoort communiceren. Op verschillende hertz/frequentiegolven komen de signalen de kajuit van Isabella binnen. Hoe apart is dit?? Gebiologeerd blijf ik er naar luisteren en zou willen dat er een raam in de bodem van Isabella zou zitten, zodat ik even kon kijken.

We gaan de vijfde nacht in. Hoeveel nachten komen er nog? De ontmoeting met de walvissen zorgt er voor dat ik geen slaap heb. De beelden blijven op mijn netvlies staan en ik wil er van blijven genieten. Niet slapen en dan moeten zeggen “Gisteren hebben we…”, nee, gewoon wakker blijven en denken: “Vandaag hebben we…” Het moment vasthouden. Ja,… vooral dat.
Hans gaat op de bank liggen en ik blijf in de kuip. Aangelijnd, ook al is het water nu zo vlak en kalm. Ik tuur op de plotter om te zien of ik ergens een bootje ontdek, maar nee, we zijn alleen. De nacht is donker. Zo donker is hij nog nooit geweest! Geen maan en geen sterren. Helemaal niets dat licht geeft. Het spaarzame lichtje van de plotter verlicht amper de kuip. Alleen de reling is nog als een witte markeerlijn over het donkere asfalt te zien. Daarachter is het zo zwart als carbonpapier.
……PPUUUFFFFFFFfffffff…… gaat het zonder waarschuwing pal naast me. Ik schrik me het ongans!! Het is me direct duidelijk dat de walvis aan bakboord zwemt. Vrijwel direct weer ……PPUUUFFFFFFFfffffff…… maar dan aan stuurboord!!! Ze zijn hier!! Hier vlak naast ons en help: zometeen nog tegen ons!! Of zijn ze nieuwsgierig en moet ik genieten van dit uitzonderlijke moment?? Beneden in de kajuit is het stil. Zal ik Hans wakker maken of niet? Ik twijfel en weer hoor ik zo’n diepe zucht daar in dat carbonpapier. Ik zie niks, maar voel ze zo dichtbij! Isabella schommelt nog na en ik besluit om Hans te roepen.
“Hans…..Ha-ans!!”, roep ik niet al te hard.
“HUH??”, komt er uit de kajuit.
“Walvissen! Er zijn walvissen!!”.
“Ja, nou en?? Je gaat me toch niet wakker maken voor walvissen die we vanmiddag al hebben gezien??”, roept hij hees vanaf beneden. Ik hoor gestommel en Hans staat naast me.
“Maar ze zijn hier! Hier naast de boot!! Ik vind het nu wel eng worden hoor!”
Hans kijkt me aan. “Jij: nu naar beneden en daar blijven. Ik blijf hier zitten en je komt niet meer naar boven”. Hij is serieus.
Bij het zien van de bank ga ik liggen en wacht af. Luister naar de geluiden van de walvissen die door tank zo enorm worden versterkt. Ik val in een diepe slaap….

 

Zie hier en op de homepage filmpjes van de walvissen

 

 

Mooie Engelse Zuidkust

Mooie Engelse Zuidkust


Je hebt al een tijdje niets van ons gehoord en ondertussen is er toch zoveel gebeurd!

Waar waren we gebleven? Op naar het eiland Wight? Oké, daar gaan we dan. Vaar je weer mee met ons?
Niets is zo fijn als wanneer aan boord alle instrumenten het doen, en die doen het. De motor weer oké, de voorraad weer gevuld en het relaxen lijkt dan eindelijk te kunnen beginnen. We zetten koers naar de dichtstbijzijnde ankerplaatsen, want de havengelden in Engeland zijn niet misselijk: soms wel 40 pond per nacht! Op het zeilen-liefhebbend eiland Wight lukt het in ieder geval niet om te ankeren. Geen veilige inhammetjes te ontdekken en kiezen we voor Yarmouth, wat in the Shell Channel Pilot van Tom Cunliff beschreven staat als een rustig oud engels dorpje. Vergeet het!! Het is inderdaad een lovely village maar bomvol met groot schreeuwend plastic. Met andere woorden: veel grote, met chroom verrijkte motorboten compleet met deftige dames met cute little dogs en een ochtendgloren verrijkt met stevige geuren van bacon and eggs. Werkelijk de hele haven geurt naar bacon & eggs. Leuk! Maar leuk voor 2 nachtjes 🙂 We gaan de omgeving verkennen en ontdekken het echte Engelse landschap met de zo typisch Engelse huisjes en hun raamdecoratie!

We varen door. ‘Ergens moet er toch een fijn ankerplekje zijn?’, zegt Hans. Ik duik weer in Tom’s pilot en ontdek Worbarrow Bay. Tom Cunliff waarschuwt voor ‘electrifying views’ en als iets ‘electrifying’ is, dan wil ik er naar toe! Hups, koers naar Worbarrow Bay!!
The view is indeed ‘very electrifying’ 🙂 !! Hier had Tom dan weer wel gelijk! We besluiten er twee nachten te ankeren en even op adem te komen van alle onrust van de laatste dagen en weken. Hans neemt een duik in het heldere blauwe water en ik kijk lekker toe: het is veel te koud voor mij!! Dan stappen we samen in Dirk, onze dinghy, en varen langs de prachtige rotspartijen die voor geologen een eldorado zijn. Veel aardlagen die woest over elkaar liggen en waarbij je je kunt voorstellen dat er eens de grote ‘Big Bang’ of de ‘Grote Hand’ is geweest, die de aarde uit elkaar heeft gerukt en verscheurd.

De volgende ochtend horen we en motorboot… ‘Nee toch??’, zeggen we tegen elkaar. We kruipen uit bed. Het blijkt de kustwacht te zijn. Of we maar even snel willen vertrekken, want ‘the army’ start binnen een kwartier met een schietoefening!! Jemig!! ‘Oké, kom je schat?’, vraagt Hans op een voor mij iets te vrolijke toon. Ik wil slapen!! Maar niks daarvan! Hans loopt naar voren om het anker op te halen en ik start de motor. ‘Slagje naar voren’, zegt Hans en hij kijkt waar de ankerketting naar toe loopt. Ondertussen geeft hij met afgesproken handsignalen aan waarnaartoe ik Isabella moet sturen en of ik voor- of achteruit moet. Dit werkt altijd perfect! Zodra het anker is binnen gehaald tuffen we Worbarrow Bay uit. Snel kijken we in de pilot naar een volgende ankerplaats. We worden er vrolijk van als blijkt dat verderop een volgende baai is: Lulworth Cove. Het blijkt bij het oude Engelse plaatsje te liggen waar ik als klein kind met mijn ouders ben geweest. Hoe kan het zo lopen? Maar Tom Cunliff waarschuwt weer: ‘…. Cases are on record of anchored yachts rolling their rails down, and horror stories are in plentiful supply!’. Die Tom… ‘Wat doen we?’, vragen we ons af. We gaan. De wind zal wel meevallen en is vandaag is ie goed. Vannacht zien we wel weer.


Lulworth Cove is nog kleiner en mooier dan Worbarrow Bay. We gooien het anker uit en lummelen wat. ’s Middags pakken Dirk en varen naar de wal. We hebben een ijsje verdiend!
Meer naar het westen kent de zuidkust van Engeland nog verschillende ankerplaatsen. Ook in Dartmouth kun je in de haven voor anker liggen. Wel oppassen voor nerveuze booteigenaren die vinden dat je te dicht bij hun schip je anker uitgooit. Je wordt dan op vriendelijk wijze op de hoogte gebracht van alle mogelijke gevaren die er op je af zullen komen, wanneer je niet direct een stuk verderop gaat liggen. Wij zijn niet flauw. Halen het anker weer op en leggen Isabella 10 meter verder.


Zo ankeren we nog op een paar fijne plaatsen en belanden uiteindelijk in Falmouth. Het Mekka voor de Nederlandse toerzeiler die wat verder van huis gaat. Hans hoopt in Falmouth medezeilers te ontmoeten. ‘Die moeten er genoeg zijn!’, zegt hij. En dat valt tegen. We ontmoeten niet één Nederlander die de oversteek van de Golf van Biskaje op zijn agenda heeft staan. ‘Geeft niet’, zeg ik ‘We kunnen het prima alleen’. ‘Klopt’, zegt Hans, ‘Maar je leert zoveel van elkaar en iedere zeiler weet wel weer iets anders te vertellen en kun je tips uitwisselen. Ik ben zo benieuwd hoe anderen het doen’. En dat is natuurlijk helemaal waar: iedere zeiler heeft zijn visie op het zeilen en wat je wel en niet het beste kunt doen. Daar leer je van. Wij zullen het nu zonder deze info moeten doen. En hoe dat zal gaan?
Op naar de Golf van Biskaje!!

 

Vertrokken

VERTROKKEN

(klik op de foto en je ziet het hele plaatje)

“Vandaag is het zover schat”, zegt Hans op zondagochtend 3 juli. Ja, vandaag is het zover en voor het eerst voel ik voor 100% de positieve opwinding van ons vertrek. De laatste weken waren weken van ‘hurrie-up, want we moeten nog zoveel’. Dat gaf veel stress en vooral onvrede om de agendapunten die wegens tijdgebrek niet afgerond konden worden.

Vandaag zien we onze kinderen en andere dierbaren voorlopig voor het laatst tijdens onze afscheidsborrel bij de boot.

De zon schijnt, we zijn uitgeslapen en de wereld ligt voor ons open! Na het ontbijt vertrek ik nog even naar Roosendaal. Daar woont mijn 87-jarige moeder met veel ondersteuning nog steeds zelfstandig in haar ‘aanleun’-appartement. Bij het station koop ik een fraai en kleurig gevuld plantenbakje.
Ze zit in het restaurant en ziet direct dat ik het ben die de klapdeur opent. “Hé, ben je daar?”, vraagt ze overbodig. We kletsen wat en ze vraagt of ik al terug ben van de reis. Soms is ze namelijk even de tijd kwijt. “Nee mam, vandaag vertrekken we”, zeg ik met toch wel wat moeite. “Oh, is het vandaag. Nou dag dan!”, zegt ze met een lachend gezicht en vrijwel direct begint ze te huilen. “Het is niks hier, ik had hier nooit moeten komen. Oude bomen moet je niet verplaatsen zei de dokter nog. Ik vind het hier verschrikkelijk!”
Het is niet de eerste keer dat ze het zegt. Ik hoor het nu 10 jaar, maar terug naar Utrecht wil ze ook niet. Het is is haar uiting van heimwee en verdriet om de tijd die nooit weer zal terugkeren. De tijd die ze nog samen met mijn vader deelde. Niemand kan die leegte vullen. Ook Utrecht niet.
Dan neem ik afscheid en geef haar een heel dikke omhelzing. “Dag lieve mam!!”, zeg ik kranig. “Ik zal je bellen hoor!”, beloof ik. Dan loop ik terug naar de klapdeuren en kijk nog eens om. Haar hoofd ligt in haar armen die steunen op de tafel. Ze snikt en haar schouders snikken mee. Er loopt een kok naar haar toe die twijfelend een hand naar haar uitsteekt om de hand dan toch maar niet op haar schouder te leggen. Hij kijkt wat hulpeloos om zich. Ik loop door. Teruggaan heeft geen zin. Dat zal het afscheid langer laten duren en nog moeilijker maken. Ik kijk en loop terug naar mijn auto. Dag lieve mam, dag-dag en wat vind ik het rot voor je!! Heus!!nog even naar Roosendaal.

De afscheidsborrel is fantastisch waar we zeker met nog heel veel plezier aan terug zullen denken. Natuurlijk missen we daar de vrienden die ver weg wonen. Deze hebben we de afgelopen maanden tijdens ‘Tour-de Traan’ bezocht. De trossen gaan los, nog snel even wat foto’s maken en dan zijn we de haven uit. Het is gebeurd. Het vertrek is een feit. Ondanks alle geroep en getoeter, zijn we er toch even stil van!

Het is de laatste dag dat we nog in Nederland zijn en we beseffen het maar half dat we nu niet vier weken, maar langer weg zijn uit dit mooie, in alle opzichten afwisselende land. We passeren Veere en verlaten Vlissingen.

Langzaam openen de sluisdeuren zich en wordt de wereld die we de komende maanden en jaren gaan ontdekken langzaam zichtbaar. Een terugkeren lijkt onmogelijk nu de weidsheid van de zee zich voor ons openbaart. De zee lijkt kil en grijs, maar toch ook weer vriendelijk, omdat grote schuimkoppen zich nog schuil houden.

In Breskens struinen we nog even langs de schappen van de boekhandel, op zoek naar de laatste editie van Zeilen. JA!! Ze hebben er nog één!! Zonder te kijken waar de artikelen over gaan, lopen we met het dikke nummer 7 naar de kassa om af te rekenen. Zo, die is van ons! Wanneer we weer ergens in een haventje liggen, gaan we nummer 7 verslinden. Nu eerst de trossen los om naar Oostende te zeilen. Het is guur weer en de buien zijn in gevecht met de zon die ook vandaag alweer de moed opgeeft. De wollen mutsen gaan op en de kragen omhoog. We zeilen met windje 5-6 en hebben gelukkig de stroom mee. De zee lijkt een satijnen laken waaronder een blower de lucht verplaatst. Een ondoordringbare massa, een soort van gelei ook. Je kunt er uren naar kijken. Dirk en Chris, onze trouwe zeilvrienden varen een stukje met ons mee. Bij Blankenbergen begin ik te gapen en voel een flauwe honger opkomen. De beginverschijnselen van zeeziekte. Altijd hier op die vervelende hoek waar stromingen elkaar tegenkomen. “Lief, laat mij even sturen: ik voel met niet lekker!”, zeg ik tegen Hans. “Oké”, zegt Hans, die het verschijnsel inmiddels al kent. Achter het roer staan helpt. Ik voel de deining aankomen en kan daar op anticiperen. Ik heb de controle en speur de horizon af naar ‘gevaarlijke objecten’, zoals de AIS het aangeeft. Mijn romp houd ik stil en mijn benen gaan met de bewegingen van het schip mee. Wanneer je niet beter zou weten, zou je denken dat ik op een trekpop wil lijken. Het gapen verdwijnt en de flauwe honger maakt ruimte voor zin in koffie. Dan meldt Dirk zich via de marifoon: ze nemen afscheid en wensen ons een mooie reis…

 

Na Oostende volgt een overnachting in de haven van Duinkerken. Daar besluiten we een dag te blijven en de volgende nacht door te varen naar “We zien wel tot hoe ver, maar Boulogne moet lukken”, zegt Hans die ‘het weer’ met het fantastische programma Zygrib heeft uitgevlooid. Heerlijk als er geen tijdsdruk is en je zomaar kunt gaan wanneer de wind en stroming gunstig is en je zin hebt om weer andere kusten te ontdekken. Hans klust wat aan boord en ik verzamel het eerste teiltje wasgoed en mijn douchespullen bij elkaar. Met de tassen en wat muntstukken loop ik naar het sanitairblok. Warempel ze hebben een wasmachine! En een droger! Na wat franse teksten lezen en vooral plaatjes herkennen hoe het apparaat werkt, stel ik het apparaat in en druk op de startknop. Daar zie ik dat het programma 35 minuten duurt! 35 minuten voor 4 euro? 35 minuten voor een witte was van 60 graden? Nah! Niet schoon toch fris, zullen we maar denken. Op de Franse slag dus. Terwijl de was draait neem ik een douche en na 4 minuten kom ik tot de ontdekking dat het warme water op is. Daar sta ik dan met een hoofd en een oksel vol schuim! 2 euro voor 4 minuten douchen! Geërgerd spoel ik mijn haren onder een fonteintje uit en droog m’n natte lijf. Gaat dit zo vier jaar lang? GGrrr… Ik stap uit het douchehokje en plotseling beginnen de muren te bewegen en de vloer zakt onder me vandaan. Ik voel me een bananenschil die uit het autoraam wordt gesmeten! Net op tijd grijp ik de rand van de wastafel en kan een pijnlijke val voorkomen. De vloer glimt: van het douchenat en van het gepolijste marmer. Ik zucht. Wie had nu beter moeten opletten? De architect of ik?

In Zeilen lezen we het artikel van Clemens Kok en zijn er erg mee in onze sas: het is immers precies het gebied waar we naar toe willen. Richting Brest, om van daaruit de Golf van Biskaje over te steken naar A Coruna. De volgende dag zetten we koers naar Boulogne. Er is te weinig wind en na twee uur moteren hebben we een sik van het monotone geronk. Bij Calais krijgt Hans een ingeving: “We gaan naar Dover! Die wind is gunstig en ik heb alweer genoeg gezien van Frankrijk!” Ik vind het prima en na minder dan een minuut gaan we overstag. England: here-we-come!

We hebben een strakke koers uitgezet en zeilen scherp aan de wind. Delete-Alt-Controle ‘Overstag’. Voorlopig heerlijk ‘recht-zoals-die-gaat’. Wel zo handig hier op de shippinglane! (*). De tocht voert ons over een ruwe zee met golven van maar liefst vier meter hoog. Isabella duikt voorover in het zoute nat, schuim bruist langs de boeg en spat over de reling op mijn zeiljack uiteen. Dan rijst ze als een statige walvis in tuturok weer omhoog om opnieuw met een zware zucht met haar boeg in de golven te verdwijnen. Heerlijk! Ik voel me een soort van zeebonk uit de vergeten serie “The Onedin-Line”. Of ben ik de matroos op het marine-fregat die ik toen weigerde te willen zijn en daar nu wel eens spijt van heb? De wind neemt toe en we zien op een metertje 35 knopen voorbij flitsen. Ik sta aan het roer en geniet! Dit is de zee, dit is het water dat niet te sturen is, die je hier en daar met sluizen en dammen kunt temmen misschien, maar altijd onvoorspelbaar woest, vriendelijk of lieflijk zal zijn. We houden van de zee.

In Dover zoeken we ‘onze’ oude Pub weer op: The Eight Bells, en we bestellen weer zo’n overheerlijke Fish & Chips met een grote Pint! Dat het havengeld duur is vergeten we voor het gemak maar even. Nu is het tijd om te genieten en te filosoferen welke route langs de Engelse Zuidkust zullen nemen. We gaan het zien…

Na nog een dagje Dover komt Hans op het idee om de volgende twee dagen door te varen, inclusief de nacht. Tenslotte moeten we die ervaring ook eens opdoen, wil je iets verder komen op deze aardbol. Ik beaam het. “Zeker ja, helemaal goed plan!!”, zeg ik overtuigend.

We stomen door en varen als het al schemerig is vlak voor Brighton. Heel even probeer ik nog iets gezelligs te verzinnen over Brighton en zeg tegen Hans dat het toch wel een heel leuk authentiek Engels badplaatsje is. “Schat!! We gaan nog naar heel veel authentieke badplaatsjes!”, werpt Hans tegen. Oké dan. We varen door! Om elf uur ’s avonds zegt Hans dat ik kan kan slapen en hij de wacht houdt. We spreken geen tijd af voor hoelang. We zien wel. Binnen no-time lig ik in de salon op de bank onder een fleecedekentje te knorren. Natuurlijk met het slingerzeiltje op, want de zee gaat goed tekeer! Na 2 uurtjes word ik wakker van de slagen die Isabella in de zee stampt. Inmiddels is het aardig donker buiten en zijn er alleen nog maar lichtjes in de verte te zien. Soms komen die lichtjes in een sneltreinvaart op ons af. Hemeltje: we zitten precies in de Ferry-lane! “Ga eens eens iets naar rechts”, zegt Hans wanneer ik eenmaal het roer heb overgenomen. Oké, tikkie naar rechts. De ferry komt nog dichterbij en het lijkt wel een reuzen krab versierd met geleurde lampjes. “Alles onder controle?”, vraagt Hans, en nog eens: ”Heb je ‘em?”. En na een “Jazeker”, neemt hij mijn nog warme plekje op de bank in beslag. Ik zie nog net een grijs plukje haar onder de rode fleece vandaan komen. Die knort. Dus zo is het om wacht te lopen op zee… Heel apart, zo donker en ook weer niet. Lichtjes die ver weg lijken te staan en in werkelijkheid dichtbij zijn, of andersom. Het is maar net hoe groot ze zijn. De zeilen hebben we ingerold. Geen doen, zo’n eerste nacht op zee en dan ook de zeilen uit. Zeker met die harde wind niet. De motor brult z’n monotone geluid weer. Ik probeer er een deuntje in te herkennen, maar dat lukt me niet. Dan opeens verandert het monotone geluid in een zachter gebrom, en nog zachter en nog zachter!! En dan opeens stopt het gevaarte er mee!! Help!! Net nu ik wacht heb!

Als door een wesp gestoken springt Hans op van de bank en staat naast me. “Waar heb je aangezeten?”, vraagt hij, omdat de motor het immers altijd doet. En wanneer ik ontken ergens schuld aan te hebben, begint zijn zorg nog meer te stijgen. Binnen de minuut na het slapen zegt hij: “Oké, we rollen direct de Genua uit”, besluit Hans snel. Ik volg zijn instructies op en ondertussen bedenken we samen waarom de motor het opgeeft. In Nederland nog diesel getankt, voor het eerst geen filter gebruikt. Pomphouder die te laat bedacht dat de pomp eigenlijk te leeg was om nog te gebruiken. Dus mogelijk ook water en andere prut getankt? Hebben we nu een vuile filter? We weten het niet. Ondertussen komen we tot de conclusie dat de wind en de stroming niet gunstig zijn om te zeilen en lijkt hiermee de nacht nog donkerder te worden dan hij al is. We drijven af en komen ongemakkelijk dicht in de buurt van een groot baggerschip. ‘Gaat het zo, als er averij op komst is?’, vraag ik me af. ‘Nah, dat maken we dan ook eens mee’, bedenk ik me.
Hans kruipt onder de trap naar de motor. Hij zet een schakelaar om en vraagt mij om de motor nog eens te starten. Die reageert als voorgaande keren: ze ronkt als een zonnetje! “Wat heb je gedaan??”, roep ik naar Hans. Hij legt uit dat hij een T-schakelaar heeft omgezet. Dit gebruik je wanneer je vermoedt of weet dat de dieselfilter verstopt zit. Je zet dan de schakelaar om naar een tweede dieselfilter. Hans heeft het euvel gevonden, maar meer nog dan dat, is hij op zoek naar de oorzaak waarom het filter niet meer werkte. Dit gaat hij in de eerst volgende haven onderzoeken. Nu eerst maar eens verder met knorren. “Heb je hem weer?”, vraagt Hans als een echte kapitein. “Ja, ik heb hem!”, zeg ik en gniffel, omdat ik nooit gedacht heb dat ik dit nog eens een keer zou zeggen! 🙂

Nu op naar het eiland Wight.

 

*(Shippinglane is de ‘snelweg op zee’ voor vrachtschepen).

Tour de traan

FOTO’S: DE TEKST VERDWIJNT WANNEER JE OP DE FOTO KLIKT

“Wat is er schat?”, vraagt Hans als we allebei net onze ogen open hebben. Boven mijn hoofd zit het dakluik en zie ik de onderkant van de zonnepanelen op het achterdek. Ik voel me triest.

Met enige aarzeling of ik het wel zal zeggen – omdat het niet niks ik – waag ik toch de sprong: “Ik weet niet of ik nog wel wil”, antwoord ik bedeesd.

“WAT??”, roept Hans verbaasd. “Maar schat toch!? Meen je dat nou?”

“Ik ga het allemaal zo missen!!!”, zeg ik met een klein piepstemmetje. Mijn keel slaat dicht en er rollen tranen over mijn wangen, zo mijn oorschelp in. Dat kriebelt en ik voel dat het goed is dat ik het heb gezegd.

“Maar schat, dat hebben we allemaal. Alle vertrekkers twijfelen zo vlak voor het vertrek. Daarom zeggen ze ook altijd: ‘Je moet gewoon gaan’, want als je eenmaal weg bent is die druk er af en het afscheid achter de rug. Het is heel normaal dat je twijfelt. Ik twijfel ook wel eens en vraag me wel eens af: ‘waar zijn we aan begonnen’. Maar denk eens aan al die mooie dingen die we gaan zien. Dat wil je toch wel?”

Ja, dat wil ik wel, maar samen met Maartje naar het concert van Coldplay was zo top! En naar de Bijenkorf is ook gezellig. En ik ben zo benieuwd hoe het met Roeland gaat en met zijn werk en zijn huisje. Met Nelleke die dit jaar afstudeert voor haar Masters Mensenrechten aan de Uni. Jeetje… Wij gaan verschillende culturen ontmoeten. Doen wij iets aan mensenrechten? Kunnen wij iets doen voor ‘de mens’? Ik vraag het me af… volgens mij zijn wij mensen juist grote vervuilers. En waar gaan we wonen als we terug komen?

Hans komt met een plan om deze zondagmiddag eens fijn te gaan wandelen. Even ontspannen in deze drukke tijd. Dat is een goed plan. Hans klimt uit bed en ik mijmer nog even door over de afgelopen periode. Hoe ik ons vertrek op mijn werk heb aangekondigd en alles daarna…

Natuurlijk was Agnes de eerste die het hoorde en kort daarna ook Kristel, Mark en Ingrid. Vier top collega’s waarmee ik super fijn heb samengewerkt. Dit is nu ongeveer een jaar geleden.

Na jarenlang selfsupporting te zijn geweest en het hebben van een prachtbaan, moest ik even op m’n achterhoofd krabben om deze mensen gedag te zeggen, een punt te zetten achter dit goede leven. De jaren van voorbereiding voor ons vertrek gingen dan ook niet vanzelf. Je hecht je aan mensen die je na aan het hart liggen. Mensen die van je houden, het goed met je voor hebben, je het allerbeste wensen en hopen dat je niet in 7 sloten tegelijk loopt. Vriendinnen, collega’s of wie dan ook. Je hecht je aan je werk. Je denkt dat je niet gemist kunt worden, dat het op je werk dan in de soep loopt. Je wordt je werk, je identificeert jezelf met je werk/functie. En dit lijkt mij juist toch ook weer killing voor je ouwe dag. Hoe vaak zie je niet bij pas gepensioneerden dat ze stuurloos zijn, niet meer weten wat ze zullen doen, niet weten wat ze fijn vinden om te doen, geen uidaging meer hebben en daardoor vaak stil blijven zitten? Dit zijn nog maar een paar afwegingen en telkens kwam ik tot de conclusie: ik wil bij mijn lief zijn. Ik wil samen met Hans een toch enigszins onbekende weg opstappen. Een waterweg zelfs! Zeilend over zeeën en oceanen, ontdekken we de kusten die we aan doen, de habits van de bevolking die er achter woont, leren we van elkaar en last but not least: we leren onszelf kennen. Soms door het krijgen van feedback, soms door reflectie, introspectie en keihard onze neuzen stoten, even door je lief een spiegel voorgehouden krijgen om daarna weer alles recht te schudden en wat wijzer weer door te gaan. Dit proces gaat nooit over, al word je honderd!

Bij de locatiemanager en andere collega’s kondig ik mijn vertrek aan. Dan komt Anita en zegt dat haar team graag afscheid van mij wil nemen. Dat raakt mij! Het betekent dat ik iets voor hen en de cliënten heb kunnen betekenen in het omgaan met het onbegrepen gedrag van deze cliënten. Ik kom graag afscheid nemen van al die toffe meiden die elke dag zo keihard hun best doen voor onze dementerende medelanders. Vanaf die dag begint mijn Tour de Traan.

 

Ik rij naar het Zeeuwse dorpje st. Maartensdijk waar het team al in de koffiekamer zit te wachten en ik getrakteerd word op koffie met cake. Het is gezellig en er komen allerlei vragen los over onze reis. “En wie is Hans dan eigenlijk?”, wordt er gevraagd. Ze krijgt bijval: iedereen wil Hans wel eens zien. Of ik geen fotootje heb? Tuurlijk en ik pak mijn iPhone en laat een foto van Hans zien. “Zóó!!! Die mag er wezen!!”, “Zó!! Daar wil ik ook wel mee op reis!!”, “Nou! Die ziet er goed uit!!”, en zo krijgt Hans, zonder dat hij het weet, er een aantal fans bij. Op tafel zie ik de hals van een fles wijn. De fles is bedolven onder een groot aantal kaarten die er aan hangen. Het geheel is een cadeau voor mij. Ik ben benieuwd wat er in de kaarten geschreven staat, maar besluit te wachten met lezen tot ik in de auto zit. Dan is het tijd om te vertrekken. Dag Janny, dag Ellie, dag Ineke, dag Anita, dag Jolanda, dag Coby, dag Bettina. Dag iedereen die ik hier niet noem, maar wel in mijn hoofd en hart zitten! Dag lieve, goeie meiden! Hou vol, werk met elkaar, hou je sterk!! Dag top meiden met jullie reuze zware baan!! Ik heb respect voor wat jullie doen!!

 

In Tholen lees ik de kaarten. Wat een prachtige wensen en mooie woorden. Hieronder een paar uitgelicht:

  • Hoi Elise, Wat spannend!!!!! En wat zullen we je gaan missen! Ik hoop je nog wel een keer te zien voordat je dit spannende avontuur gaat maken. We zullen je kundigheid missen en ik moet zeggen dat ik heeeel veel van je heb geleerd. Veel geluk saampjes :), liefs
  • Hallo Elise, Nou, dat is een hele onderneming zeg, maar ik denk dat het een mooie ervaring zal zijn voor jullie en hoop dat de reis antwoord mag geven op de vragen die er bij jou leven. Heel mooie reis toegewenst en het ga je goed! Wij hebben nooit veel contact met elkaar gehad maar vond je een aardige collega!
  • Bedankt voor de fijne samenwerking, ik zag je graag (en ik hoop je toch weer terug te zien :))
  • Hoi Elise, Wat ontzettend gaaf dat je dit gaat doen!!! Geweldig dat je ook de kans krijgt en de mogelijkheden hebt om dit te gaan doen! Ik hoop dat jullie een hele mooie, inspirerende ontdekkingsreis gaan maken, van de wereld en jezelf! Enne.. zeeziekte, daar zijn gelukkig pilletjes voor;) Ik zie je vast nog wel voordat je de trossen los gooit..!
  • Ik heb me ingeschreven voor de nieuwsbrief…GEWELDIG! Bofferd!
  • Lieve en dierbare collega, Let your dreams come true!!!
  • Lieve Elise, geniet van deze bijzondere gebeurtenis in je leven. Ik wens je een behouden vaart. Wat was het fijn om met jou samen te werken. Echt een mensenmens die dieper kijkt en voelt. Je ziet niet alleen de ziekte of problemen, maar je ziet de mens. Ik ga je missen! Tot ziens! Een lieve groet van…

++++

Ik slik en ben verbaasd. Heb ik zoveel mogen betekenen? Dat wist ik niet. Jeetje… en nu ga ik ze verlaten!! Beul die ik ben!! Ik ga ze missen, wat was het super gaaf om een stukje van dat team te mogen zijn. Wat was het gaaf om samen naar oplossingen te zoeken. Ja samen, want niemand in de zorg doet iets alleen. Je kunt niet zonder je collega’s!

 

Ik rij naar Sint Annaland. Ook daar staan teams te wachten om afscheid te nemen. Ik krijg een Zeeuwse vlag voor op de boot (is inmiddels gemonteerd), en een origineel Zeeuws halskettinkje met Zeeuws knoopje!! Wat vind ik dat enorm leuk!! De manager zorg komt met een prachtig boeket bloemen in haar handen afscheid nemen. Er wordt gedag gezegd en nog eens gezwaaid. Hanneke loopt met mij mee naar mijn auto en wuift tot ik de hoek om ben. Ik toeter nog eens en ben het dorpje alweer uit.

En zo volgen er nog meer momenten van afscheid nemen. Momenten waarbij wordt stilgestaan bij de afgelopen jaren, maar vooral wordt gesproken over wat de toekomst zal brengen. Het afscheid is warm en zoals ik al vaker heb gemerkt bij het verlaten van een werkgever: je weet pas wat je hebt (betekent) als je er afscheid van neemt.

 

“Jolanda, ik kom naar Anna Paulowna hoor! Even elkaar nog zien voor we vertrekken!”

Op een maandag rij ik naar mijn oude woonplaats waar Roeland, Maartje en Nelleke hun eerste voetstapjes hebben gezet. Waar ik ook mijn eerste kindje heb verloren, waar ik 19 jaar heb gewoond en een vriendin voor het leven heb gevonden. Het weerzien met Jolanda is heel vertrouwd. Zelfs na drie jaar elkaar niet gezien te hebben. We rijden naar Schagen om een bloemetje te brengen voor Mereltje. Er vloeien tranen om de tijd die was, het verdriet. We rijden naar den Helder, mijn oude woonplaats toen ik nog bij de Marine werkte. Ik zie de oude ziekenboeg en wijs naar het raam van het kantoor waar ik werkte. Herinneringen aan 35 jaar geleden komen naar boven en ik vertel over de vaccinaties die ik zette, de feestjes en de appeltaarten die ik bakte. Ik blijf maar praten en Jolanda luistert. We drinken een cappuccino bij Landsend en kijken naar Texel. Het eiland ‘van’ Jolanda en zij vertelt over haar voorbije jaren. Moeilijke jaren waarin we elkaar hebben gemist. Het is zo, maar weten van elkaar dat het altijd goed zal blijven. We rijden nog even langs mijn oude huis, het huis waar de kinderen nog in de zandbak hebben gespeeld. Waar ik ieder onkruidje geduldig tussen de tegels vandaan peuterde..

Dan is het tijd om door te rijden naar Oegstgeest. We nemen afscheid en ik treuzel nog wat. Dan stap ik in de auto: op naar Eric en Jacqueline, mijn vrienden waar ik altijd en immer, dag en nacht, een gehoor vond voor mijn vreugde, mijn treurnis en onzekerheden. Eric kookt en we smullen van onze Zuid-Afrikaanse biefstuk en andere lekkernijen! De wijn smaakt weer prima en de gesprekken zijn als vanouds heel vertrouwd en dierbaar. Het wordt laat en ik blijf slapen om de volgende dag door te rijden naar Roeland en Maartje. Gelukkig is dit nog geen afscheid en na een etentje buiten de deur, gaan we gezellig naar het strand met doggie-doggie Boef. Daar komen er weer tranen: wat doe ik mijn kinderen aan door te vertrekken?? Het is een vraag waarvan ik weet dat die ook regelmatig door Hans zijn hoofd speelt. En zo zullen er altijd vragen blijven en een antwoord krijg je pas wanneer je het gaat onderzoeken.

 

De weken vliegen voorbij en het concert van Coldplay staat voor de deur. Samen met Maartje rij ik naar Amsterdam ArenA en genieten we van een wervelende show!! Wat een schitterende muziek wat een super band!! “Hey dear”, zeg ik tegen Maartje, “Toen we in 2009 naar Coldplay gingen startte ik met de opleiding voor deze baan en nu we weer bij Coldplay zijn, stop ik met deze baan. Vreemd hé?” Maartje kijkt verwonderd: “Ja, vreemd”, zegt ze. We houden elkaar stevig vast.

Hans roept: “Kom je uit bed lieverd? Dan gaan we er een mooie dag van maken!” Ik glimlach, zie regendruppels op het dakluik uit elkaar spatten, kruip uit bed en roep vanuit de slaaphut dat ik er aan kom, niet wetende dat deze dag een mooi en leerzaam eind zal kennen.

Na wat klusjes vertrekken we naar België en toeren rond in Essen en Kalmthout. Prachtige bossen en schitterende huizen. Er staat er een te koop en we stoppen. Het is een cottage. Klein en knus met een enorme tuin vol met sparren, dennen , berken en varens. Zoiets moet het worden. Later als we terug zijn. Dromen blijft natuurlijk altijd leuk. We lopen een stukje verder en stoppen bij een klein cafeetje aan de rand van het bos. Trek in een biertje. Een echt Belgisch biertje. Het wordt een Leffe donker bruin.

We zijn nog de enige op het terras wanneer er twee krasse heren op leeftijd hun auto uitstappen en in onze richting lopen. De een zonder en de ander met rollator. Het weer is wisselvallig en ze overleggen of ze ook op het terras gaan zitten. “U komt ook uit Nederland?”, vraag ik en het lijkt voor de mannen het duwtje in de rug om voor het tafeltje naast ons te kiezen. Hans haakt aan en stelt de vraag of zij in België wonen. Er wordt bevestigend geknikt: “Al 22 jaar!”, zegt de ene man.

 

Er volgt een gezellige conversatie en we stellen ons aan elkaar voor. Frans verklapt zijn leeftijd: 79! Kees doet er een schepje bovenop: 87! Frans is in deze mogelijk baas boven baas: zijn oma is de oudste vrouw van Nederland geweest: 106 jaar! Dat belooft wat! De ogen van beide mannen verraden dat de geest nog erg jong is. Pientere en frisse ogen. Ook een beetje ondeugd lees ik er in en Frans vertelt over zijn opname onlangs in het ziekenhuis en de zuster die hij toch wel erg leuk vond. Dan switcht het gesprek over naar de huidige hypotheekrente en hoe fiscaaltechnisch eea in elkaar zit wanneer je in België woont. Beide mannen proberen er ons van te overtuigen dat het wonen in een bosrijk gebied, het mooiste is dat je kunt doen. En dan vertelt Frans ook de minder leuke kant daar van. Vrienden en familie wonen ver weg en ziet hij niet vaak. Ze bestellen opnieuw een whiskey en een Belgisch bier en vragen of wij ook iets willen drinken. Helaas is het voor ons tijd om op te stappen. We geven ons visitekaartje en schudden de handen. “Tot ziens!”, zeggen we tegen elkaar. We hopen dat we op die leeftijd ook nog zo vief zijn! In de auto praten we na over deze bijzondere ontmoeting en wat we hiervan hebben geleerd, namelijk dat je zoveel kunt leren van de ervaringen van de oudere mensen. Dat je daaruit het beste voor jezelf moet distilleren. Dat gaan we de komende jaren dus ook doen. Samen met Isabella blijven we actief en ontmoeten we vele mensen 🙂    Ja, dat wil ik wel! 🙂

Hans en Elise

(ondertussen crashte mijn laptop waardoor een aantal foto’s verloren zijn gegaan en de tijdsdruk opliep om een nog goed te regelen. Binnenkort plaats ik foto’s bij deze blog)

 

Translate »