Vertrokken

VERTROKKEN

(klik op de foto en je ziet het hele plaatje)

“Vandaag is het zover schat”, zegt Hans op zondagochtend 3 juli. Ja, vandaag is het zover en voor het eerst voel ik voor 100% de positieve opwinding van ons vertrek. De laatste weken waren weken van ‘hurrie-up, want we moeten nog zoveel’. Dat gaf veel stress en vooral onvrede om de agendapunten die wegens tijdgebrek niet afgerond konden worden.

Vandaag zien we onze kinderen en andere dierbaren voorlopig voor het laatst tijdens onze afscheidsborrel bij de boot.

De zon schijnt, we zijn uitgeslapen en de wereld ligt voor ons open! Na het ontbijt vertrek ik nog even naar Roosendaal. Daar woont mijn 87-jarige moeder met veel ondersteuning nog steeds zelfstandig in haar ‘aanleun’-appartement. Bij het station koop ik een fraai en kleurig gevuld plantenbakje.
Ze zit in het restaurant en ziet direct dat ik het ben die de klapdeur opent. “Hé, ben je daar?”, vraagt ze overbodig. We kletsen wat en ze vraagt of ik al terug ben van de reis. Soms is ze namelijk even de tijd kwijt. “Nee mam, vandaag vertrekken we”, zeg ik met toch wel wat moeite. “Oh, is het vandaag. Nou dag dan!”, zegt ze met een lachend gezicht en vrijwel direct begint ze te huilen. “Het is niks hier, ik had hier nooit moeten komen. Oude bomen moet je niet verplaatsen zei de dokter nog. Ik vind het hier verschrikkelijk!”
Het is niet de eerste keer dat ze het zegt. Ik hoor het nu 10 jaar, maar terug naar Utrecht wil ze ook niet. Het is is haar uiting van heimwee en verdriet om de tijd die nooit weer zal terugkeren. De tijd die ze nog samen met mijn vader deelde. Niemand kan die leegte vullen. Ook Utrecht niet.
Dan neem ik afscheid en geef haar een heel dikke omhelzing. “Dag lieve mam!!”, zeg ik kranig. “Ik zal je bellen hoor!”, beloof ik. Dan loop ik terug naar de klapdeuren en kijk nog eens om. Haar hoofd ligt in haar armen die steunen op de tafel. Ze snikt en haar schouders snikken mee. Er loopt een kok naar haar toe die twijfelend een hand naar haar uitsteekt om de hand dan toch maar niet op haar schouder te leggen. Hij kijkt wat hulpeloos om zich. Ik loop door. Teruggaan heeft geen zin. Dat zal het afscheid langer laten duren en nog moeilijker maken. Ik kijk en loop terug naar mijn auto. Dag lieve mam, dag-dag en wat vind ik het rot voor je!! Heus!!nog even naar Roosendaal.

De afscheidsborrel is fantastisch waar we zeker met nog heel veel plezier aan terug zullen denken. Natuurlijk missen we daar de vrienden die ver weg wonen. Deze hebben we de afgelopen maanden tijdens ‘Tour-de Traan’ bezocht. De trossen gaan los, nog snel even wat foto’s maken en dan zijn we de haven uit. Het is gebeurd. Het vertrek is een feit. Ondanks alle geroep en getoeter, zijn we er toch even stil van!

Het is de laatste dag dat we nog in Nederland zijn en we beseffen het maar half dat we nu niet vier weken, maar langer weg zijn uit dit mooie, in alle opzichten afwisselende land. We passeren Veere en verlaten Vlissingen.

Langzaam openen de sluisdeuren zich en wordt de wereld die we de komende maanden en jaren gaan ontdekken langzaam zichtbaar. Een terugkeren lijkt onmogelijk nu de weidsheid van de zee zich voor ons openbaart. De zee lijkt kil en grijs, maar toch ook weer vriendelijk, omdat grote schuimkoppen zich nog schuil houden.

In Breskens struinen we nog even langs de schappen van de boekhandel, op zoek naar de laatste editie van Zeilen. JA!! Ze hebben er nog één!! Zonder te kijken waar de artikelen over gaan, lopen we met het dikke nummer 7 naar de kassa om af te rekenen. Zo, die is van ons! Wanneer we weer ergens in een haventje liggen, gaan we nummer 7 verslinden. Nu eerst de trossen los om naar Oostende te zeilen. Het is guur weer en de buien zijn in gevecht met de zon die ook vandaag alweer de moed opgeeft. De wollen mutsen gaan op en de kragen omhoog. We zeilen met windje 5-6 en hebben gelukkig de stroom mee. De zee lijkt een satijnen laken waaronder een blower de lucht verplaatst. Een ondoordringbare massa, een soort van gelei ook. Je kunt er uren naar kijken. Dirk en Chris, onze trouwe zeilvrienden varen een stukje met ons mee. Bij Blankenbergen begin ik te gapen en voel een flauwe honger opkomen. De beginverschijnselen van zeeziekte. Altijd hier op die vervelende hoek waar stromingen elkaar tegenkomen. “Lief, laat mij even sturen: ik voel met niet lekker!”, zeg ik tegen Hans. “Oké”, zegt Hans, die het verschijnsel inmiddels al kent. Achter het roer staan helpt. Ik voel de deining aankomen en kan daar op anticiperen. Ik heb de controle en speur de horizon af naar ‘gevaarlijke objecten’, zoals de AIS het aangeeft. Mijn romp houd ik stil en mijn benen gaan met de bewegingen van het schip mee. Wanneer je niet beter zou weten, zou je denken dat ik op een trekpop wil lijken. Het gapen verdwijnt en de flauwe honger maakt ruimte voor zin in koffie. Dan meldt Dirk zich via de marifoon: ze nemen afscheid en wensen ons een mooie reis…

 

Na Oostende volgt een overnachting in de haven van Duinkerken. Daar besluiten we een dag te blijven en de volgende nacht door te varen naar “We zien wel tot hoe ver, maar Boulogne moet lukken”, zegt Hans die ‘het weer’ met het fantastische programma Zygrib heeft uitgevlooid. Heerlijk als er geen tijdsdruk is en je zomaar kunt gaan wanneer de wind en stroming gunstig is en je zin hebt om weer andere kusten te ontdekken. Hans klust wat aan boord en ik verzamel het eerste teiltje wasgoed en mijn douchespullen bij elkaar. Met de tassen en wat muntstukken loop ik naar het sanitairblok. Warempel ze hebben een wasmachine! En een droger! Na wat franse teksten lezen en vooral plaatjes herkennen hoe het apparaat werkt, stel ik het apparaat in en druk op de startknop. Daar zie ik dat het programma 35 minuten duurt! 35 minuten voor 4 euro? 35 minuten voor een witte was van 60 graden? Nah! Niet schoon toch fris, zullen we maar denken. Op de Franse slag dus. Terwijl de was draait neem ik een douche en na 4 minuten kom ik tot de ontdekking dat het warme water op is. Daar sta ik dan met een hoofd en een oksel vol schuim! 2 euro voor 4 minuten douchen! Geërgerd spoel ik mijn haren onder een fonteintje uit en droog m’n natte lijf. Gaat dit zo vier jaar lang? GGrrr… Ik stap uit het douchehokje en plotseling beginnen de muren te bewegen en de vloer zakt onder me vandaan. Ik voel me een bananenschil die uit het autoraam wordt gesmeten! Net op tijd grijp ik de rand van de wastafel en kan een pijnlijke val voorkomen. De vloer glimt: van het douchenat en van het gepolijste marmer. Ik zucht. Wie had nu beter moeten opletten? De architect of ik?

In Zeilen lezen we het artikel van Clemens Kok en zijn er erg mee in onze sas: het is immers precies het gebied waar we naar toe willen. Richting Brest, om van daaruit de Golf van Biskaje over te steken naar A Coruna. De volgende dag zetten we koers naar Boulogne. Er is te weinig wind en na twee uur moteren hebben we een sik van het monotone geronk. Bij Calais krijgt Hans een ingeving: “We gaan naar Dover! Die wind is gunstig en ik heb alweer genoeg gezien van Frankrijk!” Ik vind het prima en na minder dan een minuut gaan we overstag. England: here-we-come!

We hebben een strakke koers uitgezet en zeilen scherp aan de wind. Delete-Alt-Controle ‘Overstag’. Voorlopig heerlijk ‘recht-zoals-die-gaat’. Wel zo handig hier op de shippinglane! (*). De tocht voert ons over een ruwe zee met golven van maar liefst vier meter hoog. Isabella duikt voorover in het zoute nat, schuim bruist langs de boeg en spat over de reling op mijn zeiljack uiteen. Dan rijst ze als een statige walvis in tuturok weer omhoog om opnieuw met een zware zucht met haar boeg in de golven te verdwijnen. Heerlijk! Ik voel me een soort van zeebonk uit de vergeten serie “The Onedin-Line”. Of ben ik de matroos op het marine-fregat die ik toen weigerde te willen zijn en daar nu wel eens spijt van heb? De wind neemt toe en we zien op een metertje 35 knopen voorbij flitsen. Ik sta aan het roer en geniet! Dit is de zee, dit is het water dat niet te sturen is, die je hier en daar met sluizen en dammen kunt temmen misschien, maar altijd onvoorspelbaar woest, vriendelijk of lieflijk zal zijn. We houden van de zee.

In Dover zoeken we ‘onze’ oude Pub weer op: The Eight Bells, en we bestellen weer zo’n overheerlijke Fish & Chips met een grote Pint! Dat het havengeld duur is vergeten we voor het gemak maar even. Nu is het tijd om te genieten en te filosoferen welke route langs de Engelse Zuidkust zullen nemen. We gaan het zien…

Na nog een dagje Dover komt Hans op het idee om de volgende twee dagen door te varen, inclusief de nacht. Tenslotte moeten we die ervaring ook eens opdoen, wil je iets verder komen op deze aardbol. Ik beaam het. “Zeker ja, helemaal goed plan!!”, zeg ik overtuigend.

We stomen door en varen als het al schemerig is vlak voor Brighton. Heel even probeer ik nog iets gezelligs te verzinnen over Brighton en zeg tegen Hans dat het toch wel een heel leuk authentiek Engels badplaatsje is. “Schat!! We gaan nog naar heel veel authentieke badplaatsjes!”, werpt Hans tegen. Oké dan. We varen door! Om elf uur ’s avonds zegt Hans dat ik kan kan slapen en hij de wacht houdt. We spreken geen tijd af voor hoelang. We zien wel. Binnen no-time lig ik in de salon op de bank onder een fleecedekentje te knorren. Natuurlijk met het slingerzeiltje op, want de zee gaat goed tekeer! Na 2 uurtjes word ik wakker van de slagen die Isabella in de zee stampt. Inmiddels is het aardig donker buiten en zijn er alleen nog maar lichtjes in de verte te zien. Soms komen die lichtjes in een sneltreinvaart op ons af. Hemeltje: we zitten precies in de Ferry-lane! “Ga eens eens iets naar rechts”, zegt Hans wanneer ik eenmaal het roer heb overgenomen. Oké, tikkie naar rechts. De ferry komt nog dichterbij en het lijkt wel een reuzen krab versierd met geleurde lampjes. “Alles onder controle?”, vraagt Hans, en nog eens: ”Heb je ‘em?”. En na een “Jazeker”, neemt hij mijn nog warme plekje op de bank in beslag. Ik zie nog net een grijs plukje haar onder de rode fleece vandaan komen. Die knort. Dus zo is het om wacht te lopen op zee… Heel apart, zo donker en ook weer niet. Lichtjes die ver weg lijken te staan en in werkelijkheid dichtbij zijn, of andersom. Het is maar net hoe groot ze zijn. De zeilen hebben we ingerold. Geen doen, zo’n eerste nacht op zee en dan ook de zeilen uit. Zeker met die harde wind niet. De motor brult z’n monotone geluid weer. Ik probeer er een deuntje in te herkennen, maar dat lukt me niet. Dan opeens verandert het monotone geluid in een zachter gebrom, en nog zachter en nog zachter!! En dan opeens stopt het gevaarte er mee!! Help!! Net nu ik wacht heb!

Als door een wesp gestoken springt Hans op van de bank en staat naast me. “Waar heb je aangezeten?”, vraagt hij, omdat de motor het immers altijd doet. En wanneer ik ontken ergens schuld aan te hebben, begint zijn zorg nog meer te stijgen. Binnen de minuut na het slapen zegt hij: “Oké, we rollen direct de Genua uit”, besluit Hans snel. Ik volg zijn instructies op en ondertussen bedenken we samen waarom de motor het opgeeft. In Nederland nog diesel getankt, voor het eerst geen filter gebruikt. Pomphouder die te laat bedacht dat de pomp eigenlijk te leeg was om nog te gebruiken. Dus mogelijk ook water en andere prut getankt? Hebben we nu een vuile filter? We weten het niet. Ondertussen komen we tot de conclusie dat de wind en de stroming niet gunstig zijn om te zeilen en lijkt hiermee de nacht nog donkerder te worden dan hij al is. We drijven af en komen ongemakkelijk dicht in de buurt van een groot baggerschip. ‘Gaat het zo, als er averij op komst is?’, vraag ik me af. ‘Nah, dat maken we dan ook eens mee’, bedenk ik me.
Hans kruipt onder de trap naar de motor. Hij zet een schakelaar om en vraagt mij om de motor nog eens te starten. Die reageert als voorgaande keren: ze ronkt als een zonnetje! “Wat heb je gedaan??”, roep ik naar Hans. Hij legt uit dat hij een T-schakelaar heeft omgezet. Dit gebruik je wanneer je vermoedt of weet dat de dieselfilter verstopt zit. Je zet dan de schakelaar om naar een tweede dieselfilter. Hans heeft het euvel gevonden, maar meer nog dan dat, is hij op zoek naar de oorzaak waarom het filter niet meer werkte. Dit gaat hij in de eerst volgende haven onderzoeken. Nu eerst maar eens verder met knorren. “Heb je hem weer?”, vraagt Hans als een echte kapitein. “Ja, ik heb hem!”, zeg ik en gniffel, omdat ik nooit gedacht heb dat ik dit nog eens een keer zou zeggen! 🙂

Nu op naar het eiland Wight.

 

*(Shippinglane is de ‘snelweg op zee’ voor vrachtschepen).

Tour de traan

FOTO’S: DE TEKST VERDWIJNT WANNEER JE OP DE FOTO KLIKT

“Wat is er schat?”, vraagt Hans als we allebei net onze ogen open hebben. Boven mijn hoofd zit het dakluik en zie ik de onderkant van de zonnepanelen op het achterdek. Ik voel me triest.

Met enige aarzeling of ik het wel zal zeggen – omdat het niet niks ik – waag ik toch de sprong: “Ik weet niet of ik nog wel wil”, antwoord ik bedeesd.

“WAT??”, roept Hans verbaasd. “Maar schat toch!? Meen je dat nou?”

“Ik ga het allemaal zo missen!!!”, zeg ik met een klein piepstemmetje. Mijn keel slaat dicht en er rollen tranen over mijn wangen, zo mijn oorschelp in. Dat kriebelt en ik voel dat het goed is dat ik het heb gezegd.

“Maar schat, dat hebben we allemaal. Alle vertrekkers twijfelen zo vlak voor het vertrek. Daarom zeggen ze ook altijd: ‘Je moet gewoon gaan’, want als je eenmaal weg bent is die druk er af en het afscheid achter de rug. Het is heel normaal dat je twijfelt. Ik twijfel ook wel eens en vraag me wel eens af: ‘waar zijn we aan begonnen’. Maar denk eens aan al die mooie dingen die we gaan zien. Dat wil je toch wel?”

Ja, dat wil ik wel, maar samen met Maartje naar het concert van Coldplay was zo top! En naar de Bijenkorf is ook gezellig. En ik ben zo benieuwd hoe het met Roeland gaat en met zijn werk en zijn huisje. Met Nelleke die dit jaar afstudeert voor haar Masters Mensenrechten aan de Uni. Jeetje… Wij gaan verschillende culturen ontmoeten. Doen wij iets aan mensenrechten? Kunnen wij iets doen voor ‘de mens’? Ik vraag het me af… volgens mij zijn wij mensen juist grote vervuilers. En waar gaan we wonen als we terug komen?

Hans komt met een plan om deze zondagmiddag eens fijn te gaan wandelen. Even ontspannen in deze drukke tijd. Dat is een goed plan. Hans klimt uit bed en ik mijmer nog even door over de afgelopen periode. Hoe ik ons vertrek op mijn werk heb aangekondigd en alles daarna…

Natuurlijk was Agnes de eerste die het hoorde en kort daarna ook Kristel, Mark en Ingrid. Vier top collega’s waarmee ik super fijn heb samengewerkt. Dit is nu ongeveer een jaar geleden.

Na jarenlang selfsupporting te zijn geweest en het hebben van een prachtbaan, moest ik even op m’n achterhoofd krabben om deze mensen gedag te zeggen, een punt te zetten achter dit goede leven. De jaren van voorbereiding voor ons vertrek gingen dan ook niet vanzelf. Je hecht je aan mensen die je na aan het hart liggen. Mensen die van je houden, het goed met je voor hebben, je het allerbeste wensen en hopen dat je niet in 7 sloten tegelijk loopt. Vriendinnen, collega’s of wie dan ook. Je hecht je aan je werk. Je denkt dat je niet gemist kunt worden, dat het op je werk dan in de soep loopt. Je wordt je werk, je identificeert jezelf met je werk/functie. En dit lijkt mij juist toch ook weer killing voor je ouwe dag. Hoe vaak zie je niet bij pas gepensioneerden dat ze stuurloos zijn, niet meer weten wat ze zullen doen, niet weten wat ze fijn vinden om te doen, geen uidaging meer hebben en daardoor vaak stil blijven zitten? Dit zijn nog maar een paar afwegingen en telkens kwam ik tot de conclusie: ik wil bij mijn lief zijn. Ik wil samen met Hans een toch enigszins onbekende weg opstappen. Een waterweg zelfs! Zeilend over zeeën en oceanen, ontdekken we de kusten die we aan doen, de habits van de bevolking die er achter woont, leren we van elkaar en last but not least: we leren onszelf kennen. Soms door het krijgen van feedback, soms door reflectie, introspectie en keihard onze neuzen stoten, even door je lief een spiegel voorgehouden krijgen om daarna weer alles recht te schudden en wat wijzer weer door te gaan. Dit proces gaat nooit over, al word je honderd!

Bij de locatiemanager en andere collega’s kondig ik mijn vertrek aan. Dan komt Anita en zegt dat haar team graag afscheid van mij wil nemen. Dat raakt mij! Het betekent dat ik iets voor hen en de cliënten heb kunnen betekenen in het omgaan met het onbegrepen gedrag van deze cliënten. Ik kom graag afscheid nemen van al die toffe meiden die elke dag zo keihard hun best doen voor onze dementerende medelanders. Vanaf die dag begint mijn Tour de Traan.

 

Ik rij naar het Zeeuwse dorpje st. Maartensdijk waar het team al in de koffiekamer zit te wachten en ik getrakteerd word op koffie met cake. Het is gezellig en er komen allerlei vragen los over onze reis. “En wie is Hans dan eigenlijk?”, wordt er gevraagd. Ze krijgt bijval: iedereen wil Hans wel eens zien. Of ik geen fotootje heb? Tuurlijk en ik pak mijn iPhone en laat een foto van Hans zien. “Zóó!!! Die mag er wezen!!”, “Zó!! Daar wil ik ook wel mee op reis!!”, “Nou! Die ziet er goed uit!!”, en zo krijgt Hans, zonder dat hij het weet, er een aantal fans bij. Op tafel zie ik de hals van een fles wijn. De fles is bedolven onder een groot aantal kaarten die er aan hangen. Het geheel is een cadeau voor mij. Ik ben benieuwd wat er in de kaarten geschreven staat, maar besluit te wachten met lezen tot ik in de auto zit. Dan is het tijd om te vertrekken. Dag Janny, dag Ellie, dag Ineke, dag Anita, dag Jolanda, dag Coby, dag Bettina. Dag iedereen die ik hier niet noem, maar wel in mijn hoofd en hart zitten! Dag lieve, goeie meiden! Hou vol, werk met elkaar, hou je sterk!! Dag top meiden met jullie reuze zware baan!! Ik heb respect voor wat jullie doen!!

 

In Tholen lees ik de kaarten. Wat een prachtige wensen en mooie woorden. Hieronder een paar uitgelicht:

  • Hoi Elise, Wat spannend!!!!! En wat zullen we je gaan missen! Ik hoop je nog wel een keer te zien voordat je dit spannende avontuur gaat maken. We zullen je kundigheid missen en ik moet zeggen dat ik heeeel veel van je heb geleerd. Veel geluk saampjes :), liefs
  • Hallo Elise, Nou, dat is een hele onderneming zeg, maar ik denk dat het een mooie ervaring zal zijn voor jullie en hoop dat de reis antwoord mag geven op de vragen die er bij jou leven. Heel mooie reis toegewenst en het ga je goed! Wij hebben nooit veel contact met elkaar gehad maar vond je een aardige collega!
  • Bedankt voor de fijne samenwerking, ik zag je graag (en ik hoop je toch weer terug te zien :))
  • Hoi Elise, Wat ontzettend gaaf dat je dit gaat doen!!! Geweldig dat je ook de kans krijgt en de mogelijkheden hebt om dit te gaan doen! Ik hoop dat jullie een hele mooie, inspirerende ontdekkingsreis gaan maken, van de wereld en jezelf! Enne.. zeeziekte, daar zijn gelukkig pilletjes voor;) Ik zie je vast nog wel voordat je de trossen los gooit..!
  • Ik heb me ingeschreven voor de nieuwsbrief…GEWELDIG! Bofferd!
  • Lieve en dierbare collega, Let your dreams come true!!!
  • Lieve Elise, geniet van deze bijzondere gebeurtenis in je leven. Ik wens je een behouden vaart. Wat was het fijn om met jou samen te werken. Echt een mensenmens die dieper kijkt en voelt. Je ziet niet alleen de ziekte of problemen, maar je ziet de mens. Ik ga je missen! Tot ziens! Een lieve groet van…

++++

Ik slik en ben verbaasd. Heb ik zoveel mogen betekenen? Dat wist ik niet. Jeetje… en nu ga ik ze verlaten!! Beul die ik ben!! Ik ga ze missen, wat was het super gaaf om een stukje van dat team te mogen zijn. Wat was het gaaf om samen naar oplossingen te zoeken. Ja samen, want niemand in de zorg doet iets alleen. Je kunt niet zonder je collega’s!

 

Ik rij naar Sint Annaland. Ook daar staan teams te wachten om afscheid te nemen. Ik krijg een Zeeuwse vlag voor op de boot (is inmiddels gemonteerd), en een origineel Zeeuws halskettinkje met Zeeuws knoopje!! Wat vind ik dat enorm leuk!! De manager zorg komt met een prachtig boeket bloemen in haar handen afscheid nemen. Er wordt gedag gezegd en nog eens gezwaaid. Hanneke loopt met mij mee naar mijn auto en wuift tot ik de hoek om ben. Ik toeter nog eens en ben het dorpje alweer uit.

En zo volgen er nog meer momenten van afscheid nemen. Momenten waarbij wordt stilgestaan bij de afgelopen jaren, maar vooral wordt gesproken over wat de toekomst zal brengen. Het afscheid is warm en zoals ik al vaker heb gemerkt bij het verlaten van een werkgever: je weet pas wat je hebt (betekent) als je er afscheid van neemt.

 

“Jolanda, ik kom naar Anna Paulowna hoor! Even elkaar nog zien voor we vertrekken!”

Op een maandag rij ik naar mijn oude woonplaats waar Roeland, Maartje en Nelleke hun eerste voetstapjes hebben gezet. Waar ik ook mijn eerste kindje heb verloren, waar ik 19 jaar heb gewoond en een vriendin voor het leven heb gevonden. Het weerzien met Jolanda is heel vertrouwd. Zelfs na drie jaar elkaar niet gezien te hebben. We rijden naar Schagen om een bloemetje te brengen voor Mereltje. Er vloeien tranen om de tijd die was, het verdriet. We rijden naar den Helder, mijn oude woonplaats toen ik nog bij de Marine werkte. Ik zie de oude ziekenboeg en wijs naar het raam van het kantoor waar ik werkte. Herinneringen aan 35 jaar geleden komen naar boven en ik vertel over de vaccinaties die ik zette, de feestjes en de appeltaarten die ik bakte. Ik blijf maar praten en Jolanda luistert. We drinken een cappuccino bij Landsend en kijken naar Texel. Het eiland ‘van’ Jolanda en zij vertelt over haar voorbije jaren. Moeilijke jaren waarin we elkaar hebben gemist. Het is zo, maar weten van elkaar dat het altijd goed zal blijven. We rijden nog even langs mijn oude huis, het huis waar de kinderen nog in de zandbak hebben gespeeld. Waar ik ieder onkruidje geduldig tussen de tegels vandaan peuterde..

Dan is het tijd om door te rijden naar Oegstgeest. We nemen afscheid en ik treuzel nog wat. Dan stap ik in de auto: op naar Eric en Jacqueline, mijn vrienden waar ik altijd en immer, dag en nacht, een gehoor vond voor mijn vreugde, mijn treurnis en onzekerheden. Eric kookt en we smullen van onze Zuid-Afrikaanse biefstuk en andere lekkernijen! De wijn smaakt weer prima en de gesprekken zijn als vanouds heel vertrouwd en dierbaar. Het wordt laat en ik blijf slapen om de volgende dag door te rijden naar Roeland en Maartje. Gelukkig is dit nog geen afscheid en na een etentje buiten de deur, gaan we gezellig naar het strand met doggie-doggie Boef. Daar komen er weer tranen: wat doe ik mijn kinderen aan door te vertrekken?? Het is een vraag waarvan ik weet dat die ook regelmatig door Hans zijn hoofd speelt. En zo zullen er altijd vragen blijven en een antwoord krijg je pas wanneer je het gaat onderzoeken.

 

De weken vliegen voorbij en het concert van Coldplay staat voor de deur. Samen met Maartje rij ik naar Amsterdam ArenA en genieten we van een wervelende show!! Wat een schitterende muziek wat een super band!! “Hey dear”, zeg ik tegen Maartje, “Toen we in 2009 naar Coldplay gingen startte ik met de opleiding voor deze baan en nu we weer bij Coldplay zijn, stop ik met deze baan. Vreemd hé?” Maartje kijkt verwonderd: “Ja, vreemd”, zegt ze. We houden elkaar stevig vast.

Hans roept: “Kom je uit bed lieverd? Dan gaan we er een mooie dag van maken!” Ik glimlach, zie regendruppels op het dakluik uit elkaar spatten, kruip uit bed en roep vanuit de slaaphut dat ik er aan kom, niet wetende dat deze dag een mooi en leerzaam eind zal kennen.

Na wat klusjes vertrekken we naar België en toeren rond in Essen en Kalmthout. Prachtige bossen en schitterende huizen. Er staat er een te koop en we stoppen. Het is een cottage. Klein en knus met een enorme tuin vol met sparren, dennen , berken en varens. Zoiets moet het worden. Later als we terug zijn. Dromen blijft natuurlijk altijd leuk. We lopen een stukje verder en stoppen bij een klein cafeetje aan de rand van het bos. Trek in een biertje. Een echt Belgisch biertje. Het wordt een Leffe donker bruin.

We zijn nog de enige op het terras wanneer er twee krasse heren op leeftijd hun auto uitstappen en in onze richting lopen. De een zonder en de ander met rollator. Het weer is wisselvallig en ze overleggen of ze ook op het terras gaan zitten. “U komt ook uit Nederland?”, vraag ik en het lijkt voor de mannen het duwtje in de rug om voor het tafeltje naast ons te kiezen. Hans haakt aan en stelt de vraag of zij in België wonen. Er wordt bevestigend geknikt: “Al 22 jaar!”, zegt de ene man.

 

Er volgt een gezellige conversatie en we stellen ons aan elkaar voor. Frans verklapt zijn leeftijd: 79! Kees doet er een schepje bovenop: 87! Frans is in deze mogelijk baas boven baas: zijn oma is de oudste vrouw van Nederland geweest: 106 jaar! Dat belooft wat! De ogen van beide mannen verraden dat de geest nog erg jong is. Pientere en frisse ogen. Ook een beetje ondeugd lees ik er in en Frans vertelt over zijn opname onlangs in het ziekenhuis en de zuster die hij toch wel erg leuk vond. Dan switcht het gesprek over naar de huidige hypotheekrente en hoe fiscaaltechnisch eea in elkaar zit wanneer je in België woont. Beide mannen proberen er ons van te overtuigen dat het wonen in een bosrijk gebied, het mooiste is dat je kunt doen. En dan vertelt Frans ook de minder leuke kant daar van. Vrienden en familie wonen ver weg en ziet hij niet vaak. Ze bestellen opnieuw een whiskey en een Belgisch bier en vragen of wij ook iets willen drinken. Helaas is het voor ons tijd om op te stappen. We geven ons visitekaartje en schudden de handen. “Tot ziens!”, zeggen we tegen elkaar. We hopen dat we op die leeftijd ook nog zo vief zijn! In de auto praten we na over deze bijzondere ontmoeting en wat we hiervan hebben geleerd, namelijk dat je zoveel kunt leren van de ervaringen van de oudere mensen. Dat je daaruit het beste voor jezelf moet distilleren. Dat gaan we de komende jaren dus ook doen. Samen met Isabella blijven we actief en ontmoeten we vele mensen 🙂    Ja, dat wil ik wel! 🙂

Hans en Elise

(ondertussen crashte mijn laptop waardoor een aantal foto’s verloren zijn gegaan en de tijdsdruk opliep om een nog goed te regelen. Binnenkort plaats ik foto’s bij deze blog)

 

Prachtige Barnevelder

 

Isabella staat geduldig te wachten in de loods: morgen is het de grote dag van vertrek! Zal het goed gaan? Zijn de afsluiters wel goed aangelegd? Geen lekkages? Doet de Volvo het goed? Tenslotte heeft ze een half jaar niet gedraaid!

Vrienden René en Joop melden zich en samen met Hans rijden ze voor het krieken van de dag, althans zo voelt het, richting Kerkdriel. Vandaag varen ze Isabella terug naar Dintelmond! Het is een feestdag. Ik ben op m’n werk en we hebben afgesproken dat ik ze aan het eind van de tocht opwacht, om ons na een warme hap terug te rijden naar Kerkdriel. Daar staat immers nog de vierwieler van Hans.

Hoewel druk met allerlei zorgvragen, verloopt de ochtend in Tholen op een bepaalde manier toch traag: ik heb nog geen appje gekregen van het vertrek uit Kerkdriel. Hier is iets niet pluis. Ik word onrustig en bel Hans.

“Hey schat!”, zucht Hans. Ik hoor de teleurstelling in zijn stem en weet direct hoe laat het is: er is tegenslag.

“Ja, er was eerst een lekkage zeg! Maar dat is nu opgelost. Tjonge! En nu is er iets met de wierpot”

“De bierpot!”, hoor ik een van de andere mannen roepen. “Nee de gierpot!”, roept de ander. Gelukkig is de humor nog niet verdwenen.

“Jeetje zeg…, en nu?”

“Ja schat, we kunnen vandaag niet weg! Dat moet eerst worden gerepareerd”

“Ohh! Das een tegenvaller! Maar ja…. Beter nu dan strakjes op de Maas”, probeer ik hem een beetje op te vrolijken. Maar of dat lukt…?

Het vertrek uit Kerkdriel wordt een week uitgesteld. Hans wordt er niet vrolijk van, maar onvermoeid zoekt hij door naar oplossingen! Hij koopt een nieuwe wierpot en klust een paar dagen door. De volgende poging wordt gepland en we gaan er van uit dat het deze keer zal lukken. Helaas kan vriend René niet mee. Hij gaat samen met zijn vrouw een weekje naar heerlijk Zeeland! Ik besluit zijn plaats in te nemen en neem een vrije dag. Vriend Joop is wel van de partij. Smorgens om 8 uur vertrekken we met z’n drieën richting Kerkdriel. Daar ligt Isabella. Het is na lange tijd dat ik ze weer in het water zie liggen, daar waar ze hoort. Toch ziet ze er vreemd uit zo, zonder mast, verstagingen, vallen en alle materialen die zo bij haar horen. Het is als een geplukte kip, maar wat ben ik trots op het enorme resultaat dat we na een winter lang werken hebben bereikt! We brengen de broodjes en onszelf aan boord en starten de motor. Die klinkt als een zonnetje! We vertrekken. Dag Kerkdriel, dag buurtjes uit de loods! Bedankt voor jullie gezelligheid en goeie tips! Onze radio mogen jullie houden! 🙂

Langzaam varen we weg en wordt de haven een kruimelig streepje aan de horizon. Het is druilerig weer en het geronk van de motor begint al snel te vervelen. Niks aan zo’n motorboot! J  We passeren oude Hollandse dorpjes, landerijen met dijkjes waar de eenzame fietser tegen de wind in zwoegt. Oer Hollands! Ik bedenk me dat ik dit beeld zal missen wanneer ik mijn blote voeten verbrand aan het zand van een of ander bounty eiland. Holland is mooi, Holland is zo veelzijdig met bossen en duinen, weilanden en grote, bruisende steden! En toch ben ik nieuwsgierig naar wat er allemaal voor ons ligt. Welke culturen gaan we ontmoeten? Welke geuren snuif ik op? Wat is er aan levensmiddelen te verkrijgen? Kan ik daar iets lekkers van brouwen?

Isabella tuft gezellig door, de koffie wordt gedronken en er wordt gesmuld van de bruine broodjes met gebakken ei. Het blijft maar af en aan regenen. Nog een uurtje en we zijn in Dintelmond

Dan is het stil… welk geluid mis ik? Het geluid van de motor!!

“Hey!!”, roept Hans op een niet ontspannen manier. “Wat gebeurt er?”

We vragen het ons in een flits af en tegelijkertijd begint Isabella op de schuimkoppen van de rivier, onstabiel te rollen. Het gure weer helpt niet mee en de druk bevaren Maas ook al niet. “Kijk uit!!”, roept Hans naar Joop die rustig achter het roer staat. “Die richting uit!!”, wijst Hans met zijn hand. “Ja”, maar ze is stuurloos!!”, zegt Joop rustig.

Hans duikt naar allerlei metertjes om te ontdekken wat er aan de hand is, kan niets ontdekken en start onder het mom van “We moeten toch iets!”, de motor weer. Die doet het!! Pppfff!! Dat was schrikken! “Hahaha!! Nou, dan hebben we dat ook weer eens meegemaakt!”, grappen we gedrieën.

De pret is van korte duur, want weer is er iets mis met de motor. Hij maakt een knorrend geluid. Hans kijkt overboord en ziet geen water uit de romp van Isabella komen: de motor draait droog! Weer valt hij uit en nu voor langere tijd. De rivier wordt onstuimiger en het begint te regenen. “Ik ga Hulp Op Het Water bellen”, zeg ik tegen Hans. “Wie ga je bellen?” vraagt Hans verbaast. “Hulp Op Het Water?!”, zeg ik weer. “Niks d’r van! Straks ben ik vijfhonderd euro kwijt! We gaan het zelf oplossen”, zegt Hans beslist. Oké, prima, jeetje, als dat maar lukt, denk ik. Die grote Aak komt wel erg dichtbij en die rotspartij aan de oever van de Maas toch wel! Het bijna vergeten zeeziekte gevoel borrelt opeens weer op. Ieuw!! M’n speekselklieren draaien op volle toeren. Ik lijk de inhoud van m’n hersenpan wel te voelen, het gaat ten opzichte van mijn omgeving vertraagd mee met wat mijn ogen waarnemen. Wat zijn die golven hoog! Niks aan de hand, sus ik mezelf. Door mijn neus inademen en naar de oever kijken! Hans lost ondertussen het probleem op. Hij duikt het motorruim in en checkt de impeller die hij gisteren nog heeft vervangen. Er zit een flinke scheur in. Hoe kan dat nou? “Het was nog een impeller van Jochem”, zegt Hans. Jochem is de vorige eigenaar, een techneut die werkelijk alles bewaarde “voor het geval dat…”. Waarschijnlijk is deze impeller te lang bewaard en was het rubber toch te oud geworden. Er zit een diepe scheur in. Hans vervangt de impeller en start de motor. Hij tuft als vanouds en ik vraag me af waarom ik nog geen uur eerder heb gedacht dat het geluid van een motor gaat vervelen. Weg is het geschommel. Mijn speekselklieren gaan weer in ruststand.

Eindelijk zijn we in onze thuishaven Dintelmond en kan het aankleden van Isabella beginnen. We sjouwen met de kussens van de salon, halen de prachtige nieuwe Genua op bij de firma v/d Werf in Made, kopen onze nieuwe matrassen, bestellen nieuwe kuipkussens bij de firma Sarivi in Breda, rijden weer naar Middelburg naar het watersportbedrijf Jos Boone waar Dien ons zo super helpt! Wat een kennis heeft die vrouw! Hans installeert het reddingvlot, de ipirb, een extra anker op het achterdek en voor op de punt en dan is de grote dag daar: de mast gaat er op!

 

We varen richting de kade waar de grote-grote ladder staat van het bedrijf die de mast plaatst. De mast wordt in een band gelegd en langzaam gelift. Het grote logge ding van 17 meter lang, zwieperd gevaarlijk heen en weer. Een paar mannen roepen “Ho-HO!!”, dan ketst de mast terug op straat. Lamp kapot. Jeetje wat nu?? Gelukkig heeft het bedrijf nog een juiste lampje met voet en wordt alles toch op tijd hersteld. De operatie kan weer doorgaan.

Dan krijg ik plots ook een taak: ik mag een spanhuis van een verstaging losschroeven. Was het mij maar niet gevraagd, want ook hier gaat het mis. Terwijl ik het spanhuis van de verstaging losdraai, bemoei ik me met het neerzetten van de mast op Isabella en ja hoor: het spanhuis komt los, glipt uit mijn handen, ketst op de richel van de kade en ligt stil! Oh! Gelukkig! Net niet in het water gevallen! Ik buk en: dan besluit het spanhuis toch alleen verder te reizen en plonst alsnog in het water! Weg! En in dit geval: geen reserve! Jeetje, dan maar met 1 verstaging los terug naar onze ligplaats en een weekje wachten op een nieuwe.

In die week moet er wel verder gewerkt worden en om de tegenvaller een beetje goed te maken, ‘belooft’ Hans mij dat ik in de mast mag. Of ik dat ook wil? Oh, ja hoor! Geen idee of ik hoogtevrees heb. Ik geloof het niet en anders kom ik daar onderweg wel achter. Ik stap in het maststoeltje en word aan drie vallen geborgd. Rob, Louis en Hans trekken mij omhoog en in de top mag ik twee nieuwe lijnen door een katrol wurmen. Het bevalt wel hier zo in de top! Prachtig uitzicht! J Ik roep dat mijn uurloon 90 euro is, maar ja… niemand vat het serieus op 😉

(als je op de foto’s klikt, zie je het hele plaatje. Dit geldt voor alle foto’s in de Blogs)

Na een uur hannesen, is het gelukt om 1 lijn door de mast te voeren. De ander is blijven steken. Ergens halverwege bungelt er nog een nylon koord met 14 moeren en een ijzeren beugeltje in de mast. Die ijzerwaren zijn bedoeld om gewicht aan het koord te geven. Goed plan en voor 50% gelukt. Een andere keer nog maar eens een poging doen. Nu eerst de zeilen er op en wanneer deze weer hun plekje hebben gekregen, is Isabella weer compleet. Geen kale kip meer, maar een prachtige Barnevelder die straks scharrelt tussen de golven van het Veerse meer, de Noordzee, de Golf van Biskaje en wie weet waar nog meer. Nu eerst een biertje!!

Klussen te klaren

Klussen te klaren

 

Zodra we vanuit de tropen weer in Nederland voet aan land zetten, dringt de werkelijkheid zich direct aan ons op: de tijd vliegt en we moeten nog héél veel doen!! Hoeveel weken hebben we nog voordat we vertrekken? Halen we het? We kijken naar de To-Do-List en er lijkt maar geen einde aan te komen en erger nog: er komen nog steeds klussen bij! Lopen we op schema? Wat moet er allemaal nog aangeschaft, geïnstalleerd, gecontroleerd en gerepareerd worden?

We gaan op bezoek bij HM HeavyMetal en werkelijk waar: het is daar niet heel anders dan bij Isabella. We wisselen graag onze tips aan elkaar uit en pakken daarvan mee wat we kunnen gebruiken. We bewonderen de klusdrift en handigheid van Koen, de schipper van HM. Het lijkt alsof hij HM binnenstebuiten keert! Wat daar niet allemaal wordt aangepakt! Ongelofelijk: het halve interieur lijkt wel vervangen te worden.

We laten natuurlijk ook graag alle geklaarde klussen van Hans zien en een paar weken later komt de schipper en bemanning van HM, Koen en Yvon, op bezoek bij Isabella. Na wat mokken zwart goud met een lekkere stroopwafel van de Boxtelse markt, geeft Hans een rondleiding. Hij vertelt trots over zijn klussen, zoals onder andere het installeren van de watermaker, het opnieuw aanbrengen van de doorvoeren van zout- en zoet water, de nieuwe aansluiting van het toilet, het onderhoud van de windvaan, de nieuwe dakluiken en ramen, de montage van de TV en de gerepareerde dieseltank die weer op zijn plaats ligt. Natuurlijk lopen we ook een rondje rond de kiel, om de huiddoorvoeren te laten zien die Hans netjes heeft afgedicht en afgerond met Sikaflex, wat inmiddels een tovermiddel lijkt te zijn en voor bijna alle klussen wordt ingezet.

HM kijkt goedkeurend. We kletsen nog wat en nemen weer afscheid. Immers; de tijd dringt!

Het is niet altijd aan boord dat we voorbereidingen moeten treffen voor de grote reis. Zo staan er inentingen tegen allerlei enge ziektes gepland. Gele koorts, hondsdolheid, buiktyfus en nog wat andere gemeneriken waartegen we beschermd willen zijn, worden in kleine hoeveelheden, dood of half levend, in onze armen gespoten. Naar mijn berekening krijgen we alles van de zorgverzekeraar vergoed. Dat is goed nieuws waar Hans vrolijk van wordt en gaat de tweede keer opgewekt mee! De mevrouw die met strenge blik en korte tred ons in de wachtruimte komt ophalen, is een heel andere mevrouw dan de eerste keer. Ze stelt zich niet voor en zo klein als ze is, zo klein is ook haar stem. Met moeite horen we haar onze namen noemen en vraagt ze ons om mee te lopen. Verbaast lopen we achter haar aan en wisselen even snel een veel betekenende blik naar elkaar. Bij de deur van het prikkamertje draait ze zich plotseling om en zegt: “Goedemorgen, ik ben Suus”. “Dag Suus, ik ben Hans!”, zegt Hans vol enthousiasme. “Dag… Elise”, zeg ik, aangestoken door het Suus-virus. We schuiven langs Suus naar binnen en gaan voor haar bureau zitten. Het is stil, heel stil. Suus tuurt ‘uren’ naar het beeldscherm. Hans doet een poging om een gesprek op gang te brengen en vraagt of de vorige mevrouw misschien aanwezig is. “Niet dat u niet aardig bent hoor!! Begrijp me goed!!”, verontschuldigt Hans zich. Suus reageert niet. Hans kijkt me aan en trekt zijn wenkbrauwen op. Na wat aarzelingen probeert Suus te achterhalen waarvoor we komen en vertellen we opnieuw ons verhaal. Suus staat op en maakt de vaccinaties klaar voor gebruik. De sfeer is inmiddels zo koud als de koelkast waarin het vaccin wordt bewaard. Hans gaat eerst op de prikstoel. Suus pakt hem bij de schouder en jast de hele naald tot aan de plastic spuit, in zijn vlees. “Ja gelukt!”, roept Hans. Niets zie je nog terug van het metaal en in no-time rukt Suus de naald weer uit zijn lijf. Hans krijgt vandaag drie vaccinaties! Dan ben ik aan de beurt en ik ben er nu echt van overtuigd dat deze dag voor Suus de eerste werkdag binnen de GGD is. Jeetje zeg! Wat een gemene prikken! Veel te hoog in de spier gezet! Ooh!!

Dan gaan we afrekenen: € 180,= per persoon!! “We krijgen toch alles vergoed?”, vraagt Hans nog eens voor de zekerheid en wrijft met zijn handen over zijn pijnlijke schouders. “Uuhhjjaahhuhh..”, zeg ik, want ik begin nu toch wel te twijfelen. Volgens mijn berekeningen zouden we per persoon niet meer dan €240,= kwijt zijn en die grens zijn we nu al ruim overschreden. Thuis neus ik nog eens goed op de site van de GGD en opeens zie ik het piepkleine sterretje naast het bedrag van een paar vaccinaties: het bedrag is per inenting! Dit betekent dat alle tweede en derde inentingen boven het verzekerde bedrag vallen! Dit feit samen met de prikvaardigheid van Suus doet Hans per direct besluiten om met het vaccineren te stoppen. Ik probeer hem nog te overtuigen door een beeld te schetsen dat hij met schuim op zijn mond van een hondsdolheidbesmetting, acuut per helikopter moet worden afgevoerd. Het helpt allemaal niet. Hij moppert dat mijn berekening niet klopt en belooft me dat ik vanaf deze dag het huishoudboekje van Isabella niet meer mag beheren. Hij kijkt me aan en lacht. Ondanks dat het een grap is, voel ik me wel een beetje schuldig, maar jee zeg… zo’n klein sterretje! Kan dat nu niet anders worden aangegeven?

 

En dan verandert er plotseling heel veel. De huisarts belt, en dan zijn we opeens in een andere wereld.

Wat een vreemde tijd, is die tijd tussen het vermoeden, en het horen van de diagnose daarna. Het vlees (huid klinkt zo gewoon) dat je zo bemint wil je niet verliezen, wil je niet zien veranderen in een vervallen omhulsel, wil je niet van ervaren dat het koud is. Je wil het gewoon allemaal niet. En toch neemt het de leiding over je lijf en je leven over. Je hebt niets meer te zeggen en je kunt alleen nog maar kiezen tussen terug vechten of laten gaan. Wij gaan natuurlijk vechten, mocht de uitslag niet goed zijn. We wachten de brief af waarin staat dat er reden is voor nader onderzoek. We klampen ons letterlijk en figuurlijk aan elkaar vast en zeggen lieve woorden tegen elkaar. We blijven voor altijd bij elkaar en worden samen honderd!! Dat is zeker!!

Hans heeft meegedaan aan het bevolkingsonderzoek darmkanker en hij moet verder onderzocht worden. Na ooit eerder een soortgelijk bericht te hebben gehad, zit de schrik er behoorlijk in. We bellen een aantal onderzoekscentra en kunnen uiteindelijk de afspraak voor het onderzoek vier weken vervroegen. Het onderzoek duurt een half uur en de MDL-arts geeft Hans direct de uitslag: alles ziet er goed uit! Er is niets aan de hand!!

Wat zijn we gelukkig, wat zijn we opgelucht! Wat een last valt er van Hans zijn schouders af. Het is een fantastisch bericht en kunnen weer verder met onze mooie plannen en het klaren van klussen. En wat zijn we er van bewust dat er nu ook mensen zijn die geen goede uitslag krijgen. Mensen die elkaar beminnen en weten dat ze elkaar moeten gaan verliezen. Vreselijk!

 

Inmiddels zijn er alweer wat weken verstreken en is Hans 24/7 met Isabella en haar elektronica bezig.

Is het niet letterlijk het aanleggen van kabels voor de nieuwe GPS, dan is het wel thuis in zijn stoel met een boek over techniek en ja zelfs in bed met het maandblad Zeilen! Interessante artikelen scheurt hij er uit en maakt er aantekeningen van. Net wanneer ik weer van een goed boek geniet, zegt Hans: “Je weet toch wat dat is hè?! Propagatie?”

“Uuuhhh…hjjaah”, probeer ik voorzichtig, en als een speer vraag ik me af wat dat nu ook alweer precies is, maar blijf strak naar de letters in het boek turen. “Je luistert toch wel hè!?”, vraagt Hans op controlerende toon. “Tuurlijk, ja-ja ik weet het” en schuif wat verder onder het donzen dekbed. Maar als hij vraagt wat het dan is, moet ik het antwoord schuldig blijven. Het is als met zoveel van dit soort zaken: ik weet er weinig van. Vroeger op school nooit zo goed opgelet en nu is het aanpoten met een fulltime job en dagelijks bezig te zijn met allerlei medicatievoorschriften en omgangsadviezen voor onbegrepen (gestoord) gedrag. Thuiskomen en dan inpakken van huisraad, organiseren van opslag, verzekeringen, medicatie aan boord, nieuwe gordijntjes voor in de slaaphut maken, nieuwe matrassen organiseren, tussendoor ook nog eens sporten en ja, gelukkig ook mijn vriendinnen zien etc. etc. Graag, heel graag wil ik meer tijd besteden aan de voorbereiding van onze mooie reis. Nog even wachten en dan is het zo ver!

Hans legt uit wat propagatie is en al bij de eerste zin schiet mij weer te binnen wat het is. Ik besluit om vanaf nu nooit meer te vergeten wat propagatie is. Het is gewoonweg ook een kwestie van het heel vaak hardop zeggen: propagatie-propagatie-propa…. Zzzz… jeetje, ik ga doen wat je hoort te doen in bed: slapen!!

https://nl.wikipedia.org/wiki/Propagatie_(radio)

De waslijst aan spullen die Hans vóór ons vertrek nog wil aanschaffen en monteren, slinkt niet. Hij schrijft diverse leveranciers aan voor offertes. Ze reageren snel, maar er is er één die het meest bevalt: Jos Boone in Middelburg. Na 100 km ontmoeten we Dien en zijn onder de indruk van de berg energie en kennis van elektronica en veiligheid die deze vrouw heeft! Ik informeer eens hoelang ze dit werk al doet: 38 jaar! Ze weet werkelijk alles!

We nemen mee wat ze op voorraad heeft en spreken af dat ze ons belt wanneer de andere spullen binnen zijn.

Hans heeft twee zonnepanelen van ieder 120 watt perfect op het dek aangebracht met je raad het nooit: Sikaflex! De zwart geblokte platen liggen muurvast op het teakhouten dek. Het derde zonnepaneel is op de buiskap gemonteerd. Wij zij er happy mee. Het functioneert. Zonde? Ach… je moet wat en een wereldreiziger gaat immers voor de praktische oplossing 🙂

Om de opbrengst van de energie goed te gebruiken, controleert Hans toch weer even de accu’s. Het is precies zoals hij dacht: ze zijn niet meer in orde. Ze zijn te snel leeg. Weer begint er een zoektocht op het web naar de beste accu’s voor de meest voordelige prijs. Uiteindelijk kiest Hans voor AGM gesloten accu’s van ieder 200 AH. Dat moet voldoende zijn. Dan  nog de hele boel monteren! Dat is een klus! En het lijkt alsof vriend René het hoort: dezelfde dag belt hij nog: “Hé! Ik kom donderdag en dan gaan we de boel aanleggen! Jij zorgt voor de koffie!”  Hans bedenkt zich geen seconde en is blij met de hulp van René die expert is op gebied van elektriciteit. De mannen hebben lol samen. Wanneer Hans vertelt dat ik in mei op de boot ga wonen, vraagt René hoeveel huur ik ga betalen. Ik zie die twee al bulderen van het lachen! Ik weet wel beter 😉

Dien Boone belt: het reddingsvlot is binnen! Opnieuw sjeest Hans van Boxtel naar Middelburg om het vlot op te halen en nog wat andere zaken die inmiddels binnen zijn.

Het vlot zit in een prachtig, goed afgesloten witte box en we gaan het direct passen in het frame dat aan de reling is gemonteerd. Ja hoor… ook hier ligt weer een klus te wachten: het rek is te groot voor de box en zal moeten worden aangepast. Gelukkig heeft Hans zijn super handige zwager Wim en belt hem op. Wim maakt alles passend en wat krom is weer recht of andersom! Een dag later is het frame voor de box in orde en ziet er werkelijk schitterend uit! Wat zouden we moeten doen, zonder deze geweldige vrienden die altijd voor Hans klaar staan? Ikke-nie-weten.

Na een weekend meehelpen aan boord en wat poetsen, rij ik weer naar huis, want ook daar liggen nog wat klussen te klaren, voordat ik aan boord stap… Zoals wat dan? Honderd dozen herinneringen inpakken en een page voor mijn website aanmaken: koken met Isabella. Of nee… De Kombuis! Kijken jullie mee met de recepten en heb je zelf een goed recept? Stuur het dat in en ik ga aan de slag om het te oefenen!

 

Tot snel weer!

Hans & Elise

 

Aruba en Miami

Van CR naar AUA en weer door naar Miami

Ondertussen vliegt de tijd en nadert juli met rasse schreden! Wat hebben we nog veel te doen, maar hier in Aruba lijkt de stress van onze schouders weg te vallen en genieten we volop van de heerlijke temperatuur en de dagelijkse porties (2) zwemmen in de Caribische zee. ‘s-Morgens vroeg stappen we vóór 7 uur in de auto en rijden we naar het knusse strandje dat net niet voor alle decadente hotels ligt, maar nog wel de veiligheid biedt van een stukje schoon strand en zee dat je met je blote voeten kunt betreden.

Het is nog donker als mijn grote teen het water raakt en ik bibberend stapje voor stapje het water in loop. Ik ben geen held wat buitenwatertemperatuur betreft. Zelfs niet in de Carieb. Bbrrr!! In het schemerlicht zie ik een witte badmuts dobberen en opeens ook het hoofd dat het draagt. Een Caribische dame lacht mij vriendelijk toe en roept iets in het Papiaments. Ze ziet dat ik haar mooie, wonderlijke taaltje niet begrijp en roept nog eens, maar dan in het Frans: “Entrée-entrée”, roept ze mij bemoedigend toe (maar zo Française-achtig lijk ik toch niet?). “Don’t hesitate!!”, roept ze ook nog eens, om vast te voorkomen dat ik haar niet begrijp. Ze is een schat en ik lach en roep “Oeoehh!!!” terug, er van uitgaande dat dit een internationale kreet is, waarvan iedereen wel begrijpt wat dat betekent. Ik geef me over aan de frisheid van het water en laat me in het water glijden. De dame juicht en roept nog eens “Sïii !!” en zwemt tevreden verder. En ik ook. Wat is dat toch, dat ik altijd maar zo’n moeite heb met ‘doorkomen’?

Het is inmiddels licht. Dat gaat hier snel en de eerste zonnestralen weerkaatsen tegen de hoge gevels van de witte hotels. Nog een paar rondjes door het zoute nat en de dag kan weer beginnen.

Het is carnaval en hoewel Hans bijna 30 jaar op Aruba heeft gewoond en het carnaval voor hem geen nieuws meer biedt, neemt hij me toch mee naar dit festijn van pracht en praal.

Geen diversiteit aan carnavalskleding zoals we dat hier in Nederland kennen, maar verschillende grote groepen die elkaar beconcurreren met schitterende kostuums versierd met parels, pailletten, veren van exotische vogels, nepdiamantjes en prachtig gekleurde zijde stoffen. Het is een lust voor het oog. De muziek die het spektakel begeleidt staat op volume “binnen tien minuten doofheid gegarandeerd”, maar dat deert niemand. Er wordt gelachen en gedanst, met het publiek gesjanst en biertjes gedronken. Zo schuift de ene na de andere groep voorbij en de voluptueuze dame die in de gaten heeft dat ik haar fotografeer komt dichterbij en gaat zo mogelijk nog meer uit haar bol, nu ze alle aandacht heeft. Ook grootmoeder doet op haar manier actief mee en heeft voor de gelegenheid haar stok in bijpassende kleuren versierd. Hans weigert om met een van deze dames gefotografeerd te worden. Hij bewaakt immers mijn tas… 😉

 

klik hier voor een filmpje van de optocht

 

Van het carnavalsgedruis rijden we verder naar Plaza Bookshop. Ook hier moeten er nog wat zaken worden afgerond en praten we met oude bekenden wat altijd heel gezellig is. De cappuccino’s die in de coffee corner van deze schitterende boekhandel worden geschonken, zijn niet te versmaden! Het is compleet Little Italy hier!! Met elk uur zo’n cappuccino ben ik dik tevreden en zal ik mij opperbest vermaken 🙂 . Met gevulde mok èn mijn net aangeschafte boekje ‘Leer snel Papiamento’, pak ik een oudhollandse stoel en ‘verdwijn’ voor een paar uur in de betekenissen van het Papiamento.

Deze werkvakantie kenmerkt zich door de vele vliegreizen. Van Aruba vliegen we weer terug naar Miami. De huurauto staat alweer klaar en rijden we naar de Everglades om daar de wilde krokodillen te spotten. We schrijven ons in voor de eerst volgende tocht met de airboat. Hoe je soms verwachtingen kunt hebben en je daarmee zó kunt vergissen! Dachten we een kalme tocht over het water te krijgen, zodat de krokodillen niet schrikken, krijgen we in plaats daarvan een complete ‘kijk-hoe-hard-ik-scheur-met-dit-ding’ voorstelling! Wanneer de gids vol gas geeft, bonken de tien toeristen tegelijk over het water om plotsklaps hellend naar rechts in een scherpe haarspeldbocht verzeild te raken. “Everyone oké??”, grijnst de gids breeduit en vertelt in Speedy Gonzales tempo en taal iets over dit wonderlijke natuurgebied. Plots geeft hij weer gas en met een ruk zitten we weer recht in onze stoel om de volgende serie spatwater over ons heen te krijgen. Wonderwel lukt het de gids om ons toch een kleine alligator te tonen. Na dit geweld vraag ik mij af of het wel een echte is en niet een rekwisiet uit Hollywood. Het schijnbaar aaibare dier ligt half onder water verscholen achter het dorre hout en kijkt met koele blik naar dat stel wonderlijke aanstellers op die airboat. We hebben het gezien en vliegen even zo snel weer terug als we gekomen zijn. Wat een avontuur… maar in welk opzicht? Ik had het evengoed toch niet willen missen 😀

Het gebied is immens groot: 6.105 km² en wordt door een 203 km kaarsrechte snelweg van Miami naar Naples doorkruist. Heel indrukwekkend!

De mangrove zijn de moeite waard om te bezoeken. Op enkele vogelgeluiden na, heerst daar absolute stilte.

Wat ons verbaast aan de Everglades is de dorheid van de bomen en het stijve, dikke spinrag dat zich over elke boom een weg krult. Het heeft iets te maken met het afzetten van zaden uit vogelpoep en lijkt de cultuur van de Everglades te vernietigen. Om dit fenomeen tegen te gaan wordt er elk jaar een flink deel van het gebied afgebrand. De achtergebleven zwarte geraamtes bevestigen dit verhaal. Het ziet er triest uit. Tijd voor iets vrolijkers: een etentje!

Daar vallen we in de volgende verbazing. De serveerster is nog niet te bekennen, maar wel een klein i-Pad-achtig apparaatje dat op tafel staat. Het is een elektronische menukaart 😀 Nog nooit eerder gezien en we klikken hier en daar op wat appjes en ja hoor: de serveerster komt ons het bestelde bier brengen. Hoe fantastisch! Wanneer je even zonder gespreksstof zit, kun je ook nog eens een spelletje met medegasten opstarten. Niets vermoedend starten Hans en ik een spel. We ontdekken een soort van 1 tegen 100 en beantwoorden vliegensvlug de vragen. Ja!! Gewonnen!! Maar van wie eigenlijk?? Dan komt ook het hoofdgerecht en ja hoor: ook de rekening is uit dit vernuftige apparaatje te toveren. We drukken op enter en ergens onder blijkt een gleufje te zitten waar de ticket uit krult. Hans zou Hans niet zijn als hij de rekening niet checkt en ik ben een en al oor als hij verbaast roept: “Krijg nou wat!!” Het 1 tegen 100 spel kost $2,= !! De boeven!

Nou ja.. misschien waren wij niet zo slim dit keer. Afijn, we hebben dikke pret gehad en gaan via de sigarenstore richting hotel, om daar onze laatste nacht door te brengen. Dag Miami, dag lovely America, CR & AUA!! We’ll meet again!! Op naar het laatste restje van de To-Do-List voor de grote-grote heerlijke reis samen met S.Y.Isabella!! Op naar Isabella!!

 

Hans & Elise

 

Costa Rica op z’n mooist

Costa Rica op z’n mooist

Veel tijd is er niet en op weg naar de watervallen overwegen we of we wel echt die rit naar de vulkaan en de zipline (kabelbaan) moeten maken. De zipline voert je over prachtige bosrijke gebieden en de langste baan is ongeveer 800mtr. Ik wil wel eens zien wat zich daar in de jungle afspeelt, maar een blik in de vulkaan gun ik ons toch ook wel en die watervallen schijnen iets spectaculairs te zijn. Waar kiezen we voor?

Hans rekent de reistijd naar de watervallen en de kabelbaan uit en we besluiten om als eerste de vulkaan een bezoekje te brengen.

Onderweg zie ik weer de wonderlijkste dingen, zoals de elektriciteitskabels die niet zijn ingegraven, maar hoog boven de weg als een rijgdraad van paal naar paal zijn gebonden. Op zich is dat niet heel bijzonder, maar wel de kabels die meters te lang zijn en opgerold boven aan de houten steunpalen wachten op een volgende afnemer van elektra.

Het is een heerlijke temperatuur wanneer we aan de voet van de vulkaan aankomen. Zo heel anders dan het waarschijnlijk in Nederland zal zijn. We lopen in T-shirt, shorts en sandalen en genieten van de warme zonnestralen op onze blote armen.

We zijn niet de enige toeristen en dat zorgt er voor dat mijn ontdekkingsreizigersgevoel toch ook wel weer wat afneemt. Dit duurt echter niet lang. Wanneer we de laatste bocht van het weggetje naar de top van de berg nemen, zie ik niet ver bij ons vandaan de adembenemende kleur van de vulkaan. Het is een fel en heldere azuurblauwe kleur. Prachtig! Tussen de flarden wolken die voorbij dwalen, gaan we even zitten, eten een banaan en vergapen ons aan het natuurschoon! Wat is onze aarde mooi!!

Het bordje bij de rand van de vulkaan geeft aan dat we vanwege de vulkaandampen gezondheidsrisico’s lopen en krijgen we het advies om niet langer dan 20 minuten hier te blijven. We nemen het advies aan en vertrekken. Langer dan 20 minuten is sowieso lang genoeg. Terug naar de auto en op naar de ziplines!

We rijden door een indrukwekkend bosgebied. Dicht begroeid met hoge, heel hoge bomen, struikgewas en mooie kleurrijke planten. Zoals wij in Nederland langs de sloten en in bermen het blad van de blaartrekkende Berenklauw kennen, zo heeft Costa Rica een plant met hetzelfde blad maar dan in doorsnede een meter groter. Het draagt de bijnaam Poormans Umbrella. Het blad is zo groot als een paraplu en geeft de niet zo welgestelde mens beschutting tegen hemelwater. Gelukkig is deze plant niet blaartrekkend. Dat zou er beroerd uitzien voor de poorman…

Een paar dagen eerder ben ik overstag gegaan voor een GoPro Hero 4 Silver. Een camera die volgens de reclame voor de meest schitterende opnames zorgt. Ik zie flitsende beelden van surfers die in de golven een salto maken, een duiker die zijn avontuur in de onderwaterwereld opneemt, een snowboarder en nog meer moois. Ik ben benieuwd! Mijn zip-line-tochtje over de jungle zal vereeuwigd worden met de GoPro! Vast minstens zo mooi als de reclames doen beloven!

De ‘zipline gids‘ is gewend aan moderne gasten en geeft mij een helm met een GoPro klem. Het verbaast me dat dit moderne spul al tot hier is doorgedrongen. Maar meer nog besef ik me dat de techniek toch sneller gaat dan Elise kan bijhouden 😎 Niks afgelegen jungle, maar een al langer bestaande attractie die nog steeds is zwang juist doordat het zich aanpast aan de tijd van nu. Perfect! De GoPro klem ik op mijn helm: ik kan beginnen! Ik word in de vereiste banden gehesen en krijg handschoenen aan. Nog een kus voor mijn lief die driftig foto’s staat te maken en ik loop met 2 gidsen en een andere deelneemster mee voor mijn eerste jungle-zipline-ervaring van totaal 1 uur. Wat staat mij te wachten? Klopt mijn hart al sneller? We komen aan bij de eerste zipline en uitleg volgt. Belangrijk is dat je je handen goed houdt, dus niet voor het katrol. Lijkt me logisch.

Dan uitleg over hoe je je benen moet houden, wil je niet halverwege tot stilstand komen te hangen: belangrijke informatie dus! Na een “Are you ready?” en een “Yep!”, spring ik van het platform en roetsj naar de overkant. Net voor het einde kom ik tot stilstand en bungel ergens boven een paar hoge bomen! Shi*! Wat zei hij ook alweer? Omdraaien en jezelf met je handen verder naar het eindpunt trekken…. Oké, daar ga ik… Hoe oud ben ik ook alweer? (zucht)

Er volgen nog zeven banen en elke baan wordt langer en de diepte, dieper. Het klimmen van de ene naar de andere baanopgang is vermoeiend. Steile trappen die zijn uitgehakt in de bergwand en waarvan de treden niet allemaal op gelijke afstand liggen. De lucht lijkt ijler te worden en mijn longen snakken naar meer zuurstof. Ik word een oud wijf! Of misschien: ik ben een oud wijf! 😆 Gaandeweg gaat het toch steeds beter en bij de laatste baan aangekomen is het uur alweer bijna voorbij en vind ik het jammer dat het er bijna op zit! Ik zet mijn GoPro aan en kijk nog eens rond, roep een soort van “Toedeloe” naar de instructeur en dan roetsj ik als een echte prof over een prachtig stukje woud en waan me een benijdenswaardige Adelaar. Het eindpunt is nog lang niet in zicht en ik ben helemaal alleen. Wat zou ik graag even boven al dit moois stil willen hangen, willen kijken naar de bomen, de dieren op de grond, tussen het hout, gewoonweg willen ervaren wat de dieren ervaren. Maar de afstand tot het eindpunt is me toch te ver om weer met mijn handen naar het einde te moeten klauteren. Ik roetsj nog even tussen wat boomtoppen door en dan zit het er op. Wat was dit super gaaf! Ook mijn GoPro heeft z’n vuurdoop gehad. Klik op ‘Zipline avontuur, en je ziet het resultaat. Ik ben niet ontevreden 😀

ZIPLINE AVONTUUR

Lief staat al bij de auto te wachten. Nog net niet gestart, roept hij al dat als we opschieten ook nog de La Paz watervallen kunnen bezoeken. Zo gezegd, zo gedaan. We komen bij het park, waar alweer de lokale bewoners voor de helft van de prijs naar binnen mogen. Lief laat z’n ID van Costa Rica zien en niemand let er op dat het ding al drie jaar is verlopen wanneer hij gelijktijdig de $60- neerlegt. Wat een bedrag! Het regent en het regent hard! Daar staan we dan in ons hemdje. En weer wordt de beurs getrokken om een poncho aan te schaffen: ggrrr!!

Het park is beslist niet het soort park dat we in Nederland kennen. Het lijkt op het droom-oerwoud dat we op de foto’s van bekende reisorganisaties zien: 100 tinten groen en even zoveel verschillende soorten bladvormen en struiken plus prachtige, voor ons onherkenbare bloemen. We zien de kleine kerstboomvogeltjes, de Kolibrie’s, die snoepen uit bakjes met opgelost suikerwater. Hoe toeristisch is dit? We lopen dan ook snel verder, op weg naar het natuurgeweld. De weg daar naartoe is donker, nat en glibberig en het is dat we zulke geweldige bergschoenen dragen, anders hadden we allang languit onderaan de berg gelegen! De regen valt in rechte stralen op ons neer, maar we merken het nauwelijks. De aanblik op het neerstortende water is zo adembenemend! De rotswand, de varens, het bruisende water dat aan de voet van de waterval over grote rotspartijen zijn weg zoekt naar nog verder, om daar nog een tweede keer als waterval naar beneden te storten. Ik wil hier mijn tent opslaan! We zijn er stil van.

Wegens gebrek aan een tent, schuifelen nog wat langs de waterkant en vragen elkaar of we die diamant al hebben gevonden. Tuurlijk hebben we die gevonden, maar niet in de vorm zoals we die kennen, maar in het natuurschoon om ons heen. Costa Rica heeft ons hart gestolen!

Helaas moeten we dit paradijs op aarde weer verlaten om door te reizen naar Aruba, maar zijn erg in onze sas dat we de drie bezienswaardigheden hebben kunnen bezoeken. De volgende keer meer over Aruba!

Hans & Elise

 

 


 

Vertrekken om te kunnen vertrekken

 

Alle vertrekkers weten het: zeggen dat je gaat vertrekken is één, voorbereiden is twee, gaan is drie.
Wij verkeren in fase twee: het opgevatte plan middels een draaiboek vorm geven, bijstellen, aanvullen, weer bijstellen en bestaande draaiboeken afsluiten.
Een van die bestaande draaiboeken is het voeren van ons huishouden aan de wal. Aangezien Hans en ik nog niet samenwonen, gaat het hier over twee huishoudens die gecomprimeerd moeten worden tot één. En dan nog wel eentje die ook op een zeiljacht van bijna 12 meter moet passen. Gul bied ik mijn en Hans’ kinderen alles aan wat ze maar willen hebben. Stoelen, kastjes, schilderijen; het maakt niet uit, zolang het maar opruimt. Immers: dat scheelt weer in de kosten voor de opslag. Maar helaas: onze smaken blijken toch wel wat te verschillen: op een enkel stukje na, blijf ik met m’n meubeltjes zitten. Dat wordt zoeken naar goedkope opslagruimte voor de dierbaarste spulletjes en afscheid nemen van overige herinneringen die via de kringloopwinkel hopelijk een nieuwe eigenaar zullen vinden.
Hans heeft ook het een en ander af te ronden en daarvoor vertrekken we naar Costa Rica. Zijn woning moet worden verkocht. We maken er gelijk een mooie trip van.


Costa Rica behoort tot een van de van Blue Zones. De andere vier Blue Zones liggen in Griekenland, Japan, Californië en Italië.
Mensen die in een Blue Zone wonen, zijn gelukkiger en leven langer. Het geheim waar dit aan ligt, is nooit helemaal achterhaald. Men denkt dat het heeft te maken met veel bewegen, sociale contacten onderhouden, een warme familieband hebben, tot een bepaalde geloofsgemeenschap behoren, matig met eten en alcohol en vooral ook: geen pensioendatum plannen: rust roest. Nou, gezien onze plannen komt het met dat laatste vast wel goed.
“Doe je dit, dat en dit af schat?”, vraagt Hans aan mij als we op het punt staan om naar San José te gaan. “Je moest eens weten wat je allemaal kan overkomen! Je moet die arme mensen niet uitdagen!” Hans doelt op mijn sieraden. Beter kan ik alles af doen en in de hotelkamer in een kluisje bewaren. Hij schets een gruwelijke situatie dat zelfs mijn vinger kan worden afgesneden, wanneer ik mijn ring met briljanten niet zal afdoen. Ik twijfel geen moment en leg alles in de kluis. Als een kale kip stap ik in de gehuurde auto, op weg naar die wonderlijke wereldstad.

 

De rit naar San José is indrukwekkend. Door de keer-op-keer gerepareerde asfaltwegen met alweer nieuwe gaten, rijden we niet harder dan 60km p.u. Het zicht op de geveltjes gevuld met kleurrijke Spaanse reclameteksten, slenterende locals, mini kraampjes behangen met trossen bananen en opgestapelde mango’s, papaja’s en tomaten, wordt doorregen door mannen die op hun snelle lichte motoren de weg naar hun bestemming zoeken. Zigzaggend weten zij zich door het toeterende verkeer met automobilisten te wringen, die met hun arm uit het raam de richting aangeven waar ze naar toe willen. Het geheel lijkt op een mierenhoop van menselijk DNA.
Tussen twee oude gebouwtjes in, vinden we een klein ministrookje parkeer asfalt. Ooit heeft hier ook iets van een gebouwtje gestaan. Nu leveren de parkeergelden de eigenaar meer brood op. We lopen richting centrum en Hans vraagt waarom ik ook niet mijn handtas thuis heb gelaten. Zo uitdagend immers, zo’n toerist met een handtas! Ojee… niet aan gedacht! Was de vrees voor een afgehakte vinger verdwenen: nu vrees ik voor mijn hand!
We lopen door de stoffig ruikende stad San José en ben ik voorbereid op de vreselijk aanval op mijn handtas en hand. Samen houd ik ze stevig voor mijn buik.
Ik voel me een bleke onhandige reus tussen een volk pygmeeën. Kleine mensen, mensen met gebogen neuzen, breed voorhoofd, scherpe kaaklijnen. Zoveel verschillende culturen bij elkaar, maar één ding is zeker: hier wonen nazaten van opperhoofd Winnetou. Prachtige karakteristieke gezichten waar een boeiende historie achter schuilt. Wat zou ik daar graag meer van willen zien! Verderop in de stad lopen niet gelukkig uitziende jonge meisjes met in hun armen een pakketje en als ik goed kijk ligt daarin een baby gewikkeld. Niets geen mooie wandelwagen of buggy. Deze mensen zijn zo arm dat daar geen geld voor is.

 

Straatverkopers presenteren hun koopwaar aan op kleedjes, op een hoek zit een invalide man zijn loten te verkopen. Weer verderop staat een vrouw van mijn leeftijd bellen te blazen, in de hoop aan een bemiddelde moeder met kind een bellenblaaspijpje te verkopen. Een stratenmaker laat zijn drilboor door het asfalt denderen. Zijn vier collega’s kijken nietszeggend toe. Ik bedenk me dat hier vast geen ARBO-Wet geldt: ze maken geen gebruik van oor- en oogbescherming. Ondanks alle drukte hangt er ook een doek van kalmte over deze mensen: ze lijken zich nergens druk om te maken. Onder een oude boom zitten vermoeide mannen voor zich uit te staren. Geen gejaagde blikken in de ogen, de in een psychose verkerende schizofreen wordt met rust gelaten en kan zijn verhaal aan de onzichtbare medemens voortzetten, hier en daar een groepje lachende vrouwen. Het voelt goed en langzaam laat ik mijn handen losjes langs mijn lichaam hangen: ik zie geen gevaar.

 


De terugweg naar ons hotel voert ons door afgelegen dorpjes. Twee zwerfhonden maken hun nageslacht, een andere zwerfhond scharrelt naar wat eten, kinderen rennen naast de auto achter hun bal aan, moeders lopen met hun boodschappen terug naar huis. We rijden langs koffieplantages, zien betonnen muren met een golfplaten dak waaronder een lijn met wasgoed hangt te drogen. Ergens stoppen we voor een late pizza. Vriendelijk en galant worden we verwelkomd, een kakkerlak op de grond flitst tussen de tafels en stoelen door. Het hoort er bij en ach: pizza’s gaan in de oven en zal de sporen van ongedierte wel wissen en voorlopig kan ik nog met twee handen deze heerlijke piza eten 😊

Wat is Costa Rica prachtig! En wat wil ik graag verder de natuur verkennen! dat gaan we dan ook zeker doen! Op naar de watervallen!

 

 

 

Gereedschapskist

En dan is het alweer diep in december. Bijna 2016, het jaar dat we aan onze grote reis beginnen. Het is vakantie en bijna dagelijks maken we een stevige wandeling van ongeveer 6 km. Binnen een uur tijd. We willen immers fit aan de reis beginnen. Dan lopen we weer ergens in de buurt van Roosendaal en dan weer ergens in de buurt van Boxtel waar Hans woont.

Ook zijn er de voorbereidingen voor de jaarlijkse kerstmaaltijd met onze kinderen en hun geliefden. Ik pieker over het menu voor 12 personen: wat zal er op het menu staan?

Voor de laatste keer tuig ik de kerstboom op met de kerstballen die nog van mijn oma zijn geweest. Een kleine, goudgele bal met een gezichtje: het mannetje van de maan. En daar is de luchtballon omsponnen met een ragdun koperdraadje. Het draadje houdt het plaatje met het ouderwetse gezichtje op zijn plaats. En daar is ook weer het zilverkleurige scheepje. Zo oud, dat het inmiddels al op veel plaatsen is gebarsten. Zelfs de mast zit los van het schip. Ik hoop maar dat dit geen ‘bad-omen’ is voor onze reis… Ik stel me gerust met het feit dat het fragiele ding nog steeds dienst doet.. Ik ben gehecht aan deze rommeltjes.

Mijn gedachten dwalen af en weet dat ik deze huiselijke momenten vreselijk zal missen. En bovenal mijn kinderen… hoe zal het ze vergaan met een moeder ergens op de grote of stille oceaan? Is het wel verstandig om te gaan, nu met al die onrusten in de wereld? Nemen die toe, of nemen ze af? Wordt de mens eindelijk verstandig en zal de opwarming van de aarde wat vertragen? Wat gebeurt er met mijn kinderen als er in Nederland ook van die vreselijke aanslagen komen? Waar ben ik dan? Ben ik in de buurt om ze te beschermen?

We wandelen in de buurt van Roosendaal en Hans is stil. Als ik vraag waar hij aan denkt, zegt hij dat hij aan zijn twijfels denkt… Zijn we niet te oud om te vertrekken, zal de boot het wel goed blijven doen? Hebben we aan alles gedacht? Kunnen we nu niet beter een leuk huisje op de Veluwe zoeken en daar iets moois opbouwen? (Vlieland lijkt me overigens ook niet gek 🙂  )

Ik luister en bedenk me dat het huisje op de Veluwe (of ergens anders) er vast wel een keer zal komen, maar dat mijn lief nu niet zijn eeuwenoude wens opzij moet zetten wegens al deze twijfels. Nee, mijn lief moet zeker gaan!! (natuurlijk samen met mij 🙂  ) Hij zal spijt krijgen wanneer hij niet vertrekt. Dat zou pas echt jammer zijn! En zo is het.

We vieren Kerst en iedereen die er moet zijn, is er! Hoe dierbaar is dit! Het borrelen loopt uit en mijn groentetaart in de oven inmiddels ook! Ik zie dat de korst van bladerdeeg al aardig donker wordt en we moeten nog met de geitenkaasjes omwikkeld in een dun katenspekje beginnen! Ojee: de worteltjes moeten ook nog op! Hoe lang moet je die dingen eigenlijk koken? Nah.. vast niet te lang Hans houdt van een stevige beet J De spruitjes met gehakte hazelnootjes zijn al gewokt, de stoofpeertjes waren gisteren al klaar… ik vergeet iets, wat vergeet ik? Oja: de pompoensoep. Shit, die moet ook nog worden opgewarmd. Het borrelen was te gezellig! Al die leuke cadeautjes ook! Slimme site, dat lootjestrekken.nl J We hebben allemaal ons best gedaan om een aardig cadeautje te vinden van ongeveer 7 ½ euro. Lukt best, als je maar zoek! Maar ja, nu even aanpoten dus om de maaltijd soepeltjes te laten verlopen. 12 volwassenen aan tafel!! Help! De ham is al klaar en de hazenpeper nog lauw! Slechte timing zuster Bakker! Dat deed ik vorig jaar beter. Komt door alle drukte de laatste tijd… ben een beetje moe.

Na een mooie kerstavond waar lieve woorden en een toch geslaagde maaltijd zijn gedeeld, nemen we afscheid van ‘de jeugd’. Dit was voorlopig de laatste kerst samen…Slik…

 

Het schoonmaken van de romp van Isabella is nu bijna afgerond. Renskib is werkelijk een wondermiddel! Isabella had een behoorlijke baard (zo noem je de vuiligheid die aan weerszijde voor op de boeg kleeft) en die drab is als sneeuw voor de zon verdwenen! Nu de laatste paar metertjes nog en dan is ze weer als nieuw!

De TOP-2000 galmt door de loods en ik zing zachtjes mee. Mijn gedachten gaan terug naar jaa-aaren geleden en de tijd die tussen toen en nu ligt. Wat is er veel gebeurd en wat had ik bepaalde dingen anders moeten doen. Of moet ik zeggen: “Had ik bepaalde dingen anders moeten doen?” Ik weet het niet. Kijk me nu hier eens staan boenen, hoor mijn lief nu eens graaien in zijn gereedschapskist. Ik bedenk me dat je in je leven regelmatig op zoek bent naar het juiste gereedschap. Dat je soms zou willen dat een ander jou wel eens dat juiste gereedschap aanreikt. Dat het beter is dat je het zelf zoek, zodat je leert van het zoeken en het gebruiken van je gekozen materiaal. Ja, ik hou van metaforen… En ik, heb ik in mijn leven tot nu toe het juiste gereedschap gepakt voor dat wat ik moest oplossen?

Dan klinkt Benny King met Stand By Me door de speakers. Het volume gaat op max, ik sluit mijn ogen, droom, geniet volop van de violen en dweep mee… zo slow, het ritme, de schreeuw, de snik, de vraag, de emoties… Ik hou het niet droog, stop met poetsen en kijk naar mijn lief die op het dek nog steeds in zijn gereedschapskist aan het scharrelen is. Ik loop naar hem toe en ga zitten. Lief kent mij, vraagt hoe het is. Ik haal mijn schouders op. Lief komt ook even zitten en wrijft over mijn knieën. “Zeg het eens?”, vraagt hij. Wat is het toch een schat!! En dan komt er weer een snik: “Ik ga mijn kinderen zo vreselijk missen!!”

“Oh, lief”, zegt hij, “Tuurlijk ga je die missen! Maar denk ook aan al het moois dat je gaat zien en beleven! En ze kunnen toch ook een paar keer komen? En wij gaan ook wel eens naar Nederland..”.

En zo praten we wel een half uur over onze gevoelens, onze droom van de grote reis samen. We twijfelen om de beurt en verzekeren elkaar dat dit heel normaal is, aan de vooravond van zo’n groot avontuur! We steunen elkaar! We pakken een kop koffie en ik haal opgelucht diep adem. Ja: zo is het: we gaan een geweldige tijd tegemoet!! En: is het leven niet één grote gereedschapskist? Je moet alleen voor dat ene karweitje de juiste tool er uit weten te pikken!!

Geniet nog even na van:

Nothing else To-Do?

IMG_2352 (2)

Isabella ligt alweer een maandje op het droge: het is tijd voor groot onderhoud met een lange To-Do-List! Maar voordat we zover zijn…

In Dintelmond wordt de mast ontkoppelt. Alle elektriciteitskabels moeten worden losgeschroefd en dit vraagt om een gedegen aanpak! Allerlei snoeren met gekleurde blokjes en labeltjes geven aan welk signaal ze doorlaten naar het hoogste puntje van Isabella en alles wat daar tussen zit. De radar, de ankerlichten, de radio en noem maar op. Het spul lijkt in 20 jaar niet los te zijn gemaakt. De schroefjes van ongeveer 3 mm doorsnede geven zich niet makkelijk gewonnen. Het lijkt alsof ze dwingend zeggen: laat ons effe lekker zitten ja!? Of is dit een vals stemmetje in mijn hoofd dat geactiveerd is door de aanblik van al die zwarte snoeren en kortsluiting veroorzaakt in mijn elektrische bovenkamer, mijn brein!? Zoals altijd pakt Hans het kordaat aan. Hij volgt de snoeren, praat hardop om zo mij het een en ander uit te leggen. Of is het meer om zich niet te vergissen? Wie zal het zeggen.. Alle snoeren worden losgekoppeld en met een labeltje getaped: wanneer de mast zich over een half jaar weer op Isabella zetelt, weten we zonder problemen welke uiteinden bij elkaar horen. Want ja: de snoeren die in de mast verdwijnen, blijven daar zitten en het hele pakketje dat nu aan het plafond bungelt, moet door het dek worden gefrummeld en volgend jaar weer worden terug gepropt.

Daags erna komen twee vrienden van Hans ons helpen om samen met een techneut van de werf de mast van Isabella los te koppelen. Een hoge kraan heeft de mast in de houtgreep. Verstagingen gaan los en worden vastgebonden aan de mast en het grote ding wordt opgehesen. Je zou verwachten een diep gat in het dek te zien, maar niets is minder waar. Een ondiepe uitholling is het waar de mast zich in voegt. Stelt niets voor en je zou verwachten dat het gevaarte bij het minste of geringste zuchtje wind zal omvallen. Eerdere heftige weersomstandigheden hebben al laten zien dat dit waarschijnlijk niet zal gebeuren. De verstagingen trekken de mast stevig vast op het schip. Wat een uitvinding toch!! Ik ben gerustgesteld 🙂

Dan vangt de tocht over de Maas richting Kerkdriel aan. Daar is voor het aankomende half jaar haar stal en zal ze het nodige onderhoud krijgen. De drie mannen gaan alleen op pad. Het is goed zo. Mannen moeten af en toe eens zonder vrouwen zijn. Dat is goed voor het ego, net als bij vrouwen trouwens. Dagje bijkletsen en shoppen, of gewoon uuuren aan de koffietafel hangen en kletsen-kletsen-kletsen over van aaalllles en nog wat!! Heerlijk!! Waar hebben mannen het eigenlijk over?

Na een dag lekker werken rij ik naar Kerkdriel en vang ze rond half negen op. We hebben honger en duiken het enige zaakje binnen dat nog open is: een shoarma-tent. In de TL-verlichte hoek staat een koelkast en mag je zelf je frisje plukken. Het vet is aan vervanging toe, want tot ver achter in de zaak kleeft de ranzige geur aan de sponningen. Een plastic menukaartje vertelt ons dat er ook in de Italiaanse keuken wordt voorzien. Honger maakt rauwe bonen zoet en ik ga voor pasta carbonara zonder veel van de smaak te verwachten en al helemaal niet dat ik alles op eet. Een glas Lambrusco zal me wel steunen in deze missie. Even later komt de maaltijd en voorzichtig neem ik mijn eerste hap. Wat is dit lekker!!! WOW!! Niet eerder zo’n lekkere carbonara gegeten! Jeetje zeg! De drie Turkse mannen die achter de gril, frietpan en bakplaat staan, ontvangen onze complimenten. We zitten alle vier te smullen! Bravo voor de shoarmatent!!

Hans heeft zijn uitgebreide plannen voor onderhoud in een lange To-Do-List op naam uitgewerkt: één rijtje voor hem en één rijtje voor mij. En wat staat daar dan allemaal op, in dat rijtje van mij? Onder andere het uitzoeken van een geschikte ziektekosten- en reisverzekering, aanschaf nieuwe matrassen, buitenkant schip cleanen en waxen en zo staan er nog meer klussen op de twee lijstjes. We beginnen met de meest noodzakelijkste, maar dan dient er zich een onverwachts klusje aan…

“Schat, de tank moet er uit”.

“De tank moet er uit?”, herhaal ik verbaast.

“Ja hij lekt, verdikkie!”, verduidelijkt Hans. Bij het installeren van de watermaker ontdekt Hans onder de vloer van de kajuit een glanzend goedje. Al snel heeft hij in de gaten dat het niet om water gaat, maar om diesel en vindt vrij snel waar dit vandaan komt: uit de onderste rand van de roestvrijstalen dieseltank sijpelt traag de brandstof. Conclusie: tank moet er uit (oefff!!). Dat wordt een hele operatie die niet is gepland. Hans begint de 350 ltr diesel uit de tank te pompen, maar hij heeft niet genoeg jerrycans. Dan maar eerst onze auto’s bijvullen. Ik heb daar zo mijn bedenkingen over, maar het schijnt allemaal geen kwaad te kunnen. We gaan het ervaren. De aankomende week rij ik mijn tank leeg om het de volgende zaterdag weer te vullen. Ik word er vrolijk van! De bijna 60 euro per week aan diesel, kan ik nu sparen voor onze grote reis. Super!

Dan wacht ons een shockaanval: Hans loopt na het weekend de loods in en stuit tegen een enorme plas diesel aan! Er ligt een waar zwembadje onder Isabella en het stinkt enorm. Al snel heeft de eigenaar van de loods hem in de gaten en komt verhaal halen. Hoe Hans het in zijn hoofd haalt om de automatische bilgepomp niet uit te zetten! De beste man is boos en vreest voor zijn betonnen vloer en de milieu inspectie. Hans snapt ook niet hoe het kan, zegt hij en dus tja… kan hij er wat aan doen? Met duizendmaal aangeboden excuses en de belofte dat we de boel schoonmaken, stuift de eigenaar de loods weer uit. Hopelijk voor een paar dagen, want de bende zal niet 1-2-3 zijn weggewerkt.

We trekken na hoe we de vloer kunnen reinigen en schaffen en dieseloplosser aan. Na een dag werken is de vloer schoon en strooien we houtkrullen op de vloer om het laatste restje schrobwater op te zuigen. Ppfff.. wat een werk! Nu de met polyester gefixeerde tank er uit slopen en laten lassen. Gelukkig heeft Hans een super zwager die een lasbedrijf heeft en we kunnen direct langskomen voor reparatie. De tank wordt vakkundig gelast. Soms zit het tegen en dit zit dan weer mee 🙂

Isabella bedenkt zich dat ze nog een tank heeft en besluit dat ze die ook wel een onderhoudsbeurt wil laten geven. Zonder dat iemand het ziet braakt ze ‘s nachts alle prut, poep en pies uit de vuilwatertank door de afvoer naar buiten en klettert het spul op de net fris geboende betonnen vloer… Een smerig, misselijk makende lucht vult de loods en wacht geduldig op de eerste booteigenaar om die bij binnenkomst met een grijns op haar boeg te verrassen: het is Hans. Hij schrikt zich rot! De vuilwatertank was nog zo goed leeggepompt! Hoe kan dit gebeuren? En weer is daar plotseling de eigenaar van de loods.. het lijkt wel of hij van een kilometer afstand ruikt wat er aan de hand is… Weer welgemeende excuses, weer schoonmaken en weer naar oplossingen zoeken. Wanneer kunnen we dan aan de items van het To-Do-Listje beginnen? Hans slaakt een grote zucht, steekt zijn handen uit de mouwen, negeert de stank, spoelt de tank en blijft de derrie opruimen tot de loods ruikt als een verse bos bloemen. De eigenaar komt langs.. hij is tevreden en zegt dat het nu echt lekker fris ruikt. We hopen dat dit zo blijft en we zonder verdere hindernissen aan de To-Do-List kunnen beginnen!

                         taken ELISE voor ISABELLA
1 Slingerzeiltjes wassen en repareren
2 Verbanddoos controleren
3 Zwemvesten nakijken ( 4 stuks)
4 Medische kostenverzekering bestuderen en adviseren
5 Bestuderen of we uitschrijven of NIET!!
6 Franse weerberichten proberen te begrijpen ( franse termen!! )
7 Documenten om de diverse landen in te mogen, visa.
8 Frankrijk: Vlaggebrief ( ANWB)
9 Alle touwtjes op de laadjes en kastjes
10 Adressen-tel. van Nederl. Ambassades van alle landen
11 Talkpoeder, babydoekjes , uierzalf ( tegen natte kussens )
12 Gemberkoekjes, Blikjes Gingerale werkt tegen zeeziekte.
13 Baardcamouflage ( Elise)
14 Elastieken van verschillende maten
15 Paperclips en klemmetjes schijnen handig te zijn
16 Videocamera.. Mio Mivue M350 ?
17 Lappen stof van versch.kleuren om beleefdheidsvlaggen te maken
18 Gele Q-vlag moet je hebben voordat je je aanmeld (douane of politie)
19 Malariapillen OF LATEN INENTEN?? Wat kunnen we beste doen?
20 Inentingen (hepatitus A en B, DTP, Tyfus, gele koorts en cholera)
21 Boot tickets naar Terschelling
22 Email sturen naar Dubarry in Utrecht
23 Cursus om ervaring op te doen met duiken
24 Overzicht van alle oceaanvissen maken
25 Website onderhouden + de promotie daarvan
26

Wat staat er allemaal op de To-D-List van Hans? Daarover de volgende keer meer 😀 

Eind Goed – Al Goed

En dan is het alweer eind augustus. We zijn in Dover. De motor is een ingewikkeld verhaal en er moet een monteur aan te pas komen om het euvel te verhelpen. De beste man sleutelt er twee uur aan en mist zijn tenniswedstrijd om ons te kunnen helpen de volgende dag om 7 uur smorgens te vertrekken. Zijn uurloon is verbazingwekkend laag: 40 pond. Maar dan realiseer ik me weer dat de pond anderhalf keer de euro is, dus feitelijk is het een normaal bedrag. We zijn erg geholpen met hem en Hans is weer wat wijzer geworden over de werking en het onderhoud van de stalen reus. We hebben het wel gehad voor deze dag. Ik ben druk in de weer geweest met de was, de was en de was. Tussendoor ook nog even wat geshopt in Dover. Het valt me telkens op hoe ‘poor’ de mensen in Dover zijn. Armoedig gekleed, haren niet verzorgd, winkelpanden die leeg staan, vervallen gevels. Al lopend door de straten herinner ik me de opmerking van de man in pub The Eight Bells, waaraan ik vroeg welk bier hij dronk. Het was een licht soort bier, eentje die de bijnaam heeft ‘Congegrate ale’, wat zoveel betekent als een glas bier waarmee je lang doet: een vergadering lang, als dat moet… 😉 De man vroeg waar ik vandaan kwam. Kennelijk verraadde ik met mijn harde tongval mijn niet-engelse afkomst. Hij vertelde dat het niet zo best gesteld is met Engeland en dat zij onze ‘hard euro’s’, erg hard nodig hebben. ‘I believe so sir..’, zei ik met een begripvolle intonatie. Erg veel zin in een politiek debat had ik niet, bovendien vreesde ik dat mijn engels vocabulaire dan toch wel wat tekort zou schieten. Ik bedankte hem vriendelijk en het leek er op dat hij dat ook eigenlijk wel de beste oplossing vond om het gesprek te beëindigen.
Naast de povere kledingkeuze en de vervallen en leegstaande panden, is er ook het aanzienlijk aantal gehandicapte mensen dat ik tegenkom. Kreupelen, mismaakte gezichten, broodmagere vrouwen, mannen met een half open overhemd waaronder een bleke, blote, bolle buik zich naar voren perst, zwervers in een portiek. Het ziet er allemaal niet erg zonnig en florisant uit. Wat is er mis met deze havenstad? Het zou toch een welvarende stad kunnen zijn: zoveel bezoekers per dag! Ik stap een oud kerkje binnen.

St. Mary’s church. Mogelijk dat ik daar een antwoord vind.. Je kunt aan het kerkje zien dat het al heel oud is. Het is opgebouwd uit verschillende grootte stenen die kris-kras op elkaar zijn gestapeld. Het kenmerkt de oudheid van dit soort kunstwerken. Wanneer ik binnenkom staan er wat mensen bij een tafel. Zo ook een oudere man. Hij steekt zijn hand naar mij uit, begroet mij en heet mij van harte welkom. Hij vraagt waar ik vandaan kom en vertelt hoe oud het kerkje is en wijst een plaquette aan die door de Nederlandse hervormde kerk aan St. Mary’s is geschonken. Het wordt mij duidelijk dat in het verleden het kerkje vooral voor zeelieden heel belangrijk is geweest. Ik krijg een klein boekje met nog meer bijzonderheden. Daarin staat dat de kerk door Koning Henry the VIII aan Dover is geschonken en er vaak een dienst bijwoonde. Henry de VIII… ttss… had 6 vrouwen waarvan hij er vier liet onthoofden. Een was zo slim om zich tegen de tijd dat zij vermoedde dat dit ook haar lot zou worden, zich als psychiatrisch gestoord voor te doen. Handig vrouwtje geweest 😉 Het is een mooi sober kerkje en, zoals altijd in een kerk, steek ik even een kaarsje op voor mijn kinderen en eerst geborene Mereltje.

Ik stap weer het felle daglicht in en ga op zoek naar een bakkerij. Nergens te vinden. Ik ben genoodzaakt om naar de super te gaan welke deze keer marks & spencer is. Niet slecht en vind er alles wat ik nodig heb voor de aankomende vier dagen. Je weet immers maar niet of we weer…
We besluiten om nog een dagje in Dover te blijven en per trein een tripje naar Londen te pakken. Mogelijk zelfs een hotelletje en een musical! Eenmaal in Londen is het een hectiek van jewelste en de drukte spreekt ons niet echt aan. Het vinden van een hotel is op zondag een ramp en we besluiten om het hotel en de musical naar het boek “Leuk idee, maar nu niet uit te voeren”, te verplaatsen. Jammer, maar ander keertje beter. We gaan op de platte-toerist-toer en stappen in een see-side-tour-coach. 40 pond om in een razendsnel tempo de high-lights van Londen te zien. Best leuk voor een keertje! We rijden over de Tower-bridge en zien The houses of parliament. Prachtige historische gebouwen. Oja hoor: ooit al eens eerder gezien, maar nog nooit samen met mijn lief 🙂 Dus echt leuk.

 

St.Paul’s Cathedral, waar niet gefotografeerd mag worden 😉 , en waar de afscheidsceremonie van Princes Di was.

De andere dag vertrekken we naar Duinkerken en hebben het plan om richting huiswaarts te gaan. Duinkerken is leuk, lekkere franse kazen en wijn en het weer lijkt steeds beter te worden. De volgende dag varen we uit richting Breskens. We zien de in verschillende kleuren rokende, industriële Belgische kust, langzaam veranderen in de Hollandse blanke duinen. Tegenwoordig dik volgebouwd met gekleurde strandhuisjes. Toch zie ik dat liever dan die verdacht, rokende schoorstenen. In de verte komt Vlissingen in beeld en dan denk ik altijd aan het standbeeld van Michiel de Ruijter. De Nederlandse zeeheld die ooit de Thames opvoer en Engeland versloeg, maar later door hoge heren met een gammel wrak de zee werd opgestuurd, om daar een zeeslag en dus ook zijn leven te verliezen. Hoe kan het gaan met roem…

Wanneer we door de Roompotsluis zijn, komen we op rustiger vaarwater met weer andere blikvangers, zoals Duitsland op een platbodem, en een Rambo vs James Bond man in een amfibisch voertuig. Grappig om de verschillen weer te zien tussen de Nederlandse en buitenlandse wateren.

Onze vakantie en daarmee ook voor een paar maandjes deze blog, is ten einde. Mooi weer hebben we niet gehad. De zwembroek en bikini bleven droog, de wijnglazen echter niet 😀 . Buiten scheen zelden de zon, maar in onze harten des te meer. We hebben een mooie tijd gehad samen. Nu weer ieder ons weegs en aan de slag met de andere belangrijke zaken die ons leven vullen. Mijn werk, werken voor mensen die hulpbehoevend zijn in welk opzicht dan ook. Terug naar mijn fijne collega’s, mijn mooie baan, terug naar mijn heerlijk knusse huisje. Terug naar het dagelijks leven.

Eind september moet Isabella voor een half jaartje haar mast missen. Ze gaat dan ergens hier in Brabant voor groot onderhoud naar een droog onderkomen. We hebben een lange To-Do-List. Wat deze ‘list’ inhoudt, kunnen jullie vanaf begin oktober lezen. Tot snel!

Translate »