isla Sal, Cabo Verde

 

Kaapverdië, eilandje Sal, dorpje Palmeiro
Wanneer we met Dirk, de dinghy, naar het kleine haventje tuffen, spettert het zeewater over het kleine boegje. We manoeuvreren ons tussen de oude en bijna vergane vissersbootjes door naar de wal. Daar staan al enkele kleine jochies te wachten en roepen ieder het hardste om de gunst van het mogen ‘bewaken’ van de dinghy. Van de gezagvoerder van het zeilschip ‘Enjoyster’ hebben we de tip gekregen om gebruik te maken van dit ‘bewaken’. “Je hebt er voor een euro een vriend bij”, had hij gezegd en sprak hiermee onze gedachten uit. Precies zo denken Hans en ik er ook over.

 

Ik werp de landvast van Dirk naar een jongetje met een rood T-shirt. We kijken elkaar aan en daarmee is de afspraak bezegeld: bij terugkomst ontvangt hij een euro! Eenmaal voet aan wal dringen de andere jongetjes om ons heen en beweren dat zij ook hebben geholpen en zij dus de euro hebben verdiend. Ik lach wat en zeg kalm “No-no! He is the man”. Het jochie in rode T-shirt glundert. Je ziet zijn borstkastje zwellen en trots loopt hij terug naar de landvast van Dirk en gaat zitten. Hij houdt de wacht.

In het versleten dorpje zoeken we naar de autoriteit waar we moeten inklaren. Een verkoopster in traditionele kleding biedt ons een kijkje in haar mandje waarin sieraden en handgemaakte popjes liggen. Vriendelijk wijzen we haar aanbieding af en ze vraagt wat we zoeken. “Policia?”, zegt Hans. Ze wijst ons een blauw huisje aan, niet groter dan de andere geveltjes, en lacht ons ‘gedag’. Wonderlijk dat deze verkoopster niet verder aandrong. Wat aardig!
Bij het politiebureau belanden we in de ‘slow-motion-mood’ van de zuiderling. Veel gepraat en weinig actie, hebben we de indruk. Er zijn nog drie wachtenden voor ons. Na even zoveel kwartieren zijn we aan de beurt om zelf een formuliertje in te vullen en het paspoort van Isabella te overhandigen. Het geplastificeerde document verdwijnt in een la en krijgen we terug bij vertrek. Prima, het is immers een kopie.

 

Dan gaan we op zoek naar een ‘bel-company’, want er moet internet komen en snel ook! We willen onze kinderen laten weten dat de overtocht van 8 dagen goed is verlopen en waar we nu zijn. Een oud VW-busje stopt en een donker getinte man roept iets naar ons waarop Hans “JA!!” terug roept. “Kom! Zegt Hans, “Stap in!” Mijn zucht naar avontuur juicht en voor dat ik het weet zit ik in een VW-busje dat misschien nog van vóór mijn geboortejaar dateert… Waar in Nederland m.n. in de decembermaand men niet uitgesproken raakt over discriminatie tussen black & white, lijkt dit hier niet te bestaan. Gemoedelijk worden we opgenomen tussen het kleurrijke en geur-rijke geheel. Een vrouw draait zich om en vraagt in vloeiend engels waar we vandaan komen. Zo raken we aan de praat en eenmaal in Salamanca aangekomen, geeft ze haar dochtertje van 2 mee aan haar tante en loopt met ons de halve stad door naar de bel-company. Ook daar blijft ze wachten en regelt dat de minstens tien wachtenden voor ons, nog even geduld hebben en zo gebeurt het dat we de eerst volgende klant zijn. We voelen ons bezwaard, willen deze voorrang niet. Maar de dame, waarvan uit de gesprekjes blijkt dat ze ook souvenirs verkoopt, legt uit dat het ‘no problem’ is, dat de bevolking van de toeristen leeft en zij graag tot hen in dienst staan. Dat is toch wel apart. We willen absoluut niet het soort blanken zijn van ruim honderd jaar geleden, waarover zoveel is geschreven. We bieden aan om te wachten, maar daar is geen sprake van. Na een klein kwartiertje hebben we ieder onze sim-kaart en staan we weer buiten. We lopen gedrieën terug naar het busje en kopen onderweg op de stoep nog een heerlijk stuk tonijn die voor de verandering per kruiwagen en op een stuk karton wordt vervoerd. Verderop staat een jongeman met een grote zak doppinda’s. Dat lusten we ook wel en kopen een kilo.

Dan zijn we weer bij het busje en ik beloof de dame om de volgende dag bij haar een souvenir kopen. Zoveel moeite voor zo’n klein souvenir…. Zij heeft ons met haar gedrag het mooiste en een onbetaalbaar souvenir gegeven. Om een voorbeeld aan te nemen! Aan Hans vraag ik: “Zie jij trouwens ergens bushaltes?” Hans grinnikt. “Nee schat, die hebben ze hier niet”.

 

 

We zijn weer terug in Palmeiro en lopen naar Dirk. We zien kinderen verstoppertje spelen en door een foto te maken, verraad ik per ongeluk het verstop-plekje van een klein jongetje.

Het rode T-shirtje ziet ons aankomen en wijst naar de landvast van Dirk. Met gebaren maakt hij duidelijk dat hij goed op Dirk heeft gepast. Het is zo aandoenlijk en tegelijkertijd zo schrijnend om te zien hoe hard het jochie voor zijn centen strijdt. Ook zijn daar de andere jochies weer die proberen een afspraak te maken om de volgende keer op Dirk te mogen passen. Daar gaan we niet op in. Het rode T-shirtje wijst naar zijn borst: hij heeft vandaag een goeie job gedaan! Blij kijkt hij naar de euro die Hans uit zijn broekzak pulkt. Hans vraagt aan het jochie of hij iemand kent die kan duiken. Een andere knul, ongeveer 15 jaar ouder dan het rode T-shirtje, hoort de vraag en roept “I can dive!!”. Binnen no time staat Hans met twee knullen van rond de 20jaar te onderhandelen over het schoonmaken van ons onderwaterschip. Ze hebben een deal: morgen haalt Hans ze op in de haven en cleanen ze de onderkant van Isabella. Zo afgesproken, zo gedaan en met deze kennismaking gaat er een tipje van de wonderlijke sluier van Sal voor ons op.

Wanneer Hans de vrienden heeft opgehaald, tuf ik met met Dirk terug naar de wal. Ik word al opgewacht door Mammien, de dame die ons naar de bel-company begeleidde. De begroeting is van beide kanten hartelijk en ik bied haar aan om samen iets te gaan drinken. Ze neemt me mee naar een klein barretje waar ik de lekkerste koffie sinds tijden heb gedronken. Ik lust er nog wel een. Mammie neemt een flesje water en laat mij haar mand met de aan te kopen kadootjes zien. Ik kies een paar kettinkjes uit, waaronder eentje voor Hans. Het zal hem goed staan, zo met zijn grijze manen en stoppelbaardje. Dan komt de tante van Mammien en vraagt of ze mij ook iets mag verkopen. Ik ben een slechte onderhandelaar en laat me verleiden om bij haar een mooie doek en wat armbandjes te kopen. Met schaamrood om de wetenschap dat deze mensen arm zijn, weet ik toch nog wat af te dingen. Dat schijnt bij het aankoop-spel te horen. Ik ben er echt niet goed in en denk aan de rijkdom waarin de Europeaan in vergelijking tot deze mensen leeft.
We zijn alledrie tevreden en laten ons door een andere toerist op de kiek verenigen.
Met teveel souvenirs en wat brood vaar ik terug naar Isabella.

 

 

De knullen hebben hard gewerkt en de onderkant van Isabella is nu vrij van algen. We eten samen met Delfi-John en Kevin-John een broodje en vertellen over onze plannen. Delfi-John, die goed engels spreekt, adviseert ons over welke eilanden van Kaapverdië veilig zijn. De meest zuidelijke eilanden schijnen niet zo veilig te zijn. Hij noemt het ‘different culture’ en dat verbaast ons: het is toch Kaapverdië? Dat klopt, en met enige aarzeling legt Delfi-John uit wat het verschil is tussen de Noord-Kaapverdianen en de Zuid-Kaapverdianen. Ik zie dat Delfi-John zo’n zelfde kettinkje draagt als dat er in mijn tas op Hans ligt te wachten. Het is gezellig en dan zit Delfi-John aan zijn kettinkje te frummelen. Hij doet het af en geeft het aan Hans. Hans is zo verbaasd! Het ontroerd hem en ziet dit als een bijzonder gebaar, wat het ook is. Kevin-John lacht en knikt. Het is oké. Woorden als ‘ Your my friend’ en ‘Special contact’ gaan over de tafel. Het is een mooi moment. Het kettinkje voor Hans laat ik nog even in de tas zitten. Dit geschenk van Delfi-John is immers zoveel meer waard.

We brengen de twee vrienden weer terug naar de wal en lopen nog eens door het armoedige dorpje. Het leven speelt zich op straat af en wanneer je een blik in een huisje is gegund, zie je een kale betonvloer, een koelkast en een houten tafeltje. Alles op niet meer meer dan op max 15m2. Een beetje schaamtevol voor mijn nieuwsgierige blik, loop ik maar snel door en laat mijn camera in m’n tasje zitten. Mijn netvlies zal het gegeven in mijn brein opslaan.

 

 

We lopen verder en een van de vele zwerfhonden volgt ons. Ik wil even naar het supermarktje, dat niet meer is dan een soort van opslagruimte is waar wat planken aan de muur zijn bevestigd met daarop het koopwaar. Het hondje wacht bij de deur en ik stel Hans voor om voor het beestje een blikje smac van een ander merk dan Unox te kopen. Hans lacht en vindt het best. Ik koop het blikje met de nog prehistorische sleutelsluiting die we in Nederland al decennia niet meer kennen, omdat we onze handen er aan open haalden. Hans waarschuwt mij daarom voorzichtig te zijn met het openen. Wanneer ik het blikje tevoorschijn haal likt het hondje zijn snuit al af. Pavlov effect. Hoe mooi is de geest!! Ik open het blikje en schud er voor de pootjes van de hond de aan de bodem vastgeplakte brij uit. Hij ruikt en gaat eten. Tevreden kijkt hij eens op. vanaf die dag zijn we vrienden geworden en komt het hondje mij begroeten, loopt mee en ligt op een terrasje aan mijn voeten nadat hij eerst met zijn kopje een aai langs mijn kuit geeft.

 

We liggen alweer veel te lang op Sal en willen door, maar de wind is ongunstig en blaast ook nog eens het sahara zand onze richting op. Vies poederachtig spel dat alles rood verkleurt. We horen dat het vliegveld is gesloten. Zelfs tot in Curaçao komt het stof. We zitten wel drie keer per dag naar de files van Zygrib te turen, maar zien bij het opnieuw ophalen van weer gegevens, geen verbetering. We besluiten de sprong naar Mindelo te wagen. Maandag, want zondag willen we eerst hier een kerkdienst meemaken. De kerk zit stampvol en het is pas over drie weken kerstmis! Er zijn veel vrouwen en kinderen. Geen jeugd van tussen de 20-30 jaar. Een enkele man. ‘sAvonds is er een DJ in het dorp en wordt er plaatselijke muziek gedraaid. Beetje Zuid-Amerikaanse klanken. Best leuk! We zien Delfi-John en Kevin-John, nemen samen een biertje en nemen afscheid.
De volgende dag halen we het anker op en kijken voor een laatste keer naar het versleten dorpje. Het dorpje waar het motto ‘No Stress’ wordt aangeprezen en gebezigd. No stress…. tja… zo zou het altijd en overal moeten zijn.