Las Palmas 2

 

 

Las Palmas (deel 2)
“Een zeiler met tijd heeft altijd goeie wind”, hoor je vaak door het zeilersvolkje gekscherend tegen elkaar zeggen. Maar ondertussen… de zeiler wil wel erg graag verder. Wil door naar een volgende bestemming en daar weer mensen van het land ontmoeten, de lokale gerechtjes proeven, even tot rust komen, klussen klaren en ga zo maar door. Hebben wij tijd? Uhhh… nee niet echt. Kaapverdië met z’n prachtige eilanden ligt op ons te wachten en ik ben er reuze nieuwsgierig naar! Maar de wind is niet gunstig. We liggen in Las Palmas en de tijd glipt tussen onze vingers door. We worden er een beetje chagrijnig van. Deze reis kenmerkt zich door talloze reparaties en het cancelen van bestemmingen, omdat de wind niet gunstig is. Bah, niet leuk!

 


Dan is het vrijdagavond en gaan we na een lange wandeling gezellig uit eten. We belanden op een van de kleine boulevards van Las Palmas en genieten van een prachtig uitzicht op een baai met ondergaande zon. We bestellen een heerlijk biertje en kletsen wat, kijken naar de badgasten en fantaseren nog wat over onze reis en de toekomst… Kerst is in aantocht, maar we zullen niet in Nederland zijn. Het lijkt wel of het gemis van al het bekende rond deze dagen groter is dan andere keren. Hans lijkt het er maar moeilijk mee te hebben en is voor zijn doen nogal stil. Als ik vraag wat er is, zegt hij zogenaamd luchtig: “Niets hoorrr, hoezo??” Ik zou Elise niet zijn als ik niet zou doorvragen. Het gesprek komt op onze reis en de prachtige dingen die we meemaken en vooral ook zien. Ook de temperatuur komt aan bod en we kunnen ons niet voorstellen dat het in Nederland guur en koud is en dat de laarzen alweer een paar keer zijn ingevet en de nep bontkraag omhoog staat. Wat een verschil! En wat zijn we alweer lange tijd van huis! 5 Maanden geleden is het nu dat we in Dintelmond afscheid namen. Het lijkt wel een eeuw geleden! En dan komen de details aan bod. Het samenwerken en de klussen die wel of niet worden gedaan en door wie, wie ze zou moeten doen en waarom. Het levert altijd wel discussie op en het lijkt of we beide ons eigen terreintje verdedigen. We zijn daarvoor teveel overtuigd van ons eigen gelijk. Zoals Hans in het begin van onze relatie ook al zei: “Wat lijken we veel op elkaar!” In sommige gevallen is dat zeker zo, in ander gevallen juist weer niet. Is dat niet bij elk stel zo?

 


Inmiddels is de zon onder, zijn de tapas gegeten en het glas is leeg. We rekenen af: elf euro. Alweer iets om vrolijk van te worden! We slenteren wat verder en zien dat er op het strand zandsculpturen staan. We gaan eens kijken. Het straalt door de grove lijnen een zekere eenvoud uit, die vast ook zo bedoelt is, gezien het onderwerp: ’Geboorte van het kindje Christus’. Nou ja… noem het maar eenvoudig…

En soms is daar dan zomaar die ene speciale ontmoeting, zonder dat je achteraf kunt zeggen waar het precies startte. Het is een Zweeds echtpaar waarmee we in gesprek raken. Hij spreekt vloeiend Engels en zij begrijpt wat hij zegt, vermoed ik gezien het knikken dat ze doet bij elke zin die hij uitspreekt. Ze wonen nu een jaar in een appartement in Las Palmas. Hij denkt er niet aan om terug te gaan naar Zweden. Daar is hij op uitgekeken. Zij twijfelt vast. Ze knikt niet meer, maar kijkt hem met een glimlach aan alsof ze wil zeggen: ‘Ja-ja, daar zijn we het nog niet over eens’. We vertellen van onze reis met Isabella. Beide echtelieden reageren zeer enthousiast. Wel minstens tien keer zegt de man dat we zeker deze reis moeten maken en zoveel mogelijk van moeten genieten. Dat onze kinderen trots op ons zullen zijn als we dit hebben gedaan. ‘Geniet!!’, is de opdracht van de man. We nemen afscheid, ontroerd door deze korte intense ontmoeting. Hij knijpt me nog eens licht in m’n wang, alsof hij zeggen wil: “Zet je zorgen aan de kant en leef vandaag!”
We lopen terug naar de haven. Terug naar Isabella en zien een icecream zaakje. Heerlijk vers schepijs in allerlei smaken. Tuurlijk stoppen we daar even en bestellen ieder een cone met twee bollen. We smullen en likken de druppende caloriebolletjes al slenterend van de cone af. Een stukje verderop horen we muziek. Dat maakt ons nieuwsgierig en wanneer we de hoek van de straat passeren, zien we een muziektent met daarvoor een dansgroep. Het is volksdans en gaat er vrolijk aan toe. Rokken zwieren en sterke mannenarmen sturen de vrouwen aan die zich op hun beurt weer lachend laten leiden. Het is een fraai gezicht en een onverwachte traktatie. Blij met alweer zoiets moois wat we mogen meemaken op deze reis, lopen we terug naar Isabella. Nog een half uur en dan zijn we weer op ons stukje Nederlands grondgebied. Wat is de wereld klein…

 

De volgende dag staat er een oude Ford Fiësta op ons te wachten. We hebben het karretje voor 20 euro van een bedenkelijk typje gehuurd. Strakke witte jeans die de contouren van het lijf overduidelijk laten zien. Strak bloesje, ook wit. Hoedje op. Was ooit wit. Donkere zonnebril en een forse rokersstem die ons gerust stelt dat hij het geen probleem vindt dat we gebrekkig Duits spreken. Hij is in alle talen thuis, ook van alle markten volgens ons… Het interieur van de auto verraadt zijn rokerslust en zo te zien zijn er ook al heel wat honden in vervoerd. De achterbank ligt vol met haren. Hans is toe aan een dagje relaxen zo na het klussen aan de windvaan, dus ik kruip achter het stuur. Ford is voor mij een bekende vriend en ik hoef dan ook maar even het gaspedaal in te drukken en de vierwieler vliegt voorruit. geweldig om weer eens achter een autostuur te zitten! We nemen niet de A-wegen en ook niet de B-route, maar zoeken de meest enge (lees nauwe/smalle) weggetjes op. Ze leiden ons naar een van de mooiste plekjes van het eiland Gran Canaria en turen over het betoverende landschap van het vulkanische berglandschap. Al slingerend rijden we door een klein dorpje. Aan de kraampjes met plaatselijke handwerken maken we op dat hier vaker toeristen komen. De bussen met toeristen laten zich nu niet zien. We parkeren het Fordje en lopen naar een klein restaurantje voor een kop koffie. Eenmaal binnen heb ik al spijt van dit besluit. Het ranzige vet van jarenlang bakken en niet luchten, hangt als een zware deken in de lucht. We gaan toch maar zitten en bestellen twee koppen van het zwarte goud. Voor de lekkere trek doe ik er een plak cake bij. We slurpen het warme vocht snel op en de droge cake weten we ook nog wel weg te proppen. Dan reken ik af. De eigenaresse blijkt een Chinese te zijn en kruipt achter een soort van schotje waar haar kassa staat. Of ik 17,50 wil overhandigen. Ik vraag of ik het goed heb begrepen. Ze laat me het bonnetje zien. Ma Ping leeft dus nog. Wat een bedrag! Dit zijn Nederlandse prijzen en zijn we niet meer gewend! Snel wegwezen!

 

 

We slingeren weer door het berglandschap en zien gevels van woningen tegen de rotswand liggen. Bewoners van dit gebied bouwen al jaar en dag zo hun huizen; in de rots gebeitelde huisjes. In de verte zit een aangelijnde hond op een golfplaten dakje het grote gebied te overstemmen. Op de tegenoverliggende berg wordt zijn geblaf door een andere hond beantwoordt. Waar praten zij over? Eten? Hmm… we hebben ook best trek en rijden weer door. Plotseling zien we aan een oude gevel een minuscuul uithangbordje van CocaCola. Ik rem, rij naar de overkant en zet de motor uit. Hier gaan we kijken of er iets te eten valt. En dat is er: soep! De waard brengt de soep en bij de eerste hap komt hij alweer aan met een schaal vol vleesballetjes. En zo brengt hij telkens wat anders. je moet weten dat elke hap in rekening wordt gebracht en je gerechten moet weigeren als je ze niet wil hebben. Doe je dit niet, dan krijg je een aardige rekening gepresenteerd.

 

 

Dan breekt de dag aan dat we vertrekken. Eindelijk naar een stukje Aarde waar de herinnering aan Europa naar de achtergrond verdwijnt en we kennis maken met een geheel nieuwe cultuur. We vertrekken naar Kaapverdië, eilandje Sal. De oversteek zal 8 dagen en evenzoveel nachten duren. Zien we er tegenop? Nee. We gaan het zeker redden met z’n tweetjes!.