Montserrat, alsvliegenvliegenvliegenvliegenvliegenachterna

 

 

Hoewel de pilot toch heel wat moois beloofde, hebben we Nevis links laten liggen. Zeilend langs de mooie langgerekte kust met het goudgele strand waar veel mooie ankerplekjes zijn, kwamen we tot de ontdekking dat het anker hier nergens mag liggen. Dat is een behoorlijke domper en zijn we genoodzaakt om een stuk verderop, tussen dertig andere scheepjes aan een mooring te gaan. Dit gegeven en het feit dat we hier midden in de swell liggen doet ons besluiten om de volgende ochtend door te varen naar Monserrat.

 

Het is ver in de avond als we Montserrat naderen en varen we op het scherm van de plotter en de ogen van Hans die op het voordek staat de baai in. De meeste zeilschepen hebben het ankerlicht aan, maar een enkeling ook niet en dat toont ons direct hoe lastig en vervelend dit voor binnenkomende schepen is. Enkele meters van Isabella vandaan worden we een ander schip gewaar en kan ik nog net op tijd het roer omgooien. Maar niet te lang, want anders varen we tegen een ander schip aan. Het is een kleine baai gevuld met zeilschepen die daar voor de nacht hun onderkomen zoeken. Hans geeft zoals gewoonlijk de richting aan waar naartoe ik moet koersen en een lichte angst bekruipt mij wanneer hij nòg dichter naar de wal toe wil. De swell is niet kinderachtig deze avond. Forse golven rollen richting de kust die nog maar enkele tientallen meters van ons vandaan is. Ze maken een kabaal wanneer ze tegen de rotswand stukslaan. Zo’n geluid ken ik nog van de rotswanden van Saba. Wij zijn nu toch niet aan de beurt??
Hans is een kenner en laat op het juiste moment het anker naar de diepte afdalen: 5.4mtr diep. Dat is mooi.
De volgende dag zien we dat we in een lieflijk klein baaitje liggen en veel andere zeilschepen alweer vertrekken naar hun volgende bestemming. Wij blijven een paar dagen en hebben het plan om eens lekker de benen strekken en het eiland te verkennen! Daar houdt Hans wel van en ja… ik ook.. maar in mijn tempo en niet in de zesde versnelling als je er maar zeven hebt, maar in de vierde of vijfde.

“Wat een vliegen hier zeg!”, zeg ik vol afgrijzen. Als ik ergens een hekel aan heb is het vliegen. Vieze nare ziekteverspreiders zijn het. Een heel legertje zwart gevleugelde monsters met paringsdrift is aan boord geland en zien Hans en mij aan voor mogelijke kandidaten om hun eitjes op te plakken! Ze komen gewoon op ons zitten met hun kleefpoten!
“Ja schat, je moet eens schoonmaken, dan hebben we daar geen last van!”, is het antwoord van Hans waar ik het natuurlijk hélemáál niet mee eens ben!
“Schoonmaken??”, roep ik als door een wesp gestoken! “Hoezo schoonmaken?? Wanneer denk jij dat ik voor het laatst heb schoongemaakt? Gisteren toevallig nog! Het komt door dit eiland, hier zijn gewoon veel vliegen! Ik zal straks de buren eens vragen of zij er ook last van hebben..”, zeg ik beslist.
“Dat zou ik maar niet doen, want ik denk dat zij er geen last van hebben… en bovendien: denk jij dat een vlieg de zee oversteekt om aan boord te komen? Schat, er ligt gewoon ergens iets te rotten waar ze eitjes op hebben gelegd en die zijn nu uitgekomen!”
“Te rotten! Ja hoor! Nou echt niet! Die vliegen komen vanaf de wal met de wind mee!”
Ik laat het er niet bij zitten en de eerste gelegenheid dat ik een andere zeiler spreek, dezelfde dag nog, vraag ik of zij ook last van vliegen hebben.
“Hundreds of them! Terrible!!”, zegt de Canadees. “Oh, nou!! We hebben er wel driehonderd doodgeslagen!”, zegt de Hollander. Zo, ik ben tevreden en doe vergenoegd mijn verslag aan Hans, die het zijdelings ook al wel had opgevangen. “Goh, raar hé? Tja schat, daar doe je niks aan…”, zegt hij. Inderdaad, je doet er niets aan. Maar opeens komt de stem van mijn grootmoeder voorbij: ‘Boenwas verjaagt insecten, daar houden ze niet van’.
Ik pak de Lysol, de Andy en de donkerbruine bijenwas en ‘vermaak’ me deze ochtend door de 12 vierkante meter af te soppen en in te smeren met was en ja, zelfs de salonkussens gaan naar buiten om ze eens stevig met de mattenklopper er van langs te geven en neem in gedachten er ook een paar billen bij 😉 . Het geurt weer heerlijk aan boord, maar de vliegen blijven. Er is maar één oplossing: weg van boord en een lange wandeling maken.

 

Ik laat mijn camera op de boot achter om eens ontdekken hoe het bevalt zonder af en toe een foto te schieten. Het bevalt niet en heb al direct spijt dat het ding nog op Isabella ligt.
Op de wal zien we de openstaande vuilnisvaten en ook de vissers die hun vangst aan de kant van de zee schoonmaken en in mootjes hakken. Dan maar mijn iPhone gebruiken. Het zou jammer zijn als ik al het moois dat we zien niet op de plaat vastleg, want mooi is het zeker!
Hans onderhandelt over een Kingfish en voor nagerekend 15 euro hebben we 5 kilo verse vis. De visser maakt de vis aan de wal schoon, spoelt het kadaver in het zeewater en stopt het in een plastic zak. Hans brengt even snel de vis terug naar Isabella, want wandelen met verse vis aan je middel is geen goed plan! Op de boot scheurt de plastic zak en ziet Hans de mooie vis naar de bodem van de zee verdwijnen! “Shit!!”, roept hij, kijkt razendsnel om zich heen en ziet een paar duikers in een dinghy. Hij weet de mannen te bewegen om de duikflessen weer om te hangen en af te dalen naar 12 meter diepte en met succes! De vis is weer in bezit en wordt snel in de koelkast gestopt. De duikers blij met een fles Schotse single malt die we voor 25 euro vanuit Nederland hebben meegenomen 😀 . De vis wordt duur gegeten 😉 Maar het leven is mooi en we starten onze wandeltocht.
Wat een steile, dicht begroeide dalen die opbollen tot immense bergtoppen! Maar ook: wat een armoede en wat een viezigheid in de bermen! Afval dat al maanden ligt te rotten met plastic dat er verschrompeld tussendoor zwerft. Hier komen dus die vliegen vandaan, van het visafval, de open vuilnisvaten en het zwerfvuil. Waarom gooien mensen hun zooi in de berm? Waarom zorgt de overheid niet voor deze troep door bijvoorbeeld een soort van HALT-project in het leven te roepen. In Nederland klaart dat een hoop klusjes…

 

 

 

We ontdekken een klein museum en gaan eens kijken. Het vertelt veel over de geschiedenis van de vulkaan Soufrière en daar is zelfs een film over te zien. In 1992, na een lange tijd van ‘rommelen’ kwam de vulkaan tot uitbarsten en heeft het zuidelijk deel van Montserrat inclusief de hoofdstad Plymouth compleet verwoest. De uitbarsting is te vergelijken met die van de Vesuvius. Bewoners werden naar andere eilanden geëvacueerd of gingen naar hun familie in een veilig gebied. Een enkeling bleef op zijn land werken. Dit hele gebied is nu afgezet en verboden terrein. Ook volgens taxichauffeurs kunnen we er zelfs lopend niet komen. Op de film zien we dat alleen de kerktoren boven het puin en de as uitsteekt. Er is veel van het land verloren gegaan, vliegveld, landbouwgrond en noem maar op. Het is een zeer indrukwekkende film en bij het verlaten van Montserrat, varen we zo dicht mogelijk langs de kust en overschrijden we zelfs een tikje de waterlijn waarachter geen schepen mogen voeren. We zien restanten van huizen, opzichzelfstaande muren en ingestorte daken. Er hangt een grauwe wolk boven de vulkaan en nog altijd is de geur van zwavel van verre te herkennen. Langzaam varen we door en laten Montserrat gehuld in grauwe wolken achter ons om verder onze heenweg in omgekeerde richting te volgen. De eilanden waar we op de heenweg hebben geankerd, laten we nu voornamelijk links liggen en het lijkt wel of we zo alweer op de mooiste plekjes op aarde komen. Hoeveel ‘mooiste plekjes’ zullen er nog komen?