Onderweg naar Kaapverdië

 


Onderweg naar Kaapverdië

Met enorm veel zin vertrekken we rond 12 uur vanuit Las Palmas richting Sal. Veelbelovende reclameborden van Sal laten een prachtig onderwatergebied zien. Daar hebben we beide reuze veel in in! De zwemvliezen en duikbrillen zijn ingekocht en liggen voor het grijpen! Van andere zeilers hebben we gehoord dat er onderweg veel dolfijnen en walvissen te spotten zijn! Nou, daar verheugen we ons op!! Het feest kan beginnen, de Grabbag staat voor de zekerheid paraat en de voorraad levensmiddelen voor de echte grote overtocht is ingekocht. Voorlopig geen gesjouw meer en alleen nog maar in Mindelo vers voedsel zien te vergaren op leuke groentemarkten.

In het internetcafé hebben we ieder nog even ons ding gedaan. Hans is nu helemaal pro Satelliettelefoon minded, dus nu als de gesmeerde wind naar Sal. Zin in!!

 

 

“De zee is rustig en de zon schijnt. Als dit zo acht dagen blijft, dan boffen we schat!!”, zegt Hans opgewekt. “Voel je je goed?”, vraagt hij, doelend op de immer terugkerende zeeziekte. “Ja, prima! Ik heb m’n pleister geplakt!” Hans is blij en vol vertrouwen zien we meer en meer water voor de boeg verschijnen en vloeit Las Palmas meer en meer over van een herkenbare kuststrook tot een grijze wolk die zich versmelt met de zee. “Ik ga koken!”, zeg ik en duik de kombuis in. Ik heb voor acht dagen verse groente, fruit en vlees ingekocht. De meest kwetsbare groenten en fruit gaat natuurlijk als eerste op en uiteindelijk zal ik na acht dagen naar de rode bietjes grijpen, of naar de courgettes met wortelen. Ik zie wel. Belangrijk is dat er geen verspilling is. Aan boord is het koken anders dan thuis achter het fornuis. Ten eerste heb je minder gaspitten en moet je zuinig zijn met energie. Ook is het niet eenvoudig om op een slingerend schip je staande te houden, laat staan dat de pannen zich schrap kunnen zetten. Ik vind het maar toveren met de middelen die tot mijn beschikking staan. Een sterrenkok ben ik nooit geweest, maar voor zover ik weet is er ook nog nooit iemand ziek geworden 😉 Als ik aan andere zeilersvrouwen vraag wat tijdens een zeiltocht van meerdere dagen op hun menu staat is het steevast: pasta, couscous, rijst, zoete aardappelen en “niet te moeilijk”. Het stelt me gerust. Ik heb zin in iets pittigs. Voor vanavond maak ik nasi met zelfgemaakte pindasaus, of zoals de Indiërs zegen: katjangsaus. Nu eerst even een salade met brood.

 

 

De dag vloeit over in de nacht en de zee wordt ruwer. Ook is er die vervelende swell weer. Die misselijkmakende deining. Dankzij de pleister heb ik er nu geen moeite mee. Isabella kreunt als een vrouw in barensnood. De vloerdelen kraken en de kastdeurtjes lijken zich open te willen wrikken. Gelukkig is alles goed vastgesjord en kunnen het serviesgoed en de levensmiddelen niet uitbreken. We lopen wacht en lossen elkaar om de drie uur af. Hans stelt voor dat ik kan blijven slapen, maar daar wil ik niets van weten. Hij heeft een nimmer aflatende energie, maar ook zijn rust nodig, al lijkt hij het laatste wel eens te vergeten. We hebben ieder ons eigen bankje en zo kruipt hij dan moe en blij dat ik niet toegeef aan zijn voorstel, onder zijn fleece.

 

 

De dagen kruipen voorbij en weer stellen we elkaar de vraag: “Wat zijn we hier aan het doen??”
“Wanneer je dertig bent en nog een heel leven voor je, is zo’n zeiltrip fantastisch! Maar moeten wij dit nu ook nog doen?”, stelt Hans mij de vraag. “We hebben niet meer zoveel tijd en ik wil nog zoveel andere leuke dingen doen!”
Het is een wederkerend onderwerp zo na een dag of drie op een grote plas water te hebben geploeterd. Het is waar: er zijn nog zoveel andere mooie dingen in het leven! “En kijk eens wat we nu in al die dagen allemaal missen! We zien niets anders dan water! En wat is het vermoeiend!!”, vervolgt Hans.
“Tja schat…” antwoord ik en weet dat mijn volgende opmerking een vreselijke dooddoener is, maar kan het niet meer inhouden: “Had je dit dan van te voren niet bedacht?”
“Ja, maar wist jij dat het zó zou zijn? Ik bedoel… had jij dit kunnen bedenken?”
Eerlijk gezegd heb ik er aan gedacht, wist het wel, maar schoof het onder het spreekwoordelijke ‘kleed’. Meer zo van: ‘het is niet anders en we zien wel’. Maar met deze wijsheid schieten we nu niets meer op. Dan vervolgt Hans zijn redevoering: “Maar ach ja, kijk ook eens wat we er voor terugkrijgen hè schat? Dit is toch fantastisch allemaal dat we straks weer in Kaapverdië zijn! Moet je eens kijken wat een afstand we al hebben afgelegd en wat we allemaal al hebben gezien en meegemaakt! We maken nu onze herinneringen voor later, als we kippen hebben en een hond!”
Ik glimlach maar. Blij om zijn positivisme en zijn plannen voor de toekomst. Energieke Hans, wat een ervaring en ontdekking op zich is hij voor mij!

 

 

De zonsopkomst op zee is alle keren verschillend en verveelt nooit. Sowieso verveelt de zee nooit. Ik geniet van de kalme zee en van de ruwe zee. Waarschijnlijk van de ruwe zee nog het meest, omdat de veranderingen van de golven ontelbaar van elkaar verschillen. Zo prachtig! Kolkende zee, opstuwend water, schuimkoppen, het is allemaal even indrukwekkend en mooi dit natuurgeweld! Dit zie je het beste door het wc-raampje. Het betekent wel dat we geen zoogdieren zien. Geen dolfijnen en geen walvissen. Dat voelt wel als een gemis. Het contact met deze prachtige schepsels op de Golf van Biskaje, heeft voor altijd diepe indruk op mij gemaakt. (zie blog Golf van Biskaje)

 

filmpje kolkende zee door wc-raampje:

 

’s-Avonds is het tijd om de SSB-radio te testen en via een sms vragen we de crew van de Zanzibar om een tijdstip en frequentie met ons af te spreken. Op het afgesproken tijdstip horen we een hoop fluittonen en ruis. Het lijkt wel op het geluid van de radioverbinding die de man in een oorlogsfilm met de bevrijders wil maken. Na een aantal keren geprobeerd te hebben, geven we het op. Gelukkig hebben we onze Satelliettelefoon, dus als de nood aan de man is, is de redding waarschijnlijk wel nabij.

Het gekke is dat je na dagenlang op zee te zitten, toch uitkijkt naar een teken van leven van iets of iemand. Een vliegende vis voor mij part, maar ook die laten nog op zich wachten. Dan plots als uit het niets fladdert er weer iets voorbij en ik denk aan het kleine musje daar ergens tussen Portimao en Las Palmas. Dit keer lijkt het een Kolibrie, maar dat is hier onmogelijk midden op de oceaan. Dus wat is het dat mijn hersenen voor de gek houdt? Ik kan maar één iets bedenken en dat is een sprinkhaan. Een woestijnsprinkhaan, Bidsprinkhaan, geef het een naam, in ieder geval iets met ‘spring’, zegt mijn brein. Ik loop naar het voordek om de kijken waar het is geland, maar kan het ‘spring-ding’ niet ontdekken. We vergeten het en er is alweer een dag voorbij. Wat een hoogtepunt vandaag: we zagen een Kolibrie dat geen Kolibrie was en ook alweer weg is… en die ergelijke swell tergt ons weer.

Hans checkt de volgende dag maar eens zijn vislijn. Na vijf dagen op zee moet er toch wel iets aan hebben geknabbeld. En waarom hebben we dat ‘iets’ dan niet gevangen? Bij inspectie blijkt dat er inderdaad een heel aas is verloren. Visserman Hans ziet dat aan het aas is gebeten. Helaas weer geen Dorade of Tonijn. Jammer. Morgen beter 🙂 Hij zet weer een nieuwe hengel uit en stelt ook gelijk de zonnepanelen goed af. “Kijk uit!!”, roep ik geschrokken. “Blijf staan en verroer je niet!! IEIEIEI!!!!”
“Wat is er??”, vraagt Hans verschrikt. “Zit het op mij??” en kijkt mij aan met een blik dat zeggen wil: ‘Zeg dat het niet zo is!’
“Nee het zit niet op jou, maar wel vlak bij je hoofd! Ga voorzichtig opzij en kijk dan omhoog!”
Het is een ongenode gast uit het midden-oosten. Ik griezel van het beest dat ik zie en herken gelijk ook de sprinkhaan waarvan ik gisteren vermoedde dat hij zich als Kolibrie aan ons voorstelde. “Is dat het?”, vraagt Hans verwonderd. Ja dat is het, maar ik vind het geen lieverdje. Snel geef ik Hans mijn camera voor een paar shoots voordat het besluit een sprong naar de kajuit te nemen. Als hij dat maar laat!/….

 


Het beestje is de hand van Hans met de camera gewaar en ruikt onraad. Het kruipt weg onder de lijn, zodra Hans de camera op hem richt. Wonderlijk mooi toch weer. De volgende dag besluiten we dat het beest maar terug moet naar de Sahara. kkssttt!!! Weg jij!!! Geen idee of hij het heeft gehaald…
En dan is het eindelijk zo ver! Voor ons zien we isla Sal liggen. Een dor en grauw vlak landschap, bedekt met hier en daar wat afgestorven vulkanen. Het is prima, als we maar een ankerplaatsje kunnen vinden, dan zijn we al dik tevreden!

 


Dat ankerplaatjes vinden we bij Palmeira. Een vrij open baai waar ongeveer om de dag enkele vrachtschepen hun lading komen lossen en waar de plaatselijke bevolking hun kleine gekleurde vissersbootjes aan een ankertje hebben liggen.
Al snel komt de havenman naar ons toe in zijn bootje ‘Denis’. De man heet Jay en wijst ons waar we moeten liggen en hoeveel ketting we moeten geven. We trekken wat de lengte van de ketting betreft ons eigen plan. Wanneer de man naar Isabella komt, blijkt dat hij deze dienst niet voor niets heeft geboden en ontvangt graag de 5 euro. Hij verkoopt ook diesel en water. Hans zegt dat we dat niet nodig hebben en ik zie in de ogen van de man dat hij hiermee niet in zijn sas is. Licht verontwaardigd vergezeld met een handgebaar, maakt hij deze dienst nog eens duidelijk en voegt toe dat hij ook geitenkaas verkoopt. “Ja-ja”, maybe tomorrow!”, stelt Hans hem gerust. Het is al donker wanneer de man in zijn bootje ‘Denis’ langzij komt liggen en zijn geitenspul toont. Ronde platte kaasjes. “Mozzarella?”, vraag ik. “Yezz-Yezz”, antwoord de man Jay.
“Wil je wat?”, vraagt Hans met een blik in zijn ogen van ‘dan zijn we van hem af’.
“Ja, ik wil wel wat. Twee kaasjes is voldoende”, geef ik aan. Voor de kaasjes van 5 cm doorsnede en 2 cm hoog, moet ik 7,50 euro neertellen. Jay is content. We hebben hem de volgende 7 dagen niet meer gezien.

Aan wal gekomen, raken we onmiddellijk betovert door de eenvoud en rust van het armoedige dorpje. Ik vraag me af of dit komt omdat wij ons op dat moment dan zo bevoorrecht mogen voelen en wij niet in deze belabberde situatie verkeren, of dat dit het kennismaken is met een totaal nieuwe cultuur. Het maakt allemaal niet uit. We genieten en zijn van plan om de komende dagen meer te ontdekken van dit dorpje met zijn bewoners…

 

 

(voor de inhoud van de Grabbag:download deze hier op page Tips)

 

FIJNE KERSTDAGEN! WE DENKEN AAN JULLIE! LIEFS, HANS&ELISE