Onstuimig tochtje

Wat is het toch heerlijk slapen aan boord van een zeilschip! Even niet meegerekend dat je wel een goed matras moet hebben. Dat van ons is nog steeds knudde, en heb ik met wat oude stukken latex plus wat knip en plakwerk tot het hoogst haalbare ‘comfortmatras’ omgetoverd. We zullen het er even mee moeten doen.. Geen idee wat ‘even’ in deze betekent, maar een zeiler denkt niet in termen van ‘Tijden’, maar in termen van ‘ Wat is haalbaar’. Zo is het.

Het is de stilte en de rust, die keer op keer smorgensvroeg zo enorm opvallend is. Misschien ervaar ik deze rust ook wel als opvallend, omdat ik thuis om vijf uur door denderende tractoren of grote vrachtwagen die super Plus komt ‘supplieren’ word wakker geschud. Dat is geen pretje kan ik je verzekeren. Ik verslijt dan ook oordopjes bij de vleet.

Nieuwpoort is een leuk stadje met wel meer dan 2500 aanlegplaatsen voor plezierjachten. Nou, denk je dan, dat is druk!! Maar het ligt verspreidt over een aantal havens en we merken niets van de drukte. Wij hebben gekozen voor de Air Force Yacht Club. Ik moet toch natuurlijk enigszins trouw blijven aan mn defensie-roots 🙂 .. Alleen helaas in de verste verte geen Air Force te bekennen, laat staan een pittige F16. Das dan wel weer jammer!

Cultuur snuiven hoort er bij en vandaar dat we even door het Koning Albert I museum stuiven. Gaat over de eerste wereld oorlog en de plaatselijke helden die daarin een rol hebben gespeeld. Best wel aardig museumpje. 7,50 pp.

Door een babbeltje met een local wordt onze kennis over België verder aangevuld en komen we er achter dat België drie ministers van landbouw heeft, Antwerpen 1 (een) boer met bedrijf heeft, een minister met een delegatie op pad gaat (vaak per vliegtuig) om deze boer te vertegenwoordigen, en de drie ministers niet met elkaar in het vliegtuig willen zitten, omdat ze het niet eens zijn met elkaar.. Moet ik toch eens met mijn Belgische dear collega over ‘bomen’ 🙂

Na dit korte bezoekje aan Nieuwpoort gaan we smorgens om half acht richting Gravelines, een soort van ‘aanleundorpje’ van Duinkerken. We hebben stroom en wind mee. Hans heeft uitgerekend hoeveel tijd het ons gaat kosten om daar te komen: 6 uurtjes, waarvan de laatste drie met de motor. Heel jammer, maar het kan niet anders. De wind hebben we pal op kop en er staat een stevige stroming. We liggen behoorlijk schuin, de zee spat over de boeg naar de buiskap en we reven de zeilen, maar dat is nog niet genoeg! De zeilen moeten we inrollen, pas dan komt Isabella weer wat overeind! Ik vind het heerlijk! Het kan niet ruig genoeg gaan! Het spattende schuim dat om mijn oren vliegt en mijn haren zout laten smaken! Heerlijk tochtje!! Isabella duikt in de golven en we verliezen de horizon uit het zicht, om daarna weer statig uit het nat te rijzen. Wat doet ze het toch goed, onze Isabella!!

Grevelines is in zicht en zoals bij elke nieuwe, onbekende haven is het even zoeken naar de havenmond en is er een lichte spanning of we hier wel een plekje kunnen vinden.
De lange havenmond is zo mogelijk nog onstuimiger dan de ruime zee. Dit vraagt om stuurmanskracht en dat lukt. Hans begeleidt Isabella naar de box 116.
Dan even melden bij de havenmeester, die geen woord engels spreekt. Ik kom wel een eindje met mn deux nuit avec WiFi?? De aardige man begrijpt me en we krijgen een stroom aan franse woorden te verwerken. We knikken vriendelijk en gaan terug naar Isabella, om onze handdoeken te pakken en richting bain te lopen 🙂