St. Kitts: “Broodje aap?”

 

 

 

St. Eustacius varen we voorbij. Saba heeft zo’n onuitwisbare indruk op ons gemaakt, dat een volgend eiland van de Nederlandse Antillen daar vast niet tegenop kan. Bovendien lijkt het ons daar qua natuur een stuk saaier, valt er lastig tot niet te ankeren en is bovendien op dit moment niet echt te bezeilen. Wel als het moet natuurlijk, maar niets moet toch tijdens deze reis? We koersen naar St. Kitts. Wie heeft deze naam bedacht, die zoveel herinneringen oproept aan de jaren zeventig, toen een populaire begroeting hetzelfde klonk: “Alles kits?” waarbij een enkeling de ondeugende gedachte toevoegde: ’Achter de rits?’ We gaan het ontdekken of het daar wel of niet ‘kits’ is.
In het donker varen we een grote baai in die in de pilot staat aangemerkt als een goede ankerplaats met weinig hinder van de swell. Er liggen geen andere schepen en dat laat ons wel even twijfelen of we hier zullen ankeren, maar we gokken het er op.
De ankerbaai verdient niet echt de schoonheidsprijs. Oude loodsen en containers en geen man of kip te bekennen. En geen kip, dat wil wat zeggen in deze regionen. Overal lopen kippen los. Soms met wel acht kleine kuikentjes, of drie wat grotere kuikens. De overigen zullen vast door de ratten of zwerfhonden zijn opgegeten.
We gaan de wal op, op zoek naar het immigratiebureau om in te klaren. Op elk nieuw eilandje moet je opnieuw inklaren. Soms voor niet meer dan twee euro (St. Maarten aan de Franse zijde) soms ook voor 10 of nog meer. Het is in ieder geval een verplicht onderdeel bij het aandoen van een nieuwe bestemming.

 


Wanneer we ingeklaard zijn, zoeken we een monteur om de versnelling van onze nieuwe 6pk motor te repareren. Saba laat op deze manier nog even van zich ‘horen’. Hoe Hans het toch altijd fikst weet ik niet, maar binnen vijf minuten heeft hij Marvin gevonden. Een ‘local’ met een auto en elke dag op zoek naar een inkomen. Wij en Marvin hebben dus geluk! Hans rijdt met hem mee naar de man met het juiste gereedschap. Niet de Yamaha dealer, maar dat zal de reparatie alleen maar voordeliger maken. Ondertussen onderhandelt Hans met Marvin over een toer rond het eiland en komt op een mooi prijsje uit dat de helft is waarmee het onderhandelen begon: EC$ 120 wat nu neerkomt op 40 euro voor een hele dag toeren.

 

 

Op weg naar de afspraak met Marvin lopen we langs opspattende schuimkoppen van de Caribische zee en zien we een volkje pelikanen. Het is een prachtig schouwspel om de vogels één voor één hoogte te zien maken om zich daarna met een vliegende vaart in de zee te storten, op zoek naar de vis die ze zojuist nog voorbij zagen zwemmen. De jonge pelikanen vliegen dan snel naar de ouder toe om het visje uit de bek te scheppen. Het gaat zo snel dat mijn camera het amper kan bijhouden. Volgens Hans ben ik gewoon te traag en moet ik vooral doorlopen. Met elke nieuwe ervaring, elk nieuw beeld denk ik “Wanneer ga ik dit weer zien? Krijg ik dit ergens anders nog te zien?” Ik ben gretig in het opzuigen van nieuwe indrukken en beelden die zich voor mij afspelen. Ik kan me er zo in verliezen en zo van genieten, dat al het andere naar de achtergrond verdwijnt. Hoe zorgeloos is dit bestaan en hoe uitverkoren mag ik me voelen dat ik dit mag meemaken? Oké, we hebben er ieder hard voor moeten werken en sparen, net als de meeste andere zeilers, maar je krijgt er zoveel voor terug! Wat is de wereld toch prachtig!

 

 

 

We stappen bij Marvin in de auto, een oude SUV waar de bekleding vermoedelijk ooit donkerblauw was en er in het begin nog functionerende zonneschermpjes voor de bestuurder en bijrijder zaten. Ik heb verzuimd om naar het profiel van de banden te kijken en ik probeer mezelf gerust te stellen met de gedachte dat dit misschien maar beter is ook. Nadenkend over deze conclusie, begin ik aan mijn verstand te twijfelen en zet m’n denken op dat gebied dan ook direct op ‘Stop’. Dat is voor nu even beter. Gelukkig doen de autogordels het wel en bedenk ik dat ook Marvin vanavond vast wel weer bij zijn vriendin op de bank wil hangen. Geen zorgen dus.
We genieten van de glooiende landschappen met in het midden daarvan de vulkanische bergtoppen en het uitzicht op zee waar ooit de magma van de vulkaan tot stilstand kwam.

 

 

Marvin blijkt een prima gids te zijn die heel wat over de oude engelse geschiedenis van St. Kitts kan vertellen. Veel behelst de komst van de slaven en de vele suikerrietplantages. Hij brengt ons naar een van de plantages waar we uitstappen en rondlopen door de voormalige stokerij. Het maakt een diepe indruk op me en kan maar moeilijk loskomen van de gedachte dat ik nu hier als toerist me zit te vergapen aan het materiaal en aan de gangen waarin de slaven werkten, aan het vele leed dat de slavernij met zich meebracht. Een foto van een slaaf die gestraft werd door middel van doorwerken met rond zijn nek een soort van driehoekige ijzeren klem die zo breed als zijn schouders was, maakt me nog kleiner dan ik me al voel. Vreemd dat een gebied waar zoveel onderdrukking van de mens was, door blanken zoveel pijn en verdriet werd toegebracht aan die mens (waarvan men toen overtuigd was dat donkere mensen niet tot het ras ‘mens’ behoorde), nu een toeristische attractie is. Ik weet niet of ik wel zo’n toerist wil zijn. Ik weet dat ik niet zo’n toerist wil zijn, en ik weet zeker ook Hans niet. We staan in ieder geval altijd stil bij dit leed en vergapen ons niet als leeghoofden aan enkel en alleen de gebouwen waar riet werd omgetoverd tot rum.

 

 

 

We hebben om een authentieke lunchgelegenheid gevraagd. “Good and cheap?” vraagt hij. JA-JA!! Zoiets bedoelen we. Geen Burger King, maar een lokaal tentje ergens langs de kant van de weg. Marvin grijnst! Hij weet de beste lunchplek van heel St. Kitts en zal ons daarmee kennis laten maken. We zullen vast nog nooit zo lekker hebben gegeten, belooft hij ons. Onze speekselklieren beginnen al te werken wanneer we aan de heerlijk gekruide gerechten denken die we zo gewend zijn van ‘aan-de-kant-van-de-weg-tentjes’. “You want monkey?” peilt Marvin nog eens. “Monkey?? NO!!” Monkey is delicious volgens Marvin en elke St.Kitteriaan (noem je ze zo?) eet wel een keer per week monkey. Verschrikkelijk! Nou, wij niet. Het deed me denken aan het verhaal dat decennia geleden rond ging over een Nederlands echtpaar dat in gezelschap van hun hondje een rondreis maakte door China. Met veel handgebaren maakten ze in een restaurant duidelijk dat ze ook eten voor hun hond wilde bestellen. De ober nam de hond mee naar achteren. Het echtpaar vond wel dat de maaltijd lang op zich liet wachten, maar uiteindelijk kwam daar dan het lekkers op een grote schaal. Toen de deksel van de schaal werd gehaald zagen ze hun gebraden viervoeter liggen. Nooit zal ik dit verhaal vergeten. Afgrijselijk! En zo is het ook met apen! Wie eet er in hemelsnaam aap? Op St. Kitts eten ze aap. Er schijnen meer apen dan mensen te leven en dus worden ze gevangen en gegeten. Op straat zie je jongeren lopen met een baby-aapje op hun schouder. Een pamper zorgt dat ze niet nat worden van de aapjes-urine. Waar is hun moeder? Wat is er gebeurd? Toeristen van de cruiseboot laten zich met het arme diertje fotograferen en betalen de ‘eigenaar’. Zo houden ze de verkopers van ‘plezier met een dier’ in stand. Bah! Volgens Marvin is dit juist goed. Het drijft de criminaliteit (inbraken, overvallen) tegen. Het zal wel, maar ik denk er het mijne van. Het gouvernement zou moeten ingrijpen.

 

 

 

Hans bestelt een lokale hap met kip en komt met een enigszins bezorgde blik terug van de bestelling. “Nou, ik ben benieuwd! Het ziet er niet uit hier!” “Is het smerig?”, vraag ik met enige bezorgdheid en prijs me gelukkig dat ik nog wat anti-wormenkuurtjes in de medicijnkast heb liggen. “Nou, dat weet ik niet Ik kan niet in de keuken kijken, maar veel moeten we er niet van verwachten!” We wachten een kleine twintig minuten en kijken rond over de plaats waar Marvin ons heeft gebracht. Een schamele vertoning. Een keet met een overdekt terras waar lange tafels staan met een plastic kleed erover en waar je gezamenlijk op een bank aanschuift. Niks mis mee op zich.

 

 

Dan ontdekken we een soort van kippenren. Klein en nog net niet vervallen. In een hoekje schuilt een klein aapje. Hij zit daar moederziel alleen en snuffelt aan een rotte bananenschil die hij waarschijnlijk de dag ervoor al heeft leeggegeten. Hij pakt het op en likt er nog eens aan om het daarna weer weg te gooien. Het stalen bakje waar vermoedelijk water in heeft gezeten ligt op z’n kop tussen wat grassprietjes. Niets te eten en niets te drinken. Hans vraagt Marvin wat de bedoeling is van het aapje en ik antwoord “For cooking!!” Marvin lacht en beweert dat het louter voor amusement voor de klanten is. Ik geloof er niks van en zeg hem dat het diertje een groepsdier is en het op deze manier vereenzaamt, niet socialiseert en daardoor angstig en ook agressief zal worden. Beter om hem vrij te laten, of wat speeltjes in de kooi te leggen en fatsoenlijk drinken. Marvin grijnst weer. Ik verdenk hem er van dat hij wel monkey op zijn bord krijgt zometeen. Ik pak een appeltje uit mijn tas en breng het naar het arme diertje en onderzoek of er niet ergens een gaatje in het rooster zit dat ik wat wijder kan open pulken. Het zit er niet. Met een triest gevoel kijk ik naar het arme dier en hoop voor hem dat het snel verlost wordt van zijn gevangenschap. Op welke manier dan ook….
De lokale hap was niet te vre….en!!
We hebben St. Kitts wel gezien. Behalve de super mooie ankerplaatsjes Whitehouse Bay en Ballast Bay, was er ‘achter die rits’ van St. Kitts niet veel soeps.