St. Lucia

 

St. Lucia was op 19 januari het eerste stukje aarde dat we na 18 dagen Atlantische oceaan in het vizier kregen. Een prachtig eiland waarvan we direct al wisten dat we het op ons retour naar het zuiden, beslist nog eens zouden aandoen. Nu is het zo ver…

We nemen een mooring bij Soufrière (St. Lucia) en gaan aan wal om de benen weer eens te strekken. Zonder het te weten hebben we een lange wandeltocht voor de boeg waarbij volgens Hans er nooit een “Het-heetst-van-de-dag-moment” is, als ik weer eens zuchtend en steunend de 30% steile helling beklim en mopper dat we beter morgens kunnen wandelen in plaats van pal op de middag. Hans is allang niet meer te bekennen en hier loop ik dan helemaal in m’n uppie langs de tweebaansweg. Er stop een auto en een afgezand van familie zombie krast wat vriendelijke engelstalige woorden en met zijn verschrompelde lippen tovert hij een glimlach op zijn gezicht. Ik begrijp eruit dat hij mij een lift wil geven. Ik bedank hem vriendelijk en schuifel door, mijn camera in mijn rechter hand en links het pet-flesje water. Zo eentje waar de oceaan en de bermen op Montserrat vol van liggen. Zombie kijkt me niet begrijpend aan en trekt zijn vehikel op in de eerste versnelling, een dikke rookpluim achterlatend.

 

 

 

 

Ik voel me een oude dieselmotor wanneer ik merk dat de vermoeidheid in mijn benen wegebt en ik mijn snelheid verhoog. Daar is Hans alweer. Hij zit op een grote kei en geniet van het uitzicht. “Ha schat! Kom je ook even lekker zitten?”, vraagt hij. Zou hij weten dat ik er met een zombie vandoor had kunnen gaan? Of dat ik wel eens door zombie ontvoerd had kunnen worden? Maar ach nee, de mensen hier zijn super vriendelijk en je komt niet 1-2-3 van zo’n eiland af. Geen zorgen dus. Ik zoek naast Hans een glad stukje kei op en ga zuchtend zitten. Wat een klim! Zo om me heen kijkend bedenk ik me dat moeder aarde toch vreselijk mooi is! De spitse Deux Pitons zijn werkelijk schitterend zoals ze daar aan de kust uitkijken over de Caribische zee! Dit is een World Heritage Patrimonie Mondial gebied. Wat zou Trump van dit landschap vinden? Zou hij ooit wel eens naar dit soort plekjes zijn geweest? Vast niet. Dreinend aan moeders hand wist hij haar mee te sleuren naar die grote snoepwinkel in NY-city: met van die gekleurde bolle snoepjes die zich in een kastje verstoppen en later in een ‘bowl’ moeten jumpen en dat weigeren. M&M’s. Vieze dingen met een hoog gehalte aan smaak en kleurstoffen waar kinderen hyperactief van worden. De eigenaar van het snoep schreeuwt net zolang tot ze dan toch in de bowl vallen. Heeft mr. T. het daar van geleerd? Ach… een gedachtensprongetje, zoals ik er zovelen heb bij het zien van al die mooie landen.

 

 

Hans ruikt zwavel en ziet het bord dat de richting naar de vulkaan aanwijst. Ik ruik niets. Mijn neus is disfunctioneel, ook al zou je dat gezien het formaat niet zeggen 😉 . Het is nog minstens een uur sjokken tegen het bergje op, voordat ik iets in de richting van zwavel begin te ruiken. We zijn in het hol van de leeuw aangekomen: het hartje van de vulkaan. En wat voor een hart! Grote borrelende poelen met grijze dampende en omhoog spattende blubber! Wat een stank! Waar je op Costa Rica bij de vulkaan wordt gewaarschuwd voor de giftige dampen en je daar niet langer dan een half uur mag blijven, is hier op St. Lucia een wandelgebied door het hart van de vulkaan aangelegd en zelfs een bad!! Daarin kun je je insmeren en belooft de gids dat het je wel 10 jaar jonger maakt!! De verleiding is natuurlijk erg groot, maar ik zie er van af. Inhaleren maar mensen! We lopen door! En ongemerkt wordt het langer dan een half uur, want wat er te zien is, heeft zelfs Hans nog nooit eerder gezien. En dat betekent wat! Parkgidsen en -wachters staan de hele dag in deze dampen en ruiken de zwavel al niet meer. Gekscherend zegt een parkwachter dat hij pas merkt dat er ‘vulkaan onheil’ is, wanneer hij de toeristen hard ziet wegrennen.

 

 

hieronder link naar YouTube filmpje

https://www.youtube.com/watch?v=jUDz-UTvXEc

 

Na dit indrukwekkende schouwspel laven we ons met een heerlijk koud local biertje en een warme lunch, en gaan we voor internet naar een barretje. De terugweg naar Isabella is makkie: berg afwaarts 😉
“Gaan we nu wel of niet naar St. Vincent?”, vraag ik aan Hans.
“Je weet wat er over gezegd wordt…”, zegt hij. Tja, dan kun je net zo goed thuis blijven, denk ik. Natuurlijk is het fijn om allerlei goeie raadgevingen te krijgen en waarschuwingen. We zouden niet zonder willen! Maar je moet nu ook weer niet angst op je hals halen zonder eerst zelf je licht op te steken. Of het moeten zeer dreigende voorspellingen zijn…
We zijn nieuwsgierig en zoeken altijd toch naar onze kant van het verhaal. Wanneer Hans absoluut geen goed gevoel zou hebben om St. Vincent aan te doen, dan zou hij dat ook zeker niet doen. Twijfel is er zeker, maar we gaan toch! Op naar St. Vincent!