St. Vincent

 

Natuurlijk hebben we van alles gelezen over piraterij en de gebieden bestudeerd waar dit veel voorkomt. De gebieden liggen mijlen ver van ons vandaan; aan de oostkust van Afrika bij Somalië, in de Arabische zee en hier en daar een melding van onrust, zoals bij Venezuela. Elke zeiler, elke zee-ganger, wil piratenrij ontlopen en doet hiervoor zijn best. Driewerf hoezee dan ook voor degene die piratenrij bestrijden! Isabella zeilt in de Caribische zee en dat klinkt toch een stuk veiliger! Maar of het zo veilig is, vragen een aantal zeilers zich toch wel af. Verhalen gaan van scheepje naar scheepje en zoals we weten, verliest elk verhaal zijn oorspronkelijke ‘tekst’, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee: dat zijn wij dus.

We naderen het veelbelovende St. Vincent. Veelbelovend in de zin van “Het aller prachtigste eiland van de Carieb”. Watervallen in het midden van het regenwoud! We zijn benieuwd! We varen langs de lieflijke kust met palmbomen en wit strand met weinig of geen toerisme en willen ankeren in Cumberlanddbay.

 

 

Al voordat we goed en wel bij de kust de gezochte vijf meter diepte om te ankeren hebben gevonden, komt het eerste vissersbootje ons al tegemoet. Met een vriendelijke welkomstgroet bereikt de visser Isabella en roept: “Hello!! How are you today?” “Fine! And how is your day?”, roept Hans terug. De zinnetjes die we op elke nieuwe plaats waar ‘Boatboy’s’ zijn, uitwisselen. Namen worden uitgewisseld en krijgen we van Wesley ‘het beste ankerplekje dat er is’ toegewezen. Met een landvast legt hij Isabella vast aan een palmboom. Daarna daalt het anker in de blauwe zee naar de diepte.

 

Wesley blijkt een aardige man en Hans knoopt een praatje met hem aan. Het is niet onopgemerkt gebleven dat we voor anker liggen. Nog voordat Hans met Wesley is uitgesproken, ‘plakt’ een tweede bootje met twee boatboy’s zich tegen Isabella aan. Samen roepen ze op een dreigende manier naar Hans dat hij vooral naar hen moet luisteren en hun waar moet kopen. Hun ogen verraden de vechtlust die in de lijven schuilt. Hans waarschuwt mij dat ik beneden in de salon moet blijven en me niet meer in de kuip mag laten zien. Duidelijk en beslist wijst Hans de mannen terecht en keert zijn rug naar hen toe. Ze wagen nog één keer een kansje, maar vangen bot. Uiteindelijk druipen ze af, maar worden al snel door andere boatboy’s afgelost die om beurten ook hun koopwaar aan ons opdringen. Bananen, vis, veel te kleine mango’s of kettinkjes met glimmende kralen met bijpassende armbanden. In minder dan twee uur tijd hebben zich elf bootjes aan de reling van Isabella gemeld. We zijn het geleur meer dan beu en hebben zin om ons te verstoppen, maar dat is onmogelijk. We proeven een onaangename sfeer. Dreigend ook, vanuit een ‘toeristen zijn niet welkom’-idee.

Zullen we het anker weer ophalen en doorvaren? De tijd houdt ons tegen. Het is tegen vijf uur en al over een uur gaat de zon onder. We zien het niet zo zitten om in het donker naar een andere ankerplaats te zoeken en al helemaal niet op St. Vincent. Een volgend eiland betekent een nacht doorvaren… We houden het bij ons eerste plan: naar de wal met de dinghy en daar in een strandtentje gaan eten. Maar ja… wat als de dinghy wordt gestolen? Zullen we dan de motor er maar afhalen? En we moeten vooral het heklicht aanlaten, zodat we vanaf de wal Isabella in de gaten kunnen houden. Isabella gaat op slot en we roeien naar de wal.

Het restaurantje is spaarzaam verlicht, maar de bediening is vriendelijk. Ook de eigenaar is een aardige man die ons welkom heet en na een praatje met Hans zich verder niet aan ons opdringt. Dat geeft weer wat hoop. We kiezen een tafeltje waarbij het zicht op Isabella door niets wordt belemmerd en schuiven onze stoelen naast elkaar, zodat we Isabella in de gaten kunnen houden. In het donker zien we haar verlichte spiegel. Daar ligt ze als laatste scheepje in een rij van vier met onze ogen onafgebroken op haar gericht. Zodra de friet, het hoopje sla en de serloin steak in onze magen zijn gedaald, rekenen we af en roeien weer terug naar Isabella. Die nacht zijn we extra alert op elk geluidje en doen bijna geen oog dicht.

Nog voor het eerste bootje zich de volgende ochtend weer aan de reling komt melden en zonder dat we St. Vincent hebben verkend, zijn we al vertrokken.
“Wat vertelde die restauranteigenaar nou gisteren tegen jou?”, vraag ik aan Hans tijdens het ontbijt op zee.
“Nou… weet je wat er precies is gebeurd?”, begint Hans, “En dat is dus een heel ander verhaal dan we hebben gehoord. Vorig jaar is er een Duitse zeiler aan boord door drie locals overvallen. De Duitser heeft één van de overvallers gegrepen en zijn nek omgedraaid. De andere twee zijn gevlucht. De rechtbank heeft hem vrijgesproken: zelfverdediging!”
“Echt waar? Dus niet die zeiler maar de overvaller heeft het niet overleefd?”, vraag ik vol verbazing.
“Juist. En weet je wat die restauranteigenaar zei? Dat hij het niet met de uitspraak eens was. Die Duitser had gestraft moeten worden. Hoe vind je dat?!”
Ik ril. De opnames van de films ‘Pirates of the Caribbean’ op Dominica, St. Vincent etc. hebben hier een prachtig decor gevonden, maar wat een eiland! Wat een volkje! Waar armoede al niet toe leidt! Er bestaan toch een soort van piraten. Jakkes!
We zetten koers naar Bequia. Wat zullen we daar beleven?