(her)ken je dat?

 

ken je dat? Opeens krijg je een boodschap dat je mooie leventje niet langer is dan wat je dacht dat het zou worden? Ken je het zelf? Ken je het van nabij? 

Misschien is onderstaande een metafoor voor al je (mijn?) heimelijke wensen en gedachten. Misschien is het gewoon precies zoals het er staat. Lees en herken het metafoor voor jezelf. Kies!

 

Ken je die momenten dat ondanks dat je alle zeilen hebt bijgezet, je naar je gevoel geen spetter vooruit komt? Dat de wind tegen je zin in, zich te ruste legt? Dat het wachten op een herstart te lang duurt naar je zin, maar je ook de diesel wil sparen om deze op cruciale momenten te kunnen inzetten? Die momenten van wachten op dat ene? Dat ene hele belangrijke? Voor NU dat ene hele belangrijke? Al het andere vergeet je. De lijst met To-Do is niet meer belangrijk, het gaat zo ook wel. De zoveelste koffie of gemberthee smaakt niet meer en de toch al zo gelijkmatige gesprekken met je partner verstommen. Je tuurt voor je uit in de hoop dat ene belangrijke te zien aankomen: de wind. Maar ze blijft uit. Je scharrelt nog wat heen en weer in de kuip en in de kajuit. Je pakt het boek waar je een paar dagen geleden aan bent begonnen maar niet verder kon lezen omdat je nog zo veel te doen had. Voordat je het weet heb je drie bladzijden omgeslagen zonder dat je je kunt herinneren wat je hebt gelezen. Je gedachten dwalen af naar die prachtige momenten die je hebt beleefd. Zeldzaam mooi. Je hebt er nog loepzuivere beelden bij ook! Je wil ze vasthouden en nog eens beleven. Nooit meer loslaten en wel vier maal de aarde omzeilen om het thuiskomen uit te stellen.

Ondertussen klotsen de zachte golfjes ritmisch en voorzichtig tegen de romp van het drie centimeter dikke polyester dat je beschermt tegen ten onder gaan naar die vierduizend meter diepe oceaan. En het is niet meer dan dat. Drie centimeter verwijderd van een onmetelijke ruimte waarvan je zomaar een aanval van agorafobie zou kunnen krijgen. Eén kleine venijnige tik van een obstakel die de polyester huid doorboort en het zoute nat kolkt naar binnen. Jij nietig mens, nietszeggend mens, nietsbetekenend mens, jij vergaat. Je huid lost op gelijk als een etiket van een glazenpot die in de gootsteen ligt te weken. Flarden huid maken dwarrelend een spoor en laten je geloven dat die ene mens je hierdoor nog zal kunnen vinden. Je wordt aangetikt door een schepsel van de oceaan en niemand weet dat jij daar stukje voor stukje geruisloos in je graf verdwijnt. Ook je partner aan boord niet, want die is hetzelfde overkomen.

Je schudt deze gedachten van je af. Het zeilen kent immers ook zoveel andere kanten.

Je dobbert, je schip dobbert, je partner dobbert, je gedachten en verlangens dobberen in afwachting van die begeerlijke wind. Die wind die danst, die het wand omtovert tot muziekinstrument, die de zee opzweept naar torenhoge golven. Golven die schuimbekkend, likkend en hijgend jou achterna jagen, je willen grijpen en je willen overweldigen met hun natte zoute moleculen. 

Je schudt je hoofd. Onbegrijpelijk vind je het dat je gedachten telkens maar één kant op gaan. De kant van het onbekende, het meest angstaanjagende scenario. En toch zoek je het op. Je zoekt die spanning. Je wil je grenzen aftasten en ze uitdagen. Je grenzen verleggen en niet alleen voelen, maar zeker weten dat je een winnaar bent. Onovertroffen jij. Jij de held, de machtige. Machtiger dan dat ongrijpbare zoute nat. Jij zeezeiler, de niet wetende dat je zelf het grootste gevaar voor jezelf bent.

De zon trekt langzaam richting de golven en de geluiden die uit de kombuis komen verraden dat zonder dat je het wist, de tijd aan je voorbij is getrokken. Je lijnt je aan en roept naar beneden dat je nog even het dek en de genua inspecteert. Een dagelijks ritueel en klusje van niks, maar eigenlijk ook deels een excuus om je nog meer met die geheimzinnige op z’n prooi wachtende oceaan verbonden te voelen. De wind zwelt aan en klinkt hier op het voordek anders dan in de kuip. Helder en doordringender. Dieper je oorschelp in, niets ontziend in opmars je trommelvlies passerend richting je hippocampus om daar van al deze zintuigelijke waarnemingen een voor eeuwig blijvende afdruk op te slaan. Je voelt je voor altijd verbonden met al deze natuurlijke krachten en wil nooit meer iets anders. Jij en je fantastische schip zijn immers overwinnaars. Samen heb je herinneringen opgebouwd. Niets kan jullie doen ondergaan en voor de tijd die jou nog is gegund, zul je voort varen.

 

 

Met veel mooie herinneringen aan fantastische en heftige tijden nemen we afscheid van SY Isabella. Ze ligt te koop. Klik op onderstaande link en beeld je in dat jij de volgende kapitein bent samen met je bemanning/partner ook zulke mooie avonturen zult beleven.

Elise

 

https://www.uwjachtmakelaar.nl/zeilboot/157616/najad-390/

 

 

 

 

Curaçao ->  Sint Maarten, feb. 2018

 

 

 

het wachten op een goed weather window is voor veel zeilers een regelrechte test op het geduldig vermogen. Elke ochtend, elke avond wordt op de site van Zygrib de weersvoorspelling gedownload om vervolgens een dag te bewaren, want morgen is immers hetzelfde ritueel. Maar misschien ook niet en lezen we vandaag dat we morgen kunnen vertrekken. 

St. Maarten ligt in een rechte lijn gemeten op ongeveer 495 zeemijlen ten Noord-Oosten van Curaçao en heb je tenminste oosten wind nodig om daar redelijk in de buurt uit te komen. De wind die Zygrib voorspelt komt uit het noord-oosten en dat maakt het lastig. Dat betekent dat we tegen de wind- en stroming in moeten zeilen. Wachten dus…. Om de tijd wat te doden blijven we het ritme van de dag volgen, klim ik nog eens in de mast, wandelen we vele kilometers en genieten van de mooiste vergezichten.

We nodigen de opstappers Bart en Lisette uit om ons en Isabella wat beter te leren kennen. We zijn er beide van overtuigd dat we enorm boffen met deze twee kundige enthousiastelingen die ook nog eens de taal van de krijgsmacht spreken: duidelijk zijn. Super dus, want de overtocht zal geen makkie worden en heldere taal voorkomt misverstanden. 

Hans heeft voor de overtocht afspraken geformuleerd die we tijdens een lunch in Willemstad met elkaar bespreken. Geen alcohol, reven voordat de nacht valt, ’s-nachts niet alleen overstag gaan maar hulp vragen en eigenlijk liever helemaal niet overstag gaan, ’s-nachts altijd aangelijnd. En zo zijn er nog wat afspraken die niet alleen handig zijn, maar opgesteld zijn om de veiligheid aan boord zoveel mogelijk te waarborgen. Zelf voeg ik er aan toe dat ik het prettig zou vinden dat je vrij bent om aan te geven wanneer je liever niet in gesprek wil gaan. Je kent dat wel… begint er iemand tegen je te kletsen net op het moment dat je van de maan en de sterren wil genieten of van de klotsende golven, de ribbels in de golven die weer kleine golfjes vormen. Dromen, mijlen achter elkaar, met mijn voeten in de zee, turend naar de horizon en denken aan wat de toekomst nog allemaal voor mij in petto heeft. Ik ben er benieuwd naar, terwijl ik ook weet dat de toekomst gewoonweg grotendeels in je eigen handen ligt. Je hoeft het alleen maar zelf in beweging te zetten. Net als zeilen: je zeilt niet als je de zeilen niet hijst. Tja…., maar wat gebeurt er dan als je de zeilen hijst en er is geen wind of wanneer er plotseling een squall verschijnt? Als je geen risico’s durft te nemen, moet je thuis op de bank blijven zitten. En ik zit op Isabella en voel me verbonden met dit prachtige schip, de zee en alles wat daarin leeft. Maar hoe zal het verder gaan? Dus ja opstapper: mag ik je vragen stil te zijn als ik wil dromen? En zeg jij het tegen mij als je wil dat ik jou niet stoor? Deal!

Dan is daar het verlossende woord van Hans: we varen vrijdag uit! Er zijn wel vier mooie zeildagen in het verschiet en daarna zelfs bijna windstilte! Nou… windstilte lijkt me ook niet echt geweldig, maar verhoogt wel weer de kans op dolfijnen en walvissen, houd ik mezelf voor. 

De opstappers komen vrijdag met een minimum aan bepakking aan boord en krijgen al direct een taak toebedeeld. Ze pakken het op als jonge zeeverkenners: enthousiast en leergierig. Bernadette en Bert staan ons op de steiger uit te zwaaien en maken nog een foto voor Facebook. Iedereen moet natuurlijk weten dat we een dag of vier uit de lucht zijn 😉 

 

 

 

We varen de haven van Seru Boca Marina uit, langs Santa Barbara richting klein Curacao voor een Bbq aan boord, en ik besef dat dit de laatste keer is dat ik naar mooi Curaçao zwaai. Er is altijd wel een laatste keer en die blijven zich opstapelen. Je weet alleen nooit of het werkelijk een ‘laatste keer’ zal zijn, daarom is het goed dat je elk moment van de dag geniet van dit prachtige leven, ook al zijn er shit momenten. Geen pieken zonder dalen…

Mijn pieken ervaar ik door te kijken naar de weidsheid van de zee, de eindeloze voortgang, de horizon die horizon blijft, geen land in zicht. Zweven op de golven, zweven in het betoverende licht dat elk moment van kleur verandert en me doet herinneren aan een schilderij dat ik ooit zo foeilelijk vond omdat het me onecht overkwam en ik me nu realiseer dat die kleuren hier op de Caribische zee wel degelijk bestaan en ik ze werkelijk schitterend vind. 

 

 

Mijn mijmeringen worden verstoord door een geronkt in de verte. Ik tuur de horizon af en ik spring een gat in de lucht als ik het verkenningsvliegtuig van de kustwacht ontdek: collega’s van Lisette. Het komt regelrecht op Isabella af en wiebelt wat heen en weer teneinde een groet uit te dragen. Ik jubel, sta te springen en roep “WOW!! -OOHHH!!”. Ik kan zo genieten van de snelheid, het geluid en de kracht van vliegtuigen! En ja: wat een contrast met het genieten van zeilen zou je zeggen. Maar dat is niet zo. Zeilen is ook krachtig, een spel met de natuur wat het super boeiend maakt.

 

 

We varen al drie dagen en zien dat we niet echt opschieten. De stroming en de wind werken niet mee. Als het zo doorgaat zijn we over vier dagen nog lang niet in St. Maarten.

De opstappers kunnen het goed met elkaar vinden en wisselen de praktijk af met zeiltheorieën die ze vinden in boeken uit de bibliotheek van Hans. De kennis groeit en daarmee de overtuiging dat ze het alleen wel aankunnen. Dit mogen ze dan ook in de praktijk brengen. Omdat we telkens langzaam van koers veranderen en we op de plotter zien dat we de verkeerde richting uitvaren, worden er verhitte discussies gevoerd over het wel of niet overstag gaan. Ik draag mijn steentje bij en met drie tegen een geeft Hans ons de ruimte om overstag te gaan, zeker als hij is dat we ongelijk hebben. 

Op de plotter zien we de afbeelding van Isabella van koers veranderen en zijn direct overtuigd dat we er goed aan hebben gedaan. Hans laat weten dat we over een half uurtje wel anders piepen. Hij krijgt gelijk… Isabella zeilt regelrecht terug naar Curacao! Hoe kan dit?? 

“Oké! Overstag!!”, roept Hans als een ouwe rot in het vak compleet met stoppelbaard. We trekken de schoten aan en de genua en het grootzeil hellen weer over stuurboord. Isabela ligt weer schuin in het sop en is het tijd om de kombuis in te duiken, mijn taak voor deze week. Het maakt me vrij van wachtlopen, wat super fijn is en me de gelegenheid geeft om van de sterren en het schijnsel van de volle maan in de golven te genieten op momenten dat ik dat wil.

 

 

 

Dagen volgen elkaar op en de dag van windstilte breekt aan. 

Het ziet er naar uit dat de overtocht toch zeker acht dagen zal duren in plaats van vier. Ik ben een beetje bezorgd om mijn voorraad proviand. Ik bekijk mijn lijstje aan etenswaren en struin mijn voorraadkastjes af. Wanneer ik het een met het ander combineer kunnen we nog 12 dagen op zee zijn, daarna is alles op. Moet genoeg zijn, maar met dat verhaal van die ene zeiler in mijn achterhoofd dat je over deze tocht ook 21 dagen kunt doen, ben ik nog niet helemaal gerust.

We dobberen in een spiegelgladde zee met een glans van blauw aquamarijn waarin zonnestralen worden gevangen om ze ver onder het wateroppervlak te bundelen als een prachtig boeket bloemen. “Zullen we gaan zwemmen?”, stelt Hans voor. “JAAA!!!”, roepen we in koor. Ik spring het water in dat me omsluit als liefdevolle armen, me verwarmen en masseren. De temperatuur is heerlijk en ik schat zo’n 25 graden. Isabella lijkt reusachtig wanneer ik langs haar boeg zwem. Ze wiebelt een beetje en ik voel de kracht van het polyester. Ik zwem op veilige afstand, maar heel ver van het schip vandaan ga ik ook niet. Stel je voor dat daar dan toch plotseling Moby Dick naar boven komt… 

Dan opeens verlies ik mijn zonnebril. Suffe ik! Het ding dwarrelt langzaam de diepte in, dwars door de gebundelde zonnestralen en ik jammer om de plastic vervuiling van de oceaan waar ik door dit ding te verliezen nu ook debet aan ben. 

 

 

Aan alles komt een eind, dus ook aan leuke verzetjes. Lisette start de motor en geeft het sein om de koers weer op te pakken. Onafgebroken tuur ik met mijn voeten in het water over de zee om als eerste de dolfijnen of walvissen te spotten, maar ze laten zich niet zien. Heeft het te maken met mijn stemming? Komen ze alleen als je vrolijk bent? Tja… mijn stemming is gedaald. Het onvermijdelijke afscheid van de reis en dus van Isabella komt er al snel aan. Ik zal het missen. Nooit geweten en twee jaar geleden nooit gedacht dat ik zo zeer van de zee zou gaan houden. Ik beloof mezelf een huisje bij het strand. Daar zal ik ook uren over de zee kunnen staren. “Dolfijnen!!” roept Bart enthousiast. Kreten als ‘WoW’ en ‘Gaaf!’ wisselen elkaar af. Het is de eerste keer voor Bart en Lisette dat ze op de Caribische zee zeilen en worden op allerlei nieuwe ervaringen getrakteerd. Nu zijn het de dolfijnen waar ze bijna wild van worden. Ze genieten volop en wij van hen. Camera’s raken oververhit van het snelle klikken om de spetterende dolfijnenshow vast te leggen. Het lijkt wel alsof ze een feestje voor ons bouwen, alsof ze voelen dat dit de laatste mooie lange overtocht van Isabella is. Even snel als ze gekomen zijn, duiken ze ook weer onder naar de onmetelijke diepte en zien we ze niet meer terug. 

 

 

 

 

De laatste zonsopkomst van deze tocht is werkelijk adembenemend. Het lijkt alsof de horizon in brand staat. De vlammende zon schuift langzaam achter de coulissen vandaan omhoog en het zal niet lang meer duren voordat ze ons verwarmd.

 

 

 

Op de achtste dag proeven we de lucht van Sint Maarten en staan versteld van het nog altijd aanwezige orkaan Irma puin, de schade aan huizen en het verlaten gebied nabij de kust. De brug van Marigot Bay gaat open en varen we het lagoon binnen. Als het bekende geluid van het vallen van het anker volgt, liggen we weer op hetzelfde plekje waar we vorig jaar lagen toen we hoorde dat Hans zijn zus niet lang meer onder ons zou zijn.

 

 

Bart en Lisette boeken hun vlucht terug naar Curaçao en nemen we aan de wal afscheid van deze twee enthousiastelingen. Opstappers aan boord vraagt om inleveren van je privacy en dat moet je willen, moet je nodig vinden, moet je wat voor over hebben en moet je om je heen kunnen verdragen. Ze waren aangename gasten en we hadden het qua opstappers niet beter kunnen treffen. Zeer zeker!

 

 

Na een lunch varen we met de dinghy terug naar Isabella, ik pak mijn rugtas in, mijn handbagage en kijk nog eens rond. Het was een heel mooie tijd. Leerzaam, ontspannend en heel in het begin soms vechtend tegen heimwee. Verbazingwekkend hoe ik me als een ingegroeide teennagel hechtte aan het zeilersleven, genietend van de natuur, van de eilanden die we hebben bezocht, de medezeilers die we hebben leren kennen, de vreemde gerechten die we hebben geproefd, maar bovenal van de enorme vrijheid en de rust die het zielersleven biedt, je moet het alleen wel willen/kunnen zien. 

 

Hieronder een YouTube filmpje

 

 

 

Mindelo, Kaapverdië

 

 

 

Mindelo,

Waar men in Palmeira het motto ‘No-stress’ hanteert, lijkt dit in Mindelo absoluut niet zo te zijn. De armoede is zo mogelijk nog zichtbaarder en de armen scharrelen hun muntstukken met verkoop van kleine visjes bij elkaar, of ze zitten tegen een geveltje en houden hun hand op. Zelfs kinderen hangen bijna aan je broek, strijken met hun hand over hun maag en houden hun andere hand op voor een gift. Ze kijken met smekende gezichten. Het is afschuwelijk! Een bejaarde man in lompen strompelt al mompelend traag over het smalle stoepje, steun zoekend op zijn zelfgemaakte wandelstok. Ook hij houdt zijn hand op. Wat een ellende zie je hier. De werkloosheid is groot en ik heb me laten vertellen dat 44% van de bevolking arm is waarvan 22% zeer arm (bron Zanzibar).

 

 

Door andere Nederlanders die ook de grote oversteek gaan maken, zijn we uitgenodigd om te participeren met een bustripje. Gezellig! Met 8 kwebbelende Dutchies gaan we het gebied rondom Mindelo verkennen. Wanneer niemand voorin gaat zitten, neem ik met goedkeuring van de overigen plaats naast de chauffeur. Ik vind het heerlijk om met plaatselijke bevolking in contact te komen en zo wat meer van het wel en wee te horen.
We rijden door het heuvellandschap en bezoeken Salamansa, het meest armoedige dorpje dat ik nu ben tegen gekomen. Geen watervoorziening in de huizen, maar in de dorpskern een soort van opslag waar men de jerrycans kan vullen. Bij de huizen grote plastic vaten vol met water en weer gesjouw met bakken om de privé watertank te vullen. “Is it drinkingwater?”, vraag ik aan het lokale meisje. Ze lacht. Nee, het is om kleding te wassen en te koken. Vrouwen die rond het huis werken en mannen die of vissen of zich vermaken met staren in de verte. Meer is er niet.

 

 

 

 

Er wordt gezegd dat het binnen enkele dagen kerstmis is. Geen idee. Ik mis de gure wind en de kou, de houtkachel en de rode kool met stoofvlees. Uit een kastje haal ik wat zilverslingers en een wollen elandje met wat kerstgroen. Met een temperatuur van 24 graden, toch een beetje kerst aan boord. Het stoofvlees komt op tafel in de vorm van een Indonesisch gerecht (zie pagina Kombuis). We smullen.

 

In Mindelo vind je geen luxe toeristische winkelcentra, maar oude markten waar gedragen kleding (uit Europa???) op de straat uitgestald ligt. Vrouwen die wat groente en weinig variatie aan fruit verkopen, mannen die spelletjes spelen zoals kaart, een eigenaardig knikkerspel of tafelvoetbal. Straathonden scharrelen er overal tussendoor. Lawaai van auto’s, stemmen die elkaar overschreeuwen, tussendoor zuid-Amerikaanse muziek, veel gebaren en een hoop viezigheid op straat. Ik vind het prachtig om te zien, kan er geen genoeg van krijgen en ga elke dag even kijken. Dit is zoveel mooier dan de overdekte groentehal, waar we natuurlijk ook naar toe gaan, al is het alleen maar omdat we de grote oversteek gaan maken en het een en ander nodig hebben.

 

 

Tussen de altijd maar terugkerende klussen aan boord door, besluiten we een ‘vrije dag’ te nemen en met de ferry naar het tegenoverliggende eilandje Sao Antao te gaan. Tot onze verbazing zien we dat de ferry een oude schuit van Rederij Doeksen is. Nog staat de naam op de zijkant van het schip: OOST VLIELAND. Wat een toeval! Hoe vaak zal ik niet samen met mijn gezinnetje op deze schuit van Harlingen naar Vlie hebben gevaren? Heerlijke vakanties met de tent op de camping van staatsbosbeheer Lange Paal. Sweet memories!!

 

Door de wind die het zand uit de Sahara naar west blaast, ligt Kaapverdië onder een steenrode stoffige deken en zijn de prachtige vergezichten waarvan je anders zo kunt genieten, nu bedekt met de mistige stof. We verkennen een klein, maar prachtig gedeelte van dit eiland en zijn alweer getroffen door de armoede die nog meer dan in Mindelo lijkt te zijn. Niet te geloven! Amper een auto te bekennen, maar wel ezeltjes met vracht op hun rug. Of vrouwen met op hu hoofd een bij elkaar gesprokkeld bosje takken. Zoveel armoede! Het schijnt, hebben we ons later laten vertellen, dat armoede in de genen ligt: geen interesse om het wat beter te krijgen. Het leven is goed zo, dus waarom veranderen? It’s a way of life, net als zeilen…

 

 

Onder weg zien we een kind dat het haar van moeder wast, rijden we regelrecht de mist in en lijkt de omgeving meer op het decor van een scene uit de Game of Thrones. Ook zien we betonnen hokjes waar een varken blijkt te wonen.

 

 

 

 

We gaan onze laatste boodschappen halen. Later zien we het bejaarde mannetje zitten met z’n stok zitten. Hij eet een banaan. Hans geeft hem wat geld. Het is tenslotte oudejaarsdag…

 

 

 

Het is 31 december 2016. Het jaar is bijna ten einde… Als eerste missen we natuurlijk onze kinderen, de telefoontjes om 00.00uur, het uit het zolderraam hangen om naar het prachtige vuurwerk te kijken. Van oliebollen zijn we voorzien. Een toeval is dat hier ergens een Belgische kok werkt en voor een aantal Nederlanders oliebollen bakt. Die zal ik strakjes gaan halen. Heerlijk!!!
De spanning hier in de haven stijgt. Morgen vertrekken er ongeveer 8 zeilschepen, waaronder ook Nederlanders. Een plukje zet koers richting Suriname en een plukje vertrekt richting Barbados.

Ondertussen hebben we onze bestemming weer teruggedraaid naar het eerste plan: het wordt niet Suriname maar Barbados. Suriname is prachtig en willen we graag zien, maar nu nog niet. We zullen koers zetten naar Barbados om van daaruit al hoppend van eilandje naar eilandje naar St. Maarten te zeilen. Tegen de tijd dat het hurricane season begint willen we terug zijn op de benedenwindse eilanden (ABC). Daar zullen we drie maanden liggen en dat is een mooie tijd om Nederland weer eens te bezoeken en om tijd te maken voor die prachtige trip naar Suriname. Beide per vliegtuig 😀

Morgen, 1 januari 2017, vertrekken we om 12 uur uit Mindelo naar Barbados of een nabij gelegen eilandje. Vanaf die tijd is het ongeveer 20 dagen radiostilte 😉 Op marinetraffic.com , vesselfinder.com of andere sites waar je schepen kunt volgen, zullen we in die weken niet te volgen zijn: we zijn nl. te ver uit de kust.

Deze keer extra veel foto’s, die vanwege de hoeveelheid wat minder van kwaliteit zijn, maar zoveel moois wilde ik jullie niet onthouden.

Wij wensen jullie een knallend uiteinde en een spetterend 2017!!! Maak er wat van, waar je ook bent en wat je ook doet!!
Dat doen wij namelijk ook!!!

 

Hieronder leuke filmpjes

 

https://youtu.be/GZiQZaUy3mE

 

 

isla Sal, Cabo Verde

 

Kaapverdië, eilandje Sal, dorpje Palmeiro
Wanneer we met Dirk, de dinghy, naar het kleine haventje tuffen, spettert het zeewater over het kleine boegje. We manoeuvreren ons tussen de oude en bijna vergane vissersbootjes door naar de wal. Daar staan al enkele kleine jochies te wachten en roepen ieder het hardste om de gunst van het mogen ‘bewaken’ van de dinghy. Van de gezagvoerder van het zeilschip ‘Enjoyster’ hebben we de tip gekregen om gebruik te maken van dit ‘bewaken’. “Je hebt er voor een euro een vriend bij”, had hij gezegd en sprak hiermee onze gedachten uit. Precies zo denken Hans en ik er ook over.

 

Ik werp de landvast van Dirk naar een jongetje met een rood T-shirt. We kijken elkaar aan en daarmee is de afspraak bezegeld: bij terugkomst ontvangt hij een euro! Eenmaal voet aan wal dringen de andere jongetjes om ons heen en beweren dat zij ook hebben geholpen en zij dus de euro hebben verdiend. Ik lach wat en zeg kalm “No-no! He is the man”. Het jochie in rode T-shirt glundert. Je ziet zijn borstkastje zwellen en trots loopt hij terug naar de landvast van Dirk en gaat zitten. Hij houdt de wacht.

In het versleten dorpje zoeken we naar de autoriteit waar we moeten inklaren. Een verkoopster in traditionele kleding biedt ons een kijkje in haar mandje waarin sieraden en handgemaakte popjes liggen. Vriendelijk wijzen we haar aanbieding af en ze vraagt wat we zoeken. “Policia?”, zegt Hans. Ze wijst ons een blauw huisje aan, niet groter dan de andere geveltjes, en lacht ons ‘gedag’. Wonderlijk dat deze verkoopster niet verder aandrong. Wat aardig!
Bij het politiebureau belanden we in de ‘slow-motion-mood’ van de zuiderling. Veel gepraat en weinig actie, hebben we de indruk. Er zijn nog drie wachtenden voor ons. Na even zoveel kwartieren zijn we aan de beurt om zelf een formuliertje in te vullen en het paspoort van Isabella te overhandigen. Het geplastificeerde document verdwijnt in een la en krijgen we terug bij vertrek. Prima, het is immers een kopie.

 

Dan gaan we op zoek naar een ‘bel-company’, want er moet internet komen en snel ook! We willen onze kinderen laten weten dat de overtocht van 8 dagen goed is verlopen en waar we nu zijn. Een oud VW-busje stopt en een donker getinte man roept iets naar ons waarop Hans “JA!!” terug roept. “Kom! Zegt Hans, “Stap in!” Mijn zucht naar avontuur juicht en voor dat ik het weet zit ik in een VW-busje dat misschien nog van vóór mijn geboortejaar dateert… Waar in Nederland m.n. in de decembermaand men niet uitgesproken raakt over discriminatie tussen black & white, lijkt dit hier niet te bestaan. Gemoedelijk worden we opgenomen tussen het kleurrijke en geur-rijke geheel. Een vrouw draait zich om en vraagt in vloeiend engels waar we vandaan komen. Zo raken we aan de praat en eenmaal in Salamanca aangekomen, geeft ze haar dochtertje van 2 mee aan haar tante en loopt met ons de halve stad door naar de bel-company. Ook daar blijft ze wachten en regelt dat de minstens tien wachtenden voor ons, nog even geduld hebben en zo gebeurt het dat we de eerst volgende klant zijn. We voelen ons bezwaard, willen deze voorrang niet. Maar de dame, waarvan uit de gesprekjes blijkt dat ze ook souvenirs verkoopt, legt uit dat het ‘no problem’ is, dat de bevolking van de toeristen leeft en zij graag tot hen in dienst staan. Dat is toch wel apart. We willen absoluut niet het soort blanken zijn van ruim honderd jaar geleden, waarover zoveel is geschreven. We bieden aan om te wachten, maar daar is geen sprake van. Na een klein kwartiertje hebben we ieder onze sim-kaart en staan we weer buiten. We lopen gedrieën terug naar het busje en kopen onderweg op de stoep nog een heerlijk stuk tonijn die voor de verandering per kruiwagen en op een stuk karton wordt vervoerd. Verderop staat een jongeman met een grote zak doppinda’s. Dat lusten we ook wel en kopen een kilo.

Dan zijn we weer bij het busje en ik beloof de dame om de volgende dag bij haar een souvenir kopen. Zoveel moeite voor zo’n klein souvenir…. Zij heeft ons met haar gedrag het mooiste en een onbetaalbaar souvenir gegeven. Om een voorbeeld aan te nemen! Aan Hans vraag ik: “Zie jij trouwens ergens bushaltes?” Hans grinnikt. “Nee schat, die hebben ze hier niet”.

 

 

We zijn weer terug in Palmeiro en lopen naar Dirk. We zien kinderen verstoppertje spelen en door een foto te maken, verraad ik per ongeluk het verstop-plekje van een klein jongetje.

Het rode T-shirtje ziet ons aankomen en wijst naar de landvast van Dirk. Met gebaren maakt hij duidelijk dat hij goed op Dirk heeft gepast. Het is zo aandoenlijk en tegelijkertijd zo schrijnend om te zien hoe hard het jochie voor zijn centen strijdt. Ook zijn daar de andere jochies weer die proberen een afspraak te maken om de volgende keer op Dirk te mogen passen. Daar gaan we niet op in. Het rode T-shirtje wijst naar zijn borst: hij heeft vandaag een goeie job gedaan! Blij kijkt hij naar de euro die Hans uit zijn broekzak pulkt. Hans vraagt aan het jochie of hij iemand kent die kan duiken. Een andere knul, ongeveer 15 jaar ouder dan het rode T-shirtje, hoort de vraag en roept “I can dive!!”. Binnen no time staat Hans met twee knullen van rond de 20jaar te onderhandelen over het schoonmaken van ons onderwaterschip. Ze hebben een deal: morgen haalt Hans ze op in de haven en cleanen ze de onderkant van Isabella. Zo afgesproken, zo gedaan en met deze kennismaking gaat er een tipje van de wonderlijke sluier van Sal voor ons op.

Wanneer Hans de vrienden heeft opgehaald, tuf ik met met Dirk terug naar de wal. Ik word al opgewacht door Mammien, de dame die ons naar de bel-company begeleidde. De begroeting is van beide kanten hartelijk en ik bied haar aan om samen iets te gaan drinken. Ze neemt me mee naar een klein barretje waar ik de lekkerste koffie sinds tijden heb gedronken. Ik lust er nog wel een. Mammie neemt een flesje water en laat mij haar mand met de aan te kopen kadootjes zien. Ik kies een paar kettinkjes uit, waaronder eentje voor Hans. Het zal hem goed staan, zo met zijn grijze manen en stoppelbaardje. Dan komt de tante van Mammien en vraagt of ze mij ook iets mag verkopen. Ik ben een slechte onderhandelaar en laat me verleiden om bij haar een mooie doek en wat armbandjes te kopen. Met schaamrood om de wetenschap dat deze mensen arm zijn, weet ik toch nog wat af te dingen. Dat schijnt bij het aankoop-spel te horen. Ik ben er echt niet goed in en denk aan de rijkdom waarin de Europeaan in vergelijking tot deze mensen leeft.
We zijn alledrie tevreden en laten ons door een andere toerist op de kiek verenigen.
Met teveel souvenirs en wat brood vaar ik terug naar Isabella.

 

 

De knullen hebben hard gewerkt en de onderkant van Isabella is nu vrij van algen. We eten samen met Delfi-John en Kevin-John een broodje en vertellen over onze plannen. Delfi-John, die goed engels spreekt, adviseert ons over welke eilanden van Kaapverdië veilig zijn. De meest zuidelijke eilanden schijnen niet zo veilig te zijn. Hij noemt het ‘different culture’ en dat verbaast ons: het is toch Kaapverdië? Dat klopt, en met enige aarzeling legt Delfi-John uit wat het verschil is tussen de Noord-Kaapverdianen en de Zuid-Kaapverdianen. Ik zie dat Delfi-John zo’n zelfde kettinkje draagt als dat er in mijn tas op Hans ligt te wachten. Het is gezellig en dan zit Delfi-John aan zijn kettinkje te frummelen. Hij doet het af en geeft het aan Hans. Hans is zo verbaasd! Het ontroerd hem en ziet dit als een bijzonder gebaar, wat het ook is. Kevin-John lacht en knikt. Het is oké. Woorden als ‘ Your my friend’ en ‘Special contact’ gaan over de tafel. Het is een mooi moment. Het kettinkje voor Hans laat ik nog even in de tas zitten. Dit geschenk van Delfi-John is immers zoveel meer waard.

We brengen de twee vrienden weer terug naar de wal en lopen nog eens door het armoedige dorpje. Het leven speelt zich op straat af en wanneer je een blik in een huisje is gegund, zie je een kale betonvloer, een koelkast en een houten tafeltje. Alles op niet meer meer dan op max 15m2. Een beetje schaamtevol voor mijn nieuwsgierige blik, loop ik maar snel door en laat mijn camera in m’n tasje zitten. Mijn netvlies zal het gegeven in mijn brein opslaan.

 

 

We lopen verder en een van de vele zwerfhonden volgt ons. Ik wil even naar het supermarktje, dat niet meer is dan een soort van opslagruimte is waar wat planken aan de muur zijn bevestigd met daarop het koopwaar. Het hondje wacht bij de deur en ik stel Hans voor om voor het beestje een blikje smac van een ander merk dan Unox te kopen. Hans lacht en vindt het best. Ik koop het blikje met de nog prehistorische sleutelsluiting die we in Nederland al decennia niet meer kennen, omdat we onze handen er aan open haalden. Hans waarschuwt mij daarom voorzichtig te zijn met het openen. Wanneer ik het blikje tevoorschijn haal likt het hondje zijn snuit al af. Pavlov effect. Hoe mooi is de geest!! Ik open het blikje en schud er voor de pootjes van de hond de aan de bodem vastgeplakte brij uit. Hij ruikt en gaat eten. Tevreden kijkt hij eens op. vanaf die dag zijn we vrienden geworden en komt het hondje mij begroeten, loopt mee en ligt op een terrasje aan mijn voeten nadat hij eerst met zijn kopje een aai langs mijn kuit geeft.

 

We liggen alweer veel te lang op Sal en willen door, maar de wind is ongunstig en blaast ook nog eens het sahara zand onze richting op. Vies poederachtig spel dat alles rood verkleurt. We horen dat het vliegveld is gesloten. Zelfs tot in Curaçao komt het stof. We zitten wel drie keer per dag naar de files van Zygrib te turen, maar zien bij het opnieuw ophalen van weer gegevens, geen verbetering. We besluiten de sprong naar Mindelo te wagen. Maandag, want zondag willen we eerst hier een kerkdienst meemaken. De kerk zit stampvol en het is pas over drie weken kerstmis! Er zijn veel vrouwen en kinderen. Geen jeugd van tussen de 20-30 jaar. Een enkele man. ‘sAvonds is er een DJ in het dorp en wordt er plaatselijke muziek gedraaid. Beetje Zuid-Amerikaanse klanken. Best leuk! We zien Delfi-John en Kevin-John, nemen samen een biertje en nemen afscheid.
De volgende dag halen we het anker op en kijken voor een laatste keer naar het versleten dorpje. Het dorpje waar het motto ‘No Stress’ wordt aangeprezen en gebezigd. No stress…. tja… zo zou het altijd en overal moeten zijn.

 

 

 

 

Translate »