#sailingyachtisabella

(her)ken je dat?

 

ken je dat? Opeens krijg je een boodschap dat je mooie leventje niet langer is dan wat je dacht dat het zou worden? Ken je het zelf? Ken je het van nabij? 

Misschien is onderstaande een metafoor voor al je (mijn?) heimelijke wensen en gedachten. Misschien is het gewoon precies zoals het er staat. Lees en herken het metafoor voor jezelf. Kies!

 

Ken je die momenten dat ondanks dat je alle zeilen hebt bijgezet, je naar je gevoel geen spetter vooruit komt? Dat de wind tegen je zin in, zich te ruste legt? Dat het wachten op een herstart te lang duurt naar je zin, maar je ook de diesel wil sparen om deze op cruciale momenten te kunnen inzetten? Die momenten van wachten op dat ene? Dat ene hele belangrijke? Voor NU dat ene hele belangrijke? Al het andere vergeet je. De lijst met To-Do is niet meer belangrijk, het gaat zo ook wel. De zoveelste koffie of gemberthee smaakt niet meer en de toch al zo gelijkmatige gesprekken met je partner verstommen. Je tuurt voor je uit in de hoop dat ene belangrijke te zien aankomen: de wind. Maar ze blijft uit. Je scharrelt nog wat heen en weer in de kuip en in de kajuit. Je pakt het boek waar je een paar dagen geleden aan bent begonnen maar niet verder kon lezen omdat je nog zo veel te doen had. Voordat je het weet heb je drie bladzijden omgeslagen zonder dat je je kunt herinneren wat je hebt gelezen. Je gedachten dwalen af naar die prachtige momenten die je hebt beleefd. Zeldzaam mooi. Je hebt er nog loepzuivere beelden bij ook! Je wil ze vasthouden en nog eens beleven. Nooit meer loslaten en wel vier maal de aarde omzeilen om het thuiskomen uit te stellen.

Ondertussen klotsen de zachte golfjes ritmisch en voorzichtig tegen de romp van het drie centimeter dikke polyester dat je beschermt tegen ten onder gaan naar die vierduizend meter diepe oceaan. En het is niet meer dan dat. Drie centimeter verwijderd van een onmetelijke ruimte waarvan je zomaar een aanval van agorafobie zou kunnen krijgen. Eén kleine venijnige tik van een obstakel die de polyester huid doorboort en het zoute nat kolkt naar binnen. Jij nietig mens, nietszeggend mens, nietsbetekenend mens, jij vergaat. Je huid lost op gelijk als een etiket van een glazenpot die in de gootsteen ligt te weken. Flarden huid maken dwarrelend een spoor en laten je geloven dat die ene mens je hierdoor nog zal kunnen vinden. Je wordt aangetikt door een schepsel van de oceaan en niemand weet dat jij daar stukje voor stukje geruisloos in je graf verdwijnt. Ook je partner aan boord niet, want die is hetzelfde overkomen.

Je schudt deze gedachten van je af. Het zeilen kent immers ook zoveel andere kanten.

Je dobbert, je schip dobbert, je partner dobbert, je gedachten en verlangens dobberen in afwachting van die begeerlijke wind. Die wind die danst, die het wand omtovert tot muziekinstrument, die de zee opzweept naar torenhoge golven. Golven die schuimbekkend, likkend en hijgend jou achterna jagen, je willen grijpen en je willen overweldigen met hun natte zoute moleculen. 

Je schudt je hoofd. Onbegrijpelijk vind je het dat je gedachten telkens maar één kant op gaan. De kant van het onbekende, het meest angstaanjagende scenario. En toch zoek je het op. Je zoekt die spanning. Je wil je grenzen aftasten en ze uitdagen. Je grenzen verleggen en niet alleen voelen, maar zeker weten dat je een winnaar bent. Onovertroffen jij. Jij de held, de machtige. Machtiger dan dat ongrijpbare zoute nat. Jij zeezeiler, de niet wetende dat je zelf het grootste gevaar voor jezelf bent.

De zon trekt langzaam richting de golven en de geluiden die uit de kombuis komen verraden dat zonder dat je het wist, de tijd aan je voorbij is getrokken. Je lijnt je aan en roept naar beneden dat je nog even het dek en de genua inspecteert. Een dagelijks ritueel en klusje van niks, maar eigenlijk ook deels een excuus om je nog meer met die geheimzinnige op z’n prooi wachtende oceaan verbonden te voelen. De wind zwelt aan en klinkt hier op het voordek anders dan in de kuip. Helder en doordringender. Dieper je oorschelp in, niets ontziend in opmars je trommelvlies passerend richting je hippocampus om daar van al deze zintuigelijke waarnemingen een voor eeuwig blijvende afdruk op te slaan. Je voelt je voor altijd verbonden met al deze natuurlijke krachten en wil nooit meer iets anders. Jij en je fantastische schip zijn immers overwinnaars. Samen heb je herinneringen opgebouwd. Niets kan jullie doen ondergaan en voor de tijd die jou nog is gegund, zul je voort varen.

 

 

Met veel mooie herinneringen aan fantastische en heftige tijden nemen we afscheid van SY Isabella. Ze ligt te koop. Klik op onderstaande link en beeld je in dat jij de volgende kapitein bent samen met je bemanning/partner ook zulke mooie avonturen zult beleven.

Elise

 

https://www.uwjachtmakelaar.nl/zeilboot/157616/najad-390/

 

 

 

 

Curaçao ->  Sint Maarten, feb. 2018

 

 

 

het wachten op een goed weather window is voor veel zeilers een regelrechte test op het geduldig vermogen. Elke ochtend, elke avond wordt op de site van Zygrib de weersvoorspelling gedownload om vervolgens een dag te bewaren, want morgen is immers hetzelfde ritueel. Maar misschien ook niet en lezen we vandaag dat we morgen kunnen vertrekken. 

St. Maarten ligt in een rechte lijn gemeten op ongeveer 495 zeemijlen ten Noord-Oosten van Curaçao en heb je tenminste oosten wind nodig om daar redelijk in de buurt uit te komen. De wind die Zygrib voorspelt komt uit het noord-oosten en dat maakt het lastig. Dat betekent dat we tegen de wind- en stroming in moeten zeilen. Wachten dus…. Om de tijd wat te doden blijven we het ritme van de dag volgen, klim ik nog eens in de mast, wandelen we vele kilometers en genieten van de mooiste vergezichten.

We nodigen de opstappers Bart en Lisette uit om ons en Isabella wat beter te leren kennen. We zijn er beide van overtuigd dat we enorm boffen met deze twee kundige enthousiastelingen die ook nog eens de taal van de krijgsmacht spreken: duidelijk zijn. Super dus, want de overtocht zal geen makkie worden en heldere taal voorkomt misverstanden. 

Hans heeft voor de overtocht afspraken geformuleerd die we tijdens een lunch in Willemstad met elkaar bespreken. Geen alcohol, reven voordat de nacht valt, ’s-nachts niet alleen overstag gaan maar hulp vragen en eigenlijk liever helemaal niet overstag gaan, ’s-nachts altijd aangelijnd. En zo zijn er nog wat afspraken die niet alleen handig zijn, maar opgesteld zijn om de veiligheid aan boord zoveel mogelijk te waarborgen. Zelf voeg ik er aan toe dat ik het prettig zou vinden dat je vrij bent om aan te geven wanneer je liever niet in gesprek wil gaan. Je kent dat wel… begint er iemand tegen je te kletsen net op het moment dat je van de maan en de sterren wil genieten of van de klotsende golven, de ribbels in de golven die weer kleine golfjes vormen. Dromen, mijlen achter elkaar, met mijn voeten in de zee, turend naar de horizon en denken aan wat de toekomst nog allemaal voor mij in petto heeft. Ik ben er benieuwd naar, terwijl ik ook weet dat de toekomst gewoonweg grotendeels in je eigen handen ligt. Je hoeft het alleen maar zelf in beweging te zetten. Net als zeilen: je zeilt niet als je de zeilen niet hijst. Tja…., maar wat gebeurt er dan als je de zeilen hijst en er is geen wind of wanneer er plotseling een squall verschijnt? Als je geen risico’s durft te nemen, moet je thuis op de bank blijven zitten. En ik zit op Isabella en voel me verbonden met dit prachtige schip, de zee en alles wat daarin leeft. Maar hoe zal het verder gaan? Dus ja opstapper: mag ik je vragen stil te zijn als ik wil dromen? En zeg jij het tegen mij als je wil dat ik jou niet stoor? Deal!

Dan is daar het verlossende woord van Hans: we varen vrijdag uit! Er zijn wel vier mooie zeildagen in het verschiet en daarna zelfs bijna windstilte! Nou… windstilte lijkt me ook niet echt geweldig, maar verhoogt wel weer de kans op dolfijnen en walvissen, houd ik mezelf voor. 

De opstappers komen vrijdag met een minimum aan bepakking aan boord en krijgen al direct een taak toebedeeld. Ze pakken het op als jonge zeeverkenners: enthousiast en leergierig. Bernadette en Bert staan ons op de steiger uit te zwaaien en maken nog een foto voor Facebook. Iedereen moet natuurlijk weten dat we een dag of vier uit de lucht zijn 😉 

 

 

 

We varen de haven van Seru Boca Marina uit, langs Santa Barbara richting klein Curacao voor een Bbq aan boord, en ik besef dat dit de laatste keer is dat ik naar mooi Curaçao zwaai. Er is altijd wel een laatste keer en die blijven zich opstapelen. Je weet alleen nooit of het werkelijk een ‘laatste keer’ zal zijn, daarom is het goed dat je elk moment van de dag geniet van dit prachtige leven, ook al zijn er shit momenten. Geen pieken zonder dalen…

Mijn pieken ervaar ik door te kijken naar de weidsheid van de zee, de eindeloze voortgang, de horizon die horizon blijft, geen land in zicht. Zweven op de golven, zweven in het betoverende licht dat elk moment van kleur verandert en me doet herinneren aan een schilderij dat ik ooit zo foeilelijk vond omdat het me onecht overkwam en ik me nu realiseer dat die kleuren hier op de Caribische zee wel degelijk bestaan en ik ze werkelijk schitterend vind. 

 

 

Mijn mijmeringen worden verstoord door een geronkt in de verte. Ik tuur de horizon af en ik spring een gat in de lucht als ik het verkenningsvliegtuig van de kustwacht ontdek: collega’s van Lisette. Het komt regelrecht op Isabella af en wiebelt wat heen en weer teneinde een groet uit te dragen. Ik jubel, sta te springen en roep “WOW!! -OOHHH!!”. Ik kan zo genieten van de snelheid, het geluid en de kracht van vliegtuigen! En ja: wat een contrast met het genieten van zeilen zou je zeggen. Maar dat is niet zo. Zeilen is ook krachtig, een spel met de natuur wat het super boeiend maakt.

 

 

We varen al drie dagen en zien dat we niet echt opschieten. De stroming en de wind werken niet mee. Als het zo doorgaat zijn we over vier dagen nog lang niet in St. Maarten.

De opstappers kunnen het goed met elkaar vinden en wisselen de praktijk af met zeiltheorieën die ze vinden in boeken uit de bibliotheek van Hans. De kennis groeit en daarmee de overtuiging dat ze het alleen wel aankunnen. Dit mogen ze dan ook in de praktijk brengen. Omdat we telkens langzaam van koers veranderen en we op de plotter zien dat we de verkeerde richting uitvaren, worden er verhitte discussies gevoerd over het wel of niet overstag gaan. Ik draag mijn steentje bij en met drie tegen een geeft Hans ons de ruimte om overstag te gaan, zeker als hij is dat we ongelijk hebben. 

Op de plotter zien we de afbeelding van Isabella van koers veranderen en zijn direct overtuigd dat we er goed aan hebben gedaan. Hans laat weten dat we over een half uurtje wel anders piepen. Hij krijgt gelijk… Isabella zeilt regelrecht terug naar Curacao! Hoe kan dit?? 

“Oké! Overstag!!”, roept Hans als een ouwe rot in het vak compleet met stoppelbaard. We trekken de schoten aan en de genua en het grootzeil hellen weer over stuurboord. Isabela ligt weer schuin in het sop en is het tijd om de kombuis in te duiken, mijn taak voor deze week. Het maakt me vrij van wachtlopen, wat super fijn is en me de gelegenheid geeft om van de sterren en het schijnsel van de volle maan in de golven te genieten op momenten dat ik dat wil.

 

 

 

Dagen volgen elkaar op en de dag van windstilte breekt aan. 

Het ziet er naar uit dat de overtocht toch zeker acht dagen zal duren in plaats van vier. Ik ben een beetje bezorgd om mijn voorraad proviand. Ik bekijk mijn lijstje aan etenswaren en struin mijn voorraadkastjes af. Wanneer ik het een met het ander combineer kunnen we nog 12 dagen op zee zijn, daarna is alles op. Moet genoeg zijn, maar met dat verhaal van die ene zeiler in mijn achterhoofd dat je over deze tocht ook 21 dagen kunt doen, ben ik nog niet helemaal gerust.

We dobberen in een spiegelgladde zee met een glans van blauw aquamarijn waarin zonnestralen worden gevangen om ze ver onder het wateroppervlak te bundelen als een prachtig boeket bloemen. “Zullen we gaan zwemmen?”, stelt Hans voor. “JAAA!!!”, roepen we in koor. Ik spring het water in dat me omsluit als liefdevolle armen, me verwarmen en masseren. De temperatuur is heerlijk en ik schat zo’n 25 graden. Isabella lijkt reusachtig wanneer ik langs haar boeg zwem. Ze wiebelt een beetje en ik voel de kracht van het polyester. Ik zwem op veilige afstand, maar heel ver van het schip vandaan ga ik ook niet. Stel je voor dat daar dan toch plotseling Moby Dick naar boven komt… 

Dan opeens verlies ik mijn zonnebril. Suffe ik! Het ding dwarrelt langzaam de diepte in, dwars door de gebundelde zonnestralen en ik jammer om de plastic vervuiling van de oceaan waar ik door dit ding te verliezen nu ook debet aan ben. 

 

 

Aan alles komt een eind, dus ook aan leuke verzetjes. Lisette start de motor en geeft het sein om de koers weer op te pakken. Onafgebroken tuur ik met mijn voeten in het water over de zee om als eerste de dolfijnen of walvissen te spotten, maar ze laten zich niet zien. Heeft het te maken met mijn stemming? Komen ze alleen als je vrolijk bent? Tja… mijn stemming is gedaald. Het onvermijdelijke afscheid van de reis en dus van Isabella komt er al snel aan. Ik zal het missen. Nooit geweten en twee jaar geleden nooit gedacht dat ik zo zeer van de zee zou gaan houden. Ik beloof mezelf een huisje bij het strand. Daar zal ik ook uren over de zee kunnen staren. “Dolfijnen!!” roept Bart enthousiast. Kreten als ‘WoW’ en ‘Gaaf!’ wisselen elkaar af. Het is de eerste keer voor Bart en Lisette dat ze op de Caribische zee zeilen en worden op allerlei nieuwe ervaringen getrakteerd. Nu zijn het de dolfijnen waar ze bijna wild van worden. Ze genieten volop en wij van hen. Camera’s raken oververhit van het snelle klikken om de spetterende dolfijnenshow vast te leggen. Het lijkt wel alsof ze een feestje voor ons bouwen, alsof ze voelen dat dit de laatste mooie lange overtocht van Isabella is. Even snel als ze gekomen zijn, duiken ze ook weer onder naar de onmetelijke diepte en zien we ze niet meer terug. 

 

 

 

 

De laatste zonsopkomst van deze tocht is werkelijk adembenemend. Het lijkt alsof de horizon in brand staat. De vlammende zon schuift langzaam achter de coulissen vandaan omhoog en het zal niet lang meer duren voordat ze ons verwarmd.

 

 

 

Op de achtste dag proeven we de lucht van Sint Maarten en staan versteld van het nog altijd aanwezige orkaan Irma puin, de schade aan huizen en het verlaten gebied nabij de kust. De brug van Marigot Bay gaat open en varen we het lagoon binnen. Als het bekende geluid van het vallen van het anker volgt, liggen we weer op hetzelfde plekje waar we vorig jaar lagen toen we hoorde dat Hans zijn zus niet lang meer onder ons zou zijn.

 

 

Bart en Lisette boeken hun vlucht terug naar Curaçao en nemen we aan de wal afscheid van deze twee enthousiastelingen. Opstappers aan boord vraagt om inleveren van je privacy en dat moet je willen, moet je nodig vinden, moet je wat voor over hebben en moet je om je heen kunnen verdragen. Ze waren aangename gasten en we hadden het qua opstappers niet beter kunnen treffen. Zeer zeker!

 

 

Na een lunch varen we met de dinghy terug naar Isabella, ik pak mijn rugtas in, mijn handbagage en kijk nog eens rond. Het was een heel mooie tijd. Leerzaam, ontspannend en heel in het begin soms vechtend tegen heimwee. Verbazingwekkend hoe ik me als een ingegroeide teennagel hechtte aan het zeilersleven, genietend van de natuur, van de eilanden die we hebben bezocht, de medezeilers die we hebben leren kennen, de vreemde gerechten die we hebben geproefd, maar bovenal van de enorme vrijheid en de rust die het zielersleven biedt, je moet het alleen wel willen/kunnen zien. 

 

Hieronder een YouTube filmpje

 

 

 

Curaçao

 

 

 

Curaçao, aug. 2017

We varen langs een exclusief uitziend resort met een smal wit strandje en keurig in een rij staande palmbomen. ‘Saai’ is het woord dat als eerste in me opkomt. Even iets verder is de ingang van het Spaanse water en om de hoek van het vaarwater ligt de haven. De havenmeester geeft geen gehoor aan onze oproep via de marifoon. We leggen Isabella aan op de eerste de beste vrije steiger. Straks maar even kijken waar we mogen liggen.

Het feest van in een haven liggen is de heerlijke douche! Net zolang totdat ik bijna opgelost als een suikerklontje in warme thee door het afvoerputje verdwijn, sta ik met m’n lange haren onder die lauwe harde straal. Ik beloof mezelf hierop minstens twee keer per dag te trakteren!

We leggen contact met familie in Nederland en op Curaçao met vrienden Bert en Bernadette. Er moet nogal wat geregeld worden om Isabella een paar maanden hier achter te laten. Ze moet in depot wat betekent dat we er vanaf die dag niet meer mee mogen varen. Het kan niet anders, want de duur van haar verblijf hier is langer dan drie maanden en zo voorkomen we dat we invoerrechten voor Isabella moeten betalen. Op pad dan maar.
We kunnen de auto van B&B lenen! Super blij hiermee rijden we naar Willemstad en zoeken de twee kantoren op die, hoe kan het ook anders, ver uit elkaar liggen. De papierwinkel begint opnieuw en staan we op verschillende plaatsen geduldig te wachten tot alle stempels, zegels en formulieren weer zijn geregeld.

De eilandbewoners zijn gek op gokken en op bijna elke hoek van de straat vind je wel een kiosk waar je loten kunt kopen. Merkwaardig… waar zou dit gebruik vandaan komen?

 

 

In Willemstad herken ik de straat waar ik een eeuw geleden met m’n kleine spruit Roeland van anderhalf aan het rondneuzen was. Snel een fotootje maken en weer verder lopen. Je hoort er Nederlands spreken, Engels, Papiamento, Spaans en dan horen we een verbaasde “Elise?? Hans??” Herkenbaar van de foto die hij me toestuurde zie ik de piloot van het Coastguard Aircraft team, Richard Kampert.  Richard had de website Isabella gegoogled en de foto’s bekeken. Zodoende herkende hij ons. Wat een toevallige en leuke ontmoeting! We babbelen wat en vervolgen ons pad richting het reisbureau. Er moeten tickets worden gekocht.

 

 

Als alle klussen geklaard zijn vertrekken we naar Nederland. In een maand tijd nemen we afscheid van Marion (zie blog ‘Fan’), kopen we ieder een auto, start ik met parttime werk als VSggz, sjokken we van zomerhuisje naar zomerhuisje omdat Hans’ en mijn huis zijn verhuurd, bezoeken we ieder onze kinderen en verwelkomen het eerste kleinkind van Hans. Een klein schattig meisje.
Het voelt vreemd om na acht maanden weer in Nederland te zijn. De drukte die het met zich meebrengt past niet meer bij mij. De laatste maanden heb ik zó genoten van het leven op Isabella. Opvallend is hoe vol de agenda’s van anderen zijn en opvallend is dat die van ons ook opeens weer vollopen. Het lijkt wel alsof we hier ‘nodig’ zijn.
Het is dan dat Hans voorstelt om Isabella in de verkoop te zetten en naar een huis te zoeken. Het plan voor de wereldomzeiling verdwijnt in een la en komt er niet meer uit.

Veranderde plannen vergen actie om ze te realiseren. We vliegen terug naar Curaçao om e.e.a. te regelen.

 

 

 

We huren een auto en met een biertje in ons hand, zoals een echte Curaçaoënaar betaamt, rijden we onder de heldere sterrenhemel en een halve maan omhuld door een prachtige halo-ring, richting Seru Boca Marina. Daar ligt ze. In het schemerlicht van de halve maan en het spaarzame lichtje van de steiger, glanst de boeg van Isabella. Ze ligt met de voorsteven naar ons gericht en er bekruipt me een gevoel, nee een besef, dat dit prachtige schip een merrie is. Ons betrouwbare, prachtige paard dat ons over de Atlantische Oceaan heeft gebracht. Veilig en stabiel, krachtig en voor geen kleintje vervaard, moedig en speels tussen de meters hoge golven, spelend met dolfijnen en rustig dobberend tussen de walvissen. Ze is een pracht en ik voel een zoute parel langs mijn wang rollen. Wie zegt dat Isabella dood materiaal is van polyester met RVS, die liegt. Isabella LEEFT!!

“Wat is ze mooi hè?”, hoor ik Hans zeggen. Ik krijg amper geluid uit mijn dikke emotievolle keel. “Hujah”, piep ik, “Zó prachtig!!”
Hans pakt mijn hand. “Ja meis… het leven gaat door…”
Ik weet wat hij wil zeggen, maar ik wil het niet horen. Ik wil de droom vasthouden en alle minder glorieuze en onromantische momenten van het afgelopen jaar voor het gemak maar even vergeten. Het was immers toch ook genieten?!!
Ook al is er te weinig licht; ik maak een foto van Isabella, wetend dat ik dit moment wil koesteren.

Isabella ligt onder een dikke, ja echt dikke, laag stof. Iemand heeft hier zijn stofzuigerzak uitgeklopt. Daar lijkt het op. In werkelijkheid is het stof van de berg waarachter de haven Suru Boca Marina ligt. Een klusje voor morgen. Nu eerst het bed opmaken, douchen en morgen verder zien.

Morgen bestaat uit het grondig afspoelen van het dek. Een klus voor Hans. Voor mij is er benedendeks heel wat te doen. Heerlijk in die hitte! Niet dus. Na een minuut druipt het zweet uit mijn poriën en plakt het weinige textiel dat ik aan heb als een vloeipapiertje op mijn lijf. Bah!!

Na een ochtend hard werken ploffen we neer in de kuip. We hebben besloten om ons aan te passen aan het ritme van dit stukje tropisch Nederland. Het werk zit er voor vandaag op en begeven ons alweer naar de douche.

De dagen rijgen zich aaneen. Dagen van geen wind of een klein zuchtje wind, als gevolg van de orkaan Irma die op komst is. Irma koerst op de bovenwindse eilanden af en laat zoals al haar voorgangers, de benedenwindse eilanden met rust. Dit heeft tot gevolg dat het ongekend heet wordt op Curaçao.

 

 

Elke ochtend staan we vroeg op, klussen we een beetje en rijden ’s-middags naar een rustig strandje. Behalve deze donderdag. Vandaag staat de wedstrijd Oranje v/s Frankrijk op het programma. Van B&B hebben we gehoord dat de Netto bar op Otrabanda een typisch lokaal kroegje is waar je voetbal kunt kijken. Wij dr op af!
De Netto bar is een piepklein kroegje met van allerlei leuk spul tegen de muur en op de bar. Hans vraagt aan de oude barkeeper of hij ook de TV aanzet om naar de wedstrijd te kijken. Met een blik van ‘Ikke-nie-begrijpen’ zegt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. Hans kijkt verbaast en stelt nog eens de vraag rondom de voetbalwedstrijd, maar alweer antwoordt de man dat hij geen muntjes heeft voor de jukebox. We geven het op en steken de straat over naar het sportcafé. Daar hangen kingsize posters van vRobben, Cruijff en andere voetbalgrootheden en jazeker, zegt de eigenaar volmondig, zeker gaat de zender over naar Oranje v/s Frankrijk. Mooi zo. We bestellen twee ijskoude gingerale’s en tellen af: nog twee uur te gaan voordat de wedstrijd begint… Tja.. we willen wel een stoel natuurlijk 🙂

 

Dan begint de wedstrijd Oranje vs Frankrijk zonder geluid. We klagen niet. De wedstrijd zien alleen al is om te huilen en ontlokt mij te zeggen dat de spelers mogen verdienen naar prestatie: nul. Na een paar uur stappen we gedesillusioneerd op. Wat een flut wedstrijd!

 

 

 

We toeren richting West-punt wanneer ik een bordje zie met de tekst: original museum of the slavery. “Stop!!”, roep ik snel. “Stop dan!!”, zeg ik na een seconde alweer.
“Wat is er dan?”, vraagt Hans verbaast. “Daar is een museumpje met een echt Kunuku huisje. Dat wil ik zien van binnen! Ga je mee terug?”
“Schat, ik heb die huisjes al zo vaak gezien! Je ziet er niks aan”.
“Ja, maar dit is een museum! Wil je dat dan niet zien?”
“Ga jij maar alleen. Ik blijf wel in de auto”.
Ik stribbel niet meer tegen zoals een paar maanden geleden in de hoop Hans over te kunnen halen om mee te gaan. Als hij niet wil, dan ga ik alleen.

 

 

Ik stap het terreintje op en zie een donkere Curaçaose vrouw in traditionele kleding met een lange bezem as uit een oven vegen. De resten as en stof vliegen om haar hoofd. Ze vertelt aan een groep vrouwen hoe de slaven met deze oven brood bakten. Wanneer de groep doorloopt naar hun workshop ‘brood bakken’, loop ik naar de vrouw en begin een praatje. Een lang en geen onbekend verhaal over de slavernij volgt. Hoe de bazen de slaven martelden wanneer er iets niet naar hun zin was. Hoe ze op hete kolen een ijzeren bout verhitte om fraaie plooitjes in de dresses van de missies te strijken. En wee degene die de jurk daardoor weer smerig maakten of er per ongeluk een bruine schroeivlek op achterliet.
De ogen van de vrouw verraden het leed wat haar familie is aangedaan. Ze neemt me mee naar een beeltenis van hun geketende leider Tula en vertelt me dat zijn geest nog bij hen is en niet eerder rust heeft dan vanaf de dag dat al zijn afstammelingen ook geestelijk vrij zijn. Ze kijkt me aan en haar ogen lijken donkerder te worden. Ik zie dat ze het leed van haar voorouders nog bij zich draagt en ik ben ontroerd en schaam me voor wat de blanke mens hun donkere medemens ooit heeft aangedaan. Ik vraag of ik haar een hug mag geven en dat mag. Wat een bijzondere ontmoeting!

 

 

 

Isabella wordt grondig schoongemaakt, kussens geklopt, staal gepoetst, wassen gedraaid en de watertank opgetopt. De koelkast moet leeg en we hebben daar een gretige afnemer voor gevonden. P&D uit de USA zien de bodem van hun scheepskas naderen en zijn blij met alles wat er binnenkomt.

Dan komt de man met zijn fototoestel en graast met zijn ogen Isabella af. Klik-klik-klik, doet het apparaat. “Kan dit even opzij?” vraagt de man en met tegenzin doe ik wat me wordt gevraagd. Hans spreekt een prijs af en zegt er geen cent minder voor te willen hebben. Als ze niet wordt verkocht, varen we haar nog een stukje verder.
Ik zie wel.

Nog net zien we op de Curaçaose TV de eerste beelden van de ravage die orkaan Irma op de noordelijke Caribische eilanden heeft toegebracht. Een drang om te helpen voel ik zeker, maar het rationele gedeelte van mijn hersenen is op dit moment toch sterker dan het emotionele stukje. We moeten terug naar Nederland. Mijn huis is uit de verhuur en mijn spullen kunnen weer uit de opslag. Mijn eerste kleinkindje kondigt zich aan en zal ik beslist even van willen genieten!!

Dag Isabella! Tot in januari 2018! Dan zien we elkaar weer!

 

 

 

 

Translate »