van St.Lucia naar St.Maarten (Dominica, Les Saints, Guadeloupe, Antigua, Barbuda)

 

 

 

 

Bij het horen van de bestemming ‘Caribisch gebied’ slaat bij menigeen de fantasie op hol. Witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons met passionele strelingen en ga zo maar door. Niets is minder waar, blijkt in de eerste weken na onze aankomst. De 18 dagen Atlantische Oceaan waarop er weinig geklust (behalve dan het tijdelijk repareren van de motor) en schoongemaakt is, moeten worden ingehaald binnen een week en het liefst binnen twee dagen! Het werktempo schiet van nul- tot boven 2000 toeren per minuut.

De hitte werkt niet mee en wanneer we avonds om zes uur een aantal taken van de to-do-list kunnen schrappen, duik ik de keuken in om onze lijven van brandstof te voorzien. Op dit tijdstip is de zin om deze klus nog te klaren ver te zoeken. Dat mag duidelijk zijn. Maar allez.. eten hoort bij het leven. En wat eten we dan? Eigenlijk heb ik in deze drukte geen zin om ook nog eens naar een supermarkt te zoeken en zware tassen te sjouwen, maar er ontbreekt verse groente. Ik ontkom er niet aan om de supermarkt te bezoeken. Ik pak de boodschappentas weer op en kiep de Kaapverdische Escudo’s uit m’n beurs om plaats te maken voor de vreemde EC-dollars, waarvan ik in het begin dacht dat het om ‘easy dollars’ ging. 1 EC$ is 33 eurocent. Ik vraag aan de bewaker van het marinapark waar de supermarkt is. Hij wijst me de weg en is ongeveer een kwartier lopen, dus dat valt mee.

Eenmaal op weg blijkt dat er geen voetpad langs de tweebaans ‘snelweg’ ligt en moet ik de berm in om mijn doel te bereiken. Met mijn lange witte benen onder m’n korte rokje en T-shirtje lijk ik voor een auto vol werklui een attractie te zijn en het volkje vermindert duidelijk vaart om die withuid eens te bekijken. Stoïcijns loop ik met mijn neus en kin omhoog door de hondendrollen en andere prut in de berm. Bah, ik heb geen zin in die hongerige ogen en pak m’n mobiel om een vriendin te bellen. Dit gebaar is blijkbaar niet aantrekkelijk en de auto speert er weer vandoor. Als de verse groente en fruit eenmaal zijn afgerekend loop ik terug naar de weg, steek mijn hand op naar een naderende bus en stap in. “To the marina please”, zeg ik tegen de chauffeur. Voor 60 euro-cent brengt hij me weer terug van weg geweest.

Later blijkt dat dagelijks de fruitboer in z’n gammele schuitje langszij komt. Dat is een gemak en bespaart gesjouw! De volle wasmand besteed ik uit aan een dame die met een soort van Golfkarretje over de steigers rijdt. Heerlijk om het een keer niet zelf aan boord in een emmertje te moeten soppen! Over twee uurtjes komt ze de was weer terugbrengen. Ik ben verbaasd hoe snel dat is! Later bij het opruimen van de was begrijp ik waarom: vlekken zijn niet verwijderd en fris ruiken doet het ook niet echt. Zonde van de zestien euro! De volgende poging gun ik ‘Sparkle’. Een vriendelijke man die met zijn bootje door de haven vaart en wasgoed verzamelt. Het is een goede beslissing: schoon met een lekker geurtje! Dat wordt eindelijk weer eens lekker slapen tussen frisse lakens!

 

Dagen verstrijken en inmiddels hebben we afscheid genomen van de Gwelan (zie slot film Atlantische oceaan deel 4), die op doortocht is naar St. Maarten. Dat is ook ons doel, maar we zullen deze afstand in een iets rustiger tempo varen.
De vermoeidheid van de overtocht, gespekt met het harde werken hier in Rodney’s Bay, Saint Lucia, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt, doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een streling. Het is ook niet niks om zonder ‘oefening’ vooraf, al meer dan een half jaar 24/7 in 12 kubieke meter boot op elkaars lip te zitten. En dat op onze leeftijd! Ieder met een duidelijk eigen karakter en rumoerig verleden. En toch is daar telkens weer die wens, dat gevoel van ‘door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit.

 

De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer een stukje verder zeilen en gaan ankeren. Het is de eerste plek waar ik na 30 jaar opnieuw kennis maak met de onderwaterwereld van het Caribisch gebied. Er zijn niet veel vissen en zeker niet groot of spectaculair van kleur, maar wat ik zie is prachtig genoeg om opnieuw mijn hart te verliezen. Wat is de natuur toch mooi! En wat zijn wij mensen, ik heb het al eerder gezegd, ten aanzien van de natuur veelal toch hebzuchtig en ja sommigen zelfs vernielzuchtig. Wat een ‘lost’ als je niet in staat bent om dit moois te herkennen en te respecteren. Maar genoeg gezegd/gepreekt: ik geniet, voel m’n lijf en ben eindelijk weer ontspannen en van plan om nog veel meer moois te ontdekken!
We lopen samen naar het dichtstbijzijnde stadje en zien in de berm van de weg een autootje staan met een kraampje. We gaan eens kijken wat daar te koop is en zien een ‘fris gewassen’ man verse vis schoonmaken. De schubben vliegen in het rond en dalen op zijn T-shirt neer. Aan het T-shirt te zien heeft de man hier gisteren en eergisteren ook vis staan schoonmaken. Hij spreekt in een onverstaanbaar taaltje met een lokale bewoonster. Ik zie haar wijzen naar een koelbox waarin een soort van slootwater zit. De man lijkt wat te mopperen, pakt de vis bij z’n staart en laat hem in de koelbox vallen. Met zijn handen wast de man de losse schubben van het vissenlijf en veegt daarna zijn handen aan zijn broek af. De vis wordt weer op de tafel gekwakt en met een grote klewang en een klos hout, hakt de man de vis in moten.
“Lekker!”, roept Hans. “Zullen we een paar moten kopen? Ik heb wel zin in een lekker stuk MahiMahi vanavond!” Alle vooroordelen van onhygiënische toestanden met het risico op een flinke darminfectie zet ik opzij. De vis is vers, dat is zeker. Of hij op hygiënische wijze wordt schoongemaakt is op zijn minst twijfelachtig te noemen. Ik produceer een vreemd keelgeluidje en met opgetrokken wenkbrauwen hoor ik dat ik zomaar zeg “Dat is goed”.
De locale mevrouw lijkt de visboer nog eens te wijzen op de inhoud van de koelbox. De man is overtuigd dat er niks mis is met het spoelwater, maar kiept de box toch maar leeg en vult het met fris water uit een jerrycan. Ik kan de bodem van de box weer zien. We nemen vier moten en smullen ’s-avonds van de MahiMahi zonder een dag later last te hebben van vervelende darmproblemen.

 

Na een bruisende vrijdagavond tussen de plaatselijke bewoners, waar het ritme van zuid-Amerikaanse muziek de heupen van menigeen in beweging zet, zij hun etenswaren op straat verkopen en de zwerfhonden zich tegoed doen aan het vleesafval, vertrekken we de volgende ochtend naar Martinique.
Het overvolle Martinique vinden we maar matig aantrekkelijk. We doen er ‘ons ding’ en besluiten na de derde nacht het anker weer op te halen.

 

Op de ankerplaats bij Dominica lijkt er een competitie te bestaan tussen de bootjes-mannen. Mannen die met hun gammele vaartuigjes zo snel mogelijk naar je boot racen om je de beste ankerplaats aan te wijzen. Niet voor niets natuurlijk. 5 EC$ is eigelijk te weinig en de ontvanger staart dan ook teleurgesteld en verwonderd naar de inhoud van zijn handpalm. We vinden het genoeg, zeker omdat we zelf ook wel een geschikte plaats kunnen vinden en de sympathie bij de bootman ver te zoeken is. Deze kennismaking met Dominica zet zich voort wanneer we op straat lopen en opdringerige zwervers geen genoegen nemen met een enkele ‘No-thank-you’, het zinnetje dat we inzetten wanneer er om geld wordt gebedeld. Dominica is te mooi om ons lang te irriteren aan dit gedrag en vinden een taxi-driver die ons naar het tropisch regenwoud brengt. Een rit van ruim drie kwartier met hoe hoger we komen, hoe smaller de weg en nog steeds kans op tegenliggers!
De modderige steile paden van het ‘hiking-pad’ zijn ingelegd met oude boomstammen en geven enigszins houvast. Het uitzicht hier boven op de top van de berg is werkelijk adembenemend! Niets anders dan diverse gebergtes die bedekt zijn met groene wouden. Als ik een vogel zou zijn, dan zou ik hier willen wonen. Zwevend en turend over de toppen van het groen mijn weg vinden. Of nee, niet mijn weg vinden, maar waar ik de wind mijn richting laat bepalen. Misschien wel eindeloos lang met mijn vleugels gespreid over die zuurstofhuisjes met groene daken. Ongestoord door mensen of gedachten aan onopgeloste vraagstukken. Vrij, zo vrij als een vogel kan zijn.

 

Nieuwsgierig vragen we ons af welke inheemse diersoort we als eerste zullen tegenkomen. Maar na een tocht van anderhalf uur klimmen en dalen, zien we nog steeds niets! Zelfs geen mug! Maar wat schetst onze verbazing? We komen soortgenoten tegen! Twee Amerikanen die genietend van het uitzicht hun overlevingspakketje aan het verorberen zijn. We maken een praatje en schieten foto’s van elkaar. Altijd leuk om Amerikanen te ontmoeten. Het voelt als een soort van ‘bekende buren’.

 

Er is nog een stukje Dominica dat we niet willen overslaan: The Indian River. Ook hier ontstaat geharrewar over geld en even komt de nare smaak van ‘opdringerigheid’ en ‘profiteren’ in onze monden terug. Na wat afspraken over de betaling ploffen we in de schuit die ons naar de rivier zal brengen. De bestuurder vertelt de geschiedenis van de rivier en welke diersoorten er leven. We zien inderdaad twee krabben en een blauw-paarse vogel. Niet echt spectaculair. Wat wel indrukwekkend is, is de spiegeling in het water van de Mangrove bomen met hun grillig gevormde wortels. De gids wijst ons nog een klein houten hutje aan. Een overblijfsel uit de opnames van een van de films ‘Pirates of the Caribien’ met Johny Depp. Zou het echt zo zijn? We weten het niet en halen eenmaal aan boord het anker weer op om te koersen naar Les Saints.

Les Saints is volgens de Pilot een paradijs op aarde met nog veel historie. Dat spreekt ons aan en een halve dag en 15 mijl verder komen we aan in een plaatsje dat qua toeristenmassa veel weg heeft van Volendam. Ook al hebben we de nieuwste Pilot: hij moet toch eens herschreven worden! We aarzelen dan ook geen moment en vertrekken de volgende dag alweer.

In Guadeloupe zeilen we door naar naar een armzalige vissersplaatsje met een goede ankerplaats, maar ook hier kunnen we niet vinden wat we hoopten aan te treffen, namelijk gemoedelijkheid en vriendelijkheid. Zelfs de restaurant eigenaar is snauwerig en totaal niet bereid om ook maar één woord Engels te begrijpen. Onze Franstalige knobbel wordt gestart en in samenwerking met handen en voeten bestellen we een malse steak du Bifteck. Verkeerde keuze, gezien de structuur van het vlees dat verdacht veel op een oude stier lijkt. Wegwezen dus.

En dan is het eindelijk zo ver!! Het geratel begint zacht. Ttrrrrr….ttrrrr…. en dan opeens een heel lange ttrrrrr!!! Het houdt niet op. Hans vliegt op van de bank en is in no-time in de kuip! “Dat is een vis!!” roept hij opgetogen. Zijn ogen glinsteren! Al die maanden is de hengel regelmatig uitgegooid, maar zat er behalve wat wier, geen vis aan de gemene haak. Nu wel! En een forse zo te horen. Het geratel wordt door Hans geblokkeerd en zachtjes trekt hij aan de lijn. Het is een feit. We hebben vangst! In de verte springt de vis boven de golven uit en probeert zich los te rukken van de haak. Die gemene grote haak met weerhaken op de punten, zodat er geen ontkomen meer aan is. Arme, arme vis!! Z’n lijf kromt zich in allerlei bochten om aan de haak te ontsnappen. Schuimende koppen zeewater liggen als een kroon om het enorme glanzende beest dat woest aan de lijn trekt. Langzaam haalt Hans de lijn binnen, wacht even en trekt weer verder aan de lijn. De vis wordt moe en op het moment dat de vis een moment uitrust van zijn gevecht, trekt Hans weer aan de lijn.

“Het is een MahiMahi!”, roept Hans. Een schitterende blauw-groen gekeurde huid spat boven het water uit en zakt weer onder. Dan is de vis vlak bij de boot en moeten we hem aan dek zien te krijgen. Een hele klus, want de vis geeft nog steeds niet op en biedt weerstand. Ik neem de hengel van Hans over, zodat hij zijn handen vrij heeft om… ja schrik niet… om een grote haak te pakken. Een haak die speciaal bedoelt is om een vis aan de haak te slaan en aan boord te trekken. Ik durf niet te kijken en roep weer “AHHH!! Zielig!!!”. Ik bid voor de vis en dank hem voor zijn leven dat hij geeft om ons te voeden. Dan is de vis is aan boord. Hans haalt de haak uit zijn lijf en direct zie je de prachtige groene en blauwe metallic huid veranderen in dof-grijs. De vis is dood. Om later het visverhaal kracht bij te zetten pakken we de meetlat en meten 140cm MahiMahi!! Een joekel!! De bak waar anders de landvasten liggen is nu het tijdelijk mortuarium.

 

Antiqua is in zicht en we redden het nog net om voor zonsondergang te ankeren. Hans wil de keuken gebruiken om de vis te fileren, maar de herinnering aan de visboer in de berm zorgt er voor dat ik tegen dit idee in opstand kom. Ik wil in de keuken geen rondvliegende visschubben, bloed en ander visafval. Ik griezel van het idee. Hans geeft zich gewonnen en verplaatst de slacht naar het achterdek. Behendig fileert hij de vis en kiept het afval in een emmer. De vriezer is 14 ruime porties MahiMahi rijker. Het visafval gaat overboord en al snel komen daar kleine monsters op af. Baracuda’s en kleine haaien. Nou ja klein… anderhalve meter toch zeker wel. Mijn dagelijkse duik in de zee sla ik vandaag maar een keer over.

 

Ondertussen zijn we aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. En ook al weet ik dat het door mannen vaak als ‘gezeur’ wordt beschouwd en ze zich er liever niet, of botweg ‘niet’ aan overgeven, ik kan het als rasechte verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg (nurse practitioner mental healt care) niet nalaten om toch regelmatig een diepgaand gesprek te starten. Het is de nooit aflatende belangstelling naar het innerlijk leven, gedachtengang, gevoelens, beweegredenen van mijn medemens, die me telkens op dit spoor zetten. Het is nu eenmaal zoals ik ben. Hans lijkt dit steeds beter te accepteren en ik accepteer meer dat ik hem niet dagelijks aan mijn ‘hebberigheid’ op dit gebied moet blootstellen en stel mijn behoeftes bij.Ook de To-Do-List lijkt aardig geslonken te zijn en behalve het vervangen van de windmeter, komen geen nieuwe klusjes bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik mag weer de mast in en gewapend met camera, kniptang enzovoorts, hijst Hans mij omhoog. Geen probleem en in een dag is de klus geklaard! Toch fijn om te weten of het nu 6bf is of 4bf 😉

 

 

 

 

 

 

We verkennen kort het eilandje Antiqua waar het uitzicht over de oceaan werkelijk schitterend is! Prachtige turquoise gekleurd water. Het ligt er als een juweel onder halogeenlampen te schitteren. Het is de geboorte van mijn wens om mezelf ooit zo’n kleur oorbellen cadeau te doen, als mooie herinnering aan de Atlantische oceaan. Misschien blijven we hier te kort, maar we moeten eind februari op st. Maarten zijn en willen Barbuda ook nog verkennen. Alweer halen we het anker op.

 

De hernieuwde kennismaking met de onderwaterwereld wordt tussen de riffen van Barbuda voortgezet. Vissen van werkelijk de prachtigste kleuren schieten schichtig hun holletjes in als de twee grote monsters met zwemvliezen en snorkelsetje op ze af zien komen. Nog net kan Hans een pijlstaartrog (Stingray) met een staart van twee meter lang filmen en ik weet de kleinere visjes te ‘pakken’. De schildpadden blijken toch niet zo traag als we denken en zwemmen te snel verder om ze ook op de film te krijgen. Het is alweer een hele belevenis!

 

https://www.youtube.com/watch?v=Kv6r7FPqpXw

 

Om iets meer van Barbuda te zien besluiten we met de dinghy naar de wal te gaan. Een stil armoedig dorpje ligt achter een brede lagoon en we slepen de dinghy over het smalle stukje strand om de lagoon te kunnen oversteken. Erg ondernemend is de bevolking niet en na urenlang zoeken naar een busje of taxi om ons naar een bijzondere cove te rijden, geven we het op. Een bezoek aan een vogeleiland blijft over. Het is paringstijd voor de Fregatvogels en de mannetjes zetten hun keel op. Een enorm grote rode zak bolt onder hun snavel op tot een soort van luchtballon en trachten hiermee de vrouwtjes te imponeren. Stiekem grinnik ik om mijn gedachten waarom het bij de mens ook niet zo geregeld is. Je zou direct herkennen wat er zich in die mannelijke grijze massa afspeelt.

 

 

We gaan terug naar de dinghy. Het is altijd belangrijk om voor zes uur je boot bereikt te hebben. Een uur later is het donker en ben je daardoor lichtelijk visueel gehandicapt. We slepen de dinghy weer terug naar de oever van de oceaan. Het water lijkt onstuimiger. Grote brekers komen op het strand af rollen. Het is goed te zien dat het strand niet glooiend de zee in loopt, maar al vrij snel stijl naar beneden gaat. dat is lastig om de dinghy het water in de krijgen. We tellen de brekers. Na twee grote brekers zou het moeten lukken om het water in te gaan. De golven lijken nijdig en niet bereid tot medewerken. Ze produceren een donderend lawaai. Hans telt en bij “JA! NU!” spring ik in de dinghy. Nog net hoor ik “HO!!” Ik zie een golf boven de dinghy en mijn hoofd uit toornen, het bruisend lawaai vult mijn oren en als een willoos vod word ik met dinghy en al opgelift, door de dinghy gesmeten en met een klap kom ik met mijn gezicht tegen de motor aan. Ik hoor water-gebubbel en weet nog net te beseffen dat je ook op deze manier kunt sterven. Een volgende golf duwt me met dinghy en al richting de wal en plots kan ik weer met met hoofd boven water uitkomen. Ik voel aan m’n gebit en constateer dat ik al mijn tanden nog heb. Dat is een geluk! Ik hoor Hans roepen “Laat die dinghy! Laat die dinghy! Kom hier!!” Ik draai om en zie de ravage: de dinghy ligt met motor en al op z’n kop in de woeste zee en lijkt terug de golven in te gaan. Er drijft een tas en een eenzame schoen in het water en op de wal staat Hans. Ik kan de dinghy niet laten gaan, maar dat is een te groot gevecht voor mij alleen. Dan komt er weer een golf en pakt de dinghy op en kwakt hem richting strand. Hans pakt de dinghy en stelt me gerust dat de tas met iPhone, fotocamera, paspoorten, portemonnee door hem is gered. Wat een geluk! En dan proef ik bloed. De klap heeft een nare schaafwond op m’n bovenlip achtergelaten. er hangt een velletje te bungelen. Ik zal het er later wel afknippen. Dat stukje Elise is nu toch al verloren. We rapen de hele handel bij elkaar en proberen zonder succes de motor te starten. dat wordt roeien. De volgende poging om het water in de komen is meer succesvol. Bang om nat te worden heeft geen zin meer en vurig hoop ik dat de diepvrieszak waar ik mijn mobiel en camera in heb gestopt, werkelijk een waterdichte afsluiting is geweest. We roeien een paar meter en dan breekt er tot overmaat van ramp een roeispaan af. Dat wordt tegen de stroom in en nog trager dan traag bij Isabella zien te komen. We blijken een perfect teamtje te zijn met z’n tweetjes en na een half uur kan ik me eindelijk vastklampen aan het trapje van Isabella.

 

Snel ruimen we de dinghy op en check ik de inhoud van mijn rugtas. De iPhone en camera zijn droog gebleven! Hoera!! Ongelofelijk goed nieuws en nooit verwacht! Dan is er tijd voor mezelf en stap ik met heerlijke amandeldouchecrème en shampoo onder de douche, knip het velletje van m’n bovenlip en zet een pot thee.

De volgende dag haalt Hans het motortje uit elkaar en maakt het schoon: overal zit zand! Na een klein uurtje werken doet ie het weer!

“We hebben geluk gehad”, zegt Hans betekenisvol. Dat hebben we zeker. Na een uur ruimen we de kuip op, starten de motor van Isabella en zetten koers naar St. Barths. Het is voor de verandering weer eens een nachtje doorvaren, maar we willen hier weg.

StSt. Barths wordt ook wel het Saint Tropez van de Caribean genoemd en daar is direct alles mee gezegd. Dikke patserige motorjachten, mooie stijlvolle motorjachten, winkels van Cartier, Prada, Rolex enzovoorts. Het blijft dus vooral window shopping, maar op die windows heb ik wel wat DNA van mijn neus achter gelaten! Ik sta figuurlijk met mijn gezicht tegen het glas geplakt en kijk mijn ogen uit naar al dat moois, zie ook foei lelijke dingen, maar ach… heeft niet alles gewoon met persoonlijke smaak te maken? En dan zien we een klein winkeltje met daarachter Italiaans ijs! Daar gaan we natuurlijk wel naar binnen! En dan? Op naar St. Maarten. Daar zullen we na bijna twee jaar René & Brigit uit Boxtel weer zien. Zij zijn in 2015 met SY Blue Spirit vertrokken en genieten sindsdien al meer dan een jaar van het Caribisch gebied. Wat heerlijk om oude vrienden tegemoet te varen! Zin in! De Brabantse en Boxtelse vlaggen worden alvast gehesen!