We trekken verder

Na het nachtelijk avontuur van Eb en Vloed, worden we de volgende dag loom wakker. Vandaag staat er een dagje niets doen op het programma. Lekker voor anker liggen en om ons heen kijken naar het mooie landschap en de zeilbootjes die door de slingerende rivier voorbij tuffen. Dan komt er in de verte een groot wit gevaarte aan met prachtige donkerbruine zeilen op. “Kijk eens jeetje hee! Die loopt zometeen vast!”, roept Hans. Maar hij vergist zich. Hoewel het schip zich niets aantrekt van de krommingen van de rivier en ze juist afsnijdt, loopt het schip niet vast. Wanneer het gevaarte dichterbij komt blijkt het een platbodem te zijn met de Hollandse naam De Twee Gezusters en met wel geteld drie Engelse gezinnen aan boord. Op 20 meter afstand van Isabella gooien ze het niet klein uitgevallen anker uit. Kort daarna volgt een blauw-grijze tweede platbodem met ook heel wat English people on board. Ze schuift behoedzaam naast de witte en legt zich vast met wat landvasten. Hans aanschouwt het spektakel met een verrekijker. Hij geniet. “Wat een reuzen he?!” zegt hij glunderend en wacht niet eens mijn antwoord af, maar prikt zijn ogen weer aan de lenzen van de kijker. “Zullen we even met de dinghy varen?”, oppert hij hoopvol. Heel even springt mijn hartje op: Ja en dan een cappuccino bij The Ferry House Inn! Maar ik trap er niet in. Niet weer een hachelijk avontuurtje op de woelige baren van The River Swale. Ik moet mijn verliefde hart teleur stellen en een tweede bezoekje aan The Ferry House uit m’n hoofd zetten. “Wil je naar ze toe?”, vraag ik en Hans ziet dat wel zitten ja! “Nee schat, dat doen we maar niet. Niet weer die ellende van gisterenavond.” “We kunnen dan wel gelijk het motortje testen”, probeert hij nog. Ik glimlach maar eens en Hans duikt weer in zijn kijker.
Na het tweede dagje ankeren vertrekken we de volgende ochtend richting The Black River om van daaruit naar The River Orwell door te varen. Ik kijk nog eens om me heen en weet dat ik hier zal terugkomen. Wat is het hier mooi… We tuffen op de motor langs het slingerende waterpad. Het is weer eb. Een stukje verderop ligt op de oever een grote familie zeehonden te socializen. Enkele kleintjes gooien zich met hun stompe lijfjes vooruit. Wat lijkt het me toch lastig om geen armen en benen te hebben… Uiteindelijk varen we op open zee en de zeilen gaan uit en de motor af. Aahh.. wat een rust toch altijd als die motor uit is! We zetten koers naar het noorden. Na wat zeemijlen gevaren te hebben, betrekt het weer. Donkere wolken stapelen zich aan de hemel. “Het gaat regenen”, zegt Hans. “Hhhmm.. ik denk het niet..” en tuur de hemel af op zoek naar donkere verticale strepen. Ze zijn er nog niet, maar in de lucht ruik je al wel de regen. Het natte spul mag van mij nog een dagje weg blijven. Boven Isabella pakken de wolken zich verder samen en glijden langzaam met ons mee. Dat belooft niet veel goeds. We naderen een gigantisch windmolenpark. Voor de uitmonding van The Thames lijkt de hele Noordzee er mee bezaaid! Laten wij nu net die kant op moeten om nog een beetje gunstige wind te kunnen pakken! We stevenen recht op het park af. De molens hebben rondom hun huis een soort van platform en we zien dat er mannen uit de torens stappen en langs de reling van het platform naar ons kijken. We zwaaien. Er wordt terug gezwaaid en ze verdwijnen weer naar binnen. Het zal je werk maar zijn daar zo midden op zee. Bij een volgende windmolen speelt hetzelfde tafereel zich af en verschijnt er met een speed-gang een oranje windmill-control-boat. We varen verder onze koers, maar aan de windmolens lijkt geen einde te komen. De meters vertellen ons dat dat de stroming tegen zit en de wind toch wel. De motor staat al een poosje standby en we geven het ding nog een extra zetje tot 2200 toeren. Dan moet het met de 62 PK toch wel lukken. Maar niets is minder waar. De idiote, sterke, uit verschillende richtingen komende stroming samen met de wind tegen, zet ons letterlijk terug naar waar we vandaan komen. Die vervelende molens staan in de weg! Dan verschijnt er een tweede speedboat en we voelen al aankomen dat het niet lang zal duren voordat we op de marifoon een vraag gesteld krijgen. En ja hoor: sailingvessel, sailingvessel, bla-die-bla. Of we maar wel op 500mtr afstand willen gaan varen. Ja zeg! Daar is het ondiep! Weet je wat: de tijd tikt door en de overwonnen zeemijlen lopen terug… laten wij ook maar terug gaan. En zoals altijd is er absoluut geen discussie over dit zinvolle voorstel. We gaan terug naar The River Swale en keren Isabella om haar as, wat soepel verloopt. De terugweg is zo mogelijk nog onstuimiger.

Grote diepe golven en weerbarstige wind. En om het plaatje compleet te maken stort de regenwolk zijn langverwachte buien over ons uit. Met een toegift zelfs. Dicht bij de River Swale begint het te onweren. Diep donkere knallen, rollen over het water en er is geen grens meer te bekennen tussen de grijze zee en de grijze regenbuien. “Wat gebeurt er als je door het onweer wordt getroffen?” vraag ik aan Hans. “Oh, niets”, zegt hij luchtig. Te luchtig naar mijn zin en ik zeg dat hij het ook niet weet. Hij grinnikt, wat zoveel betekent als dat ik gelijk heb. In dit soort situaties houd ik mijn hoofd koel. Wat er ook gebeurt: dat zie ik dan wel en dan zal ik ook wel weten wat ik moet doen. We varen verder en zien uiteindelijk de grote witte en blauw-grijze reuzen liggen. We kruipen weer snel op ons oude plekkie en gooien ons anker uit. Hans is door-en-door nat en verkleumd. Ik zeg hem zijn kleding uit te trekken en maak ondertussen een bakje warm water voor hem klaar. Daarmee spoel ik z’n koude, natte lijf af en al snel knap hij op. Nu nog droge en warme kleding een en dan kan ie op de bank ploffen. Daar liggen we dan, niet wetende dat dit vanwege de ongunstige wind en het slechte weer nog voor twee dagen zal zijn. Nooit gedacht dat het weerzien met de Swale al zo snel zou zijn. Twee dagen verzinnen wat we zullen eten, terwijl de voorraad voedsel al aardig is geslonken. Eigenlijk gereduceerd tot nul stuks vers voedsel en een watervoorraad van nog maar maximaal 40 ltr. Dat wordt creatief omgaan met de mogelijkheden die er zijn. En een goede zeemansvrouw is op alles voorbereid. Hachee uit blik, groenten uit een pot, hollandse aardappelen en bergen rijst en pasta mee. De reserve voorraad bronwater van de Aldi wordt aangesproken en onze lijven worden elke dag met een stukje extra stof en vet bedekt. Scheelt toch in de kou 😉 We hebben het gezellig, lezen en babbelen wat, er staat ook nog een filmpje op de laptop. We komen er wel, wij saampjes.

 

Hieronder het avontuurlijke roeitochtje op weg naar The Ferry House