Wennen

 

WENNEN

 

Het is niet de eerste nacht dat ik wakker word met de gedachte om het vliegtuig terug te nemen naar Nederland. De jubelstemming van de thuisblijvers over onze prachtige reis begrijp ik maar ten dele. Hier zijn we dan: aan de andere kant van de oceaan van huis en haard verstoken op een schip van 12 meter 24/7 boven op elkaars lip. Door het dekraam zie ik de sterren deinen en ik corrigeer mijn waarneming vrijwel direct: het is Isabella waarmee we voor anker liggen en ze deint zachtjes mee op de kalme golven. Welke andere sterveling op aarde ligt er nu vanuit zijn ommuurde bed naar de sterrenhemel te kijken?

Mijn gedachten dwalen af naar mijn huisje, mijn haard en mijn tuintje met de stille vijver waar ’s-avonds de kikkers door het riet scharrelden en af en toe iets van zich lieten horen. Ik denk aan het sleutelgat van mijn voordeur waar ik mìjn huissleutel in stak. Mijn coconnetje, mijn rotsvaste scheepje van steen, mijn veilige haventje. Gordijnen dicht en genieten van de voldoening van een dag hard werken met- en voor zieke mensen. Nu tuur ik naar de sterren en het lichte schijnsel van de maan in eerste kwartier en denk aan onze zeiltocht over de atlantische oceaan met zijn prachtige golven met daarin weer kleine golven en golfjes. Wat hebben ze ons te vertellen? Weten zij waar we naar toe gaan en wat de toekomst ons brengt? Weet ik zelf wel waar ik naar toe ga? Welke toekomst er voor me ligt? Wie ben ik? Wie is Hans eigenlijk?

 

 

Soms doemt er een vreselijk scenario op die me onrustig maakt en voel me als een haas in een open veld dat opgejaagd wordt door blaffende honden en paardenhoeven in galop. Af en toe wordt er een schot gelost en er lijkt geen einde te komen aan het onbeschutte veld. Ik struikel nog net niet over een greppel en weet op tijd een sprong te maken. Alweer hoor ik een schot! Oef! Net op tijd aan de overkant!
De associatie met onze pittige discussies en het jachtveld, laat me spontaan grinniken. Hans is nu ook wakker en vraagt wat er is. Ook al is het nacht; ik kan het niet nalaten om bij hem te exploreren hoe hij deze reis tot nu toe ervaart en met name hoe hij onze relatie ziet, maar hij heeft wel iets anders aan zijn hoofd. De vraagtekens rondom de werking van de Iridium-Go houden hem uit zijn slaap. De spreekwoordelijke ‘boom’ op zetten kan ik op dit tijdstip vergeten. Het is een slechte timing van mij om onderwerpen als ‘verleden, heden en toekomst’ aan te snijden, laat staan die bepaalde karaktereigenschappen van ons. Niet alleen verschijnt er een wolk voor het eerste kwartier, ik kan bijna zien hoe bij Hans de ‘donkere wolken’ boven z’n hoofd zich samenpakken. Hij zucht. Die Iridium-Go is nog niet zo eenvoudig als het leek. Ik beantwoord zijn zucht. Is dit nu het romantische tochtje zoals we het ons hadden voorgesteld?

 

 

De vermoeidheid van de overtocht, gespekt door het harde werken op Isabella, slaat toe. Geprikkeld en geïrriteerd door wat de ander zegt en doet, juist niet zegt of juist niet doet, vragen we ons af of we wel verder moeten gaan. Op deze manier is het allemaal niet zo leuk. Geen witte stranden, palmbomen, cocktaildrankjes, zonnebrandcrème factor 100, lazy afternoons en passionele strelingen. In plaats daarvan voelen we ons opgelucht als de ander even van boord is voor een boodschap of een praatje verderop, wordt factor 100 door zweetdruppels van je lijf naar de goot getransporteerd en geef je de ander liever een por dan een zoen. Samen op Isabella is een ware relatietest. Ieder met een duidelijk eigen karakter en een rumoerig verleden. We wijzen elkaar op andere zeilende stellen, waarbij het leven aan boord zo ‘smooth’ lijkt te verlopen. Dat moet ons toch ook lukken?

De dagen vliegen voorbij. De To-Do-List lijkt aardig te slinken en er komen geen nieuwe To-Do’s bij. Dat zorgt voor minder druk en dat is heerlijk. Ik stel mijn dagelijks ‘hebberigheid’ aan ‘een-boom-opzetten-met-Hans’ bij en dat lijkt hij te waarderen. Het geeft rust en daar is weer die wens, dat gevoel van ‘Samen door willen gaan’. We spreken het voor de zoveelste keer uit. De dagen verstrijken en eindelijk is daar de dag dat we weer naar een ander Caribisch eiland zeilen en voor anker gaan. Eindelijk komt die factor 100 uit de kast en voelen we het warme witte zand tussen onze tenen schuiven. Dit is waar we het allemaal voor doen!

 

We raken aardig op elkaar ingespeeld en hoewel ik een ‘aardemens’ ben en nog regelmatig aan mijn stenen coconnetje denk, begint het zeilersleven al wat te wennen. We zijn het met elkaar eens over het feit dat korte afstanden zeilen, dagje land bezichtiging en weer door zeilen, het beste bij ons past. Niet meer haasten, geen lange To-Do-lijsten meer. Het geeft meer structuur en daardoor rust in ons huidige leven. Iets waar we op dit moment beide behoefte aan hebben. De jubelstemming van de thuisblijvers begin ik te begrijpen.