Zwerversbestaan

zie ook de teksten onder de foto’s

 

 

er is vast weleens een moment in je leven geweest dat je droomde van een zwerversbestaan. Het ongebonden, vrije leven waarin je kunt gaan en staan waar je wilt. Geen wetgeving die op jou van toepassing is, geen adres waar de overheid zijn bekeuringen naar toe kan sturen, geen verplichtingen om je stoepje schoon te houden. Vrijheid – blijheid.
Zodra je plannen maakte in die richting stuitte je op praktische problemen, want ja… er moet toch money in the pocket zijn en blijven. Dan maar flink sparen, je baan opzeggen en voor een paar jaar de deur uit. Fuck-You-Money, las ik laatst in het NRC, maar dan bedoelt voor je mooie reisjes. Prachtig. Huisje verhuren of huur opzeggen en tra-la-la, het feest kan beginnen. Bij voorkeur met een zeilboot natuurlijk.

Waar gaan we naar toe?

Deze vraag geeft al aan dat het plan niets met het zwerversbestaan te maken heeft. Het is een georganiseerde vrijheid, een gepland zwerversleven met bestemmingen en toch ook wel al die ‘noodzakelijke’ zekerheden en luxe. We zijn rijk als we ons plan kunnen vormgeven, onafhankelijk hoeveel money er dan wel in die pocket zit. De een heeft genoeg aan 1000 euro in de maand en de ander kan nog niet van het dubbele rondkomen. Creativiteit moet wel een beetje in je zitten.
En als je dan eenmaal onderweg bent, de navigatie instrumenten opdracht hebt gegeven waar de koers naar toe is en nieuwe gebieden ontdekt, dan is het bijna onmogelijk om niet te zien en te beseffen hoe goed wij het in Nederland hebben.
Nederlanders, ‘waterlanders’, klagers over hoe slecht we het hebben en onze rijkdom zien vervliegen doordat ‘The Money’ wordt verdeeld over alle inwonenden. Kijken naar hen die het beter hebben dan wij. Dit leer je wel af als je reist naar oorden waar luxe betekent dat je een dak boven je hoofd hebt, waar er gratis medische zorg is, maar je het verder zelf allemaal moet uitzoeken.

 

 

 

Armoede is daar niet iets aparts. Armoede is gewoon en luxe is voor anderen, een ongrijpbaar leven voor de simpele ziel. Liefde voor je medemens opbrengen kun je je als arme zwerver niet veroorloven. Dat kost je mogelijk je leven en de mens heeft een overlevingsmodus in zich die mededogen op zo’n moment niet toelaat.

Liefde voor dieren is al helemaal uitgesloten. Je kunt een hond geen eten geven als je zelf niets hebt. Het is knokken voor je eigen bestaan. Wakker worden en niet weten of je die avond kunt gaan slapen met een gevulde maag.

 

 

 

Het leed van de zwerver vloeit door naar de straathonden. Arme scharminkels die bij eetkraampjes scharrelen en soms geluk hebben en een kruimel droog brood tussen het stof oplikken. Spoorzoekers op straatbarbecues. Traag en schuw naar de mens sluipen in de hoop dat hij een stukje vlees van zijn stokje schuift. De viervoeter is de grens gepasseerd en in de zone van de etende mens gekomen. Dan zien dat de mens het arme beest in z’n neus knijpt, hartelijk lacht om zijn misselijke grap en door de spleetjes van zijn ogen kijkt of zijn buurman wel meelacht. Piepend rent het ongelukkige beest weg. Een verontwaardigd “Hé jij!” roepen helpt niet. Klootzak.
De honden zoeken elkaar op: vind jij iets, dan heb ik ook kans op een stukje. Kom je te dichtbij? Dan verdedig ik met opgetrokken lip mijn territorium.

 

 

Maar het is voornamelijk de voortplantingsdrift en de leider van de groep willen zijn, dat honden bij elkaar scharen. Reuen die met een meter tong uit hun bek hijgend achter een loops teefje dribbelen in de hoop dat ze haar staart opzij legt. Even een momentje van genot en het teefje zit met een groot probleem: hoe krijgt ze haar jongen gevoed? Het zijn dan ook meestal de teefjes die er gehavend, schurftig, broodmager en suf bijlopen. Stuitend vind ik nog steeds de drie honden die ik in Cuba, Havana tegenkwam: een kruising tussen een varken en een hond. Wat is hier gebeurd? Was hier een ziekelijke menselijke geest aan vooraf gegaan, of heeft de reu zich vergist? Blind van de wormen en een aangetast reukorgaan? Het is me een raadsel. (zie tekst onder de foto’s)

 

 

En tussen al dit leed wordt er gewoon doorgefokt. Kleine wollige mormeltjes die meer weg hebben van een knuffelbeest met batterij, worden opgepropt in een kooi op de markt verkocht.

 

 

 

Kansloze honden waar de wereld vol van is. Honden die ook behoefte hebben aan een knuffel en een helpende hand. En moet jij eens kijken hoeveel liefde je daarvoor terug krijgt!

En?…. nog steeds zin in een zwerversbestaan? Of toch maar liever die relatief rijke Nederlander zijn?