De Golf van Biskaje deel II

De wind nam halverwege de nacht aan en we zeilen weer. “Koers naar Viveiro!”, zegt Hans. “Daar is een haven met een lift. Ik wil Isabella uit het water hebben”, vervolgt hij.
De wind is gunstig en we zien aan de horizon al wat land opbollen: de rotskust van Spanje. Hij lijkt dichtbij, maar zal nog een dag zeilen zijn. Alles is oké, als we maar aankomen! En hoe we de haven binnenlopen zonder motor? Dat zien we dan wel.
Hans maakt ondertussen alvast landvasten in orde, zodat we gesleept kunnen worden.
Dichtbij de kust zien we op de AIS dat er een Nederlander in de haven ligt en we roepen hem via de marifoon op. Hij is bereid om de havenmeester alvast van onze komt in te lichten. Een sleepje geven wordt wat lastig. We turen de kustlijn af naar andere schepen en zien weer een schip. Na een korte uitleg wat er met ons aan de hand is twijfelt deze aardige Duitse meneer geen moment. Hij rolt zijn zeilen in, start zijn motor en komt naar ons toe terwijl we nog op zee zijn. Wat een zegen! Wat zijn we blij dat we hulp krijgen!! We binden de zeilboten aan elkaar vast en de Duitse meneer tuft richting de haven. Dat is in zo’n ria toch nog best een aardig eindje! De ria wordt smaller en we kijken uit naar de beloofde havenmeester. Hans roept hem nog eens op. Met een sneltreinvaart komt in zijn rubber speedboot Fernando aankrossen. “Ola!!”, roept hij en lacht ons vrolijk toe. Hans vertelt wat de problemen zijn en Fernando roept dat hij Alles repareert. Jee… wat een handige havenmeester?!
We liggen aan de steiger, veilig en wel. Er is maar één ding waar we aan denken en dat is slapen. We snurken de klok rond en de volgende dag regelt Hans direct een monteur en gaat Isabella de kant op. Het worden dagen van hard en snel werken, want de kosten zullen vast niet mals zijn.
Hans legt aan de monteur uit wat er is gebeurd: vuile diesel? en vertelt wat hij al heeft gerepareerd. In de manual van Volvo staat echter dat bepaalde sluitingen alleen door een erkend Volvo monteur mogen worden geopend. “Dus ja amigo: do your best!” De monteur kijkt, pakt een tang en schroeft bovenop de motor een van de vier aansluitingen van de verstuivers open. Er gebeurt niets. Dan de andere. Er komt een golfje diesel uit en daarna een spetter lucht. Zo ook bij de derde en bij de vierde weer niets. “Start de motor eens”, vraagt Hans. Ik start het gevaarte en WOW!! Hij doet het!! Jippie!! Wat was nu het probleem? Lucht! En tja, de manual geraadpleegd en opgevolgd… Oké, de volgende keer niet meer zo strikt de lettertjes nemen en gewoon zelf doen!

 

De volgende dag gaat Isabella op de kant en zien we een flinke beschadiging. De soort van spoiler die Hans in de winterstalling op de opening bij de boegschroef heeft gemonteerd blijkt half te zijn afgebroken. Het ziet er slecht uit. Ook dat moet gerepareerd worden. Ik verlang naar internet om de website bij te werken. Dat lukt maar half, want de WIFI is reeeeeete traag!! Er wordt weer eens gedoucht en kleding gewassen, Isabella wordt gepoetst met super spul van Renskib! Ze blinkt weer als een dame op zondag. Hans werkt de hele dag in de hitte door en hoe hij het doet, ik weet het niet, maar de spoiler is na twee dagen weer als nieuw.

Eigenlijk zijn we dus weer klaar voor vertrek, want in een haven liggen kost alleen maar geld. Op naar de Spaanse ria’s!

We leggen koers naar Sada en kiezen niet voor het overvolle en drukke A Caruña, een beslissing waar we eenmaal daar, spijt van hebben, want hier zijn de faciliteiten gewoon niet geweldig. Sada ligt niet ver van Santiago de Compostela. “Zullen we daar naar toe lopen? Als echt pelgrims?”, stel ik Hans voor. Die vindt het een prima plan en duikt in de kaarten. Blijkt dat het 60km van Sada verwijderd is. We hoeven niet lang na te denken om te besluiten dat we de bus pakken: zien we ook best veel van de omgeving toch? Zo gezegd zo gedaa. Ik pak mijn rugzak in. Hans heeft eigenlijk niets in te pakken, zegt hij en mikt zijn tandenborstel en schone zakdoek bij mij in de rugzak. Oempa, das toch wel zwaar zo’n rugzak. Oké dan…. de helft van mijn badkamerartikelen gaan weer terug in de kast en ook maar die spijkerbroek voor als het koud wordt en dat shirt is ook niet echt nodig. Zo, dat voelt beter. We gaan!

Het reizen met de bus werkt hier nog als in Nederland 40 jaar geleden. Gewoon betalen en wisselgeld terugkrijgen. Ook staat er om elke 300-400m een bushalte. Het gaat dus traag wat ook wel een voordeel is: we leren te onthaasten!!

Het is warm en leeg wanneer we bij het busstation aankomen. Nergens pelgrims te zien. Waar is die stoet van mensen? We oriënteren ons waar het centrum zal zijn. Ongemerkt komen we het oude stadsgedeelte in en daar willen we meer van zien en weten! Wat is het hier mooi! Wat oud!! De Romeinen hebben ook hier zo hun sporen achter gelaten. Wat een mooi volkje was dat ook. Nou ja.. ze konden mooi bouwen. We gaan op zoek naar een B&B, maar vinden niets. Alles is vol. Dan zie ik een groot gebouw en iets doet mij vermoeden dat we daar wel terecht kunnen. Het is een oud klooster geweest dat is omgebouwd tot (pelgrim)hotel. Super voordelig en prachtige kamer met super douche en uitzicht! We treffen het dus voor een keertje: nu eens geen pech! 🙂


We maken een mooie wandeling door deze stad en genieten van de vergezichten en de oudheden. De kathedraal is een bezienswaardigheid op zich! Het goud spat van de muren en beelden af! Wat een rijkdom! Het graf van St James wordt druk bezocht en laten we maar voor wat het is. Vrede en rust zit vooral in jezelf.

 


De volgende dag slenteren we nog wat door deze prachtige stad en gaan naar een gedeeltelijk overdekte markt. Hoeden en petten en dameskorsetten, alles is te koop op de markt. De tijd lijkt hier 40 jaar stil te staan en alleen de vele iPhones op steeltjes doen je beseffen dat het anno 2016 is.

We gaan terug naar Isabela en bestuderen de volgende ankerplaatsen. En dan slaat het toe….