Heimwee

 

“Het bed is te kort”, zeg ik wanneer we net wakker zijn. “Te kort?”, vraagt Hans met opgetrokken wenkbrauwen.

“Ja, ik lig iedere keer met m’n voeten tegen de achterwand te drukken”, antwoord ik.
“Dan kun je toch meer naar het midden gaan liggen?”
“Nee, dat ligt niet lekker. Dan lig ik in de sleuf tussen de matrassen”
“En schuin?”, poogt Hans nog eens.
“Nee, ook niet. Dan lig ik met mijn hoofd klem. Ik wil mijn eigen bed.” Vrijwel direct nadat ik dit zeg, besef ik dat ik mijn bed naar de kringloper heb gebracht en nu waarschijnlijk door een vreemde wordt bewoond. Hij of zij heeft er een goed bed aan: 180cm breed en 210cm lang: heerlijk!
“Je eigen bed?” Er klinkt iets meer door in Hans zijn stem dan alleen ongeloof. Hij vermoedt vast iets. “We gaan eruit schat! We gaan er een mooie dag van maken!”
Ik betwijfel of het een mooie dag zal worden. Honderd keer op een dag stoot ik mijn hoofd aan de ingang van de slaaphut of bij het pompen van de WC. En die noordkust van Spanje is overal hetzelfde: rotspartijen in grijze vochtige wolken omhuld.
Hans is al uit bed en zet zoals elke ochtend de radio aan. De Spaanse radio met Spaans geratel waar ik niets van snap. Geen idee waarover ze discussiëren, maar het gaat er nogal verhit aan toe daar op die Spaanse zender. Traag kruip ik uit bed en blijf op de rand zitten. Wat zal ik in vredesnaam gaan doen? Ik kijk om me heen en zie de kleine afscheidsgeschenkjes, zoals een gelukspoppetje en de klavertjes vier, aan het netje boven m’n kastje bungelen. Opeens slaat het toe: heimwee!!
Ik heb heimwee naar mijn kinderen, eigen bed, m’n trap, m’n schuifpui, m’n werk, m’n oude gedoetje, ja zelfs naar de Plus waar ze kaneelijs verkopen. Ik sleep me van de rand van het bed en loop gebukt naar de keuken om een andere radiozender te zoeken. Dit klinkt beter: Eros Ramazzotti met Tina Turner!
Bij het ontbijt kijkt Hans me aan. “Gaat het wel goed met mijn schatje?”, informeert hij voorzichtig. “Volgens mij heb je een beetje last van heimwee of niet?” Mijn keel schiet vol en slik. “Uhjj-aa”, komt er met een piepstemmetje uit.
Er volgt een lang gesprek over onze eerdere ervaringen met heimwee. Gelukkig begrijpt Hans mij. Al verandert het gevoel daar niet door, het helpt wel om er samen over te praten.

Hans bestudeert nog eens de route en komt met een aantal mooie voorstellen. De eerst komende 10 dagen liggen we her en der op schitterende ankerplekjes, belooft hij. 10 dagen! En hoe zit het dan met haren wassen en douchen? “Ach…. dat komt wel weer of je doet het hier in een bakje”, zegt hij laconiek. In een bakje? Ik ga toch echt m’n haren niet in een bakje wassen, bedenk ik me. Ik voel de jeuk al die daarna door het onvoldoende kunnen uitspoelen ontstaat! Ik zeg echter niets en knik begripvol. We zien wel. Het is nu niet bepaald het meest geschikte moment voor een onbenullige discussie.

We zetten koers naar mooie onbewoonde eilandjes van Noord Spanje: Islas Sisargas. Het zijn drie kleine, rotsachtige eilandjes bij elkaar waar alleen maar meeuwen wonen. De pilot  Atlantic Spain and Portugal waarschuwt de toerist om vooral niet in juni / juli te komen, omdat de meeuwen dan jongen hebben en erg agressief zijn: ze vallen je aan! Het is inmiddels augustus, dus zullen we daar geen hinder van ondervinden. Wel hebben we hinder van de swell. En hoe!!

https://youtu.be/yZxm95ckDaY

 

Wanneer we aankomen zien we een lege baai: geen schip te bekennen. Het ‘alleen-op-de-Wereld-gevoel’ maakt zich van ons meester: wat is het hier prachtig! Kraakhelder blauw water waar je tot op de bodem kunt kijken. En die is bodem is twaalf meter van de kiel verwijderd, zegt de dieptemeter. We varen langzaam dichter naar de kust en laten het anker vallen. Hier blijven we een nachtje! Het is zo apart en vredig om zonder andere schepen in de buurt, op je schip tussen twee eilandjes in voor anker te liggen! We voelen ons gezegend dat we dit mogen meemaken, al duurt het maar voor een uurtje, want dan blijkt dat ook andere zeilschepen dit idyllische plekje hebben gevonden. Bij het vallen van de avond liggen er vijf zeilschepen in dit prachtige ‘kommetje’.

 

 

De volgende dag kijken we naar buiten en zien dat de andere zeilschepen in een dikke mist zijn verpakt. Het koude, vochtige weer helpt niet mee aan het naar de achtergrond willen proppen van mijn heimwee. Liever zat ik nu bij mijn kinderen en houtkacheltje. Hans is een schat en blijft opgewekt en onvermoeid door met plannen maken. We pakken Dirk, onze dinghy, en varen naar de kant voor een lange wandeling en kijken uit op een van de mooiste plekjes op aarde. De mist blijft hangen en we zijn ‘veroordeeld’ tot een tweede nachtje Islas Sisargas. We liggen dus niet verwaaid, maar ‘vermist’ 😀 . Wanneer de dag daarna de mist nog steeds niet is opgetrokken besluiten we toch het anker op te halen. We zetten behalve de AIS ook de navigatielichten en de radar aan. We willen graag zien en gezien worden. Het is als met een bril op in een pan stomend water kijken: de glazen beslaan direct en je ziet niets! Geen referentiepunt te ontdekken! We volgen de rode lijn die op de plotter is uitgezet. Zo omzeilen we in ieder geval de vele rotsen die hier rondom de eilanden onder het water verborgen liggen. De tijd verstrijkt en de mist houdt aan. Wel een hele dag!

Dan is de ria van Camarinas in zicht! Vage contouren van de rotsachtige ingang laten zich zien. En opeens is daar ook de zon die de koude, vochtige mist verhit en doet verdwijnen. We gaan voor anker en de avond valt. Moe maar tevreden gaan we slapen en ik denk aan mijn bed bij de kringloper.
’s Nachts worden we wakker van de aanzwellende wind en checken nog eens extra het anker. We hebben 25 meter uit staan, dus dat moet voldoende zijn bij de diepte van 5 meter ankeren. Toch houdt het Hans almaar bezig en hij gaat een paar keer uit bed om te kijken. Dan worden we opeens wakker van een akelig geluid! Het lijkt wel gehuil! Gehuil van een zeehondje!
“Aahhh!!! Een huiler!!”, zeg ik tegen Hans die na 30 jaar Arubaan te zijn geweest niet weet waar ik het over heb. “Een huiler! Dat is een jong zeehondje die z’n moeder kwijt is!!”, zeg ik snel en sta in no-time naast het bed. Hans volgt en we gaan naar buiten.
De wind is heftig met hoge golfslag. De huiler horen we niet meer. Achjee… zou het zijn aangespoeld?
Dan horen we iemand roepen. Het is de Fransman die een stukje verderop ligt. Het lijkt alsof hij ons iets wil duidelijk maken. Maar wat??
“We krabben toch niet?”, vraagt Hans.
“Nee, kijk maar naar dat gebouw. Vanmiddag lagen we net zo ver als nu”, zeg ik en kijk nog eens om me heen.
“Klopt. Niks aan de hand”, zegt Hans.
De Fransman roept nog iets en Hans roept terug: “Yes!! Wi!! Merci!!”
“Wat zei hij dan?”, vraag ik.
“Geen idee, maar alles is in orde. Kom, we gaan slapen”.
De volgende ochtend is Hans als eerste op dek en roept: “Elise kom eens snel kijken!”
Ik verwacht een school dolfijnen te zien, maar mijn blik stuit tegen een muur van groen aan!! Op nog geen dertien meter afstand toont de wal zich in volle glorie en is het niet moeilijk om elk blaadje van de bomen te onderscheiden van de andere. “Zou die Fransman dan gezien hebben dat we aan het krabben waren?”, vraagt Hans.
“Ik denk het. Oh!! Nu weet ik het! Het was geen zeehondje dat we hoorden, maar het was natuurlijk zijn scheepstoeter om ons wakker te maken! Dat is net zo’n geluid!”
“Krijg nou wat”, zegt Hans met een zucht.
We vertrekken snel voordat we nog verder vastlopen en halen het anker op. Dat gaat zwaar en wanneer het eindelijk boven water is, zien we dat er een rubberen duikpak vol met modder aan bungelt. Dit heeft er voor gezorgd dat we niet echt vast lagen in de grond en we met de stevige wind zijn afgedreven! Nog net op het nippertje van een akelige aanvaring met de wal gered!! Ppff…

 

Er volgen nog andere ankerplaatsen zoals in Myros, Aquino en Combarro. In Myros leggen we voor 1 nacht aan in de haven en kienen dit zo uit dat we eerst vlak voor de haven ankeren en de volgende ochtend binnenlopen. De dag erna vertrekken we om een uur of vijf en gaan 100 meter verder weer voor anker. Tja… sailerslife 🙂 Je moet natuurlijk zuinig met je contanten omgaan! Zeker in de haventjes waar we eindelijk ons beddengoed en de rest van de was door een sopje kunnen halen. Wat dit kost? 15 euro!! havengeld? Vanaf 29 euro begint het er op te lijken.. Nee, niet alleen daarom vinden we ankeren heerlijk hoor! We vinden het vooral heerlijk omdat we dan echt ‘los’ van andere schepen en drukte zijn. Het is zo rustig en zo knus!! In Myros kan Hans ook weer eens goed aan Isabella klussen. Te goed! De haak waarmee we onze ankerketting iets omhoog ‘hijsen’, zodat de ankerketting niet langs Isabella schuurt, valt in het water! Weg haak! Maar niet getreurd! Hans weet uiteraard weer raad en haalt de havenmeester erbij die kan duiken. In een zucht en een sch…t haalt de beste kerel de haak met touw weer naar boven! Niet voor niets natuurlijk! 😉

 

 

Het is in ria de Aldan waar we onze harten verliezen aan dit mooie stukje van Spanje. Hier is de natuur nog natuur gebleven en kun je nog spreken van een oud vissersplaatsje. Het is ook hier dat ik voor het eerst de zee in duik en het voelt fantastisch! Hans ligt op het strand naar mij te kijken, zwaait en steekt zijn duim op. Wat is het hier fantastisch mooi! Ja, hier wil ik / willen wij meer van proeven!