Mooie Engelse Zuidkust

Mooie Engelse Zuidkust


Je hebt al een tijdje niets van ons gehoord en ondertussen is er toch zoveel gebeurd!

Waar waren we gebleven? Op naar het eiland Wight? Oké, daar gaan we dan. Vaar je weer mee met ons?
Niets is zo fijn als wanneer aan boord alle instrumenten het doen, en die doen het. De motor weer oké, de voorraad weer gevuld en het relaxen lijkt dan eindelijk te kunnen beginnen. We zetten koers naar de dichtstbijzijnde ankerplaatsen, want de havengelden in Engeland zijn niet misselijk: soms wel 40 pond per nacht! Op het zeilen-liefhebbend eiland Wight lukt het in ieder geval niet om te ankeren. Geen veilige inhammetjes te ontdekken en kiezen we voor Yarmouth, wat in the Shell Channel Pilot van Tom Cunliff beschreven staat als een rustig oud engels dorpje. Vergeet het!! Het is inderdaad een lovely village maar bomvol met groot schreeuwend plastic. Met andere woorden: veel grote, met chroom verrijkte motorboten compleet met deftige dames met cute little dogs en een ochtendgloren verrijkt met stevige geuren van bacon and eggs. Werkelijk de hele haven geurt naar bacon & eggs. Leuk! Maar leuk voor 2 nachtjes 🙂 We gaan de omgeving verkennen en ontdekken het echte Engelse landschap met de zo typisch Engelse huisjes en hun raamdecoratie!

We varen door. ‘Ergens moet er toch een fijn ankerplekje zijn?’, zegt Hans. Ik duik weer in Tom’s pilot en ontdek Worbarrow Bay. Tom Cunliff waarschuwt voor ‘electrifying views’ en als iets ‘electrifying’ is, dan wil ik er naar toe! Hups, koers naar Worbarrow Bay!!
The view is indeed ‘very electrifying’ 🙂 !! Hier had Tom dan weer wel gelijk! We besluiten er twee nachten te ankeren en even op adem te komen van alle onrust van de laatste dagen en weken. Hans neemt een duik in het heldere blauwe water en ik kijk lekker toe: het is veel te koud voor mij!! Dan stappen we samen in Dirk, onze dinghy, en varen langs de prachtige rotspartijen die voor geologen een eldorado zijn. Veel aardlagen die woest over elkaar liggen en waarbij je je kunt voorstellen dat er eens de grote ‘Big Bang’ of de ‘Grote Hand’ is geweest, die de aarde uit elkaar heeft gerukt en verscheurd.

De volgende ochtend horen we en motorboot… ‘Nee toch??’, zeggen we tegen elkaar. We kruipen uit bed. Het blijkt de kustwacht te zijn. Of we maar even snel willen vertrekken, want ‘the army’ start binnen een kwartier met een schietoefening!! Jemig!! ‘Oké, kom je schat?’, vraagt Hans op een voor mij iets te vrolijke toon. Ik wil slapen!! Maar niks daarvan! Hans loopt naar voren om het anker op te halen en ik start de motor. ‘Slagje naar voren’, zegt Hans en hij kijkt waar de ankerketting naar toe loopt. Ondertussen geeft hij met afgesproken handsignalen aan waarnaartoe ik Isabella moet sturen en of ik voor- of achteruit moet. Dit werkt altijd perfect! Zodra het anker is binnen gehaald tuffen we Worbarrow Bay uit. Snel kijken we in de pilot naar een volgende ankerplaats. We worden er vrolijk van als blijkt dat verderop een volgende baai is: Lulworth Cove. Het blijkt bij het oude Engelse plaatsje te liggen waar ik als klein kind met mijn ouders ben geweest. Hoe kan het zo lopen? Maar Tom Cunliff waarschuwt weer: ‘…. Cases are on record of anchored yachts rolling their rails down, and horror stories are in plentiful supply!’. Die Tom… ‘Wat doen we?’, vragen we ons af. We gaan. De wind zal wel meevallen en is vandaag is ie goed. Vannacht zien we wel weer.


Lulworth Cove is nog kleiner en mooier dan Worbarrow Bay. We gooien het anker uit en lummelen wat. ’s Middags pakken Dirk en varen naar de wal. We hebben een ijsje verdiend!
Meer naar het westen kent de zuidkust van Engeland nog verschillende ankerplaatsen. Ook in Dartmouth kun je in de haven voor anker liggen. Wel oppassen voor nerveuze booteigenaren die vinden dat je te dicht bij hun schip je anker uitgooit. Je wordt dan op vriendelijk wijze op de hoogte gebracht van alle mogelijke gevaren die er op je af zullen komen, wanneer je niet direct een stuk verderop gaat liggen. Wij zijn niet flauw. Halen het anker weer op en leggen Isabella 10 meter verder.


Zo ankeren we nog op een paar fijne plaatsen en belanden uiteindelijk in Falmouth. Het Mekka voor de Nederlandse toerzeiler die wat verder van huis gaat. Hans hoopt in Falmouth medezeilers te ontmoeten. ‘Die moeten er genoeg zijn!’, zegt hij. En dat valt tegen. We ontmoeten niet één Nederlander die de oversteek van de Golf van Biskaje op zijn agenda heeft staan. ‘Geeft niet’, zeg ik ‘We kunnen het prima alleen’. ‘Klopt’, zegt Hans, ‘Maar je leert zoveel van elkaar en iedere zeiler weet wel weer iets anders te vertellen en kun je tips uitwisselen. Ik ben zo benieuwd hoe anderen het doen’. En dat is natuurlijk helemaal waar: iedere zeiler heeft zijn visie op het zeilen en wat je wel en niet het beste kunt doen. Daar leer je van. Wij zullen het nu zonder deze info moeten doen. En hoe dat zal gaan?
Op naar de Golf van Biskaje!!