Portugal

 

 

Dan wordt het toch echt tijd om de bemanning van Zanzibar op te zoeken en de volgende dag vertrekken we vroeg richting Portugal, waar Henk en Tineke al geruime tijd bij Cascais voor anker liggen.

We besluiten om de dagen niet onnodig lang op zee te blijven en maken korte tripjes van ergens tussen de 30 en 35 mijl per dag. We voelen ons er prima bij en zien op deze manier ook meer van het land. De volgende haven is dan ook een uurtje of zeven zeilen en zullen we overgeleverd zijn aan de vreemde Portugese taal. Vanaf de grens worden we door de Pilot gewaarschuwd voor vispotten.

Spanje en Portugal worden vanuit zee gezien gescheiden door een brede rivier met aan elke oever op het hoogste puntje van de rots, kleine oude burchten. Het is alsof je een kijkje mag nemen in de tijd van de middeleeuwen, zo hier op zee. Telkens genieten we van de mooie landschappen die er natuurlijk voor zorgen dat ik mijn fototoestel weer startklaar heb. Wat we tot nu toe in onze reis allemaal hebben gezien is ongelofelijk mooi. Verbazingwekkend ook hoe dichtbij het feitelijk toch ook van Nederland is. We realiseren ons vaak dat we met een heel bijzondere reis bezig zijn. Toch zijn er ook momenten dat het allemaal zo gewoon lijkt. Dit komt vermoedelijk omdat we er gewend aan raken om op Isabella te wonen. Het zijn dan de kleine dingen die ons weer even doen stilstaan bij onze reis, zoals de geheimzinnige swell, de vispotten die vlak voor Isabella opdoemen en waarvan we niet willen dat het touw in de schroef komt, de armoede die we zien in de kleine oude volksbuurtjes dicht bij de vissershaventjes, het kopje koffie dat maar 45 eurocent kost. Het is allemaal heel bijzonder.

Helaas zijn er voorlopig geen ankerplaatsen langs de kust van Portugal en lopen we de haven van Viana do Castello binnen. Daar maken we kennis met de druk pratende en tot zijn enkels rijk getatoeëerde en vriendelijke havenmeester. Hij heet ons een ‘special welcome’, omdat het ons eerste bezoek aan Portugal is en vraagt hoe lang Isabella is (39ft), legt Isabella vast aan de steiger en nodigt ons uit om mee te komen naar het havenkantoor. Hij praat honderduit in goed engels, kruipt achter zijn bureau en opent de PC. Met zijn rechtervoet trilt hij met een hoog tempo zijn been op en neer. Ik krijg de neiging om te zeggen “ZIT STIL!!”, maar weet me in te houden. We wisselen complimentjes uit over goeie taalbeheersing en “Hollanders zijn aardige mensen, en Portugezen ook” en ondertussen maakt deze meester de rekening op voor één nacht: 38 euro. Hans zou Hans niet zijn als hij de rekening niet zou controleren en verbaast vraagt hij waarom het zo duur is. De wenkbrauwen van de havenmeester gaan omhoog en hij zegt dat het een ‘normal price’ is. “You call this normal?!”, vraagt Hans nog eens met de nadruk op ‘normal’. De havenmeester checkt de rekening en zegt; “Oh sorry! I made a mistake! I thought your boat is 30 meters!” ….. Ja-ja… Dan zou 38 euro dus een koopje zijn… De rekening wordt aangepast en we betalen 10 euro minder.

We willen douchen en het verbaast ons niets dat ook deze haven een eigen manier van douchegebruik hanteert. Bij de ene haven kun je zo een hokje binnenlopen (zwervers dus ook) en bij de andere haven moet je eerst door een poort en dan door een met een chip te openen deur. Safety for all!! Bij de laatste zou je verwachten dat je een super de luxe doucheruimte aantreft, maar dan kun je je lelijk vergissen. De een heeft een plastic gordijn voor de sproeier hangen en de ander een deurtje met een schuifje. Een rekje of plankje om je douchetas op te zetten en een haakje voor een handdoek kun je vergeten. Die spullen mag je in de gemeenschappelijke ruimte achterlaten. Je kunt dan na het douchen in je blote kont je handdoek uit je tas plukken. Dat gaat zuster Elise natuurlijk niet doen en ik verzin een trucje, zoals bijvoorbeeld het hengsel van mijn douchetas tussen de douchedeur klemmen en dan het schuifje dichtdoen 🙂 Mijn evakostuum is for Hans’ eyes only 😛 . Hoe het bij de heren is? Geen idee: das verboden terrein voor mij 😉
Douchen zoals thuis kun je dus vergeten en het is daarom ook niet handig om dit na te streven. Hier hadden wij ons voor ons vertrek al bij neergelegd.

 

 

Opgefrist en uitgerust zeilen we door naar Leixoes en vinden ook daar een ankerplekje. Er wordt op kleurrijke schepen actief visserij gevoerd. Netten boeten behoort nog steeds tot een dagelijkse klus. Enkele Nederlandse zeilschepen lijken we weer uit het oog te verliezen, maar er komen weer andere voor in de plaats. Hier maken we kennis met de crew van de Maaike-Maria en wisselen weer het een en ander uit. Kennelijk gaat het zo in het zeilersleven en daar is niets mis mee.

We plannen een dagje Porto, de oudste stad van Portugal en zoals de naam al verraadt: De stad van de port! En laat dat nou precies mijn favoriete teugje zijn!! Wel de Tawny Port! Jammie! We kijken onze ogen uit naar de schitterende gevels van de vele oude woningen. Het lijkt alsof hier het Nederlandse Delfts Blauw is uitgevonden. Prachtige taferelen spelen zich af op de als een puzzel gelegde plateaus die al jaar en dag door mensenogen worden bewonderd. Zo ook in het oude klooster waar ik Hans vertelde dat ik als kind de wens had om non te worden. Het leek me prachtig om m’n haren te verbergen onder een witte kap en dan in een lange jurk rond te lopen. Een soort van moeder overste Maria uit de Sound of Music. Hans lacht en zegt zich er niets bij te kunnen voorstellen.

 

We lopen verder en hoe enger/nauwer het steegje is, hoe boeiender we het vinden! Het lijkt alsof we de sporen van de Romeinen die hier ooit hun voornaamste vesting hadden, nog steeds kunnen volgen. Oude stadsmuren en straatkeien: het is er nog allemaal. We kijken uit over in elkaar grijpende rode pannendaken en zien een oud zeemanshuisje, nog compleet met anker boven de voordeur. Porto is werkelijk een bezoek waard. We genieten volop en nemen de behoorlijke klimpartijen die we moeten leveren om de straatjes door te worstelen, op de koop toe.
Voor anker liggen is super heerlijk, maar ergens stijgt er een geur van spek en rook aan mijn neus voorbij en is de tijd om weer eens te douchen weer gekomen. We varen een klein stukje door en besluiten om in de prachtige stad Porto de haven te bezoeken. Beddengoed, handdoeken en alles waar maar een geurtje aan hangt, wordt in de waszak gepropt: klaar om weer 15 euro te verbrassen aan die geweldige wasmachines!
In Marina Porto aangekomen blijkt het een sjiek boel met supervriendelijk personeel. Ze houden nog net niet de poort van het hek voor je open, maar het scheelt niet veel. We gaan betalen. Deze keer maar voor 1 nacht: 44 euro. Ach.. we raken er aan gewend…
Bij het verkennen van het kleine stadje, ontdekken we een openbaar waslokaal. Vrouwen staan er driftig hun wasgoed te schrobben, anderen weer hun deurmatten. Buiten het waslokaal hangt alles te drogen aan lijnen die door houten staken worden gesteund. verbazingwekkend hoe de tijd hier lijkt te hebben stilgestaan!
“Hier kun je ook je was doen!”, oppert Hans vrolijk. Ik wijs hem op de deurmatten en het grijze waswater en hij zegt dat het misschien toch niet zo’n goed idee van hem was. Lachend lopen we verder en zoeken beschutting tegen de brandende zon.
“Schat, als jij nu een brood gaat halen en eens gaat kijken waar we vanavond kunnen gaan eten, dan kijk ik nog even naar de motor, ik wil weten of het nu goed gaat”, stelt Hans voor, doelend op een nieuwe lekkage. Sinds enkele dagen verliest de motor koelwater en we zijn er nog niet achter waar de lekkage zit. Hans klust weer aan de boot en ik hou me bezig met de enorme berg wasgoed. Het is een drukke dag en wanneer iemand ooit dacht: ‘die twee gaan een leuk relaxed reisje maken’, die heeft zich gruwelijk vergist! De reis is prachtig, dat zeker, maar het vele werk dat nooit ophoudt, maar zichzelf weer aanvult met nieuwe klussen, dat werk stopt nooit! We belonen onszelf dan ook met een etentje buiten Isabella en volgen het advies van vriend Leo op: “Ga eens zo’n klein straatje in en neem een restaurantje waar maar drie tafeltjes staan! Daar eet je het lekkerst!”
Laten we nou net zo’n eethuisje tegenkomen! En het klopt helemaal: nog nooit zo lekker gegeten!! Moeder de vrouw staat zelf achter het fornuis en zoonlief serveert. Vader houdt op het bankje een oogje in het zeil. Fantastisch! We genieten van een heerlijke vis, van de aardappelen in olijfolie en van de eenvoudige maar oh zo lekkere sla! We maken het plan voor de volgende dag, bestellen een tweede fles wijn en gaan rondom gelukkig weer terug naar Isabella. Wat is het leven toch mooi!! Bedankt voor de tip Leo!

 

De volgende dag zetten we koers naar Aveilo, een oud haventje dat tegen Aveiro ligt. We moeten diep de rivier opvaren willen we daar kunnen komen. De rivier wordt smaller en het water grauwer. Op de oevers ligt oud schroot, resten nylondraad en bergen slik. Bij aankomst blijkt het een vervallen vissershaventje te zijn met een oud gebouw waar ooit een maritiem museum in gehuisvest was. Het ziet er verlaten uit. De ruiten van de gebouwen zijn gebroken en hier en daar is op de betonnen muren nog wat oude verf te ontwaren. Ergens onder een dakgootje zijn nog wat oude tegeltjes te ontdekken waarop beschilderde visserstafereeltjes te zien zijn. Zonde dat dit moois hier staat te vervallen! De ponton die op drie meter afstand van de kade ligt, lijkt echter nog niet zo oud en biedt +/- 50 vaste ligplaatsen en plaats voor ongeveer 10 gastboten. Wanneer het drukker wordt, moet je aanleggen bij een nieuw te kiezen buurman. Gelukkig hebben we bij aankomst nog alle ruimte! Na wat zoeken blijkt dat de havenmeester alleen maar tussen 15- en 20 uur aanwezig is. Dat treft, het is net 19-uur.
Na ons dagelijkse avondritueel, eten, lezen, serie op DVD kijken (Breaking Bad (we love it!!), wassen/tanden poetsen, gaan we slapen. Maar dan hoor ik wat! Ik hoor mannenstemmen!! Vlak bij de boot!! Ik gluur in het donker uit het wc-raampje en zie op de kade een donkere VW-golf staan. De koplampen zijn uit, maar door de paar straatlantarens is te zien dat het vehikel ook in redelijk vervallen staat verkeert. De chauffeur kijkt naar ons schip en mompelt wat tegen zijn passagier. Wat voeren zij in hun schild? Ik vertrouw het niet en schuifel naar Hans die al ligt te slapen. Dan maar weer terug naar de duistere wc. Ik besluit om met mijn iPhone een foto te nemen. Dan heb ik in ieder geval bewijs van de schurken in spé. Ik druk op de button en ojee!! De flitser gaat af!! Domme ik, nu heb ik mezelf verraden! “Schat wat ben je aan het doen?”, hoor ik uit de slaaphut komen. “Uuhhh… nou moet je eens komen kijken! Wat doen die daar??” Hans kruipt uit z’n warme holletje en komt eens kijken. lacht mijn bezorgdheid weg en zegt dat er niets kan gebeuren. Het zal wel bij de gewoontes van deze bevolking horen. Mannen die tot laat hebben gewerkt en nog even naar de haven rijden om zomaar te kijken wat er te doen is. Nah… ik neem het aan en besluit om ook te gaan slapen. Later in die week blijkt dat Hans gelijk had: vier meter van Isabella verwijderd om 23 uur, komen er locals hun hengeltje uitgooien en kletsen wat.
De eerste nacht in Aveilo hebben we achter de rug en scharrelen na het ontbijt wat over het dek van Isabella. Hans wil de motor nader inspecteren, hij vertrouwt het forse verbruik aan koelwater niet. “Elise!!” en nog eens: “Elise!!” het lijkt alsof iemand anders dan Hans mijn naam roept, maar dat kan toch helemaal niet?? Ik kijk om en zie op de rivier de Maaike-Maria met Reina en Willem aankomen. Leuk!!
“Wat is de doorvaarhoogte hier?” roept Willem. Doorvaarhoogte?? Ik kijk eens omhoog en zie daar de hoogspanningskabels. Waren die er gisteren ook al?? Snel roep ik Hans en hij geeft de juiste hoogte aan. De Maaike-Maria komt naast ons liggen. We raken weer aan de praat en de mannen duiken samen onder het motorluik. Na een klein half uurtje blijken ze het euvel gevonden te hebben: de motor verliest de koelvloeistof via een injector. Dat ziet er lelijk uit! Doorvaren is geen optie meer. Willem sleutelt de injector er uit. Het ding moet worden vervangen, maar waar vind je hier in the middle of nowhere een Volvo dealer? Hans belt met Leo en hij mailt ons het adres van een dealer. Binnen een paar uur krijgen we reactie van de Volvo-man uit Nederland die de diagnose heeft gesteld dat bij de demontage van de verstuiver de koperen ‘sleeve’ is meegekomen. Dat wijst op een slecht functionerende verstuiver en is vermoedelijk de oorzaak van de lekkage. De sleeve zal met speciaal gereedschap moeten worden vervangen. De Volvo-man stuurt ons een adres van de dichtstbijzijnde Volvodealer. Geluk bij een ongeluk: de dealer is 5km van Aveiro verwijderd! Soms zit het tegen en soms zit het mee. Deze dag sluiten we af met een door Reina heerlijk bereidde maaltijd met lamsvlees vergezeld door een goed glas wijn.

 

 

De volgende ochtend lopen we met de injector in de rugzak naar de dealer. Ja-ja, repareren is mogelijk. Alleen de monteur is met vakantie. Er moet naar een vervanger worden gezocht. We laten de verstuiver met koperen sleeve achter. De volgende dag komt de vervangende monteur. De man sleutel wat. Hans vindt hem nerveus overkomen: zijn handen beven. Als dat maar goed gaat…
Dan komt het hoge woord er uit. Bij het demonteren van de koperen sleeve heeft hij de verstuiver op de kop laten vallen. De verstuiver kan dus niet worden gemonteerd. Er moet een nieuwe worden besteld. Hans blaast wat en gromt wat woorden met veel g’s in de spelling. De monteur vertrekt.
Ons vertrouwen in de motor is gedaald en heeft invloed op onze energie en humeur. Nog nooit samengewoond en dan sinds drie maanden onder deze omstandigheden op een paar vierkante meter 24/7 bij elkaar zijn, vraagt om een topconditie van lichaam en geest. We doen beide ons best en laten natuurlijk hier en daar wel eens een steekje vallen en roeien met de riemen die we hebben en beseffen: achter de horizon schijnt altijd de zon!
Middags komt de Volvo-dealer naar het haventje om persoonlijk zijn excuus aan te bieden en vertelt ons het volgende droevige nieuws: de kop moet worden vervangen, maar uhhhh… “die hebben we niet in stock. Maybe tomorrow or next week…” Het ding moet uit België komen!!
Ggrrr…. er zit niets anders op dan het onszelf maar weer eens gezellig te maken. Toch niet echt vervelend 😉 We huren de volgende dag een autootje en rijden naar Coimbra. Het voelt apart om na drie maanden weer achter een autostuur te zitten. We genieten van het landschap en de dorpjes waar we doorheen rijden. En alweer bezoeken we een prachtige stad. Studenten studeren af en lopen in Harry Potter-achtige kostuums door de smalle straten. We bezoeken een grote kerk waar het wijwaterbakje een reuzenschelp is. Het wijwater is verdampt. In de oergezellige straatjes zien we winkeltjes die in Nederland al sinds 1970 niet meer te vinden zijn: fournituren, schoenlappers, prachtige stoffen, kleine kruideniertjes. Kleine etalages met hoeden en petten of ondergoed uit het jaar nul. Het is een lust voor het oog! We sjouwen rond en merken niet dat we vermoeid raken.

 

 

 

We rijden weer verder en een bord langs de weg kondigt een kasteel aan. Das leuk! Weer eens iets anders dan een kerk 🙂 . De toegang met de auto is 12 euro, dus gaan we lopen. Het kasteel ligt op de top van een berg en blijkt hiermee de 3km toch een flinke afstand te zijn. Eenmaal boven worden we verrast door een sprookjesachtig klein kasteeltje. Secuur gebeeldhouwde figuren sieren de gevel. Op een plaquette bij een oude boom lezen we dat de Engelse Lord Wellington hier graag op bezoek kwam. We besluiten naar binnen te gaan. Voor ons loopt een echtpaar met hetzelfde plan. Deftige mensen, dat kun je zien aan hun kleding. Wij vallen hierbij toch aardig uit de toon met onze korte broeken, T-shirts en rugzak. Maakt niet uit: we zijn zeilers!
Binnen is het een chique boel waar in de foyer het personeel op gedempte toon converseert. Het deftige echtpaar loopt door. Kennelijk hebben ze het hier in de grote hal al snel gezien. Ik maak wat foto’s van de indrukwekkende muurversieringen en een afbeelding van de Lord die vaak op bezoek kwam. Van de sprookjesachtige trap krijg ik een soort van waandenkbeeld dat ik daar in baljurk naar beneden schrijd. Nog nooit zoiets moois gezien! Dan opeens is daar de man die ons vriendelijk vraagt of we gasten van het hotel zijn. “Hotel? Dit is toch een kasteel?”, vraagt Hans? Ondertussen doe ik alsof ik geen engels versta en neem nog wat foto’s. “Ja klopt”, hoor ik de man zeggen, “maar nu in gebruik als hotel en niet toegankelijk voor mensen die geen kamer hebben.” Of we maar weer snel even willen vertrekken. Ik glimlach vriendelijk en Hans is de onschuldige zelf. We staan weer buiten.
Het is een prachtige dag. Tevreden rijden we terug en parkeren onderweg de auto bij een grote supermarkt: even proviand inslaan. Wel zo makkelijk nu we een grote laadbak hebben!

 

De dagen kruipen voorbij. De Maaike-Maria is een aantal dagen geleden weer vertrokken. We pakken Dirk en tuffen door een minisluisje richting Aveiro om daar in de kanaaltjes te doen wat de vele toeristen ook doen: geveltjes bekijken. Het verschil tussen de andere toeristen en ons, is dat zij in een gondel zitten met een vaste route en daar toch aardig wat euro’s voor moeten wegleggen en wij ons eigen tempo en route kunnen bepalen. Het is een leuke tocht en zoals ook met zeilen het geval is: alles ziet er zoveel anders uit vanaf het water dan vanaf de wal. Zo komen we ook tot de ontdekking dat we gratis fietsen kunnen gebruiken. Dit is een service van Aveiro aan de toeristen. Goed plan!

 

De volgende dag klimmen we op de gammele vehikels. Remmen zullen we met onze schoenzolen moeten doen en bellen wordt vervangen door een zelfgeproduceerd luid klinkend “Klingeling!!”. We fietsen langs de rivier en zien grote oesterbanken. Restanten oesterschelpen liggen op het strand, een enkeling schraapt venusschelpen uit de drassige oevers en legt ze in het karretje van zijn Zundap. Verderop zien we vissers aan het werk en we gaan een praatje maken. Eens kijken hoe ze dat doen! Een van de mannen waad in een grote waterdichte overall door het water naar de bank en komt met een zak vol oesters terug. Het zijn een stel leuke mannen die ons graag over hun werk vertellen. Er wordt zo’n 2000kg per dag gevist. De kleine schelpen gaan terug naar de bank en de grote worden in bakken verzameld. Het is grotendeels voor de export naar Frankrijk. Op mijn vraag of ze ook zelf oesters eten wordt lachend geantwoord. De een lust ze maar al te graag en de ander griezelt er van. Dan wordt me uitgelegd hoe je een oester moet openen en eten: eerst wel in citroensap drie minuten laten weken en dan naar binnen slurpen. Ik denk aan de keren dat ik oesters at, maar ze niet drie minuten in citroen had laten weken. We krijgen een vol maal mee naar huis. Wel 18 stuks!! Dat wordt smullen!! En inderdaad: besprenkelen met verse citroensap en drie minuten laten intrekken. Werkelijk heerlijk!!

 

Het lange wachten wordt dan eindelijk beloond en de nieuwe verstuiver wordt door de zeer vakkundige monteur Paul geplaatst. We starten de motor en ohhhh!!! Hij zoemt als een bijtje op een zomers bloemetje!! Geweldig! Dankbaar zwaaien we Paul uit en ploffen even in de kajuit neer. “We gaan naar Nederland”, zegt Hans. Het broeden op dit ei heeft ongeveer een week geduurd, maar nu heeft hij het ei gelegd. We gaan onze tassen pakken voor het vertrek naar Nederland, want daar wordt feest gevierd: Hans zijn zus Yvon bereikt een prachtige leeftijd en dat kunnen we niet zomaar voorbij laten gaan! En een feestje na al deze ellende kunnen we wel gebruiken. “Zoek jij een hotel dicht bij het vliegveld van Porto, dan ga ik nog even een klusje doen”, zegt Hans.

Ik zoek en zoek, en alle dichtstbijzijnde hotels blijken volgeboekt. Dan maar een hotel iets verderop. Het wordt Motel Habana ergens in een buitenwijkje van Porto. Het is al donker wanneer we door de taxichauffeur voor een luxueus aandoend complex worden afgezet. We zoeken de receptie, maar zien niets meer dan een geblindeerd raam met een soort van brievenbus eronder. We zijn toch wel goed? “Heb jij dit gereserveerd??”, vraagt Hans met enige ironie in zijn stem. Nou ja, op de website zag het er goed uit! ik tast met mijn handen de soort van vensterbank af waar de brievenbus in ligt en vind een knop.
“Goodeveningggkk..”, komt er uit de brievenbus. “Wat is dit??”, vraag ik aan Hans die zijn leven lang al over de aardbol zwerft en talloze hotels heeft bezocht. “Geen idee!”, zegt hij. “Yeszz pleasszzee??”’ komt er weer uit de brievenbus. We krijgen het door: er is geen receptie zoals we bij een hotel gewend zijn. Hier is het gewoon een pratende brievenbus. We melden dat we voor 1 nacht hebben geboekt en laten onze paspoorten zien. De brievenbus slurpt ze op en ik vraag me af of we ze ooit nog wel terugzien. Dan vraagt de stem om 65 euro. Ik geef het in contanten en de paspoorten komen terug. De stem zegt waar we moeten zijn: hier door de slagbomen en dan de garage in. We zien dan vanzelf onze kamer. We lopen een taluud af en zien een soort van smal straatje met links en rechts garagedeuren. een daarvan staat open en is nr 131, onze kamer. We gaan naar binnen en de deur sluit zich. In de hoek van de garage zien we een trap. “Dit is geen gewoon hotel schat!”, zegt Hans en wanneer we boven zijn heb ik het vermoeden dat hij gelijk heeft. Een poster met een gladde blote damesrug versierd de voordeur van onze kamer. Eenmaal binnen wordt het duidelijk: hier komen spannende afspraakjes tot leven. We hebben dikke pret en inspecteren de kamer op properheid en kunnen geen vuiltje ontdekken. Prima hut en veel luxe. Wat zullen we knorren! Nederland: here we come!!

 

 

En dan de volgende oproep!!

We zoeken een geïnteresseerde ervaren zeiler die vanaf de eerste week januari 2017 met ons de Atlantische oceaan wil oversteken. We varen vanaf de Kaapverdische eilanden naar Suriname. Heb je belangstelling en wil je meer informatie? Stuur dan een e-mail naar hanssomers@live.com